CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 (A) - RPW Visie werklocaties Zuidoost-Brabant

Raadsvergadering 17 december 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Visie werklocaties Zuidoost Brabant11.690 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

●

We hebben bij het realiseren van deze nieuwe terreinen aandacht voor bedrijven die behoefte hebben aan kleine kavels tot 5000 m2.

●

We faciliteren voldoende ruimte voor bedrijvigheid in een hoge milieucategorie ten behoeve van circulaire activiteiten en infrastructuur.

●

Voormalig agrarische bedrijfslocaties (VAB’s) zien wij niet als mogelijkheid voor nieuwe bedrijventerreinen of vestiging van industriële bedrijven. Dat neemt niet weg dat op deze locaties nieuwe (bij de kwaliteiten van het (buiten)gebied) economische activiteiten gevestigd kunnen worden.

44

5

TOEKOMSTBESTENDIGE WERKLOCATIES Werklocaties zijn toekomstbestendig. Het revitaliseren van bedrijventerrein draagt bij aan transitieopgaven energie, mobiliteit, klimaat en circulariteit.

45

Zo visualiseert de provincie het heden (links) en de toekomst (rechts) van bedrijventerreinen

46

Bron: Factsheet Grote Oogst, Provincie Noord-Brabant, 2023

Vier transitieopgaven voor toekomstbestendige werklocaties: energie, mobiliteit, klimaat en circulariteit Werklocaties moeten niet alleen nu, maar ook in de toekomst een plek bieden aan bedrijvigheid binnen het economisch profiel. Nederland en de MRE staan voor verschillende grote uitdagingen. In deze bouwsteen focussen we ons op vier belangrijke uitdagingen in relatie tot werklocaties: energie, mobiliteit, klimaat en circulariteit. De intensivering en revitalisering van terreinen is een ingewikkelde klus, mede door het (tijdelijk) stilleggen of verhuizen van bedrijvigheid. Daarnaast is het ontbreken van een passende toekomstbestendige energie-infrastructuur op dit moment een beperkende factor bij de ontwikkeling van ruimte voor bedrijvigheid. Daarom is het van extra groot belang dat de vier transities integraal worden meegenomen om het terrein toekomstbestendig te maken. Daarbij leveren werklocaties ook een belangrijke bijdrage aan deze transities.

Energie

Mobiliteit

Klimaat en leefomgeving

Circulariteit

De transitie van fossiele energie naar duurzame energie

De transitie van fossiel gedreven mobiliteit naar duurzaam vervoer

Rekening houden met en ruimte geven aan blauw/groen en het nemen van klimaatadaptieve maatregelen

De transitie van een lineaire naar een circulaire economie, waar kringlopen worden gesloten

Andere relevante opgaven buiten de scope van deze visie: ●

Digitale transformatie: ook de digitale transformatie kent een impact op de ruimte. Naast dat de digitale infrastructuur gefaciliteerd moet worden op bedrijventerreinen (dit hangt tevens nauw samen met de transitieopgave Energie), kent ook de veranderende bedrijvigheid en ruimtebehoefte een ruimtelijke impact. Denk hierbij aan logistieke centra waar vanuit online bestellingen worden verspreid.

●

Woningopgave: een andere opgave die ook haar weerslag heeft op de ruimte voor bedrijventerreinen is de woningopgave. De aanhoudende bevolkingsgroei, huishoudensverdunning en schaarse ruimte doen verwachten dat wonen de komende jaren een opgave zal blijven. In 2021 zijn negen geheel verouderde terreinen aangemerkt voor transformatie. Al deze terreinen zijn binnenstedelijk en worden getransformeerd naar woninglocaties (IBIS, 2022), terwijl in de prognose nu al een tekort is aan deze terreinen.

47

Energie

Mobiliteit

De energietransitie gaat over de transitie van fossiele energie naar duurzame

De mobiliteitstransitie gaat over de transitie van fossiel gedreven mobiliteit naar

energie ten behoeve van klimaatneutrale bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen

duurzaam vervoer. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de bereikbaarheid met het openbaar

gebruiken 53% van de energie in de provincie¹. In 2022 is er nog een pauze

vervoer of de fiets. Binnen de MRE heeft 31% van de terreinen geen OV-ontsluiting. Dit

ingelast voor het aanleggen van bedrijventerreinen op het elektriciteitsnet. Er

zijn allen mkb-terreinen³. De transformatie van binnenstedelijke terreinen zorgt ervoor

bestaat dus niet alleen in de toekomst², maar ook nu urgentie. Dat betekent dat er

dat steeds meer bedrijvigheid zich bevindt aan de randen van de stad. De

slim gebruik moet worden gemaakt van het net. In de praktijk betekent dit dat

OV-ontsluiting op deze terreinen is niet altijd even goed. Maar liefst 56% van de

bedrijven idealiter zo energiezuinig mogelijk werken en zijn bedrijventerreinen zo

bedrijventerreinen

zelfvoorzienend mogelijk in het opwekken en onderling delen van energie en

OV-bereikbaarheid hebben toekomstbestendige terreinen ook voorzieningen voor het

warmte. Dit gaat niet alleen over energie voor gebouwen, maar ook voor vervoer.

opladen van elektrisch vervoer en is waar nodig deelmobiliteit beschikbaar. Het

Bij de invulling van bedrijventerreinen wordt meegenomen dat er een slimme en

verbeteren van deze voorzieningen draagt niet alleen bij aan de mobiliteitstransitie,

duurzame bronnenmix aanwezig is. Dat betekent een mix van warme en koude

maar ook aan het behouden en aantrekken van werknemers en jong talent. Jonge

energie en (het tijdstip van) energieopwek en -verbruik en dat er ruimte is voor

werknemers bezitten vaker geen auto⁴. Daarnaast brengt het opladen van elektrisch

opslag.

vervoer ook een ruimtelijk vraagstuk met zich mee, omdat deze voertuigen tijdens het

is

afhankelijk

van

bussen

voor

OV-bereikbaarheid³.

Naast

laden een plek nodig hebben. Ook de aanleg van veilige fietsverbindingen heeft ruimtelijke impact. Bij hde mobiliteitstransitie is ook de nadrukkelijke link met de regionale mobiliteitsvisie.

1. 2.

48

Factsheet Grote Oogst, Provincie Noord-Brabant, 2023 ‘Hoogspanningsnet zit vol, geen aansluitingen meer voor nieuwe bedrijven’, Omroep Noord-Brabant, 2022

3. IBIS, 2022 4. CBS, 2022

Klimaat en leefomgeving

Circulariteit

Er wordt rekening gehouden met en ruimte gegeven aan blauw/groen en daarnaast

De ambitie van het rijk is dat Nederland in 2050 circulair is. Circulariteit gaat over de

worden klimaatadaptieve maatregelen genomen. Dit betekent dat bedrijven geen

transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Hier worden kringlopen

onnodige schade aanrichten door uitstoot van schadelijke stoffen en ook op andere

gesloten,

wijze geen schade aanrichten aan blauw/groen. Een bedrijventerrein kan ook juist

modulaire initiatieven en grondstoffen die worden hergebruikt op hoogwaardig

een

en

niveau. Het sluiten van kringlopen in de regio zal vooral plaatsvinden door bedrijven

bedrijventerreinen

zelf. Samen vormen zij een regionaal ecosysteem van grondstofstromen. Het is van

positieve

bijdrage

leveren,

milieuverwerking.

Daarnaast

klimaatadaptieve

maatregelen

is

bijvoorbeeld het

belangrijk bijvoorbeeld

duurzame dat

rondom

afval-

en

buiten

bedrijventerreinen.

Mogelijke

tussenstappen

zijn

hittestress,

belang dat de MRE de mate van circulariteit van bedrijven laat meewegen in welke

wateroverlast bij extreem weer en de opslag van warmte en water ten behoeve

bedrijven ze ruimte biedt op haar terreinen. Daarnaast is het belangrijk dat de regio

van perioden van schaarste.. Denk hierbij aan het toevoegen van groen op de

ruimte faciliteert die hiervoor nodig is, bijvoorbeeld voor opslag, reparatie, hergebruik

gevels en het toepassen van halfverharding op parkeerplekken. Deze maatregelen

en het verwerken van grondstoffen, materialen en reststromen. Tevens is het van

stimuleren en faciliteren bovendien de lokale biodiversiteit. Het in acht nemen van

belang dat vooraf wordt nagedacht over welke bedrijven zich dicht bij elkaar

klimaat gaat daarnaast over aandacht voor de omgeving waar het terrein gevestigd

vestigen, zodat bedrijven zoveel mogelijk gebruik kunnen maken van elkaars

is. Daarmee dragen terreinen niet alleen bij aan een gezond klimaat, maar ook aan

reststromen. Hiervoor is kennis en capaciteit nodig, onder andere om de stromen van

een prettige en aantrekkelijke werkomgeving voor werknemers en hun gezondheid.

grondstoffen in kaart te brengen.

49

treffen,

door

binnen

Een georganiseerd bedrijfsleven kan een rol spelen bij initiatieven rondom klimaat- en energietransitie Op de meeste terreinen is geen initiatief aanwezig rondom waterbeheer, hittestress of

Parkmanagement aanwezig?

duurzame energie (figuur 1). Juist bedrijventerreinen zijn vaak compleet verhard en daarmee

gevoelig

voor

hittestress

en

wateroverlast

bij

hevige

regenval.

Op

bedrijventerreinen waar parkmanagement aanwezig is zijn vaker initiatieven aanwezig

Initiatief aanwezig (of in oprichting)¹ voor:

Totaal

Ja

Nee

Waterbeheer

43%

60%

30%

Hittestressbeheer

22%

38%

11%

Duurzame energie

20%

33%

13%

die bijdragen aan toekomstbestendige terreinen. Op dit moment heeft slechts 35% van de terreinen parkmanagement. Wanneer de regio inzet op het actief stimuleren van een georganiseerd bedrijfsleven op bedrijventerreinen, zal dit naar verwachting bijdragen aan de toekomstbestendigheid van deze terreinen. Naast collectieve organisatie is ook de beschikbaarheid van kapitaal van belang.

Figuur 1: Initiatieven (bestaand of in oprichting) rondom klimaatadaptatie en duurzame energie in MRE¹

Ruim 60% van de bedrijventerreinen heeft geen parkmanagement, mogelijk potentie voor versnelling

1. IBIS, 2022 2. Provincie Noord-Brabant, 2022 3. Factsheet Grote Oogst, Provincie Noord-Brabant, 2023 4. Hoogspanningsnet zit vol, geen aansluitingen meer voor nieuwe bedrijven, Omroep Noord-Brabant, 2022

50

Bron: IBIS, 2022

Figuur 2: Aanwezigheid parkmanagement op bedrijventerreinen in de MRE

Leidende principes voor programmering ●

●

●

51

Naast programmeringsafspraken maakt de regio afspraken over duurzame principes voor bestaande en de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Denk hierbij aan afspraken over: ○ toekomstbestendige digitale- en energie-infrastructuur; ○ toepassing van klimaatadaptieve maatregelen; ○ toepassing van dubbel dakgebruik; ○ stimuleren van korte ketens; ○ stimuleren van maatregelen gericht op de mobiliteitstransitie. Gemeenten stimuleren en faciliteren een vorm van organisatie op bedrijventerreinen, zoals parkmanagement, om initiatieven rondom bijvoorbeeld energiebesparing, het benutten van restwarmte, het in beeld brengen van grondstoffenstromen, energie-opwek, klimaatadaptatie en waterbeheer te stimuleren. Als onderdeel van de programmeringsafspraken stellen we een handelingsperspectief op, inclusief instrumentarium, om de transities op de bedrijventerreinen vorm te geven. Het betreft de uitwerking hoe we uitvoering geven aan de duurzame principes.

Hoe we deze ambitie waar gaan maken

52

6

PROACTIEF PROGRAMMEREN Proactief programmeren en selectief alloceren.

53

Proactief programmeren en selectief alloceren voor een sterk economisch profiel en passende werklocaties Net als de economie zal de behoefte aan ruimte voor werken blijven fluctueren. Waar een aantal jaar geleden nog een overschot was aan ruimte, is er nu sprake van een tekort. De regio kiest ervoor om niet reactief, maar proactief te programmeren. Dat betekent dat zij in staat is om adaptief in te spelen op de vraag van nu en de toekomstige vraag, waarbij we zowel de korte als de lange termijn voor ogen houden. Dit vraagt om een ander aanpak en een andere wijze van het inrichten van het proces. Dit doet de regio door: 1.

Proactief programmeren

2.

De regio zet in op een adaptieve programmering van werklocaties met als doel adequaat in te kunnen spelen op het accommoderen van de groei in de sectoren in het gekozen economisch profiel. We maken tijdig richtinggevende keuzes en locatiekeuzes voor (nieuwe) bedrijventerreinen en bereiden deze voor om ze binnen een redelijke termijn uitgeefbaar te laten zijn. We ontwikkelen (als alternatief voor het huidige model) een sturingsinstrument om ervoor te zorgen dat we regie kunnen voeren op de gewenste fasering van het uitgeven van terreinen. Selectief alloceren We voeren regie op het traject gericht op ‘het juiste bedrijf op de juiste plaats’. We ontwikkelen een afsprakenkader dat ervoor zorgt dat we op het juiste schaalniveau hieraan invulling kunnen geven. Door selectief te zijn in welk bedrijf op welke plek komt, behoudt de regio haar economisch profiel en kunnen bedrijven zich vestigen op de meest passende werklocatie.

Bij het proactief programmeren en selectief alloceren houdt de regio steeds voor ogen dat het een bijdrage levert aan het gehele ecosysteem van de MRE. De uitgangspunten in deze gezamenlijke visie dragen daaraan bij.

54

Dansen tussen de schalen 1) Economisch profiel

2) Menselijk kapitaal

3) Complementaire werkmilieus

4) Creëren van ruimte

5) Toekomstbestendige werklocaties

Provincie

Metropoolregio

Basisregel: proactief programmeren bedrijventerreinen > regionaal, bij uitzondering naar subregio

afstemming 4 subregio’s

Vier subregio’s

1 loket per subregio

21 gemeenten

55

Basisregel: selectief alloceren bedrijven > subregionaal, bij uitzondering naar MRE (o.a. bij regionale terreinen)

Leidende principes bij programmering ● ● ● ● ●

● ● ● ● ● ●

56

We ambiëren om een Programmering Werklocaties op te stellen voor de gehele MRE vanuit het besef dat de MRE als één ecosysteem fungeert. Daarbinnen werken we de subregionale programmering uit. Het proactief programmeren van nieuwe terreinen en de kaderstelling voor de wijze waarop we omgaan met bestaande terreinen vindt plaats op het niveau van de gehele MRE waar naast de gemeenten ook de provincie en waterschappen onderdeel van zijn. We programmeren alleen realistisch te ontwikkelen locaties. Dit wil zeggen dat de planologische voorbereiding voor een terrein vergevorderd is, inclusief instrumentarium om selectief te kunnen alloceren. We programmeren op basis van een afweging waarbij zowel strategisch ruimtelijke afwegingen als economische afwegingen en belangen integraal worden afgewogen. Voor het behouden en versterken van de regionale economie is ontwikkeling en innovatie van HTSM-bedrijven van groot belang. Het ecosysteem van de HTSM-bedrijven vormt zowel een drijvende kracht voor de gehele Metropoolregio als voor de subregio’s; we willen dan ook op alle niveaus ruimte bieden voor de groei van HTSM-bedrijven. De campussen hebben een bijzondere rol in de innovatieve kracht van de HTSM-bedrijven; we zetten ons dan ook in om die campussen te versterken.

We hanteren daarom als ordeningsprincipe dat HTSM-bedrijven die van meerwaarde zijn op campussen te stimuleren en faciliteren zich daadwerkelijk op campussen te vestigen. Selectief alloceren doen we op subregionaal niveau in subregionale overleggen. Deze subregionale overleggen zien niet alleen toe op het alloceren op nieuwe bedrijventerreinen, maar ook op het alloceren van nieuwe ruimte op bestaande bedrijventerreinen. Ten behoeve van het selectief alloceren stellen we regionale uitgiftecriteria op. De duurzame principes uit bouwsteen 5 maken hier onderdeel van uit. We onderzoeken of we, naar het voorbeeld van het SGE, kunnen komen tot een marktconforme grondprijsmethodiek. In de programmeringsafspraken maken we helder hoe we het proces inrichten om te kunnen komen tot (vraaggericht) proactief programmeren en selectief alloceren. We maken hierbij uitvoeringsgerichte afspraken met betrekking tot wanneer je extra programmeert. Welk proces doorlopen we met wie? Ten behoeve van het selectief alloceren maakt de regio gebruik van een subregionaal bedrijvenloket, geleid door een onafhankelijke voorzitter. We borgen afstemming op het niveau van de gehele MRE door een afstemmingsoverleg tussen de vertegenwoordigers van de subregio’s.

7

ROL OVERHEID EN BEDRIJVEN De overheden binnen de regio pakken hun regierol, sturen door middel van heldere kaders en faciliteren waar nodig ondernemers.

57

Zowel overheden als het bedrijfsleven leveren vanuit hun rol een bijdrage aan een toekomstbestendige regio Zonder bedrijven is een toekomstbestendige toppositie niet mogelijk. Ondernemers vragen regie vanuit de overheid én vrijheid om te ondernemen. Het is van belang dat voor alle partijen duidelijk is welke regie de overheid pakt en welke verantwoordelijkheid, middelen en vrijheid bedrijven wordt toebedeeld. We benadrukken daarbij zowel de gezamenlijke verantwoordelijkheid als de complementaire verantwoordelijkheid die ondernemers en overheden hebben bij het waarmaken van de ambities.

Rol overheid: •

verantwoordelijk voor goede ruimtelijke ordening;

•

kaderstellend met hardheidsclausule;

•

verantwoordelijk voor een goed vestigingsklimaat;

•

faciliterend en verbindend en soms regievoerend.

58

Rol triple-helix: •

samenwerking tussen overheid, (een collectief van) ondernemers, vastgoedeigenaren en kennisinstellingen, ieder vanuit eigen rol;

•

aansluiten bij ruimtebehoefte ondernemers en kennisinstellingen;

•

ondersteunend bij transitieopgaven.

Leidende principes voor programmering ●

We maken gebruik van ieders rol en verantwoordelijkheid. We benutten elkaars kracht om gezamenlijk regie te kunnen voeren op de opgaven met als doel het behouden van de economische toppositie.

●

We onderzoeken welk (juridisch & financieel) instrumentarium en welke bijpassende governance wenselijk en haalbaar zijn om gezamenlijk de intensivering, revitalisering en ontwikkeling van bestaande en nieuwe werklocaties waar te maken.

59

Bijlagen

60

Bijlage 1: Gehanteerde definities - Werkmilieus Omdat de behoefteraming bedrijventerreinen Noord-Brabant de basis is voor de visie en de programmeringsafspraken, hanteren we de definities die in de behoefteraming worden geduid. •

Gemengd stedelijk Type bedrijven: B2B & B2C; mkb, diensten, bouw, handel, kleinschalige stadslogistiek. Activiteiten: handel en reparatie, (stedelijke) diensten als verhuur, schoonmaak, beveiliging, consumentendiensten, bedrijfsverzamelgebouwen, kleinschalige productie, R&D, opslag, werkplaats, last mile.

•

Regulier werkmilieu

●

Campus¹ ‘Campuslocaties

transport/distributie. Overwegend (boven)lokale bedrijvigheid van kleine tot middelgrote omvang. •

Grootschalige distributie (> 3 ha) Type bedrijven: E-commerce, logistieke dienstverlening, value added logistics, agrologistiek. Activiteiten: distributie, opslag/warehousing, assemblage.

•

Grootschalige productie Type bedrijven: o.a. chemie, HTSM, industriële bouw (prefab), voedingsmiddelenindustrie. Activiteiten: productie, recycling, circulair. In toenemende mate circulair, veelal regionaal georiënteerd, maar gaat ook om hoogwaardige bedrijven die internationale oriëntatie hebben. Deze ruimtevraag bestaat voor een groot deel uit Hoge Milieucategorie (HMC-)bedrijven.

Noot BMC: er is een verschil in duiding van de werkmilieus in de prognose van de provincie en de programmering en de manier waarop deze in IBIS worden bijgehouden.

vaak

hun

1. 2.

in

één

of

enkele

actief in zeer specifieke niches, waar beide onderling van elkaar afhankelijk zijn op het gebied van uitwisseling van kennis en talent. Hierdoor is clustervorming onder

gebruikers

op

campusgebieden

belangrijker

dan

bij

reguliere

kantoorgebieden of bedrijventerreinen. ○

Single-use-campussen

bieden ruimte aan slechts één of enkele

gebruikers, en verhuur van kantoor- of bedrijfsruimte aan derden is niet of nauwelijks mogelijk. ○

Mixed-use-campussen vormen een ecosysteem van meerdere bedrijven en instellingen waarbij verhuur aan derden wel mogelijk is. Dat is daar vaak zelfs de norm. Daarnaast is hier sprake van een ‘triple-helix’. Overheid, kennisinstellingen en bedrijven wisselen kennis uit en versterken elkaar in deze gebieden.’

Noot BMC: De voetnoot die we moeten plaatsen is de volgende: De bovenstaande definitie van campussen biedt ruimte voor interpretatie. Daardoor worden er in verscheidene documenten binnen de MRE (IBIS, vastgoedmonitor) verschillende terreinen bestempeld als campus. Voor de programmering op regionale schaal, die dient als uitvoeringsprogramma van de visie, is het van belang om integraal te bepalen welke campussen we onderscheiden binnen de MRE. We zullen daarom de definitie van campussen nader uitwerken en hieraan duiding geven per locatie.

Ons voorstel is om in de tweede fase van de opdracht hierin helderheid te creëren. Bronnen:

61

oorsprong

onderwijsinstellingen of bedrijven. De kennisinstellingen en bedrijven zijn vaak

Type bedrijven: B2B; mkb, bouw, groothandel, logistiek, industrie, diensten. Activiteiten: handel en reparatie, opslag, werkplaats, productie/assemblage,

vinden

Vastgoedmonitor Stedelijk Gebied Eindhoven, 2021, Savillis, Dynamis en Verschuuren en Schreppers. Kansenkaarten en Toekomststrategie gemengde woon-/werkmilieus op de toplocaties in het Stedelijk Gebied Eindhoven, Buck Consultants International, 2022

Bijlage 2 Gehanteerde definities ●

Intensiveren (bouwsteen 4) Meer netto-hectare of bruto-vloeroppervlakte voor bedrijvigheid op bestaand terrein, bijvoorbeeld door de hoogte in te bouwen, een groter bebouwingspercentage of dubbelgebruik (van bijv. opslag of parkeren).

●

Revitaliseren (bouwsteen 5) Het toekomstbestendig maken door bijvoorbeeld klimaatadaptatie en/of lokale energievoorzieningsmaatregelen te treffen, en/of het creëren van een prettiger werkklimaat, bijvoorbeeld door het aanleggen van blauw/groen, vernieuwen van wegen, wandel- en fietspaden en parkeervoorzieningen.

●

Schuifruimte Ruimte voor het verplaatsen van bedrijven, waardoor op bestaande bedrijventerreinen in de regio ruimte ontstaat voor ontwikkeling van andere bedrijven en voor revitalisering.

●

Transformeren De locatie krijgt een nieuwe bestemming en gaat verloren als ruimte voor bedrijvigheid (in de praktijk is dit vrijwel altijd wonen).

62

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14768887/2