CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

22bst01343 Raadsvoorstel Tiende wijziging APV Eindhoven

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Tiende wijziging APV Eindhoven2.660 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

gemeente Eindhoven Inboeknummer 22bst01343 Dossiernummer 22.44.151 B&W beslisdatum 01 november 2022

Raadsvoorstel Tiende wijziging APV Eindhoven

Inleiding De APV Eindhoven wordt jaarlijks geactualiseerd. Incidentele wijzigingen die niet kunnen wachten op de jaarlijkse aanpassing kunnen incidenteel worden voorgelegd. Deze actualisering betreft met name technische wijzigingen en tekstuele aanpassingen op verzoek van de gemeentelijke sectoren, met name van de afdeling Handhaving. Er zijn ook enkele wijzigingen van belang en noodzakelijk voor een goed functioneren van de APV-praktijk. Daar waar mogelijk worden ten behoeve van de uniformiteit de artikelen gehanteerd uit de model APV van de Vereniging voor Nederlandse gemeenten (VNG).

 Wettelijke taak X

Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college

 Onvermijdelijk

Doelstelling Het actueel houden van de APV Eindhoven Voorstel Instemmen met de tiende wijziging van de APV Eindhoven conform het ontwerpraadsvoorstel. Argumenten 1.1 Achtergrond proces van wijziging APV Eindhoven Op 21 juni 2016 heeft uw raad een integraal herziene en dus nieuwe APV voor Eindhoven vastgesteld. Daarna heeft uw raad een aantal malen besloten tot wijziging van de APV Eindhoven, de laatste keer was dit in november 2022. In onderhavige tiende wijziging van de APV Eindhoven wordt op verzoek van gemeentelijke sectoren een aantal bepalingen aangepast en worden wijzigingen doorgevoerd om de APV Eindhoven actueel te houden. Daarnaast wordt vanuit de VNG de jaarlijkse zomeraanpassing van de Model-APV meegenomen. De belangrijkste aanpassingen worden hieronder toegelicht. Het betreft de volgende bepalingen:

Inboeknummer

22bst01343

1.2 Rookverbod in bossen en natuurterreinen (Artikel 2:18 lid 1, onder a) Vanuit de afdeling Handhaving komt het verzoek om het rookverbod het hele jaar door toe te passen en niet alleen van maart t/m oktober. De argumentatie hiervoor is dat het veranderende klimaat gedurende de laatste jaren er voor zorgt dat het vaker in de bossen en natuurterreinen gedurende het gehele jaar droog is waardoor het risico op branden toeneemt. Voorgesteld wordt om het rookverbod in bossen en natuurterreinen gedurende het gehele jaar van toepassing te doen zijn. 1.3 Begripsbepalingen (artikel 2:27) In artikel 2:27 is als definitie van terras ogenomen: “een buiten de besloten ruimte van een openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt’’. Op verzoek van de afdelingen Vergunningen, Handhaving en Juridische Zaken wordt voorgesteld de definitie aan te passen omdat het bereiden van spijzen op een terras voor directe consumptie in strijd is met de door het college van burgemeester en wethouders vastgestelde nadere terrasregels. Hiermee komt het bereiden van spijzen voor directe consumptie op een terras te vervallen.

1.4 Betreden van plantsoenen en dergelijke (artikel 2:45) Betreffend artikel is destijds (2009) uit de APV gehaald omdat er weinig op gehandhaafd werd. In de model verordening van de VNG is de bepaling echter altijd blijven staan. Vanuit de afdeling Stadsbeheer/Ruimtelijke Ordening waaronder de beheerder natuurlijke gebieden komt het dringende verzoek om betreffende bepaling wederom in de APV op te nemen. Het gaat hier om een ontheffing voor personen die om wat voor reden dan ook noodzakelijkerwijs in bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken of buiten de daarin gelegen wegen of paden moeten zijn en voor wie dat normaliter verboden is. Voor het in opdracht van de overheid verrichten van werkzaamheden in plantsoenen geldt het verbod niet (tweede lid). Door opname van dit artikel wordt enerzijds tegemoet gekomen aan de problemen die er de laatste jaren ontstaan in natuurlijke gebieden, waaronder parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken of buiten de daarin gelegen wegen of paden. Anderzijds wordt hiermee de APV Eindhoven weer in lijn gebracht met de model verordening van de VNG. Door “vrije” toegang in veel natuurgebieden (waaronder parken et cetera) ontstaan steeds meer ‘olifantenpaadjes’ , omdat iedereen een eigen voorkeur heeft voor waar men het liefste wandelt.

Hiermee worden natuurwaarden in deze gebieden steeds verder aangetast vanwege vertrapping en verstoring van deze gebieden. Veel dieren leren snel waar wandelaars komen en verdwijnen uit steeds meer gebieden door toename van het aantal paden. Tegen deze verstoring van dieren kan door de gemeente nu nauwelijks worden opgetreden, omdat de APV een artikel 2:45 mist, terwijl de VNG deze bepaling adviseert. Tenslotte geeft voormelde afdeling aan dat er ook een toenemend probleem ontstaat met de gemeentelijke zorgplicht. Immers, daar waar mensen lopen in natuurgebieden (waar dit bekend is/gedoogd wordt) dient de gemeente de veiligheid van deze wandelaars te beschermen. Hiervoor dienen dan maatregelen te worden genomen zoals

2

Inboeknummer

22bst01343

het snoeien van dood hout en of rooien van mogelijk gevaarlijke bomen. Dit brengt hoge kosten met zich mee vanwege de vaak moeilijk bereikbare locaties en zorgt voor verdere aantasting van natuurwaarden. (die juist zeer gebaat zijn bij dood hout/dode bomen in het bos/natuurterrein). Dit leidt tot hoge kosten. Beter is het om deze paden af te sluiten door ze te blokkeren met stammen en of takken. Dat levert echter discussie op als niet duidelijk is of men hier nu wel of niet mag lopen. De afdelingen Handhaving en Juridische Zaken staan achter het voorstel om de bepaling wederom in de APV Eindhoven op te nemen. 1.5 Loslopende honden (Artikel 2:57) Aan dit artikel ligt in zijn algemeenheid het motief van de voorkoming en bestrijding van overlast ten grondslag. In het bijzonder heeft dit artikel de volgende bedoelingen: - de bescherming van de verkeersveiligheid, die door loslopende honden in gevaar kan worden gebracht; - het voorkomen van beschadiging aan eigendommen van derden; - het voorkomen van hinder voor voetgangers; - het bestrijden van verontreiniging (bijvoorbeeld van speelweiden, zandbakken, e.d.); - het voorkomen van schade en dierenleed, die worden veroorzaakt doordat loslopende honden andere dieren en wel met name schapen en kippen naar het leven staan.

Op grond van artikel 2:57, eerste lid, onder b, is het de eigenaar of houder van een hond of degene aan wie de zorg een hond kennelijk is toevertrouwd, verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: “b binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet fysiek is aangelijnd.” Op verzoek van de afdelingen Stadsbeheer/Ruimtelijke Ordening, Handhaving en Juridische zaken is voorgesteld om dit aan te passen aan de model verordening van de VNG, en wel als volgt: “b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;. “ De motivering hiervoor is gelegen in het feit dat “openbare plaats” ruimer is dan “weg”. Onder “openbare plaats” wordt begrepen: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties (hierna: Wom) daaronder wordt verstaan; (1 APV EHV plus model verordening VNG). Hiervoor is aangehaakt bij de Wom. Artikel 1, eerste lid, van de Wom bepaalt wat een openbare plaats is, namelijk een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik open staat voor het publiek. Deze definitie kent dus twee criteria. Ten eerste moet de plaats open staan voor het publiek. Dat wil volgens de Memorie van Toelichting (MvT) zeggen “dat in beginsel eenieder vrij is om er te komen, te vertoeven en te gaan; dit houdt in dat het verblijf op die plaats niet door de gerechtigde aan een bepaald doel gebonden mag zijn (...).

Dat de plaats "open staat" betekent verder dat geen sprake is van een meldingsplicht, de eis van voorafgaand verlof, of de heffing van een toegangsprijs voor het betreden van de plaats”. Op grond hiervan zijn bijvoorbeeld stadions, postkantoren, warenhuizen, restaurants, musea, ziekenhuizen en kerken geen ‘openbare plaatsen’. Ook de hal van het gemeentehuis valt buiten het begrip ‘openbare plaats’. Het tweede criterium is dat het open staan van de plaats moet zijn gebaseerd op bestemming of vast gebruik. “De bestemming ziet op het karakter dat door de gerechtigde aan de plaats is gegeven blijkens een besluit of blijkens de uit de inrichting van de plaats sprekende bedoeling. Een openbare plaats krachtens vast gebruik

3

Inboeknummer

22bst01343

ontstaat wanneer de plaats gedurende zekere tijd wordt gebruikt als had deze die bestemming, en de rechthebbende deze feitelijke toestand gedoogt”, aldus de MvT (Kamerstukken II 1985/86, 19 427, nr. 3, p. 16). Voorbeelden van openbare plaatsen in de zin van artikel 1, eerste lid, van de Wom zijn: openbare wegen, plantsoenen, speelweiden en parken en vrij toegankelijke gedeelten van overdekte passages, van winkelgalerijen, van stationshallen en van vliegvelden, openbare waterwegen en recreatieplassen . 1.6 Bijzondere intrekkingsgrond (artikel 3.5.1) Er bestaat de behoefte bij de afdeling Handhaving om de APV zo te wijzigen dat sekswerkers de minimale leeftijd van 21 jaar moeten hebben als zij werken in een gelegenheid die daartoe een vergunning heeft. Nu staat deze leeftijdseis ‘slechts’ in de APV als weigeringsgrond voor de vergunning (art. 3.3.2 aanhef en onder e). Er is echter ook behoefte om ná vergunningverlening in te kunnen grijpen. De gemeente Amsterdam heeft in haar APV deze bijzondere intrekkingsgrond eveneens opgenomen. Landelijk wordt er gewerkt aan nieuwe wetgeving voor sekswerkers, de ‘Wet regulering sekswerk’. Dit proces loopt intussen al geruime tijd. Het wetsvoorstel bevindt zich nu in de ‘voorbereidingsfase’ voor behandeling in de Tweede Kamer. In het wetsvoorstel wordt een landelijk uniforme vergunningsplicht voor prostituees geïntroduceerd.

De minimumleeftijd voor een vergunning is daarin 21 jaar. Met een aanpassing van de APV lopen we hier -net als de gemeente Amsterdam- alvast op vooruit. 1.7 Fiets en bromfietswrakken (artikel 5:12a) Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rij-technisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan. Op verzoek van de afdeling Handhaving dient ‘’en’’ te worden vervangen door ‘’of’’, en wel als volgt: en wel als volgt: ‘’(…)die rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan’’. Dit sluit beter aan bij artikel 5:5 van de APV. Ingevolge artikel 5:5 lid 1 van de APV is het namelijk verboden een voertuig dat rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. De afdelingen Handhaving, Juridische Zaken en Veiligheid adviseren om de bepaling overeenkomstig artikel 5:5 van de APV aan te passen. 1.8 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurswerving (artikel 5:13) Op verzoek van de afdeling Handhaving dient dit artikel uitgebreid te worden met een nieuw lid 3 waarin wordt aangegeven dat de vergunninghouder tijdens het collecteren/werven op verzoek van een toezichthouder een afschrift van de vergunning dient te kunnen tonen.

Een zogenaamde toonplicht komt de handhaafbaarheid ten goede. De bestaande leden 3 en 4 van artikel 5:13 worden hierdoor vernummerd tot respectievelijk 4 en 5. 1.9 loketverkoop (artikel 5:21a) Ingevolge artikel 5:21a van de APV is het verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een afleverings-loket of andere dergelijke verstrekkingsmogelijkheid voor eet- en drinkwaren te hebben, als deze vanaf de weg

4

Inboeknummer

22bst01343

voor het publiek onmiddellijk bereikbaar is. Tot op heden was niet duidelijk of ‘aan de deur verkoop’ onder een andere dergelijke verstrekkingsmogelijkheid was begrepen. Door dit nu op te nemen als andere verstrekkingsmogelijkheid wordt de onduidelijkheid die bestond op dit punt weggenomen. 1.10 Verboden plaatsen (artikel 5:36 lid 1) In het eerste lid van dit artikel staat dat incidentele verstrooiing verboden is op verharde delen van de weg. Daar het hier asverstrooiing betreft wordt het woord ‘’verstrooiing’’ gewijzigd in ‘’asverstrooiing’’, zodat een en ander in lijn is met het 2e lid van dit artikel dat bepaalt dat Burgemeester en wethouders voor een bepaalde termijn kunnen verbieden dat ook op andere plaatsen incidenteel asverstrooiing plaatsvindt. Kanttekeningen nvt Kosten In beginsel zijn er geen extra kosten gemoeid met betreffende APV wijziging. Communicatie Bekendmaking van de wijziging van de APV Eindhoven vindt plaats middels publicatie in het Gemeenteblad. De geconsolideerde versie van de APV Eindhoven zal worden gepubliceerd op www.overheid.nl. Planning en uitvoering Uitvoering vindt direct na inwerkingtreding van de wijziging van de APV Eindhoven plaats. Evaluatie De APV Eindhoven wordt jaarlijks geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd.

Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Was-wordt-tabel wijziging APV Eindhoven • Toelichting APV Eindhoven  

De bijlagen worden meegestuurd De bijlagen liggen ter inzage in de leeskamer

Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,

5

Inboeknummer

, secretaris.

6

22bst01343

Inboeknummer

22bst01343

Ontwerp Raadsbesluit

Besluit van de raad van de gemeente Eindhoven tot tiende wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Eindhoven (APV Eindhoven) De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ; gelet op de artikelen 149 en 151d van de Gemeentewet, en artikel 25 e van de Alcoholwet; besluit: Artikel I De APV Eindhoven wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 2:15 lid 2 wordt het woord ‘en’ vervangen door ‘of’; B Artikel 2:18 lid 1 onder a, komt te luiden: ‘1. Het is verboden in bossen, op heide- of veengronden of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a.

te roken gedurende de periode 1 januari tot en met 31 december’.

C In artikel 2:27 wordt de definitie van terras aangepast, en wel als volgt: •

‘terras: een buiten de besloten ruimte van een openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken en spijzen voor directe consumptie kunnen worden verstrekt.’

D In de artikelen 2:34a en 2:48a wordt ‘Drank- en Horecawet’ vervangen door ‘Alcoholwet’. E

7

Inboeknummer

22bst01343

In artikel 2:40a, eerste lid, onder d, wordt ‘3.3.1’ vervangen door ‘3.1.1’. F In artikel 2:42 vervalt het woord “krijt”. G Na artikel 2:44 wordt een daarvoor gereserveerd artikel 2:45 opgenomen, luidende: ‘Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen en dergelijke 1. Het is verboden zonder ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen, plantsoenen, groenstroken, grasperken of buiten de daarin gelegen wegen of paden. 2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.’ H In artikel 2:52 vervalt het woord ‘zijn’. I Artikel 2:57 lid 1 onder b wordt gewijzigd, en komt te luiden: ‘Artikel 2:57 Loslopende honden 1. Het is de eigenaar of houder van een hond of degene aan wie de zorg een hond kennelijk is toevertrouwd, verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: b. binnen de bebouwde kom op een openbare plaats indien de hond fysiek niet is aangelijnd’;. J In de artikelen 2:60 en 5:12 wordt “opheffing” vervangen door “beëindiging”. K In artikel 2:69a wordt in het tweede lid het woord “tweede” in plaats van “eerste”.

L Er wordt een nieuw artikel 3.5.1 toegevoegd dat als volgt komt te luiden: “De burgemeester kan een vergunning voor een prostitutiebedrijf intrekken als in het bedrijf prostituees werkzaam zijn die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt.” M

8

Inboeknummer

22bst01343

In artikel 4:2 lid 1 wordt “2:19” vervangen door “2:19a”. N In artikel 5.12 wordt ‘opheffing’ vervangen door ‘beëindiging’. O In artikel 5.12a dient ‘’en’’ te worden vervangen door ‘’of’’, en wel als volgt: ‘’(…)die rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud of in een verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan’’. P Aan artikel 5:13 wordt een nieuw derde lid toegevoegd dat komt te luiden: “3. De vergunninghouder dient op eerste vordering van een toezichthouder een afschrift van de vergunning te tonen.” Hierdoor worden de bestaande leden 3 en 4 te worden vernummerd tot respectievelijk 4 en 5. Q In artikel 5:21a wordt achter ‘of andere verstrekkingsmogelijkheid’ ingevoegd ‘(inclusief aan de deurverkoop)’’. R In artikel 5:36 lid 1, wordt ‘verstrooiing’ vervangen door ‘asverstrooiing’.

Artikel II Deze verordening treedt in werking met ingang van de 8e dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin het wordt geplaatst.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 december 2022.

, griffier.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12004068/1