Beantwoording technische vragen Kadernota 2026
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Kadernota PvdA – 14 april 2025 1. In de kadernota wordt gesproken van verhoging van de OZB-inkomsten, en wel via woningen met de normale indexering van 3,5%, en voor niet-woningen met 6,0%. Voor een individuele eigenaar neemt de OZB ook toe door de toename van de WOZ-waarde. Hoe wordt het uiteindelijke tarief berekent op basis van deze gegevens? Klopt onze aanname dat het tarief steeds verder daalt, doordat de WOZ waarden sneller stijgen dan de indexering? Feitelijk delen we de begrote baten door de totale WOZ-waarde om zodoende het tarief te berekenen. De aanname is correct; indien de totale WOZ-waarde procentueel harder stijgt dan de procentuele stijging van de begrote OZB-opbrengst, dan daalt het tarief. 2. In de gemeentewet wordt in artikel 220d, lid 1, onder i, aan de gemeente de bevoegdheid gegeven om delen van een onroerende zaak niet te belasten.
Hoe past de gemeente Eindhoven dit toe? Worden er nu al (delen van) onroerende zaken niet belast (anders dan de in genoemd lid opgenomen uitzonderingen)? Hoeveel flexibiliteit staat de gemeentewet toe; mag een gemeente (hypothetisch) bijvoorbeeld generiek de onderste verdiepingen van gebouwen buiten aanmerking van waardering laten? Aan de mogelijkheid van artikel 220d, lid 1, onder i, Gemeentewet is binnen de gemeente Eindhoven uitvoering gegeven in artikel 4, lid 1, onder j tot en met m van de Verordening op de heffing en invordering van onroerende-zaakbelastingen: Buiten aanmerking worden, de waarde van: j. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; l.
plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. Deze facultatieve vrijstellingen zijn om doelmatigheidsredenen vastgesteld en hiermee wordt de Model-Verordening onroerende-zaakbelastingen van de VNG gevolgd. De betreffende bepaling in de Gemeentewet lijkt ogenschijnlijk veel ruimte te bieden voor de gemeente, maar in de praktijk is deze ruimte (zeer) beperkt. Bij het invoeren van een facultatieve vrijstelling speelt het gelijkheidsbeginsel een belangrijke rol. Vergelijkbare gevallen dienen vergelijkbaar belast of juist vrijgesteld te worden. Indien een vrijstelling (volgens de rechter) onvoldoende gemotiveerd en/of onderscheidend is, dan kan dit grote (financiële) gevolgen hebben, aangezien een vrijstelling dan een veel grote werking kan krijgen dan is beoogd.
Bij een vrijstelling voor de onderste verdiepingen is het bijvoorbeeld de vraag welke verdiepingen dat dan zijn, en wat het relevante onderscheid is ten opzichte van de andere verdiepingen, die maken dat deze verdiepingen bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen buiten aanmerking zouden moeten worden gelaten. Indien gelijke gevallen zonder voldoende rechtvaardiging
ongelijk in de heffing worden betrokken, dan is het gemaakte onderscheid in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. De belastingverordening is dan geheel of gedeeltelijk onverbindend. De VNG acht het verder van belang om de vrijstellingsbevoegdheid met grote omzichtigheid te hanteren om de volgende redenen: 1. Het verlenen van vrijstellingen betekent in feite het toekennen van indirecte subsidies. Rechtstreekse subsidiëring verdient de voorkeur omdat deze jaarlijks kunnen worden beoordeeld, terwijl vrijstellingen vaak een blijvend karakter hebben. 2. Door het verlenen van vrijstellingen op grote schaal loopt men belastinginkomsten mis. Ter compensatie moet van de eigenaren/gebruikers van de resterende onroerende zaken een hoger belastingbedrag worden gevraagd. 3. Voorkomen moet worden dat het algemene karakter van de heffing wordt aangetast. OAE HvE – 14 april 2025 Pagina 11, tweede bullit: Team Ethiek; veilig werken en integriteit betreft de wettelijke taak en het bevorderen van de (ambtelijke en bestuurlijke) integriteit (0,3 mlj incidenteel en 0,3 mlj structureel) 3. Wat maakt dat er zowel incidenteel als structureel wordt geïnvesteerd? De middelen worden gebruikt om in minimale vorm uitvoering te geven aan de wettelijke taak op het gebied van weerbaarheid. Hiervoor zijn structurele middelen nodig.
De incidentele middelen worden ingezet om een inhaalslag te maken zodat de wettelijke taak kan worden uitgevoerd. Na 2 jaar wordt de werking van het team geëvalueerd. Op dat moment kunnen we beter inschatten of deze incidentele middelen structureel moeten worden of dat er een efficiencyslag haalbaar is. 4. Wordt er door het team Ethiek ook aandacht geschonken aan de psychologische en sociaal-emotionele veiligheid en zo ja waar dan precies en voor wel bedrag. De focus van het team is om de bestuurlijke en ambtelijke organisatie toe te rusten (wat kan je zelf doen en waar kan je terecht met vragen ter voorkoming van vormen van druk/ integriteitkwesties/onveilige situaties) en te beschermen bij onveilige situatie en vermoedens van integriteitsschendingen. De aandacht voor psychologische en sociaal-emotionele veiligheid is hier een integraal onderdeel van. Zowel in de preventieve sfeer als in de ondersteunende sfeer (bv. in het kader van nazorg) Daarom is hier niet 1 specifiek bedrag aan te koppelen. Ook deze keer staat er weinig of niets te melden over de aanpak van de vergrijzing in onze stad. Het woord ouderen komt als een zeldzaamheid voor. 5.
Welke specifieke beleidsdoelen formuleert het college in de Kadernota 2026 met betrekking tot ouderen en hoe verhouden deze zich met bestaande beleidsstukken? De Kadernota 2026 bevat geen afzonderlijk geformuleerde beleidsdoelen specifiek voor ouderen. In 2026 wordt voortgebouwd op de eerder gekozen lijnen uit het ouderenbeleid: bewustwording, leren ouder worden en het ondersteunen van ondersteuners. Deze lijnen komen tot uiting in concrete initiatieven zoals de ketenaanpak valpreventie en de inzet op een dementievriendelijke gemeente. Deze benadering is in lijn met bestaand beleid, waaronder het beleidskader “Vitale Ouderen in (2)040”, en vormt de basis voor de verdere uitwerking in de komende jaren. 6. Welke middelen, over meer jaren, worden in de Kadernota 2026 gereserveerd voor ouderenbeleid, gespecificeerd naar thema’s zoals zorg, wonen en welzijn?
Het ouderenbeleid in Eindhoven kent geen afzonderlijk geoormerkt budget. In plaats daarvan worden voorzieningen en activiteiten voor ouderen bekostigd vanuit bredere budgetten, zoals de Wmo en de Sociale Basis. Ook beleidsmatige inzet binnen programma’s als Sociale Stad, Woningbouw, Fijne Wijken en Toegankelijkheid komt ten goede aan ouderen. Het ouderenbeleid is daarmee geïntegreerd in onze bredere maatschappelijke inzet, en wordt daarmee structureel geborgd, ook al is dit niet apart financieel zichtbaar gemaakt. 7. Op welke wijze houdt de gemeente in haar meerjarenbegroting en beleidsvoorstellen rekening met de vergrijzing en de toenemende zorgvraag? Noem voorbeelden. De dubbele vergrijzing in Eindhoven en de regio wordt betrokken in onze beleidsvorming. Lokaal gebeurt dit via Koers (2)040, waarin de uitgangspunten zijn geformuleerd voor een toekomstbestendige stad met gelijke kansen voor iedereen. Daarin wordt het principe gehanteerd van “ongelijk investeren voor gelijke kansen”, wat betekent dat extra wordt ingezet op gebieden en doelgroepen waar de impact van vergrijzing het grootst is. Regionaal wordt gewerkt aan het IZA-regioplan, waarin ook de toenemende zorgvraag en de benodigde capaciteit expliciet worden meegenomen. Hiermee wordt geanticipeerd op de toekomstige druk op het zorgstelsel, zodat ouderen in Eindhoven langer gezond en zelfstandig kunnen leven. 8.
Zijn er bezuinigingen of intensiveringen voorzien op onderdelen die ouderen direct raken? Binnen de Kadernota 2026 zijn geen bezuinigingen voorzien die ouderen direct raken. De bestaande inzet op ouderenbeleid blijft behouden, binnen de beschikbare budgetten en met de capaciteit die daarvoor nu is ingericht. Er blijft ingezet worden op een inclusieve stad, waarin ouderen hun leven op een waardige, veilige en gezonde manier kunnen voortzetten. 9. Hoe wordt in de kadernota de samenhang geborgd tussen wonen, welzijn, zorg en mobiliteit ten aanzien van ouderen? In de Kadernota zelf wordt deze samenhang niet expliciet benoemd. In de beleidsontwikkeling wordt wel integraal gewerkt aan deze thema’s. De verbinding tussen wonen, welzijn, zorg en mobiliteit is essentieel voor een ouderenvriendelijke stad. Er wordt daarom gezorgd voor samenhang tussen programma’s en teams. Denk aan de samenwerking tussen het programma Fijne Wijken, de Sociale Basis en de Wmo. Die integrale werkwijze vormt een belangrijke sleutel in het anticiperen op de gevolgen van vergrijzing. 10. Is er sprake van een integrale benadering in de uitwerking van het ouderenbeleid? Ja, het ouderenbeleid is integraal van aard. Ouderen raken immers aan veel domeinen: van zorg en welzijn tot mobiliteit, veiligheid, participatie en wonen. Daarom vindt afstemming en samenwerking altijd plaats over teams en thema’s heen.
Door domeinoverstijgend samen te werken, wordt gezorgd dat de middelen en effectief worden ingezet en terechtkomen op de juiste plek. 11. Wat is de inhoudelijke inbreng geweest van de diverse domeinen? Klopt het dat er geen inhoudelijke bijdrage is geweest van het sociaal domein? Er is inhoudelijke inbreng geleverd bij de totstandkoming van de Kadernota vanuit de diverse domeinen, waaronder ook het sociaal domein. De beleidslijnen en prioriteiten die in de Kadernota zijn opgenomen, zijn het resultaat van een brede ambtelijke afstemming.
12. Post intensiveringen blz. 7. Van de 16,8 intensiveringen is 6,9 toe te schrijven aan “ Overig” Wat verklaart de grote post overig? De post overig bestaat uit: Programma Onderwerp inc. 2026 2027 2028 2029 Fractieondersteuning (incl. Overig -2,1 -0,1 -0,1 -0,1 -0,1 coalitievorming) Overig Dotatie RSI -11,0 Overig Egalisatie* 6,2 3,2 -5,2 -4,2 Totaal -6,9 3,1 -5,3 -4,3 -0,1 * Egalisatie is een technische correctie om alle saldo’s budgettair neutraal te verdelen over de jaarschijven 13. In Bijlage 1 wordt gesproken over een inhuurpost van 27 miljoen. - wat zijn de deskundigheden van de ingehuurde krachten? Onze organisatie groeit met de stad mee. Inhuur biedt ons als organisatie de mogelijkheid om snel in te spelen op veranderingen in de markt of binnen onze organisatie zelf. Dit kan gaan om tijdelijke projecten, seizoensgebonden werk, of het opvangen van een plotselinge toename in werkdruk. Maar met inhuur halen we ook (snel) gespecialiseerde kennis en vaardigheden binnen die we als organisatie zelf niet structureel nodig hebben. De deskundigheden die we inhuren zijn dan ook divers, denk aan specialisten Inkomen of WMO, projectleiders, ICT-specialisten, Constructeurs en Toezichthouders. - is deze deskundigheid niet aanwezig bij het bestaande personeel? Soms wel en soms niet.
Inhuur vindt bijvoorbeeld ook plaats wanneer wegens krapte op de arbeidsmarkt een vacature niet of moeilijk ingevuld kan worden, er een te hoge werkdruk is op een afdeling of een collega wegens ziekte vervangen moet worden (volgens het principe van ziek, piek, specifiek). - graag een specificatie van de kosten van de ingehuurde krachten en een overzicht van de specialismes waarvoor zij ingehuurd worden. De inhuurpost van 27 miljoen die in bijlage 1 wordt genoemd, betreft het inhuurbudget dat in de primaire meerjarenbegroting is opgenomen en niet is gewijzigd t.o.v. voorgaande jaren. Dit bedrag is ogenomen in de kadernota om de jaarlijkse indexering te bepalen. De verdeling van dit budget over de verschillende sectoren is op basis van eerdere besluitvorming van het college/raad. - zijn er onder de ingehuurde krachten ex personeelsleden We huren medewerkers niet in binnen twee jaar na afloop van hun dienstverband bij de gemeente Eindhoven. Dat hebben we opgenomen in onze gedragscode en ons inhuurbeleid. Daarmee voorkomen we (de schijn van) belangenverstrengeling en een ‘draaideurconstructie’ en zorgen we voor een eerlijke concurrentiepositie. Reserve strategische investeringen blz. 15 Voor de post “Beethovens personele kosten “ wordt 9 miljoen voorzien (73,5 fte). 14.
Hoeveel procent is dit van de totale Beethoven bijdrage? De inzet van personeel betreft de opgaven van zowel de Brainportdeal als het convenant Beethoven. Hier is een aantal collega’s sinds 2022 voor aan het werk. We hebben in 2024 geconstateerd dat een aantal opgaven uit met name de Brainportdeal in een uitwerkingsfase zijn beland, en meer inzet van personeel vraagt. Dit betreft bijvoorbeeld het gebied aan de zuidzijde van het station, de uitwerking van de MIRTverkenning OV-knoop, de HOV4 en de gebiedsontwikkeling Groots Gestel. Daarnaast zijn we gestart met de nieuwe opgaven, zoals de MIRT-verkenning Brainportlijn/A2/N2
en actualiseren we het MIRT-onderzoek van 2020 voor de bereikbaarheid en verstedelijking van de Brainportregio. De totaal benodigde aanvullende inzet die hiervoor is geraamd, is de genoemde 73,5 fte. Het onderliggend investeringsbudget waaraan door deze fte’s wordt gewerkt is circa 2,78 miljard. De percentuele bijdrage hieraan bedraagt dan 0,3% per jaar. 15. In de paragraaf “sociale stad” wordt aandacht gegeven aan de mentale welzijn van jongeren - Het valt op dat er vele posten zijn t.b.v. de mentale welzijn etc. van jongeren. Hoeveel wordt in totaal uitgegeven aan jongeren? - Hoe verhoudt zich dit tot de totale kosten voor ouderen? De uitgaven aan jongeren zijn onderverdeeld in veel verschillende posten, van algemene voorzieningen tot individuele hulpverlening. Hetzelfde geldt voor ouderen. Kosten voor ouderen zijn verwerkt in uiteenlopende budgetten, zoals de Wmo, woningaanpassingen en de Sociale Basis. Deze uitgaven zijn vaak niet uitgesplitst naar leeftijdscategorie. De totale uitgaven voor jongeren en ouderen zijn niet één-opéén te vergelijken. Zowel jongeren als ouderen krijgen structureel aandacht, waarbij gestreefd wordt naar een balans op basis van de behoefte en urgentie binnen elke levensfase. CDA - 16 april 2025 Kunt u de onderbouwing van de volgende posten specificeren: 6.
Team Ethiek, Veilig werken en Integriteit: waar wordt het geld voor ingezet? 1 Met de inrichting van EVI geven we (beter) uitvoering aan onze wettelijke taak voor een veilige werkomgeving en het bevorderen van de (ambtelijke én bestuurlijke) integriteit. zie hiervoor ook de meerjarenkoers 2024-2030 weerbaarheid in het DNA van de gemeente Eindhoven. Dit doen we o.a. door het bundelen van kennis en expertise in 1 team (dat is nu versnipperd en kwetsbaar ingericht en vooral gericht op de ambtelijke organisatie) en een efficiëntere samenwerking met interne stakeholders. Daarnaast maken we een inhaalslag in processen, werkwijzen en ondersteuning op het gebied van én in samenhang van ethiek, veilig werken en integriteit. bijvoorbeeld, opvolging van integriteits en agressiemeldingen, en ondersteuning bij de screening van bestuur en preventieve maatregelen rond de verkiezingen. Kortom, de ondersteuning wordt verder geprofessionaliseerd, geactualiseerd en ontwikkeld om onze wettelijke taak uit te kunnen voeren. Om deze wettelijke taak uit te voeren is op dit moment 1,9 fte structureel beschikbaar. In 2025 hebben we in totaal 4.3 fte tijdelijk beschikbaar. We hebben uitgerekend dat er 8,5 fte nodig is om onze wettelijke taak goed uit te kunnen voeren.
Om de ondergrens van de werkstroom (voorlichting, onderzoeken, aanpak en ondersteuning bij incidenten, inhaalslag) aan te kunnen hebben we aanvullende middelen nodig. Deze zijn bedoeld voor de inzet van 2.6 fte. Over 2 jaar evalueren we de werkwijze. 17. Verbonden partijen: wat wordt met de budgetaanvraag gedaan? Verbonden partijen vragen ambtelijke capaciteit m.b.t. monitoring en advisering. Recent zijn er grote partijen aan de workload toegevoegd (denk Fellenoord BV, BIC1). Hiervoor komt extra ambtelijke capaciteit. 18. Groei stad / groei organisatie: waar wordt dit geld specifiek voor ingezet? Hoe ziet de onderverdeling eruit?
Het geld wordt ingezet voor personeels- en overheadkosten die noodzakelijk zijn om de dienstverlening van basale taken en diensten (veelal uitvoering van wettelijke verplichtingen) op het gewenste, afgesproken kwaliteitsniveau te houden. Naarmate de stad groeit (bevolkingsgroei) is er meer capaciteit nodig om dezelfde kwaliteitsnorm in de dienstverlening te kunnen handhaven. Een voorbeeld hiervan is het verstrekken van paspoorten. Een stijging van aantal inwoners betekent meer aanvragen voor paspoorten, wat direct invloed heeft op de personeelsbezetting bij Publiekscontacten. De inzet is gekoppeld aan alle uitvoerende groei-gerelateerde taken; de verdeling vindt in dat kader plaats. D66 – 16 april 2025 We hebben een aantal vragen over de Rijke Schooldag. In de kadernota lezen wij het volgende: “Rijke schooldag (pm): het Kabinet-Schoof heeft besloten om te bezuinigen op initiatieven voor Rijke Schooldag. De bezuiniging heeft impact op scholen in Eindhoven. In juni 2025 wordt bekend welke scholen subsidie ontvangen vanuit het Rijk. Richting begroting bekijken we of aanvulling -al dan niet via het transformatiefonds sociaal domein- nodig is.” 19. Hoeveel scholen bieden nu een Rijke Schooldag aan? Hoeveel kinderen maken hier gebruik van? In het schooljaar 2024-2025 doen 33 scholen mee aan Rijke Schooldag. Ongeveer 3470 kinderen maken hier gebruik van. 20.
Hoe wordt dit bekostigd? 17 scholen ontvangen hiervoor middelen vanuit het Rijk. 16 scholen ontvangen hiervoor middelen vanuit gemeente (LEA). 21. Hoeveel draagt het Rijk bij? Is dit geoormerkt? In het schooljaar 2024-2025 heeft het Rijk in totaal €2.028.516,-. bijgedragen. Het is nog niet bekend hoeveel geld Eindhovense scholen vanuit het Rijk gaan ontvangen voor de Rijke Schooldag komende 3 schooljaren. Ja, het zijn geoormerkte middelen. 22. Hoeveel draagt de gemeente zelf bij? Uit welke stelposten wordt dit bekostigd? Vanuit de LEA is €400.000,- per schooljaar beschikbaar voor Rijke Schooldag. Dit wordt bekostigd uit de reserve Samen Morgen Mooier Maken. Voor schooljaar 20252026 is voor Rijke Schooldag een extra bedrag van €1.2 miljoen incidenteel beschikbaar gesteld vanuit de bestaande middelen. 23. Worden er nog andere zaken uit deze stelposten bekostigd? Rijke Schooldag en een deel van de LEA wordt gefinancierd vanuit reserve Samen Morgen Mooier Maken. 24. Hoeveel dragen andere overheden / bedrijven / maatschappelijke partners bij aan de Rijke Schooldag? Zowel het Rijk (zie antwoord 2b) als de gemeente (zie antwoord 2c) draagt bij aan Rijke Schooldag. Het bedrijfsleven (ASML) investeert komende 3 schooljaren ook in de rijke schooldag. 25. Hoeveel geld is structureel geld, hoeveel is (serieel) incidenteel?) Rijksmiddelen zijn beschikbaar voor 3 schooljaren: 2025-2028.
De exacte Rijksbijdrage wordt in juni 2025 bekendgemaakt. Vanuit de gemeentelijke middelen is voor de jaren 2024-2028 (LEA kader) €400.000,- per jaar beschikbaar. Vanwege de
kabinetsbezuinigingen is voor één schooljaar 2025-2026 een extra bedrag van €1.2 miljoen incidenteel beschikbaar gesteld vanuit de bestaande middelen. 26. Wordt de Rijke Schooldag nu al voor een deel bekostigd uit het transformatiefonds sociaal domein? Nee. 27. Zijn er andere stelposten waar naar gekeken wordt om de continuïteit van de Rijke Schooldag te borgen? Ja, we verkennen welke financiële mogelijkheden er zijn om de continuïteit van Rijke Schooldag te borgen. 28. Wanneer wordt de bezuiniging van het Kabinet Schoof van kracht? Dus per wanneer voelen de scholen de impact? De bezuiniging van het kabinet Schoof is vanaf schooljaar 2025-2026 van kracht. De impact proberen we te dempen door extra middelen van 1,2 miljoen beschikbaar te stellen vanuit LEA voor schooljaar 2025-2026. Daarom verwachten we dat scholen de impact van de Rijksbezuinigingen vanaf schooljaar 2026-2027 zullen voelen indien er geen oplossingen worden gevonden waar we zoals hierboven gemeld wel op koersen. 29. Zijn er nu al gesprekken met de scholen en aanbieders van de Rijke Schooldag over hun zorgen rondom continuïteit van de Rijke Schooldag en continuïteit in hun bedrijfsvoering? Ja, sinds het Rijk de bezuiniging rondom Rijke Schooldag bekend heeft gemaakt wordt hierover het gesprek gevoerd met het onderwijs.
Daarnaast bestaat een coalitie overleg rondom Rijke Schooldag waarin het onderwijs en gemeente participeert. Dit soort (Rijks) ontwikkelingen worden op de voet gevolgd en met elkaar besproken. Ook eventuele oplossingsmogelijkheden komen hier aan bod. PvdD – 17 april 2025 30. Op pagina 8 van de kadernota staat: “In 2023 blijkt dat 87% van het groen hieraan voldoet. Op basis van een trendanalyse loopt dit echter terug naar 80% in 2029”. Kunnen wij deze trendanalyse ook inzien? In de bijlage staat de trendanalyse en een prognose. De prognose geeft aan dat, als de raad instemt met het toekennen van de structurele middelen, zoals door het college wordt voorgesteld bij de kadernota 2026, kunnen we toewerken naar de doelstelling dat het groen in Q4 2029 weer voor 90% vitaal is. Monitoring openbare ruimte - groen trend V20250417_2.pdf
31. Er staat ook: “inclusief aftakking naar DLR voor het verduurzamen van bedrijventerreinen”. Ik heb zo even niet helder waar DLR voor staat? Bedoeld is de Delta Rhine Corridor (het landelijk waterstofnetwerk). Per abuis is de verkeerde afkorting in het document gekomen, dit had moeten zijn DRC. Voor een inhoudelijke toelichting op de Delta Rhine Corridor verwijzen we naar het raadsvoorstel Klimaatplan (verschenen 17 april) en hier de bldz 17 en 18 van het klimaatplan zelf. https://eindhoven.notubiz.nl/modules/19/Raadsvoorstellen/1037936
32. Pagina 9: “Naast deze inzet op maatschappelijke functies willen wij tevens werken met garantstelling om maatschappelijke voorzieningen van derden in bij bouwprojecten te kunnen faciliteren”, wat wordt hier precies mee bedoeld? Hiermee wordt bedoeld dat we, in het kader van woningbouwversnelling, met de ontwikkelaar meedenken over oplossingen bij financiële knelpunten rond maatschappelijke voorzieningen binnen een project. GroenLinks – 17 april 2025 33. Is het mogelijk, voor de leesbaarheid, bij de tabel in bijlage 4 achter elk onderwerp te zetten onder welk programma dit valt? Als voorbeeld: Beheer en onderhoud groen (1. Klimaat en weer) In de bijlage zijn de programma’s toegevoegd. beschikbare middelen incl. programma.pdf
We lezen: "In opmaat naar de begroting kijken we of er mogelijkheden zijn om niet alleen de basis op orde te brengen maar ook extra ambities te realiseren in onze wijken." (p.5) 34. We kennen de aanpak groenarme wijken. Wat voor middelen staan daar nog voor in de komende jaren? Zijn er projecten op groen die eindig zijn omdat budgetten voor een vervolg niet gegarandeerd zijn? De aanpak groenarme buurten wordt in 2025 afgerond. Na 2025 zijn hiervoor geen middelen meer beschikbaar. Er zijn geen projecten stil komen te liggen door een gebrek aan budget. Totaal is destijds 750.000 euro beschikbaar gesteld voor groenarme buurten. We lezen: "een open marktverkenning onderzoeken we de mogelijkheid van een concessie voor (elektrische) deel(bak)fietsen." (p.9) 35. Blijft de gemeente hierbij in de lead of gaat het over commerciële aanbieders die we zoeken? Ja, de gemeente blijft in de lead van de concessie als concessie verlenende partij. De commerciële aanbieders zijn mogelijke concessiehouders. Als concessiehouder zijn zij verantwoordelijk voor de aanschaf en exploitatie van de (elektrische) deel(bak)fietsen. 36. Wat is DLR? (p.8) Bedoeld is de Delta Rhine Corridor (het landelijk waterstofnetwerk). Per abuis is de verkeerde afkorting in het document gekomen, dit had moeten zijn DRC.
Voor een inhoudelijke toelichting op de Delta Rhine Corridor verwijzen we naar het raadsvoorstel Klimaatplan (verschenen 17 april) en hier de bldz 17 en 18 van het klimaatplan zelf. https://eindhoven.notubiz.nl/modules/19/Raadsvoorstellen/1037936 We lezen: “Ergon: we gaan de reguliere GR-systematiek voor indexatie ook toepassen op Ergon. Daarnaast vangen we in onze financiële meerjarenstrategie het structurele tekort van 2,4 mln in 2026 op middels mitigerende maatregelen.” (p.8)
37. Wat houdt het in om reguliere GR-systematiek voor indexatie ook toe te passen op Ergon in de praktijk? Kan dit in heldere taal worden uitgelegd? Voor 4 gemeenschappelijke regelingen (GR’en: GGD, VRBZO, MRE, ODZOB) is eerder in regionaal verband een vaste systematiek van indexering vastgesteld. Deze was (conform indexering door het rijk) gebaseerd op een gewogen gemiddelde van loon en prijs en komt voor 2026 gemiddeld uit op 4,1%. Ergon sluit nu bij deze systematiek aan en hiervoor gaan we nog een toegespitst gemiddelde van loon en prijs bepalen. Later dit jaar wordt in regionaal verband ook nog gesproken over een mogelijke aanpassing van de vaste systematiek voor de GR’en omdat de basis voor indexering door het rijk voortaan BBP is (en niet meer een gewogen gemiddelde van loon en prijs). 38. Kan er een onderbouwing gegeven worden voor het bedrag van 500.000 als bijdrage aan bedrijventerrein Brainport Oost (p.15)? De Peelgemeenten, met Helmond en Someren als beoogd grondgemeenten voorop, voeren d.m.v. een specifieke projectorganisatie momenteel de voorbereidende werkzaamheden voor de realisatie van het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost (RBT BO).
Gezien het bredere belang van het RBT BO voor de regionale economie, met name het SGE gebied, wordt door de projectorganisatie structureel afgestemd met de overige regiogemeenten en provincie (die zich ook hebben uitgesproken zich daar gezamenlijk voor in te willen zetten, zowel in termen van kennis en kunde als financieel). Voor het RBT BO is door de projectorganisatie een grondexploitatie opgesteld om de financiële haalbaarheid te verkennen van de ontwikkeling en realisatie. Het exploitatieresultaat van deze grex 2024 komt vooralsnog uit op een tekort op de eindwaarde. Dit exploitatieresultaat kan vanzelfsprekend veranderen naar aanleiding van nieuwe (markt)ontwikkelingen en/of gewijzigde kaders en uitgangspunten (omvang, programma, kwaliteit, enz). De wijze waarop c.q. de omvang waarmee de regiogemeenten en provincie zullen bijdragen aan het oplossen van het exploitatietekort wordt in 2025 nader besproken met de Peelgemeenten. Anticiperend daarop wordt met de nu voorgestelde € 500.000,- financiële ruimte gecreëerd voor een mogelijke Eindhovense bijdrage aan RBT BO. We lezen: “Het congresbureau is opgezet vanuit Eindhoven365 met middelen vanuit de regiodeal. De congresmarketing is succesvol en willen we voortzetten in 2026 met een bedrag bij van 0,3 mln incidenteel.
Daarna willen we evalueren of deze marketing zich terugverdient middels groei van het aantal overnachtingen.” (p.10) 39. Als er nog een evaluatie moet plaatsvinden, op basis waarvan wordt congresmarketing als succesvol gezien? En waar is de 3 ton op gebaseerd? Het Convention Bureau Brainport Eindhoven (CBBE) is tijdelijk gefinancierd met regiodeal middelen in de periode 2022 - 2025. Vanwege het aflopen van deze investering is er door een externe partij een adviesrapport opgesteld waarin wordt teruggeblikt en vooruitgekeken. Het resultaat van de proactieve congresverwerving heeft onder andere geleid tot 9 gewonnen bidtrajecten, 14.750 congresbezoekersdagen en een potentiële bestedingsimpact van € 5,5 miljoen voor de stad. Eindhoven365 heeft verder een businesscase en toekomstscenario opgesteld voor CBBE. Het college wil deze evaluatie en de businesscase betrekken bij de bredere evaluatie van Eindhoven365 die momenteel loopt en afhankelijk van die uitkomst eventueel integreren in de opdracht. Zowel de hoteliers van het Hoteloverleg
als Eindhoven365 denken dat goede congresmarketing kan leiden tot meer zakelijke overnachtingen gedurende de werkweek en daarmee op termijn ook een hogere opbrengst toeristenbelasting. De incidentele bijdrage in de Kadernota à €300.000 is feitelijk een overbruggingsjaar gebaseerd op de businesscase en wordt na afloop opnieuw geëvalueerd, waarbij onder andere wordt gekeken naar de groei van het aantal overnachtingen. 40. Wat is de stand van zaken van de Beethovendeal? In opvolging van het convenant is het volgende gebeurd: -Talent: Voor dit landelijke onderdeel is eind vorig jaar door het kabinet deze kamerbrief verstuurd voor de stand van zaken: Kamerbrief over voortgang Nationaal Versterkingsplan van Microchip-talent | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl -Bereikbaarheid en wonen: deze opgaven krijgen o.a. opvolging via de bestuurlijke overleggen Brainport, Leefomgeving en MIRT. Hierover hebben we uw Raad eind vorig jaar geïnformeerd: 24bst01412 Collegebrief aan de leden van de raad over Terugkoppeling uitkomsten BO Leefomgeving en BO MIRT 2024. Begin juni is een volgend bestuurlijk overleg Leefomgeving waar we de voortgang opnieuw bespreken.
Overall beeld is dat op alle onderdelen voortgang wordt geboekt, de grote infrastructurele projecten (HOV4, OV-knoop en Brainportlijn/A2/N2) op het geplande schema zitten en voor woningbouw bij het BO Leefomgeving afspraken willen maken over de inzet van het gebiedsbudget voor het NOVEX-gebied en de MRE in het najaar de regeling woningbouwversnelling wil opleveren. -Overige zaken: daarnaast is in het bestuurlijk overleg MIEK (meerjarenprogramma infrastructuur energie en klimaat) van 27 november 2024 door de minister besloten tot het aanwijzen als verkenningsproject van de Pocket Noordoost-Brabant (het vormen van een nieuw deelnet in het hoogspanningsnet van TenneT bij Wijchen en Oss), ook dit vormt onderdeel van de afspraken uit het convenant. Wat is de stand van zaken w.b.t. de afspraken met ASML in het kader van uitbreiding BIC? De planning is dat het college het Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (VOSP) in Q2 voor participatie vrijgeeft. De raad wordt hierover dan met een raadsinformatiebrief geïnformeerd. Raadsbehandeling van het VOSP kan dan in de eerste raadscyclus na het zomerreces plaatsvinden. We verwachten de raad vóór het zomerreces het raadsvoorstel te kunnen sturen. SP – 18 april 2025 Pag. 8 Sociale Stad Intensiveringen Extra indexatie maatschappelijke infrastructuur: de helft van de eerder toegekende middelen structureel en de andere helft incidenteel. 41.
Wat betekent dit concreet/feitelijk voor de betrokken instellingen? De incidentele buffer voor de maatschappelijke infrastructuur en onzekerheden in het rijksbeleid, die door de gemeenteraad is toegekend voor de jaren 2024 en 2025, wordt vanaf 2026 deels structureel gemaakt. Concreet houdt dit in dat de instellingen vanaf 2026 zekerheid hebben over 50% van deze aanvullende financiering (structureel) en de andere 50% incidenteel ontvangen. Pag. 9/WMO beschermd wonen: 1,3 miljoen uit Gemeentefonds wordt 1-op-1 doorgezet. 42. Is dat voldoende om de taak goed uit te voeren?
Binnen de indexeringssystematiek is afgesproken dat het bedrag van €1,3 miljoen, afkomstig uit het Gemeentefonds en bedoeld voor extra volumegroei, volledig wordt doorgezet naar de uitvoering (als onderdeel van de volumecompensatie). Of dit bedrag toereikend is om de taak adequaat uit te voeren, wordt duidelijk in de aanloop naar de begroting 2026. Dit wordt meegenomen in de financiële meerjarenstrategie. Pag. 10/Levendige stad/bestaande middelen/stelpost kapitaallasten Van de resterende ruimte op de stelpost “ondernemende en sociale stad (Eindhoven Noordwest)” wordt 0,6 miljoen overgeheveld naar de stelpost “levendige stad” vanuit de opgave voor voorzieningen. 43. Welke voorzieningen worden hiermee bedoeld? Het nog vast te stellen programma voorzieningen gaat over de basisvoorzieningen. Dit zijn voorzieningen met een kleine reikwijdte die op korte afstand (binnen 15 minuten lopen of fietsen) aanwezig moeten zijn: zoals huisartsen, tandartsen, basisscholen, sport- en speelplekken, detailhandel voor de dagelijkse levensbehoefte en horeca.