Beantwoording technische vragen GroenLinks over Raadsvoorstel Visie werklocaties Zuidoost Brabant
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen nav raadsvoorstel visie werklocaties Vraag: Uitsluiten sectoren. STEC doet een onderzoek naar extra sectoren naast datacenters, grootschalige logistiek en warehousing. Wanneer wordt de uitkomst van dit onderzoek verwacht? Welke kaders zijn er meegegeven? Antwoord: De eerste uitkomsten van het onderzoek zijn recent bekend geworden en vormen nu input voor de verdere programmeringsafspraken en de uitvoeringsagenda, deze worden nu met 21 gemeenten uitgewerkt. De kaders (zie hiervoor ook de concept visie zoals deze eind 2023 met een commissienotitie aan de raad is voorgelegd) die zijn meegegeven zijn voor grootschalige werkmilieus: Eindhoven en de gemeenten in onze regio kiezen ervoor om selectief te programmeren en alloceren om het economisch profiel van de regio en de subregio’s te kunnen versterken. Daarnaast moet vanwege een schaarste aan ruimte en arbeidskrachten keuzes worden gemaakt voor welk type bedrijfsactiviteiten wel en geen ruimte wordt gecreëerd via de programmering. Hiervoor dient het economisch profiel van de regio en de subregio’s, zoals opgenomen in de visie werklocaties (zie hieronder), als uitgangspunt.
Daarnaast blijft het uitgangspunt dat wij geen ruimte willen bieden aan grootschalige opslag, datacentra en logistiek, tenzij Brainport gelieerde logistiek. Vraag: Klimaatdeals: “Zie de wijze van verwerken met betrekking tot type bedrijvigheid”. Wat wordt met deze zin bedoeld? Antwoord: Het is een verwijzing van naar een eerdere reactie op pagina 3 van bijlage 2 van de bijlage (een vakje hoger dan de aangehaalde zinsnede). Vraag: Uitgifteprotocol: We lezen dat de ‘duurzame principes’ van bouwsteen 5 onderdeel worden van de uitgiftecriteria. Als we het goed begrijpen, gaan
deze principes over bedrijventerreinen als geheel en de bedrijfsvoering. In hoeverre wordt er ook op het type bedrijven/sectoren gestuurd? (Bijv. een vleesverwerker die zonnepanelen op het dak heeft en de medewerkers met de fiets laat komen, is nog steeds onderdeel van een niet-duurzame sector)? Antwoord: Bouwsteen 5 richt zich op bestaande bedrijventerreinen en de vraag hoe deze toekomstbestendig te houden/maken. Dan gaat het zowel om de vraag hoe de beschikbare ruimte zo goed als mogelijk benut kan worden, als ook om de bijdrage aan aspecten als energie, klimaat, circulariteit en leefomgeving. Hier zal in nauwe samenwerking met het aanwezige bedrijfsleven aan gewerkt moeten worden (zoals bijvoorbeeld gebeurt via de BIZ De Hurk Werkt!). In het geval van nieuw uit te geven terreinen is de afspraak met de MRE-gemeenten bij de uitgiftecriteria specifieke eisen op te nemen ten aanzien van de sectoren (irt geen grootschalige logistiek en datacenters) en duurzaamheid, dit zal volgen nadat de programmering door de colleges is vastgesteld en is een uitwerking van de uitvoeringsagenda.
Vraag: Milieucategorieën: “We faciliteren voldoende ruimte voor bedrijvigheid in een hoge milieucategorie ten behoeve van circulaire activiteiten en infrastructuur.” Betekent dat andere bedrijvigheid in een hoge milieucategorie niet meer gefaciliteerd wordt? Antwoord: Nee, dit betekent dat er aandacht moet zijn dat er ruimte blijft voor hoge milieucategorieën omdat die ook van belang zijn voor de circulaire economie en locaties die nodig zijn om bijvoorbeeld de schaalsprong mogelijk te maken. Vraag: Is al bekend welke locaties in aanmerking voor komen voor een clustering van milieucategorie 5 en aan welke criteria moet worden voldaan? Antwoord: Nee, dit is uitwerking van de agenda. Vraag: Parkmanagement/BIZ. Geen vraag over. Vraag: Toekomstfonds. Geen technische vraag over. Vraag: Ruimte: Wat is het huidige aantal hectares bedrijventerrein in de MRE? Antwoord:
Op pag 37. van de Uitvoeringsstrategie staat hierover: Deze regio telt 144 bestaande bedrijventerreinen met een totaal netto oppervlakte van 3.587 hectare . Dat is 3,0% van het oppervlak van de regio, maar hier werkt maar liefst 41% van alle werknemers, ruim 188.000 mensen en met elkaar leveren die ruim 45% van de economische toegevoegde economische waarde. Vraag: Hoeveel ruimtevraag kan worden opgevangen op de bestaande bedrijventerreinen en hoeveel hectares nieuw bedrijventerrein worden nodig geacht? Antwoord: Op basis van de inzichten van nu bedragen de tekorten op bedrijventerreinen in 2030 en 2040 circa 195 respectievelijk circa 290 ha ten opzichte van de prognose. Daarnaast is ook nog sprake van een vervangingsvraag van 25 ha in de periode tot 2030 en 42 ha in de periode van nu tot 2040. Als die worden meegerekend is de zoekopdracht voor de regio in totaal: > circa 240 ha voor periode nu tot 2030; > circa 380 ha voor periode nu tot 2040. De exercitie die nu wordt gedaan en in de uitvoeringsagenda wordt uitgewerkt, gaat ervanuit dat het MRE niet zo maar elke vraag gaat faciliteren. Vervolgens wordt gekeken hoeveel kan worden opgevangen op bestaande bedrijventerreinen (dit zal bij lange na niet genoeg zijn om alle ruimtevraag op te vangen) en daarna welke nieuwe terreinen uitgegeven moeten worden.
Vraag: Zowel voor de MRE als Eindhoven specifiek? Antwoord: Voor Eindhoven specifiek geldt dat het niet gedifferentieerd is welke vraag specifiek voor Eindhoven is. Het is een regionale opgave. De leegstand op de bestaande bedrijventerreinen in Eindhoven ligt onder de frictieleegstand van 5%. Er heeft een eerste onderzoek plaatsgevonden of en hoeveel ruimte er beschikbaar zou zijn als bedrijventerreinen geïntensiveerd zouden worden. Het is moeilijk in te schatten welk deel van de ruimtevraag zou kunnen worden opgevangen door intensivering. Ook omdat de huidige transities zoals rondom energie en klimaat ook ruimte claimen op diezelfde terreinen. We weten ook dat intensiveringstrajecten trajecten zijn waarvoor een lange adem nodig is en inzet en investeringen vraagt. Het uit te werken toekomstfonds is hier een belangrijk instrument voor. Vraag: In Eindhoven hebben we onlangs een omgevingsvisie vastgesteld, die ook is bedoeld om de integrale afweging tussen natuur, bedrijvigheid, wonen,
energieopwek, mobiliteit etc. te kunnen maken. Hoe wordt deze integrale afweging op MRE-niveau gedaan? Antwoord: Er wordt rekening gehouden met duurzaamheidsprincipes op de volgende manier. Naast programmeringsafspraken maakt de regio afspraken over duurzame principes voor bestaande en de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Denk hierbij aan afspraken over: o toekomstbestendige digitale- en energie-infrastructuur; o toepassing van klimaatadaptieve maatregelen; o toepassing van dubbel dakgebruik; o stimuleren van korte ketens; o stimuleren van maatregelen gericht op de mobiliteitstransitie. o Gemeente meenten stimuleren en faciliteren een vorm van organisatie op bedrijventerreinen, zoals parkmanagement. Vraag: Is er inzichtelijk of en waar er knelpunten ontstaan tussen deze zaken? Antwoord: De ruimte in onze regio is schaars, daarnaast is er sprake van een economische groei die leidt tot de schaalsprong waar we met zijn allen aan werken. Met de brede welvaartsgedachte als kompas worden continue afwegingen gemaakt ook op de schaal van het MRE. Met het MRE is een integrale richtinggevende ontwikkelstrategie opgesteld waar deze afwegingen leidend zijn, zie: https://samenwerken.pleio.nl/file/download/3aa7cb2f-8e8d-4575-a87f1985b64d071c/bijlage-6.pdf