CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

23bst00749 Raadsvoorstel Programma Bovenplanse Investeringen

Raadsvergadering 10 oktober 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Programma Bovenplanse Investeringen2.929 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Inboeknummer 23bst00749 Dossiernummer 23.35.751 B&W beslisdatum 29 augustus 2023

Raadsvoorstel Bovenplanse Investeringen Inleiding In mei 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen vastgesteld. Sindsdien geldt voor alle initiatiefnemers van (nieuw)bouwprojecten in Eindhoven een uniforme afdracht voor bovenwijkse voorzieningen. Dit Programma Bovenplanse Investeringen dat voor u ligt is een actualisatie hiervan naar aanleiding van de Omgevingswet die per 1 januari 2024 wordt ingevoerd. Dit programma maakt gebruik van de aanscherping die de Omgevingswet biedt: er wordt onderscheid gemaakt in het verhalen van kosten voor bovenwijkse voorzieningen en het verhalen van financiële bijdragen voor categorieën ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Omwille van het overzicht hanteert Eindhoven deze samen onder de term bovenplanse investeringen. Dit zijn dan investeringen waar de gehele stad (en vaak ook nog daarbuiten) profijt van heeft. Denk daarbij aan parken, infrastructuur, maar ook gezonde luchtkwaliteit. Het betreft investeringen op het gebied van groen, openbare ruimte, mobiliteit en andere voorzieningen. Deze zijn hard nodig om onze groeiende stad leefbaar en gezond te houden. Het betreft een Programma onder de Omgevingswet en is daartoe door het college vastgesteld.

De huidige nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen dient echter te worden ingetrokken en de huidige reserve bovenwijkse voorzieningen dient gewijzigd te worden in een reserve bovenplanse investeringen. Dat is aan uw raad en in dit raadsvoorstel opgenomen.   Wettelijke taak  Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college   Onvermijdelijk

Inboeknummer 23bst00749

Doelstelling Uw raad mee te nemen in de actualisatie van de Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen naar een Programma Bovenplanse Investeringen naar aanleiding van de Omgevingswet inclusief wijziging van de reserve.

Voorstel 1. Kennis te nemen van het Programma Bovenplanse Investeringen en dat bij uitzonderlijke gevallen aan het college kan worden voorgesteld af te wijken van de hierin opgenomen bedragen of gehanteerde uitgangspunten. 2. In te stemmen met het wijzigen van de huidige reserve bovenwijkse voorzieningen naar een reserve bovenplanse investeringen. De criteria voor de reserve bovenplanse investeringen luiden als volgt: • Het doel en functie van de reserve: ter dekking voor lasten van bovenplanse investeringen. • Omvang en wijze van stortingen (voeding): storting van de afdrachten bovenplanse investeringen die worden ontvangen vanuit derden bij kostenverhaalsprojecten en vanuit eigen grondexploitatieprojecten, gekoppeld aan de vastgoedopgave. • De criteria voor onttrekkingen: Deze reserve wordt ingezet ter dekking van de structurele lasten (rente en afschrijvingen) van de bovenplanse investeringen. De lijst van bovenplanse investeringen (zie bijlage 1, p.9-10) wordt minimaal 1 keer per jaar herijkt. De afweging voor welke bovenplanse investeringen de ontvangen afdrachten worden ingezet wordt jaarlijks via de begroting en/of kadernota door het college aan de raad voorgelegd. Indien in een uitzonderingssituatie tussentijdse inzet wenselijk is, kan van deze 2 afweegmomenten worden afgeweken. De reguliere mandateringsregels zijn dan van toepassing.

• Maximum hoogte van de reserve: € 60.000.000. • Minimum hoogte van de reserve: het geclaimde bedrag (totaal aan rente en afschrijving over de gehele looptijd van besloten onttrekkingen). • Looptijd van de reserve: onbeperkt, kan niet worden opgeheven gedurende afschrijvingstermijn van de bovenplanse investeringen en looptijd Programma van Bovenplanse Investeringen. 3. Kennis te nemen van de wettelijke criteria om voorgenomen investeringen als ‘bovenplans’ te labelen. 4. De huidige Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen in te trekken, ingaande op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt.

2

Inboeknummer 23bst00749 Argumenten 1.1. Middels het vaststellen van dit Programma wordt gebruik gemaakt van de (publiekrechtelijke) mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. Het programma dat voor u ligt, richt zich op het privaatrechtelijke traject, waarbij via anterieure overeenkomsten met initiatiefnemers van bouwprojecten afspraken worden gemaakt over bovenplans verhaal van investeringsprojecten. Daarbij wordt het publiekrechtelijke traject, dus wat wettelijk voorgeschreven wordt, als uitgangspunt gehanteerd. Met de invoering van de nieuwe Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt in het verhalen van kosten voor bovenwijkse voorzieningen en het verhalen van financiële bijdragen voor categorieën van ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Daardoor zijn meerdere typen investeringsprojecten, ook publiekrechtelijk te verhalen (zie bijlage 1 p. 22 van het programma). Bijvoorbeeld investeringsprojecten ter verbetering van het woon- en leefklimaat in verouderde wijken of gebieden met leegstandsproblemen. Conform de huidige Wro zijn dergelijke projecten alleen via anterieure overeenkomsten, op basis van vrijwilligheid, te verhalen. De Omgevingswet geeft dus meer (publiekrechtelijke) mogelijkheden om meerdere typen investeringsprojecten te verhalen. Dit versterkt ook de mogelijkheid om deze via anterieure overeenkomsten te verhalen.

Het betreft dus een hercategorisering (en bijbehorende actualisatie) die aansluit bij de Omgevingswet. Na inwerkingtreding van dit programma worden bovenwijkse voorzieningen en financiële bijdragen op een uniforme wijze verhaald op initiatiefnemers van bouwprojecten. Deze twee categorieën worden in Eindhoven samen benoemd onder de term bovenplanse investeringen. 1.2 De jaarlijks actualisatie van de investeringsprojecten met het oog op de nieuwe Omgevingswet heeft niet geleid tot een wijziging van afdrachten; er geldt een afdracht van € 42 per m2 BVO voor kantoren, commerciële voorzieningen en reguliere woningbouw en € 11 per m² terrein voor bedrijfsterreinen; Al sinds invoering van de Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen in 2019 vindt een jaarlijkse actualisatie van investeringsprojecten die voor (kosten)verhaal in aanmerking komen plaats. Gezien de hoge ambities en bijbehorende noodzakelijke investeringsprojecten gecombineerd met de gestegen bouwkosten zou nu wellicht een stijging te verwachten zijn. Echter zijn afgelopen jaar ook meerdere omvangrijke subsidies beschikbaar gesteld, met name t.a.v. de verstedelijkings- en bereikbaarheidsopgave, bijvoorbeeld in het Stationsdistrict, ook wel Internationale Knoop XL. Deze zorgen ervoor dat een groot deel van deze omvangrijke investeringsprojecten reeds dekking vinden.

Daarnaast zorgt de aanscherping als gevolg van de Omgevingswet ervoor dat een aantal investeringsprojecten, waaronder met name nieuwe infrastructurele projecten, minder direct worden toegerekend aan de nieuwe vastgoedprojecten, maar meer aan de bestaande gebruikers van de stad. Deze twee redenen zijn er de oorzaak van dat de afdrachten voor bovenplans niet gestegen zijn, maar (in afronding) gelijk zijn gebleven.

3

Inboeknummer 23bst00749

1.3. Voor corporaties die sociale huurwoningen ontwikkelen en initiatiefnemers van maatschappelijk vastgoed is het niet legitiem ook nog een afdracht voor bovenplanse investeringen te vragen. Voor sociale woningbouw1 (met een corporatie als initiatiefnemer) en niet-commerciële voorzieningen (gronden met de bestemming maatschappelijke voorzieningen o.a. scholen, sport- en vrijetijdsverenigingen) geldt geen bovenplanse afdracht. De exploitatie van deze categorieën biedt hier niet voldoende ruimte toe. We sturen bovendien middels onze prestatieafspraken met de corporaties op de kwaliteit en (een beperkte stijging van) de huurniveaus van de sociale huurwoningen, wat de exploitatieresultaten ook beperkt. Mocht een corporatie andere (reguliere) huur- of koopwoningen ontwikkelen dan geldt wel een afdracht, vergelijkbaar met alle andere initiatiefnemers. 1.4. Het verhalen van een afdracht voor vierkante meters tuin- of parkinrichting voor gezamenlijk gebruik2 op daken is niet in lijn met de ambities uit het bestuursakkoord. In het bestuursakkoord “Samen morgen mooier maken” van juni 2022, is aangegeven dat er veel huizen bij moeten, maar dat het veel meer vraagt dan alleen het bouwen van woningen. Daarvoor is bijvoorbeeld veel toevoeging van groen nodig, met name in de binnenstad, waar het onder andere op daken gerealiseerd wordt.

Tot op heden werden daktuinen/ parken belast met een afdracht voor bovenwijkse voorzieningen (zit in de standaard definitie van vierkante meters BVO volgens de NEN 2580). Gezien de huidige ambities van onze stad wordt dat niet meer legitiem geacht. Het realiseren ervan willen we juist stimuleren (op basis van het groenbeleid)3. Dit wordt nu uitgewerkt in een groenverordening welke naar verwachting in Q4/2023 aan uw raad wordt voorgelegd. 1.5. Maatschappelijke en/of strategische overwegingen kunnen afwijken legitimeren. In uitzonderlijke gevallen is het op basis van maatschappelijke en/of strategische overwegingen mogelijk af te wijken van de volgens de systematiek berekende bedragen of uitgangspunten. Onder de huidige Wro was het kostenverhaal conform artikel 6.24 lid 1 Wro al een bevoegdheid van het college. Uitzonderlijke gevallen werden al aan het college voorgelegd. Onder de Omgevingswet is dit (conform artikel 13.13 Omgevingswet t.a.v. kostenverhaal en 13.22 Omgevingswet t.a.v. de financiële bijdragen) onveranderd. 1.6. Uw raad dient op de hoogte gesteld te worden van het nieuwe programma. De afspraken over de afdrachten aan bovenplanse investeringsprojecten worden opgenomen in anterieure overeenkomsten. Dat betreft de privaatrechtelijk weg om afspraken te maken. Op grond van artikel 160 Gemeentewet, eerste lid, onder d.

is het college van burgemeester en wethouders bevoegd om tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten. Gezien het feit dat de inhoudelijk

1

Sociale huurwoningen zijn nieuwbouwwoningen die een maandhuur hebben beneden de huurliberalisatie grens ( € 808,06 in 2023). Hiervoor wordt aangesloten bij de definitie van de Metropool Regio Eindhoven (Regionale Begrippenlijst Wonen 2023) 2

Bij gezamenlijk gebruik wordt ervan uitgegaan dat minimaal 50 % van de voordeuren er gebruik van kan maken

3

Zie o.a. in het Verstedelijkingsakkoord en de WKA (Water en Klimaatadaptatie Aanpak), dat iedere woning 8 m2 groen moet toevoegen.

4

Inboeknummer 23bst00749 wijzigingen die nu voorliggen van invloed zijn op zowel derden als gemeente en de eerdere nota uit 2019 is vastgesteld door de raad, wordt voorgesteld uw raad expliciet kennis te laten nemen van het Programma Bovenplanse Investeringen. 2.1 De te ontvangen bijdragen voor bovenplanse investeringen dienen in een bestemmingsreserve met bestedingsfunctie te worden gestort. Een reserve bovenwijkse voorzieningen is al bij vaststelling van de Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen in 2019 door de raad ingesteld. U wordt nu voorgelegd deze te wijzigen in de reserve bovenplanse investeringen. Zie onderstaande tabel voor verschillen tussen de criteria bij de huidige reserve bovenwijkse voorzieningen en de in te stellen reserve bovenplanse investeringen. Criteria Is Voorstel Reden voor aanpassing Het doel en functie

Ter dekking voor lasten

Term bovenwijkse

Hercategorisering

van de reserve

van bovenwijkse

voorzieningen vervangen

Omgevingswet

voorzieningen

door bovenplanse investeringen

Onttrekkingen

Jaarlijks alleen bij de

Minimaal 1 keer per jaar, bij

Maakt het mogelijk meerdere

begroting een besluit

de kadernota en/of bij de

keren per jaar een afweging te

door de raad

begroting middels een

maken en actuele kansen te

raadsbesluit.

benutten.

Tussentijdse inzet alleen bij uitzondering (i.v.m. integrale afweging). Regulier mandaat college van toepassing. Vaststellen lijst

Jaarlijks lijst van

College stelt jaarlijks de lijst

College kan beter integraal

bovenwijkse

van bovenplanse

afwegen.

voorzieningen (ambtelijk)

investeringen vast.

herijken

Tussentijds herijken lijst door college mogelijk, maar mag geen effect hebben op de te vragen afdrachten.

Volledig in lijn met de huidige reserve bovenwijkse voorzieningen, blijft het volgende gelden: De reserve heeft een specifieke bestedingsfunctie, kan niet voor andere doeleinden worden ingezet en kan gedurende de looptijd van het Programma van Bovenplanse Investeringen en afschrijvingsperiode van de investeringen niet worden opgeheven. In de reserve worden zowel de afdrachten vanuit private initiatiefnemers als vanuit gemeentelijke grondexploitatieprojecten gestort. Tevens bestaat de mogelijkheid om via een raadsbesluit incidenteel extra geld te storten in de reserve. Sparen voor bovenplanse investeringen is conform de huidige BBV4 regelgeving vanuit gemeentelijke grondexploitaties alleen mogelijk via een door de raad in te stellen bestemmingsreserve.

4 BBV= Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten

5

Inboeknummer 23bst00749 3.1. De criteria om op de lijst van bovenplanse investeringen te komen, zijn helder en wettelijk bepaald. Ontvangen bedragen voor bovenplanse investeringen mogen alleen besteed worden aan bovenplanse investeringen. Ontvangen bedragen worden daarom alleen besteed aan (of gelabeld voor) projecten die op de lijst staan (zie bijlage 1, tabel p. 9 en 10 en p. 26-49). Om op deze lijst te komen zijn de volgende wettelijke voorwaarden van toepassing: • Het moeten nieuwe investeringen betreffen; Daarbij gaat het in alle gevallen uitdrukkelijk om de (meer)kosten van bijvoorbeeld herinrichting of nieuwe aanleg (‘het vernieuwend deel’) ten opzichte van de vervangingsinvestering. Het betreft dus geen vervangings- of onderhoudsprojecten. Achtergrond: deze laatste behoren uit reguliere middelen gefinancierd te worden5. • De type investeringen moeten op de wettelijke lijsten van te verhalen kosten of financiële bijdragen voorkomen; Maatschappelijke gebouwen, bijvoorbeeld scholen of theater, staan expliciet niet op deze lijsten(zie bijlage 1, tabel p. 21, tabel P voor de kostensoortenlijst en p. 22, tabel S voor de lijst van financiële bijdragen en betreft Artikel 8.21 lid 1 Omgevingsbesluit en artikel 13.11 lid 1 onder a en b Omgevingswet)). 4.1 Het intrekken van de huidige Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen is aan uw raad.

Het nieuwe programma wordt, conform de Omgevingswet, door het college vastgesteld. Intrekking van de huidige nota is echter nog aan uw raad. Aan uw raad wordt daarom voorgesteld deze nota in te trekken zodra de Omgevingswet wordt ingevoerd en direct daarna wordt het nieuwe programma gepubliceerd.

Kanttekeningen 1.1. Onzekerheid of tot anterieure overeenkomsten gekomen wordt Dit programma is gericht op het privaatrechtelijke traject, waarbij we met initiatiefnemers (op basis van vrijwilligheid) tot anterieure overeenkomsten (zie bijlage 4 programma) komen. Het wettelijke kader, het publiekrechtelijke traject, wordt daarbij als uitgangspunt gehanteerd waarbij we verplicht zijn tot het verhalen van kosten van bovenplanse investeringen. Mocht het niet lukken om met partijen tot een anterieure overeenkomst te komen, eindigt het project of dienen we het publiekrechtelijke traject te volgen en vraagt dit een nadere uitwerking van dit programma. Er worden dan regels opgenomen in het omgevingsplan en zal maatwerk per project nodig zijn. 2.1 Bij tussentijdse inzet van de reserve ontbreekt een integrale afweging Bij kadernota en/of begroting worden integrale afwegingen door uw raad gemaakt. Er wordt dan in de breedte naar besteding van de reserve gekeken, ook in relatie tot inzet

5

Zie toelichting toerekenbaarheid p. 52: bron handreiking kostenverhaal en financiële bijdragen, ministerie van BZK, april 2022, en bijlage 1 , p. 24

6

Inboeknummer 23bst00749 van andere (gemeentelijke) middelen. Nu wordt middels dit dossier het mogelijk om in uitzonderingsgevallen deze 2 afweegmomenten niet af te wachten maar ook tussentijds middelen in te zetten. Dit is echter beperkt, het gaat hier om uitzonderingssituaties waarbij het wenselijk is om snel te handelen. Daarnaast mag het de te vragen afdrachten niet beïnvloeden. Bovendien dient gehouden te worden aan de huidige mandateringsregels (inzet tot maximaal 1 miljoen euro is gemandateerd aan het college).

Personele consequenties De werkzaamheden gemoeid met dit dossier kunnen binnen de huidige formatie ingevuld worden.

Financiële consequenties Er zijn geen directe financiële consequenties voor de gemeente. De afdrachten blijven ongewijzigd op € 42 per m2 BVO voor kantoren, commerciële voorzieningen en reguliere woningbouw en voor bedrijfsterreinen van € 11 per m2 terrein. Deze afdrachten worden niet geraamd, omdat het afhankelijk is van de voortgang in de (aanvragen van) bouwprojecten.

Communicatie Alhoewel de Omgevingswet nog niet ingevoerd is6, hoort bij het programma een vroegtijdige vorm van participatie of samenspraak. Dit dossier kent al een voorganger, De Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen, die welbekend is bij belanghebbenden, de initiatiefnemers van bouwprojecten. Inhoudelijk verandert voor hen aan de afdrachten niets als gevolg van invoering van de Omgevingswet. Er wordt bovendien een koppeling gemaakt met dit Programma in de Omgevingsvisie 2.0 van waaruit nog een participatietraject doorlopen wordt. Initiatiefnemers van bouwprojecten worden daarom na goedkeurig van het Programma in 2023 (onder andere vanuit de intake) geïnformeerd over de voorgenomen wijziging van de nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen naar het Programma Bovenplanse Investeringen.

Planning en uitvoering Het programma treedt in werking na publicatie. Publicatie vindt direct na invoering Omgevingswet (1 januari 2024) plaats en dan wordt ook de huidige nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen ingetrokken. De wijzigingen zijn vanaf moment van publicatie van toepassing voor alle initiatieven, waar op dat moment nog geen anterieure overeenkomst voor is gesloten. Voor de eigen grondexploitatieprojecten wordt dit programma ook verwerkt in het jaar van inwerktreding.

6

Participatiebeleid geldt per 1 januari 2024

7

Inboeknummer 23bst00749 Evaluatie Ieder jaar wordt de lijst van investeringsprojecten doorgenomen op actualiteit en vastgesteld door het college. Mocht dit aanleiding geven tot het wijzigen van de afdrachten dan volgt een aankondiging daarvan bij de adviesnota parameters en uitgangspunten bij het jaarlijks terugkerende MPG (Meerjaren Prognose Grondexploitaties en Private Ontwikkelingen).

Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: Bijlage 1: Programma Verhaal van Bovenplanse Investeringen

Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, secretaris.

8

Inboeknummer 23bst00749

Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 augustus 2023; besluit 1. Kennis te nemen van het Programma Bovenplanse Investeringen en dat bij uitzonderlijke gevallen aan het college kan worden voorgesteld af te wijken van de hierin opgenomen bedragen of gehanteerde uitgangspunten. 2. In te stemmen met het wijzigen van de huidige reserve bovenwijkse voorzieningen naar een reserve bovenplanse investeringen. De criteria voor de reserve bovenplanse investeringen luiden als volgt: • Het doel en functie van de reserve: ter dekking voor lasten van bovenplanse investeringen. • Omvang en wijze van stortingen (voeding): storting van de afdrachten bovenplanse investeringen die worden ontvangen vanuit derden bij kostenverhaalsprojecten en vanuit eigen grondexploitatieprojecten, gekoppeld aan de vastgoedopgave. • De criteria voor onttrekkingen: Deze reserve wordt ingezet ter dekking van de structurele lasten (rente en afschrijvingen) van de bovenplanse investeringen. De lijst van bovenplanse investeringen (zie bijlage 1, p.9-10) wordt minimaal 1 keer per jaar herijkt. De afweging voor welke bovenplanse investeringen de ontvangen afdrachten worden ingezet wordt jaarlijks via de begroting en/of kadernota door het college aan de raad voorgelegd.

Indien in een uitzonderingssituatie tussentijdse inzet wenselijk is, kan van deze 2 afweegmomenten worden afgeweken. De reguliere mandateringsregels zijn dan van toepassing. • Maximum hoogte van de reserve: € 60.000.000. • Minimum hoogte van de reserve: het geclaimde bedrag (totaal aan rente en afschrijving over de gehele looptijd van besloten onttrekkingen). • Looptijd van de reserve: onbeperkt, kan niet worden opgeheven gedurende afschrijvingstermijn van de bovenplanse investeringen en looptijd Programma van Bovenplanse Investeringen. 3. Kennis te nemen van de wettelijke criteria om voorgenomen investeringen als ‘bovenplans’ te labelen. 4. De huidige Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen in te trekken, ingaande op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van , griffier.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13078965/1