Beantwoording technische vragen Raadsvoorstel Fellenoord (PvdA D66 en PvdD)
Tekst van het document
Technische vagen Uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord Op 28 juni heeft een informerende sessie plaatsgevonden in het kader van het raadsvoorstel. In het verlengde van deze sessie zijn door respectievelijk PvdA, D66 en Partij voor de Dieren technische vragen gesteld. Deze vragen worden in hieronder beantwoord.
Vragen PvdA 1. Wat is het doel van KnoopXL? Wat wordt de ‘look en feel’ van het project? Bij het beantwoorden van deze vraag maken we onderscheid tussen a.) de doelstelling van het programma Eindhoven internationale knoop XL en b). de doelstelling van de gebiedsontwikkeling Fellenoord. Daarnaast wordt onder c.) ingegaan op de ‘look en feel’ van het gebied. a.) Doelstelling van het programma Eindhoven Internationale Knoop XL. Het programma Internationale Knoop XL is een gezamenlijk programma van het Rijk (de ministeries van Binnenlandse Zaken en van Infrastructuur en Waterstaat), de provincie NoordBrabant en de gemeente Eindhoven. Het programma kent drie doelstellingen (zie ook pagina 23 t/m 26 van de Toepassing ‘leidraad omgang Knoop XL’): I. Realiseren duurzame stedelijke schaalsprong: We bouwen voor de woningbouwopgave van Eindhoven en daarmee voor alle Eindhovenaren. Ook bieden we een aantrekkelijk hoogstedelijk woon- en werkmilieu aan dat noodzakelijk is om talent te kunnen binnenhalen en te kunnen vasthouden. Internationale Knoop XL moet een plek worden die bruist en leeft met voorzieningen van wereldformaat en veel stedelijk groen zodat wonen, werken, studeren en recreëren in hetzelfde gebied mogelijk zijn. II. Verstevigen voedingsbodem innovatieve topregio: De Internationale Knoop XL vormt de ontmoetingsplek, laboratorium en showroom van Brainport Eindhoven.
Ontmoeting, uitwisseling, innovatie en experiment staan centraal. III. Aantrekkelijk houden van vestigingsklimaat door optimale (internationale) connectiviteit: We bouwen aan een duurzaam OV systeem waar de hele regio van profiteert. Tevens zijn adequate en optimale verbindingen met andere economische kerngebieden cruciaal om het succes van de Brainport Eindhoven toekomstvast te schragen. Internationale Knoop XL vormt de hoogwaardige toegangspoort en overstapmachine van en naar de Brainport. Deze doelen zijn vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst Rijk-Regio EIK XL die is ondertekend tijdens het Strategisch Bestuurlijk Overleg MIRT in het voorjaar van 2019. b.) Doelstelling van de gebiedsontwikkeling Fellenoord. Binnen het programma Eindhoven Internationale Knoop XL ligt de gebiedsontwikkeling Fellenoord. De doelen van de gebiedsontwikkeling zijn vastgelegd in de Ontwikkelvisie en het Ontwikkelkader Fellenoord zoals deze op 16 maart 2021 unaniem zijn vastgesteld door de gemeenteraad van Eindhoven. De Ontwikkelvisie kent zes hoofddoelen: I. Gemixt gebied met een woon-, werk- en voorzieningenprogramma conform verdeling in de ontwikkelvisie en het ontwikkelkader. Bouwen voor goede mix van bewoners. Voor huidige Eindhovenaren én voor nieuwkomers. Voor jong en oud, voor arm en rijk. II. TDK (Technologie, Design en Kennis) als dragende identiteit van het gebied.
Betreft: Beantwoording technische vragen uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord
III.
Gebied met nadruk op actieve en duurzame vormen van mobiliteit en inzet op deeloplossingen voor de auto. IV. Klimaatadaptieve clusters en openbare ruimte met ruim aandacht voor water, groen, hittebestendigheid, circulariteit en biodiversiteit. V. Energieneutraal met voeding uit duurzame bronnen en warmtenet. VI. Ruimtes, routes en maatschappelijke voorzieningen voor nieuwe én bestaande stad. Deze zes hoofddoelen zijn vertaald in Kritische Prestatie Indicatoren (zie ook pagina’s 34 t/m 40 van de Toepassing ‘leidraad omgang Knoop XL’). c.) De ‘look en feel’ van het gebied Om een beeld te krijgen van de ‘look en feel’ van het gebied kunt u kennis nemen van de Ontwikkelvisie (Ontwikkelvisie Fellenoord Digitaal Rapport_0.pdf (openeindhoven.nl) Ontwikkelvisie Fellenoord Digitaal Rapport_0.pdf (openeindhoven.nl) In deze Ontwikkelvisie zijn diverse ‘artist impressions’ opgenomen die een goed beeld geven van de ‘look en feel’ van het toekomstige gebied. 2. Er wordt gesproken over 6000 a 7000 woningen waarbij het uitgangspunt is goed bereikbare maatschappelijke voorzieningen van 7,5% totale programma, waaronder 1 basisschool en 1 à 2 gezondheidscentra die bewoners van Fellenoord en omliggende wijken zoals Woensel Zuid bedienen. Een huisarts heeft ongeveer 2000 patiënten in haar praktijk. Volgens onze berekening zouden dat erg grote praktijken moeten worden.
Hoe ziet u dat voor u? En blijft er dan binnen die 7,5% maatschappelijke voorzieningen nog wel ruimte voor andere doeleinden? Gezondheidscentra bundelen een aantal zorgvoorzieningen zoals fysiotherapie, huisartsen, apotheek, etcetera. Voor Fellenoord wordt rekening gehouden met 4 tot 6 benodigde huisartsen, waarbij huisartsen vaak gezamenlijk praktijk voeren. Dat kan bijvoorbeeld in een gezondheidscentrum. De algemene mix van wonen, werken en voorzieningen is gebaseerd op het advies van het College van Rijksadviseurs aan het Uitvoeringsprogramma RuimtelijkEconomische Ontwikkelstrategie – REOS (‘Guiding Principles Metro Mix’). De 7,5 % van het totaalprogramma aan maatschappelijke voorzieningen bestaat uit 2,5% voor scholen, gezondheidscentra, wijkcentra, etcetera) en 5% voor de zogenaamde ‘specials’. Deze percentages zijn gebaseerd op ervaringen en referenties uit andere projecten in Eindhoven en in andere steden. Overigens zijn we op dit moment voor alle basisvoorzieningen aantal en omvang aan het inventariseren op basis van landelijke richtlijnen, G5-vergelijkingen (G5 zijn de gemeenten Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Eindhoven) en Eindhovense SGE-raadplegingen. Op basis van deze inventarisatie borgen we dat bij de uitwerking van de Ontwikkelingsvisie de voldoende basisvoorzieningen een gegarandeerde plek in het gebied krijgen.
Terzijde kunnen we vermelden dat het nadrukkelijk onze inzet is om ook omliggende wijken (m.n. Oud Woensel) nadrukkelijk bij de realisatie van nieuwe maatschappelijke voorzieningen te betrekken. En omgekeerd geldt hetzelfde; inzet is dat de Fellenoord-ontwikkeling juist ook voor een opwaardering van bestaande voorzieningen in die omliggende wijk(en) zorgt.
2
Betreft: Beantwoording technische vragen uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord
3. Wordt de mix van woningen (sociale huur, midden huur, etc) vastgelegd voor het totaalproject of per bouwproject? Is dit mogelijk? Worden er maatregelen genomen om ongelijke bouwprojecten (bijvoorbeeld gebouwen met alleen vrije sector) te voorkomen? Zo ja, welke? De KPI geldt voor de gehele gebiedsontwikkeling. Binnen het plangebied Fellenoord zijn 11 zogenaamde ‘ontwikkelclusters’ te onderscheiden Voor deze ontwikkelclusters worden zogenaamde ‘clusterpaspoorten’ opgesteld en door de gemeente vastgesteld. In deze clusterpaspoorten wordt de mix van woningen vastgelegd waar op clusterniveau aan voldaan moet worden. Uitruil binnen het cluster is daarbij mogelijk. Verder wordt via de anterieure overeenkomsten (overeenkomsten met een marktpartij die in het gebied een plot ontwikkelt) geborgd dat aan het gewenste woningbouwprogramma en andere indicatoren voldaan wordt. Het op gebiedsniveau realiseren van de totale programmering en bijbehorende KPI’s, wordt gevolgd middels een gebiedsbreed dashboard. 4. Wat is de minimale vloeroppervlakte van een sociale huurwoning binnen dit project? Het gemeentelijk beleid kent geen minimale vloeroppervlakten voor sociale huurwoningen.
Desondanks zal er worden gestuurd op een faire prijs-kwaliteit-verhouding, en zullen wij – ook bij eventuele particuliere realisatie – maximaal streven naar analogie aan realisatie van woningbouwcorporaties (in prijs-kwaliteit, maar bij voorkeur ook in toewijzing). 5. Worden er plannen gemaakt om te voorkomen dat een of een paar projectontwikkelaar(s) alle woningen opkoopt/opkopen? Binnen het plangebied Fellenoord zijn zogenaamde ‘ontwikkelclusters’ te onderscheiden. Een groot deel van deze clusters is (deels) in handen van enkele tientallen private partijen. Het woonprogramma is gelijkmatig verdeeld over deze clusters. Met private partijen worden via anterieure overeenkomsten afspraken gemaakt over het te realiseren woonprogramma. En bij huurwoningen worden afspraken gemaakt over de wijze van belegging van het complexeigendom. Dit laatste uiteraard ook ter voorkoming van ‘huisjes-melkerij’. Bij koopwoningen zal worden gestuurd op de zelfbewoningsplicht. 6. Hoe wordt er naast de 5% TDK invulling gegeven aan de overige 95%? In totaal geldt een programmaverdeling van 70% wonen, 15% voorzieningen en 15% werken. Van de 30% voorzieningen en m.n. voor wat betreft het werken is de idee om 5% herkenbaar in te vullen met het gewenste TDK (Technologie, Design en Kennis) profiel, vooral in de plinten.
Uiteraard wil dat niet zeggen dat de overige 25% voorzieningen en werken anoniem en ‘nietEindhovens’ zullen worden; vooral Brainport-/Eindhoven-gerelateerde kantoorgebruikers zullen zich hier gaan vestigen. Maar we moeten realistisch blijven, niet alle kantoren zullen zich in hun exterieure verschijningsvorm als ‘typisch Brainport’ doen herkennen. 7. Voor de betaalbaarheid van woningen worden percentages gehanteerd. Zijn er ook percentages om de betaalbaarheid van de andere voorzieningen te reguleren? Zo ja, welke? In tegenstelling tot wonen – waar we de totale ‘woonladder’ wensen te realiseren – zal voor de werkfuncties vooral naar de beschikbaarheid/bereikbaarheid van alle prijsniveaus op stedelijke schaal worden gekeken. U kunt zich voorstellen dat ‘reguliere’ kantoorgebruikers dichtbij het station en voorzieningen een hogere huur betalen dan in de periferie van de stad. We wensen er echter wél voor te zorgen, dat er ook in dit gebied – bijvoorbeeld op een aantal plekken in de plinten van de gebouwen – kansen liggen voor TDK-profilering o.a. met startups en (jonge) designers. Daar zullen we middels de zogenaamde clusterpaspoorten op sturen. 3
Betreft: Beantwoording technische vragen uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord
8. Welke maatregelen worden nu al genomen om stijgende energiekosten voor de toekomstige inwoners te beperken? Er wordt bij de uitwerking van het gebied ingezet op een zo laag mogelijk energieverbruik en 100% voeding vanuit duurzame bronnen. De opwek van duurzame energie vindt zoveel als mogelijk in het gebied zelf plaats. Bij de uitwerking van het gebied en de afzonderlijke ontwikkelclusters wordt ingezet op het vergroten van het bewustzijn bij ontwikkelaars en gebruikers op dit vlak. Daarbij wordt de toepassing van innovatieve oplossingen gestimuleerd. 9. Wat wordt de isolatiewaarde van woningen? Worden deze hetzelfde voor alle woningen? De ‘BENG norm’ is in plaats gekomen voor de EPC-norm (isolatiewaarde). Deze norm geldt voor alle nieuwbouwprojecten in Nederland en is dus ook van toepassing op de ontwikkeling van Fellenoord. In de BENG gelden minimale isolatiewaarden voor nieuwbouw (3,7 m2.K/W voor vloeren, 4,7 m2.K/W voor gevels en 6,3 m2.K/W voor daken) om de energievraag te beperken. 10.
Wat zijn jullie van plan in het kader van hittebestendigheid? Worden er voor sociale en dure huur/koop dezelfde maatregelen getroffen? Eén van de doelen van de ontwikkeling van Fellenoord is ‘Klimaatadaptief met veel water, groen, hittebestendigheid en biodiversiteit.’ De ruimtelijke inrichting van het gebied wordt zodanig, dat deze zorgt voor afname van het hitte-effect of voorkomt dat het effect toeneemt. Bovendien moet er op 300 meter loopafstand een groene koele plek zijn. Deze ambitie wordt gehaald binnen Fellenoord. Ook wordt er in het Dommeldal een stads- en landschapspark aangelegd. De Ontwikkelvisie wordt uitgewerkt in clusterpaspoorten: kaders waarbinnen eigenaren een cluster tot ontwikkeling kunnen brengen. Hittebestendigheid krijgt een plek in deze clusterpaspoorten. In deze clusterpaspoorten worden de ontwikkelaars van kavels uitgedaagd om door middel van groen (op binnenterreinen, daken en gevels) en materialisering de hittestress zoveel als mogelijk tegen te gaan. Deze uitgangspunten gelden voor alle woningen in het gebied. 11. Hoe en wie bepaalt welke projecten eerst worden gerealiseerd? Welke prioriteiten zijn daarbij leidend? Veel van de gebouwen en de gronden zijn op dit moment in particulier eigendom. Eigenaren kunnen zelf beslissen wanneer ze overgaan tot ontwikkeling van hun gebouw.
Uiteraard zal dit moeten plaatsvinden binnen de kaders die de gemeente stelt vanuit de Ontwikkelvisie en de clusterpaspoorten. Verder ligt er voor wat betreft het moment van ontwikkeling van clusters een relatie met de omvorming van de Fellenoord naar een Stadsboulevard en de herontwikkeling van het busstation. Sommige clusters kunnen onafhankelijk van deze projecten ontwikkeld worden. Andere clusters moeten wachten tot meer bekend is over de preciezere uitwerking van de plannen voor of daadwerkelijke realisatie van de Fellenoord en het busstation. Deze fasering op hoofdlijnen is opgenomen in de Ontwikkelvisie (zie ook pagina 43 van de Toepassing ‘leidraad omgang Knoop XL’). 12. Genoemde ‘deels buitenplanse randvoorwaarden’ zouden essentieel zijn voor het slagen van Knoop XL, wat maakt deze essentieel? En wat zijn deze randvoorwaarden? Om het gebied tot ontwikkeling te brengen zijn strategische investeringsprojecten nodig. Een tweetal investeringsprojecten maakt geen onderdeel uit van de scope van de gebiedsontwikkeling Fellenoord. Het betreft de realisatie van de multimodale knoop (de
4
Betreft: Beantwoording technische vragen uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord
herontwikkeling van busstation Neckerspoel en station Eindhoven Centraal) en de herinrichting van de ring Eindhoven. De multimodale knoop ligt in het gebied. Een hoogwaardige invulling van het busstation is nodig om het gebied kwalitatief goed te ontwikkelen (inzet is om het busstation onder de grond te brengen), bovendien is een upgrade van het station en bijbehorende functies nodig om de groei aan reizigers op te kunnen vangen. De herinrichting van de ring is nodig om een alternatief te bieden voor de herinrichting van de Fellenoord tot stadsboulevard. Beide onderdelen worden momenteel in het kader van het MIRT nader uitgewerkt. 13. Wat is er al gedaan aan participatie? Wat willen jullie in de toekomst nog doen aan participatie? Het programma Eindhoven Internationale Knoop XL krijgt in nauwe samenspraak met alle stakeholders vorm. Dat gebeurt conform de Nota inwoners- en overheidsparticipatie, de Leidraad Participatie & Omgevingsvergunning en bij het doorlopen van de juridisch planologische procedures. In het verlengde is en wordt het volgende gedaan: • Ontwikkelvisie Fellenoord: De Ontwikkelvisie voor Fellenoord is opgesteld met alle relevante stakeholders. Zo is de Ontwikkelvisie uitgewerkt aan de hand van gebiedsateliers met eigenaren, huurders, gebruikers, spoorse partijen en andere stakeholders in het gebied.
Een concept Ontwikkelvisie is voor reflectie voorgelegd aan deze partijen en andere relevante partners zoals Trefpunt Groen en Van Abbestichting hebben input geleverd. • Uitwerking Ontwikkelvisie: Momenteel wordt de Ontwikkelvisie uitgewerkt met relevante stakeholders. Zo wordt er met zogenaamde ‘frontrunners’ gewerkt aan de invulling van hun plot. Rond thema’s als programma, klimaat, en mobiliteit worden themagewijs gesprekken gevoerd met partners in de stad en in het gebied zoals de Green Business Club. Verder zijn en worden er gebiedsateliers georganiseerd met stakeholders. Er wordt toegewerkt naar een gebiedscoalitie. Recent heeft in het kader van de MER de Notitie Reikwijdte en Detailniveau ter visie gelegen voor zienswijzen. Ook voor de op te stellen Omgevingsplannen voor de deelgebieden zullen de gebruikelijke procedures worden doorlopen. • Placemaking en participatie: Er is een omgevingsmanager aangesteld die samen met stakeholders in het gebied aan de slag gaat met de realisatie van de plannen in Fellenoord. Sinds begin dit jaar is de kiosk op het Stationsplein ingericht als bezoekerscentrum voor Knoop XL. Dit bezoekerscentrum voor Knoop XL wordt volop gebruikt als ontmoetingsplek voor bewoners en stakeholders. Ook kunnen mensen hier ideeën en suggesties kwijt voor de inrichting van het gebied. Knoop XL heeft een inspiratieboek placemaking en participatie.
Dit boek biedt inspiratie en adviezen aan ontwikkelende partijen voor de inrichting en vormgeving van het gebied. De input is opgehaald tijdens verschillende evenementen en cocreatie-sessies met bezoekers, bewoners en betrokkenen zoals op de Dutch Design Week. Voor de clusteruitwerking staan eigenaren aan de lat om een participatieplan te maken en daar tijdens de planuitwerking uitvoering aan te geven. Tot slot wordt er gewerkt met een kalender van placemakingsactiviteiten waaronder DDW, Glow, en diverse activiteiten in het gebied. 14. Welke KPI’s gaan we zelf uitvoeren en welke gaan we uitbesteden? De KPI’s zijn bedoeld om op gebiedsniveau te sturen op de ambities en doelen die zijn vastgelegd in de Ontwikkelvisie. Het eigendom in het gebied Fellenoord is sterk versplinterd 5
Betreft: Beantwoording technische vragen uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord
en in handen van enkele tientallen eigenaren. Dit varieert van de gemeente, gebruikers, beleggers tot ontwikkelaars. Al deze partijen zijn nodig om het gebied tot ontwikkeling te brengen conform de Ontwikkelvisie en de bijbehorende KPI’s. Primair staat de gemeente aan de lat om ervoor te zorgen dat het gebied conform de KPI’s tot stand komt. Via publiek rechtelijke instrumenten (Omgevingsvisie, Omgevingsplannen, clusterpaspoorten en vergunningen) en privaatrechtelijke afspraken (Anterieure overeenkomsten met ontwikkelaars) wordt dit geborgd en doorgelegd naar ontwikkelende partijen. 15. Wat wordt de rol van private partijen? Het eigendom in het gebied Fellenoord is sterk versplinterd en grotendeels in handen van enkele tientallen private eigenaren. Eigenaren in het gebied zullen – binnen de door de gemeente gestelde kaders – zelf overgaan tot ontwikkeling van hun eigendom/plot. De kavels die in publieke handen zijn zullen naar verwachting via tenders (aanbesteding) op de markt gezet worden om ook door private partijen tot ontwikkeling te worden gebracht.
Vragen D66 Ontwikkelvisie Fellenoord N.a.v. de Uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord heb ik de volgende technische vragen. 1.
Bij de oprichting van een privaatrechtelijke rechtspersoon door een gemeente voor een openbaar of publiek belang (bijvoorbeeld een vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij, N.V., B.V. met beperkte aansprakelijkheid of een stichting) legt de gemeente een verzoek tot oprichting van een privaatrechtelijke partij ter toetsing voor aan Gedeputeerde Staten van de provincie. Gedeputeerde Staten neemt het verzoek tot oprichting in overweging en kiest voor een inwilliging of een afwijzing. VRAAG: Hoe kan een onafhankelijke en onpartijdige toetsing door de provincie worden gewaarborgd, aangezien de gemeente ook een samenwerking met de provincie wil aangaan in deze gebiedsontwikkeling? Hoe wordt voorkomen dat er bij de toetsing (de schijn der) belangenverstrengeling plaats zou kunnen vinden bij de provincie? Zou de toetsing tot oprichting van een privaatrechtelijke rechtspersoon door een andere provincie kunnen plaatsvinden om zo de onafhankelijkheid te borgen? Voorliggend raadsvoorstel heeft betrekking op het WAAROM en het WAT, ofwel de eerste 7 stappen van de ‘leidraad omgang Knoop XL’ en de eerste helft van stap 8. De overige stappen hebben betrekking op de organisatorische invulling, ofwel het HOE. Deze vraag heeft betrekking op de organisatorische invulling ofwel het ‘hoe’. Dit komt later dit jaar aan bod.
Indien het zover mocht komen, is deze situatie overigens niet uniek, Er zijn eerder privaatrechtelijke rechtspersonen opgericht waarin zowel Eindhoven als de Provincie deelnemen.
2.
Stukken die binnen privaatrechtelijke rechtspersonen (al dan niet in vergaderingen) worden gedeeld, zijn niet openbaar. VRAAG: Op welke manier zijn de besluiten en activiteiten binnen de op te richten entiteit voor de gebiedsontwikkeling Fellenoord, democratisch controleerbaar én (bij)stuurbaar voor de raad?
6
Betreft: Beantwoording technische vragen uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord
Voorliggend raadsvoorstel heeft betrekking op het WAAROM en het WAT, ofwel de eerste 7 stappen van de ‘leidraad omgang Knoop XL’ en de eerste helft van stap 8. De overige stappen hebben betrekking op de organisatorische invulling, ofwel het HOE. Deze vraag heeft betrekking op de organisatorische invulling ofwel het ‘hoe’. Dit komt later dit jaar aan bod. 3.
Als een inwoner ontevreden is over de afvalinzameling, dan kan deze klagen bij CURE of bij de Ombudspersoon omdat deze onder een gemeenschappelijke regeling van de gemeente valt en dus onder de Awb. VRAAG: Hoe worden publiekrechtelijke waarborgen toegepast, zoals het klachtrecht bijvoorbeeld, bij een privaatrechtelijke organisatie? Bij wie kunnen inwoners dan terecht? Voorliggend raadsvoorstel heeft betrekking op het WAAROM en het WAT, ofwel de eerste 7 stappen van de ‘leidraad omgang Knoop XL’ en de eerste helft van stap 8. De overige stappen hebben betrekking op de organisatorische invulling, ofwel het HOE. Deze vraag heeft betrekking op de organisatorische invulling ofwel het ‘hoe’. Dit komt later dit jaar aan bod.
4. VRAAG: Hoe kan geborgd worden dat door de op te richten entiteit voor de gebiedsontwikkeling Fellenoord de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur worden gevolgd als die entiteit daar niet direct onder valt? Voorliggend raadsvoorstel heeft betrekking op het WAAROM en het WAT, ofwel de eerste 7 stappen van de ‘leidraad omgang Knoop XL’ en de eerste helft van stap 8. De overige stappen hebben betrekking op de organisatorische invulling, ofwel het HOE. Deze vraag heeft betrekking op de organisatorische invulling ofwel het ‘hoe’. Dit komt later dit jaar aan bod. 5. VRAAG: Hoe kan geborgd worden dat de op te richten entiteit: a. het publieke belang behartigt met publiekrechtelijke instrumenten; b. het bestuursorgaan invloed heeft over de manier waarop de financiële middelen, afkomstig van dat bestuursorgaan, worden ingezet; Voorliggend raadsvoorstel heeft betrekking op het WAAROM en het WAT, ofwel de eerste 7 stappen van de ‘leidraad omgang Knoop XL’ en de eerste helft van stap 8. De overige stappen hebben betrekking op de organisatorische invulling, ofwel het HOE. Deze vraag heeft betrekking op de organisatorische invulling ofwel het ‘hoe’. Dit komt later dit jaar aan bod. 6.
In de bijlage “Toepassing leidraad omgang Knoop XL” staat op sheet 38: “Uitgangspunt is 60 mm per m2 verhard oppervlak”. Deze 60mm vloeit voort uit bijlage 5 bij het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2022: de beleidsregel “Klimaat robuust (her)inrichten en ruimtelijk ontwikkelen”. In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2022 wordt in bijlage B verwezen naar een tabel met labels met normen ter voorkoming van wateroverlast en hittestress. Het label geldt landelijk en is geïntroduceerd door de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (STOWA) en RIONED, de koepelorganisatie voor stedelijk waterbeheer. In een notitie over het bergen van de hemelwatereis van de gemeente Rheden wordt vanaf pagina 3 uitgelegd hoe de systematiek werkt en welke labels er zijn.
7
Betreft: Beantwoording technische vragen uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord
Hierin lezen we dat boven label A (60mm) er ook nog een label A+ (80mm) en A++ (100mm) bestaan. Ook lezen we (pagina 6) dat 60mm “niet klimaatbestendig” wordt genoemd en dat in Nederland regenbuien van 90mm per uur al vaker zijn voorgekomen en dat buien van 120mm per uur zeker niet ondenkbeeldig zijn. VRAAG: Is deze informatie meegenomen in het beoordelen van de norm voor waterberging? Zo ja, waarom is dan toch voor 60mm gekozen? Zo nee, bent u bereid dit mee te nemen en te heroverwegen? Het vertrekpunt van 60mm waterberging per m2 verhard oppervlak is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2022. Dit is momenteel vigerend gemeentelijk beleid en als uitgangspunt genomen voor de Ontwikkelvisie zoals deze op 16 maart 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad. Dat is gebaseerd op de op dat moment meest actuele inzichten. Dit jaar wordt het Rioleringsplan geactualiseerd. Als u dit wilt heroverwegen dan kan kunt u dit in de loop van dit jaar inbrengen bij het voorstel voor het nieuwe gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2026. 7. In de bijlage “Toepassing leidraad omgang Knoop XL” staat op sheet 38: “Uitgangspunt is 8m2 groen per woning”.
VRAAG: Kan dit groen ook (deels) in de vorm van een groene gevel, een groen dak(tuin) of een binnentuin zijn of moet het per se openbaar groen zijn? De normering groen per woning kan op verschillende manieren worden ingevuld, ook op daken, in de vorm van gevelgroen en in binnentuinen. Deze opties zijn onderdeel van de kwantitatieve norm van 8m2. 8. VRAAG: Hoe kan geborgd worden dat zaken als de normen voor groen en waterberging adaptief zijn als in de toekomst blijkt dat er meer nodig is? Bijvoorbeeld in het kader van klimaatverandering? De ontwikkeling van Fellenoord duurt naar verwachting zeker 20 jaar. Beleidswijzigingen zullen altijd voorkomen in dit soort langjarige gebiedsontwikkelingen. Momenteel zijn de Ontwikkelvisie en de indicatoren (KPI’s) die in het verlengde zijn opgesteld het vertrekpunt. Gedurende de ontwikkeling is er gelegenheid om deze KPI’s bij te stellen om in te spelen op veranderende omstandigheden. Daarnaast zijn binnen het plangebied Fellenoord zogenaamde ‘ontwikkelclusters’ te onderscheiden. Voor deze ontwikkelclusters worden zogenaamde ‘clusterpaspoorten’ opgesteld. De clusters worden in de loop van de tijd tot ontwikkeling gebracht. De planuitwerking binnen deze clusterpaspoorten biedt flexibiliteit om – in de loop van de tijd – in te spelen op veranderde omstandigheden.
Waarschijnlijk ten overvloede moeten we met elkaar wel beseffen dat, naar mate het gebied meer ‘af’ is, de letterlijke vrije ruimte afneemt om nog extra m2’s voorzieningen toe te voegen. 9. VRAAG: Wat is de afweging om voor een loopbrug over het spoor te kiezen bij het politiebureau en ’t Eindje en niet voor een tunnel? Een belangrijk principe in de Ontwikkelvisie en daarmee van het toekomstig gebied Fellenoord is dat het primaat in het gebied ligt op voetgangers en fietsers. Het is dan ook de bedoeling om voetgangers en fietsers op maaiveld te hebben vanwege ‘reuring’ in het gebied, sociale veiligheid en interactie. Dit in tegenstelling tot de huidige inrichting van het gebied waarbij voetgangers en fietsers zich veelal onder het maaiveld en in tunnels moeten bewegen. In het verlengde van dit ontwikkelprincipe ligt het voor de hand om ook
8
Betreft: Beantwoording technische vragen uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord
de nieuwe verbinding over de sporen bovengronds te maken. Daarnaast is een tunnel een kostbare variant voor een interwijkverbinding. Overigens is deze loopbrug opgenomen in de Ontwikkelvisie die op 16 maart 2021 door de gemeenteraad unaniem is vastgesteld.
Vragen Partij voor de Dieren 1. Er wordt in 2a1 en 2a3 gesproken over specials. Dit begrip is nieuw voor ons. Wat wordt daaronder verstaan? Fellenoord ontwikkelt zich tot een internationaal interactiemilieu en vervoersknoop. In de Brainport nationale actiegenda gaat het om een eenmalig aanjaagkapitaal voor een aantal urgente opgaven op het gebied van (A) voorzieningen, (B) het aantrekken en behouden van talent en (C) een aantal beloftevolle innovaties met maatschappelijke impact. Het ligt voor de hand om een deel van deze opgaven te combineren i.c. te laten landen in Eindhoven Internationale Knoop XL. In de Ontwikkelvisie noemen we dit ‘specials’. 2. “1 parkeerplaats per 400m2 programma”, voor ons is niet duidelijk wat hier staat. Wat wordt bedoeld met ‘programma’? Graag een toelichting. Hiermee wordt 400m2 werk- of voorzieningenprogramma bedoeld. Dus het nietwoonprogramma. 3. Wij lezen overal over vierkante meters groen. Maar zou kubieke meters groen niet een sterker criterium zijn? (Eventueel in aanvulling op vierkante meters groen. ) Met vierkante meters wordt geen onderscheid gemaakt tussen gras, struiken, of bomen. Daarnaast is het lastig om verticaal groen op gevels mee te nemen: telt dat bijvoorbeeld wel of niet. Wij overwegen een motie over dit onderwerp voor al het onderliggend beleid.
Waar zouden we dit het beste kunnen aanpassen? De normering groen per woning kan op verschillende manieren worden ingevuld, ook op daken, in de vorm van gevelgroen en in binnentuinen. Deze opties zijn onderdeel van de kwantitatieve norm van 8m2. Bij de afweging om groen in m2 uit te drukken, gaat het overigens niet alleen om omvang maar ook om de wens om te sturen op de kwaliteit van het gebied. Inzet is namelijk om een zo groen mogelijk gebied te realiseren met een aantrekkelijke openbare ruimte. Verder is het zaak om enerzijds richting te geven en anderzijds de invulling (gras, struiken, bomen) over te laten aan partijen die eigendom hebben in het gebied en dit tot ontwikkeling brengen. Daarbij zullen we – middels het raamwerk openbare ruimte en zogenaamde clusterpaspoorten – op gebiedsniveau sturen op de gewenste (bio-)diversiteit. 4. Op welk klimaatscenario is 60mm gebaseerd? Uit informatie die wij hebben gevonden (RIONED), zou 120mm “gemiddeld” klimaatbestendig zijn, en 60mm “niet klimaatbestendig”. Het vertrekpunt van 60mm waterberging per m2 verhard oppervlak is vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2022. Dat is gebaseerd op de op dat moment meest actuele inzichten, Dit is momenteel vigerend gemeentelijk beleid en als uitgangspunt genomen voor de Ontwikkelvisie zoals deze op 16 maart 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad.
Dit jaar wordt het Rioleringsplan geactualiseerd. Als u dit wilt
9
Betreft: Beantwoording technische vragen uitwerking publiek belang gebiedsontwikkeling Fellenoord
heroverwegen dan kan kunt u dit inbrengen bij het voorstel voor het nieuw gemeentelijk Rioleringsplan 2023-2026. 5. Er wordt gesproken over “doorwaadbaarheid”. Dat betekent ‘niet diep’, wat wordt er in deze context mee bedoeld? En waarom hebben jullie voor dit woord gekozen, is er geen toegankelijker alternatief? Doorwaadbaarheid staat bij water inderdaad voor ‘niet diep’, maar staat ook voor ‘geschikt om doorheen te lopen’. Vanwege de laatste definitie, is gekozen voor deze term. Deze term is gebruikelijk in stedenbouw en de ontwikkeling van gebieden. Het is de duiding van een gebied met een fijnmazig netwerk waar gemakkelijk doorheen te lopen is. Ofwel een gebied waar de voetganger centraal staat. 6. Wat is het totale oppervlak van Gebiedsontwikkeling Fellenoord? 55 hectare 7. Telt groen op gevels of op daken mee? En zo ja, met welke weging. De normering groen per woning kan op verschillende manieren worden ingevuld, ook op daken, in de vorm van gevelgroen en in binnentuinen. Deze opties zijn onderdeel van de kwantitatieve norm van 8m2.
10