22bst01480 - Bijlage 2 - Toelichting uitwerking Moties Amendementen en toezeggingen
Tekst van het document
Bijlage 2 Toelichting en duiding toezeggingen, moties en amendementen Uitvoering Gebiedsontwikkeling Fellenoord Inleiding De Raadsbehandeling van de beoogde uitvoeringsorganisatie voor de gebiedsontwikkeling Fellenoord is, in lijn met de door de Raad omarmde leidraad KnoopXL, opgedeeld in twee fases. In het eerste deel, waarmee ingestemd is op 21 juli jl, stond het Waarom en Wat van deze gebiedsontwikkeling Centraal. In de aanloop naar deze Raadsvergadering en in de vergadering zelf zijn verschillende toezeggingen gedaan. Graag lichten wij in dit memo toe hoe hieraan invulling is gegeven. Hierbij is onderscheid gemaakt in toezeggingen omtrent KPI’s (1), moties en amendementen (2), overige toezeggingen (3) en openstaande technische vragen n.a.v. dossier 21 juli jl. (4). Dit memo maakt onderdeel uit van de tweede stap van de Raadbespreking aangaande de beoogde uitvoeringsorganisatie voor de gebiedsontwikkeling Fellenoord, waarin het Hoe centraal staat, op 27 januari 2023.
1.
KPI’s
In de nadere toelichting van het Raadsvoorstel van 21 juli 2022 is aangegeven dat er een nadere uitwerking van vier overige KPI’s zou plaatsvinden die onderdeel zijn van de in totaal 24 KPI’s uit het Raadsvoorstel Uitwerking Publiek Belang gebiedsontwikkeling Fellenoord. Onderstaande afbeelding geeft de 24 KPI’s uit het Raadsvoorstel van 21 juli jl. na verwerking van de aanpassingen. Appendix 1 geeft dezelfde afbeelding vergroot weer.
De aangepaste KPI’s zijn hieronder in rood opgenomen. Tevens is KPI 2.f.5 aangescherpt op basis van de tweede nadere toelichting. 2a. Ontwikkeling van een gemixt gebied met wonen, werken en voorzieningen met de volgende uitgangspunten:
Pagina 2 van 17
•
• •
2a1. Nieuwbouwprogramma van 740.000 m2 bvo met aandacht voor specials en inzet op een verdeling van 70% wonen (ca. 6.000-7.000 woningen), 15% voorzieningen, 15% werken. 2a2. In woningaantallen: 30% sociale huur, 15% middenhuur, 40% sociale en middeldure koop, 15% vrije sector. 2a3. Gemiddeld 7,5% maatschappelijke voorzieningen en specials per cluster.
2b. De rol van TDK - Technologie, Design en Kennis - voor de identiteit van het gebied: •
•
2b1. Cross-overs (tussen TDK, markt, onderwijs en overheid) realiseren door als uitgangspunt 5% van het totaalprogramma uit de ‘Eindhovense werkvloer’ te laten bestaan (startups en scale-ups, innovatieve ondernemers en laboratoria/experimenteerruimte). 2b2. Ruimte voor innovatie en nieuwe economie creëren door in het gebied ontmoetingen tussen mensen te stimuleren door de voorzieningen en hoogwaardige en groene openbare ruimte. Het plintenprogramma en de openbare ruimte krijgen zoveel als mogelijk een TDK-uitstraling.
Wij zien Fellenoord nadrukkelijk als nieuwe stadswijk van Eindhoven waar wonen, werken, verblijven, studeren en recreëren een plek krijgt. Dat verlangt een divers stedelijk programma. De dynamiek die dit oplevert draagt bij aan ontmoeting en kennisuitwisseling en moet daarmee in positieve zin bijdragen aan de ontwikkeling van de stad en economie. Een hoogwaardige openbare ruimte met volop groen is een van de hoofddoelen in zo’n stedelijk gebied. Om deze doelstellingen meetbaar te maken, sluiten we aan bij het onderzoek Metro Mix van het College van Rijksadviseurs (2019) waar Eindhoven Fellenoord een van de onderzochte cases was. In Metro Mix is ingegaan op de benodigde dichtheid van een dergelijk stedelijk gebied (FSI) en de mate waarin het stedelijk programma (de type functies) gemengd zijn (MXI). In de terminologie van Metro Mix is Fellenoord een ‘metropolitaan woonmilieu’. Daarbij hoort een FSI van > 1,0 en een MXI van < 0,8. In een dergelijk gebied ligt de nadruk op wonen, gemengd met hoogstedelijke voorzieningen en werkgelegenheid. We zetten voor Fellenoord in op een ‘metropolitaan woonmilieu’. Daarbij hoort een FSI van > 1,0 en een MXI van < 0,8. Deze KPI zal opgenomen worden in het dashboard. 2c. Actieve en duurzame vormen van mobiliteit en deeloplossingen voor de auto: •
• •
2c1. Uitgangspunt is inzet op deelmobiliteit en collectieve parkeer-oplossingen (per 20 woningen 1 deelauto en 2 andere deelvoertuigen) met aantrekkelijke alternatieven voor de eigen auto (lopen, fietsen, OV), waarbij het gebruik van deelauto’s de parkeerbehoefte 20% verder reduceert. 2c2. Het hanteren van een gemiddelde parkeernorm van 0,35 parkeerplaats per woning en 1 parkeerplaats per 400m2 programma (incl. dubbelgebruik). 2c3. Max. 50% van de parkeerplekken binnen een ontwikkelcluster realiseren, en minimaal 50% van de parkeerplekken gebiedsgericht oplossen, bij voorkeur aan de randen van het gebied.
Pagina 3 van 17
2d. Klimaatadaptieve clusters en openbare ruimte met ruim aandacht voor water, groen, hittebestendigheid, circulariteit en biodiversiteit: • • • • • • •
2d1. Uitgangspunt is 8m2 groen per woning. 2d2. Minimaal 10% van het BVO (m2) van niet-woonfuncties is groen. 2d3. Uitgangspunt is 60mm waterberging per m2 verhard oppervlak. 2d4. De afstand tot een koele plek bedraagt maximaal 300 meter. 2d5. Uitgangspunt is een ruimtelijke inrichting die zorgt voor afname van het hitte-effect of voorkomt dat het effect toeneemt. 2d6. Aanleg van een stads- en landschapspark (Dommeldal) voor natuur, sport en recreatie met ecologische verbindingszone (EVZ) van minimaal 50m breed. 2d7. Inzetten op het vergroten van het bewustzijn bij ontwikkelaars en gebruikers op dit thema en (innovatieve) oplossingen stimuleren.
Deze KPI laat zich maar beperkt kwantificeren. In aanvulling op de KPI’s 2.d.1 t/m 2.d.6 wordt u jaarlijks geïnformeerd over de voortgang klimaatadaptatie waarin wordt aangegeven welke aanvullende inspanningen hierop verricht zijn naar ontwikkelende partijen en gebruikers toe en wat hiervan het resultaat was. Deze verantwoording zal onderdeel uitmaken van het dasboard en voortgangsrapportage zoals bedoeld in hoofdstuk 12 van het Business Plan. 2e. Een zo energieneutraal mogelijk gebied: • • •
2e1. Uitgangspunt is een zo laag mogelijk energieverbruik en 100% voeding vanuit duurzame bronnen. 2e2. Uitgaan van een collectief warmtenet. 2e3. Maximale opwek van duurzame energie in het gebied zelf.
U wordt jaarlijks geïnformeerd over de hoeveelheid energie die binnen de gebiedsontwikkeling Fellenoord wordt opgewekt. Daarbij wordt een kwalitatieve duiding gegeven van waar we staan. Daarnaast wordt u kwantitatief geïnformeerd in: kWh, opbrengst per jaar; percentage van opbrengst i.r.t. verbruik in gebied (kWh); clusters aangesloten op warmte-net gebied Deze verantwoording zal onderdeel uitmaken van het dasboard en voortgangsrapportage zoals bedoeld in hoofdstuk 12 van het Business Plan. •
2e4. Inzetten op het vergroten van het bewustzijn bij ontwikkelaars en gebruikers en (innovatieve) oplossingen stimuleren.
Hier geldt hetzelfde als reeds is opgenomen onder 2.d.7 2f. Een sociale en verbonden stad: •
•
2f1. Uitgangspunt is goed bereikbare maatschappelijke voorzieningen (7,5% totale programma, waaronder 1 basisschool en 1 à 2 gezondheidscentra), die bewoners van Knoop XL en omliggende wijken zoals Woensel Zuid bedienen. 2f2. Uitgangspunt is in totaal 9 plekken (speelpleinen voor diverse doelgroepen en interessante verblijfsplekken) voor dagelijkse gebruikers van het gebied.
Pagina 4 van 17
•
• •
2f3. De bestaande noord-zuid verbindingen zoals de Kruisstraat/Lardinoisstraat worden opgewaardeerd en zorgen voor optimale doorwaadbaarheid van het gebied en verbinding met omliggende wijken. 2f4. Toevoegen van een loopbrug over het spoor tussen ‘t Eindje en de politiekavel. 2f5. Herprofilering van de Fellenoord tot aantrekkelijke stadsboulevard conform de ambitie uit de ontwikkelvisie.
Herprofilering van de Fellenoord tot aantrekkelijke stadsboulevard conform de ambitie uit de ontwikkelvisie, met bijbehorende reductie van de verkeersintensiteit waarbij uitgangspunt is maximaal 12.500 voertuigen per etmaal én dat de hiertoe noodzakelijke buitenplanse maatregelen randvoorwaardelijk zijn.
Pagina 5 van 17
2.
Moties en amendementen
A5 – Fellenoord woningcorporaties Fellenoord woningcorporaties (Amendement A5) Gemeente Eindhoven (notubiz.nl) •
•
•
Amendement A5: De indieners stellen voor het ontwerp raadsbesluit als volgt aan te passen en/of aan te vullen: Onderstaand punt toe te voegen onder punt 2.a in het besluit: 2.a.4 Woningcorporaties altijd, behoudens wettelijke beperkingen, als eerste de kans krijgen om op deelproject-niveau plannen te ontwikkelen ten behoeve van het realiseren van de woningbouw te Fellenoord. Ingetrokken n.a.v. de volgende toezegging van wethouder Steenbakkers: In het najaar bij het raadsvoorstel over ‘het hoe’ met een passende KPI te komen die borgt dat de woningcorporaties in de lead zijn en de gemeente (afhankelijk van Didamarrest) op zoek gaat naar grond om dit te bewerkstellingen. Invulling toezegging in raadsvoorstel:
Conform Bestuursakkoord zullen woningbouwcorporaties in eerste aanleg in staat worden gesteld om woningbouwontwikkeling in de gebiedsontwikkeling Fellenoord mogelijk te maken, voor zover dit juridisch houdbaar blijkt (Didam arrest). De uitvoeringsorganisatie is in eerste instantie verantwoordelijk voor de te maken afspraken met woningbouwcorporaties. Daarnaast wordt op programmaniveau een overlegstructuur ingericht waar woningbouwcorporaties een preferente positie krijgen en zodoende (mede)sturing kunnen geven aan de invulling van het woonprogramma.. Daarbij gelden eveneens, overkoepelend, de prestatieafspraken die jaarlijks tussen gemeente en woningbouwcorporaties worden gemaakt. Dit is toegevoegd aan KPI 2.a.2. Uw Raad zal jaarlijks in de voortgangsrapportage en dashboard geïnformeerd worden over de afspraken die hierover gemaakt worden, tussen gemeente en woningbouwcorporaties en tussen uitvoeringsorganisatie en woningbouwcorporaties. Daarbij zal worden aangegeven welke gronden actief aangeboden zijn aan corporaties en wat hiervan de uitkomst was. Daarnaast zal in lijn met KPI 2.a.2 worden aangegeven welke verdeling van het woningbouwprogramma hiermee bereikt is. Uiteraard geldt hierbij het door uw Raad vastgestelde woningbouwprogramma. M4 – Het verankeren van betaalbaar wonen Betaalbaar Wonen Fellenoord (M4) Gemeente Eindhoven (notubiz.nl) •
Motie M4: De indieners roepen het college van burgemeester en wethouders op om: 1. De zekerheid van het woonprogramma uit het bestuursakkoord “Samen morgen mooier maken”, met minimaal 85% betaalbaar wonen en 30% sociale huurwoningen, evenals de tweede tabel zoals verwerkt in de nadere toelichting, uit te werken in het raadsvoorstel en aan te houden in de uitwerking. 2. De zekerheid uit te werken dat het toepassen van het woonprogramma uit het bestuursakkoord “samen morgen mooier maken” in het raadsvoorstel niet ten koste gaat van de oppervlakte, de kwaliteit en de doelgroepen van betaalbare woningen.
Pagina 6 van 17
Uit te werken in het ‘hoe’-gedeelte wat de minimumeisen zijn voor maatwerk en wanneer de wethouder en de te vormen entiteit terug moeten komen naar de raad bij maatwerk. Ingetrokken n.a.v. de toezegging van wethouder Steenbakkers om deze motie te omarmen, met de volgende kanttekening: De gemeente werkt hierin samen met de provincie en dit zal moeten worden besproken met deze partner; - de business case moet blijven bestaan, dus voor de extra kosten moet een dekking worden gevonden; - het toepassen van maatwerk zal terugkomen in het najaar bij raadsvoorstel over ‘het hoe’. Invulling toezegging in raadsvoorstel: 3.
•
•
Allereerst: in lijn met de toezegging tijdens de Raadsbespreking van 21 juli 2022 is nader uitgewerkt wat het effect is van deze wens tot bijstelling van het betaalbare deel van het woningbouwprogramma. Het financieel effect van deze aanscherping blijkt na herijking business case 8 mln. Euro. Provincie Noord-Brabant en gemeente Eindhoven hebben, als beoogd aandeelhouders, deze aanvullende financiële opgave overgenomen in de business case. Daarmee is de gewenste aanpassing van het woningbouwprogramma, conform raadbespreking van 21 juli, overgenomen en geformaliseerd. Ten aanzien van de kwaliteit van het te realiseren programma kunnen we aangeven dat het in Eindhoven vastgesteld Woonprogramma ook hier onverminderd van toepassing is. Scopewijzigingen en maatwerk Op basis van de vastgestelde ontwikkelvisie en vastgestelde KPI’s is de volledige business case in kaart gebracht. Daarmee is feitelijk een 0-punt in de ontwikkeling bepaald op basis waarvan betrokken partijen – in dit geval Provincie Noord-Brabant en gemeente Eindhoven – afspraken kunnen maken over het afdekken van het verwachte toekomstig financieel tekort. Hiermee is ook het 0-punt bepaald qua opdrachtverlening aan de beoogde uitvoeringsorganisatie. Deze wordt straks immers gehouden aan de door uw Raad opgelegde doelstellingen cq.
KPI’s waarover gerapporteerd wordt door middel van voortgangsrapportages en een dashboard (zie hoofdstuk 12 Business Plan). Aanpassingen aan de doelstellingen en KPI’s kunnen voor komen, bijvoorbeeld door externe ontwikkelingen (veranderende wet- en regelgeving) of door een aanleiding in de gebiedsontwikkeling zelf. Die aanpassingen (“scopewijzigingen”) kunnen een effect hebben op de business case van het geheel. Hoofdstuk 12.3 in het Business Plan beschrijft het proces van aanpassing van scope en hoe om te gaan met de financiële effecten. Hierbij geldt dat wanneer dit een wijziging van scope betreft t.o.v. de Ontwikkelvisie Fellenoord of leidt tot een aanpassing van een KPI dit tevens door de Gemeenteraad moet worden vastgesteld.
M3 – Brede welvaart en welzijn als toetsingskader Brede welvaart en welzijn als toetsingskader Fellenoord (M3) Gemeente Eindhoven (notubiz.nl)
Pagina 7 van 17
•
•
Motie M3: De indieners roepen het college van burgemeester en wethouders op om: 1. Brede welvaart/welzijn centraal te zetten als toetsingskader voor het succes van de gebiedsontwikkeling Fellenoord door bij alle overwegingen/keuzes de vraag te stellen wat zijn de effecten op brede welvaart/welzijn? 2. Bij alle clusters een plan op te stellen waarin wordt aangetoond hoe ze bijdragen aan brede welvaart/welzijn en hierop te toetsen Ingetrokken n.a.v. de toezegging van wethouder Steenbakkers om deze motie te omarmen, met de volgende kanttekening: Het college zal uitwerken hoe brede welvaart van toepassing is op de gebiedsentiteit, niet voor alle elf clusters apart.
Het College van Eindhoven beschouwt de ontwikkeling van de stad door de bril van brede welvaart. De groei van de stad moet ten goede komen aan sociaal, economisch, menselijk en natuurlijk kapitaal. Wij interpreteren uw roep om brede welvaart in de gebiedsontwikkeling Fellenoord centraal te zetten als een oproep om deze gebiedsontwikkeling ten dienste te stellen van het verbeteren van de brede welvaart van Eindhoven. De gebiedsontwikkeling Fellenoord biedt een enorme kans om een brede set aan maatschappelijke opgaven op positieve wijze te beïnvloeden: in het gebied Fellenoord zelf, in de wijken die hieraan gelegen zijn en overall in de stad. Het schaalniveau van het gebied Fellenoord leent zich het beste om deze effecten op te realiseren. Met de monitor Brede Welvaart houden we vinger aan de pols en monitoren we de effecten van de groeispurt van onze stad. Op dit moment is deze monitor samengesteld op basis van 42 indicatoren. Deze indicatoren zijn de instrumenten waarmee het fenomeen brede welvaart per thema in beeld wordt gebracht. Een sturingsinstrumentarium voor brede welvaart, aan de voorkant in te zetten, is er niet en hier worstelen ook de planbureaus al enige tijd mee. We volgen de ontwikkeling die de planbureaus hierin maken. Brede Welvaart laat zich (nog) niet in een algemene KPI vangen.
We begrijpen de behoefte om aan de voorkant effecten op de verschillende aspecten van brede welvaart goed tegen elkaar af te kunnen wegen en de impact van beslissingen op brede welvaart in te kunnen schatten. Het sturingsinstrumentarium dat de planbureaus in ontwikkeling hebben, laat nog op zich wachten. In afwachting daarvan faciliteren we de gewenste integrale afweging vanuit de bril van Brede Welvaart bij de gebiedsontwikkeling Fellenoord. We brengen kwalitatief in kaart wat de effecten zijn van keuzes op de verschillende aspecten van brede welvaart. Dat inzicht gebruiken we om te komen tot goede en onderbouwde keuzes. M2 – Fellenoord energieneutraal Fellenoord Energieneutraal (M2) Gemeente Eindhoven (notubiz.nl) •
Motie M2: De indieners roepen het college van burgemeester en wethouders op om: na het zomerreces, bij de raadscommissie Knoop XL terug te komen met een inschatting hoe het doel om het gebied Fellenoord écht energieneutraal te maken behaald kan worden. Hierbij meenemend hoe we deze doelstelling gaan borgen in de gebiedsentiteit.
Pagina 8 van 17
• •
Ingetrokken n.a.v. de toezegging van wethouder Steenbakkers om deze motie te omarmen. Invulling toezegging in raadsvoorstel: De Ontwikkelvisie Fellenoord wordt op deelgebiedniveau uitgewerkt in zogenaamde clusterpaspoorten. In deze clusterpaspoorten worden de eisen vastgelegd die samenhangen met de opgave te komen tot een zo energieneutraalgebied Fellenoord (naast andere eisen zoals programma of stedenbouw). Hierbij gaat het bijvoorbeeld over afspraken over de inzet van het dakoppervlak of geveloppervlak voor zonnepanelen. Met deze instrumenten, naast de vastgestelde KPI’s en Ontwikkelvisie Fellenoord, geven wij concreet invulling aan ons doel voor een zo energieneutraal gebied. Initiatiefnemers die willen ontwikkelen in het gebied zullen actief gewezen worden op de ambitieuze doelstellingen ten aanzien van groen, water, hittestress en biodiversiteit en energiegebruik. Wij scherpen de plannen samen met de initiatiefnemer aan zo’n wijze dat ze bijdragen aan robuuste, toekomstvaste ontwikkeling die voor zover dat op dat moment mogelijk is bijdraagt aan de verduurzaming van Eindhoven. Ontwikkelaars zijn daarnaast gebonden aan lokaal beleid en nationale wetgeving (BENG) die hier eveneens kaderstellend in is. Het is belangrijk enige ruimte in de kaderstelling en eisen aan te houden om innovaties die zich pas in de toekomst zullen voordoen te incorpereren in de ontwikkeling.
Zoals gezegd zijn de clusterpaspoorten daarin leidend. Een geheel energieneutraal gebied is vanwege het gebrek aan ruimte voor energieopwek (nu) niet mogelijk. We bekijken de energiebehoefte op een hoger schaalniveau (binnenstad, gebied binnen de Ring) omdat daarmee betere uitwisselingsmogelijkheden en synergie behaald kunnen worden. Dit wordt in de komende periode uitgewerkt in de Eindhovense energiestrategie die ook van toepassing zal zijn in Fellenoord.
M1 – Natuur aan tafel Natuur aan tafel (M1) Gemeente Eindhoven (notubiz.nl) •
•
Motie M1: De indieners roepen het college van burgemeester en wethouders op om: Verschillende vertegenwoordigers van de ‘natuurlijke stakeholders’ doorlopend te betrekken bij de gebiedsontwikkeling Fellenoord. Ingetrokken n.a.v. de toezegging van wethouder Steenbakkers om deze motie te omarmen. • Invulling toezegging in raadsvoorstel: Het Trefpunt Groen Eindhoven (hierna TGE) vertegenwoordigt circa 100 milieugroepen in Eindhoven. Met TGE hebben vindt vijfmaal per jaar het zogenaamde Centraal Milieu-Overleg (hierna CMO) plaats, waarin de gemeente en TGE alle lopende ruimtelijke plannen (dus ook die van de gebiedsontwikkeling Fellenoord) bespreken.
Pagina 9 van 17
TGE koppelt de uitkomsten van deze overleggen weer terug aan haar achterban en organiseert zo nodig themasessies rondom bepaalde thema’s. In het CMO worden afspraken gemaakt over hoe elkaar zo goed mogelijk te informeren c.q. betrekken bij alle ruimtelijke ontwikkelingen in Eindhoven. Dit geldt ook voor de gebiedsontwikkeling van Knoop XL/Fellenoord. In de jaarlijkse voortgangsrapportage zoals bedoeld in hoofdstuk 12 Business Plan zal worden ingegaan op de betrokkenheid van deze partijen. M2 – Geen gerommel aan de Dommel Geen gerommel aan de Dommel (M2) Gemeente Eindhoven (notubiz.nl) •
•
Motie M2: 1. De EVZ van de Dommel deel uit te laten maken van het integrale groenplan centrumgebied. 2. De EVZ aan beide zijden van de Dommel 25 meter breed te maken. 3. Als dit aan de westoever niet kan, dan te garanderen dat deze meters aan de oostoever ruimschoots worden gecompenseerd met een hoge ecologische waarde. 4. Met de ontwikkelaar en Trefpunt Groen te bekijken welke maatregelen passend zijn om tot een hoogwaardige EVZ te komen. 5. De raad uiterlijk in Q4 2021 te informeren over de voortgang. Ingetrokken na toezegging wethouder Torunoglu om deze motie te omarmen. o Stand van zaken uitwerking: in de vastgestelde Ontwikkelvisie Fellenoord is de gewenste breedte van de EVZ ten noorden van het spoor integraal overgenomen. Ter hoogte van het spoor (Dommeltunneltje) wordt hier eveneens op ingezet, deze opgave maakt onderdeel uit van de planontwikkeling van de Multimodale Knoop en gebiedsontwikkeling Fellenoord. Ten zuiden van het spoor wordt de begrenzing aan de westzijde bepaald door de rooilijn van het bouwplan Edge. Voor de oostelijke oever zijn wij in gesprek met NS/ProRail om het aanwezige parkeerterrein op termijn te verplaatsen en te vergroenen. We voeren hier momenteel, met NS/ProRail, een studie naar uit, die moet uitwijzen op welke termijn dit aan de orde is.
M2 – Grondonderzoek voor het Fellenoord Grondonderzoek voor het Fellenoord (M2) Gemeente Eindhoven (notubiz.nl) •
•
•
1. Een gedegen (diepte ) grondonderzoek laten uitvoeren naar de bodemgesteldheid in het gebied Fellenoord. 2. Onderzoeken of de plannen voor onder het maaiveld realistisch zijn in verhouding tot de ondergrond. 3. De resultaten van de onderzoeken op redelijke termijn met de raad te delen. De motie te omarmen met de kanttekening dat het gaat om een quick scan naar de bodemsamenstelling en de waterhuishouding, waarvan de resultaten met de raad worden gedeeld. Stand van zaken uitwerking: gedurende 2022 is door Arcadis nader onderzoek verricht naar de gewenste verdiepte ligging van busstation Neckerspoel en bijbehorende ketenvoorzieningen. Het doel van dit onderzoek is het aantonen
Pagina 10 van 17
van de haalbaarheid en maakbaarheid van een dergelijke variant, teneinde hierover eerste financiële afspraken met bekostigende partijen te kunnen maken. Een gedegen grondonderzoek zal onderdeel uitmaken van de vervolgfase (“verkenningsfase”), die zal worden uitgevoerd in de periode 20232024. Uw Raad zal hierover worden geïnformeerd.
3.
Overige toezeggingen
Tijdens de behandeling van het Raadsvoorstel Publiek Belang gebiedsontwikkeling Fellenoord op 21 juli jl. is toegezegd terug te komen op een aantal losse punten. We behandelen deze punten hier achtereenvolgens. •
Vier KPI’s die meer SMART gemaakt kunnen worden: zie hiervoor paragraaf 1 van (deze) bijlage 1;
•
Aan te geven waar corporaties in de lead te brengen zijn: zie hierover de beantwoording onder paragraaf 2, bijlage 1, Amendement 5;
•
In te gaan op de invulling van plinten: o Ten aanzien van de vulling van het plintprogramma kan worden aangegeven dat de wens om hier een interessant en goed programma te realiseren een van de uitgangspunten is in de Ontwikkelvisie Fellenoord en de financiële vertaling van de grondexploitatie. Concreet betekent dit dat er rekening is gehouden met verschillende huurprijsniveaus die de accommodatie van verschillend type (maatschappelijk) programma in het gebied mogelijk maken. Om te komen tot een goede invulling van dit stedelijk programma zal o.a. het transformatieteam (voorheen acquisitieteam) betrokken worden. o Daarnaast moeten de plinten een rol spelen de activering van het gebied vanuit de aspecten TDK. De uitvoeringsorganisatie is aan zet om met ontwikkelende partijen te komen tot concrete invulling van deze doelstellingen (zie ook business plan hoofdstuk 5). o Als laatste raakt een goed functionerende plint aan een goed functionerende openbare ruimte. Dit wordt uitgewerkt, analoog aan de clusterpaspoorten, in het raamwerk openbare ruimte.
•
In te gaan op hoe realistisch het nu beoogde parkeerprogramma is: o Voor de ontwikkeling van een aantrekkelijk hoogstedelijk woonmilieu is het noodzakelijk dat de autodruk laag is in het gebied. Dit komt de leefbaarheid en verblijfskwaliteit ten goede. Vanwege de nabijheid van het Centraal Station en Neckerspoel is hier een lagere parkeernorm conform de Nota Parkeernormen 2019 van toepassing. De vaste gebruikers (bewoners, werkers) kunnen parkeren in parkeervoorzieningen binnen de bouwclusters (50%) óf in te ontwikkelen gebiedsgerichte parkeervoorzieningen binnen het gebied (50%). In het parkeerprogramma wordt uitgegaan van ruimteefficiëntie én gebruiksefficiëntie. Dat wil zeggen dat we zo goed mogelijk gebruik willen maken van beschikbare bestaande en nieuw te realiseren parkeercapaciteit in het gebied én inzetten op dubbelgebruik van alle parkeervoorzieningen. We maken afspraken met bestaande eigenaren van parkeercapaciteit (Rabobank,
Pagina 11 van 17
Rijksvastgoedbedrijf/Belastingdienst, TU/e) en exploitanten in of nabij het gebied (Q-park, PSV, Mathildelaan). Indien de parkeervraag tijdens de ontwikkeling hoger is dan het aanbod, onderzoeken we de toepassing van tijdelijke voorzieningen (zoals ook toegepast tijdens de ontwikkeling van Strijp-S). Als alternatief voor autobezit en -gebruik wordt in elk bouwcluster een mobiliteitshub gerealiseerd waarin deelvervoer wordt aangeboden voor de vaste gebruikers. Bovendien gelden er hoge fietsparkeernormen en kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen, goed aangesloten op het netwerk van hoofdfietsroutes. Niet als laatste geldt de aantrekkelijke loopafstand tot Eindhoven Centraal waar alle andere vormen van (deel)vervoer beschikbaar zijn. Ervaring leert (o.a. op basis van de ontwikkeling in andere grote steden in Nederland) dat stedelijke verdichting en hoogstedelijke ontwikkeling, in combinatie met goede alternatieven, leidt tot een ander mobiliteitsgedrag. Ook op andere stationslocaties in Nederland wordt uitgegaan van een lage tot soms zeer lage parkeernormering. Als laatste, maar zeker ook relevant te vermelden, is dat nieuwe bewoners een bewuste keuze kunnen maar ook zullen maken bij verhuizing naar dit gebied. Waarbij de mobiliteitsmogelijkheden een relevant aspect zullen zijn.
We staan aan het startpunt van een langjarige ontwikkeling, die zal worden gemonitord, ook op het mobiliteitsgebruik. •
In te gaan op de vraag of het gebruik van omliggende gebieden voor deelmobiliteit, of dat realistisch is.
o
•
De basisvoorzieningen voor deelmobiliteit zullen worden gehuisvest in een hub binnen elk bouwcluster. De daar aan te bieden deelvervoersmiddelen sluiten aan op de stadsbrede aanpak die voor deelmobiliteit is voorzien. Zodat dit zoveel mogelijk bijdraagt aan een efficiënte situatie voor commerciële aanbieders. Voor eventuele aanvulling op dit basisaanbod kan gebruik worden gemaakt van aanbod dat beschikbaar is en komt bij Eindhoven Centraal. Het centraal station met al zijn vervoersvoorzieningen ligt immers centraal in het ontwikkelgebied op aantrekkelijke loopafstand.
Het begrip leefbaarheid aan te scherpen: o Leefbaarheid is een breed begrip wat slaat op veel aspecten van de maatschappij de gebiedsontwikkeling Fellenoord. Fellenoord is vandaag met name een transit-gebied – er woont vrijwel niemand, zij die er werken parkeren de auto onder het gebouw. Fellenoord moet in de toekomst een stadswijk zijn waar verblijven centraal staat en moet een direct rol spelen in de levens van mensen in Woensel Zuid en andere aanpalende wijken en buurten. Fellenoord wordt een drukke stadswijk waar hectiek, stedelijk leven met dito stedelijke problemen een rol zullen gaan spelen. We gaan op zoek naar hoe we met toekomstige bewoners en ondernemers de identiteit van dit deel van Eindhoven vorm en betekenis kunnen geven. En daarnaast verkennen we hoe Pact Woensel Zuid verbonden kan worden aan de
Pagina 12 van 17
gebiedsontwikkeling Fellenoord. We gaan in gesprek met de Stadsgazant(en) om dit begrip verder te operationaliseren. •
In te gaan op een vergezicht voor Fellenoord i.r.t. omliggende gebieden.
o
Wij zien Fellenoord als de verbindende schakel tussen binnenstad en Woensel (Zuid) door zo veel mogelijk fysieke barrières tussen deze buurten te beslechten (versmalling Fellenoord, voetgangersbrug over het spoor). Daarnaast krijgt Fellenoord een gevarieerd woon-, werken voorzieningenprogramma aansluitend op de behoefte van omliggende buurten en stad. Het voorzieningenniveau in Fellenoord bedient de bewoners in de buurt, omliggende buurten en de stad bedienen. En er ontstaat extra draagvlak voor voorzieningen in omliggende wijken door de komst van extra (nieuwe) bewoners in Fellenoord. Deze opgave is vertaald in de door u vastgestelde KPI’s. Wij hebben daarbij bijzondere aandacht voor de opgave in Woensel Zuid en zetten ons er voor in om Woensel Zuid te laten profiteren van de investeringen in Fellenoord. Het lange termijn perspectief is gericht op een verbetering van het leefklimaat in Woensel Zuid. Hiervoor leggen wij actief de verbinding met de ontwikkelingen die gaande zijn in het kader van de uitwerking van het programma Woensel Zuid in het kader van het Volkshuisvestingsfonds en Pact Woensel Zuid
•
Uw Raad wordt niet alleen geïnformeerd en betrokken, maar zal bovenal ook ‘aan zet’ blijven in de verdere ontwikkeling. Ook dit wordt verder geëxpliciteerd bij de uitwerking van het ‘hoe’ o De betrokkenheid en sturing van de Raad is een belangrijk aspect in de uitwerking van het business plan. De verschillende rollen die partijen aannemen in deze ontwikkeling, de onderlinge relaties en de positie van de Raad zijn uitgewerkt in de leidraad (met name vanaf p. 35) en in het business plan (o.a. hst 2, 3, 10).
•
Toezegging dat Raad inzicht krijgt in de risicoanalyse en herijkte business case. o Hieraan wordt invulling gegeven in de besloten Raadsbijeenkomst van 6 december.
•
Toezegging dat in “hoe” dossier in zal worden gegaan op de risicoanalyse en hoe de risicobeheersing is ingericht. o Bij het opstellen van de business case is door ons – samen met de Provincie – een risicoanalyse gemaakt. Deze geeft een bandbreedte aan van mogelijk optredende risico’s. Dat is een optelsom van mogelijk optredende gebeurtenissen, waarbij per gebeurtenis is gekeken naar de kans van optreden en de impact. Deze risicoanalyse is opgenomen in het geheimhoudingsdossier wat onderdeel uitmaakt van de dossiervorming en is eveneens onderdeel van de besloten Raadsbijeenkomst van 6 december.
•
In te gaan op de wijze waarop participatie in de ontwikkeling Fellenoord is ingericht:
Pagina 13 van 17
o Door uw Raad is in september 2021 de Nota Inwoners- en Overheidsparticipatie vastgesteld. Deze is uiteraard ook van toepassing op de ontwikkeling Eindhoven Internationale Knoop XL en de gebiedsontwikkeling Fellenoord en is door ons vertaald in de opdracht aan de entiteit waarin omgevingsmanagement, participatie en placemaking vorm krijgt. •
In te gaan op hoe de Raad ook informeel meegenomen wordt in de ontwikkeling Fellenoord: o Naast dat we vanzelfsprekend altijd bereid zijn tot een extra toelichting, biedt de ingerichte Raadscommissie KnoopXL een platform om uw Raad goed mee te nemen in deze opgave. Wij bieden u aan om de informatievoorziening in het vervolgtraject tevens te versterken en te structureren met bijvoorbeeld informatie- en rondetafelgesprekken en halfjaarlijkse werkbezoeken aan het gebied. Hierover blijven we graag met u in gesprek. Dat is zo ook (o.a.) opgenomen in het tweede deel van de leidraad (9.5).
•
In te gaan op participatie als middel om maatschappelijke doelen te behalen: o Bij het opstellen van de ontwikkelvisie zijn belanghebbenden betrokken door middel van onder andere gebiedsateliers. Het Trefpunt Groen Eindhoven is één van deze partijen. Bij de verdere uitwerking zullen deze stakeholders ook op een structurele manier betrokken blijven bij de ontwikkeling. Daarnaast zijn de ontwikkelende partijen een belangrijke stakeholder voor het realiseren van de groene doelen. Rond thema’s als programma, klimaat, en mobiliteit worden gesprekken gevoerd met partners in de stad, maar ook in het gebied (zoals de Green Business Club spoorzone). Verder zijn en worden er gebiedsateliers georganiseerd met stakeholders. Er wordt toegewerkt naar een gebiedscoalitie en er wordt draagvlak voor een gebiedsconvenant gepeild. Dit is zo ook opgenomen in de opdracht aan de entiteit en als zodanig benoemd in het business plan.
•
In te gaan op een KPI voor biodiversiteit: o Wij hebben geadviseerd om geen aanvullende KPI over biodiversiteit toe te voegen. Dit aspect is wel onderdeel van de uitwerking van het raamwerk openbare ruimte en de EVZ Dommeldal, aansluitend bij lokaal en provinciaal (natuur) beleid.
4.
Openstaande technische vragen behorende bij het Raadsvoorstel van 21 juli jl., waarbij in de beantwoording is verwezen naar het nu voorliggende dossier.
•
Hoe kan een onafhankelijke en onpartijdige toetsing door de provincie worden gewaarborgd, aangezien de gemeente ook een samenwerking met de provincie wil aangaan in deze gebiedsontwikkeling? Hoe wordt voorkomen dat er bij de toetsing (de schijn der) belangenverstrengeling plaats zou kunnen vinden bij de
Pagina 14 van 17
provincie? Zou de toetsing tot oprichting van een privaatrechtelijke rechtspersoon door een andere provincie kunnen plaatsvinden om zo de onafhankelijkheid te borgen o Zowel de gemeente als de provincie hebben een publiek belang vastgesteld wat de basis is voor de samenwerking in deze gebiedsontwikkeling en waarbij beiden via de uitgewerkte governance structuur sturingsmechanismes hebben. De onafhankelijke toets zit hem in de zorgvuldige voorbereiding waarbij naast interne specialisten ook onafhankelijke specialisten (Deloitte, advocaat, notaris) betrokken zijn. Zelfs in de vorm van second opinion. Toetsing door een andere provincie op het punt van publiek belang/natuurlijke samenwerkingspartner/ wijze van organisatie en rechtsvorm levert in die zin geen toegevoegde waarde aangezien ook daarin een team van specialisten betrokken zal worden. •
Op welke manier zijn de besluiten en activiteiten binnen de op te richten entiteit voor de gebiedsontwikkeling Fellenoord, democratisch controleerbaar én (bij)stuurbaar voor de raad? o De opzet van de beoogde gebiedsentiteit Fellenoord volgt de door uw Raad vastgelegde werkwijze in de nota verbonden partijen, waarin u heeft aangegeven op welke wijze u met verbonden partijen om wilt gaan, waarbij college stuurt en raad daarop kaders stelt en controleert. In de bijgevoegde leidraad is dit nader uiteengezet, evenals in het bijgevoegde business plan. Uiteindelijk blijft de Raad altijd aan zet al is het maar vanwege haar publiekrechtelijke rol (Plan MER, omgevingsplannen etc.).
•
Hoe worden publiekrechtelijke waarborgen toegepast, zoals het klachtrecht bijvoorbeeld, bij een privaatrechtelijke organisatie? Bij wie kunnen inwoners dan terecht? o De entiteit kwalificeert niet als zodanig als b-orgaan (neemt geen publiekrechtelijke besluiten) en staat op zichzelf. De besluiten worden genomen via de AV (waarin gemeente en provincie zijn vertegenwoordigd) maar betreft geen gedragingen van het college die college aan te rekenen valt. In die zin is deze entiteit van een andere orde dan bijvoorbeeld WIJEindhoven waarbij de generalisten rechtstreeks onder verantwoordelijkheid van het college vallen (voorbereidende handelingen in het kader van publiekrechtelijke taken) en is in het geval van WIJeindhoven wel klachtrecht van toepassing.
•
Hoe kan geborgd worden dat door de op te richten entiteit voor de gebiedsontwikkeling Fellenoord de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur worden gevolgd als die entiteit daar niet direct onder valt? o De entiteit geldt wel als een aanbestedende dienst in het kader van de Aanbestedingswet. Ook werken de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door via de koppelbepaling artikel 3:14 BW
Pagina 15 van 17
•
Hoe kan geborgd worden dat de op te richten entiteit: a. het publieke belang behartigt met publiekrechtelijke instrumenten; b. het bestuursorgaan invloed heeft over de manier waarop de financiële middelen, afkomstig van dat bestuursorgaan, worden ingezet o T.a.v. a.: in het voorstel van het College wordt voorgesorteerd op een entiteit naast de gemeentelijke organisatie die privaatrechtelijk is gestructureerd in de vorm van een BV. Hieruit volgt automatisch dat de entiteit geen rol heeft in de inzet van publiekrechtelijk instrumentarium. Die rol blijft voorbehouden aan publieke organen, de gemeenteraad, die dit instrumentarium in mogen zetten om het publieke belang te sturen. o T.a.v. b.; wij interpreteren ‘bestuursorgaan’ hier als College en Raad. De wijze waarop de samenwerking tussen entiteit en bestuursorgaan is uitgewerkt is uitvoerig beschreven in Businessplan en bijlagen financieel kader en staat bevoegdheden/ Daarbij opgemerkt dat b Besluitvorming in de AVA tav financiële middelen wordt altijd voorafgegaan door besluitvorming in het college hieromtrent. Dit is ingegeven door wet en regelgeving alsmede de gekozen governance structuur.
Pagina 16 van 17
Appendix 1: KPI overzicht
Pagina 17 van 17