Beantwoording technische vragen GroenLinks VKA
Tekst van het document
2 februari 2026 Beantwoording technische vragen Rutger Rauws
Ruimtelijk 1.
Als ik het goed begrijp is het tijdelijk busstation (tijdens de bouw van het ondergronds busstation) voorzien op de plek van het kunstwerk de Flying Pins. Hoe groot is de ruimteclaim die het tijdelijk busstation doet in dit gebied ten opzichte van de ruimteclaim van de busbuffer? Kan dit visueel gemaakt worden door bijvoorbeeld ruwe markering aan te brengen in huidige impressies?
Zowel de busbuffer als het tijdelijke busstations zijn op dit moment voorzien op de kop van de Kennedylaan. Het exacte ruimtebeslag volgt echter nog uit de nadere detaillering van de beide bouwstenen. De busbuffer zal wat kleiner zijn dan het tijdelijke busstation. De exacte omvang, afmetingen en locatie wordt in de planning en studiefase nader bepaald en is afhankelijk van zowel de indeling van het tijdelijk busstation en de indeling van de buffer (en het aantal benodigde bufferplekken). .
2.
Het vastgoed dat ontworpen is bovenop de nieuwe stationshal en fietsenstalling kan/mag maximaal 150 meter hoog worden als ik het verkenningenrapport lees. 1.
Waar komt dit getal vandaan? Is deze hoogte een bouwtechnische beperking (bijvoorbeeld vanwege de hoeveelheid in te passen liftkernen/fundering, bezonning, wind, etc), of vanwege gemeentelijk beleid?
In de Ontwikkelvisie Fellenoord wordt uitgegaan van een maximale bouwhoogte van 150 meter. Hierin zijn stedenbouwkundige overwegingen steeds leidend geweest. Bovendien zit er een sterke relatie tussen kosten en opbrengst die samenhangen met de schaal en omvang van een gebouw, ook i.r.t. complexiteit van een plek. Hieruit volgt doorgaans een hoogte die economisch logisch is. 2.
Zou er bouwtechnisch meer vastgoedvolume mogelijk zijn voor deze toren? En voor het geplande kantoorgebouw bovenop de stationshal?
Het volume, van zowel het kantoordeel als de toren direct naast het station, volgt uit de beschikbare ruimte op maaiveld, functionele en constructieve overwegingen, en ontwikkelstrategische overwegingen (zijn er partijen in staat een dergelijk gebouw en programma te ontwikkelen?). Bouwtechnisch is het voorstelbaar dat er meer volume in de gebouwdelen past. Constructief, economisch en ontwikkelstrategisch zal dit echter zeer uitdagend zijn. In de planning en studiefase zal onderzocht worden, met betrokken spelers, wat hierin realistisch en maakbaar is.
3.
Zou dit extra vastgoedvolume een positieve bijdrage kunnen leveren aan de business case? Is dit onderzocht.
Zoals gezegd zit er een relatie tussen opbrengsten en kosten en dat bepaalt wat een economisch haalbaar plan is. In de planning en studiefase zal onderzocht worden, met betrokken spelers, wat hierin realistisch en maakbaar is. In algemene zin geldt dat kosten significant toenemen wanneer gebouwen hoger dan 150 meter worden, omdat er meer maatregelen nodig zijn in de constructie, de verticale logistiek, veiligheidsmaatregelen en in het bouwproces zelf. 3.
Is logistieke ontsluiting aan de westzijde van het nieuwe stationsgebouw/toren noodzakelijk of kan dit onder gebracht worden bij de (te ontwerpen) oplossing achter KBC?
De logistieke ontsluiting aan de westzijde van het stationsgebouw is bedoeld voor het vastgoed daarbovenop. Indien dit aan de oostzijde (achter het KBC) zou moeten plaatsvinden, ontstaat er een ongewenste logistieke stroom dwars door het transfergebied van het station. Dit zou in dat geval ook ondergronds kunnen worden opgelost, maar dat beslaat dan weer extra ruimte ondergronds, die niet voorhanden is en forse kosten met zich mee zou brengen. Sterker nog, als optimalisatie wordt er juist gekeken naar het bovengronds brengen van de stationslogistiek, om dit ruimtebeslag ondergronds weg te nemen en daarmee de kosten beheersbaar te houden. Met betrekking tot de fietsenstalling: 1.
Waarom is het totaal aantal vereiste fietsparkeerplekken voor de MMK in het FPvE niet verhoogd naar aanleiding van de hogere prognose in 2050?
Het VKA voldoet aan de het FPvE wat hieraan ten grondslag ligt. Daarin is uitgegaan van de ProRail prognose 2040 en waarbij steeds uitgegaan is van zo’n 13.000 fietsparkeerplekken bij Station Eindhoven Centraal. Met de beoogde realisatie van de Fietsenstalling Zuidzijde worden hiervan de eerste 5400 fietsparkeerplekken gerealiseerd. Het VKA voegt daar nog zo’n 7900 plekken aan toe, daarmee voldoen we ruim aan de eerder genoemde prognose van 13.000. In de huidige situatie zijn er zo’n 5000 plekken beschikbaar. Als onderdeel van het verkenningsproces is de toekomstvastheid 2050 van het VKA bekeken, ook voor het onderdeel fiets. De prognose van het aantal fietsparkeerplekken is gebaseerd op de prognose van het aantal treinreizigers.. Er is echter geen prognose treinreizigers 2050 beschikbaar. In de studie toekomstvastheid is er daarom voor gekozen de groei van het aantal fietsparkeerplekken te baseren op de groei van het aantal busreizigers, niet vanwege de relatie tussen het aantal busreizigers en het aantal benodigde fietsparkeerplekken, want die relatie is zeer beperkt, maar omdat we hier aannemen dat de groei van het aantal treinreizigers vergelijkbaar zal zijn met de groei van het aantal busreizigers. Het is beeld is dat er mogelijk op termijn aanvullende capaciteit voor fietsparkeren nodig zal zijn.
Uit ervaringen elders in het land weten we dat hier geldt: aanbod creëert vraag en er zitten simpelweg ruimtelijke beperkingen aan het voortdurend uitbreiden van fietsparkeercapaciteit. Met dat voorbehoud gemaakt, zien we op termijn mogelijkheden
in het gebied om invulling te kunnen geven aan een eventuele aanvullende capaciteitsvraag. 2.
Ik lees dat de benodigde uitbreiding van de fietsparkeerplekken de beschikbare ruimte binnen de MMK overstijgt. Is een extra ondergrondse verdieping bouwtechnisch niet mogelijk? Of is er hier enkel sprake van financiële beperkingen?
Bouwtechnisch zou dit zeker mogelijk zijn. Echter met elke meter dieper onder de grond nemen de kosten meer dan lineair toe en hebben we ook te maken met een grotere impact op bodem en vooral (grond)water. Logischer is het daadwerkelijke gebruik t.z.t. te monitoren en het gebruik van de stalling bij te sturen, waar mogelijk. Het is onze verwachting dat de stallingscapaciteit ruim bemeten is en dat de daadwerkelijke groei ook eerst daadwerkelijk tot stand moet komen. In het verlengde van dat alles zijn er ook mogelijkheden voor uitbreidingen elders. Proces 1.
In de aanbevelingen over het voorkeursalternatief wordt onder andere genoemd om de scope te verbreden, eisen te versoepelen, eisen SMART te formuleren, en hiërarchie aan te brengen in de eisen. Kijkend naar de planning en uitvoering zoals omschreven in het raadsvoorstel is mij niet duidelijk of (en op welk moment) deze aanbevelingen verwerkt worden en of de raad hier nog over in positie komt hoe deze aanbevelingen verwerkt zijn, voordat de (schets)ontwerpfase start. Kan er iets meer toelichting over dit proces gedeeld worden?
Het voorkeursalternatief voor de MMK wordt nu aan uw Raad ter vaststelling voorgelegd, inclusief de aanbevelingen die worden gedaan voor de planning- en studiefase. Dat is zo ook met u afgesproken bij het besluit over de start tot de MIRT verkenning op 30-mei 2023. De tabel “planning” (p. 12) uit het Raadsvoorstel laat zien wat de nu te zetten vervolgstappen zijn en hoe uw Raad daarin betrokken wordt. Naast het vaststellen van het VKA (de vraag die nu voor ligt) wordt u later om een besluit gevraagd gekoppeld aan de Bestuursovereenkomst en om in te stemmen met de wijziging van het omgevingsplan, de projectbeslissing op basis van het definitieve plan, en het investeringskrediet. U wordt steeds geïnformeerd bij iedere fase overgang in de planning en studiefase (via schetsontwerp, naar voorlopig ontwerp en definitief ontwerp). Het nu voorliggende
Verzoek voor (nog) meer leesvoer 1.
Ik lees in het ontwerpboek voorkeursalternatief (bijlage 1D) dat “de exacte locatie van het filter wordt op een later moment bepaald bij de herijking van het ruimtelijk raamwerk Fellenoord.” Ik was in de veronderstelling dat er nog geen ruimtelijk raamwerk was en dat
deze nu in opstelling is, maar ik begrijp dat er al een versie is van het raamwerk. 1.
Kunnen we dit stuk toegezonden krijgen?
Er is nog geen ruimtelijk raamwerk. Onder leiding van de Ontwikkelmaatschappij Fellenoord wordt hier nu uitvoering aan gegeven. Conform afspraak wordt uw Raad hierin meegenomen tweede helft 2026. Inzet is gericht dit document vast stellen in Q4 2026. Het VKA dient als onderlegger voor het te ontwikkelen Ruimtelijk Raamwerk. 2.
Wat is de status van deze versie? Is dit stuk bestuurlijk vastgesteld?
Zie beantwoording hiervoor, er is nog geen ruimtelijk raamwerk. 3. Hoe verhoudt deze versie van het raamwerk tot wat nu wordt uitgewerkt? De slides waarnaar verwezen wordt laten de stand van zaken, de opzet en de bijbehorende planning zien van (o.a.) het ruimtelijk raamwerk. 2.
In bijlage 1A “Verkenningenrapport” wordt verwezen naar bijlage 4 “Beoordelingskader” waar weer verwezen wordt naar een separate bijlage. Ik kan deze bijlage niet vinden. Kan deze toegestuurd worden?
Dit is per abuis inderdaad niet meegestuurd. Zie bijlage bij dit bericht. 3.
Er wordt meermaals verwezen naar “Integraal Ontwerp Stationsgebied Eindhoven”. Is dit stuk eerder met de raad gedeeld en kan ik deze inzien?
Nee dit stuk is niet eerder met de Raad gedeeld. De studie integraal ontwerp stationsomgeving betreft een verkennend onderzoek waarin gepoogd is de ontwikkeling van het MMK, de spoorverkenning SKE en de ontwikkeling van cluster 6 i.r.t. elkaar te beschouwen. Scherp geformuleerd: er is ruimte geboden aan de wens om over de scope van de verschillende deelopgaven te kijken met de verwachting dat dit toegevoegde waarde voor alle ontwikkelingen zou opleveren. Het verkennende onderzoek biedt ruimtelijke, programmatische en functionele inzichten om te komen tot een hoogwaardige stationsomgeving. Onderdelen ervan zijn verwerkt in het VKA. De status van dit document is een studie, het betreft geen bestuurlijk kader.
4.
Het Functioneel Programma van Eisen (FPvE) versie 3.0 (d.d. 12-02-2025) is gebruikt voor de beoordelingsfase. Kan het FPvE gedeeld worden?
We informeren bij de betrokken partijen of het FPvE (volledig) openbaar kan worden gedeeld of op een andere wijze ter beschikking kan worden gesteld.