Behandeladvies Raadsvoorstel Jaarstukken 2025 aangepast
Tekst van het document
Behandeladvies Raadsvoorstel Jaarstukken 2025 Ten behoeve van de agendacommissie Deadline besluit
7 juli 2026
Motivatie deadline
De gemeente moet de jaarstukken voor 15 juli deponeren bij de provincie (toezichthouder).
Behandeladvies griffie
Op eerder verzoek van de raad, wordt de behandeling in de meningsvorming verdeeld over de programma’s en in twee parallelle sessies gepland.
Achtergrond Met de jaarstukken 2025 (jaarverslag en jaarrekening) legt het college verantwoording af aan de raad over de uitvoering van het beleid in 2025 en wat dit heeft gekost. Daarmee beoordeelt de raad ook of het college rechtmatig heeft gehandeld: - is het geld besteed volgens de begroting en regels? - zijn er geen ongeoorloofde uitgaven of fouten gemaakt en is - het college binnen de gestelde tolerantiegrenzen gebleven? In het raadsvoorstel reageert het college op het accountantsverslag en worden voorstellen gedaan voor de bestemming van het positieve resultaat van € 36,2 miljoen. De auditcommissie heeft een advies uitgebracht aan de raad.
Voorstel Het college stelt onder andere voor: 1. het jaarverslag en de jaarrekening 2025 vast te stellen met een positief resultaat van € 36,2 miljoen. 2a. € 171.000 te storten in de saldireserve actuele ontwikkelingen. 2b. € 6.002.000 te storten in de reserve reserveringen 2025 voor: i. Woningbouwversnelling (€ 3.267.000); ii. Overdracht Anton Coolenlaan (€ 565.000); iii. Kinderopvangtoeslagenaffaire (€ 617.000); iv. Samen voor Jeugd (€ 1.161.000); v. Individuele inkomensafhankelijke toeslag (IIT) (€ 392.000). 2c. € 29.977.000 te storten in de reserve eigen kapitaal
Aandachtspunten en beleidskeuzes Algemeen en financieel Bestedingsvoorstellen jaarrekeningresultaat (beslispunt 2) Ad 2a; voorgesteld wordt om de saldireserve aan te vullen tot het maximum van € 1.500.000 zodat het college kan inspelen op actuele ontwikkelingen. Ad 2b; voorgesteld wordt om de middelen bedoeld voor de onderwerpen genoemd onder i t/m v te behouden voor deze onderwerpen. Op basis van het Reserveringendossier 2025 is € 27,2 miljoen niet bestede budgetten gestort in de reserve reserveringen. Dit betekent dat meerdere activiteiten niet (volledig) zijn gerealiseerd en/of te ambitieus is begroot. Hoe zeker is het dat de middelen die nu worden doorgeschoven in 2026(?) wel worden besteed? Wat zijn de bestedingsplannen?
Ad 2c; op p.54 van het coalitieakkoord 2026-2030 wordt aangegeven dat deze middelen worden ingezet voor de uitvoering van het akkoord en wordt in ieder geval ingezet voor: - het aanvullen van het weerstandsvermogen; - opvangen van prijsstijgingen projecten door geopolitieke ontwikkelingen zoals de fietsenstalling aan de zuidzijde van het station. Daarvoor heeft de raad inmiddels Raadsvoorstel Aanvullend budget Fietsenstalling Stationsplein Zuid ontvangen, dat geagendeerd is voor dezelfde raadscyclus; - overbrugging afbuiging basispad jeugdzorg/WMO en - acute vraagstukken bij culturele instellingen). De raad kan met een amendement besluiten het rekeningresultaat anders te bestemmen. Weerstandsvermogen (paragraaf 3b) De gekwantificeerde risico’s tellen op tot een bedrag van € 117,1 miljoen. Daarmee wordt de afgesproken norm overschreden van € 110 miljoen. Verwacht wordt dat het investeringsvolume en daarmee de risico’s verder stijgen (zie ook weerstandsvermogen grond p.150). In het coalitieakoord staat dat het weerstandsvermogen aangevuld wordt tot € 118 miljoen. Er staat ook: - dat de risico’s worden gemonitord op basis van een dynamisch beeld in de vorm van een technische berekening die de accountant controleert en - dat gestuurd wordt op een weerstandsratio van 1,0 en dat die niet lager wordt dan 0,9.
Dat betekent dat de huidige norm van 10% (met een maximum van € 110 miljoen) wordt losgelaten. Voor de aanscherping van de monitoring van de risico’s wordt een nieuw model geschetst dat vanaf Begroting 2027 wordt gebruikt. Is dit een weergave van de technische berekening die in het coalitieakkoord wordt bedoeld? Wat wil de raad voor het weerstandsvermogen richting Begroting 2027 meegeven? Reflectie college op het accountantsverslag In het raadsvoorstel (argument 1.2) reageert het college op het accountantsverslag. Er wordt ingegaan op het realiteitsgehalte van de begroting, Jeugd en Wmo, oplopende rente- en financieringslasten, reserves en de kwaliteit van het verantwoordingsproces. Hoe waardeert de raad de reflectie van het college op het accountantsverslag? Reserve Samen Morgen Mooier Maken (RSMMM) Voor de uitvoering van het bestuursakkoord 2022-2026 is in 2023 € 48,7 miljoen in de RSMMM gestort. Bij de behandeling van Begroting 2026 werd de eindstand van de RSMMM geschat op € 19,1 miljoen. Daar is € 4,8 miljoen bijgekomen vanwege onbenutte middelen waardoor de eindstand 2025 € 24,9 miljoen is. In een nadere toelichting bij Begroting 2026 is inzicht gegeven in de geplande bestedingen tot en met Q1 2026.
Wat is hiervan de stand van zaken? Wat gebeurt met deze reserve nu het bestuursakkoord is geëindigd? KnoopXL - De integrale gebiedsontwikkeling KnoopXL is qua omvang en complexiteit groot en risicovol. De informatie hierover in de jaarstukken en andere P&C documenten over KnoopXL is versnipperd en beperkt. Een integraal overzicht van financiën en risico’s ontbreekt. Een aparte paragraaf kan de raad meer integraal inzicht geven in doelen, middelen, prestaties en risico’s. Wat wenst de raad? - In de reserve verwervingen Internationale KnoopXL is € 1,1 miljoen gestort. De omvang van deze reserve bedraagt € 1,9 miljoen. Hiermee worden exploitatieresultaten geëgaliseerd en verschillen tussen boekwaarde en inbrengwaarde bij herontwikkeling opgevangen. Kan de raad beoordelen of het gereserveerde bedrag voldoende is? 2
Behandeling jaarstukken 2026 Met het oog op het mogelijk maken van een inhoudelijk debat over de jaarstukken 2026 (in 2027), heeft het college dit jaar de concept jaarstukken rond 1 april aangeboden aan de raad. De correcties die daarop hebben plaatsgevonden vindt het college dermate gering dat het college de werkwijze wil voortzetten die eerder is gecommuniceerd in de Raadsbrief Planning P&C cyclus in 2026 (inclusief toezeggingen). Dit betekent dat het inhoudelijk debat over de concept jaarstukken 2026 inclusief het voorlopig rekeningresultaat in mei 2027 plaatsvindt vóór de behandeling van kadernota 2028 in juni 2027. Begin juni 2027 worden de definitieve jaarstukken 2026 aangeboden inclusief het accountantsverslag. De formele vaststelling van de jaarstukken 2026 vindt dan plaats eind juli/begin juli 2027. Hoe staat de raad tegenover deze werkwijze? Wat heeft de raad daarvoor nodig? Leeswijzer “Wijzigingen ten opzichte van de concept jaarstukken” In de leeswijzer in bijlage 7 wordt uitsluitend aangegeven welke pagina’s gewijzigd zijn. In de jaarstukken is niet zichtbaar welke teksten zijn gewijzigd ten opzichte van de concept jaarstukken. Met het oog op de behandeling van de jaarstukken 2026; hoe waardeert de raad de leeswijzer “Wijzigingen ten opzichte van de concept jaarstukken”?
Programma’s 1 Klimaat en weer Bijzet Gestreefd wordt om de bijzet aanzienlijk te verminderen. In 2025 is ingezet op preventie. Uit de indicator blijkt geen verbetering. Hoe is dit te verklaren? Afvalsystemen KnoopXL Er wordt een scenariostudie uitgewerkt voor de afvalsystemen in KnoopXL. Wat is de planning en hoe wordt de raad hierbij betrokken? 2a Ondernemende stad Economische ontwikkeling - Er is ingezet op een gezonde economische structuur, toename van werkgelegenheid, de arbeidsmarkt in balans en innovatie. Informatie over de effectindicatoren ontbreekt. Hoe beoordeelt de raad of de inzet het gewenste effect heeft? - Er is €374.000 niet besteed, dit komt door herprioritering bij het Lokaal Innovatieprogramma. Hierdoor is minder ingezet op doorontwikkeling van Stadslab en UDC. Is de herprioritering wenselijk geweest? Wordt het budget nog uitgegeven, en zo ja, waaraan? Fysieke bedrijfsinfrastructuur De vraag naar ruimte was in 2025 aanhoudend groot, waar slechts selectieve groei mogelijk is. Wat betekent dit voor het vestigingsklimaat? Blijven cruciale/wenselijke bedrijven Eindhoven interessant genoeg vinden om te komen, te blijven, en om uit te breiden? Bedrijvenloket en bedrijfsregelingen Met Snappen of Schrappen zijn in 2025 6 regels geschrapt en 14 regels vereenvoudigd. Hoe waardeert de raad dit resultaat en wat gaat er nu anders gaat dan voorheen?
3
Economische promotie - Cijfers over de vestiging van bedrijven in 2025 en het aantal hotelovernachtingen zijn nog niet bekend. Hoe beoordeelt de raad of de gepleegde inzet hierop het gewenste effect heeft? - Om het Eindhovense voorzieningenniveau (zowel de basis – huisartsen etc. – als ook bijv. culturele instellingen) aan te laten sluiten bij de behoeften van de groeiende en veranderende stad, is in 2025 de aanpak ‘Stedelijke en maatschappelijke Voorzieningen’ ontwikkeld. Daarbij heeft de wethouder toegezegd via de P&C cyclus te rapporteren over de voortgang. Wat is de stand van zaken? 3a Woningbouw en fijne wijken Financieel nadeel Programma 3a heeft een negatieve afwijking van ongeveer € 5,3 miljoen door vooral negatieve grondexploitaties. Welke projecten liggen ten grondslag aan de negatieve grondexploitaties en wat zegt dit over de structurele haalbaarheid van de woningbouwopgave? 3b Bereikbaarheid Duurzaam vervoer Het aandeel duurzaam vervoer in de modal split is in 2025 72%, beoogd was 74%. Ook het aantal bus- en treinreizigers blijft achter op de begroting. Hoe waardeert de raad de voortgang van de mobiliteitstransitie? 4 Veilige wijken Subjectieve veiligheidsbeleving Voor het derde jaar op rij is de realisatie voor subjectieve veiligheidsbeleving niet gehaald. In opeenvolgende jaarrekeningen noemt het college geen concrete verklaringen voor deze ontwikkeling.
Objectieve veiligheidsbeleving De gewenste realisatie voor objectieve veiligheidsbeleving is niet behaald. In de BBV indicatoren (p. 101) is te zien dat Eindhoven hogere cijfers per 1000 inwoners toont dan gemeenten van een vergelijkbare inwonersklasse en zich al op het niveau bevindt van een gemeente met meer dan 300.000 inwoners. De vraag is of deze cijfers het gevolg zijn van een hogere aangiftebereidheid of daadwerkelijke onveiligheid. o Waarom stijgt, ondanks grotere investeringen in veiligheid, de veiligheidsbeleving niet? Is subjectieve veiligheidsbeleving een bruikbare indicator? o Hoe verhoudt de ontwikkeling in subjectieve veiligheidsbeleving zich tot de objectieve veiligheidsindex? o Bieden deze objectieve indicatoren wel een goed inzicht in welke zaken daadwerkelijk het veiligheidsgevoel van mensen beïnvloed? Zie ook Misverstanden veiligheidsbeleving - Het CCV 5 Levendige stad Voor zowel sport als cultuur ontbreekt informatie over de effectindicatoren en geven effectindicatoren aan dat doelen niet worden bereikt. Hoe waardeert de raad de inzet van het college op deze terreinen?
4