Aangehouden na toezegging Vrije motie VM7 Inzet uitstroompremie voor extra bijverdienmogelijkheden (GL OAE CU H.A.G. de Leeuw)
Tekst van het document
H.A.G. de Leeuw
Vrije Motie: Inzet uitstroompremie voor extra bijverdienmogelijkheden VM7 De indieners van deze motie stellen de raad voor om in de vergadering van 1 juni een besluit te nemen om te onderzoeken wat de meeste effectieve manier is om de uitstroompremie vorm te geven, diverse gemeenten zetten deze in om de bijverdienmogelijkheden uit te breiden. Aanleiding is de Commissienotitie Verbeteren Dienstverlening Werk & Inkomen. We hebben gehoord dat: - De gemeente Eindhoven overweegt om naast de verbeterde bejegening een uitstroompremie mogelijk te maken van € 1.500, waarbij de andere helft na 6 maanden wordt uitgekeerd. - De bijverdienmogelijkheden in de huidige Participatiewet beperkt zijn: 25% van de inkomsten uit werk met een maximum van € 220 per maand gedurende zes maanden (voor alleenstaande ouders < 12jr na de zes maanden nog 12,5% max. € 137 voor 30 maanden). - Eind 2015 met grote meerderheid het GroenLinks initiatiefvoorstel Stimulerende Bijstand is aangenomen, met twee onderdelen: een bijstand vanuit vertrouwen (o.a. minder plichten) en de mogelijkheid om meer bij te verdienen, maar slechts enkele onderdelen zijn geïmplementeerd. - Uit de stimulerende bijstand pilot in Utrecht bleek dat wanneer mensen een groter deel van hun bijverdiensten mogen houden, en dat voor een langere tijd, dit bijdraagt aan het vinden en behouden van deeltijdwerk.
- De gemeente Amsterdam (en ook Arnhem en Nijmegen) via de uitstroompremie een ‘maas in de wet’ lijkt te hebben gevonden om de hoogte en periode van bijverdienen te verhogen van - naar eigen zeggen - max. € 220 per maand naar max. € 500 per maand. - Minister Koolmees op 25 mei in antwoord op Kamervragen stelt: “Dat gemeenten bij hun zoektocht naar effectieve prikkels creatieve aanpakken ontwikkelen vind ik op zichzelf waardevol (…). De inzet van premie arbeidsinschakeling zoals de gemeente Amsterdam deze heeft vormgegeven is wettelijk mogelijk zolang die gericht is op arbeidsinschakeling – en daarmee dus op een duurzame uitstroom – en geen structureel karakter krijgt.” De raadsleden vinden dat: - De uitstroompremie sterk kan bijdragen aan het weghalen van een drempel om aan het werk te gaan, en dat het belangrijk is om te onderzoeken in welke vorm deze het meest effectief is. - In de stimulerende bijstand gemeenten goede ervaringen zijn opgedaan met meer en een langere periode van bijverdienen. En daarnaast intensievere begeleiding. - Als verschillende gemeenten gaan experimenteren met de inzet van de uitstroompremie om meer bijverdienmogelijkheden te creëren, en de minister creatieve aanpakken waardevol vindt, er geen enkele reden voor Eindhoven is om zich terughoudend op te stellen. De raadsleden stellen voor dat het college: 1.
Via pilots onderzoekt hoe het meest optimaal gebruik kan worden gemaakt van de uitstroompremie. Denk aan de voorgestelde werkwijze maar ook aan het ophogen van de bijverdienmogelijkheden, en het inzetten ervan gedurende een langere periode al dan niet in combinatie met intensieve begeleiding. 2. De raad in Q3 te informeren over de voorgenomen aanpak. Eindhoven, 1 juni 2021
H.A.G. de Leeuw
De leden van de raad Saskia Lammers (GroenLinks), voorsteller Henk jager (CU), voorsteller Niek Rennenberg (OAE), voorsteller Henri de Leeuw (H.A.G. de Leeuw), voorsteller
-------------------------------------------------------------------------------------------------------Deze vrije motie is aangehouden in de vergadering van 1 juni 2021.
J. Verbruggen, griffier. Toezegging wethouder Torunoglu Wethouder Y. Torunoglu MA zegt toe: Te zullen checken of deze werkwijze juridisch is toegestaan en welke ruimte er is voor positief financiële prikkels, in overleg met de VNG en het Ministerie; Zodra het Klantpanel operatief functioneert in de uitvoering, met hen te bespreken welke maatregelen effectief werken en welke bejegening mensen helpt.
Toelichting: Resultaten Stimulerende Bijstand Utrecht Utrecht verdeelde de deelnemers in vier groepen: de eerste groep was ontheven van de arbeids- en re-integratieplicht, de tweede kreeg meer begeleiding (extra hulp), de derde groep mocht bijverdienen en voor de vierde, de controlegroep, bleef alles zoals het was. De Universiteit Utrecht was betrokken om het experiment wetenschappelijk te toetsen. Alle drie de groepen vertoonden een kleine verbetering versus de controlegroep. Bij de groep die intensieve begeleiding kreeg en de groep die zelf initiatief mocht nemen, was het uitstroompercentage aan het einde van het experiment 11%, 4 procentpunten hoger dan de controlegroep (7%). Deelnemers die niet verplicht hoefden te solliciteren, meer eigen regie hadden, kwamen zelf in actie. Zij kregen vaker een vast contract. De intensievere begeleiding en minder regels werkte vooral goed voor lager opgeleiden. Deelnemers in deze aanpakken kregen ook meer vertrouwen in hun eigen kunnen bij het vinden van werk. Ook meer en langer kunnen bijverdienen naast de uitkering zorgde ervoor dat deelnemers gingen werken. Zij startten vaker een deeltijdbaan en stopten minder vaak met een deeltijdbaan die zij al hadden voor het onderzoek. Het effect van een financiële prikkel beperkt zich tot banen met een lager aantal uren.
Bijstandsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt hadden nagenoeg alleen baat bij extra hulp en begeleiding.