Beantwoording technische vragen beleidskader veiligheid 2023-2026
Tekst van het document
Fractie PvdD 1 Is er een veiligheidsplan rondom hittestress, extreme weersomstandigheden en luchtkwaliteit? Wordt hier binnen het veiligheidsplan over nagedacht of ligt dit buiten het veiligheidsplan? - Deze onderwerpen liggen buiten het veiligheidsplan maar hier wordt, ook door
de gemeente, aandacht aan besteed, in samenwerking met partners. - Op landelijk (RIVM) en regionaal niveau (Veiligheidsregio) zijn hier plannen voor ontwikkeld. Op landelijk niveau gaat het daarbij om het Nationaal Hitteplan | RIVM. Het Nationale Hitteplan is een samenwerking tussen een aantal organisaties en beroepsgroepen. - Op regionaal niveau is er door en met de Veiligheidsregio een Regionaal Risicoprofiel opgesteld waarin verschillende scenario’s opgenomen zijn die passen binnen dit kader (zoals ‘Wateroverlast a.g.v. hoge rivierwaterstanden’, ‘Natuurbrand’, ‘Koudegolf’, ‘Storm’, ‘Wateroverlast a.g.v. extreme neerslag’ en ‘Hittegolf’). Is er een algemeen veiligheidsplan voor de natuur in andere context dan overlast uit drugsafval?
2
-
Nee, een dergelijk specifiek plan is er niet. Wel staan er bijvoorbeeld in de Algemene plaatselijke verordening Eindhoven bepalingen ter voorkoming van gevaar en hinder en om de stad leefbaar en netjes te houden.
-
Voorbeelden zijn: • Artikel2:18 APV Rookverbod in bossen en natuurterreinen Het is verboden in bossen, op heide- of veengronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a. te roken gedurende de periode 1 januari tot en met 31 december; b. voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen • Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken of buiten de daarin gelegen wegen of paden. • Artikel 4:9 Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen oplevert.
3
4
Tot slot kunnen er ook bovenlokaal bepalingen afgekondigd worden om bijvoorbeeld de kans op natuurbranden te verkleinen. In het verleden is er een applicatie ontwikkeld waarbij mensen een melding konden maken van onveilige situaties in het uitgaansgebied. Hoe kan de gemeente ervoor zorgen dat dit meer gebruikt zal gaan worden, en kan er een interactieve map worden toegevoegd waarbij op de plek specifiek incidenten aangegeven kunnen worden? Kunnen deze incidenten waarbij zich onveilige situaties voordoen worden ingedeeld in verschillende slachtoffer groepen? Denk aan seksueel overschrijdend gedrag, LHBTIQ+ haat, maar ook profilering en andere vormen van racisme. In het concept beleidskader veiligheid wordt aandacht besteed aan dit onderwerp waarbij aangegeven is dat er in 2023 een plan van aanpak ‘straatintimidatie’ komt. Hoe wordt de screening gedaan voor manifestaties die haatdragend van aard kunnen zijn en eventueel polarisering kunnen versterken? De burgemeester zet zich in om elke manifestatie te faciliteren en gaat niet over de inhoud of inhoudelijke boodschap van de manifestatie. De Wet Openbare Manifestaties (WOM) geeft de burgemeester alleen dan de mogelijkheid om een manifestatie te beperken indien er sprake is van ernstige vrees voor wanordelijkheden of ter bescherming van de gezondheid en het verkeer.
Indien de mogelijkheid bestaat dat er tijdens een manifestatie (bijvoorbeeld) haatdragende boodschappen worden geuit, worden de kaders hieromtrent vooraf met de organisator besproken. Wanneer boodschappen worden geuit waarmee wetten worden overtreden, kan er ter plekke maar ook achteraf opgetreden worden door de politie (en het OM).
5
Houdt de gemeente rekening met subjectieve veiligheid en daadwerkelijke veiligheid bij de realisatie van hulpinstanties? Denk aan de opvang van kwetsbaren en het stereotype dat gepaard kan gaan bij deze groep? Hoe wordt de wijk gerustgesteld mits er een ongegrond onveilig gevoel heerst? De gemeente houdt bij de realisatie van maatschappelijke opvanglocaties rekening met de subjectieve en objectieve veiligheid rondom een voorgenomen locatie (dit wordt bekeken over een langer tijdsbestek om zicht te krijgen op mogelijke stijgingen en dalingen). Hierbij worden de cijfers wel altijd binnen de relevante context bekeken. Veiligheidsgevoelens zijn niet ongegrond. Gevoelens van onveiligheid worden serieus genomen. Bij zorgen over veiligheidsgevoelens wordt er gekeken waar deze gevoelens mogelijk vandaan komen. Daar worden dan passende interventies bij gezocht, waarbij kan worden gedacht aan de volgende acties: met behulp van beheergroepen (met daarin gemeente, politie, handhaving,
2
zorginstelling en mogelijke omwonenden) kunnen gesprekken georganiseerd worden. Ook is het mogelijk dat er een wijkschouw wordt georganiseerd op locaties die bij bewoners onbehaaglijk gevoel of andere zorgen oproepen. Daarnaast kan er bijvoorbeeld aan community building worden gedaan en ontmoetingen worden georganiseerd tussen inwoners en/of ondernemers en de doelgroep om zo mogelijke zorgen weg te kunnen nemen.
6
7
Heeft de gemeente zicht op correlatie tussen huiselijk geweld en dierenmishandeling? Wat is het jaarlijks aantal meldingen van huislijk geweld van dierenmishandeling? Is hier beleid voor? Binnen de politie is geen specifieke ‘zoekquery’ voor dierenmishandeling aanwezig. Deze is er wel voor huiselijk geweld. Het combineren van deze gegevens is zodoende niet mogelijk ‘met enkele drukken op de knop’. Hierdoor is deze vraag niet direct te beantwoorden. Dit is alleen mogelijk indien er een analyse wordt gedaan die zeer arbeidsintensief is voor de politie. Er wordt tijdens trainingen op het vlak van huiselijk geweld wel gewezen op alertheid op huiselijk geweld in gevallen van dierenmishandeling en waar nodig een zorgmelding op te maken. Heeft de gemeente zicht op het aantal (gepoogde) femicides die gepleegd worden in de gemeente? De politie registreert niet specifiek om femicide maar op de maatschappelijke klasse ‘doodslag/moord’. Hieronder gegevens. Let op: er is alleen sprake van pogingen. Hierbij gaat het om alle pogingen tot doodslag/moord waarbij een vrouw het slachtoffer. Het gaat dus niet in alle gevallen per definitie om femicide en/of partnergeweld. F540 – DOODSLAG/MOORD Slachtoffer: Vrouw
2020
2021
2022
Totaal
18
20
5
43
In de praktijk gaat het om de feiten ex-partner stalking, eer gerelateerd geweld en huiselijk geweld waar de politie mee te maken heeft. Voor deze onderwerpen
3
heeft de politie veel aandacht binnen de eenheid en hier wordt ook op gestuurd. Voor de aanpak daarvan is een stevig verankerde band met ketenpartners (VeiligThuis, OM, Reclassering, Veiligheidshuizen enzovoort). Fractie VVD 8 Wat doen we aan huiselijk geweld en geweld tegen vrouwen?
9
Het thema is opgenomen in het concept beleidskader veiligheid (hoofdstuk 6, zorg en veiligheid), waarbij bijzondere aandacht is voor geweld in afhankelijkheidsrelaties. Samen met partners op het snijvlak van zorg en veiligheid wordt onder de vlag van het Zorg- en Veiligheidshuis gewerkt aan een multidisciplinaire aanpak (MDA++ genoemd), met aandacht voor zowel de pleger als het slachtoffer en het totale gezinssysteem. Ook is er een regionaal expertteam huiselijk geweld en kindermishandeling opgericht in Zuidoost Brabant. Hierin werken gemeenten, VeiligThuis, Zorg- en Veiligheidshuis, OM, Reclassering, Markiezia en politie samen. Ook binnen het Regionaal Veiligheidsplan 2023-2026 is de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling tot speerpunt benoemd. Wat kunnen we doen om crimineel geld terug laten vloeien de wijk in? Het kabinet heeft in het Coalitieakkoord 2021-2025 de ambitie opgenomen om van criminelen afgepakt geld of afgepakte zaken zoveel mogelijk een publieke bestemming te geven met name in de wijken die het meest lijden onder criminaliteit. Deze ambitie is vertaald in het project Maatschappelijk Herbestemmen (MaHer), waarvan op 21 februari 2023 in Schiedam de eerste pilot van start is gegaan. Het is een complex vraagstuk vanwege de juridische, financiële en organisatorische aspecten die eraan vastzitten. We wachten de resultaten van de pilot in Schiedam af.
Fractie D66 10 Hoe gaat de nazorg voor ex-gedetineerden in zijn werk? Waar nodig en mogelijk komen de gemeente, de casemanager uit de penitentiaire inrichting, de reclassering en de gedetineerde al bij aanvang van de vrijheidsbeneming met elkaar in contact, met als doel om het re-integratietraject te bevorderen. Deze afspraken zijn gebaseerd op het bestuurlijk akkoord ‘Kansen bieden voor re-integratie’, een akkoord tussen de VNG, DJI en de drie reclasseringsorganisaties. In december 2022 is hier uitgebreider aandacht aan besteed in beantwoording van raadsvragen (22bst01573, d.d. 16 december 2022).
Fractie GroenLinks 11 “Informatiegestuurd werken vraagt om de beschikbaarheid van een eenduidige en actuele in-
4
formatiepositie. Deze informatiepositie kan worden gebruikt om informatieproducten te maken ten behoeve van besluitvorming, sturing en monitoring.” Kan er geconcretiseerd worden om wat voor informatieproducten dit gaat? Wat is informatiegestuurd werken, om wat voor type informatie gaat het en hoe wordt dit toegepast? De sector veiligheid werkt informatiegestuurd en niet data gedreven. Dat klinkt als een semantische discussie, maar dat is het niet. Het is, vooral als het om ethiek en privacy gaat, een wezenlijk verschil. Het verschil zit grotendeels in hoe data doelbewust wordt ingezet. Beide methodes werken op basis van data (cijfers of andere vormen van informatie). Data gedreven werken gaat uit van de ruwe, nog niet bewerkte data en alle vrijheid in het ophalen of ontvangen van de data en het (toekomstige) gebruik daarvan. Informatiegestuurd werken gaat uit van zogeheten key performance indicators (KPI’s). Er is bij het ontvangen van de data al een vooropgesteld doeleinde: waarom mogen wij deze data ontvangen of verzamelen en voor welk doel mogen we het gebruiken? De data die wordt gebruikt bij informatiegestuurd werken is niet ruw, zoals bij data gedreven werken. Het is al bewerkt en wordt aangeleverd én gebruikt (en ook vernietigd) volgens de laatste privacywetgeving. Denk bij deze bewerking aan de politiedata en overlastcijfers die bij de sector veiligheid binnenkomen.
Deze zijn bewerkt zodat er bijvoorbeeld géén persoonsgegevens meer zichtbaar zijn of zodat delicten/overlast in de juiste categorieën worden geplaatst. Bij data gedreven werken wordt data op verschillende momenten voor verscheidende doeleinden toegepast om analyses te maken voor besluitvorming. Dit doen we bij de sector veiligheid echter niet. Er is altijd een duidelijk vooraf opgesteld doeleinde voor de data die wij bewerkt aangeleverd krijgen of anderzijds zelf ophalen. De bewerkte data die bijvoorbeeld wordt aangeleverd door de politie om verschillende delicten van jeugdcriminaliteit in de verschillende buurten inzichtelijk te maken mogen niet zonder meer gebruikt worden voor een analyse op een ander veiligheidsthema als dat niet vooraf zo is afgesproken. Om welke informatieproducten gaat het en hoe wordt omgegaan met de geldende wet- en regelgeving en het ethisch waardenkader? Met informatiegestuurd werken gebruiken en ontwikkelen we o.a. producten ter ondersteuning van gemeentelijke onderzoeken, monitoringsproducten van overlast- en criminaliteitsvormen en fenomeenanalyses van overlast- en criminaliteitsvormen. De gebruikte data, databronnen, bewaartermijnen en de deling van data is per informatieproduct verschillend. Indien er naar personen herleidbare data wordt gebruikt, zijn de gebruikte data, databronnen, bewaartermijnen en de deling van data vastgelegd in een DPIA.
Op basis van
5
deze informatie wordt er jaarlijks een analyse uitgevoerd welke gedeeld zal worden met de raad. Bij inzet van nieuwe technologie nemen we het ethisch waardenkader expliciet mee in besluitvorming. Zo passen we dit o.a. toe bij de ontwikkeling van de visie op camera’s en sensoren maar ook bij de ontwikkeling van de StopApp. Concrete informatieproducten die de sector veiligheid toepast zijn: - Criminologische en sociologische analyses van (actuele) veiligheidsthema’s. Deze worden ingezet om de aard en omvang van veiligheidsproblematiek te bepalen waardoor er onderbouwde beslissingen genomen kunnen worden voor het inzetten van specifieke maatregelen. Ook hier wordt géén informatie gebruikt die tot een persoon herleidbaar is. Wél kan er o.a. gebruik gemaakt zijn van geanonimiseerde politieregistraties en data uit de gemeentelijke meldpunten, de buurtkijker, het digipanel, CBS-data en wetenschappelijke onderzoeken. Daarnaast is het mogelijk dat we informatie ophalen uit gesprekken met bewoners. De informatie die hieruit voortvloeit wordt anoniem geregistreerd (dus zonder namen en zonder adresgegevens). Andere voorbeelden van dit soort analyses zijn buurtenvergelijkingen, veiligheidsanalyses rondom mogelijke realisatie van maatschappelijke opvanglocaties, context- of duidingsanalyse naar aanleiding van veiligheidsincidenten in een bepaalde wijk.
- Het Dashboard Veiligheid met actuele overzichten van geregistreerde criminaliteit (volledig geanonimiseerd aangeleverd door de politie) en overlast (vaak afkomstig uit gemeentelijke databronnen als de BuitenBeter-app, de woonoverlast-app, mogelijk telefonische meldingen en handhavings- en politiemeldingen). Dit is een essentieel hulpmiddel voor een informatie gestuurde, gebiedsgerichte aanpak. - Het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) wordt momenteel ontwikkeld en getoetst op de laatste privacywetgeving. In het tweede kwartaal is het VIK operationeel. Het zal een verzamelplek worden van databronnen. Het wordt ingericht om datagebruik en analyses beter en efficiënter te kunnen uitvoeren. In het VIK worden gegevens uit verschillende basisregistraties, MMAmeldingen (Meld Misdaad Anoniem) en Damocles-sluitingen gecombineerd en gevisualiseerd in de vorm van een netwerk. Het zal met strikte naleving van de laatste wet- en regelgeving worden ingezet om de effectiviteit van onze gemeentelijke taken te verbeteren. Het helpt ons bij het nemen en onderbouwen van operationele en strategische beslissingen. Zo kan het bijvoorbeeld worden gebruikt voor advisering over maatregelen op specifieke thema’s, het gerichter uitvoeren van taken van Toezicht en Handhaving en bijstelling van beleid. Het VIK is veilig en volledig in lijn met de laatste AVGrichtlijnen.
Wij maken hierbij als eerste gemeente in Nederland gebruik van data-minimalisatie. Er kan niet meer worden ingezien dan strikt noodzakelijk. Raadplegingen in het VIK worden daarnaast gelogd. Dit betekent dat er gecontroleerd kan worden wie, wanneer, wat in het VIK bevraagd heeft. Er
6
12
13
zullen maar een beperkt aantal mensen toegang hebben tot het VIK (een analist van het cluster Intelligence en het cluster Bibob). Met de inzet van het VIK stellen we ook tot doel om op een informatie gestuurde manier misbruik van gemeentelijke producten en diensten evenals wet- en regel overschrijdend gedrag efficiënter terug te dringen en mogelijk te voorkomen. Met de ontwikkeling van het VIK beogen we om gerichter op te treden tegen ondermijnende criminaliteit. Vanwege een significante verbetering van zowel de kwaliteit van afzonderlijke databronnen als het gecombineerd gebruik van databronnen zal het VIK onze maatschappelijke en bestuurlijke weerbaarheid vergroten. - Waar het gaat om ondermijningsaanpak specifiek acteren we op basis van concrete signalen uit de wijk van o.a. bewoners, ondernemers en professionals. We maken geen gebruik van geautomatiseerde signalen of algoritmes. Per signaal/ casus wordt bekeken welke informatie nodig is en verwerkt in informatieproducten (zoals interventievoorstellen behorende bij een signaal/casus maar ook verkregen inzichten etc.) De dataverzameling is niet geautomatiseerd en we passen altijd de menselijke toets toe. We werken conform de AVG. Informatieverwerking vindt plaats op basis van het RIECconvenant (Regionaal Informatie en Expertisecentrum voor de aanpak van ondermijning). Voor dit proces is een DPIA opgesteld.
De verwerking van gegevens gebeurt volgens een zorgvuldige afwegingssystematiek. - Voor wat betreft het onderwerp ‘jeugd en veiligheid’ is een landelijk convenant voor de aanpak van jeugdgroepen ontwikkeld. Dit convenant ligt nu bij de afzonderlijke partijen (jongerenwerk, politie, OM en gemeente) om een afzonderlijke DPIA op te stellen. Daarna kan het worden ondertekend en kan volgens deze systematiek worden gewerkt en informatie worden gedeeld. Er wordt geen gebruik van algoritmes gemaakt in dit kader. “In de periode 2023-2026 investeren we in de doorontwikkeling van informatiegestuurd werken. Hierbij ligt de focus op het verbeteren van de informatiepositie op een aantal urgente veiligheidsvraagstukken. Dit betreft in de eerste plaats ondermijnende criminaliteit: meer inzicht in criminele netwerken & handelswijzen én in de aard en omvang van mensenhandel in Eindhoven. Het gaat daarnaast om jeugd & veiligheid: we willen beter zicht krijgen op jongeren die een hoog risico lopen op (verdere) doorgroei in de criminaliteit.” Kan er geconcretiseerd worden wat het informatiegestuurd werken inhoudt voor a) ondermijnende criminaliteit b) jeugd & veiligheid? Over wat voor type informatie en data gaat het, hoe wordt dat verzameld, verwerkt, gedeeld en bewaard en wie heeft er toegang toe? Zie de beantwoording van vraag 11.
Wij pakken criminaliteit en onveiligheid waar mogelijk en zinvol informatiegestuurd aan. Dit wil zeggen dat we keuzes maken en acties uitvoeren op basis van geanalyseerde data uit diverse bronnen. -
7
A) Hoe kunnen wij grip krijgen op welke data en bronnen er worden vergaard, wat er met deze gegevens wordt gedaan en welke analyses, conclusies en acties eraan verbonden worden? Hoe lang deze data worden bewaard en wie allemaal de data kunnen gebruiken - intern en extern? B) Met andere woorden: hoe kunnen wij als raad controleren of we – wat betreft het informatiegestuurd werken voor het veiligheidsbeleid – niet alleen voldoen aan de AVG, maar ook op welke manier we handelen conform het ethisch waardenkader? Zie de beantwoording van vraag 11.
8