Beantwoording Technische vervolg vragen (SP) over Startnotitie Herziening Woonprogramma Zoveel mogelijk mensen onder dak
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen - Startnotitie Herziening Woonprogramma Zoveel mogelijk mensen onder dak 1.
Er wordt gesproken over het zo mogelijk reduceren van eisen, o.a. lokale aanvullende eisen voor middenhuurwoningen. a. Wanneer de aanvullende lokale eisen voor middenhuurwoningen worden geschrapt, wat is dan de (landelijk geldende) minimale maatvoering? Oftewel hoe groot/klein mag zo’n woning dan zijn? In dat geval moeten middenhuurwoningen voldoen aan de Wet betaalbare huur en het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL; voorheen: Bouwbesluit). Onderdeel van de Wet betaalbare huur, is het bepalen van de maximale huur aan de hand van het Woningwaarderingsstelsel (WWS). Met het WWS wordt een goede prijs-kwaliteit verhouding gewaarborgd, maar hierin is geen minimale maatvoering opgenomen. Het BBL stelt minimale eisen per verblijfsruimte bij nieuwbouw, bestaande bouw en verbouw. Voor de verblijfsfunctie wonen wordt per ruimte de minimale maatvoering aangegeven. Het BBL biedt dus wel een ondergrens. Hoe groot/klein een volledige middenhuurwoning dan exact mag zijn op basis van die landelijke norm, is afhankelijk van de andere kenmerken van de woning. b. Is al bekend welke andere eisen dat (o.a.) geschrapt zouden kunnen worden? Nee. Dit wordt in de uitwerking van de herziening van het Woonprogramma verder vormgegeven. c. Wie beslist hierover? College of raad? Eventuele keuzes over welke eisen er worden geschrapt of niet, landen in het herziene woonprogramma.
Uiteindelijk is het vaststellen van het woonprogramma een collegebevoegdheid. Het college stelt eerst het concept vast. De gemeenteraad zal dat concept na de zomer van 2025 ontvangen, in het kader van een procedure van wensen en bedenkingen.
Vaststelling van de herziening volgt daarna nog in 2025 door middel van een collegebesluit. 2. Om de realisatie van projecten te bevorderen wordt gedacht aan ‘meer regie nemen in het planproces/erbovenop zitten’. Wij menen ons te herinneren dat dit al een voornemen was voortvloeiend uit ‘Eindhoven bouwt door’. a. Vraag: wat is er nog meer mogelijk op het gebied van ‘er bovenop zitten’ dan nu al gebeurt? -
-
-
Er bovenop zitten vraagt regie op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Op strategisch niveau vraagt het om een langetermijnvisie. Wat is gedaan via de Omgevingsvisie 2.0. Op tactisch niveau vraagt het om kaders gericht op de uitvoering. Daarom focust de herziening van het woonprogramma vooral op de uitvoering. Ook stellen we gebiedskaders op, om meer regie te voeren op locaties waar veel opgaven samenkomen. Op operationeel niveau zitten we er inderdaad bovenop via Eindhoven Bouwt Door (EBD). Onder andere door het ‘kansen zien en kansen grijpen’ en het maatregelenpakket om vastgelopen projecten vlot te trekken. EBD wordt verlengd, breder toegepast en het maatregelenpakket is aangescherpt. Zoals met u is gedeeld in de raadsinformatiebrief PM. Daarnaast brengen we corporaties meer in positie via SamenWerken. Daarin werken we één dag per week op locatie samen met corporaties om projecten een stap verder te brengen. Om op operationeel niveau nog meer ‘er bovenop te zitten’, zetten we bijvoorbeeld extra in op kleine plannen en op parallel plannen. “Kleine plannen” zijn initiatieven waarvoor alleen een anterieure overeenkomst en een omgevingsvergunning nodig zijn. Er is ambtelijk een verbetervoorstel opgesteld, wat nu wordt uitgevoerd door IVTH. Ook is een pilot uitgevoerd voor parallel plannen. Parellel plannen wordt nu verder uitgebreid en geïmplementeerd.
3. Anderen dan corporaties zullen mogelijk sociale huurwoningen (moeten) bouwen. a. Vraag: hoe lang moeten die woningen dan sociale huurwoningen blijven? Hierin volgen we de Wet versterking regie volkshuisvesting.
In het recente Besluit versterking regie volkshuisvesting wordt 25 jaar genoemd als instandhoudingstermijn. De consultatie van het besluit is onlangs afgesloten. 4. Onder punt 3c. in de startnotitie worden groepen kwetsbare inwoners opgesomd. Hierin ontbreken de statushouders. a. Vraag: worden statushouders nog wel of niet beschouwd als specifieke doelgroep die voorrang verdient? De startnotitie stelt dat aanvullende inzet nodig is voor kwetsbare inwoners en inwoners die urgent een woning zoeken. De opsomming van genoemde groepen kwetsbare inwoners dient als voorbeeld en is niet volledig. Statushouders worden in onze Woonzorgvisie genoemd als kwetsbare groep. We zien geen reden om dat te veranderen. Ook krijgen statushouders op dit moment urgentie. De wetgever wil het onmogelijk maken om urgentie aan statushouders te verlenen. Wij zien dit echter niet als een gepaste en effectieve oplossing voor onze huisvestingsopgave of de druk op onze woningmarkt.