CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

23bst01431 Raadsvoorstel Huisvestingsverordening 2024

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Huisvestingsverordening 20241.687 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Inboeknummer 23bst01431 Dossiernummer 23.44.452 B&W beslisdatum 31 oktober 2023

Raadsvoorstel Huisvestingsverordening 2024

Inleiding De Huisvestingswet 2014 geeft de gemeenteraad bevoegdheden om te sturen op het gebruik van de bestaande woningvoorraad. Om gebruik te kunnen maken van deze bevoegdheden moet er een huisvestingsverordening worden vastgesteld. Deze verordening vervalt vier jaar na de inwerkingtreding van rechtswege, ofwel automatisch. Wil de gemeenteraad ook in de periode daarna gebruik blijven maken van de bevoegdheden, dan moet er opnieuw een huisvestingsverordening worden vastgesteld. De (huidige) Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2020 is op 1 januari 2020 in werking getreden en vervalt van rechtswege op 1 januari 2024. De aanhoudende schaarste aan betaalbare woningen geeft aanleiding om ook de komende jaren gebruik te blijven maken van het instrumentarium van de Huisvestingswet 2014. Dat kan worden geborgd door vóór het einde van dit jaar een nieuwe Huisvestingsverordening vast te stellen. De voorliggende Huisvestingsverordening 2024 is beknopter dan de Huisvestingsverordening 2020. Onder argumenten en kanttekeningen worden de verschillen toegelicht.

Huisvestingsverordening 2020

Huisvestingsverordening 2024

regionale urgentieregeling

regionale urgentieregeling

wijzigingen in de woonruimtevoorraad

overgangsbepaling wijzigingen in de woonruimtevoorraad

opkoopbescherming

Inboeknummer

23bst01431

In de raadsvergadering van 11 oktober 2022 is de vrije motie Vitale beroepen voorrang op de woningmarkt ingediend en besproken. Na de toezegging van een onderzoek naar de mogelijkheden is deze motie ingetrokken. In de Huisvestingsverordening 2024 is (nog) geen voorrangsregeling voor vitale beroepen opgenomen omdat dit wettelijk nog niet mogelijk is. De Wijzigingswet Huisvestingswet 2014 die dit mogelijk maakt, is op het moment van schrijven van dit voorstel nog in behandeling bij de Eerste Kamer. Parallel aan de actualisatie van de urgentieregeling voor sociale huurwoningen zal de wenselijkheid en haalbaarheid van een voorrangsregeling voor vitale beroepen in 2024 nader worden bekeken. Desgewenst kan de voorrangsregeling dan door een tussentijdse wijziging alsnog in de Huisvestingsverordening 2024 worden opgenomen.

 Wettelijke taak Bevoegdheid op grond van de Huisvestingswet 2014  Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college   Onvermijdelijk

Doelstelling Op 1 januari 2024 een nieuwe huisvestingsverordening in werking te laten treden, op grond waarvan het huidige beleid voor het verlenen van voorrang aan urgent woningzoekenden kan worden voortgezet. Voorstel De Huisvestingsverordening 2024 vast te stellen. Argumenten 1. De Huisvestingsverordening 2020 vervalt van rechtswege op 1 januari 2024. De huidige huisvestingsverordening kan niet worden verlengd. Daarom wordt u gevraagd om een nieuwe huisvestingsverordening vast te stellen, zodat de regionale urgentieregeling kan worden voortgezet. 2. De urgentieregeling is inhoudelijk nog niet gewijzigd. De Huisvestingsverordening 2024 bevat een urgentieregeling, waarmee woningzoekenden in noodsituaties met voorrang kunnen worden gehuisvest. Sinds 2016 wordt deze urgentieregeling regionaal vormgegeven, op het niveau van het stedelijk gebied (SGE). De urgentieregeling is van toepassing op sociale huurwoningen van woningcorporaties. In opdracht van het SGE heeft een extern bureau de huidige urgentieregeling halverwege de looptijd geëvalueerd. Deze evaluatie bracht een aantal operationele knelpunten aan het licht, die kunnen worden ondervangen door de uitvoering van de urgentieregeling (die

2

Inboeknummer

23bst01431

nu nog versnipperd is over meerdere organisaties) te concentreren in één regionaal loket. Dat loket gaat op 1 januari 2024 van start. Daarnaast geeft de evaluatie aanleiding om de urgentieregeling zelf te actualiseren en scherper af te bakenen. De actualisatie van de urgentieregeling had inmiddels gereed moeten zijn, maar kort voor het zomerreces is geconstateerd dat een aantal punten nog onvoldoende is uitgewerkt. Op regionaal bestuurlijk niveau is daarom besloten om langer de tijd te nemen voor de actualisatie en deze per 1 januari 2025 in de huisvestingsverordening op te nemen. Dat zorgt er ook voor dat de actualisatie synchroon kan lopen met de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. Deze wet beperkt de lokale/regionale beleidsruimte bij de vormgeving van een urgentieregeling. Een tussentijdse herziening van de Huisvestingsverordening 2025 vraagt om een raadsbesluit. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd aan het college. 3. Het hoofdstuk ‘veranderingen in de woonruimtevoorraad’ is niet meer nodig. Dit hoofdstuk heeft betrekking op kamergewijze verhuur en splitsing van bestaande woningen. Het beleid hiervoor is inmiddels geborgd in de bestemmingplannen. Dit hoofdstuk hoeft daarom niet meer integraal in de Huisvestingsverordening 2024 te worden opgenomen.

Alleen het oude artikel 19 (nu artikel 12) blijft gehandhaafd, omdat dit betrekking heeft op nog geldige vergunningen die eerder op grond van de Huisvestingsverordening 2020 zijn verleend. 4. De evaluatie van de opkoopbescherming geeft aanleiding tot bezinning op het gebruik van deze bevoegdheid, maar we willen voorkomen dat discussie over de opkoopbescherming de besluitvorming over de regionale urgentieregeling belemmert. De toekomst van de opkoopbescherming is onderwerp van een afzonderlijk dossier, waarin wordt voorgesteld om voor het gebruik van deze bevoegdheid vooralsnog een aparte verordening vast te stellen. De opkoopbescherming is daarom niet opgenomen in de voorliggende Huisvestingsverordening 2024.

Kanttekeningen 1. Als er vóór 1 januari 2024 geen nieuwe huisvestingsverordening wordt vastgesteld, kan de gemeenteraad formeel niet meer sturen op het gebruik van de bestaande woningvoorraad voor het met voorrang huisvesten van urgent woningzoekenden. In het geval de vaststelling van een nieuwe huisvestingsverordening wel in het verschiet ligt maar niet voor 1 januari 2024 kan worden gerealiseerd, hoeft dit niet direct gevolgen te hebben voor urgent woningzoekenden. Urgentiebesluiten die na 1 januari 2024 en vóór de vaststelling van de nieuwe verordening worden genomen, zijn dan echter wel onrechtmatig en zouden door andere belanghebbenden met succes kunnen worden aangevochten. 2. De vaststelling van een huisvestingsverordening is vooralsnog een bevoegdheid van uw raad, geen verplichting

3

Inboeknummer

23bst01431

Als u helemaal geen (nieuwe) huisvestingsverordening zou vaststellen, zou het van het beleid van de afzonderlijke woningcorporaties afhangen of urgent woningzoekenden nog voorrang kunnen krijgen bij de toewijzing van sociale huurwoningen. Mogelijk zou dit leiden tot een ongelijke behandeling van urgent woningzoekenden bij verschillende corporaties, en daarmee in verschillende gemeenten binnen de regio. Hierdoor zouden er ook verschillen tussen de SGE gemeenten kunnen ontstaan in de mate waarin zij urgent woningzoekenden huisvesten. Daarom vinden alle betrokkenen (zowel gemeenten, corporaties als huurdersorganisaties) het wenselijk dat de gemeenteraden in het SGE een uniforme huisvestingsverordening met urgentieregeling vaststellen. 3. De vaststelling van een urgentieverordening wordt mogelijk wettelijk verplicht. Het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting stuurt aan op een verplichting voor gemeenteraden om in elk geval een urgentieverordening vast te stellen, waarbij de wet ook voorschrijft welke aandachtgroepen tenminste voor urgentie in aanmerking moeten kunnen komen en onder welke voorwaarden. Dit wetsvoorstel is niet controversieel, maar ligt nog voor advies bij de Raad van State en zal pas volgend jaar worden behandeld in de Tweede en Eerste Kamer. Naar verwachting zal deze wet dan ook niet eerder dan 1 januari 2025 in werking treden.

Bij de actualisatie van de regionale urgentieregeling worden de ontwikkelingen in dit wetgevingstraject meegenomen. 4. Er worden steeds meer woningzoekenden met voorrang gehuisvest, ten koste van reguliere woningzoekenden. Het aantal woningzoekenden in (dreigende) noodsituaties dat met voorrang (moet) worden gehuisvest neemt steeds verder toe. De corporaties geven aan inmiddels bijna de helft van de beschikbare woningen op een andere dan de reguliere manier te verhuren. De druk op de woningmarkt, de extramuralisering van de zorg en de groei van het aantal statushouders spelen daarbij een rol. Woonruimteverdeling draait om een eerlijke verdeling van schaarste. Ook reguliere woningzoekenden moeten voldoende kans blijven maken op een woning. Dat maakt het raadzaam om de actualisatie van de urgentieregeling en een eventuele invoering van een voorrangsregeling voor vitale beroepen integraal te bekijken. Personele consequenties Dit voorstel heeft geen personele consequenties. Het periodiek actualiseren van de huisvestingsverordening behoort tot de reguliere werkzaamheden van de ambtelijke organisatie. De behandeling van urgentieaanvragen en het verlenen van huisvestingsvergunningen aan urgent woningzoekenden is gemandateerd aan de woningcorporaties.

4

Inboeknummer

23bst01431

Financiële consequenties Op basis van lopende afspraken tussen de gemeenten, het SGE en de woningcorporaties worden de kosten van de urgentieverdeling gelijk verdeeld (50%-50%). De gemeenten verdelen hun kosten naar rato van het aantal inwoners. In de begroting van de gemeente Eindhoven is rekening gehouden met €64.000 per jaar aan kosten voor de urgentiecommissie. Het SGE heeft voor 2024 een kostenraming voor Eindhoven van €128.000 afgegeven voor de (organisatie)kosten van de Urgentiecommissie. De verklaring hiervoor dat het aantal urgentieverzoeken stijgt als gevolg van het woningtekort en andere maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de extramuralisering van de zorg. In 2024 zal dekking gevonden dienen te worden door bijsturing binnen het taakveld Wonen en Bouwen. Als deze kostenstijging t.a.v. de urgentieregeling in 2025 en verder doorzet, ontstaat er een tekort dat opgelost dient te worden binnen de Meerjarenbegroting 2025-2028. Communicatie De participatie en communicatie rondom de actualisatie van de urgentieregeling worden vanuit de regionale samenwerking vormgegeven. Planning en uitvoering De planning is dat alle negen gemeenteraden in het Stedelijk Gebied Eindhoven in november of december 2023 een nieuwe huisvestingsverordening vaststellen, waarin de (huidige) regionale urgentieregeling integraal is opgenomen.

Elke raad kan daarnaast naar eigen inzicht ook andere bevoegdheden in de lokale huisvestingsverordening opnemen. De Huisvestingsverordeningen 2024 van de negen gemeenten zijn dus alleen op het onderdeel ‘urgentie’ identiek. De inzet is dat de nieuwe Huisvestingsverordening 2024 in alle negen SGE-gemeenten op 1 januari 2024 in werking treedt. Parallel aan dit besluitvormingsproces wordt de discussie over actualisatie van de urgentieregeling in SGE-verband voortgezet. De uitkomst van deze discussie zal worden verwerkt in de geactualiseerde urgentieregeling. De planning is dat de besluitvorming over de actualisatie in september 2025 wordt opgestart. De geactualiseerde urgentieregeling kan dan per 1 januari 2025 door een tussentijdse wijziging in de huisvestingsverordening 2024 worden opgenomen. Onder invloed van regionale en/of landelijke ontwikkelingen (zoals de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting) kan deze planning nog worden aangepast. Overige tussentijdse wijzigingen van de Huisvestingsverordening 2024, zoals een voorrangsregeling voor vitale beroepen, zullen zoveel mogelijk gelijktijdig met de actualisatie van de urgentieregeling worden doorgevoerd.

5

Inboeknummer

23bst01431

Evaluatie Er is nog geen evaluatie van de Huisvestingsverordening 2024 voorzien. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Huisvestingsverordening 2024 gemeente Eindhoven • Huisvestingsverordening 2020 gemeente Eindhoven. Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, secretaris.

6

Inboeknummer

23bst01431

Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ;

besluit: 1 de Huisvestingsverordening 2024 gemeente Eindhoven vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 december 2023

, griffier.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13420061/1