Beantwoording technische vragen - Klimaatplan III (OAHvE)
Tekst van het document
Technische vragen Dhr. Hulshuizen (Ouderen Appèl) bij het Klimaatplan III 1. De gemeenteraad heeft geen wettelijke taak op grond van de Klimaatwet. In Artikel 4.2 van de Klimaatverordening staat: „het bepaalde in deze verordening GELDT NIET VOOR SITUATIES WAARIN WORDT VOORZIEN DOOR WETTEN, algemene maatregelen van bestuur of provinciale verordeningen”. Uit de Kamerbrief DGKE-K / 97629117 blijkt dat het Definitief ontwerpKlimaatplan 2025-2035 sedert 14 maart 2025 ter vaststelling bij de Tweede Kamer ligt. Het lijkt mij dat het raadsvoorstel ingetrokken zou moeten worden. De gemeenteraad van Eindhoven heeft in zijn vergadering van 23 februari 2016 de Klimaatverordening gemeente Eindhoven vastgesteld, met daarin de doelstelling de uitstoot in de gemeente ten opzichte van 1990 stapsgewijs en onomkeerbaar terug te dringen met ten minste 55% per 1 juni 2030 en ten minste 95% in 2050. Daarnaast verplicht de verordening onder meer tot het eens per vijf jaar vaststellen van een gemeentelijk Klimaatplan. In de in 2023 aangescherpte landelijke Klimaatwet volgt ten aanzien van 2050 een verdergaande doelstelling, te weten een netto uitstoot van nul. Dit betekent in de praktijk dat ook in Eindhoven dan geen broeikasgassen meer uitgestoten kunnen worden, aangezien hogere wetgeving voor gaat op lagere regelgeving. Dit staat in het Klimaatplan ook beschreven in § 2.2, tweede alinea.
De landelijke Klimaatwet ontslaat het college echter niet van de door de gemeenteraad in de verordening opgelegde verplichting een gemeentelijk Klimaatplan op te stellen. Het nationale Klimaatplan is immers geen gemeentelijk plan dat lokaal richting geeft aan de aspecten van het klimaatdoel zoals geformuleerd in artikel 1 lid 1 van de Klimaatverordening gemeente Eindhoven en de jaarlijkse taakstellingen in de (Eindhovense) klimaatbegroting.