25-207 Brief 8 juli 2025 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over Reactie op brief afschaffing tegemoetkomingsregeling voor raadsleden van 65 jaar en ouder geanonimiseerd
Tekst van het document
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
> Retouradres Postbus 20001 2500 EA Den haag
De gemeenteraad van Eindhoven t.a.v. de griffier, 5.1.2e Postbus 90150 5600 RB EINDHOVEN
Grírï
Ehcr
E.TVANGEN 1= JULJ
DG Openbaar Bestuur & Democratische Rechtsstaat DGOBDR-D&B-Pol. Ambtsdr. en Weerbaarheid Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20001 2500 EA Den Haag Contactpersoon Postbus.helpdespacminbzk.nl
Datum= Betreft=
8 juli 2025 Uw brief van 3 juni 2025 over de afschaffing tegemoetkomingsregeling voor raadsleden van 65 jaar en ouder
Geachte 5.1.2e
Onze referentie 2025-0000378709 Uw referentie GG
,
In uw brief spreekt u namens de gemeenteraad van Eindhoven uw ernstige zorgen uit over de wijziging van tegemoetkoming voor raadsleden bij arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden, die per 1 januari 2025 niet langer van toepassing is op raadsleden van 65 jaar en ouder. Naar uw mening leidt deze wijziging tot een ongelijke behandeling van raadsleden puur op basis van leeftijd. Raadsleden die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, dragen immers nog altijd dezelfde verantwoordelijkheden en leveren evenveel inzet als hun jongere collega's. U verzoekt daarom dringend om de uitsluiting van raadsleden van 65 jaar en ouder uit de regeling te heroverwegen, en in overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden en betrokken gremia te komen tot een aanpassing die gelijke bescherming biedt aan álle raadsleden, ongeacht leeftijd. Laat ik vooropstellen dat elke wijziging in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers (hierna: rechtspositiebesluit) tot stand komt na overleg met het Overleg Rechtspositie Decentrale Politieke Ambtsdragers (ORDPA), waarin ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden zitting hebben. Zo is dat ook gebeurd bij de totstandkoming van het besluit van 16 december 2024 (Stb. 2025, 4) waarin de door u genoemde wijziging is opgenomen.
De achtergrond van deze wijziging is toegelicht in paragraaf 2.2 van de circulaire van 27 maart 2025. Deze is gepubliceerd in de Staatscourant (Stcrt. 2025, 11827) en op de website www.politiekeambtsdragers.nl. In aanvulling op deze paragraaf merk ik op dat er geen sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel noch van Ieeftijdsdiscriminatie. Met deze wijziging is nauwer dan voorheen aangesloten bij het doel van de voorziening. Dat doel is een compensatie te geven voor het feit dat volksvertegenwoordigers vaak een deel van de werkweek voor de volksvertegenwoordiging bezig zijn en daardoor in hun hoofdfunctie minder pensioen- en uitkeringsrechten kunnen opbouwen. Raadsleden hebben bovendien niet allemaal een hoofdfunctïe in loondienst. Op grond van artikel 3.1.9 kunnen raadsleden nu voorzieningen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Het betreft dus een compenserende maatregel met een specifiek doel, niet een vast onderdeel van de vergoeding voor de werkzaamheden. Het bedrag van die compensatie is gesteld op jaarlijks één maandvergoeding, maar dat heeft als zodanig verder geen verband met de vergoeding voor het raadslidmaatschap.
Pagina 1 van 2
Vroeger was het zo dat alle raadsleden die compensatie ontvingen als de gemeente bij verordening koos voor deze compensatie; ook als zij al met pensioen waren. Het is niet verdedigbaar een vergoeding te verstrekken uit de algemene= middelen als die niet kan worden gebruikt voor het gestelde doel. Voor degene die de AOW-leeftijd heeft bereikt, is het namelijk onmogelijk zich alsnog te= verzekeren voor pensioen, nabestaandenpensioen of arbeidsongeschiktheid. Raadsleden die de AOW-leeftijd hebben bereikt, zouden de voorziening dus niet kunnen inzetten voor het beoogde doel. Gelet op het geschetste doel van de vergoeding zijn er dus goede gronden geweest voor deze wijziging.
DG Openbaar Bestuur & Democr Rechtsstaat DGOBDR-D&B-Pol. Ambtsdr. en Weerbaarheid Datum 8uli 2025 Onze referentie 20250000378709
Overigens is de grens gelegd bij de AOW-gerechtigde leeftijd en niet zoals u kennelijk veronderstelt op de 65-jarige leeftijd. De AOW-datum is inmiddels voor iedereen op een hogere leeftijd vastgesteld (inmiddels 67 jaar). Gelet op het bovenstaande, zal ik dus niet aan uw verzoek voldoen. Hoogachtend, De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, voor deze,
5.1.2e
E. van Doorne, Directeur Democratie en Bestuur
Pagina 2 van 2
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
1, 2