CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording aanvullende technische vragen Effect en vereenvoudiging minimaregelingen

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Effect & vereenvoudiging minimaregelingen1.474 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen Effect & vereenvoudiging minimaregelingen – vrijdag 7 juni 2024 Aanvullende technische vragen

VVD: 2.

Kijkend naar de Individuele Inkomens Toeslag: wat zijn de mogelijke (financiële) gevolgen van het verlagen van de termijn van 5 naar 3 jaar? Wat is het effect van de (dubbele) vergrijzing hierop?

Wanneer we de termijn van IIT van 5 naar 3 jaar zouden zetten vraagt dit €2.5 miljoen structureel. Er is in deze berekening geen rekening gehouden met de gevolgen van de vergrijzing. Ook niet met het realiseren van een hoger bereik.

OAHvE: 3. Hoeveel ouderen vanaf 65 jaar en ouder kent Eindhoven anno juni 2024? Peildatum januari 2023 en 2024

4. a.

En hoeveel van deze ouderen: Maken gebruik van / vallen onder de Meedoenbijdrage?

Bij de meedoenbijdrage wordt de categorie pensioengerechtigde leeftijd toegepast i.p.v 65 jaar en ouder. In 2023 zijn er 10.970 meedoenbijdragen verstrekt aan inwoners met pensioengerechtigde leeftijd. b.

Maken gebruik van / vallen onder de bijzondere bijstand?

Dit betreft 725 verstrekkingen, waarvan 242 inwoners in 2023 van 65 jaar en ouder. 5.

Hoeveel inwoners ontvangen een uitkering zoals ondersteuning zelfstandigen, IAOW, WW, WIA, Wajong en Bijstandsbesluit Zelfstandigen PBZ?

WW Participatiewet

2.823 6.472

April 2024 Mei 2024

BBZ betreft periodieke uitkeringen levensonderhoud ogv besluit bijstandsverlening zelfstandigen IOAW IOAZ

12

Mei 2024

190

Mei 2024

22

Mei 2024

WIA, Wao, Wajong: peildatum januari 2024 Uitkering

Zonder dienstverband

Met dienstverband

Totaal

WIA/WAO

1.904

178

2.082

Wajong

681

606

1.287

6.

Verschillende instanties zoals NIBUD rekenen in hun modellen en voorbeelden met een bedrag gemiddeld besteedbaar inkomen (om niet in de armoede te zitten). Over welk deel van dit inkomen beschikken mensen met een bijstandsuitkering? Hoe staat de uitkering in verhouding tot het besteedbare inkomen?

Er zijn verschillende definities van besteedbaar inkomen. Volgens het Nibud is het besteedbaar inkomen: al je inkomstenbronnen bij elkaar opgeteld. Dat betekent naast de maandelijkse inkomsten, ook de kinderbijslag, het kindgebonden budget, het vakantiegeld en andere toeslagen. Het besteedbaar inkomen van iemand in bijstandsuitkering is dus de bijstandsuitkering + alle toeslagen waar zij recht op hebben. Het totaal is afhankelijk van huishoudsamenstelling (aantal personen en de leeftijd van personen met name die van de kinderen) én van de huurhoogte. De huurtoeslag (onderdeel van de besteedbare inkomsten) is namelijk afhankelijk van de hoogte van de huur die dat huishouden betaalt. 7.

Wij lezen in uw stuk dat mensen met een minimum uitkering kunnen sparen. Kunt u duidelijk maken hoe dit in de praktijk vorm gaat krijgen?

Het uitgangspunt is dat bijstandsgerechtigden (kunnen) reserveren voor voorzienbare kosten zoals duurzame gebruiksgoederen en woninginrichting. Bij de bepaling van de hoogte van de bijzondere bijstand moet het bedrag dat men redelijkerwijs had kunnen reserveren in mindering worden gebracht. De reserveringscapaciteit is bepaald op 6% van de bijstandsnorm. Er geldt hierbij dat gekeken wordt naar de individuele situatie en de menselijke maat. Er kunnen namelijk bijzondere omstandigheden zijn waardoor men niet of beperkt heeft kunnen reserveren (denk bijvoorbeeld aan statushouders die een woning toegewezen krijgen). In dergelijke situaties kan er bijzondere bijstand worden verstrekt zonder of in aangepaste mate rekening te houden met reserveringsruimte.

Nog openstaande technische vragen GroenLinks, PvdA, D66 en CDA: 1. Hoe lang duurt het tot je een toekenning vanuit de bijzondere bijstand krijgt?

Wettelijk gezien hebben we 8 weken beslistermijn. De gemiddelde doorlooptijd in dagen van de bijzondere bijstand, voor nietuitkeringsgerechtigde was; 2022: 45 dagen 2023: 33 dagen 2024: 33 dagen tot nu toe Op de gemiddelde doorlooptijd voor uitkeringsgerechtigde komen we later terug. 2.

Is het voor armoedehulporganisaties als voedselbank etc. ook mogelijk om subsidie te krijgen voor exploitatiekosten?

Ja dit is mogelijk. 3.

Hoe veel mensen tussen 18 en 27 jaar oud vragen de meedoenbijdrage

In 2023 hebben 1615 inwoners tussen de 18 en 27 jaar een Meedoenbijdrage ontvangen. 4.

Welke bouwblokken zijn allemaal opgesteld die niet in de presentatie staan? Ik ontvang graag een overzicht van al deze opgestelde bouwblokken inclusief wat het bouwblok dient te bereiken/bereikt en wat de kosten van het bouwblok zijn. Daarmee bedoel ik ook de bouwblokken van toen de nieuwe MER er nog niet was en die die voorgelegd zijn aan de CRSD.

Er zijn veel verschillende opties en varianten waaraan gedacht kan worden bij de aanpassing van een minimaregeling, denk aan bedragen, doelgroep, termijnen etc. Op basis van deze mogelijkheden en de laatste Minima Effect Rapportage van het NIBUD zijn 9 bouwblokken verder onderzocht en uitgewerkt om tot de herijking van het minimabeleid te komen. Deze vindt u terug in de rapportage in de bijlage van het raadsvoorstel. De bouwblokken die met de CRSD gedeeld zijn, waren gebaseerd op een oude MER. De berekeningen en analyse in deze bouwblokken zijn dus achterhaald t.o.v. de huidige situatie in Eindhoven. 5.

Komen ouders met 3 of meer oudere kinderen slechter of beter uit dan ouders met 2 oudere kinderen? Komen ouders met 3 of meer jongere kinderen slechter of beter uit dan ouders met 2 jongere kinderen?

Voor huishoudens met 3 of 2 kinderen geldt dat de leeftijd van de kinderen bepalend is. Jonge kinderen zijn qua uitgaven goedkoper dan oudere kinderen. Wat vooral geldt voor de schoolkosten, voeding en iets mindere mate kleding en sociale participatie. Daar staat weer tegenover dat in 2024 het kindgebondenbudget is verhoogd, ook voor oudere kinderen. Deze huishoudsamenstelling is niet meegenomen in de berekeningen die het Nibud heeft gemaakt in de Minima-effectrapportage.

6.

Hoeveel is er over binnen de SPUK op (energie)armoede?

De middelen voor de energietoeslag zijn geen SPUK middelen. Nog niet alle aanvragen voor de energietoeslag zijn afgehandeld. We weten daarom nog niet definitief wat er overblijft aan budget. Het gaat waarschijnlijk om een bedrag van zo'n 6-7 miljoen euro. 7.

Bestaat de reserve bestaanszekerheid nog en hoeveel zit daarin?

We weten niet precies op welke reserve bestaanszekerheid gedoeld wordt. Wanneer de reserve SMMM wordt bedoeld (2 mln incidenteel), dan worden hier bijvoorbeeld de additionele kosten van Gratis OV minima uit betaald (kosten bovenop structurele budget vanuit ruimtelijk domein). Afhankelijk van de prijsstijgingen blijft daar mogelijk een incidenteel bedrag over. 8.

Van 120% naar 130% kost 1,3 miljoen begrijp ik? Hoeveel zou het kosten wanneer je dit trapsgewijs af zou bouwen? Bijvoorbeeld van 120% naar 122% en zo door tot 130%?

Wanneer we de Meedoenbijdrage met bibliotheek en zwemdiploma naar 125% van de geldende bijstandsnorm zetten zou naar inschatting dat € 700.000 structureel aan budget vragen. Het verder berekeningen van trapsgewijs afbouwen met kleine bedragen in de meedoenbijdrage, per inkomensgroep, vraagt langere uitwerkingstijd. 9.

Hoeveel meer mensen zouden we bereiken wanneer we het IIT niet na 5, maar na 4 jaar zouden laten ingaan? En hoeveel meer mensen zouden we bereiken als we het na 3 jaar in zouden laten gaan?

We zullen hierbij uit moeten gaan van schattingen van de doelgroep: 103%

105%

3 jaar

9.000

10.300

4 jaar

6.900

7.500

5 jaar

4.800

5.800

10. Kan je bij IIT ook met gemiddeldes van een aantal maanden werken? Of met het gemiddelde inkomen van een jaar? We begrijpen niet wat er met deze vraag wordt bedoeld. Momenteel wordt er gekeken naar het inkomen per maand, 60 maanden onafgebroken. 11. Hoe hoog is de rente van leningen van bijzonder bijstand? De leningen bijzondere bijstand zijn renteloos.

Aanvullende vragen n.a.v. technische toelichting 11 juni 1.

Absolute getallen aantal inwoners 4 jaar en 3 jaar 103 procent en 105 procent ITT 103%

105%

3 jaar

9.000

10.300

4 jaar

6.900

7.500

5 jaar

4.800

5.800

2.

Absolute getallen aantal inwoners van de huidige ITT die we nu begroten vs. 100 % begroten

Bij de beantwoording van deze vraag gaan we er vanuit dat bedoeld wordt hoeveel inwoners we begroot hebben in de berekening wat het in totaal structureel kost op de totale begroting Armoede en schulden, om de doelgroep IIT te vergoten (bijvoorbeeld door percentage te verruimen of om na 3 jaar al IIT te verstrekken). We zijn hierbij uitgegaan van een bereik van 83%. Wanneer je 83% neemt van de inschatting van 100% van de doelgroep (zie tabel bij vraag 1.) dan kom je op de volgende absolute getallen uit: 103%

Bereik van 83%

3 jaar

9.000

7.470

4 jaar

6.900

5.727

5 jaar

4.800

3.984

3. o o o o o o o

Hoeveel inwoners? 100 procent inkomensgrens 103 procent inkomensgrens 105 procent inkomensgrens 110 procent inkomensgrens 120 procent inkomensgrens 125 procent inkomensgrens 130 procent inkomensgrens

We gaan uit van de inkomensgroepen vanuit de bron CBS (2022) Inwoners

Huishoudens

101%

12.100

8.300

103%

niet beschikbaar

niet beschikbaar

105%

15.100

10.200

110%

18.000

12.100

120%

22.300

14.900

125%

niet beschikbaar

niet beschikbaar

130%

27.000

17.800

StatLine - Laag en langdurig laag inkomen; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2023) (cbs.nl)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14287434/1