CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vervolgvragen (GL) bij raadsvoorstel Raadsvoorstel Intentieovereenkomst vestiging van ASML op BIC Noord

Raadsvergadering 11 juni 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Intentieovereenkomst vestiging van ASML op BIC Noord1.559 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vervolgvragen GroenLinks Vraag 1 (doorlooptijd): "Als ik het goed begrijp, heeft dit plan geen invloed op de aantallen. Wat is de impact van deze plannen op de doorlooptijd; wat is het tijdspad om deze aantallen te realiseren en is dat anders t.o.v. het initiële tijdspad? Voor zover dit gaat over BIC Noord: oorspronkelijk was de gedachte de clusters volgordelijk te ontwikkelen al naar gelang het tempo waarin de campus gevuld wordt (BIC 2 wordt nu ontwikkeld omdat BIC 1 vol zit). Daarmee kent BIC Noord oorspronkelijk een langere tijdshorizon (ca.2040), maar die ontwikkeling komt met de komst van ASML in een versnelling. De doorlooptijd voor de totale ontwikkeling is nog niet bekend; het zal gefaseerd worden opgepakt." Vervolgvraag: ik bedoelde deze vraag breder dan de BIC-ontwikkeling. Wat is de impact op de doorlooptijd voor het realiseren van de benodigde hoeveelheid woningen in de regio? De realisatie van het aantal woningen wordt versneld. In het convenant ‘Beethoven’ is afgesproken dat 17.000 extra woningen versneld worden gerealiseerd, bovenop de afgesproken 45.130 woningen (uit de Woondeal) tot en met 2030. Daarnaast worden nog 2.280 aanvullende studenteneenheden extra gerealiseerd. Daarnaast dragen de maatregelen uit Beethoven bij aan regionale (investerings)opgaven op het gebied van talentontwikkeling, mobiliteit en voorzieningen, netcongestie en uitvoeringskracht.

Vraag 2 (uitfaseren oude economie): "In de komende periode werken we de manier waarop dit (uitfaseren vervuilende/overlastgevende bedrijven) kan en de bijbehorende consequenties nader uit en hierop zal het college in de loop van dit jaar bij uw Raad terugkomen."

a. Is al voor bekend welke sectoren dit geldt? Nee nog niet. In hoofdlijnen zijn de volgende sectoren (let op niet uitputtend) op veel van de Eindhovense bedrijventerreinen toegestaan: o Landbouw, o Afval (denk aan circulaire bedrijvigheid) , o energie en water,

o Voedingsmiddelenindustrie o HTSM (High Tech Systems and Materials) o Overige maak- en procesindustrie o Bouw, handel en reparatie o Logistiek en groothandel o Consumentendiensten o Dienstverlening & ICT o Volumineuze Detailhandel (bouwmarkten, meubelboulevards ) o ABC (verkoop van auto boten caravans) b. We willen graag meer gevoel bij sommige sectoren uit het lijstje, om te kunnen beoordelen of deze sectoren (deels) tot de (in onze ogen) oude economie behoren. Zou er bij landbouw, voedingsmiddelenindustrie, consumentendiensten en 'overige maak- en procesindustrie' meer duiding gegeven kunnen worden wat die sectoren inhouden (bijv. uit welke subcategorieën bestaan ze). En/of is er een ranking beschikbaar van deze sectoren? In het omgevingsplan zijn voor de verschillende bedrijventerreinen lijsten van bedrijfsactiviteiten vastgesteld. In deze lijsten worden subcategorieën omschrijven en tevens is aan deze subcategorieën een milieucategorie toegekend. Eerder is op MRE niveau al gekozen om geen (nieuwe) reguliere grootschalige logistiek meer te faciliteren. Bij de komende bedrijventerreinenprogrammering in de MRE regio voegen we daar andere, minder duurzame bedrijfssectoren aan toe, zoals grootschalige datacenters en warehousing. Daarnaast loopt er een onderzoek naar overige sectoren die eventueel niet meer in aanmerking komen voor nieuwe vestigingen.

Het college zal deze afweging, in samenhang met de programmering regionale bedrijfsterreinen, dit najaar maken en vastleggen in de Omgevingsvisie. Dit wordt met een raadsvoorstel aan de raad voorgelegd naar verwachting al eind 2024.

Technische vragen ruimtelijk dossier Daarnaast hebben we ook een set technische vragen over de ruimtelijke ontwikkeling namens onze ruimtelijke woordvoerder. In de intentieovereenkomst staan enkele ruimtelijke uitgangspunten opgenomen waar ik nog technische vragen over heb: 

“Voor BIC wordt een FSI van minimaal 1,5 gehanteerd.”

1. Is dit rechtstreeks overgenomen uit de ontwikkelingsvisie Landelijk Strijp 2008? Of ligt er nog een nadere onderbouwing onder dit getal? Dit is als vertrekpunt overgenomen om te benadrukken dat efficiënt ruimtegebruik randvoorwaardelijk is. Dit is ook in het Kwaliteitsboek BIC en het bestemmingsplan voor BIC 1 en BIC 2 zo opgenomen en daarmee consistent. 2. Vanuit beantwoording van ASML begrijpen we dat er beperkingen zijn vanuit veiligheid/leefbaarheid van het luchtverkeer (max. aantal werknemers per hectare) onder de aanvliegroute. Zou kunnen worden geschat wat, op basis van het maximum toegelaten aantal werknemers per hectare en het type bedrijvigheid dat in het gebied plaatsvindt, de maximum FSI is die mogelijk is in dit gebied? Het is waarschijnlijk een complexe vraag die afhankelijk is van de verhouding van het aantal bedrijfskantooractiviteiten versus research- en productieactiviteiten, maar een onderbouwde schatting met eventuele bandbreedte zou wenselijk zijn. Dit is afhankelijk van het programma, de verhouding research-, productie- en kantoorbebouwing (gebouwtypologie), de stapelbaarheid per functie, beperkingen in bouwhoogte i.v.m. de aanvliegroute etc. Dit is nu nog niet bekend. De reden om een FSI van minimaal 1,5 op te nemen is gelegen in het feit dat een zo optimaal mogelijke landschappelijke inpassing te borgen.

Met een compacte bebouwing met een FSI van minimaal 1,5 wordt dat bereikt. De FSI is geen doel op zich, maar een van de elementen om intensief ruimtegebruik af te dwingen. 3. Waarom is besloten om dit punt, en enkele andere ruimtelijke punten, op te nemen in de intentieovereenkomst? En waarom niet ook andere ruimtelijke punten? Deze punten zijn opgenomen omdat het wezenlijke punten zijn voor inpassing van ASML die zo goed mogelijk aansluit bij de gebiedsontwikkeling van het BIC concept. Dat deze niet uitputtend zijn en er nog veel onderzoek moet plaatsvinden is voor beide partijen helder. “Partijen onderschrijven dat het programma van ASML – anders dan de oorspronkelijke doelgroep voor BIC – voor een groot deel zal bestaan uit bedrijfskantooractiviteiten. Deze activiteiten zijn echter inhoudelijk onlosmakelijk verbonden met de research- en productieactiviteiten van ASML die in de in cleanroom worden verricht. Eigenstandige kantoorruimte is niet toegestaan.”

1. Wat zorgt ervoor dat de bedrijfskantooractiviteiten onlosmakelijk verbonden zijn met de research- en productieactiviteiten van ASML die in een cleanroom worden verricht? Het bedrijfsproces tussen de diverse disciplines binnen ASML maakt het dat deze onlosmakelijk met elkaar moeten worden waarbij (fysieke) korte lijnen nodig zijn om de communicatie adequaat te houden. Werknemers van ASML bewegen letterlijk tussen de fabriek/cleanroom en kantoor, om resultaten uit het onderzoek direct toe te passen. Dit verklaart de noodzaak om de kantoren te verbinden met de research- en productiefaciliteiten. Dit is overigens een bredere trend in de high tech maakindustrie. 2. Waarom is de nabijheid (op dezelfde campus) voor deze bedrijfskantooractiviteiten noodzakelijk? Zie vorige antwoord. “Partijen staan een duurzame ontwikkeling voor.” 3. Wat wordt hiermee bedoeld en waarom is dit niet nader gespecificeerd in de intentieovereenkomst? Er zijn nog veel thema’s die dienen te worden uitgewerkt, een ‘duurzame ontwikkeling’ is er daar één van. ASML heeft tijdens de technische toelichting verteld dat ze BIC Noord wil ontwikkelen volgens het ESG beleid. Dit biedt een goede basis om dit thema de komende periode verder uit te werken. “Indien nodig wordt capaciteit van de bestaande infrastructuur vergroot, dan wel aangepast” 4.

Is het nog volkomen onduidelijk of de huidige infrastructuur, conform de Challenge-variant, adequaat is met de onvoorziene 10.000 extra arbeidsplekken? We hebben afgesproken dat de ontsluiting in beginsel via bestaande infrastructuur plaatsvindt. Echter, de verwachting is dat aanvullende ingrepen noodzakelijk zijn. Waar en in welke mate moet nog worden onderzocht. 5. Wordt de noodzaak, ontwerp, en bijbehorende kosten van infrastructurele aanpassingen al onderzocht als input in het gebiedskader en/of de anterieure overeenkomst? Ten behoeve van de ruimtelijke procedure zullen allerlei onderzoeken worden verricht, waaronder ook de noodzaak van infrastructurele aanpassingen. Dit inzicht wordt vervolgens verwerkt in het voorlopig ontwerp stedenbouwkundig plan, als onderdeel van de anterieure overeenkomst en de daarop volgende ruimtelijke procedure. “De Gemeente zal de gronden in eeuwigdurende erfpacht uitgeven aan ASML met een specifieke ASML bestemming […]”

6. Waarom is gekozen voor eeuwigdurende erfpacht en niet voor voortdurende erfpacht? De wens van ASML was om bloot eigendom te verkrijgen, de wens van de gemeente was om de gronden in erfpacht uit te geven. Voor de gemeente is daarvoor de belangrijkste reden om grip te houden. Eeuwigdurende erfpacht lijkt het meest lijkt op eigendom en de afkoop van de canon is dan in één keer. De erfpacht is gekoppeld aan de functie van het bedrijf ASML. Indien in de toekomst de functie wordt gewijzigd is de toestemming van de gemeente nodig en kunnen opnieuw financiële afspraken gemaakt worden. Bij BIC 2 is overigens ook eeuwigdurende erfpacht afgesproken. 

“Het plangebied van ASML (in BIC Noord) is onderdeel van de gebiedsontwikkeling BIC. In de gebiedsontwikkeling BIC worden Natuur Netwerk Brabant en de ecologische verbindingszones behouden en versterkt. Compensatie van aantasting vindt plaats binnen het plangebied.” 7. Is de verwachting dat er aantasting plaatsvindt van het Natuur Netwerk Brabant in BIC Noord? Er wordt zoveel mogelijk gewerkt vanuit de bestaande grenzen van de NNB en EVZ. Sterker nog, de bouwvelden zijn gedefinieerd door de NNB en EVZ. Dat wil zeggen dat er alles aan wordt gedaan om die gebieden niet aan te tasten. Om tot een optimale gebiedsontwikkeling te komen, kan het zijn dat toch aantasting op enkele plekken noodzakelijk is. Dit wordt conform regelgeving binnen het plangebied gecompenseerd zoals dat ook bij BIC 1 (en BIC 2) is afgesproken waarbij het onder de streep tot versterking van de NNB en EVZ heeft geleid. a. Zo ja, waar wordt dit verwacht? Dit is nog niet duidelijk; is onderdeel van verdere uitwerking. b. Zo nee, waarom wordt de mogelijkheid tot aantasting en compensatie geboden? Zoals gezegd wordt dit zoveel mogelijk voorkomen, maar wordt het ook niet helemaal aan de voorkant uitgesloten om tot een zo optimale inpassing te komen, waarbij het onder de streep een versterking is voor groen en natuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14222540/1