Beantwoording technische vragen VVD n.a.v. de raadsbrief Vrije spoorkruising Tongelre
Tekst van het document
Technische vragen naar aanleiding van de raadsbrief – Vrije spoorkruising Tongelre (6 januari 2026) 1. Noodzaak voorkeursvariant in relatie tot MIRT-actualisatie Is het, gelet op het feit dat stap 2 van de MIRT-verkenning momenteel stilligt in afwachting van financiering, noodzakelijk om voorafgaand aan het veiligstellen van middelen al een voorkeursvariant vast te stellen? Nee. Overigens wordt een voorkeursvariant door het Rijk vastgesteld. Of kan de financieringsverkenning ook plaatsvinden zonder dat de raad zich nu inhoudelijk vastlegt op één van de drie oplossingsrichtingen? Ja.
2. Procesmoment en risico op vertraging Wat is – binnen de systematiek van het MIRT en richting een eventuele herstart van de verkenning – het uiterste besluitmoment waarop een voorkeursvariant moet zijn bepaald om vertraging van het proces te voorkomen? Het voorkeursalternatief wordt bepaald als de MIRT-verkenning voltooid is. Die kan pas weer opgestart worden als er zicht is op financiering van de maatregel. Daar kan op dit moment geen datum aan gekoppeld worden. Is er sprake van formele MIRT-deadlines of BO-MIRT-afspraken die een keuze op korte termijn noodzakelijk maken? Nee.
3. Financiële en programmatische consequenties Gegeven het verschil in investeringsomvang tussen de varianten (indicatief €300 mln tot €800 mln), welke gevolgen heeft het kiezen voor een duurdere variant voor: •
de kans op overeenstemming over investering met het rijk
•
de brede onderhandelingspositie van Eindhoven binnen het BO-MIRT?
•
de benodigde cofinanciering vanuit gemeente en regio?
•
de fasering of prioritering van andere mobiliteitsopgaven?
Over geen van deze vragen kan op dit moment een uitspraak gedaan worden. Los daarvan is het bij elkaar krijgen van een groter bedrag ook een grotere opgave.
Het Rijk deelt wel de noodzaak en urgentie van de realisatie van alle Eindhovense spoormaatregelen (stap1, stap 2a en 2b en stap 3). De vrije kruising is hier een onderdeel van (2a).
4. Relatie met andere mobiliteitsambities Kan het inzetten op een duurdere variant voor de vrije kruising Tongelre ertoe leiden dat andere mobiliteitsambities binnen het MIRT minder kansrijk worden in de afweging met het Rijk. Zo ja, welke projecten of programma’s komen dan mogelijk onder druk te staan? Ook hierover kan op dit moment geen uitspraak gedaan worden. Elke uitspraak zou speculatief zijn. In het algemeen geldt voor de investeringen uit het Mobiliteitsfonds dat de afgelopen periode er te weinig beschikbare middelen zijn geweest om alle gewenste infrastructurele projecten te financieren. Door het Rijk vond hier een afweging plaats om te komen tot prioritering, dat betekent dat bij een aanzienlijk aantal Rijksprojecten er nog geen zicht op financiering is.