Beantwoording technische vragen - Raadsvoorstel Initiatiefvoorstel verbod fossiele reclame en 17e wijziging APV (PvdD)
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen PvdD over Raadsvoorstel Initiatiefvoorstel verbod fossiele reclame en zeventiende wijziging APV Eindhoven datum: 9 juni 2026 In het raadsvoorstel wordt de sector veelvuldig geciteerd. Om de objectiviteit van die stellingen beter te begrijpen heb ik nog een aantal aanvullende vragen. Vraag 1: Er staat “het niet kunnen voeren van één landelijke bietencampagne [..] leidt tot het anders inzetten van hun [de adverteerders, PvdD] marketingbudget.” Dat is nu al het geval, het is nu al niet mogelijk één landelijke buitencampagne te voeren. Eindhoven sluit zich met dit raadsvoorstel aan bij de reclamebeperkingen zoals die gelden in Den Haag. Klopt het dat hiermee het aantal verschillende situaties in Nederland gelijk blijft? Antwoord: Het klopt dat het aantal verschillende situaties gelijk blijft. Vraag 2: Reclame-exploitanten zeggen dat hun rendementen onder druk komen te staan. JCDecaux rapporteerde echter zeer positieve cijfers, met een toenemende marge. a. Is bekend wat de daadwerkelijke rendementswijzigingen zijn in bijvoorbeeld Den Haag? Antwoord: Nee, dit is vertrouwelijke informatie. b. Is Eindhoven verantwoordelijk voor het behouden van rendementen van de concessiehouders? Antwoord: Deels, concessiehouders hebben ingeschreven op een aanbesteding met afgesproken spelregels en op basis daarvan hebben zij hun afdrachten bepaald.
Vraag 3: De vereniging van reclame-exploitanten wil geen stelling nemen over de precieze omvang van lagere concessie-afdrachten en ze verwijzen naar kengetallen. Volgens hen is het aandeel fossiel in de landelijke reclames 10%. a. Kan dit onderbouwd worden? Zijn er empirische gegevens? Antwoord: Nee. b. Waarom niet? Antwoord: Het is lastig inzichtelijk te maken. Het gaat niet alleen over het directe verlies vanwege fossiele reclame, maar ook over het indirecte verlies doordat adverteerders buitenreclame volledig links laten liggen, ook voor campagnes die wel mogen. Vraag 4: Voor Eindhoven denkt de branchevereniging dat het aandeel fossiel 20% is vanwege de automotive bedrijvigheid in de regio, veel tech en internationaal verkeer. a. Kan dit onderbouwd worden? Antwoord: Nee, dit is een inschatting die is gedaan door de branchevereniging Outreach. Inschatting is gebaseerd op het profiel van de regio. b. Waarom niet? Antwoord: Dat is niet bekend. c. Waarom zou er meer reclame worden gemaakt voor de producten en diensten op de plek waar deze geproduceerd worden? Wordt er, bijvoorbeeld, meer reclame gemaakt voor aardappelproducten in Steenderen waar Aviko gevestigd is? Antwoord: De branchevereniging geeft aan dat deze inschatting is gedaan vanwege het internationale karakter van de stad en de welstandsklasse van de doelgroep voor de betreffende producten.
Vraag 5: Het college citeert in kanttekening 1.1 de lobby: “Gemeenten zouden niet op eigen houtje moeten bepalen welke legitieme producten wel of niet gepromoot mogen worden. Reizigers moeten zelf een reisbewuste keuze kunnen maken, op basis van eerlijke en volledige informatie”. Wordt hiermee bedoeld dat buitenreclame bijdraagt aan eerlijke en volledige informatie om een reisbewuste keuze te maken? Antwoord: Deze tekst is afkomstig van de ANVR en heeft betrekking op hun standpunt dat gemeenten niet moeten bepalen welke legitieme producten wel of niet gepromoot worden. Vraag 6: De reclame-exploitanten noemen in kanttekening 2.1 de vrees dat er een lappendeken van verboden over Nederland komt, waardoor adverteerders helemaal niet meer voor buitenreclame zullen kiezen. Het college geeft aan de reclamebeperking sowieso in te voeren bij een nieuwe concessie. Is er een verschil in de lappendeken of dat nou komt door een APV-wijziging of door concessieafspraken? Antwoord: De branchevereniging geeft aan dat dit verschil er wel is. Een verbod via de APV is willekeurig, juridisch divers en onvoorspelbaar. Concessie afspraken is een gestructureerde variatie namelijk contractueel verankerd en voor marktpartijen van tevoren kenbaar gemaakt. Vraag 7: Het voorstel is om het te dekken uit de algemene reserves.
Is dat omdat het een niet goed kwantificeerbaar netto risico van materiële omvang is? Antwoord: Dit is aangegeven omdat er geen dekking gevonden is. Vraag 8: Klopt het dat er in het raadsvoorstel geen nieuwe, harde cijfers staan over mogelijke financiële impact van de reclamebeperking, kengetallen als “10%” of “20%” daargelaten? Antwoord: Er staat in het raadsvoorstel dat er een financieel risico aan dit voorstel is van € 2,6 mln.