Beantwoording techniche vragen D66 - Fietsenstalling Stationsplein zuid
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Fietsenstalling Stationsplein Zuid D66 (Dams) Vraag 1: Zijn de onderstaande alternatieve plaatsen voor de ingang van de fietsenkelder overwogen en onderzocht? a) Zo nee, hoezo niet? b) Zo ja, wat waren de afwegingen (per plaats) om niet voor deze alternatieve plaatsen te kiezen? Alternatieve plaatsen: https://www.google.com/maps/d/edit?mid=1O-qrKrcM23lfCnO4u1QiVKJObG7jr4&usp=sharing
Reactie gemeente op vraag 1 Allereerst is het belangrijk om te vermelden dat dat de entree van de fietsenstalling in de openbare ruimte een coupure vraagt van ruim 28m in lengte en ca 5 m in breedte. Hieronder per locatie een toelichting. 1. Ter hoogte van de Albert Heijn. Deze locatie is eerder onderzocht. Het is geen reële optie omwille van de verkeersveiligheid (drukke kruising hoek Vestdijk/Stationsweg). Daarnaast is er een langere ondergrondse entreetunnel nodig die aansluit op de stalling. Dit is niet prettig en minder sociaal veilig. Deze oplossing is ook kostenverhogend. 2. Tussen “Giornale” en “De Vrienden”. Deze locatie is eerder onderzocht. Ook hier ontstaan knelpunten vanuit de huidige terrasindeling. Daarnaast is dit een belangrijke voetgangersverbinding tussen het Station Eindhoven Centraal richting Groene Toren/centrum. Wanneer hier een entree gesitueerd wordt, dan doorbreken we deze route, midden in een voetgangersgebied. Bovendien zal deze situering het fietsverkeer in belangrijke mate vanaf de Vestdijk door dit voetgangersgebied trekken. Tot slot past dit niet in het stedenbouwkundig eindbeeld. 3. Op de kruising van de Dommelstraat en het straatje vanaf het Stationsplein (tussen “Plein 4”, “Pathé”, “Verdi”, “At the Movies” en het pand van ProRail). De fietsenstalling is allereerst voor station Eindhoven Centraal bedoeld.
Vandaar ook dat het Rijk en Provincie substantieel meebetalen. Er dient een duidelijke en herkenbare relatie te zijn met het station. Hij dient gesitueerd te zijn aan de hoofdfietsroute en rekening houden met herkomst/bestemming van de fietsers. Daarmee is de alternatieve locatie te ver gelegen van de bestemming (Station). Bovendien is er een erg lange tunnel nodig als verbinding tot de stalling. Hiervoor gelden de reeds genoemde bezwaren. Ook is hier sprake van een voetgangersdomein in een zeer druk gebied (zeker op bepaalde momenten). De entree voldoet op deze locatie ook niet aan de basiseisen van een stationsstalling zoals opgenomen in de Klanteisenspecificatie (CRS). Een verder weg gelegen entree verhoogt het risico op meer gestalde fietsen in de openbare ruimte bij het station. Tot slot past het niet in het stedenbouwkundig eindbeeld. 4. Tussen de Bijenkorf en de Vestdijk, waar nu een bovengrondse fietsenstalling staat. Deze locatie is eerder onderzocht. De aansluiting op de stalling onder het Stationsplein is niet haalbaar doordat District E hier tussen staat (met eigen ondergrondse voorzieningen, incl. juridische beperkingen). Ook hier is een
langere ondergrondse tunnel nodig, met de reeds genoemde bezwaren. De stalling mist bovendien een directe zichtrelatie met het Station waarmee de ‘leesbaarheid’ van het gebied vermindert. Een verder weg gelegen entree verhoogt het risico op meer gestalde fietsen in de openbare ruimte bij het station. Specifiek geldt dat in dit geval voor fietsers uit oostelijke richting (Stationsweg). 5. Tussen America Today, de Hermanux Boexstraat en de Vestdijk. Deze locatie is eerder onderzocht. Hier geldt ook: de stalling ligt te ver van het station. Ook hier is een langere ondergrondse tunnle nodig, met de genoemde bezwaren. Het verhoogt het risico op meer gestelde fietsen in de openbare ruimte bij het station zelf. 6. Op het 18 septemberplein of om een koppeling te maken met de gemeentelijke fietsenstalling op het 18 septemberplein. Deze optie is eerder onderzocht. De fietsenstalling dient primair voor het station. De koppeling met een gemeentelijke openbare stalling is onwenselijk. Daarnaast gelden ook hier de bezwaren ten aanzien van afstand, sociale veiligheid en kosten.
Vraag 2: Zijn er nog andere alternatieve plaatsen voor de ingang van de fietsenkelder onderzocht en wat waren daar de resultaten van? Reactie gemeente op vraag 2: Ja. De raad ontvangt naar verwachting in oktober een raadsinformatiebrief waarin het college laat weten hoe uitvoering is gegeven aan de motie ‘Een stationsplein waar iedereen van profiteert’. Deze raadsinformatiebrief bevat ook informatie over het uitgevoerde onderzoek voor alternatieve locaties. Vraag 3: Hoe wordt er bij de inpassing van de in/uitgang fietsenkelder stationsplein Zuid rekening gehouden met het feit dat de in/uitgang een combinatie van doorstromend fietsverkeer en optrekkend/afremmend fietsverkeer plus overstekend verkeer gaat opleveren aan deze zijde? Reactie gemeente op vraag 3: Door middel van verkeersimulaties gericht op voetgangers en fietsers is uitgebreid onderzocht wat het effect is van de situering van de entree op de hoofdfietspadeninfrastructuur. Op basis van deze simulatie is een ruimtereservering in de openbare ruimte voorzien die fungeert als op- en afstapgebied (“opstelruimte”).
Vraag 4: Hoe voorkomen we opstoppingen en onveilige verkeerssituaties als de in/uitgang van de fietsenkelder daadwerkelijk volgens het huidige ontwerp (bij de horecazaken en Albert Heijn) zou worden geplaatst? Reactie gemeente op vraag 4: In dezelfde simulatie als uitgelegd bij vraag 3 is dit onderzocht. In de ruimtelijke opzet is rekening gehouden met opstelcapaciteit. De keuze voor de huidige situering is juist ingegeven om voldoende ruimte te hebben voor opstelcapaciteit tussen Vestdijk en entree. Vraag 5: Is er onderzocht hoe groot het risico is voor opstoppingen door de afwikkeling van de verschillende verkeersstromen bij het Stationsplein? a) Zo ja, hoe groot is dat risico? Reactie gemeente op vraag 5: De belangrijkste verkeerstromen bij het Stationsplein zijn die van de voetgangers en de fietsers. Deze zijn via een simulatiestudie onderzocht. We hebben ook inzicht in de huidige verkeersstromen in de stationsomgeving. De voorgestelde inrichting is zo gekozen dat het aantal conflicten tussen deze verkeerstromen onderling en die met het resterende autoverkeer wordt geminimaliseerd. Onder andere daarom ligt de fietsroute en de entree tot de stationsstalling aan de zuidzijde van de Stationsweg en zijn de belangrijke voetgangersstromen en de autobereikbaarheid van het Stationsplein (K+R en taxi) gescheiden.
Het aantal plaatsen voor deze laatste categorie is bescheiden van omvang, zodat een autoluwere situatie ontstaat. De totale autoverkeersituatie op de Stationsweg zal bovendien in aard en omvang wijzigen. De snelheid gaat omlaag (30 km/u) en de omvang van het autoverkeer neemt in de toekomst af door de ontwikkeling van een Nieuwe Fuutlaan en circulatiemaatregelen in de Vestdijktunnel. Op basis van deze ontwikkeling is het risico op opstoppingen laag. Bovendien ligt het accent voor de autobereikbaarheid van Eindhoven Centraal in de toekomst aan de noordzijde. De voorzieningen hiervoor worden in het Programma van Eisen meegenomen.
Vraag 6: Is er nog enige flexibiliteit mogelijk qua locatie van de fietsenkelder? Reactie gemeente op vraag 6: Voor de beantwoording van deze vraag verwijzen wij naar de raadsinformatiebrief (zie reactie op vraag 2). Vraag 7: Wordt er bij de inpassing van de in/uitgang fietsenkelder stationsplein Zuid overwogen om een breder (tweerichtings) fietspad te realiseren aan één van de zijden van de stationsweg, waardoor er aan de andere zijde meer ruimte kan ontstaat?
Reactie gemeente op vraag 7: Er komt één breed twee-richtingen fietspad aan de Zuidzijde (zelfde maat als Vestdijk). Dit is ook toegelicht op 7 juni jl. waarbij alle projecten integraal met uw Raad gedeeld zijn. Zie ook www.openeindhoven.nl. Vraag 8: Is het mogelijk dat de staanplaatsen die worden voorzien voor de taxi’s en kiss-and-rides in plaats van aan de zuidkant van het station aan de noordkant van het station komen? Zo nee, hoezo niet? Reactie gemeente op vraag 8: Wij streven een ‘alzijdig’ station na, net als NS en ProRail dit als eis stellen aan de ontwikkeling van Station Eindhoven. Bezoekers aan Eindhoven moeten er intuïtief vanuit kunnen gaan dat zij aansluitend vervoer kunnen vinden zodra ze het station uitgaan. Om die reden is dit als kader meegegeven in de ontwikkeling van zowel de zuid- als de noordzijde. Het accent voor de bereikbaarheid van het station voor de motorvoertuigen ligt echter aan de noordzijde. De zuidzijde wordt zo autoluw mogelijk ingericht. Vandaar dat het aantal plekken aan de zuidzijde bescheiden blijft. Vraag 9: Is het mogelijk dat aan de raad naast het huidige voorontwerp van het Stationsplein Zuid een alternatief voorontwerp wordt voorgelegd waarbij wordt uitgegaan van het huidige voorontwerp maar waarbij a) De taxi en kiss-and-ride plekken worden weggehaald van het Stationsplein Zuid.
b) De Stationsweg tussen de Vestdijk en het Studenthotel autovrij wordt gemaakt (met uitzondering van hulpdiensten) of wordt weggehaald. c) Er wordt gekeken naar een andere plek voor het fietspad en de ingang van de fietsenkelder waarbij rekening wordt gehouden met de ondernemers aan de Stationsweg. d) Er in de vrij gekomen ruimte gekeken wordt naar een optie voor meer groen. Reactie gemeente op vraag 9: Dit is geen technische vraag. Om die reden kunnen we deze vraag dan ook niet technisch beantwoorden. Uw vraag zal, voor zover het 9c. betreft, worden beantwoord in de reeds aangekondigde raadsinformatiebrief.