26-024 - Brief 26 januari 2026 - Inwoner van Nuenen over Andere keuzes maken plan voor busstation Eindhoven beter geanonimiseerd
Tekst van het document
Andere keuzes maken plan voor busstation Eindhoven station beter Herinrichting busnet In 2029 wordt het busvervoer in Zuidoost Brabant opnieuw aanbesteed. Dat kan aangegrepen worden om op Eindhoven, Station verschillende buslijnen aan elkaar te knopen. Het busnet kan tevens effectiever ingericht worden. Gevolgen voor het toekomstige busstation Gele pinnen en buffer Met de herinrichting van het busnet behoeft er geen buffer voor de bussen bij het station te komen. Bij de bestaande busgarage aan de Dorgelolaan is genoeg bufferruimte, eventueel uit te breiden. Wel moeten de bussen tussen station en buffer ongestoord kunnen rijden. De gele pinnen op de Kennedylaan kunnen daarmee blijven staan. Grootte, hoogte en internationale bussen Volgens model 1 in de gemeenteplannen zouden er 34 halten nodig zijn waarvan 4 uitstaphalten. In het voorstel wat ik doe volgens dezelfde uitgangspunten zijn er 24 halten: 6 voor bussen van 24 meter lengte, 12 voor gelede bussen, 6 voor bussen van 12 meter en één uitstapperron voor reizigers van de lijnen 400 en 401 vanaf Airport. Daarnaast zijn er nog 2 reservehalten. In het plan van de gemeente wordt het busstation 171,50 meter lang en 108 meter breed. Mijn voorstel komt uit op 124 meter lengte en 104,50 meter breedte. Daarmee is het iets langer en breder dan het bestaande busstation.
Bij de plannen voor het ondergrondse busstation in Amsterdam kregen wij het advies van externe architecten om het station inpandig voldoende hoog te maken. Anders zouden reizigers zich opgesloten voelen. Voor Eindhoven kom je dan uit op een hoogte van 9 tot 10 meter, circa 4 meter hoger dan in het plan van de gemeente met 5,50 meter. In mijn voorstel kunnen de internationale bussen de helft van een perron in het busstation krijgen. Aan dit perron kunnen auto’s ook goederen lossen voor de winkels in het station. Tunnels De gemeente blijft bij haar voorstel om vijf tunnels te maken waarvan drie aan de westkant samenkomen. Voor chauffeurs is dit niet overzichtelijk. Bij twee tunnels wordt de helling 9% tegen 7%. Het Handboek Tunnelbouw is hierover heel duidelijk: bij hellingspercentages groter dan 6% neemt de veiligheid af. Leggen de ontwerper hun verantwoordelijkheid nu bij de chauffeurs? Zij hebben mogelijk geen idee wat het is om met een gelede bus, met de motor in de aanhanger, met veel reizigers naar beneden of boven te rijden. Ja, een lager percentage leidt tot langere hellingen. Om in het busstation het overzichtelijk te houden, stel ik voor de bussen van/naar de Montgomerylaan via de Van den Heuvellaan en Kennedylaan te laten rijden. Hiermee wordt
bereikt dat het aantal bussen dat in het busstation komt, meer evenredig over beide toegangen wordt verdeeld. En zijn er minder keerbewegingen nodig. Reizigers en (sociale) veiligheid. Afgaande op een foto van de geplande wachtruimte komt er op het perron geen glazen wand direct naast de bus. Daardoor kunnen haastige reizigers gelijkvloers van het ene naar het andere perron, tussen de bussen, oversteken. Veilig is dat niet. De perrons zijn aan de oostkant toegankelijk vanuit een nieuwe stationshal, via een vaste trap, roltrappen en liften. Aan de westkant, bij de Vestdijktunnel, zijn alleen vaste trappen voorzien. Niet prettig voor mensen die minder goed ter been zijn. Aan deze zijde zijn de perrons vrij toegankelijk voor iedereen. Daardoor kunnen sociaal minder gewenste mensen zich lekker nestelen in de wachtruimtes op de perrons. Conclusies Het huidige voorstel van de gemeente leidt tot een matig busstation: • Te groot en te laag • Te steile tunnels • Een busbuffer op een discutabele plek • Voor reizigers sociaal minder veilig • Internationale bussen staan buiten het busstation • De voorlopige aanlegkosten komen iets boven het budget uit Hoe verder Er zijn drie oplossingen denkbaar om aan de bezwaren tegemoet te komen: 1. Het plafond van het busstation circa 4 meter te verhogen. Daarmee steekt het busstation boven de directe omgeving uit.
Fraai is anders en de meeste bezwaren worden niet weggenomen 2. De vloer van het busstation 4 tot 5 meter verlagen. De tunnels voor de bussen liggen onder het Fellenoord om voldoende lengte te bereiken. De bussen vanuit oostelijke richting duiken direct na de kruising met de Kennedylaan een tunnel in, helling circa 5 %, en draaien bij de kruising Fellenoord/Vestdijk, onder de grond, af naar het busstation. De bussen uit westelijke richting moeten in een tunnel, onder de voetgangers/fietserstunnel naar de Kruisstraat door. Het verlengde van deze tunnel gaat bij de Vestdijk/Fellenoord, waar de tunnel van/naar de Vestdijk bij komt, over de tunnel uit oostelijke richting om vervolgens verder te dalen om op voldoende diepte te komen. De fietsenstalling zou bovenop de bustunnels onder het Fellenoord kunnen komen. Aan de westkant van het busstation kan inpandig een voetgangerspassage komen. Vanaf deze passage zijn de perrons bereikbaar. 3. Vergeet een ondergronds busstation maar til het op. De vloer komt op gelijke hoogte te liggen met het Fellenoord en de treinperrons. Onder het busstation komt een ruime hal
waarvan de vloer gelijk ligt, eventueel iets lager, aan die van de reizigerstunnel. De ondergrondse fietsenstalling kan minder diep onder de hal komen. Het busstation wordt niet een grote, stenen oppervlak. Zie het als 4 straten, evenwijdig aan elkaar, waartussen de perrons liggen. In die perrons zijn de beide koppen alsmede grote stukken daartussen open. In deze open delen is ruimte om op de vloer van de hal bomen, lichtornamenten, verticale waterwanden, e.d. te plaatsen. De kosten van deze oplossing liggen lager dan die van een ondergrondse oplossing. Tijdens de bouw kunnen de bussen een plaats op het Fellenoord krijgen. Deze variant is sneller aan te leggen dan de ondergrondse variant. . Was verkeers- en vervoerkundige in Noordwest Nederland bij NZH-Connexxion en later bij Hermes. Bij de NZH was hij projectleider van het plan voor een ondergronds busstation bij Amsterdam Centraal. 5.1.2e
RIS-versie, 26-01-2026
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
3