26-041 Mail 18 februari 2026 Inwoner van Eindhoven over agenderingsverzoek rondom de ‘Vrije kruising Tongelre’ geanonimiseerd
Tekst van het document
5.1.2e Van: 5.1.2e < 5.1.2e Verzonden: woensdag 18 februari 2026 14:31 Aan: >GM_RA_Griffie <griffie@eindhoven.nl> Onderwerp: Inbreng Vergadering Raadscommisie Knoop XL 23 februari
Beste Griffie, Maandag 23 februari heeft u een ‘Vergadering Raadscommissie Knoop XL’ op de agenda staan, met een agenderingsverzoek rondom de ‘Vrije kruising Tongelre’ naar aanleiding van een brief van het college aan de raad. Uit de stukken werd mij niet precies duidelijk tot op welk niveau de commissieleden wensen dit onderwerp te behandelen. Ik ben dus wat onzeker over of onderstaande tijdens de commissievergadering ter zake doet. Maar omdat deze thema’s (ook tijdens de diverse participatie bijeenkomsten) ruimschoots onderbelicht zijn gebleven in mijn ervaring, zou ik de commissieleden onderstaande overwegingen toch graag meegeven als input voor het gesprek: 1. Het realiseren van een ongelijkvloerse (spoor)kruising heeft weliswaar het gewenste effect voor de capaciteit van het spoor en de verbinding van de MRE met binnen- en buitenland. Op lokaal niveau wordt echter het tegenovergestelde bereikt: a. De spoorwegovergangen met de Tongelresestraat en de Oude Urkhovenseweg zijn met grote regelmaat gesloten. Dit veroorzaakt reeds in de huidige situatie opstoppingen en gevaarlijke situaties tijdens spits- en schooltijden, met name rondom de kruising Oude Urkhovenseweg/’t Hofke en de kruising Broekakkersweg/Kaartmakersring/Urkhovenseweg. b.
De druk op de lokale infrastructuur wordt met de huidige plannen fors opgevoerd: enerzijds door de ontwikkeling van 1.400 woningen op sectie C (die ook vrijwel allemaal via deze overgang ontsloten zullen worden) en anderzijds door de ongelijkvloerse kruising, die naar verluid het treinverkeer met een factor 1,5 toe zal laten nemen. c. Behalve een forse afname van bereikbaarheid en de verkeersveiligheid, kent dit nog een ander veiligheidsrisico. Bij een toename van 50% van het treinverkeer op beide tracés (ri. Helmond en ri. Maastricht) nemen de risico’s op storingen en calamiteiten ook toe. Op het moment van een serieuze calamiteit of storing kan het betekenen dat het gebied ‘tussen de sporen’ niet meer bereikbaar is. Het gebeurt nu al met enige regelmaat dat (goederen)treinen vanwege storingen de twee eerder genoemde overgangen voor langere tijd ontoegankelijk maken.
2.
Met alle varianten die overwogen worden, wordt de meest voor de hand liggende optie om ruimte op de tracés te creëren wat mij betreft buiten beschouwing gelaten: het verminderen van het vervoer van goederen en schadelijke stoffen over de Brabantroute. Gevoelsmatig wordt er straks flink geïnvesteerd in een oplossing die er vooral voor zorgt dat de goederenvervoerbewegingen kunnen blijven bestaan of zelfs uitgebreid kunnen worden. Terwijl het maatschappelijk draagvlak voor dit vervoer over deze route steeds kleiner wordt, de risico’s steeds groter worden én dit volgens mij niet in lijn met eerder gemaakte afspraken over de voorkeurstracés voor dit soort vervoer: de Betuweroute. En dan is een investering van +/- € 500 mln, voor iets wat eigenlijk niemand wil, ineens veel geld. Nog afgezien van de effecten op leefbaarheid, bereikbaarheid en veiligheid van de lokale bewoners.
Met vriendelijke groeten, 5.1.2e 5.1.2e
Verzonden met Proton Mail beveiligde e-mail.
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1