Beantwoording aanvullende technische vragen Kadernota 2026
Tekst van het document
Beantwoording aanvullende technische vragen Kadernota PvdD – 29 april 2025 Wie heeft deze prognose opgesteld, hoe is dit gemeten en waar is dit verder op gebaseerd? De prognose is ambtelijk door een groendeskundige opgesteld. De metingen (in de periode Q1 2021 t/m Q4 2024) zijn uitgevoerd door met steekproeven de vitaliteit van de beplanting visueel te beoordelen. Ter indicatie: de omvang van de steekproef bestond in 2022 uit 1.573 metingen en in 2023 uit 1.654 metingen. De vitaliteit van beplanting wordt gemeten door bij een beplantingsvak de oppervlakte kaal (inclusief dode beplanting) versus de oppervlakte (levende) beplanting visueel te beoordelen. Dit is gebaseerd op de landelijke CROW beeldsystematiek. De Delta Rhine Corridor kennen we uiteraard en hebben we ook al over gelezen, hopelijk kan de afkorting worden aangepast zodat het voor iedereen duidelijk is dat het hier over gaat en niet over iets anders. Nee, de tekst kan niet meer worden aangepast. De Kadernota is inmiddels digitaal naar de raad gestuurd en fysiek overhandigd. Door twee partijen (PvdD en GL) is een technische vraag gesteld over de afkorting en deze vraag is twee keer beantwoord. De beantwoording van alle technische vragen is op het raadsinformatiesysteem geplaatst bij de documenten over de Kadernota zodat iedereen daar kennis van kan nemen.
Ter verduidelijking bij vraag 3, aan welke maatschappelijke voorzieningen moeten we dan denken, is dit in het gebouw zelf of rond het project? Betreft dit standaard voorzieningen binnen een project/gebouw of zijn hier verder nog geen kaders voor gesteld? Eindhoven staat voor een grote woningbouwopgave. Daaraan gekoppeld moet maatschappelijk vastgoed worden gerealiseerd, bijvoorbeeld een maatschappelijke plint. Opdrachtgevers wachten vaak met de realisatie van maatschappelijk vastgoed tot er voldoende zekerheid is dat de ruimten zijn verhuurd. Het risico op leegstand is hierdoor zeer beperkt voor de opdrachtgever. Dit kan op gespannen voet staan met het tempo waarin de woningen gerealiseerd zouden moeten worden. Het idee is dat de ontwikkeling van het woningbouwprogramma en het maatschappelijk vastgoed start zonder dat vooraf vast staat wie de gebruiker van het maatschappelijk vastgoed gaat worden. De opdrachtgever heeft de mogelijkheid om tijdens het bouwproces te zoeken naar een goede gebruiker voor het vastgoed. Daarbij is de vraag
gesteld of de gemeente Eindhoven garant kan staan voor eventuele leegstand zodat de opdrachtgever direct gaat starten met de bouw. Als opdrachtgevers starten met de ontwikkeling van vastgoed gekoppeld aan een woningbouwprogramma zonder dat vooraf (volledig) zicht is op de toekomstig gebruikers, kan de gemeente dan garant staan voor eventuele aanloopverliezen als gevolg van leegstand. Om ook de aanvullende vraag te beantwoorden of het om een project of een gebouw gaat: De garantstelling heeft betrekking op het exploitatierisico van de eigenaar van het gebouw met een maatschappelijke functie in de beginperiode, mocht er nog geen huurder zijn. SP – 6 mei 2025 Begrijp ik goed dat ook voorzieningen zoals huisartsen en scholen passen onder ‘levendige stad’ en van daaruit gefinancierd kunnen worden? Huisartsen en scholen zijn voorzieningen binnen het programma voorzieningen. Voorzieningen binnen dat programma kunnen vanuit de intensiveringen ‘levendige stad’ gefinancierd worden. Daadwerkelijke financiering en de wijze waarop is maatwerk per voorziening en is ook afhankelijk van de rol van de gemeente.
FvD – 12 mei 2025 Wat is het gemiddelde uurtarief waarnaar wordt gerefereerd op pagina 7? Bij het Masterplan Mobiliteit is besloten dat de parkeertarieven in Eindhoven in redelijke stappen toegroeien naar het niveau van vergelijkbare (grotere) steden. Hierbij is gekeken naar de tarieven van de G4 en B5-steden. Als referentie is het gemiddelde uurtarief van deze steden genomen, exclusief Eindhoven. Dit gemiddelde tarief was in 2024 € 5,68 per uur voor het centrum en € 3,98 voor wijken in de schil rond het centrum. Het zou kunnen dat de tarieven in de andere steden de komende jaren nog wijzigen. Daarom stelt het college voor die tarieven jaarlijks te beoordelen en het groeipad richting 2029 daarop eventueel aan te passen.