Beantwoording technische vragen D66, CDA en Volt bij Raadsvoorstel Regionaal Veiligheidsplan 2023-2026
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen D66, CDA en Volt bij het Raadsvoorstel Regionaal Veiligheidsplan 2023-2026 Beantwoording vragen D66: 1. Hoeveel ruimte is er om lokaal af te wijken van de regionale prioriteiten? Er is ruimte om af te wijken, dat staat ook expliciet beschreven in het RVP. En dat kan betekenen dat op onderwerpen – niet genoemd in beleidskader RVP Oost-Brabant – in Eindhoven meer aandacht wordt besteed, omdat dit gewenst is vanuit de problematiek in de stad. Er is op voorhand niet te zeggen hoeveel ruimte dat precies is in termen van politiecapaciteit ten behoeve van Eindhoven. En daarbij moeten we ook benoemen dat voor de lokale veiligheidsthema’s er ook inzet gewenst is van andere uitvoeringsorganisaties, waarover het RVP niet spreekt (denk aan handhaving, leerplicht, jongerenwerk, arbeidsinspectie, et cetera). 2. Is er een soort “verdeelsleutel” of iets dergelijks hoe de capaciteit verdeeld wordt tussen deze prioriteiten? Nee, er is geen verdeelsleutel over welk percentage van de capaciteit wordt ingezet op welk thema. Uiteindelijk wordt in de lokale driehoek precies afgestemd welke capaciteit aan welk onderwerp wordt gegeven, aangezien de beschikbare inzet uiteraard ook afhankelijk is van de lokale problematiek in Eindhoven. Overigens denken wij wel dat de gekozen prioriteiten ook goed in lijn te brengen zijn met de lokale ambities in Eindhoven.
Maar wel met de opmerking dat we dit met u als raad nog verder moeten bespreken en verdiepen. 3. Wordt het perspectief op veiligheid van vrouwen, mensen met een biculturele achtergrond, de LHBTIQ+-gemeenschap etc. ook meegenomen in het veiligheidsbeleid? Hoe worden deze groepen betrokken? Politie, gemeenten en Openbaar Ministerie zijn de organisaties die uiteindelijk het RVP opstellen. In alle drie de organisaties is er zeker aandacht voor vrouwen, mensen met de biculturele achtergrond, LHBTIQ+ gemeenschap (oog voor diversiteit) om hun ervaringen en opvattingen te achterhalen over wat er van belang is in het veiligheidsbeleid. En op basis daarvan worden in algemene zin de veiligheidsthema’s benoemd voor de regio, maar is een specifiekere invulling voor het Eindhovense ook van belang. Ook daarbij is sprake van een regelmatig contact met belangenorganisaties (ook in samenwerking met afdeling Diversiteit en Inclusie) en blijven we zeker alert om de werking van het veiligheidsbeleid voor iedere Eindhovenaar zo optimaal mogelijk te maken. 4. Het valt me op dat er niets in staat over (seksueel) grensoverschrijdend gedrag.
Is dit geen prioriteit, of is dit iets dat alleen thuis hoort in het lokale beleidskader veiligheid? In het RVP is dit niet als prioriteit benoemd, maar op dit onderwerp is bijvoorbeeld een lokale aanvulling voor het Eindhovense beleidskader veiligheid goed te maken. Het is nadrukkelijk ook als thema benoemd in het bestuursakkoord voor de komende vier jaar, dus in die zin ook logisch dat we dit onderwerp straks ook opnemen in het vast te stellen beleidskader veiligheid.
Beantwoording vragen CDA: 1. Klopt het dat er binnen de eenheid 96 formatieplekken meer zijn t.o.v. de sterkteverdeling 2023-2026? De formatie van de eenheid is per juni 2022 met 97,1 fte gestegen t.o.v. de formatie in 2018: van 3173,8 fte naar 3270,9 fte. 2. Klopt het dat de basisteams Eindhoven Noord en Eindhoven Zuid erop achteruit gaan t.o.v. de vorige sterkteverdeling? In mijn berekening zijn dit maar liefst 25 formatieplekken? Waarom? De formatie van de basisteams Eindhoven-Zuid en Eindhoven-Noord is ten opzichte van 2018 met 25,6 fte gedaald. Dat klopt. Over alle basisteams is gekort op de aspirantenplaatsen (-/- 114,5 op regionaal niveau). Bij de toekenning van de regeerakkoordgelden, over de periode 2019-2022, zijn landelijk 1.111 fte aspiranten aan de sterkte van de Nationale politie toegevoegd. Dat is gebeurd door die aspirantenplaatsen bij de formatie van het Politie Diensten Centrum onder te brengen (toe te voegen), terwijl de formatie van de eenheden gelijk is gebleven. Hierdoor ontstaat wel de ruimte om, voor onze eenheid 114,5 fte in plaats van aspirantenplaatsen, als volwaardige functies in te vullen.
Omdat er in 2018 geen zicht was op het voor 2025 / 2026 daadwerkelijk invullen met agenten in de basisteams, is in overleg met het bevoegd gezag gekozen voor onder meer versterking van het OC en het RSC, ter verbetering van de dienstverlening in de richting van de burger. Hier is slechts in zeer beperkte mate sprake van (privacydesk centraal ingericht), terwijl er ook toevoegingen zijn geweest (zoals ‘Individuele beoordeling Slachtoffers’). Dit is geen formatieprobleem, maar meer een bezettings- of inzetbaarheidsprobleem. De formatie van het basisteam is niet gewijzigd, maar de betreffende collega is niet inzetbaar voor het team, in verband met zijn of haar werkzaamheden in het kader van bewaken en beveiligen. Binnen de totale formatie heeft sinds 2018 een flinke versterking van operationele functies plaatsgevonden vanuit de zogenaamde ‘Regeerakkoordgelden’. Daarmee heeft de minister van Justitie en Veiligheid beoogd op drie terreinen een duurzame (kwalitatieve) versterking van de politie te realiseren: ‘wijken en opsporing’, ‘opsporing op het gebied van zware criminaliteit en ondermijning’ en ‘digitale expertise’. De afgelopen vier jaren zijn hierdoor aan de eenheid Oost-Brabant 114,5 fte aspirantenplaatsen omgezet naar volwaardige functies.
Deze versterking met meer dan honderd operationele functies heeft ‘onder aan de streep’ de omvang van de formatie van de eenheid Oost-Brabant niet beïnvloed. De lege aspirantenplaatsen, die binnen de eenheid Oost-Brabant onderdeel zijn van de formatie van de districten, worden namelijk omgeruild voor lege reguliere plaatsen. Op het moment dat een dergelijke reguliere plaats daadwerkelijk bezet is, zal er sprake zijn van een hogere inzetbare capaciteit. Dat betekent dat ongeacht de keuze voor de verdelingssystematiek er op korte termijn geen direct effect op de huidige bezetting of inzetbaarheid van de teams ontstaat.
Omdat de Politieacademie slechts een beperkte opleidingscapaciteit heeft, die tot zeker 2025 volledig benut zou worden om aan de vervangingsvraag van de Nationale politie te kunnen voldoen, was het niet mogelijk om de vrijgevallen aspirantenplaatsen met agentenfuncties in te vullen. In Oost-Brabant is eind 2018 besloten, in nauw overleg met het bevoegd gezag, de 99,5 fte die waren bestemd voor wijk en opsporing, aan te wenden voor: • 2/3 van dit aantal zou worden benut ten behoeve van de wijken, onder meer door de toevoeging van 6,5 fte wijkagenten voor de eenheid, de uitbreiding van het Operationeel Centrum en de versterking van het Regionaal Service Centrum; • 1/3 zou worden aangewend ter versterking van de opsporing. Dit heeft tot gevolg gehad dat binnen de (gelijkblijvende) formatie van de eenheid Oost-Brabant sprake is geweest van een verschuiving van de formatie binnen de eenheid. 3. Klopt het dat het district Eindhoven met 41,9 formatieplekken verminderd wordt? Waarom? Nee, de formatie van district Eindhoven is ten opzichte van 2018 afgenomen met 34,8 fte, van 698,9 fte naar 664,1 fte. Zie voor de uitleg het antwoord op vraag 2. 4. Klopt het dat het flexteam en de recherche binnen Eindhoven met respectievelijk 5,1 en 2,4 formatieplekken dalen? Nee, de formatie van het flexteam en de districtsrecherche is nagenoeg gelijk gebleven: 92 fte in 2018 en 92,5 fte medio 2022.
5. In het verleden (11 september 2018) heeft de raad unaniem een amendement aangenomen bij de behandeling van het Regionaal Veiligheidsplan 2018-2022. In de periode 2018-2022 zouden binnen de formatie Oost-Brabant namelijk 115fte in plaats van aspiranten worden ingevuld met volwaardig opgeleide agenten. De oproep van de raad was om een “substantieel deel van de aan de eenheid Oost-Brabant toegezegde formatie aan de Eindhovense basisteams toe te kennen”. a. Is dit gebeurd? Gedeeltelijk. Echter, niet in de vorm van volwaardig opgeleide agenten die geschaard worden onder ‘blauw op straat’. Met de eerder genoemde regeerakkoordgelden is er ruimte ontstaan om, eenheid breed, 114,5 fte aspirantenfuncties om te zetten naar volwaardige functies.. Hoewel het voor het overgrote deel gaat om operationele functies, is het de komende jaren nog niet mogelijk om extra agenten op te leiden. Dit heeft te maken met de beschikbare opleidingscapaciteit in relatie tot de uitstroom van personeel in de komende jaren. b. Hoe rijmt dit met de in vraag 2 geconstateerde afname van het aantal formatieplekken in de basisteams? Zie de beantwoording van vraag 5a.
6. Waarom zijn er in de sterkteverdeling veel minder formatieplekken toegekend aan district Eindhoven, terwijl hier al jarenlang een roep is tot meer formatieplekken? Het gaat hier namelijk o.a. om (wijk)agenten en agenten in de noodhulp, juist waar Eindhoven al heel lang meer behoefte aan heeft? Zie de beantwoording bij vraag 2 en 7. Voor de omzetting van de aspirantenplaatsen naar volwaardige functies is door de districten formatie ingeleverd. 7. Wat is de reden dat bijvoorbeeld de dienst Regionale Operationele Samenwerking en Regionaal Operationeel Centrum er meer formatieplekken bijkrijgen ten koste van de districten? De reden hiervoor is gelegen in: • de bijdrage van OC en RSC aan de dienstverlening aan de burger én de coördinatie van de operatie; • het feit dat zij-instromers via een verkorte opleiding als medewerkers van RSC en OC aan de slag konden; • de constatering dat dit geen druk op de opleidingscapaciteit van de Politieacademie zou opleveren; • de mogelijkheid om de inzet van aspiranten op het RSC te beëindigen. De bijdrage van de medewerkers van het Operationeel Centrum (OC) en het Regionaal Servicecentrum (RSC) is essentieel in het kader van de dienstverlening aan de burger en de sturing en paraatheid van de operatie. Het Regionaal Servicecentrum (0900-8844) en het Operationeel Centrum (112) zijn het eerste contactpunt voor de burger.
De burger moet op een goede én snelle wijze contact kunnen krijgen met de politie. Het Operationeel Centrum (OC) vervult daarbij een lifeline-functie, zowel in de richting van de burgers in geval van spoedeisende meldingen als in de richting van de collega’s op straat. Bij het in werking brengen van het OC werd geconstateerd dat op een aantal punten de formatie te krap was, waardoor vanuit het OC de beoogde bijdrage aan het wijkgericht werken en de aansturing van de politieoperatie onvoldoende kon worden ingevuld. Dit had een negatieve invloed op de effectiviteit en inzetbaarheid van de lokale capaciteit. Voor de formatie-uitbreiding van het RSC werd deels via externe inhuur en deels vanuit capaciteit uit de basisteams invulling gegeven aan de noodzaak tot extra operationele capaciteit binnen het RSC. Voorheen werden aspiranten die in een basisteam instroomden, gedurende de eerste 4 maanden ingezet binnen het RSC om de capacitaire nood daar te ledigen. Door de formatieuitbreiding is deze noodzaak komen te vervallen en zijn deze aspiranten bij binnenkomst direct ter beschikking van de basisteams. 8. Tot slot: waarom wordt door het college het advies “geen zienswijze over te brengen” ingebracht terwijl Eindhoven er met deze formatiebezetting er fors op achteruit lijkt te gaan? Het betreft hier een technische formulering.
Het college vraagt de raad namelijk om in te stemmen met het RVP. Met andere woorden, om geen zienswijze in te dienen.
Beantwoording vraag Volt: 1. Wij hebben de vraag bij het hoofdstuk maatschappelijke onrust wat een aandachtsfunctionaris is. Is dit een gangbare term of is dit iets specifieks voor dit stuk? Een aandachtsfunctionaris is een medewerker die gespecialiseerd is in een bepaald aandachtsgebied. In dit geval maatschappelijke onrust. Op bladzijde 49 van het concept RVP staat daarover het volgende beschreven: “De aandacht voor polarisatie, extremisme en radicalisering mag niet verslappen. Awareness en urgentie blijven belangrijk. Een Aandachtsfunctionaris Maatschappelijke Onrust kan hieraan een waardevolle bijdrage leveren. Dankzij deze Aandachtsfunctionaris blijven deze thema’s geagendeerd op de lokale agenda. We stimuleren dat elke gemeente in OostBrabant in 2024 over een Aandachtsfunctionaris beschikt.” Binnen de gemeente Eindhoven is maatschappelijk onrust sinds 2018 onderdeel van het programma Polarisatie en Radicalisering (onderdeel van het huidige beleidskader veiligheid) en hebben we ook sinds 2018 een aandachtsfunctionaris.
Vervolgvraag: Kun je nog iets specifieker maken of het nu de primaire taak is van deze functionaris om te zorgen dat het onderwerp op de agenda blijft, of is deze persoon in de eerste plaats inhoudelijk expert op diens aandachtgebied? Het is allebei. In het huidige beleidskader is dit expliciet als prioriteit benoemd.