CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat)

Raadsvergadering 23 februari 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat)25.790 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Vastgesteld bestemmingsplan

V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat)

Januari 2021

V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat)

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Het plangebied

7

1.3

Voorgaande plannen

9

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied

11

2.1

Historisch perspectief

11

2.2

Stedenbouwkundige structuur

11

2.3

De buurt

12

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten, randvoorwaarden en beleidskader

15

3.1

Inleiding

15

3.2

Rijksbeleid

15

3.3

Provinciaal beleid

24

3.4

Gemeentelijk beleid

29

3.5

Volkshuisvesting

31

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

35

3.7

Verkeer en parkeren

36

3.8

Groen

36

3.9

Kabels, leidingen en straalpaden

40

Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf

41

4.1

Milieueffectrapportage

41

4.2

Bedrijven en milieuzonering

42

4.3

Geluid

43

4.4

Luchtkwaliteit

45

4.5

Externe veiligheid

47

4.6

Duurzaamheid

48

4.7

Bodem

51

4.8

Natuur

52

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

55

5.1

Inleiding

55

5.2

Beleid

55

5.3

Beschrijving watersysteem plangebied

58

5.4

Advies/overleg Waterschap

59

Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving

61

6.1

Algemeen

61

6.2

Planmethodiek

61

6.3

Verbeelding

61

2

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

6.4

Planregels

61

Hoofdstuk 7 Handhaving

65

Hoofdstuk 8 Financiële aspecten

67

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

69

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

69

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

69

9.3

Samenspraak

69

9.4

Zienswijzen

71

9.5

Ambtshalve aanpassingen

71

Bijlagen bij de toelichting

73

Regels

75

Hoofdstuk 1 Inleidende regels

77

Artikel 1

Begrippen

77

Artikel 2

Wijze van meten

83

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels

85

Artikel 3

Groen

85

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

87

Artikel 5

Wonen

89

Artikel 6

Wonen - Woonwagenstandplaats

91

Hoofdstuk 3 Algemene regels

93

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

93

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

95

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

97

Artikel 10

Overige regels

99

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels

101

Artikel 11

Overgangsrecht

101

Artikel 12

Slotregel

103

Bijlagen bij regels

105

Bijlage 1

106

Lijst van bedrijfsactiviteiten bij wonen

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

3

4

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

Toelichting

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

5

6

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Door het college van burgemeester en wethouders is op 12 januari 2016 besloten om voor de woonwagenlocatie aan de Alblasstraat uit te gaan van de legalisering van één standplaats, de toevoeging van vier standplaatsen en het toevoegen van een tweede ontsluiting. Uiteindelijk is in het gemeentelijk beleid 'Herijking woonwagenbeleid gemeente Eindhoven 2017' (vastgesteld door de gemeenteraad) de Alblasstraat opgenomen als locatie waar één standplaats wordt gelegaliseerd en drie standplaatsen worden toegevoegd. Het voornemen bestaat daarom om de bestaande woonwagenlocatie aan de Alblasstraat uit te breiden. Naast de vijf bestaande, legale standplaatsen zal een zesde, gedoogde standplaats gelegaliseerd worden. Tevens worden drie nieuwe standplaatsen en een tweede ontsluiting gecreëerd. Deze ontwikkeling is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan “Kerkdorp Acht 2007”. Het voorliggende bestemmingsplan "V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat)" bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart) met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Naast de digitale versie is er tevens een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar.

De digitale versie is juridisch bindend.

1.2

Het plangebied

Het plangebied ligt in het noordwestelijke deel van de gemeente in het Kerkdorp Acht en betreft de woonwagenlocatie aan de Alblasstraat. Het gebied staat kadastraal bekend als gemeente Woensel, sectie T, nummers 1967, 2505, 2506, 2763 (deels) en 2764 en heeft een oppervlakte van circa 5.666 m². Het plangebied wordt globaal begrensd door de Alblasstraat, Zaanstraat en Spaarnestraat.

In onderstaande figuren is de situering van het plangebied nader aangeduid.

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

7

Situering van het plangebied in de omgeving.

Begrenzing van het plangebied.

8

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

1.3

Voorgaande plannen

Het bestemmingsplan "V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat)" vervangt deels het bestemmingsplan "Kerkdorp Acht 2007, (gewijzigd) vastgesteld door de raad op 22 december 2009. In onderstaande figuur is een uitsnede weergegeven van de plankaart van het vigerende bestemmingsplan. De situering van het plangebied is met een blauwe lijn nader aangeduid.

Uitsnede plankaart vigerend bestemmingsplan en aanduiding situering plangebied.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit 9 hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten bij, de randvoorwaarden en de beleidskaders voor het opstellen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in en een verantwoording van alle relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In deze paragraaf is beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het bestemmingsplan voor de waterhuishouding. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 8. Hoofdstuk 9 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid (met name de resultaten van het gevoerde overleg en de samenspraak/inspraak).

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

9

10

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving plangebied

Historisch perspectief

Het kerkdorp Acht ligt ingeklemd tussen de radiale ontsluitingsweg Boschdijk en de spoorlijn richting Den Bosch. De regionale ontsluitingsweg Anthony Fokkerweg begrenst Acht ten zuiden en het bedrijventerrein Kapelbeemd ten noorden. De begrenzing door deze intensief gebruikte infrastructuur heeft de stedenbouwkundige opzet voor een groot deel bepaald.

Acht is in stedenbouwkundige zin een op zich zelf staand woongebied geworden met een zeer groene uitstraling. Aan de randen van het kerkdorp is het meeste groen geconcentreerd in de vorm van parkzones, sportvelden en een grote monumentale boomgaard aan de Boschdijk. Dit openbare groen loopt veelal over in de tuinen van de vrijstaande woningen op ruime kavels. Binnen de strakke orthogonale (rechthoekige) begrenzing van de infrastructuur is de buurt op een losse parkachtige, bijna organische, wijze opgebouwd met een grillig maar toch overzichtelijk stratenpatroon. De bebouwing bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen op ruime kavels hetgeen de buurt in combinatie met het grote aanbod van openbaar groen een ruim en groen karakter geeft. Centraal in de buurt rondom de Waalstraat en Rijnstraat is de bebouwing intensiever en compacter opgezet zonder dat daardoor de historische kern van het kerkdorp, die eveneens in deze zone ligt, geweld wordt aangedaan.

2.2

Stedenbouwkundige structuur

Opbouw In onderstaande figuur is de beoogde situatie van de woonwagenlocatie aan de Alblasstraat weergegeven. De vijf bestaande, legale, standplaatsen blijven gehandhaafd (donkergrijs weergegeven in de figuur). Een zesde, gedoogde standplaats wordt gelegaliseerd en daarnaast worden drie nieuwe standplaatsen gerealiseerd. Tussen de Zaanstraat en de nieuwe standplaatsen blijft een groenstrook in stand. De inrichting van deze nieuwe standplaatsen is na uitvoerig overleg met de bestaande bewoners van de locatie tot stand gekomen. In de huidige situatie wordt de locatie alleen via een toegang aan de Alblasstraat ontsloten. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een tweede toegang aan de zijde Spaarnestraat. Daarbij wordt een verkeersremmende maatregel aangelegd. Iedere standplaats krijgt één eigen parkeerplaats. Daarnaast worden in het openbare gebied tussen de standplaatsen aanvullend 7 parkeerplaatsen gerealiseerd en is ter plaatse van huisnummer 25 ruimte gereserveerd voor het parkeren van een camper. Aan de zijde van de Zaanstraat wordt ten behoeve van de landschappelijke inpassing groen aangebracht. Hierbij wordt het trottoir versmald en een uitstapstrook gerealiseerd.

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

11

Stedenbouwkundige opzet uitbreiding woonwagenlocatie.

Verkeersstructuur De Rijnstraat/Waalstraat, Verzetsheldenlaan en de Cor Gehrelslaan zijn de belangrijkste ontsluitingswegen van Acht. Het plangebied wordt omsloten door kleinere straten (Alblasstraat, Zaanstraat, Spaarnestraat) met de functie van erftoegangsweg (woonstraat), met een snelheidsregime van 30 km/uur. Groen en water De groenstructuur wordt gevormd door de bomen en struiken die zich met name langs de randen van het plangebied bevinden. Binnen het plangebied zijn geen wateroppervlaktes aanwezig, wel wordt in wateropvang voorzien in de vorm van een wadi/infiltratiegreppel.

2.3

De buurt

Kerkdorp Acht Het plangebied is gelegen aan de Alblasstraat in het Kerkdorp Acht. De woonwagenlocatie is gesitueerd op de grens tussen enerzijds de bedrijvigheid aan de noord- en westzijde langs de Alblasstraat, uitlopend vanaf het spoor, en anderzijds de woonomgeving aan de zuid- en oostzijde, langs de Zaanstraat en Spaarnestraat. 12

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

13

14

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 3 beleidskader

3.1

Uitgangspunten, randvoorwaarden en

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Verantwoord wordt dat de voorgenomen ontwikkeling past in het (toekomstig) ruimtelijk beleid. Er wordt geen complete samenvatting gegeven van alle beleidsaspecten. Uitsluitend de relevante beleidskaders voor het plangebied zijn in dit hoofdstuk weergegeven en verantwoord.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. Het Rijk zet twee zaken helder neer: een kader voor prioritering van investeringen om Nederland in beweging te krijgen en een selectief ruimtelijk beleid dat meer loslaat en overlaat aan provincies en gemeenten. Het is de uitdaging om Nederland in de wereldeconomie van de toekomst concurrerend te houden. Dat betekent dat onze stedelijke regio's en netwerken versterkt moeten worden door de kwaliteit voor de leefomgeving te verbeteren, hoogwaardige en klimaatbestendige woon- en werkmilieus te realiseren, de bereikbaarheid te verbeteren en de mobiliteit te verduurzamen, maatregelen te treffen ten behoeve van waterveiligheid, zoetwatervoorziening en ruimte te maken voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie. Het Rijk onderscheidt 13 nationale belangen in de SVIR. Daarnaast kiest ze nadrukkelijk voor een vereenvoudiging van de regelgeving en brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degenen die het aangaat: burgers en bedrijven. Zo beëindigt het Rijk zijn rol bij nationale landschappen, rijksbufferzones, binnenstedelijk bouwen, landsbrede verstedelijkingsafspraken, sport- en recreatievoorzieningen.

Het Rijk vindt de stedelijke regio's rond de Mainports (Rotterdam en Amsterdam), de Brainport, greenports en de valleys van nationaal belang (nationaal belang 1). De gebiedsontwikkeling Brainport Avenue is van nationaal belang. In de SVIR wordt Brainport Zuid-Oost Nederland beschouwd als de belangrijkste toptechnologieregio van ons land.Het centrum van deze Brainport is gelegen in Eindhoven met o.a. High-tech systemen, medische technologie en automotive als belangrijkste thema's. Daarnaast zijn Chemelot in Sittard-Geleen als belangrijk chemie-cluster, het medische cluster in Maastricht en de greenport Venlo als cluster van agro-food, tuinbouw en logistiek belangrijk. In de regio Eindhoven moeten vanwege de groei van het aantal huishoudens in de periode tot 2040 nog circa 40.000 woningen worden bijgebouwd en ook een kleine 30.000 woningen worden vervangen die niet meer voldoen aan de woonwensen. Het vestigingsklimaat voor (buitenlandse) bedrijven en kenniswerkers behoeft versterking met hoogwaardige woonmilieu's, stedelijke voorzieningen, voldoende aanbod van cultuur en sport en grensoverschrijdende verbindingen. Ook de diversiteit aan toegankelijke groengebieden rond de steden en een robuust netwerk voor natuur vormen voor deze regio een belangrijke vestigingsfactor. Realisatie Uitgangspunt bij het realiseren van de doelstellingen is een integrale, regionaal-specifieke

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

15

aanpak, waarmee investeringen en ander rijksinstrumentarium zo effectief en efficiënt mogelijk ingezet kunnen worden. Dat vraagt om een gedegen afweging van alle relevante belangen en goede afstemming en samenwerking tussen regio en Rijk. Over de rijksopgaven zullen op basis van de MIRT-gebiedsagenda's afspraken worden gemaakt. De SVIR kent een realisatieparagraaf, waarin per nationaal belang de aanpak is uitgewerkt op basis van lopende en voorziene projecten. Het Rijk heeft voor de realisatie van de nationale belangen de beschikking over de volgende vier instrumenten: Kaders (gebiedsgerichte of thematische uitwerkingen van de SVIR, relevante wetgeving); Bestuurlijke prestatieafspraken (bijvoorbeeld afspraken met provincies en gemeenten, internationale afspraken met overheden in buurlanden); Financieel (bijvoorbeeld Infrastructuurfonds, Deltafonds); Kennis (bijvoorbeeld inzetten van het College van Rijksadviseurs bij ruimtelijke ontwikkelingen, verspreiden van “best practices”). Voor het juridisch borgen van de nationale belangen uit de SVIR heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten waarmee dat mogelijk is. Deze twee besluiten zijn verschillend van aard (beleidsmatig versus procesmatig). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Dit geeft de juridische kaders die nodig zijn om het geldende ruimtelijk rijksbeleid te borgen.

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. De ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp en aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Bro. Nationaal belang 13 vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld kantoorlocaties, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen) moet in het bestemmingsplan worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. De ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 Bro. Daarin staat: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Voordat wordt getoetst aan de treden van de ladder voor duurzame verstedelijking dient te worden vastgesteld of het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een (planologisch) nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 Bro. Indien hierin niet wordt voorzien kan een toetsing namelijk achterwege blijven. Artikel 1.1.1 aanhef en eerste lid onder i Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. De voorliggende ontwikkeling betreft het mogelijk maken van vier nieuwe woonwagenstandplaatsen. Op basis van jurisprudentie kan worden gesteld dat bij een dergelijke beperkte ontwikkeling geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Bro. Een nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is niet vereist. Overige onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte hebben geen directe invloed op de ontwikkeling.

16

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

3.2.2

Ontwerp Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

In Nederland staan we voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Denk aan de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen. Door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn deze maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio’s toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het ontwerp NOVI heeft van 20 augustus tot en met 30 september 2019 ter inzage gelegen. Naar verwachting wordt de NOVI eind 2020 vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de ontwerp NOVI opgenomen. 3.2.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Naast de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel AMvB Ruimte genoemd, van toepassing. Het besluit bevat regels ter borging van een aantal nationale belangen. Het gaat onder meer over rijksbelangen zoals rijksvaarwegen, zones buisleidingen, zones van hoogspanningsleidingen en militaire objecten. Voor Eindhoven is de 380 Kv hoogspanningsleiding van belang. Deze is gelegen in Eindhoven Noord en (deels) Oost. Verder is in het Barro opgenomen dat de provinciale begrenzing van het Nationaal NatuurNetwerk (NNN) direct doorwerkt naar het bestemmingsplan. De gebieden die het NNN vormen worden bij provinciale Interim Omgevingsverordening aangewezen (zie ook paragraaf 3.3.3), waarmee het NNN een provinciaal belang is geworden. Tot slot worden de belangen van luchthaven Eindhoven via het Barro geborgd. 3.2.4

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening

In de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn de terreinen, gebieden en installaties zoals bedoeld in het Barro, aangewezen. Voor onderhavig gebied zijn de geluidszone en het obstakelbeheergebied behorende bij het luchtvaartterrein relevant. Deze gebieden zijn op onderstaande kaart aangegeven. In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op geluid en in paragraaf 3.2.5 op de beperkingengebieden. Onderstaande kaart behoort bij de Rarro.

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

17

kaart militair luchtvaartterrein – Vliegbasis Eindhoven (bijlage 3.4 Rarro) Bron: http://wetten.overheid.nl

3.2.5

Luchthavenbesluit

In 2009 is de Wet luchtvaart gewijzigd. Naar aanleiding hiervan is een nieuw luchthavenbesluit voor Eindhoven vastgesteld. Dit is op 26 september 2014 vastgesteld en met ingang van 1 november 2014 in werking getreden. In het luchthavenbesluit is het luchthavengebied, de gebruiksmogelijkheden en het beperkingengebied vastgelegd. Voor het bestemmingsplan is vooral het beperkingengebied van belang. Het beperkingengebied bestaat uit: 1. de geluidszone: dit is de weergave van de geluidsbelasting van het gezamenlijke luchtverkeer (hier wordt in paragraaf 4.3.5 op ingegaan). Binnen deze zone gelden regels voor het bouwen van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. 18

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

2. de obstakelbeheergebieden: hier gelden maximaal toelaatbare hoogtes voor objecten. 3. het vogelbeheersgebied: binnen dit gebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. Hieronder wordt nader ingegaan op het obstakelbeheergebied en het vogelbeheersgebied.

Kaart beperkingengebied

De obstakelbeheergebieden Met de obstakelbeheergebieden wordt geregeld tot welke hoogte gebouwen en bouwwerken gebouwd mogen worden. Dit is om gevaar voor het vliegverkeer op en rondom de luchthaven te voorkomen. De toegestane hoogten worden bepaald door de vliegfunnel, de IHCS en de ILS. Vliegfunnel De vliegfunnel wordt bepaald door de start- en landingsbaan en het verlengde daarvan. Hier gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van obstakels. Binnen deze obstakelvrije vlakken gelden beperkingen ten aanzien van het oprichten van hoge obstakels (van 20 tot 170 m +NAP). Het plangebied is buiten deze funnel geprojecteerd. De funnel vormt daarom geen belemmering voor deze ontwikkeling. IHCS Het IHCS (Inner Horizontal and Conical Surface) is bedoeld om vliegtuigen die in het circuit vliegen (circuitverkeer), voorafgaand aan de landing, te beschermen tegen hoge objecten. Het betreft een zone van 4 km rond de landingsbaan waar maximaal 45 meter hoog mag worden gebouwd. Buiten deze zone gaat de maximaal toegestane bouwhoogte geleidelijk omhoog. De bouwplannen binnen voorliggend plangebied staan een beperkte bouwhoogte toe voor hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De maximaal toegestane bouwhoogte binnen het obstakelbeheersgebied wordt niet overschreden.

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

19

Kaart obstakelbeheergebieden voor de vliegfunnel en IHCS

ILS Daarnaast beschikt de Luchthaven over een Instrument Landing System (ILS). Dit wordt gebruikt om een landing in verminderde weersomstandigheden mogelijk te maken. Voor een goed functioneren van het ILS geldt dat een gebied rondom de start- en landingsbaan geen verstoring mag opleveren. Daarom gelden ook in dit gebied beperkingen ten aanzien van de bouwhoogten van gebouwen en bouwwerken (zie onderstaande afbeelding). De bouwplannen binnen voorliggend plangebied staan een beperkte bouwhoogte toe voor hoofdgebouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De maximaal toegestane bouwhoogte binnen het obstakelbeheersgebied wordt niet overschreden.

Kaart ILS-verstoringsgebied Het vogelbeheersgebied Binnen het vogelbeheersgebied gelden regels voor een bestemming of gebruik dat vogels aantrekt. In beginsel is een grondgebruik of bestemming binnen de volgende categorieën niet 20

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

toegestaan: oppervlaktewateren met een oppervlakte van meer dan 3 hectare; natuurbeschermingsgebieden en vogelbeschermingsgebieden; vishouderijen met extramurale bassins; extramurale opslag of verwerking van organisch materiaal; afvalwaterzuiveringsinstallaties.

Kaart Vogelbeheersgebied

Het planvoornemen maakt geen ontwikkeling mogelijk waar een aantrekkende werking naar vogels van uitgaat. 3.2.6

Bakens luchthaven Eindhoven en radarverstoringsgebied vliegbasis Volkel

Bij het bepalen van de maximaal toegestane bouwhoogte in het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de bakens van luchthaven Eindhoven en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

Bakens luchthaven Eindhoven Op en nabij de luchthaven Eindhoven zijn bakens aanwezig om de richting van het vliegverkeer (zowel horizontaal als verticaal) te kunnen volgen: een VDF baken: Vertical Directional Finder. Dit is een hulpmiddel voor de luchtverkeersleiding om de richting te kunnen bepalen van het vliegtuig waarmee op dat moment wordt gecommuniceerd. een NDB; Non Directional Beacon. Dit wordt door vliegtuigen gebruikt als navigatiehulpmiddel op luchtroutes. Het is een bakenzender die een radiosignaal uitzendt dat door een peilontvanger in het vliegtuig wordt opgevangen. Hierdoor wordt de richting van het signaal ten opzichte van het vliegtuig bepaald. Door de richting van twee verschillende bakens te peilen kan de piloot zijn/haar positie bepalen. De toetsingsgebieden liggen voor VDF geheel over het plangebied, maar hebben gezien de maximaal toegestane bouwhoogte geen consequenties.

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

21

Kaart hoogtebelemmeringen bakens nabij luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen= VDF. Rode lijnen= NDB.

Radarverstoringsgebied Volkel Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatie-apparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen ligt er rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 50 nautische mijl (=27,8 km), gemeten vanaf de positie van de radar. Binnen dit radarverstoringsgebied moet voor ieder obstakel hoger dan 65 meter worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Onderhavig plangebied ligt nog net binnen dit radarverstoringsgebied. Gezien de maximaal toegestane bouwhoogte heeft dit echter geen consequenties.

22

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

Kaart hoogtebelemmeringen als gevolg van luchthaven Eindhoven. Blauwe lijnen-arcering= radarverstoringsgebied van vliegbasis Volkel.

3.2.7

Outer-horizontal

Met de “outer-horizontal” moet rekening worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Hoge objecten door de “outer-horizontal” kunnen leiden tot aanpassing van de vliegprocedures wat het, bijvoorbeeld, minder goed mogelijk maakt om het vliegverkeer van- en naar Eindhoven te spreiden. Deze “outer-horizontal” heeft een radius van 15 km rondom het midden van de start- en landingsbaan en ligt op een hoogte van 150 meter boven maaiveld (gerelateerd aan de baan). Objecten hoger dan 150 meter zijn toelaatbaar indien aangetoond is dat deze geen impact hebben op het vliegverkeer. Op de hieronder ingevoegde kaart is aangegeven binnen welke gebieden hoogbouw/windturbines kansrijk (=groen gekleurd), kansarm (= oranje gekleurd) of onmogelijk (=rood gekleurd) zijn. In de oranje gekleurde gebieden kan vooraf advies worden gevraagd bij de luchtverkeersleiding van de vliegbasis of de hoogbouw/winturbines op die locatie mogelijk worden geacht.

Omdat met dit bestemmingsplan geen bebouwing wordt toegestaan met een hoogte van minimaal 150 meter, heeft deze ontwikkeling geen invloed op de "outer-horizontal".

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

23

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie

De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze in 2021 wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat langetermijndoel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. 3.3.2

Structuurvisie

Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De structuurvisie bestaat uit twee delen (A en B) en een uitwerking. Deel A Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt. De ruimtelijke visie van de provincie bestaat op hoofdlijnen uit een robuust en veerkrachtig natuur- en watersysteem, met aandacht voor bescherming tegen hoogwater, droogte en biodiversiteit. Een multifunctioneel landelijk gebied, waar de functies landbouw, recreatie en natuur in relatie tot elkaar ruimte krijgen en een gevarieerd en aantrekkelijk stedelijk gebied met sterke steden, groene geledingszones en 24

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

uitloopgebieden (intensieve recreatie, stadslandbouw). Aandacht wordt gevraagd voor sterke regionale economische clusters, (inter)nationale bereikbaarheid en knooppuntontwikkeling (zowel in de centra als aan de randen van de steden). De provincie realiseert haar doelen door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren.

Deel B De ruimtelijke belangen en keuzes zijn in vier ruimtelijke structuren geordend. Deze vier ruimtelijke structuren worden in deel B beschreven en zijn:

1. de groenblauwe structuur De groenblauwe structuur bestaat uit bestaande natuur, watersystemen en nieuwe natuur in hiervoor kansrijke gebieden. Het behoud en de ontwikkeling van natuurwaarden is hier belangrijk. Daarnaast biedt de groenblauwe structuur ruimte aan een natuurlijk en robuust watersysteem. Dit is nodig voor een goed waterbeheer en biedt mogelijkheden om in te spelen op de effecten van klimaatverandering.

2. het landelijk gebied Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur. Het landelijk gebied biedt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Land- en tuinbouw zijn de grootste ruimtegebruikers. De provincie streeft hier naar een multifunctionele gebruiksruimte, met behoud van agrarische productieruimte in die delen van het landelijk gebied waar de landbouw leidend is voor nieuwe ontwikkelingen.

3. de stedelijke structuur De stedelijke structuur bestaat uit de steden en dorpen in Noord-Brabant. De provincie kiest hier voor twee perspectieven. Ten eerste stedelijke concentratiegebieden waar de groei van de verstedelijking wordt opgevangen. De provincie wil de verstedelijking op goed ontsloten vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

25

plekken concentreren en de groene ruimte tussen steden openhouden. Ten tweede dienen kernen in het landelijk gebied zoveel mogelijk te worden ontzien van verdere verstedelijking. Alleen de eigen verstedelijkingsbehoefte wordt daar opgevangen.

4. de infrastructuur Het infrastructuurnetwerk bestaat uit een fijnmazig en samenhangend netwerk van wegen, spoorlijnen, vaarwegen, luchthavens en buisleidingen. De Brabantse infrastructuur maakt deel uit van het internationale netwerk van infrastructuur in noordwest Europa. De provincie kiest hier voor een goede bereikbaarheid van BrabantStad en de economische clusters van Noord-Brabant. Voor het personenvervoer zijn het hoofdwegennet en het OV-netwerk BrabantStad de dragers. Het goederenvervoer wordt zoveel mogelijk via de te ontwikkelen Goederenruit (spoor en waterwegen) geleid. Zo wordt ruimte gemaakt voor het versterken van de (inter)nationale ontsluiting (weg, water, spoor en lucht) van de Brabantse steden.

Uitwerking structuurvisie De provincie heeft geen aparte ruimtelijke visie op het landschap ontwikkeld, maar geeft haar visie op het landschap vorm in de zogenaamde 'gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Zo is voor het gebied ten oosten van Eindhoven de deelstructuurvisie Brainport Oost opgesteld. Deze bevat keuzes voor wonen, werken en bereikbaarheid ten oosten van Eindhoven. Eindhoven vormt samen met de provincie en met de steden Breda, Helmond, 's-Hertogenbosch en Tilburg het stedelijk netwerk BrabantStad. Dit samenwerkingsverband vervult een voortrekkersrol bij de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Noord-Brabant. Sterke steden zijn een voorwaarde voor de toekomst van Noord-Brabant. Vooral in deze steden is de dynamiek van Noord-Brabant goed zichtbaar. De provincie ziet deze steden als het brandpunt van de verstedelijking. Hier wordt geïnvesteerd in de binnensteden (stationsgebieden, kanaal- en snelwegzones) en worden hoogstedelijke functies, zoals bovenregionale voorzieningen, geconcentreerd. Daardoor wordt de centrale positie van de steden versterkt en het draagvlak voor hoogwaardig openbaar vervoer en stedelijke- en culturele voorzieningen op peil gehouden.

Dat draagt bij een hoogwaardig leef- en vestigingsklimaat in Noord-Brabant. Voorliggend plan betreft de ontwikkeling van enkele woonwagenstandplaatsen in bestaand stedelijk gebied. Het project voorziet derhalve in een intensivering van de ter plaatse aanwezige woonfunctie en bebouwingsstructuur. Dit is passend binnen het begrip zorgvuldig ruimtegebruik en daarmee tevens passend binnen de beleidsvisie van de provincie zoals opgenomen in de SVRO.

3.3.3

Interim omgevingsverordening

De Interim omgevingsverordening is vastgesteld door Provinciale Staten op 25 oktober 2019 en vervangt een aantal provinciale verordeningen: provinciale milieuverordening verordenring natuurbescherming verordening ontgrondingen verordening ruimte verordening water verordening wegen Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een 26

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving).Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen. In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels.

Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.

uitsnede interimverordening

Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven Het gaat hier om regels die naast een eventuele vergunningplicht gelden. Er zijn in de Interim Omgevingsverordening voor de volgende thema’s rechtsreekse regels opgenomen: grondwaterbescherming, grondwateronttrekking, bodemsanering, stortplaatsen, ontgrondingen, varend ontgassen, stiltegebied, wegen, natuur en landbouw. De meeste van deze regels waren eerst opgenomen in de Provinciale milieuverordening, de Verordening wegen, de Verordening ontgrondingen en de Verordening natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn voor de volgende werkingsgebieden rechtstreekse regels van toepassing: stedelijk gebied: landbouw waterkwaliteit: diep grondwaterlichaam water: Geen attentiezone waterhuishouding landbouw: stalderingsgebied vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

27

Stedelijk gebied: landbouw Dit werkingsgebied is relevant voor de rechtstreeks regels ten aanzien van landbouw. Binnen het plangebied is geen landbouw aanwezig of toegestaan. Om die reden is dit werkingsgebied voor dit plangebied niet relevant.

Waterkwaliteit: diep grondwaterlichaam Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben de verplichting vanuit de Kaderrichtlijn Water en de Grondwaterrichtlijn om grondwater dat nu en voor de toekomst geschikt is voor de winning van drinkwater te beschermen. Binnen het plangebied vindt geen drinkwaterwinning plaats. Om die reden is dit werkingsgebied voor dit plangebied niet relevant.

Water: geen attentiezone waterhuishouding Onder voorwaarden is een vergunning tot het onttrekken van grondwater ten behoeve van bodemenergiesystemen niet vereist. Ook dit werkingsgebied is niet relevant voor dit plangebied.

Landbouw: stalderingsgebied Een bestemmingsplan van toepassing op het stalderingsgebied regelt dat een toename van de oppervlakte dierenverblijf voor hokdieren alleen onder bepaalde voorwaarden is toegestaan. Ook dit werkingsgebied is niet relevant voor dit plangebied.

Instructieregels Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant. Voor het onderhavige plangebied gaat het om de volgende thema's: Concentratiegebied Stedelijk gebied Stalderingsgebied Norm wateroverlast stedelijk gebied Ad. 1 Concentratiegebied Voor het concentratiegebied is in artikel 5.18 Interim omgevingsverordening bepaald dat Gedeputeerde Staten in overleg met de regio's ten minste eens per bestuursperiode relevante prognoses en analyses opstellen, zoals in ieder geval een bevolkings- en woningbehoefteprognose, een prognose voor de ruimtebehoefte aan bedrijventerreinen en een trendanalyse van de mobiliteitsontwikkeling, die richtinggevend zijn voor de gezamenlijk te maken afspraken. Verder is aangegeven dat de prognoses en analyses rekening houden met het principe van concentratie van verstedelijking. In paragraaf 3.5 is hier nader op ingegaan. Uit deze paragraaf blijkt dat de woningbouw voldoet aan de regionale woningbouwafspraken zoals die zijn gemaakt in het Afsprakenkader Wonen 2017.

Ad. 2. Stedelijk gebied Wat betreft het thema stedelijk gebied zijn de volgende aspecten van belang: Externe werking NNB Dit plan leidt niet tot een aantasting van ecologische waarden en kenmerken in het NNB 28

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

zodat dit aspect niet aan de orde is in dit bestemmingsplan. Windturbines Dit actualisatieplan maakt geen windturbines mogelijk. De regels zijn niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Veehouderij Dit aspect is niet aan de orde in dit plan. De regels zijn niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Duurzame stedelijke ontwikkeling Dit bestemmingsplan voorziet in een stedelijke ontwikkeling binnen het stedelijk gebied Eindhoven. De Interim omgevingsverordening geeft aan dat in deze gevallen in het bestemmingsplan onderbouwd moet worden dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en het een duurzame ontwikkeling is. In paragraaf 3.5.2 wordt uitvoerig ingegaan op de regionale woningbouwafspraken. Deze ontwikkeling voldoet hieraan. Kortheidshalve wordt hiervoor naar deze paragraaf verwezen. Daarnaast voorziet dit bestemmingsplan in een duurzame stedelijke ontwikkeling. Het betreft hier een uitbreiding van een bestaande woonwagenlocaties, waarbij de groenstructuur in de nieuw situatie kwalitatief beter is dan in de huidige situatie. Hiervoor wordt naar paragraaf 3.8 verwezen. Gesteld kan worden dat sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Zoals uit hoofdstuk 5 blijkt, voorziet dit plan ook in voldoende waterberging. Ad. 3. Stalderingsgebied Het plangebied is aangeduid als een stalderingsgebied waarbinnen regels gelden voor hokdierhouderijen.

Dit is in dit bestemmingsplan niet aan de orde. Ad. 4 Norm wateroverlast Stedelijk gebied Het waterschap is in de Interim omgevingsverordening aangewezen als beheerder van het regionale watersysteem met de daarbijbehorende regels waaraan voldaan moet worden. Deze regels zijn niet van toepassing voor dit plan. Geconcludeerd kan worden dat dit bestemmingsplan voldoet aan de regels van de Interim omgevingsverordening.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Interimstructuurvisie 2009

In december 2009 is de Interimstructuurvisie 2009 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de Interimstructuurvisie 2009 geeft de gemeenteraad invulling aan de ambitie om Eindhoven door te ontwikkelen in zijn kwalitatief hoogwaardige combinatie van wonen, werken en groen. De nadruk ligt daarbij ook op leefbaarheid en bereikbaarheid. Als kerngemeente van Brainport Zuidoost Brabant stuurt Eindhoven aan op het bieden van ruimte aan een krachtige ontwikkeling van deze economische kernzone, een hoge kwaliteit van de leefomgeving en aandacht voor sociale betrokkenheid en ondernemend burgerschap tot op buurtniveau. Op deze wijze geeft de raad invulling aan het begrip duurzame ruimtelijke kwaliteit. 3.4.1.1 Ruimtelijke hoofdstructuur De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de ontwikkelingen ten opzichte van de ruimtelijke hoofdstructuur. Met andere woorden de kaart geeft de ontwikkelingen aan binnen de hoofdstructuur.

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

29

Figuur: Ruimtelijke hoofdstructuur Interimstructuurvisie Eindhoven 3.4.1.2 Gebruik van de ruimte De Interimstructuurvisie is het resultaat van de integratie van de ruimtelijk relevante raadsprogramma's die tot medio 2009 zijn vastgesteld. Dit is onder andere verbeeld in een kaart die inzicht biedt in de verdeling van het actuele en gewenste grondgebruik.

Figuur: Gebruik van de ruimte Interimstructuurvisie Eindhoven 30

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

Onderhavig plangebied is op de kaart 'Gebruik van de ruimte' uit de Interimstructuurvisie aangeduid als 'Wonen'. Deze gronden zijn voornamelijk bedoeld voor wonen, inclusief alle afgeleide wijk- en buurtgerichte functies op het gebied van (middelbaar-/ basis-)onderwijs, zorg, opvang, cultuur, religieuze voorzieningen, ontspanning en vrije tijd, groen (o.a. buurt- en wijkparken, sportfaciliteiten en –velden, buurtontmoetingsruimten), detailhandel en werken (woonwerkcombinaties en kleine bedrijven met milieucategorie 1, 2 en gedeeltelijk 3). Deze functies zijn noodzakelijk voor het functioneren van een gebied als woongebied. Zij vallen dus onder deze definitie en worden niet afzonderlijk in beeld gebracht, mede omdat hun ruimtebeslag relatief beperkt is. Voorliggend plan omvat de realisatie van enkele woonwagenstandplaatsen en is daarmee passend binnen het in de interimstructuurvisie aangewezen ruimtegebruik ten behoeve van wonen.

3.4.2

Ontwerp Omgevingsvisie Eindhoven

Het aantal inwoners en bedrijven in Eindhoven neemt toe. Dat leidt tot een grote vraag naar ruimte voor wonen, werken en voorzieningen. Hoe we daarmee omgaan, staat beschreven in de omgevingsvisie voor Eindhoven. De visie geeft antwoord op de vragen: Welke stad willen we zijn? Welke stad zijn we op dit moment? Waar moeten we aan werken? En: Hoe gaan we samen werken aan die opgaven? Samen met de stad heeft de gemeente Eindhoven een omgevingsvisie opgesteld. Via diverse werksessies en het digipanel hebben met ons meegedacht: inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, GGD, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, woningcorporaties, projectontwikkelaars, investeerders en andere overheden (buurgemeentes, provincie, rijk). Het ontwerp heeft tot en met 29 januari 2020 ter inzage gelegen. Na eventuele aanpassingen wordt de omgevingsvisie samen met de Nota Zienswijzen opnieuw besproken door het college en vervolgens ook door de gemeenteraad. De gemeenteraad zal de omgevingsvisie (naar verwachting) rond mei 2020 behandelen voor vaststelling.

3.5

Volkshuisvesting

3.5.1

Rijksbeleid

In 1999 is de Woonwagenwet ingetrokken en werd het woonwagenbeleid gedecentraliseerd. De afgelopen jaren heeft zich een aantal instanties uitgesproken over het mensenrechtelijk kader dat voor woonwagenbewoners geldt. Zij stellen dat het beleidskader dat ontwikkeld is bij de intrekking van de Woonwagenwet niet meer voldoet. In mei 2017 heeft de Nationale ombudsman een rapport uitgebracht waarin hij stelde dat het Rijk en de gemeenten het recht van woonwagenbewoners om te leven volgens hun culturele identiteit onvoldoende erkennen en faciliteren. Het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid (juli 2018) reikt gemeenten de kaders aan waarmee zij het lokale woonwagenbeleid binnen het mensenrechtelijke kader kunnen ontwikkelen. Het biedt bouwstenen die gemeenten kunnen gebruiken om invulling te geven aan het gemeentelijke huisvestingsbeleid voor woonwagenbewoners. Uitgangspunt hierbij blijft dat huisvestingsbeleid een primaire verantwoordelijkheid van de gemeente is. De gemeente is bij uitstek de bestuurslaag die lokaal afwegingen kan maken op basis van de lokale behoefte. De visie die ten grondslag ligt aan dit nieuwe beleidskader heeft als kern inzake huisvesting het beschermen van woonwagenbewoners tegen discriminatie, het waarborgen van hun mensenrechten en het bieden van rechtszekerheid en duidelijkheid.

Concreet betekent dit het volgende: vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

31

De gemeente stelt het beleid voor woonwagens en standplaatsen vast als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid; Het beleid dient voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners; Hiervoor is nodig dat de behoefte aan standplaatsen helder is; Corporaties voorzien in de huisvesting van woonwagenbewoners voor zover deze tot de doelgroep behoren; De afbouw van standplaatsen is niet toegestaan (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) zolang er behoefte is aan standplaatsen; Een woningzoekende woonwagenbewoner die dit wenst, heeft binnen een redelijke termijn kans op een standplaats.

3.5.2

Regionaal beleid

De negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven(SGE) staan samen aan de lat om een woon- en leefklimaat van hoge kwaliteit te realiseren en de veranderende kwalitatieve en kwantitatieve vraag zo goed mogelijk te bedienen. Dit is een voorwaarde voor een aantrekkelijke vestigingsplek voor nieuwe inwoners en om te kunnen blijven concurreren met andere (inter)nationale topregio's. Dit gaat niet alleen. We hebben elkaar maar vooral bewoners en partners, zoals corporaties, ontwikkelaars, beleggers, bouwondernemingen en makelaars, nodig. Die investeren mee in de kwaliteit van de regio en het woonklimaat. Als samenwerkende partners in een creatieve regio zoeken we daarbij ook naar mogelijkheden om innovaties in het bouwproces te realiseren.

Het Regionaal Ruimtelijk Overleg (gemeenten, provincie) heeft op 13 december 2017 het 'Afsprakenkader Wonen 2017' bekrachtigd dat door de afzonderlijke negen gemeenteraden is vastgesteld. Hierin zijn o.a. de volgende afspraken over woningbouwontwikkelingen opgenomen: 1. We geven ruim baan aan initiatieven die uitgaan van herstructurering, transformatie en inbreiding. Dit betreft de locaties binnen het stedelijk gebied zoals dat is aangegeven in de provinciale interimverordening. 2. Alle overige initiatieven stemmen we op elkaar af, waarbij geldt dat we geen nieuwe uitleglocaties ontwikkelen, tenzij…….Het regionaal portefeuillehoudersoverleg neemt hierover een unanieme beslissing. Uitleglocaties liggen buiten het stedelijk gebied zoals aangegeven in de interimverordening. 3. In principe beschouwen we de kwantitatieve provinciale prognoses 2017 als richtinggevend op het niveau van het Stedelijk Gebied. Hierbij maken we zo optimaal mogelijk gebruik van de ruimte die de Brabantse Agenda Wonen biedt. Door de woningbouwontwikkelingen goed te monitoren kunnen we ingrijpen op het moment dat dat nodig is en voorkomen we dat goede plannen voor de korte termijn (2021) worden tegengehouden op basis van de programmering op langere termijn (2030). Hierdoor ontstaat meer ruimte om snel in te kunnen spelen op marktontwikkelingen. 4.

Het Stedelijk Gebied Eindhoven heeft een bestuursopdracht voor de aanpak van een negental majeure projecten gegeven. Het onderdeel programmering kan echter volgens het coördinatieteam op dit moment niet voldoende worden uitgewerkt. Hiervoor heeft zij kaders in de vorm van een regionale visie op wonen en bijbehorende marktonderzoek(en) nodig. Het merendeel van de majeure projecten kan daar niet op wachten omdat er enerzijds behoefte is aan deze woningen en anderzijds bestemmingsplannen geactualiseerd, gewijzigd dan wel opgesteld moeten worden. Daarom is in het portefeuillehoudersoverleg van 26 oktober en 21 december 2017 besloten het onderdeel programmeren, voor nu uit de Bestuursopdracht te halen en ten aanzien van de locaties planologische voorwaarden in de nieuwe bestemmingsplannen mee te geven. In het Afsprakenkader 2017 is aangegeven welke plannen regionaal afgestemd worden. Een 32

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

nieuw bestemmingsplan dat meer dan 75 woningen in stedelijke kernen of 25 woningen in landelijke kernen mogelijk maakt, dient regionaal afgestemd te worden. Via het coördinatieteam worden deze plannen aan het portefeuillehoudersoverleg voorgelegd. De provincie ziet er op toe dat de plannen regionaal afgestemd worden. Wanneer bij het vooroverleg blijkt dat dat niet het geval is worden de plannen door de provincie niet in behandeling genomen. Onderhavige ontwikkeling voorziet in 4 woonwagenstandplaatsen. Dit past binnen de kwantitatieve prognose voor Eindhoven. Bovendien is de locatie gelegen binnen het 'bestaand stedelijk gebied' zoals aangegeven in de provinciale Verordening ruimte Noord-Brabant. Daarmee past het binnen de afspraken voor woningbouwontwikkelingen.

3.5.3

Lokaal beleid

Woonvisie De Woonvisie is op 15 december 2015 vastgesteld. In de woonvisie gaat de gemeente in op haar ambities op het gebied van bouwen en wonen. Daarmee maken we de richting waarin we ons willen ontwikkelen duidelijk aan de stad, haar bewoners en alle partijen die een rol spelen in de verdere ontwikkeling van de stad. Ambitieuze stad Eindhoven groeit en dat creëert een nieuwe vraag naar wonen. Eindhoven wil verder verstedelijken. Onder stedelijkheid verstaan we een gemengde en gevarieerde omgeving waar mensen wonen, werken en elkaar ontmoeten. En een stad die tegelijk ook groen en gemoedelijk blijft. We staan voor de unieke kans om de stad als geheel, en het gebied binnen de Rondweg in het bijzonder, de komende jaren te laten groeien. We verwachten dat het inwonersaantal van Eindhoven de komende 10 jaar fors zal toenemen, harder dan de prognoses nu voorspellen. De bijzondere bevolkingsopbouw van Eindhoven (een relatief jonge bevolking) draagt daaraan bij. Die groei moet ook op het vlak van wonen gefaciliteerd worden. Tot 2030 willen we minstens twee derde van de extra woningcapaciteit binnen de Rondweg realiseren. Voor het gebied binnen de Rondweg staan met projecten als Strijp S, Stationsomgeving, NRE en Philips Lighting in deze periode al circa 5.000 nieuwe woningen in de planning.

Daarnaast is de wens dat boven winkels wooneenheden worden gerealiseerd en kantoren worden omgebouwd tot woningen. Hierin is de markt aan zet. Eindhoven formuleert in deze Woonvisie geen concreet woningbouwprogramma, gegoten in cijfers en categorieën. Dat zou niet passen bij de rol van een gemeente anno 2015. We willen ruimte geven aan de markt om gewenste ontwikkelingen te realiseren. Zonder op voorhand aan te geven wat-waar-wanneer gebouwd moet worden. Dat doen we door gebruik te maken van een model voor de onderbouwing van de wenselijkheid van nieuwe initiatieven. Daarin vragen we van initiatiefnemers (projectontwikkelaars, corporaties, gemeentelijke grondexploitaties) om in te gaan op een aantal punten zoals bijvoorbeeld het marktsegment, het woonmilieu en de periode van oplevering. Solidaire stad Wij willen dat Eindhoven een samenleving is, waarvan iedereen onderdeel is. De meeste inwoners kunnen zelfstandig hun plaats vinden in die samenleving, sommigen hebben een steuntje in de rug nodig. We zorgen dat er voor hen een vangnet is. We hebben oog voor mensen in lastige situaties: asielzoekers, daklozen, mensen in psychische nood en ex-gedetineerden. Door de decentralisatie in de zorg moeten meer mensen met een beperking een plek in de wijk vinden. De vergrijzing zet de komende jaren stevig door. Veel ouderen, met of zonder zorgvraag, zullen langer thuis blijven wonen.

Het is belangrijk dat er voor al deze mensen een plek blijft op de woningmarkt. Concentratie in bepaalde wijken is ongewenst.

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

33

De sociale woningvoorraad is onderdeel van de sociale basisinfrastructuur. In theorie is in Eindhoven de sociale woningvoorraad in balans met de doelgroep. Twee ontwikkelingen vragen echter om aandacht: de samenstelling van de sociale woningvoorraad en de positie van de 13.500 huishoudens met een middeninkomen. Met de inwerkingtreding van de nieuwe woningwet 2015 moeten woningcorporaties hun woningen 'passend toewijzen'. Minimaal 80% van de vrijkomende sociale huurwoningen moet aan huishoudens met een laag inkomen worden toegewezen. Daarnaast is er ruimte om 10% van de woningen toe te wijzen aan huishoudens met een middeninkomen. De resterende 10% sociale huurwoningen mogen woningcorporaties vrij toewijzen, maar daarbij moeten zij wel voorrang geven aan mensen die door bijvoorbeeld fysieke of psychische beperkingen moeilijk aan voor hen passende huisvesting kunnen komen. Het aantal eenpersoons- en tweepersoonshuishoudens groeit. Dit betekent een grote uitdaging. Niet alleen in woonwensen maar ook in betaalbaarheid, want alleen wonen is relatief duur. We zetten in op transformatie en ander gebruik. Bij de transformatie van grotere kantoren, zorg- en onderwijsgebouwen kunnen (collectief) particulier opdrachtgeverschap en nieuwe woonconcepten een oplossing bieden.

Ook het gebruik van eengezinswoningen door bijvoorbeeld twee eenpersoonshuishoudens, met name in het gebied buiten de Rondweg, behoort tot de mogelijkheden. Innovatieve stad We gaan partijen uitdagen om klantgeoriënteerd, sneller, goedkoper en duurzamer te produceren. En ook in de aanpak van de bestaande voorraad en in de transformatie van kantoren en zorggebouwen is er een grote behoefte aan vernieuwing en aan creatieve, betaalbare oplossingen. Een andere ontwikkeling is het zogenaamde flexwonen. Tot voor kort kende de woningmarkt een vrij overzichtelijk aanbod: koop- of huurwoningen, zelfstandige of onzelfstandige woonruimten, grondgebonden woningen of appartementen. Maar de vraagkant is de afgelopen jaren sterk veranderd. Er komen steeds meer groepen die behoefte hebben aan tijdelijke woonruimte. Denk bijvoorbeeld aan studenten, expats, arbeidsmigranten, mensen die een echtscheiding achter de rug hebben, ex-gedetineerden en mensen die uit een opvangvoorziening komen. Deze mensen zijn op zoek naar goede tijdelijke huisvesting, met passende voorzieningen, die snel beschikbaar is en tegen een prijs die past bij hun budget. Dit flexwonen wordt een belangrijke nieuwe woonvorm in Eindhoven. Het biedt tevens kansen voor de transformatie van leegstaand vastgoed.

Verder willen we in de koopsector dat inwoners zoveel mogelijk invloed hebben op hun eigen woning en woonomgeving, bijvoorbeeld door het stimuleren (collectief) particulier opdrachtgeverschap. En we willen dat zelf bouwen niet alleen bereikbaar is voor de huishoudens met een hoger inkomen. Ook in de huursector is er sinds de herziening van de Woningwet meer aandacht voor mede-eigendom en zelfbeheer, bijvoorbeeld via het model van wooncoöperaties. Wooncoöperaties zijn een soort tussenvorm van huur en koop. Samen met de corporaties willen we de vraag naar deze eigendoms- en beheervorm en de mogelijkheden in Eindhoven onderzoeken. Herijking Woonwagenbeleid Gemeente Eindhoven 2017 In Eindhoven is de afgelopen decennia veel inzet gepleegd op de woonwagenlocaties. Het actuele woonwagenbeleid is vastgelegd in de Herijking Woonwagenbeleid Gemeente Eindhoven 2017. Het doel van deze herijking is om een realistisch, uitvoerbaar en integraal woonwagenbeleid te ontwikkelen. De herijking geeft een beschrijving van de stand van zaken in het woonwagendossier en van het gevoerde proces. De uitbreiding van de locatie Alblasstraat door de realisatie van drie nieuwe woonwagenstandplaatsen en het legaliseren van een gedoogde standplaats is in het beleid opgenomen.

34

vastgesteld V Kerkdorp Acht 2007 (woonwagenlocatie Alblasstraat) Gemeente Eindhoven

3.5.4

Kamerverhuur en woningsplitsing

Op 12 juni 2018 heeft de gemeenteraad het paraplubestemmingsplan 'parkeren, kamerverhuur en woningsplitsing' vastgesteld. Tot het moment van inwerkingtreding van dit paraplubestemmingsplan, werd via de huisvestingsverordening voorkomen dat woningen zonder vergunning werden gesplitst, omgezet, onttrokken en samengevoegd. Hoewel kamerverhuur en woningsplitsing verschillend zijn en andere toetsingskaders kennen, hebben beiden wel een zelfde soort ruimtelijk effect op de omgeving en is het wenselijk om deze initiatieven soortgelijk te reguleren in bestemmingsplannen. Door de regeling in het paraplubestemmingsplan wordt kamerverhuur en woningsplitsing voortaan via één vergunning (omgevingsvergunning) geregeld. Deze regeling moet in opvolgende bestemmingsplannen zoals het onderhavige worden overgenomen om geldend te blijven voor het betreffende plangebied. Om die reden is de regeling uit dit paraplubestemmingsplan in dit bestemmingsplan overgenomen.

3.6

Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1

Archeologie

De gemeente Eindhoven heeft eigen archeologiebeleid, als uitwerking van het nationale en provinciale beleid. Dit beleid staat in het 'Beleidsplan archeologie Eindhoven en Helmond 2008-2012' , dat de raad in september 2008 heeft vastgesteld. De gemeente neemt de verantwoordelijkheid voor het bodemarchief zelf ter hand door te investeren in kerntaken en opbouw van expertise. De gemeente kent archeologische waarden daterend uit de prehistorie en de Romeinse tijd. Het gemeentelijk bodemarchief herbergt tevens fundamentele gegevens over de geschiedenis van stad en platteland gedurende en na de middeleeuwen. Deze gegevens zijn van groot belang voor de reconstructie van het verleden, temeer omdat archivalische bronnen in Eindhoven nagenoeg ontbreken. De archeologische gebieden binnen de gemeente Eindhoven staan aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, onderdeel van de gemeentelijke cultuurhistorische waardenkaart. Het beleid is om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen in de ondergrond en daarbij uit te gaan van de gemeentelijke archeologische waardenkaart. Voorliggend plangebied is op de gemeentelijke archeologische waarenkaart niet gekenmerkt als archeologisch waardevol gebied of als archeologisch verwachtingsgebied.

Het aspect archeologie levert dan ook geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel geldt ten aanzien van archeologie een meldingsplicht voor archeologische toevalvondsten. Mochten tijdens werkzaamheden archeologische restenworden aangetroffen dan dienen deze (op grond van de meldingsplicht in artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016) direct gemeld te worden aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (eventueel via de Afdeling Omgevingskwaliteit van de gemeente Eindhoven). Vervolgens zal bepaald worden of en zo ja welke aanvullende maatregelen getroffen worden. 3.6.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11742625/1