CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen (PvdD) - Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20)

Raadsvergadering 10 september 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20)1.628 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen van de fractie(s): PvdD Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan I Tongelre binnen de Ring 2020 (Prof. Dr. Dorgelolaan 20) datum: 9 september 2024 1. a. Wat zijn de consequenties/gevolgen als het bestemmingsplan niet wordt aangenomen in de raad? Dus als het wordt verworpen na stemming? Antwoord: De consequentie is dat de ontwikkeling niet gerealiseerd wordt. Dat betekent dat er geen verhuisbeweging op gang komt waardoor de verouderde kantoorgebouwen aan onder andere de Karel de Grotelaan, Karelspoort en Keizersgracht niet vrij worden gespeeld voor transformatie naar andere functies zoals woningen en maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast wordt het realiseren van de KPI’s t.a.v. het programma van de gebiedsontwikkeling Fellenoord aanzienlijk moeilijker. De ontwikkeling geeft immers (binnen de door de raad vastgestelde kaders) invulling aan de ambities zoals opgenomen in de Ontwikkelvisie Fellenoord en het clusterpaspoort voor Cluster 9B. 1. b. En de beantwoording van de verdiepingsvraag: “Ik denk dat hier antwoord is gegeven op de vraag: wat als het raadsvoorstel *nooit* wordt aangenomen? “ Antwoord: Het ontwerp bestemmingsplan is op 12 juni jl. aan de raad aangeboden.

Het ontwerp bestemmingsplan is gebaseerd op de (door de raad vastgestelde) Ontwikkelvisie en het (door het college, na positief advies van de raadscommissie Knoop XL, vastgestelde) Clusterpaspoort 9B. Het voorliggend bestemmingsplan past volledig binnen deze vastgestelde kaders. Afwijken van deze kaders en het niet dan wel gewijzigd dan wel later vaststellen van het bestemmingsplan past niet bij een betrouwbare overheid en zal van invloed zijn op onze relatie met zowel CRA als eigenaar als met het Rijksvastgoedbedrijf. Bovendien zal een eventuele aanpassing van het bestemmingsplan, afhankelijk van de aard van de wijzigingen, naar inschatting minimaal tot een half jaar vertraging leiden.

2. De algemene doelstelling en randvoorwaarde voor cluster 9.b is om het waardevolle groen ‘zoveel mogelijk’ te behouden. In het bestemmingsplan wordt geconcludeerd dat de impact op het groen nu ‘zoveel mogelijk beperkt’ is. Toch bleek het nog mogelijk om na advies van TGE de 5 meterstrook aan de westzijde te laten vervallen. Welke inschattingsfout lag eraan ten grondslag dat het niet gelukt was om de impact op het groen in eerste instantie zo veel als mogelijk te beschermen? Antwoord: Het betreft geen inschattingsfout. Het ontwerp bestemmingsplan was aanvankelijk gebaseerd op het plan van ‘frontrunner’ RVB. Voorafgaand aan het ontwerp bestemmingsplan is (in het ontwerpproces t.b.v. het stedenbouwkundig plan en de eerste versie van het clusterpaspoort) de keuze gemaakt om de twee volumes samen te voegen tot één bouwblok. Later zijn de hernieuwde contouren verwerkt in de clusterkaart (zie pagina 18 van het inmiddels vastgestelde clusterpaspoort). Naar aanleiding van het advies van TGE, dat is ontvangen nadat het ontwerp bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, heeft het RVB onderzocht waar een aanpassing van het (bouw)plan kan plaatsvinden ter bescherming van het aangrenzende groen. Door optimalisatie van de plattegrond is het gelukt om de parkeergarage aan de westzijde van het perceel (waar het groen het meest waardevol is) met 5 meter in te korten. 3.

Trefpuntgroen merkt op dat 2 parkeerlagen onwenselijk zijn in verband met de hydroecologie. In een reactie wordt aangegeven dat dit advies opgevolgd wordt. Toch wordt met deze bestemmingsplanwijziging de mogelijkheid voor 2 lagen parkeergarage opengehouden: Een parkeerkelder tot maximaal 2 lagen is toegestaan die, als dat nodig is, ook onder de 5 meter zone voor hulpdiensten kan doorlopen (mits groen ingepast). Kunt u dat uitleggen? Waarom wordt deze ruimte toch geboden? Antwoord: De verbeelding is wel hierop aangepast. Abusievelijk is vergeten om de wijzigingen in de bouwregels gekoppeld aan de verbeelding (artikel 3.2.1) door te voeren. 4. In afwijking van de nota parkeernormen 2024 wordt een parkeernorm van 1,3 in plaats van 0,6 gehanteerd. Door een 50% regeling in dit gebied komt dat uit op 0,65 parkeerplekken per 100 m2 bvo. De berekening 3.6.1 kunnen we volgen: (31.300 / 100) x 1,3 x 0,5 x 0,95 = 193,3 parkeerplaatsen, waarvan max. 50% op eigen terrein wordt gerealiseerd. Kortom 97 parkeerplekken.

Toch wordt in het bestemmingsplan ruimte geboden voor 128 parkeerplekken. Een restcapaciteit van 31. Dat is meer dan de 29 beveiligde plekken. Ook in het bestemmingsplan wordt gesproken over ‘overcapaciteit’. Bij 3.6.2 wordt vervolgens gesteld dat de parkeergarage niet of nauwelijks gebruikt gaat worden voor het parkeren van privevoertuigen. Op basis van de getallen en kwalificaties als ‘overcapaciteit’ concluderen wij dat de parkeergarage gerust wat kleiner kan. Hoe is het getal van 128 parkeerplekken bepaald? Antwoord: Gelet op de specifieke bedrijfsvoering van de te huisvesten overheidsdiensten zijn met betrekking tot parkeren maatwerk afspraken gemaakt in de anterieure overeenkomst. De totale parkeeropgave zoals opgenomen in de anterieure overeenkomst bestaat uit: reguliere dienstvoertuigen, dienstvoertuigen afgeschermd in een beveiligde omgeving en voertuigen voor mindervaliden. In de parkeergarage worden geen parkeerplaatsen voor privévoertuigen gefaciliteerd. Het inkorten van de parkeergarage aan de westzijde heeft tot direct gevolg dat er minder dienstvoertuigen gestald kunnen worden. De exacte parkeeropgave volgt uit de aanvraag van de omgevingsvergunning. 5. In het bestemmingsplan staat dat de gemeente het verzoek tot verkoop van de strook grond reeds gehonoreerd heeft.

Waarom wordt de bestemmingsplanwijziging dan nog langs de raad geleid? Wat gebeurt er als de raad niet akkoord gaat? Antwoord: Zie in dit verband ook hierboven de beantwoording van de verdiepende vraag. De verkoop van grond is een bevoegdheid van het college. De raad is bevoegd om het bestemmingsplan vast te stellen. De ontwikkeling geeft invulling aan de ambities zoals opgenomen in de (door de raad vastgestelde) Ontwikkelvisie Fellenoord en het (door het college met positief advies van de raadscommissie Knoop XL) vastgestelde clusterpaspoort voor Cluster 9B. De consequentie van niet akkoord gaan is dat de ontwikkeling niet gerealiseerd wordt. Dat betekent o.a. dat er geen verhuisbeweging op gang komt waardoor de verouderde kantoorgebouwen aan onder andere de Karel de Grotelaan, Karelspoort en Keizersgracht niet vrij worden gespeeld voor transformatie naar andere functies zoals woningen en maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast wordt het realiseren van de KPI’s t.a.v. het programma van de gebiedsontwikkeling Fellenoord aanzienlijk moeilijker.

6.

In het clusterpaspoort 9b staat: De gemeente behoudt zich het recht voor om beleidswijzigingen door te voeren. Indien deze beleidswijzigingen strijdig zijn met de vastgestelde Ontwikkelvisie of de overige genoemde documenten dan maakt het gemeentebestuur de belangrenafweging welk beleid voorrang krijgt. In de ten behoeve van de ontwikkeling af te sluiten anterieure overeenkomst zal een (nog te bepalen) maximum termijn vanaf ondertekening van de overeenkomst tot vaststelling van het ontwerp bestemmingsplan/omgevingsplan t.b.v. de voorgenomen ontwikkeling worden opgenomen, waarbinnen beleidswijzigingen die zijn vastgesteld na de ondertekening van de anterieure overeenkomst, voor zover dat mogelijk is, niet van toepassing zijn op de betreffende ontwikkeling. Wat staat hier? Mijn vertaling is: (a) wij houden de vrijheid om nog wijzigingen aan te brengen? (b) Als de wijzigingen strijdig zijn, is er ruimte om te kiezen wat we doen? (c) Na het tekenen van de anterieure overeenkomst is er een periode tot het vaststellen van het bestemmingsplan, waar beleidswijzigingen niet gelden voor de ontwikkeling?

Antwoord: (a) De voetnoot waarnaar verwezen wordt, is een algemeen voorbehoud richting de initiatiefnemer. Hiermee wordt bedoeld dat ten tijde van het opstellen van het clusterpaspoort uitgegaan wordt van het huidige thematisch beleid. Maar als na vaststelling van het clusterpaspoort thematisch beleid wordt gewijzigd, moet de initiatiefnemer weten dat met dit nieuwe thematisch beleid rekening gehouden moet worden. (b) Klopt, voor zover in de anterieure overeenkomst daarover geen bindende afspraken zijn gemaakt. (c) Dat klopt. Als in een anterieure overeenkomst afspraken zijn gemaakt over een specifiek onderwerp, dan dienen die afspraken gerespecteerd te worden en kan het zijn dat niet aan het nieuwe vastgestelde thematisch beleid hoeft te worden voldaan. Voorbeelden van thematisch beleid zijn bijvoorbeeld het Groenbeleidsplan (vastgesteld door de raad) of de Nota parkeernormen 2024 (vastgesteld door het college). 7. Is deze tekst op enige wijze te relateren aan de reeds gehonoreerde strook grond van vraag 9?

Antwoord: De verkoop van grond is een privaatrechtelijke afspraak. Deze afspraak is generlei te relateren aan (tussentijds) gewijzigde beleidsuitgangspunten. 8. In het bestemmingsplan staat dat het verloren groen conform beleid (beleidsregel groencompensatie) gecompenseerd wordt (vragen Jonas Roothans/PvdD). Wordt hiermee verwezen naar het beleid dat middels “Raadsvoorstel Intrekken Beleidsregel Groencompensatie uit 2018” ingetrokken wordt en in dezelfde vergadering in stemming wordt gebracht? Antwoord: Inmiddels heeft het college de beleidsregel ‘groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven’ vastgesteld. Dit beleid is sinds 17 juli 2024 in werking. In deze beleidsregel zijn nu de regels over groencompensatie opgenomen. Dit volgt ook uit het raadsvoorstel ‘Intrekken Beleidsregel Groencompensatie uit 2018’. De nieuwe beleidsregel is van toepassing op dit project. 9. Trefpuntgroen Eindhoven beschrijft het groen als: uniek en zeer waardevol. Ze schrijven: Kortom, we zien de kwaliteit en het belang van deze bossen niet alleen aan hun bomen, maar aan hun hele bosstructuur, inclusief het grondwater, de bodem, alle aanwezige vegetatie en de faunasoorten die er gebruik van maken. En ook door hun antiquiteit. Dit zijn unieke stukken bos, als ze eenmaal weg zijn (al zijn het maar delen), is het onomkeerbaar, ze komen niet meer terug.

Feitelijk kun je de antiquiteit niet compenseren, maar op welke manier vindt gelijkwaardige compensatie van dit groen plaats? Welke waarde wordt er toegekend aan het groen dat gaat verdwijnen? Antwoord: De compensatie van het te verwijderen groen vindt plaats volgens de systematiek van de hierboven benoemde beleidsregel. Aan de compensatie ligt een taxatie van een erkend groentaxateur ten grondslag. De taxatie dient nog plaats te vinden. Overigens heeft het ecohydrologisch onderzoek aangetoond – in tegenstelling tot hetgeen TGE schrijft – dat het intact laten van de hydrologische condities tot positief gevolg heeft dat de ondergrond nadien weer geschikt zal zijn voor de ontwikkeling van een broekbos. Het broekbos zal zich over de jaren heen weer spontaan ontwikkelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14505295/2