Advies Clientenraad Sociaal Domein april 2024 inzake Herijking minimabeleid
Tekst van het document
Cliëntenraad Sociaal Domein Eindhoven Advies over : Advies herijking minimabeleid Datum : 2 april 2024 ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------1. Inleiding De gemeente Eindhoven heeft in 2023 aan het Nibud gevraagd onderzoek te doen naar de positie van huishoudens met een laag inkomen. Dit als toekomstige onderlegger voor de herijking van minimabeleid. Wij hebben destijds een uitvoerige reactie geleverd op dit rapport als input voor de door de gemeente op te stellen herijkingsnota. In dit advies geven wij allereerst een aantal belangrijke opmerkingen weer van het Nibud. Vervolgens geven wij een aantal belangrijke adviezen weer die wij destijds gegeven hebben als reactie op het rapport. Tot slot gaan per blok in op het concept-herijkingsrapport minimamaatregelen van de gemeente. 2. Nibud-rapport De centrale vraag van dit onderzoek luidde: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Eindhoven in 2023? Bekeken werd welke groepen huishoudens in de gemeente baat hebben bij de verschillende inkomensondersteunende maatregelen en welke groepen minder. Ook maakt deze rapportage een eventuele armoedeval inzichtelijk.
De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen hebben op de financiële positie van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus. De berekening van de bestedingsruimte van de voorbeeldhuishoudens in dit onderzoek is, zoals het Nibud stelt, gebaseerd op een drietal voorwaarden. • Men moet zeer goed met geld kunnen omgaan. • Men moet alle inkomensondersteuning aanvragen waar men recht op heeft. • Men moet niet of zeer beperkt te maken hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Dit geldt voor bijvoorbeeld huishoudens met een hogere huur dan hier opgenomen, en voor mensen met een noodgedwongen hogere energierekening, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een slecht geïsoleerde woning. Daarnaast moet in het oog gehouden worden dat een aantal regelingen, die in dit onderzoek zijn meegenomen, tijdelijk van aard zijn. Dit geldt voor het prijsplafond voor energie, voor de energietoeslag en voor de stijging van het kindgebonden budget. Het vooruitzicht voor huishoudens met een laag inkomen is daarom nog met de nodige onzekerheid omgeven. Het zijn juist de huishoudens met een laag inkomen die het meest afhankelijk zijn van deze toeslagen en ondersteuningen. Vaak gecombineerd met het gegeven dat aanvragers vooraf een inschatting moeten maken van hun jaarinkomen en zelf wijzigingen daarover moeten doorgeven.
Veel mensen vinden dit lastig en vergeten dit, met alle financiële gevolgen van dien.
Tenslotte blijft er grote onzekerheid over het verloop van alle prijzen dit en komend jaar. Weten waar je financieel aan toe bent, is nodig om te kunnen begroten en uit te kunnen rekenen hoeveel budget er is voor andere uitgavenposten. Hogere inkomens hebben meer ruimte in hun begroting om te kunnen schuiven met uitgavenposten en hebben vaker een buffer om op terug te vallen. Iets wat huishoudens met een laag inkomen vaker niet hebben. 3. Input CRSD op Nibud-rapport Input van de CRSD op het Nibud-rapport betrof onder meer de volgde adviezen: • Goed communiceren met en informeren van alle doelgroepen. • Doelgroepen blijven helpen om goed met het beperkte geld om te gaan. • Let op: Sommige huidige gunstige regelingen zijn slechts tijdelijk van aard. • Tegengaan van armoedeval door optrekken van grensbedragen en door getrapte vermindering. • Ouders met oudere kinderen ruimer vergoeden vanwege de hogere kosten In het verlengde van het Nibud-rapport merkten wij als CRSD nog het volgende op: • De rente voor een lening (zoals kortgeleden in de publiciteit was) voor mensen op/rond bijstandsniveau moet in proportie zijn, bij voorkeur geen rente en anders rente vergelijkbaar met de rente van een studielening. • Mensen met chronische ziektes en/of chronische beperkingen hebben dagelijks hogere kosten vergeleken met mensen die dit niet hebben en dat hier maatwerk bij nodig is.
• Toeslagen worden soms niet aangevraagd omdat dit voor niet-digitaal vaardige mensen lastig is zonder hulp, of omdat men er niet van op de hoogte is, of omdat men zich er voor schaamt. 4. Reactie op herijkingsnota Voor de leesbaarheid gaan wij eerst in op de adviezen die in het rapport gegeven worden in vijf bouwblokken, vervolgens gaan wij in op specifieke maatregelen in overige bouwblokken en tot slot hebben wij nog een aantal vragen die wij graag beantwoord zien. Bouwblok 1: Verdere vereenvoudiging van processen en communicatie Wij vinden het positief dat de gemeente aanbevelingen uit het Nibud-rapport ter harte neemt en inzet op vereenvoudiging, zowel in het proces als in de communicatie. Afgelopen jaar is al naar voren gekomen dat er bij de meedoenbijdrage een groep was die niet reageerde op de eerste brief, maar wel na een extra mediacampagne. Tevens blijft het noodzakelijk om bepaalde doelgroepen (laaggeletterdheid en mensen met een beperking) te ondersteunen in het aanvragen van de voorzieningen die voor hen bedoeld zijn. Ook één duidelijk en eenvoudig overzicht waar alle regelingen staan is iets dat wij volledig ondersteunen. Vragen omtrent dit blok, dit zijn: • Leerpunten uit het communicatieproces rondom energietoeslag meenemen bij communicatie. Welke leerpunten zijn dit? • Medewerkers trainen extra om te denken vanuit de situatie van de inwoner.
Zeker bij de Bijzondere Bijstand. Gebeurt dit al niet? De Omgekeerde Toets beoogt dit immers?
Bouwblok 3b: Aanpassing hoogte bedragen MDB Het is goed om te zien dat ook in dit blok een aanbeveling uit het Nibud-rapport wordt verwerkt en dat het bedrag van MBD voor oudere kinderen (12-18) wordt verhoogd naar € 860. Dit is een stijging van € 267 per kind (12-18). Ook het benadrukken van aandacht voor gezinnen met oudere kinderen in het algemeen en specifiek als zij een inkomen hebben boven de 120% door stichting Leergeld ondersteunen wij. Zeker nu blijkt dat zij te maken krijgen met een inkomensval bij de inkomensstijging naar 130% van het WSM. Wij geven een negatief advies over de aanpassing van het bedrag van de meedoenbijdrage voor ouderen. Omgerekend blijkt dat er sprake is van een daling van € 150 op jaarbasis. Dit is een daling van maar liefst 40% en in onze ogen veel te groot. Wij raden u tevens aan om bij het berekenen van bedragen overal dezelfde periode aan te houden. Nu geeft u het eindbedrag per jaar, daar waar de aanpassing per maand wordt gegeven. Dit geeft een vertekend beeld en werkt verwarring en miscommunicatie in de hand. Vragen omtrent dit blok: • U geeft aan alert te zijn op inwoners waar de maandbegroting maar heel beperkt positief is en op inwoners die er door de aanpassing van de MDB op achteruit gaan. Hoe gaat dit er concreet uitzien? • U gaat een 2-jaarlijkse MER uitvoeren.
De resultaten hiervan worden uitgewerkt in een proces voor een goede opvolging hiervan. Hoe gaat dit er concreet uitzien? Bouwblok 6: Bijzondere Bijstand inzetten voor maatwerk Over bouwblok zes komt er weinig terug in het adviesgedeelte. Het enige dat naar voren komt is dat medewerkers worden getraind om daar waar nodig maatwerk te bieden door gebruik te maken van de mogelijkheden binnen de Individuele Bijzondere Bijstand. Gebeurt dit al niet? De IBB is uit de aard der zaak immers al maatwerk? Wij willen ook de aandacht vestingen op de rente die wordt gerekend voor een lening vanuit de IBB. Deze ligt op dit moment op 7.2%. Dit is in onze ogen buiten proportioneel en zal mensen die toch al niks te besteden hebben extra op kosten jagen Daarnaast geeft u aan regelmatig in gesprek te gaan met inwoners om zo de vinger aan de pols te houden. Ook hier zouden wij graag weten hoe dit er concreet uit gaat zien? Bouwblok 8: Actief contact met inwoners waar nodig Wij staan achter het plan om te blijven inzetten op educatie en preventie. Ook het vaker contact zoeken met de inwoners wordt ondersteund. Er is dan minder tijd en kans dat iemand in de tussenliggende periode afglijdt en in de problemen komt. Zeker bij life-events wanneer de inwoner automatisch al contact heeft met de gemeente zal deze ondersteuning nodig zijn.
Wij hebben wel onze bedenkingen over het advies om pas na drie jaar te beginnen met intensiever contact. Wij adviseren om bij het contactmoment met het aanvragen van de verschillende minimaregelingen te kijken of contact op een eerder moment gewenst is. Is hier mogelijk ook een rol voor WIJeindhoven weggelegd? Zij hebben als het goed is al regelmatig contact met de inwoner?
Bouwblok 9: Ondersteuning overgang naar werk Wij ondersteunen in grote mate dat de gemeente hulp biedt bij de overgang naar werk. Wij zijn het er mee eens dat het tijdelijk door laten lopen van de minima-regelingen, eventueel in combinatie met financiële coaching een positief resultaat zal geven. Het geeft een rust en zekerheid als er op deze manier een financiële borging is, mocht werken in die periode toch niet mogelijk zijn. Opmerkingen over de overige bouwblokken Naast de blokken waarover in de herijking minimabeleid adviezen worden gegeven staan er in de bijlage nog een aantal blokken waarover niet geadviseerd wordt, maar wel een aantal mogelijke maatregelen worden uitgewerkt. Wij gaan niet op alle blokken in, maar wij vragen wel specifieke aandacht voor bouwblok 4: Het toe te kennen bedrag daalt fors bij budget neutrale aanpassing refertetermijn IIT (Individuele Inkomens Toeslag). Wij zien het als positief dat er nagedacht is over de periode van 5 jaar voor de toekenning van de IIT en dat deze als te lang wordt gezien. In de uitwerking van het blok staat nu een periode van drie jaar. Deze periode is korter, echter geldt nog steeds de voorwaarde dat er sprake moet zijn van een onafgebroken periode. Wanneer mensen incidenteel één maand boven het normbedrag van 103% van de Participatiewet-uitkering uitkomen, hebben ze 3 jaar geen recht meer op IIT. Dit is onevenredig hard.
Wij adviseren om te kijken naar een gemiddelde over de periode van een jaar wanneer de IIT wordt aangevraagd. Op die manier kan men ook zien of het inkomen boven de grens van 103% is uitgekomen. Voor de inwoner geeft dit veel meer rust en minder stress, mocht er een maand zijn geweest waar het inkomen iets boven de grens lag. Ondanks de kortere periode van drie jaar gaat het zeker voor de minima nog steeds om een zeer grote aanvulling op het inkomen. Daarbij adviseren wij om de grens van 103% te verhogen naar 110%, zie ook het advies van Nibud. Nu is een klein bedrag extra al genoeg om boven de inkomensgrens uit te komen, wat er voor zorgt dat er minstens drie jaar geen recht op IIT meer is. Deze korting is dan veel hoger dan het bedrag dat men extra zou hebben gekregen. Tevens willen we graag de aandacht vestigen op de nieuwe bedragen voor de IIT die in het rapport genoemd worden, zijnde: • De IIT voor alleenstaanden gaat van € 599 naar € 350; dit is een daling van € 249. • De IIT voor alleenstaande ouders gaat van € 721 naar € 190; dit is een daling van € 531. • De IIT voor gehuwden of samenwonenden gaat van € 786 naar € 650; dit is een daling van € 136. Deze verlagingen zijn buiten alle proporties, omdat de IIT bedoeld is als ondersteuning voor minima waarmee eventuele grotere uitgave kunnen worden opgevangen.
Wij adviseren dan ook dringend om de huidige toeslag niet te verlagen. Zeker gezien het feit dat de dure tijden voorlopig nog niet ten einde zijn. Verder is de maandbegroting van een alleenstaande onder de AOW-leeftijd in de huidige situatie (excl. IIT) € 0. De maandbegroting van een alleenstaande onder de AOW-0leeftijd na doorvoering van dit advies (excl. IIT) is nog steeds € 0. Dit is zorgelijk omdat hierdoor niet kan worden gespaard voor o.a. noodzakelijke vervangingsuitgaven.
Overige vragen Vervolgens hebben wij nog een aantal vragen. Wij zouden graag antwoord hebben op de volgende vragen: • Er is sprake van ‘overig onderzoek’ als basis van het advies Herijking Minimamaatregelen. Welk onderzoek wordt hier bedoeld? • Er zijn professionals van WPFXL, WIJeindhoven en Lumens geïnterviewd als basis van het advies Herijking Minimamaatregelen. Hoeveel personen waren dit? Dit i.v.m. de relatieve zwaarte hiervan t.o.v. interviews met inwoners. • Het aanbod van de gemeente Eindhoven wordt vergeleken met dat van de gemeenten Amsterdam, Utrecht en Tilburg. Waarom deze gemeenten en niet b.v. Rotterdam, Den Haag en Den Bosch? Zou dit een heel andere conclusie hebben opgeleverd? • Het aantal inwoners dat toekenning Individuele Bijzondere Bijstand krijgt, is van 2021 naar 2022 en ook van 2022 naar 2023 gedaald. Hoe is dit te verklaren? Overige adviezen Tot slot geven wij nog de volgende adviezen: • Verricht een anoniem onderzoek naar de redenen van het niet-bereik van de minimamaatregelen. • Koppel niet alle minimamaatregelen aan de Meedoenbijdrage. Als inwoners deze bijdrage niet aanvragen, komen ze daardoor ook niet meer in aanmerking voor andere maatregelen. • Ken met Kerstmis/Oudjaar aan minima een extra bedrag of een pakket in natura toe; eventueel via sponsoren.
• Bij Bouwblok 5: Collectieve Zorgverzekering is het voor minima mogelijk om het eigen risico af te kopen. De gemeente Nuenen vergoedt echter het eigen risico van minima volledig. Volg dit voorbeeld van de gemeente Nuenen na. De Cliëntenraad Sociaal Domein Eindhoven biedt zich graag aan om mee te denken over de uitwerking van de communicatie-punten. Wij zijn gaarne bereid om ons advies nader toe te lichten. De Cliëntenraad Sociaal Domein
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Leden van de cliëntenraad zijn Hans Schalkwijk, Ad den Hartog, Erik de Ridder, Sito Panchoe, Diane van de Mortel, Martien Asveld, Sylvia Kwarten, Thijs Arnts, Simon de Waal, Jack Janssen, Jeanny Steens, Loubna Bakra, Sabine Gijzen en Richard Witvoet. Onafhankelijk voorzitter is Ab Czech. Cliëntenraad sociaal domein, Postbus 90.150, 5600 RB Eindhoven, secretariaat_crsd@eindhoven.nl