CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Bestemmingsplan 'Flight Forum 2020

Raadsvergadering 12 oktober 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Tot vaststelling bestemmingsplan Flight Forum 202028.189 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Omdat het hier om ruimtelijke projecten en activiteiten gaat, richten wij ons op de ruimtelijke component van deze basisbehoeften. We hebben het dan over klimaatadaptatie; gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid; openbare ruimte om te ontmoeten en bewegen; bereikbaarheid van voorzieningen en het betrekken van bewoners bij projecten. Daarnaast spelen de sociale menselijke basisbehoeften wel een rol bij de aanschaf van materialen en diensten (we willen dat er maatschappelijk verantwoord ingekocht wordt). 4A) Klimaatadaptatie Extreme regen en onweersbuien, hittegolven en droogte komen steeds vaker voor. In het Klimaatplan 2016-2020 is de ambitie opgenomen dat de gemeente Eindhoven in 2020 klimaatrobuust handelt en dat de gehele stad in 2050 klimaatrobuust is. Met de beleidsregel 'Klimaatrobuust' beogen we in Eindhoven risico op schade in de nabije toekomst te beperken. Nieuwe (her)inrichtingen en ruimtelijke ontwikkelingen in de openbare en de private ruimte, waarbij de gemeente een rol heeft, worden voortaan aan de hand van deze beleidsregel ontwikkeld. We hanteren als uitgangspunt de voorkeursvolgorde gebruiken, vasthouden (infiltreren), vertragen en afvoeren van hemelwater. Groene maatregelen worden hierbij beloond met een lagere bergingsnorm en dragen tevens bij aan het voorkomen van hittestress.

4B) gezonde verstedelijking Hieronder verstaan we: gezonde lucht, bodem en water; beperkte geluidsoverlast; externe veiligheid en mogelijkheden om te bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte 4C) participatieve stad, betrokkenheid van burgers en bereikbare voorzieningen We betrekken onze inwoners graag bij de ontwikkelingen en veranderingen die hen aangaan. Dit leidt tot meer draagvlak en betere eindresultaten. Onze ambities op gebied van duurzame mobiliteit mogen niet leiden tot een geringere bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen. Specifiek Eindhovens Daarnaast is er nog een aantal factoren die we specifiek op dit moment en in deze stad belangrijk vinden en die we extra waarderen. Het gaat dan om de zichtbaarheid van de duurzame successen, de duurzaamheid van de betrokken partijen zelf (hun MVO beleid) en 58

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

het aansluiten bij het DNA van Eindhoven: TDK (technologie, design en kennis). Wat dat laatste betreft sluit innovatie daar dus goed bij aan. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen MVO is een integrale visie op een duurzame bedrijfsvoering. Een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt, maakt bij iedere bedrijfsbeslissing een afweging tussen de verschillende maatschappelijke en economische effecten hiervan, en houdt hierbij rekening met stakeholderbelangen. Elke bedrijfsbeslissing heeft immers invloed op de stakeholders (belanghebbenden) van een bedrijf. Dat kunnen medewerkers of klanten zijn, maar bijvoorbeeld ook omwonenden, leveranciers, investeerders en ook 'de maatschappij' in algemene zin. 4.6.1

Planbeschrijving

Bedrijventerrein Flight Forum is een traditioneel bedrijventerrein dat zijn aansluiting vindt bij het vliegveld Eindhoven. Op het gebied van duurzaamheid is er voornamelijk rekening gehouden met groen in het plangebied. Zo is er om het bedrijventerrein heen een groene strook aanwezig en is er ook tussen de verschillende clusters en wegen veel groen gerealiseerd op Flight Forum. Daarnaast biedt het bedrijventerrein volop kansen voor opwekking van zonne-energie waarmee voor een groot deel in de eigen energiebehoefte (elektra) kan worden voorzien. Verder zijn er geen specifieke acties en regels ten behoeven van duurzaamheid opgenomen in dit actualiseringsplan.

4.7

Bodem

De bodemkwaliteit dient de beoogde bestemmingen (bedrijventerrein en kantoren) niet te belemmeren. Binnen dit actualiseringsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Er zal dan ook geen grootschalige bodem-aantasting plaatsvinden. In het verleden zijn in het plangebied een aantal verontreinigingen gesaneerd welke gerelateerd waren aan het (voormalige) gebruik van de locatie. Voor het overige zijn er geen bodemverontreinigingen van betekenis aanwezig, die een belemmering vormen voor dit plan. In geval van nieuwe activiteiten zal ter plaatse een bodemonderzoek plaatsvinden en dient rekening te worden gehouden met niet gesprongen explosieven.

4.8

Natuur

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) en het bijbehorende Besluit natuurbescherming (Bnb) en de Regeling natuurbescherming (Rnb) in werking getreden. Door de inwerkingtreding van deze wet zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet komen te vervallen. Het is de bedoeling dat deze nieuwe wet en de bijbehorende Bnb en Rnb uiteindelijk opgaan in de nieuwe Omgevingswet waarvan verwacht wordt dat die in 2021 in werking treedt. Met het van kracht worden van deze wet komen vrijwel alle verantwoordelijkheden bij de provincies te liggen.

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

59

4.8.1

Wet natuurbescherming

De nieuwe wet beoogt zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de Europese kaders (o.a. vastgelegd in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn). Volgens de wetgever is hiermee sprake van een hoog beschermingsniveau van de natuur. De Europese beschermingskaders zijn met het oog op een goede doorwerking en duidelijkheid over de consequenties daarvan zo veel mogelijk één-op één opgenomen in de wet zelf. Alleen voor zover nodig voor een adequate bescherming van natuurwaarden die niet beschermd worden door Europese regelgeving, voorziet de Wnb in een aanvullende bescherming. Dit betreft bijvoorbeeld de bescherming van diersoorten die niet vallen onder de Europese beschermingskaders. De Wnb voorziet in een instrumentarium in de vorm van beheerplannen en programma's voor gebieden en soorten, teneinde de samenhang tussen gebieds- en soortenbescherming mogelijk te maken. Verder is gekozen voor één vergunning- en ontheffingprocedure en is tegen besluiten rechtsbescherming in twee instanties mogelijk. Zoals eerder al gezegd zijn de provincies in hoofdzaak verantwoordelijk voor de uitvoering van het natuurbeschermingsbeleid. Gelijktijdig met de in werkingtreding van Wnb veranderen de lijsten met beschermde soorten. Zo zijn een aantal plantensoorten (o.a. orchideeën) en insecten- en vissoorten (o.a. kleine modderkruiper en bittervoorn) niet langer meer beschermd.

Andersom zijn dieren die voorheen niet beschermd waren (o.a. haas, bosmuis en kleine ereprijs) nu wel beschermd. Voor de soorten die beschermd zijn geldt een verbod om die opzettelijk te verstoren als dat van wezenlijke invloed is op de gunstige staat van instandhouding. Door de integratie van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet in de nieuwe Wnb is er nog maar één natuurvergunning nodig van één bevoegd gezag. Wnb en onderscheid in gebieden De Wnb gaat uit van vijf gebiedssoorten te weten: Natura 2000-gebieden, het Natuur Netwerk Nederland, bijzondere nationale natuurgebieden, nationale parken, bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. De Wnb verplicht tot het tot stand brengen van het Natuur Netwerk Nederland en tot het aanwijzen van Natura 2000-gebieden, die beide van cruciaal belang zijn voor het nakomen van de verplichtingen uit de Habitatrichtlijn. Voor ruimtelijke ingrepen is met betrekking tot soortenbescherming een zorgvuldige aanpak is vereist met waar nodig onderzoek en een ontheffing. Daarnaast geldt er met betrekking tot grotere houtopstanden een kapmeldingsplicht en herplantplicht (voor kleinere houtopstanden geldt de Verordening Bomen (zie ook paragraaf 3.7.2.). De wet natuurbescherming is dus op verschillende aspecten van toepassing in dit plangebied.

Echter voorziet voorliggend actualiseringsplan niet in nieuwe ontwikkelingen of aanpassingen waarmee geen belemmeringen ten behoeve van de Wnd worden verwacht. 4.8.2

Stikstof

Te veel stikstofneerslag is slecht voor de natuur. Daarom is een natuurvergunning of een ander toestemmingsbesluit nodig voor activiteiten (bijvoorbeeld in de landbouw, woningbouw, wegenbouw of de industrie) waar stikstof bij vrij komt. Ook voor de bouw van de nieuwe woning of bedrijven of kantoren is het nodig inzicht te krijgen in de stikstofdepositie op in de omgeving van het plangebied gelegen Natura-2000 gebieden. Om een zorgvuldige afweging te maken bij nieuwe activiteiten wordt AERIUS Calculator ingezet. Hiermee kan berekend worden welke depositie een project veroorzaakt en op welke natuurgebieden die depositie neerslaat. Met het gebruik van AERIUS Calculator kunnen projecten doorgang vinden waar kan worden aangetoond dat een activiteit niet tot een toename van depositie leidt. Er is dan namelijk geen toestemming vereist voor het aspect stikstofdepositie. Daarnaast is het met AERIUS Calculator mogelijk om vergunningen aan te vragen op grond van intern salderen. Voorliggend plan betreft een actualiseringsplan. Er worden geen nieuwe ontwikkeling mogelijk gemaakt waardoor er geen invloed op natura 2000 gebieden plaatsvindt. 60

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

De beoogde ontwikkeling heeft geen nadelige effecten op de natuurwaarden in het plangebied en omliggende natuurgebieden. Conclusie Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB), een bijzonder nationaal natuurgebied en niet in de buurt van een Natura 2000-gebied, maar is wel van gemeentelijk belang. Binnen het plangebied is daarom de aanduiding ecologische verbindingszone opgenomen over het zuidelijke stuk natuur in het plangebied. Dit gebied vormt de grens tussen bedrijventerrein Flight Forum en de woonwijken Bos- en Zandrijk.

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

61

62

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 5

5.1

Waterparagraaf

Inleiding

Doel van de waterparagraaf is de component water in een zo vroeg mogelijk stadium een plaats te geven in het besluitvormingsproces voor ruimtelijke plannen. Daarin zijn zowel de actuele waterhuishouding in het plangebied beschreven als de watereisen waaraan ontwikkelingen (binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan) moeten voldoen. Ruimtelijke plannen moeten onder meer worden getoetst aan het criterium "hydrologisch neutraal" conform het landelijke en lokale waterbeleid. Het bestemmingsplan Flight Forum 2020 heeft een conserverend karakter. Mogelijke ontwikkelingen binnen de planperiode spelen zich daarom hoofdzakelijk af binnen bestaande (water)structuren. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder b en c van het Besluit ruimtelijke ordening.

5.2

Beleid

5.2.1

Rijksbeleid

In 2009 is de Waterwet in werking getreden. Deze wet regelt het beheer van oppervlakte- en grondwater en is gericht op de samenhang met de ruimtelijke ordening. De wet kent een vergunningstelsel (watervergunning). 5.2.1.1 Nationaal Waterplan 2016 - 2021 Op 10 december 2015 is het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en milieu. Voor wat de ruimtelijke aspecten betreft moet dit plan worden gezien als een structuurvisie en is het bindend voor het Rijk. Het Rijk is verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. Het waterplan beschrijft de strategische doelen voor het waterbeheer. De condities en maatregelen voor het bereiken van deze doelen staan beschreven in het 'Beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren' van Rijkswaterstaat. Lagere overheden dienen het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 in hun beleid te verwerken. 5.2.2

Provinciaal beleid

5.2.2.1 Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016 - 2021 (hierna: PMWP) is op 18 december 2015 door Provinciale Staten vastgesteld. Het plan staat voor het samen werken aan een provincie waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving en waarin de zorg voor een duurzaam schone en veilige fysieke leefomgeving centraal staat. De agenda van Brabant plaatst provinciaal beleid in dienst van gezondheid, biodiversiteit, sociale ontwikkeling en een innovatieve, duurzame economie. Het PMWP integreert de milieu- en de wateropgave en het zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten. Behalve het PMWP is er een provinciaal natuurbeleidsplan (Brabant Uitnodigend Groen), een energieplan (Energieagenda) en is er beleid om de Brabantse agrofoodsector duurzaam te maken (Uitvoeringsagenda Brabantse Agrofood). Het PMWP vult deze plannen aan daar waar er grote raakvlakken zijn met het milieu- en waterbeleid. Gedacht kan dan worden aan de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS). Op deze manier wordt gewerkt aan een integrale benadering van de duurzame fysieke leefomgeving. Wettelijke taken De wettelijke taken op het gebied van milieu en water worden zorgvuldig uitgevoerd. Voor de vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

63

vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen het omgevingsrecht besteedt de provincie de uitvoering van taken uit aan de drie Brabantse omgevingsdiensten. De gemeente Eindhoven valt onder het werkgebied van de Omgevingsdienst Oost Brabant (ODZOB). Afstemming vindt plaats in het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht. De provincie bereid zich voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Integrale en gezamenlijke aanpak Provincie en partners blijven samenwerken (lokaal, regionaal, nationaal en internationaal). De provinciale rol hangt af van het onderwerp en van de onzekerheid die er is over doel en route. De provincie werkt waar mogelijk gebiedsgericht samen en dat moet uiteindelijk vanzelfsprekend worden. Daarbij worden alle belangen zoveel mogelijk meegenomen. De provincie nodigt de Brabantse partners (gemeenten, waterschappen, terreinbeheerders, bedrijven en maatschappelijke organisaties) uit om een gezamenlijke klimaatagenda voor Brabant op te stellen. De provincie heeft daarbij de rol van kennismakelaar en verbinder (integratie van projecten en uitrol van goede voorbeelden. In de klimaatagenda worden gezamenlijke ambities en maatregelen vastgelegd. Ook op Europees niveau blijft de provincie samenwerken aan de milieu- en wateropgaven.

Bij grote ruimtelijke en infrastructurele werken wordt gezocht naar oplossingen met minder milieueffecten, bijvoorbeeld door de hoogwaardige inzet van secundaire materialen. Groene inpassing krijgt veel aandacht. De gronden en provinciale wegen die bij de provincie in bezit zijn worden beheerd op een natuur- en milieuvriendelijke manier. De provincie brengt de duurzaamheidsaspecten van nieuwe grote projecten en programma's bij aanvang in beeld middels een duurzaamheidsscan. De provincie gaat verder met het Programma DuurzaamDoor. Provincie en partners kijken samen wie welke rol kan oppakken bij het stimuleren van gedrag dat bijdraagt aan gezondheid, veiligheid en groene groei in relatie tot milieu en water. 5.2.3

Beleid Waterschap

5.2.3.1 Waterbeheerplan 'Waardevol Water' Waterschap de Dommel heeft op 29 september 2015 het Waterbeheerplan “Waardevol Water” vastgesteld. Dit strategisch document dat op 1 januari 2016 in werking getreden beschrijft de doelstellingen voor de periode 2016-2021 en op welke wijze zij die wil bereiken. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Stroomgebiedbeheerplan de Dommel, het Nationaal en het Provinciaal Milieu- en Waterplan. Dit plan biedt ruimte voor initiatieven van derden en speelt in op kansen die zich in het waterschapgebied voordoen, waarbij de in het plan beschreven doelen leidend zijn. In de projecten zelf worden de doelen van het Waterbeheerplan uitgewerkt in concrete maatregelen. Het waterschap heeft de volgende uitgangspunten geformuleerd die richtinggevend zijn voor de plannen en oplossingen. Beekdalbenadering: ook al zijn de verschillen tussen stad en buitengebied groot toch maken zij deel uit van hetzelfde beekdal waar logische natuurwetten gelden. Door dit beekdal als groter geheel steeds voor ogen te houden, kan integraler en effectiever worden gewerkt. wel is samenwerking met andere overheden, waterpartners en inwoners daarbij essentieel. Water verbindt de stad met het buitgebied. De gebruiker centraal: de omgeving wordt op heel veel verschillende manieren gebruikt en de behoeften en belangen van de gebruikers veranderen continu.

Ook de waarde van water verandert mee en daarop moet worden ingespeeld. Samen sterker: door samen te werken met andere overheden en waterpartners, boeren en bedrijven en door samen oplossingen te zoeken en uitvoering te geven wordt het meest bereikt. Het waterschap wil daarin een inspirerende rol spelen en partijen daartoe de ruimte bieden. Door flexibel te zijn in de samenwerking met en rekening te houden met de inbreng en ideeën van andere partijen wordt de uitvoeringskracht versterkt. Gezonde toekomst: ook toekomstige generaties moeten over voldoende, veilig en schoon water. Ook in de maatschappij is het streven naar duurzaamheid steeds actueler en de 64

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

kringloopgedachte sluit hierop aan. Het waterschap ziet dit als een inspirerende uitdaging en wil mensen bewust maken van de waarde van water en het belang van een duurzaam gebruik ervan. 5.2.3.2 Keur Waterschap De Dommel 2015 De 'Keur Waterschap De Dommel 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap De Dommel. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunning verlening. 5.2.3.3 Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen is opgenomen in de Keur. In de Algemene Regels en in de Beleidsregels wordt nader beschreven en uitgewerkt waar dit voor staat en welke maatregelen er nodig zijn om daaraan te kunnen voldoen. Hieronder is een samenvatting voor Hydrologisch neutraal bouwen opgenomen.

Neerslag die op een onverharde bodem valt infiltreert voor een (belangrijk) deel in de bodem en komt dan uiteindelijk in het grondwater of via ondergrondse afstroming in een oppervlaktewaterlichaam terecht. Ter plaatsen van verhard oppervlak zal de neerslag niet of nauwelijks in de bodem dringen. Als het verhard oppervlak niet is aangesloten op de riolering, stroomt vrijwel al het water direct af naar het oppervlaktewatersysteem. Dit betekent dat het oppervlaktewatersysteem bij een flinke regenbui een grote afvoerpiek moet kunnen opvangen en dat infiltratie in de bodem niet of slechts beperkt kan plaatsvinden. Bij het afkoppelen van verhard oppervlak zal de neerslag die valt op de verharding niet meer worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering maar rechtstreeks op de ontvangende waterloop worden geloosd. Ook dit zorgt voor een versnelde en/of extra afvoer richting het ontvangende oppervlaktewater. Realisatie van nieuw verhard oppervlak en het afkoppelen van verhard oppervlak moet daarom zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd en optimaal worden ingepast in het bestaande watersysteem. Dit houdt in dat de aanvrager/initiatiefnemer voldoende compenserende maatregelen moet nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem na realisatie van de verharding voldoende robuust blijft. Hierbij wordt getoetst aan de trits “vasthouden-bergen-afvoeren”.

Wateroverlast door versneld afvoeren van verhard oppervlak moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit kan op twee manieren waarbij de voorkeur uitgaat naar zoveel mogelijk vasthouden aan de bron. Vasthouden kan door hergebruik of door het infiltreren van water in de bodem. Dit past het meest bij het principe hydrologisch neutraal ontwikkelen, zowel voor het ontvangend oppervlaktewatersysteem als het grondwatersysteem. Ingeval niet of onvoldoende kan worden geïnfiltreerd is een aanvullende voorziening die het water tijdelijk bergt noodzakelijk. Het gaat hier dan om een voorziening die er voor zorgt dat water in ieder geval niet versneld wordt afgevoerd. 5.2.4

Gemeentelijk beleid

5.2.4.1 Gemeentelijk Rioleringsplan (2019-2022) Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) verantwoordt aan de inwoners van Eindhoven de ambities en bijbehorende maatregelen en middelen op watergebied. In het GRP 2019 – 2022 wordt aangegeven op welke wijze er omgegaan wordt met de zorgplichten rondom afval-, hemel- en grondwater. Hiervoor zijn in het plan activiteiten opgenomen enerzijds gericht op het beheer en onderhoud en anderzijds op het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit en het hydraulisch functioneren van het rioolstelsel.

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

65

Speerpunt van het GRP is het inspelen op de klimaatverandering welke extreme regenbuien, langdurige droogteperiodes en hittestress met zich meebrengt. Hiervoor zijn uitgangspunten, richtlijnen en ontwerpnormen uit het klimaatplan 2016-2020 en de hierin benoemde beleidsregel ´Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen´ nader uitgewerkt. Concreet betekent dit dat voor het aspect water bij nieuwe ontwikkelingen 60mm berging gerealiseerd dient te worden over het totaal verhard oppervlak binnen het plangebied. Daarbij kan de waterbergingseis gereduceerd worden naargelang de hoeveelheid groen binnen datzelfde plangebied. Om initiatiefnemers te ondersteunen heeft de gemeente een website ontwikkeld waar de benodigde waterberging kan worden berekend en voorbeelden zijn beschreven om invulling te geven aan de opgave. 5.2.4.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging De voorwaardelijke verplichting waterberging regelt dat een nieuwe ontwikkeling ruimte binnen haar plangrenzen moet maken voor water(berging). Om te bepalen hoeveel ruimte er gemaakt moet worden is een rekentool ontwikkeld (https://rekentool.eindhovenduurzaam.nl). In de rekentool kun je de eigenschappen van je plan invullen (m2 dak, m2 groen, m2 verharding enz.) en daaruit volgt de waterbergingsopgave en opties voor de invulling daarvan.

Daarbij geldt: hoe 'groener' de ontwikkeling hoe minder ruimte er voor waterberging benodigd is en bij hele stenige oplossingen juist meer. In het paraplubestemmingsplan staat beschreven hoe de opgave berekend wordt. De uitkomst van de rekentool is de opgave en te downloaden en maakt onderdeel uit van de/het omgevingsvergunningsaanvraag/bestemmingsplantraject. Een nieuwe ontwikkeling wordt alleen goedgekeurd indien de waterbergingsopgave volledig is ingevuld en het dus duidelijk is hoe de ruimte voor water binnen dat plan gewaarborgd is (en blijvend kan functioneren). 5.2.5

Waterplan

Het Waterplan is een plan dat is opgesteld door de gemeente Eindhoven, Waterschap De Dommel, de provincie Noord-Brabant en het (drink)waterleidingbedrijf Brabant Water. Het plan omvat drie delen. Het "Visiedocument" (vastgesteld door de gemeenteraad op 26 januari 2004) geeft het gezamenlijke streefbeeld van de waterpartijen weer. De onderdelen "Taken en Bevoegdheden" en "Maatregelen" zijn achterhaald.

5.3

Beschrijving watersysteem plangebied

Een belangrijk actiepunt uit de “Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw”, zoals die op 14 februari 2001 is ondertekend door het Rijk, IPO, VNG en Unie van waterschappen, is het uitwerken en toepassen van de watertoets. Over de watertoets wordt in de overeenkomst het volgende gezegd: “De watertoets wordt vanaf heden toegepast door alle daartoe bevoegde overheden op nieuwe - vanuit waterhuishoudkundig oogpunt relevante - ruimtelijke plannen die nog niet voor inspraak ter inzage zijn gelegd of in het kader van artikel 10 BRO aan mede-overheden zijn aangeboden. De watertoets vormt een integrale toets op alle van belang zijnde waterhuishoudkundige aspecten (naast veiligheid en wateroverlast ook waterkwaliteit en verdroging), waarna, afhankelijk van de locatie, een bestuurlijke afweging van aspecten plaatsvindt”. Hieronder wordt afzonderlijk ingegaan op de oorspronkelijke situatie en voor de nieuwe situatie op oppervlaktewaterkwantiteit, riolering, oppervlaktewaterkwaliteit en grondwater. Oorspronkelijke situatie vóór de realisatie Flight Forum In het gebied is van oorsprong geen open water aanwezig. De waterhuishouding kenmerkt zich met name door infiltratie en oppervlakkige afstroming. Aan de oostzijde wordt het gebied begrensd door het Beatrixkanaal. Het gebied werd gebruikt voor landbouw en veeteelt. Er is in het verleden geen riolering in het gebied aangelegd.

Oppervlaktewaterkwantiteit en riolering 66

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

Bij de aanleg van nieuwbouwwijken worden door de waterbeheerders en de gemeente onder meer eisen gesteld aan de hoeveelheid regenwater per tijdseenheid die direct uit het gebied mag worden afgevoerd. Dit om te voorkomen dat door een versneld neerslag- afvoerproces piekafvoeren in benedenstrooms gelegen gebied problemen veroorzaken of verergeren. Voor Meerhoven is hiervoor een afvoer van 1 lit/s/ha aangehouden. In het globale bestemmingsplan Meerhoven worden de bestaande en toekomstige waterhuishoudkundige aspecten uitvoerig beschreven. Ten behoeve van de uitwerking van Flight Forum is een gedetailleerd waterhuishoudings- en rioleringsplan gemaakt. Dit plan is gebaseerd op het structuurplan Meerhoven. Het structuurplan is de basis geweest voor de waterparagraaf in het globale bestemmingsplan. Bij het opstellen van de plannen is het Waterschap De Dommel betrokken geweest. Voor de omgang met afstromend regenwater in (nieuw) stedelijk gebied hanteert het Waterschap de volgende voorkeursvolgorde: hergebruik; infiltreren (mits geen mobilisatie van vervuiling); afvoer naar oppervlaktewater; afvoer naar riolering via gescheiden stelsel. In het plan wordt geen hergebruik van water toegepast. Verder is de bovengenoemde voorkeursvolgorde aangehouden. Alleen het schone dakwater wordt geïnfiltreerd.

Het waterhuishoudings- en rioleringsplan voorziet verder in de aanleg van een verbeterd gescheiden stelsel voor de wegen en parkeerterreinen. De infiltratievoorzieningen kunnen het overtollige water overstorten op het RWA stelsel dat onder de wegen is aangelegd. Dit water stort over op een nieuwe sloot, “de Ecosloot” genoemd. Deze sloot voert het water vervolgens af naar Meerland waar het water gebufferd wordt. Bij een te groot aanbod aan hemelwater kan het water overstorten op het Beatrixkanaal. Voor de meest noordelijke cluster is een ontwerp gemaakt waarbij het water, dat niet kan infiltreren, via het RWA-stelsel zowel op de Ecosloot als op een sloot die als afvoer/buffer dient, afwatert. Deze sloot is een reeds bestaande sloot die is aangelegd ten behoeve van de afvoer van saneringswater en ligt ten noordwesten van Flight Forum en watert in extreme situaties af richting de terreinen van Defensie. Om te voorkomen dat deze overstorten regelmatig volkomen wordt het slootpeil beheerst middels een gemaal dat het water naar Meerland pompt. De poc (het eerste vuile water in het verbeterd gescheiden stelsel) en het vuilwater (huishoudelijk afvalwater) worden door het gemaal in Zandrijk verpompt naar het vrijvervalstelsel in De Hurk in Eindhoven.

Het waterschap heeft goedkeuring verleend aan het waterhuishoudings- en rioleringsplan en heeft ontheffing verleend voor het aanleggen van de Ecosloot en de benodigde overstorten vanuit het hemelwaterstelsel. Oppervlaktewaterkwaliteit De randvoorwaarden met betrekking tot waterkwaliteit hebben betrekking op twee aspecten. Enerzijds is het van belang te voorkomen dat het afstromende regenwater vervuild raakt en indien dit toch gebeurt dat het water op een correcte wijze wordt gezuiverd. Anderzijds is het tegengaan van een negatieve beïnvloeding van de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater van belang. Voor de behandeling van afstromend regenwater is een beslisboom opgesteld, waarmee, aan de hand van het type verharding en het gebruik, bepaald kan worden of bepaalde verharde oppervlakken kunnen worden afgekoppeld.

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

67

Waterschap De Dommel is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater in haar beheersgebied en stelt daarmee eisen aan de kwaliteit van het water dat geloosd wordt op wateren onder haar beheer. Doelstelling hierbij is dat de waterkwaliteit moet voldoen aan de kwaliteitseisen behorende bij de specifieke functiedoelstellingen (bijvoorbeeld viswater of waternatuur) en ten minste aan de grenswaarden volgens het Maximum Toelaatbaar Risico (MTR), vastgelegd in de 4e nota Waterhuishouding. Het Beatrix- kanaal wordt gebruikt voor de afvoer van afstromend regenwater. Het Beatrixkanaal is in de Keur niet nader beschreven. Dit houdt in dat er voor de waterkwaliteit geen aanvullende kwaliteitseisen zijn. Grondwater De randvoorwaarden voor grondwater vloeien voort uit landelijk en provinciaal beleid. Zo mag het realiseren van het bedrijventerrein niet leiden tot een blijvende verlaging van de grondwaterstand en dient de natuurlijke grondwateraanvulling zoveel mogelijk op peil te blijven. In het waterhuishoudkundig plan wordt zoveel mogelijk water geïnfiltreerd om zodoende te voorkomen dat er verdroging zal optreden. Het infiltratiesysteem is zo aangelegd dat bij hoge grondwaterstanden overlast zal worden voorkomen. Daarnaast wordt gesteld dat de aanleg van het bedrijventerrein niet mag resulteren in een verontreiniging van het grondwater.

Waterwingebied en boringsvrije zone Het gehele plangebied van het bestemmingsplan Flight Forum ligt binnen de boringsvrije zone van de grondwaterwinning Welschap. Sinds 1 januari 1996 vallen inrichtingen (bedrijven) alsmede niet inrichtingen (de zogenaamde werken) binnen de werkingssfeer van de Provinciale Milieuverordening Noord-Brabant (PMV). De boringsvrije zone is de zone waarbinnen de bodem, dieper dan 10 meter beneden maaiveld, niet zonder vergunning mag worden geroerd. Ingevolge de bestemmingsplanvoorschriften mogen ondergrondse parkeervoorzieningen worden gebouwd. Aan de diepte van deze voorzieningen wordt in de voorschriften een maximale diepte van 7 68

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

meter opgenomen. De notitie van de Provinciale Planologische Commissie “Bestemmingsplannen en grondwaterbescherming in Noord-Brabant”, gedateerd 11 juni 1997, geeft aan dat de PMV voldoende regels bevat ter bescherming van de boringsvrije zone indien in het algemeen geen bestemming binnen de zone wordt gelegd waarvoor de bodem dieper dan 10 meter beneden maaiveld moet worden geroerd. In een (ambtelijk) overleg met waterleidingsmaatschappij Brabant Water is aangegeven dat ter plaatse in geen geval grondwerkzaamheden mogen worden uitgevoerd dieper dan de scheidende Leemlaag van de Formatie van Kedichem-Tegelen. Laatstgenoemde laag ligt op een diepte van ca. 90 meter beneden maaiveld, hetgeen overeenkomt met een diepte van ca. NAP -70 meter. Gelet op deze diepte heeft de waterleidingsmaatschappij Brabant Water in principe geen bezwaar tegen grondwerkzaamheden dieper dan 10 meter beneden maaiveld, mits daartoe een ontheffing van de PMV wordt verkregen. Het is niet aannemelijk dat, gezien de maximale bouwhoogte (45m.) voor de bedrijfsbebouwing ter plaatse, er grondwerkzaamheden noodzakelijk zijn op een grotere diepte dan de eerdergenoemde scheidende leemlaag. Derhalve biedt de PMV voldoende regels ter bescherming van de boringsvrije zone. In artikel 4.1.

van de PMV is bepaald dat het verboden is in boringsvrije zones buiten inrichtingen boorputten op te richten, in exploitatie te nemen of te hebben dieper dan 10 meter onder het maaiveld, alsmede de grond dieper te roeren dan 10 meter onder het maaiveld of anderszins werken in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren; onder deze werken worden in elk geval verstaan ontgrondingen, bodemstabiliseringswerken, grond- en funderingswerken en het plaatsen en verwijderen van damwanden en heipalen. Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen voor het bepaalde in 4.1. Op de verbeelding en de regels is de aanduiding milieuzone-boringsvrije zone opgenomen ter bescherming van dit gebied.

5.3.1

Boringsvrijze zone (facultatief)

Het plangebied is tevens gelegen in een 'boringsvrije zone'. Een bestemmingsplan dat is gelegen in een 'boringsvrije zone' strekt mede tot het behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. Het is niet noodzakelijk om inhoudelijke bescherming via het ruimtelijke spoor op te nemen omdat in de Provinciale milieuverordening (PMV) al is voorzien in een systeem van melding van dergelijke activiteiten. Van opname in het bestemmingsplan van de boringsvrije zone gaat dan ook vooral een signalerende functie uit.

5.4

Toekomstige situatie van het watersysteem

Het betreft hier een actualiseringsplan, waarbij geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt en waarbij ook geen aanpassingen plaats vinden aan het watersysteem. 5.4.1

Advies / overleg Waterschap

P.M.

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

69

70

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 6

6.1

Juridische vormgeving

Algemeen

Het bestemmingsplan "Flight Forum 2020" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Waar dat noodzakelijk is wordt afgeweken van de standaard en is specifiek ingespeeld op de situatie binnen het onderhavige plangebied.

6.2

Planmethodiek

Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.

6.3

Verbeelding

Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.

6.4

Planregels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit is om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In "Artikel 1 Begrippen" wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels begrippen voorkomen die niet in dit artikel zijn opgenomen, dan geldt hiervoor de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In "Artikel 2 Wijze van meten" zijn de te gebruiken meetmethodes opgenomen. De regels bij de bestemmingen worden hierna afzonderlijk toegelicht. In geval meerdere dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen gelijktijdig van toepassing zijn op een gebied of in het geval dat er meerdere bepalingen van toepassing zijn binnen één bouwperceel, geldt dat deze bepalingen qua rangorde gelijk zijn aan elkaar. Dit betekent dat aan alle voorwaarden uit de relevante bepalingen voldaan moet worden. Logischerwijs heeft dit tot gevolg dat de meest beperkende bepaling geldt. Bestemming "Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen zonder LPG" (Artikel 3) Deze bestemming is gelegd op de in het plangebied gelegen tankstations zonder LPG-functie waar deze bestaand zijn, en voor zover dit mogelijk is vanuit het oogpunt van externe veiligheid en milieuhinder.

Bestemming “Bedrijventerrein” (Artikel 4)

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

71

Deze bestemming is toegekend aan de gronden en opstallen van bedrijven in het plangebied tot ten hoogste categorie (3.2) als bedoeld in de bij deze regels behorende “Lijst van bedrijfsactiviteiten". Deze lijst is gebaseerd op de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering”. Bedrijven die ingevolge de Wet geluidhinder geluidszoneringsplichtig zijn, zijn uitgesloten. Prostitutiebedrijven, seksinrichtingen en detailhandel zijn eveneens uitgesloten. Bepaalde vormen van detailhandel, met name perifere detailhandel zijn op basis van een nadere afweging toegelaten. Er kan ook meegewerkt worden aan de vestiging van bedrijven die niet voorkomen op de “Lijst van bedrijfsactiviteiten” maar die naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met bedrijven die wel zijn genoemd. De bouwvlakken zijn dusdanig gesitueerd dat enige uitbreiding van de bebouwing mogelijk is. Bestemming `Groen” (Artikel 5) Het groen dat in de uitwerking van het gemeentelijke Groenbeleidsplan is aangemerkt als "structureel groen op stedelijk niveau” en “structureel groen op wijk- en buurtniveau” is in het voorliggende plan expliciet voorzien van de bestemming `Groen´. Deze bestemming omvat ook kleinere waterpartijen. Bestemming `Kantoor” (Artikel 6) Deze bestemming is gelegd op specifieke kantoorvestigingen waarbij sprake is van meer dan beroepsuitoefening aan huis.

De grenzen van de bouwvlakken zijn ook in dit geval dusdanig gesitueerd dat enige uitbreiding van de bebouwing mogelijk is.

Bestemming "Natuur" (Artikel 7) Deze bestemming is toegekend aan die gebieden die zijn aangewezen in verband met het behoud, herstel en ontwikkeling van natuurwaarden en landschappelijke waarden;

Bestemming `Verkeer” (Artikel 8) Deze bestemming is geprojecteerd op de wegen die primair gericht zijn op de afwikkeling van het doorgaande verkeer.

Bestemming "Water" (Artikel 9) Binnen deze bestemming vallen de grotere oppervlaktewateren c.q. die oppervlaktewateren die een functie hebben in het watersysteem.

Dubbelbestemming "Leiding - Gas"(Artikel 10) Deze dubbelbestemming is gericht op de bescherming van een (ondergrondse) gastransportleiding.

Dubbelbestemmming "Leiding - Riool"(Artikel 11) Deze dubbelbestemming is gericht op de bescherming van een (ondergrondse)rioolleiding.

Onder de Algemene regels zijn opgenomen de Anti-dubbeltelregel, de Overige regels en de Algemene afwijkingsregels. Voorwaardelijke verplichting waterberging In de overige regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de aanleg van 72

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

waterberging bij de bouw van bouwwerken. Op grond van deze verplichting mag er alleen gebouwd worden als er voldoende waterberging is aangelegd, eventueel in combinatie met andere maatregelen die bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de stad. Deze verplichting is ontleend aan paragraaf 5.5 en de beleidsregel “Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen” in bijlage 5 van het Gemeentelijk Rioleringsplan Eindhoven 2019-2022 (verder: GRP). Bij bouwwerken met een oppervlakte van 150 m² of meer moet in principe een waterberging aangelegd worden tot 75 mm per m² oppervlakte van het bouwwerk. Voor bouwwerken met een oppervlakte tussen 50 m² en 150 m² geldt een lagere bergingseis: daar moet in principe worden voorzien in een waterberging tot 25 mm per vierkante meter bouwoppervlakte. In groenarme gebieden geldt een hogere eis, omdat daar een grotere opgave ligt. Een deel van de vereiste waterberging kan worden gecompenseerd met andere maatregelen die in lijn zijn met het beleid voor klimaatadaptatie, dat is beschreven in de beleidsregel Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld het aanplanten van nieuwe bomen (die zorgen voor vasthouden van regenwater en beschaduwing) of het aanleggen van gevelgroen.

De exacte omvang van de benodigde waterberging en de omvang van andere maatregelen is sterk afhankelijk van de kenmerken van het bouwplan en de locatie. De wijze waarop de benodigde maatregelen moeten worden bepaald, is uitgewerkt in de genoemde beleidsregel. De gemeente heeft een rekentool beschikbaar gesteld waarmee initiatiefnemers eenvoudig kunnen nagaan wat de omvang van de maatregelen moet zijn, op basis van een aantal gegevens van hun initiatief en de locatie. Deze rekentool is te raadplegen op https://rekentool.eindhovenduurzaam.nl. De rekentool is dynamisch van aard, dat wil zeggen dat deze kan worden aangepast. In de Overgangs- en slotregels zijn het Overgangsrecht en de Slotregel opgenomen. Voorts zijn aanduidingen opgenomen voor: 1. Monumenten (zowel rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten); voor de desbetreffende panden zijn de Monumentenwet dan wel de gemeentelijke monumentenverordening van toepassing; 2. Grondwaterbeschermingsgebied; voor de gronden in kwestie zijn de desbetreffende bepalingen van de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant van toepassing.

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

73

74

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 7

Handhaving

Handhavingsnota Leefomgeving 2018-2021 In Eindhoven streven we naar een aantrekkelijke stad waar inwoners en bezoekers zich welkom, thuis en veilig voelen. Voor het behoud van een prettige leefomgeving zijn regels nodig. Het voorkomen van overtredingen en de bereidheid om regels na te leven heeft een hoge prioriteit. Hoe dit wordt vormgegeven staat in de 'nota Handhaving Leefomgeving 2018-2021'. De nota is op 27 februari 2018 door het college vastgesteld. Het is een integraal beleidsplan waarin op hoofdlijnen de keuzes voor het handhaven van de fysieke leefomgeving staan beschreven. Op basis van de nota wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld waarin de aanpak wordt geconcretiseerd. Uitgangspunten Bij de vertaling van dit beleidskader naar een concreet, jaarlijks uitvoeringsplan worden een aantal uitgangspunten in acht genomen. De belangrijkste uitgangspunten zijn: Informatie gestuurd De gemeente Eindhoven ziet informatie gestuurde handhaving als een belangrijke pijler. Er zijn ontwikkelingen op het gebied van ICT en data analyse. Door gemeentelijke en andere informatiebronnen te ontsluiten, te analyseren en te combineren kunnen we een problematiek eerder (of preventief) en gerichter aanpakken. Gebiedsgericht Om optimaal in te kunnen spelen op vraagstukken van inwoners zet de gemeente Eindhoven binnen het ruimtelijk domein al geruime tijd in op gebiedsgericht toezicht.

Dit doen we door - vanuit een actieve samenwerking met wijkteams - te kijken naar naleefgedrag, oorzaken en oplossingen gerelateerd aan geografische gebieden. Er zijn verschillende vragen, doelgroepen en belangen. Kennis wordt gedeeld en ervaringen van inwoners en bedrijven worden verzameld. Deze input is van invloed op de prioriteiten in het jaarlijkse uitvoeringsplan, waar mogelijk toegespitst op een specifieke wijk. Per wijk kunnen er dus op basis van gebiedsanalyses en bijvoorbeeld buurtcontracten verschillende bouwstenen zijn voor het uitvoeringsplan. Risico- en oplossingsgerichte benadering De gemeente Eindhoven benadert toezicht en handhaving risico- en oplossingsgericht. De prioriteiten worden in beginsel gebaseerd op een inschatting van de veiligheids- en gezondheidsrisico's voor inwoners. Ook aspecten als leefbaarheid, duurzaamheid en omgevingskwaliteit wegen in belangrijke mate mee. Daarnaast worden prioriteiten mede gebaseerd op wat inwoners en bedrijven belangrijk vinden. Eindhoven hecht eraan om vraagstukken waar mogelijk gezamenlijk op te lossen. Er zijn onderwerpen die in algemene zin aandacht vragen. Brandveilig gebruik van woongebouwen verdient (nog) meer aandacht, in de context van kwetsbare groepen die langer zelfstandig blijven wonen. Ook aanpak van jeugdoverlast, duurzaamheid en de bestaande bouw zijn voorbeelden.

Er wordt gezocht naar de beste oplossing die nodig is voor het versterken van de veiligheid in de leefomgeving van onze inwoners. Hiermee ontstaat een risicoanalyse op basis waarvan vervolgens de prioriteiten binnen het toezicht worden gesteld. Consequent en doelmatig Uitvoeringsplannen en jaarverslagen bevatten een overzicht van de inzet en capaciteit voor handhaving. In het verlengde van informatie gestuurde en oplossingsgerichte handhaving vergt doelmatige handhaving een analyse van resultaten. Meetbare doelen om te beoordelen of de beschikbare capaciteit zo doelmatig mogelijk wordt ingezet. We beogen in de komende jaren een ontwikkeling door te maken in de vierslag capaciteit – prioriteit – risicoanalyse - nalevingsniveau. Dit moet onder andere leiden tot meer inzicht in de relatie tussen handhavingsinspanningen en het nalevingsniveau (effect). vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

75

Prioritering De gemeente Eindhoven maakt keuzes om ervoor te zorgen dat de beschikbare capaciteit zo adequaat mogelijk wordt ingezet. Om goede prioriteiten te stellen is inzicht noodzakelijk in mogelijke problemen, de risico's en negatieve effecten. Hierdoor kan beter ingespeeld worden op de grootste ergernissen en notoire overtreders en draagt handhaving bij aan een verhoogd gevoel van veiligheid. Met inachtneming van de uitgangspunten zijn in de nota prioriteiten gesteld. Aan de hand van deze prioriteiten, het budget uit de programmabegroting, incidentele bestuurlijke prioriteiten en het naleefgedrag van burgers en bedrijven, wordt jaarlijks het uitvoeringsplan voor toezicht en handhavingsprogramma opgesteld. Uitvoeringsplan In het uitvoeringsplan wordt op hoofdlijnen opgenomen waar de capaciteit dat jaar wordt ingezet. Daarbij is een onderverdeling gemaakt in: Object en informatiegericht - Bouwen en Wonen - Openbare leefomgeving - Bedrijven Gebiedsgericht - Pilot Veiligheid en leefbaarheid - Actiegebieden Themagericht Bij ieder onderdeel worden jaarlijks een aantal belangrijke ontwikkelingen op het gebied van toezicht en handhaving opgenomen. Dat kan bijvoorbeeld gaan om woonoverlast bij de Activiteiten Bouwen & Wonen. Of duurzaamheid en energiebesparing bij de Activiteiten Bedrijven. Bovengenoemde onderverdeling komt in elk uitvoeringsplan terug.

Per jaar wordt aangegeven welke prioriteit een onderdeel heeft en hoeveel capaciteit er wordt ingezet. Duidelijke regels Om overtredingen te voorkomen en goed te kunnen handhaven is het belangrijk dat regels duidelijk zijn. Het moet duidelijk zijn wat wel en niet mag. Regels dienen niet voor verschillende uitleg vatbaar te zijn. Bij het opstellen van bestemmingsplannen is daarom gekozen voor een zo helder mogelijke juridische methodiek. De regels zijn zo geschreven, dat deze in de praktijk goed toetsbaar zijn. De juridische toelichting op het bestemmingsplan en de begrippenlijst geven nadere uitleg over de regels en over de begrippen die gebruikt worden.

76

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 8

Financiële aspecten

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten; die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. Van deze verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het kostenverhaal op een andere manier is geregeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of door het afsluiten van een overeenkomst. Ook kan er sprake zijn van zogenaamde “kruimelgevallen”. Het komt er hierbij op neer dat de door de gemeente te maken kosten beperkt zijn en de kosten verhaald kunnen worden via de legesverordening. Voorwaarde hierbij is dat er geen sprake is van fasering, locatie-eisen of eisen aan woningbouwcategorieën. Voor dit conserverende bestemmingsplan geldt dat het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd door gemeentelijke gronduitgifte of bij een overeenkomst of omdat er enkel sprake is van “kruimelgevallen”.

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

77

78

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 9 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

9.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro

Op grond van artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden, kennis worden gegeven. De kennisgeving van de voorbereiding van onderhavig is geplaatst in Groot Eindhoven op 9 september 2020. De kennisgeving is tevens bij de officiële publicaties op de gemeentelijke website www.eindhoven.nl geplaatst. Er zijn geen stukken betreffende het voornemen ter inzage gelegd, noch de mogelijkheid open gesteld om zienswijzen tegen het voornemen in te dienen of instanties om advies te vragen.

9.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Bij de voorbereiding zijn de volgende partijen uitgenodigd voor het genoemde overleg: 1. Provincie Noord-Brabant 2. Waterschap de Dommel 3. Trefpunt Groen Eindhoven 4. Henri van Abbestichting 5. Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven 6. Gasunie 7. TenneT 8. Ministerie van Defensie (Rijksvastgoedbedrijf) 9. Rijkswaterstaat 10. Brabant Water 11. Prorail.

Wij hebben van de eerste negen partijen vooroverlegreacties ontvangen. Hieronder is een samenvatting van de ontvangen vooroverlegreacties weergegeven met het gemeentelijk standpunt op die reacties.

1. Provincie Noord Brabant Het ontwerpbestemmingsplan is beoordeeld aan de hand van de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening Noord Brabant. Het plan is in overeenstemming met de provinciale belangen. antwoord

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

79

Wij vinden het prettig te vernemen dat het ontwerpbestemmingsplan voldoet aan de provinciale belangen. De toelichting is aangevuld vanwege het feit dat Gedeputeerde Staten op 23 maart 2021 de ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant hebben vastgesteld en deze vanaf 9 april 2021 ter inzage ligt voor de duur van zes weken.

2. Waterschap de Dommel Transportleiding Welschap Op de verbeelding en in de regels ontbreekt de transportleiding Welschap met een diameter van 500 mm en zijn beschermingszone. In de bijlage is het traject aangegeven. Graag het traject van de leiding en een 10 meter brede beschermingsstrook op de verbeelding weergeven. Dit betekent aan iedere kant een 5 meter strook, vanuit het hart van de leiding gezien. Dit ook graag borgen in de regels. Bestemming A-watergang opnemen (RG8) In de bestemming natuur ligt de leggerwatergang de RG8. Deze watergang heeft de status van A-watergang en is geregistreerd in de legger overeenkomstig artikel 5.1 van de Waterwet. De watergang is van groot belang voor de waterhuishouding ter plaatse en de directe omgeving. Daarom wordt verzocht om deze watergang op de verbeelding op te nemen met de enkelbestemming 'water' en deze aanpassing ook te borgen in de regels. Het waterschap wil graag worden gehoord indien er werkzaamheden gaan plaats vinden. Indien gewenst kan het waterschap de ligging van de leiding en de a-watergang digitaal aanleveren. De voorwaardelijke verplichting waterberging is in artikel 13.4 van de planregels van het bestemmingsplan overeenkomstig gemeentelijk beleid goed en helder opgenomen.

antwoord De terechte opmerking van het waterschap over de transportleiding Welschap heeft ertoe geleid dat wij de transportleiding alsnog hebben opgenomen in het plan. Concreet betekent dit dat wij de dubbelbestemming 'Leiding – Riool hebben opgenomen in de planregels (artikel 11) en op de verbeelding. Tevens is paragraaf 3.13 van de toelichting aangepast. Als gevolg van de opmerking over de A-watergang hebben wij voor de betreffende watergang de enkelbestemming 'Water' opgenomen in artikel 9 van de planregels en op de verbeelding. Tevens is paragraaf 3.13 van de toelichting aangepast. De opmerking die verband houdt met artikel 13.4 (bedoeld wordt artikel 16.4) wordt voor kennisgeving aangenomen.

3. Trefpunt Groen Eindhoven Geconstateerd is dat op basis van het vigerende bestemmingsplan een bepaalde locatie de bestemming 'Groen' heeft en in het ontwerp bestemmingsplan deze locatie de bestemming 'Verkeer' heeft gekregen. Gevraagd wordt of dit wel juist is, gezien het feit dat hier een brede groene berm ligt.

80

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

geldende verbeelding

verbeelding ontwerpbestemmingsplan

Luchtfoto

antwoord Op de genoemde locatie is sprake van stukjes groen, het zogenaamde snippergroen. Ook loopt daar het zogenaamde rode fietspad doorheen. In overleg met de vakspecialist gemaakte werkafspraken, bestemmen we snippergroen als 'Verkeer' of als 'Verkeer-Verblijfsgebied'. In dit geval heeft de genoemde locatie de bestemming 'Verkeer' gekregen. De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn ook bestemd voor groenvoorzieningen.

4. Henri van Abbestichting De Henri van Abbestichting geeft aan dat zij in deze fase geen opmerkingen heeft tegen het vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

81

voorontwerpbestemmingsplan. Wel onderschrijft zij de reactie van Trefpunt Groen. antwoord Wij vinden het prettig te vernemen dat de Henri van Abbestichting zich kan vinden in het ontwerpbestemmingsplan. Voor wat betreft de reactie op het standpunt van Trefpunt Groen wordt verwezen naar het onder punt 3 geformuleerde antwoord.

5. Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven De Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven heeft het ontwerpbestemmingsplan Flight Forum 2020 in haar vergadering besproken. Zij heeft ten aanzien van het bestemmingsplan geen opmerkingen. antwoord Wij vinden het prettig te vernemen dat de Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven zich kan vinden in het ontwerpbestemmingsplan.

6. Gasunie De Gasunie heeft het ontwerpbestemmingsplan beoordeeld en komt tot de volgende opmerking over de verbeelding. De leiding van Gasunie ligt (mogelijk) net buiten het plangebied, maar de belemmeringenstrook valt deels (mogelijk) in het plangebied. Verzocht wordt om de ligging van de genoemde leiding en de belemmeringenstrook in het plangebied te controleren en aan te passen. Als bijlagen bij de reactie zijn bijgevoegd een document met daarin de digitale ligging van de gasleiding inclusief onze standaard artikel leiding-gas. antwoord Op verzoek van Gasunie hebben wij de ligging van de gasleiding gecontroleerd. Geconcludeerd is dat de gasleiding niet in het plangebied ligt, maar daarnaast. De belemmeringenstrook (beschermzone) ligt wel (deels) in het plangebied. We hebben daarom in de regels (artikel 10) en op de verbeelding de dubbelbestemming 'Leiding-Gas' opgenomen. Tevens is paragraaf 3.13 van de toelichting aangepast.

7. TenneT Aangegeven wordt dat TenneT binnen de grenzen van dit bestemmingsplan bovengrondse noch ondergrondse hoogspanningsverbindingen in beheer heeft. Er zijn dan ook geen opmerkingen. antwoord Wij vinden het prettig te vernemen dat TenneT zich kan vinden in het ontwerpbestemmingsplan.

8. Ministerie van Defensie (Rijksvastgoedbedrijf) Vermeld wordt dat het Ministerie van Defensie geen op- of aanmerkingen heeft. antwoord Wij vinden het prettig te vernemen dat het ministerie zich kan vinden in het ontwerpbestemmingsplan.

82

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

9. Rijkswaterstaat Vermeld wordt dat het ontwerpbestemmingsplan is beoordeeld door de adviseur Ruimtelijke Ordening op de beheerdersaspecten, zoals deze door Rijkswaterstaat Zuid-Nederland worden behartigd. Het ontwerpbestemmingsplan geeft geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. antwoord Wij vinden het prettig te vernemen dat Rijkswaterstaat zich kan vinden in het ontwerpbestemmingsplan.

Brabant Water (10) en Prorail (11) hebben, ondanks dat zij daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, niet gereageerd op het ontwerpbestemmingsplan.

9.3

Zienswijzen

Het ontwerp van het bestemmingsplan heeft met ingang van donderdag 10 juni 2021 tot en met woensdag 21 juli 2021 op de gebruikelijke wijze ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is iedereen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk of mondeling een zienswijze ten aanzien van het ontwerp van het bestemmingsplan kenbaar te maken. Kennisgeving van de ter inzage legging en de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen is in de edities van de Staatscourant en het weekblad Groot Eindhoven van 9 juni 2021 gepubliceerd. Ook is kennis gegeven van de mogelijkheid om de digitale versie van het ontwerp bestemmingsplan via de gemeentelijke website www.eindhoven.nl/bestemmingsplannen en de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl te raadplegen. Naar aanleiding van de tervisielegging zijn geen zienswijzen ontvangen.

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

83

84

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

Bijlagen bij de toelichting

Bijlage 1

Rapport RAAP 3398 'Het landschap onder de stad'

Bijlage 2

Het landschap onder de stad KB 1

Bijlage 3

Het landschap onder de stad KB 2

Bijlage 4

Het landschap onder de stad KB 3

Deze bijlagen zijn te raadplegen op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

85

86

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

Regels

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

87

88

vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

Hoofdstuk 1

Artikel 1 1.1

Inleidende regels

Begrippen

plan

het bestemmingsplan Flight Forum 2020 met identificatienummer NL.IMRO.0772.80381-0301 van de gemeente Eindhoven. 1.2

bestemmingsplan

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3

aanduiding

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4

aanduidingsgrens

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5

Actualisatie nota parkeernormen 2019

parkeernormen gepubliceerd op 3 oktober 2019 en in werking getreden op 4 oktober 2019. 1.6

bebouwing

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.7

bedrijfsgebouw

een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.8

bedrijfsverzamelgebouw

een gebouw dat dient voor de uitoefening van meerdere bedrijven. 1.9

bedrijfsvloeroppervlak

de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.10

bedrijfswoning

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein wenselijk is. 1.11

beperkt kwetsbaar object

a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting en met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; b. bedrijfswoningen, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting; c. kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen en voor zover zij niet behoren tot een beviinrichting; d. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; vastgesteld Flight Forum 2020 Gemeente Eindhoven

89

e. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen; f. objecten die met het onder a. tot en met e. genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin meestal aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; g. objecten met hoge infrastructurele waarde, waaronder in ieder geval telefoon- en elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval. 1.12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743437/1