22bst01150 Raadsvoorstel Tot het vaststellen van de Verordeningen gemeentelijke belastingen heffingen en rechten 2023
Tekst van het document
2.5.3
Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of aanlegactiviteiten, een monument, uitweg of kappen
2.5.3.1
Indien de gemeente een omgevingsvergunning voor een project met bouwkosten van meer dan €50.000,- dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw- of aanlegactiviteiten, een monument, uitweg of kappen als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6, 2.3.7 en 2.3.8
70
15%
Inboeknummer
22bst01150
weigert, bestaat tot uiterlijk één jaar na dagtekening van het besluit aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges bedraagt: 2.5.3.2
15%
Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging bij rechterlijke uitspraak van de bij beschikking verleende vergunning. Vermindering als gevolg van welstandsvrije gebieden bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten
2.5.4
Voor een aanvraag om omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen in een welstandsvrij gebied wordt het tarief van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges verminderd met
5%
Vermindering als gevolg van gecertificeerde bouwbesluitgegevens, voor zover deze door wet- en regelgeving is aangewezen, bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten 2.5.5
Wanneer een aanvraag om omgevingsvergunning in behandeling wordt genomen en deze is voorzien van een juiste, volgens een toepasbare landelijke erkenningsregeling, gecertificeerde bouwbesluittoets, wordt het tarief voor de activiteit bouwen verminderd,
2.5.5.1
indien de bouwkosten €50.000,- tot €100.000,- bedragen, met:
€ 1.701,-
2.5.5.2
indien de bouwkosten €100.000,- tot €200.000,- bedragen, met:
€ 2.011,-
2.5.5.3
indien de bouwkosten €200.000,- tot €300.000,- bedragen, met:
€ 4.814,-
2.5.5.4
indien de bouwkosten €300.000,- tot €400.000,- bedragen, met:
€ 6.312,-
2.5.5.5
indien de bouwkosten €400.000,- tot €1.000.000,bedragen, met:
€ 8.254,-
2.5.5.6
indien de bouwkosten €1.000.000,- tot €2.000.000,bedragen, met:
€ 13.874,-
2.5.5.7
indien de bouwkosten €2.000.000,- of meer bedragen, met:
€ 15.193,-
71
Inboeknummer
22bst01150
Minimumbedrag voor teruggaaf 2.5.6
Een bedrag van minder dan €100,- komt niet in aanmerking voor teruggaaf. Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen
2.5.7
Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.15 en 2.3.16 wordt geen teruggaaf verleend.
Hoofdstuk 6
Bestemmingswijzigingen/herzieningen
2.6.1
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om omgevingsvergunning wordt verhoogd, indien hiervoor een herziening van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening, noodzakelijk is,
2.6.1.1
bij gemeentelijk opstellen van het bestemmingsplan exclusief benodigde onderzoeken, met
€ 10.231,-
2.6.1.2
bij indiening herziening bestemmingsplan conform ‘Handboek Bestemmingsplannen’ exclusief benodigde onderzoeken, met
€ 4.390,-
2.6.2
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag om omgevingsvergunning wordt verhoogd indien hiervoor een uitwerkingsplan dan wel wijzigingsplan, als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, noodzakelijk is,
2.6.2.1
bij gemeentelijk opstellen van het uitwerkingsplan, dan wel wijzigingsplan, exclusief benodigde onderzoeken, met
€ 4.450,-
2.6.2.2
bij indienen uitwerkingsplan, dan wel wijzigingsplan, conform ‘Handboek Bestemmingsplannen’ exclusief benodigde onderzoeken, met
€ 3.370,-
2.6.3
Indien een herziening van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening noodzakelijk is voor een ontwikkeling en er geen aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, bedraagt het tarief,
2.6.3.1
bij gemeentelijk opstellen van het bestemmingsplan exclusief benodigde onderzoeken
€ 10.231,-
2.6.3.2
bij indiening herziening bestemmingsplan conform
€ 4.390,-
72
Inboeknummer
22bst01150
‘Handboek Bestemmingsplannen’ exclusief benodigde onderzoeken 2.6.4
Indien een uitwerkingsplan, dan wel wijzigingsplan, als bedoeld in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening noodzakelijk is voor een ontwikkeling en er geen aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, bedraagt het tarief,
2.6.4.1
bij gemeentelijk opstellen van het uitwerkingsplan, dan wel wijzigingsplan, exclusief benodigde onderzoeken
€ 4.450,-
2.6.4.2
bij indienen uitwerkingsplan, dan wel wijzigingsplan, conform ‘Handboek Bestemmingsplannen’ exclusief benodigde onderzoeken
€ 3.370,-
Hoofdstuk 7 2.7.1 Slopen planologisch of monument
Sloopvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning indien de aanvraag betrekking heeft op de activiteit slopen als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2 van de Wabo waarbij een hoeveelheid sloopafval vrijkomt van: a. 10 m3 tot en met 20 m3:
€ 86,€ 257,-
3
3
b. meer dan 20 m tot en met 50 m :
€ 770,-
c. meer dan 50 m3 tot en met 100 m3: 3
€ 1.544,3
d. meer dan 100 m tot en met 500 m :
€ 3.069,-
e. meer dan 500 m3: 2.7.2
Hoofdstuk 8 diensten
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning indien en voor zover de aanvraag betrekking heeft op de activiteit slopen anders dan bij monumenten dan wel in beschermd stads- of dorpsgezicht
€ 1.479,-
In deze titel niet benoemde beschikking en overige
2.8
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een
2.8.1
aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde beschikking
€ 317,-
2.8.2.1
verzoek om het ter inzage verstrekken van een
€ 30,-
73
Inboeknummer
22bst01150
bouwplandossier van een voltooid bouwwerk uit het bouwplannenarchief en/of microfiches en of ongeacht het resultaat, per verzoek 2.8.2.2
verzoek om een kopie van een besluit en/of (bodem) rapport, per verstrekt besluit of rapport
€ 5,-
2.8.2.3
een verzoek om een kopie van een tekening en/of kaart, per verstrekte tekening of kaart
€ 15,-
2.8.2.4
Het in onderdeel 2.8.2.1 genoemde tarief wordt verhoogd, indien bij het raadplegen van een bouwplandossier op verzoek informatie wordt verstrekt door een technisch ambtenaar, per kwartier of gedeelte daarvan, met
€ 36,-
Titel 3 Dienstverlening vallend onder de Europese Diensten- of Machtigingsrichtlijn
Hoofdstuk 1
Horeca
74
Inboeknummer
Exploitatievergunning
Ontheffing sluitingsuur
22bst01150
3.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om
3.1.1
een vergunning ingevolge artikel 3, eerste lid van de Alcoholwet
€ 1.187,-
3.1.2.1
een wijziging van een vergunning als bedoeld in onderdeel 3.1.1, niet zijnde een wijziging als bedoeld in de onderdelen 3.1.2.2, 3.1.2.3 of 3.1.2.4
€ 791,-
3.1.2.2
een wijziging van één of twee leidinggevenden in een vergunning als bedoeld in onderdeel 3.1.1
€ 348,-
3.1.2.3
een wijziging van drie of meer leidinggevenden in een vergunning als bedoeld in onderdeel 3.1.1
€ 500,-
3.1.2.4
een wijziging van de inrichtingseisen in een vergunning als bedoeld in onderdeel 3.1.1
€ 638,-
3.1.3
een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet
€ 139,-
3.1.4.1
een vergunning ingevolge artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven
€ 973,-
3.1.4.2
een wijziging van een vergunning als bedoeld in onderdeel 3.1.4.1, niet zijnde een wijziging als bedoeld in de onderdelen 3.1.4.3 en 3.1.4.4
€ 791,-
3.1.4.3
een wijziging van één of twee leidinggevenden in een vergunning als bedoeld in onderdeel 3.1.4.1
€ 348,-
3.1.4.4
een wijziging van drie of meer leidinggevenden in een vergunning als bedoeld in onderdeel 3.1.4.1
€ 500,-
3.1.5
een terrasvergunning, ingevolge artikel 2:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven, indien en voor zover de tarieven in de onderdelen 3.1.1 en 3.1.4.1 niet van toepassing zijn
€ 791,-
3.1.6
het inmeten van een terras en/of inrichtingseisen ten behoeve van een aanvraag als bedoeld in de onderdelen 3.1.1, 3.1.4.1 en/of 3.1.5
€ 333,-
3.1.7.1
een ontheffing van het tijdstip van sluiting van een voor het publiek toegankelijke inrichting als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven
€ 670,-
3.1.7.2
een ontheffing van het tijdstip van sluiting van een
€ 173,-
75
Inboeknummer
22bst01150
voor het publiek toegankelijke inrichting, vanwege het 12,5- of 25-jarig jubileum van de horecaondernemer en zijn zaak, als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven
Loketverkoop
Speelgelegenheden
3.1.7.3
een ontheffing van het tijdstip van sluiting van een voor het publiek toegankelijke inrichting, zijnde een incidentele ontheffing discotheek, als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven
€ 269,-
3.1.7.4
een ontheffing van het tijdstip van sluiting van een voor het publiek toegankelijke inrichting, zijnde een incidentele ontheffing (verlaatje), als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven
€ 269,-
3.1.7.5
een ontheffing als bedoeld in artikel 4:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven
€ 582,-
3.1.8
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning ingevolge artikel 5:21a van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven
€ 153,-
3.1.9
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in dit hoofdstuk wordt verhoogd, ingeval van een beoordeling van aanvullende gegevens wegens indiening van een niet complete aanvraag, met
€ 245,-
3.1.10
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning ingevolge artikel 2.39 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven
€ 973,-
Hoofdstuk 2
Organiseren evenementen 3.2.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning ingevolge artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven voor het organiseren van een a. meldingsplichtig evenement (vergunningsvrij);
€ 0,€ 500,-
b. categorie A-evenement, laag risico-evenement; c. categorie B-evenement, gemiddeld risicoevenement;
76
€ 2.500,-
Inboeknummer
22bst01150
d. categorie C-evenement, hoog risico-evenement;
€ 25.000,-
conform de categorieën zoals nader gedefinieerd in het bij deze Tarieventabel behorende “Overzicht criteria voor risicoanalyse evenementen”. 3.2.2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
In afwijking van onderdeel 3.2.1 is voor een categorie C-evenement, hoog risico-evenement, indien voor hetzelfde evenement een vergunning wordt aangevraagd als in elk van de twee voorgaande kalenderjaren en waarvoor beide jaren een vergunning is verleend, 60% van het in onderdeel 3.2.1 genoemde tarief verschuldigd.
Prostitutiebedrijven 3.3
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om
3.3.1
een vergunning ingevolge artikel 3.2.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven aangaande de exploitatie van een seksinrichting of escortbedrijf
€ 2.853,-
3.3.2
een wijziging van een vergunning als bedoeld in onderdeel 3.3.1 zonder volledige toetsing, niet zijnde een wijziging als bedoeld in de onderdelen 3.3.3 en 3.3.4
€ 1.057,-
3.3.3
een wijziging van één of twee beheerders in een vergunning als bedoeld in onderdeel 3.3.1
€ 348,-
3.3.4
een wijziging van drie of meer beheerders in een vergunning als bedoeld in onderdeel 3.3.1
€ 500,-
3.3.5
het inmeten van inrichtingseisen ten behoeve van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in onderdeel 3.3.1
€ 333,-
3.3.6
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in dit hoofdstuk wordt verhoogd, ingeval van een beoordeling van aanvullende gegevens wegens indiening van een niet complete aanvraag, met
€ 288,-
Vermindering en teruggaaf
77
Inboeknummer
3.4.1
22bst01150
Indien een aanvrager zijn aanvraag om vergunning of ontheffing als bedoeld in de onderdelen 3.1 tot en met 3.3, intrekt en nog geen adviezen zijn uitgezet en/of geen inhoudelijke beoordeling heeft plaatsgevonden terwijl de aanvraag wel ontvankelijk is, wordt 20% van het tarief van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges in rekening gebracht. Indien een aanvrager zijn aanvraag om vergunning of ontheffing als bedoeld in de onderdelen 3.1 tot en met 3.3 intrekt, terwijl reeds adviezen zijn uitgezet en/of een inhoudelijke beoordeling heeft plaats gevonden door de gemeente, wordt 85% van het tarief van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges in rekening gebracht.
3.4.2
Indien op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in onderdeel 3.2 afwijzend wordt beschikt, wordt op verzoek binnen een jaar na besluitvorming, teruggaaf van de geheven leges verleend van
3.4.3
Hoofdstuk 5
15%
Een bedrag van minder dan €100,- komt niet in aanmerking voor teruggaaf.
Huisvesting 3.5
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag
Onttrekking
3.5.1
vervallen
Samenvoeging
3.5.2
vervallen
Omzetting
3.5.3.1
om een vergunning tot omzetting van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014
€ 2.645,-
3.5.3.2
tot het beoordelen van een conceptaanvraag ten behoeve van een omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingwet 2014
€ 345,-
3.5.4
om een vergunning tot het verbouwen van een woonruimte tot twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014
€ 906,-
Woningvorming
78
Inboeknummer
Verhuurvergunn ing opkoopbescher ming
22bst01150
3.5.5
om een vergunning om een woonruimte in gebruik te geven binnen vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014
€ 250,-
3.5.6
tot het overschrijven van een verleende vergunning ingevolge de Regionale NoodHuisvestingsverordening en de Regionale Huisvestingsverordening SRE
€ 333,-
3.5.7
Teruggaaf van de ingevolge dit hoofdstuk geheven leges wordt op verzoek verleend indien: a.
op een aanvraag om vergunning afwijzend wordt beschikt; of
b.
een aanvraag om vergunning wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen; of
c.
de vergunning wordt ingetrokken, omdat daarvan geen gebruik wordt gemaakt;
en het verzoek uiterlijk één jaar na dagtekening van de afwijzing dan wel de intrekking van de aanvraag of de vergunning, is ontvangen, waarbij een teruggaaf wordt verleend van
15%
Hoofdstuk 6
Telecommunicatie, kabels en leidingen
Instemmingsbesluit Telecommunicatiewet
3.6.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding tot het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en werkwijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet en artikel 3.3 van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Eindhoven 2022
€ 449,09
3.6.2
Het tarief als bedoeld in onderdeel 3.6.1 wordt verhoogd met een basisbedrag per strekkende meter van
€ 1,83
3.6.3
Het tarief bedoeld in de onderdelen 3.6.1 en 3.6.2 wordt verminderd met 50%, indien a. een melding wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen; of b. een melding buiten behandeling wordt gesteld.
79
Inboeknummer
Vergunning kabels en leidingen
22bst01150
3.6.4
In afwijking van de onderdelen 3.6.1 en 3.6.2 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een melding tot het verkrijgen van instemming, na aanvang of gereedkomen van de aanleg, instandhouding of verwijdering van kabels, 150% van de leges, zoals deze op grond van die onderdelen geheven zouden zijn bij een vooraf ingediende melding.
3.6.5
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het aanleggen, onderhouden, verleggen of verwijderen van kabels of leidingen als bedoeld in artikel 2.3 van de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente Eindhoven 2022
€ 449,09
3.6.6
Het tarief als bedoeld in onderdeel 3.6.5 wordt verhoogd met een basisbedrag per strekkende meter van
€ 1,83
3.6.7
Het tarief bedoeld in de onderdelen 3.6.5 en 3.6.6 wordt verminderd met 50%, indien a. een aanvraag wordt ingetrokken, voordat hierop een beslissing is genomen; of b. een aanvraag buiten behandeling wordt gesteld.
3.6.8
Hoofdstuk 7 Standplaatsvergunning
In afwijking van de onderdelen 3.6.5 en 3.6.6 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag, na aanvang of gereedkomen van de aanleg, instandhouding of verwijdering van kabels, 150% van de leges, zoals deze op grond van die onderdelen geheven zouden zijn bij een vooraf ingediende aanvraag.
Standplaats 3.7
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van
3.7.1
een standplaatsvergunning ingevolge artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening Eindhoven
3.7.1.1
voor 1 dag
€ 265,-
3.7.1.2
voor meerdere dagen
€ 942,-
80
Inboeknummer
3.7.1.3
voor 1 dag en met een maatschappelijk doel
€ 134,-
3.7.1.4
voor meerdere dagen met een maatschappelijk doel
€ 234,-
3.7.2
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in dit hoofdstuk wordt verhoogd, ingeval van een beoordeling van aanvullende gegevens wegens indiening van een niet complete aanvraag, met
€ 130,-
3.7.3
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot wijziging van datum(s) en/of locatie, na verlening van de standplaatsvergunning
€ 42,-
Hoofdstuk 8 Ontheffing
Winkeltijdenwet 3.8
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een
3.8.1
incidentele ontheffing ingevolge de Winkeltijdenwet
€ 480,-
3.8.2
permanente ontheffing (avondwinkel) ingevolge de Winkeltijdenwet
€ 973,-
Hoofdstuk 9 Vergunning inzamelen afvalstoffen
22bst01150
In deze titel niet benoemde beschikking 3.9.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning voor het inzamelen van afvalstoffen ingevolge artikel 11 van de Afvalstoffenverordening gemeente Eindhoven (oud papier)
€ 157,-
3.9.2
Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag als bedoeld in dit hoofdstuk wordt verhoogd, ingeval van een beoordeling van aanvullende gegevens wegens indiening van een niet complete aanvraag, met
€ 130,-
81
Inboeknummer
22bst01150
Overzicht criteria voor gebruik openbare grond (t.a.v. titel 1, hoofdstuk 4 van de Tarieventabel van de Legesverordening vergunningen 2023) Categorie
Omschrijving
Klasse A
- Gebruik van de openbare ruimte; - Intensieve afstemming met omgeving noodzakelijk; - Advisering van overheidsdiensten noodzakelijk in het kader van de vergunningverlening; - Samenstel van activiteiten zoals damwanden, ontgravingen, bouwkranen, opslag materialen, tijdelijke inritten; - Meerdere voorbesprekingen overheidsdiensten met eventuele aannemer; - Gelegen in een gebied met meerdere functies zoals woningen, winkels, horeca; - Verkeersmaatregelen op doorgaande wegen noodzakelijk; - Veiligheidsplan benodigd.
82
Inboeknummer
Klasse B
22bst01150
- Gebruik van de openbare ruimte; - Gelegen in een gebied waarbij gebruik openbare ruimte beperkte invloed heeft op de directe omgeving; - Verkeersmaatregelen op doorgaande wegen noodzakelijk; - Voorbespreking overheidsdiensten met eventuele aannemer noodzakelijk; - Samenstel van activiteiten zoals damwanden, ontgravingen, bouwkranen, opslag materialen, tijdelijke inritten; - Eventueel veiligheidsplan benodigd.
Klasse C
- Gebruik van de openbare ruimte; - De openbare ruimte wordt gebruikt in het kader van verbouwing of renovatie van een complex van objecten (woning of bedrijfsruimte); - Gelegen in een gebied waarbij het gebruik van de openbare ruimte geen invloed heeft op de directe omgeving; - Geen verkeersmaatregelen noodzakelijk, geen voorbespreking overheidsdiensten met eventuele aannemer noodzakelijk.
Overzicht criteria voor risicoanalyse evenementen (t.a.v. titel 3, hoofdstuk 2 van de Tarieventabel van de Legesverordening vergunningen 2023)
Categorie evenement
Omschrijving
Categorie A
Vergunningplichtig Laag risico-evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en de gevolgen voor het verkeer beperkt zijn.
Categorie B
Vergunningplichtig Gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer.
Categorie C
Vergunningplichtig Hoog risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer.
Deze tarieventabel maakt onderdeel uit van en behoort bij het raadsbesluit van 8 november 2022 tot vaststelling van de Legesverordening vergunningen 2023
83
Inboeknummer
22bst01150
, voorzitter.
, griffier.
Referentielijst bouwkosten omgevingsvergunning 2023
Bouwactiviteit
In € incl. BTW
Eenheid
I
Bedrijfshallen met gemetselde wandconstructie
a.
Bedrijfshal tot 3 m hoog
135,00
per m3
b.
Bedrijfshal tussen 3 en 6 m hoog
80,00
per m3
c.
Bedrijfshal bijzondere constructies
95,00
per m3
II
Eenvoudig uitgevoerde bedrijfshallen (systeembouw)
a.
Hal hoog tussen 6 en 9 m
60,00
per m3
b.
Hal hoger dan 9 m, opp. kleiner dan 5.000 m2
55,00
per m3
c.
Hal hoger dan 9 m, opp. tussen 5.000 en 10.000 m2
50,00
per m3
Hal hoger dan 9 m, opp. tussen 10.000 en 20.000 m2
45,00
per m3
e.
Hal hoger dan 9 m, opp. groter dan 20.000 m2
45,00
per m3
f.
Tussenvloer in de hal extra
180,00
per m2
d.
84
Inboeknummer
22bst01150
265,00
per m3
g.
Bedrijfskantoor in de hal
III
Overige bedrijfsgebouwen
a.
showroom / winkel
380,00
per m3
b.
kantoor opp. tot 1000 m2
420,00
per m3
c.
kantoor opp. 1000 - 5000 m2
380,00
per m3
d.
kantoor opp. > 5000 m2
355,00
per m3
e.
horeca
350,00
per m3
IV
Overige utiliteitsgebouwen
a.
Sporthal
360,00
per m3
b.
Kleedgebouwen
315,00
per m3
c.
Scholen
355,00
per m3
d.
Noodscholen
250,00
per m3
V
Aanpassingen/uitbreidingen aan woningen
a.
Dakkapel
1.470,00
per ml
b.
Uitbreiding woonruimte
385,00
per m3
c.
Verandering woonruimte
180,00
per m3
d.
Serre
770,00
per m2
e.
Berging/garage met plat dak
180,00
per m3
f.
Berging/garage met kapconstructie
205,00
per m3
g.
Carport
210,00
per m2
h.
Tuinhuisje (prefab)
250,00
per m2
i.
Houten schutting/pergola
95,00
per m1
j.
Gemetselde tuinmuur
165,00
per m1
k.
Schotelantenne
1.320,00
per stuk
85
Inboeknummer
22bst01150
450,00
per m2
VI
Transformatie utiliteitsbouw naar woonruimte
a.
per m2 GBO
VII
Nieuwbouw woningen
a.
Rijenwoningen (project)
250,00
per m3
b.
Halfvrijstaande woningen (project)
280,00
per m3
c.
Halfvrijstaande woningen
345,00
per m3
d.
Vrijstaande woningen
410,00
per m3
e.
Woonwagen (plaatsing)
220,00
per m3
f.
Kelder
310,00
per m3
VIII
Parkeerkelders
a.
half onder de grond
305,00
per m3
b.
geheel onder de grond
495,00
per m3
Deze referentielijst maakt onderdeel uit van en behoort bij het raadsbesluit van 8 november 2022 tot vaststelling van de Legesverordening vergunningen 2023
, voorzitter.
, griffier.
86
Inboeknummer
22bst01150
JaRaadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 september 2022; mede gelet op artikel 228 van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de
Verordening op de heffing en de invordering van de precariobelasting 2023
Artikel 1.
Definities
In deze verordening wordt verstaan onder: a. b. c. d. e.
f.
g.
jaar: een kalenderjaar; kwartaal: een kalenderkwartaal; maand: een kalendermaand; week: een periode van zeven aaneengesloten dagen; dag: een etmaal, en in afwijking hiervan voor zover het betreft de flexibele standplaatsen (onderdeel 3.1.3 van de tarieventabel): het tijdvak van 8:00 uur tot 22:00 uur; vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een (rechts)persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben; terras: een geheel van tafels, stoelen of andere roerende zaken, die de belastingplichtige buitenshuis opstelt om anderen in de gelegenheid te stellen ter plaatse iets te nuttigen.
Artikel 2.
Aard van de heffing en belastbaar feit
Onder de naam ‘precariobelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.
Artikel 3.
Belastingplicht
87
Inboeknummer
22bst01150
1.
De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt voor de onderdelen van een onroerende zaak als bedoeld in onderdeel 5.1.1 van de tarieventabel, als degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn aangemerkt, de eigenaar van de onroerende zaak of zaken waarvan het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond onderdeel uitmaakt of maken.
3.
In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of aan wie die vergunning, met bijbehorende gewijzigde tenaamstelling, is overgedragen, aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft.
Artikel 4.
Maatstaf van heffing en belastingtarief
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde.
Artikel 5. 1.
Vrijstellingen
De belasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: a.
voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
b.
voorwerpen, welke rechtens moeten worden gedoogd;
c.
voorwerpen, gebruikt voor activiteiten met een politiek, godsdienstig, sociaal of weldadig doel en, voor zover geen sprake is van een directe of indirecte commerciële (neven)activiteit, voor activiteiten met een sportief, cultureel of recreatief doel;
d.
brievenbussen en telefooncellen;
88
Inboeknummer
2.
22bst01150
e.
voorwerpen ten dienste van de gemeente of haar instellingen, alsmede het hebben van buizen, leidingen en kabels ten dienste van huisaansluitingen voor riolering, gas, water en elektriciteit;
f.
containers, die zijn geplaatst voor recyclingdoeleinden, welke voor gratis publiek gebruik zijn bestemd en onderdeel zijn van de gemeentelijke inzamelstructuur voor huishoudelijke afvalstoffen;
g.
oplaadpunten voor elektrische voertuigen (E-laadpalen).
De belasting genoemd in Hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt niet geheven voor de uitbreiding van een terras als gevolg van de anderhalve meter richtlijnen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Artikel 6.
Berekening van de precariobelasting
1.
Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt.
2.
Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de maatvoering zoals opgenomen in die vergunning alsmede bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan doordat de vergunning is ingetrokken, vervallen of gewijzigd. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het derde lid, van overeenkomstige toepassing is.
3.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze.
4.
In afwijking van het bepaalde in artikel 1 wordt voor de berekening van de precariobelasting:
5.
a.
indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week;
b.
indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand.
Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak.
Artikel 7.
Belastingtijdvak
89
Inboeknummer
22bst01150
1.
In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
2.
In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het belastingjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan.
Artikel 8.
Wijze van heffing
De belasting wordt geheven: a.
b.
c.
bij wege van aanslag voor de belasting betrekking hebbende op voorwerpen, die in de tarieventabel worden genoemd in de hoofdstukken 1, 2, 3 met uitzondering van voorwerpen als bedoeld in onderdelen 3.1.2 en 3.1.3 van de tarieventabel, 4, 5, 6 en in hoofdstuk 7 in de onderdelen 7.1.1, 7.1.2 en 7.1.4; bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving voor de belasting betrekking hebbende op voorwerpen, die in de tarieventabel worden genoemd in hoofdstuk 3 in onderdeel 3.1.2 en in hoofdstuk 7 in de onderdelen 7.1.3 en 7.1.5. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingplichtige bekendgemaakt. bij wege van een gedagtekende digitale kennisgeving voor de belasting betrekking hebbende op voorwerpen, die in de tarieventabel worden genoemd in hoofdstuk 3 in onderdeel 3.1.3. Het gevorderde bedrag wordt langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 9. tijdsgelang
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
1.
In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelte van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
3.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
4.
Voor belastingbedragen, die bij wege van aanslag worden geheven, vindt voor bedragen tot € 10,- geen invordering plaats.
90
Inboeknummer
5.
22bst01150
Voor de toepassing van het vorige lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen precariobelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 10.
Termijnen van betaling
1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand volgend op die, welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
2.
In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 10,-, doch minder is dan € 9.000,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting, ingeval de heffing plaats vindt middels een kennisgeving als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder b, worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
4.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting, ingeval de heffing plaats vindt middels een kennisgeving als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder c, terstond worden betaald.
5.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.
6.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 11. Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12.
Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel
1.
De ‘Verordening precariobelasting 2022’, vastgesteld bij raadsbesluit van 9 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
91
Inboeknummer
22bst01150
3.
De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023.
4.
Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening precariobelasting 2023’.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 8 november 2022
, voorzitter.
, griffier.
Tarieventabel 2023 (behorende bij de ‘Verordening precariobelasting 2023’)
Indeling tarieventabel Hoofdstuk 1
Bouwmaterialen en dergelijke
Hoofdstuk 2
Terrassen
Hoofdstuk 3
Goederen, materialen, wagens, kramen en dergelijke
Hoofdstuk 4
Reclame
Hoofdstuk 5
Onderdelen van een onroerende zaak
Hoofdstuk 6
Vervallen
Hoofdstuk 7
Overige voorwerpen
Hoofdstuk 1
Bouwmaterialen en dergelijke
1.1
Het tarief bedraagt voor het hebben van
1.1.1
een laad- en losinrichting, hijskraan, transportbrug en/of soortgelijke inrichtingen, per m2 ingenomen grondoppervlak
92
Inboeknummer
1.1.2
1.1.3
22bst01150
a.
per maand:
€ 1,34
b.
per jaar:
€ 10,75
stelconplaten, per m2 ingenomen grondoppervlak a.
per maand:
€ 1,34
b.
per jaar:
€ 10,75
schuttingen, steigers of dergelijke getimmerten, het opslaan van bouwmaterialen, alsmede voor het hebben van directieketen, directiewagens, schaftwagens, werk- en bergloodsen, containers en dergelijke, per m2 ingenomen grondoppervlak a.
per maand:
b.
per jaar:
€ 5,80 € 46,50
Hoofdstuk 2
Terrassen
2
Het tarief bedraagt voor het hebben van een terras voor cafés, restaurants en dergelijke inrichtingen, per m2 ingenomen grondoppervlak,
a.
in gebied A1 per jaar:
€ 64,50
1
Onder gebied A wordt begrepen het gebied van de gemeente Eindhoven, gelegen op de Markt. b.
in gebied B2 per jaar:
€ 43,-
2
Onder gebied B wordt begrepen het gebied van de gemeente Eindhoven, gelegen binnen of aan de kleine ringbaan (18 Septemberplein-EmmasingelKeizersgracht-Wal-P.Czn.Hooftlaan-HertogstraatVestdijk), het Stationsplein en Dommelstraat, uitgezonderd de Markt. c.
in gebied C3 per jaar:
€ 21,50
3
Onder gebied C wordt begrepen het gebied van de gemeente Eindhoven niet vallende onder gebied A en B.
Hoofdstuk 3 3.1
Goederen, materialen, wagens, kramen en dergelijke Het tarief bedraagt
93
Inboeknummer
22bst01150
3.1.1
voor het uitstallen of opslaan van al dan niet ter verkoop of verhuring aangeboden goederen of objecten, per m2 ingenomen grondoppervlak, per jaar:
3.1.2
voor het innemen van een ((semi-)permanente) standplaats met vergunning, zoals bedoeld in artikel 5:18, eerste lid APV, per m2 ingenomen grondoppervlak
3.1.2.1
per dag:
2,05
3.1.2.2
per week:
5,15
3.1.2.3
per maand:
15,25
3.1.2.4
per kwartaal:
30,50
3.1.2.5
per jaar:
122,-
3.1.3
voor het innemen van een door het college aangewezen flexibele standplaats, zoals bedoeld in artikel 5:18, vierde lid APV,
3.1.3.1
per standplaats per dag:
€ 50,-
3.1.3.2
per standplaats per maand (seizoensplek):
€ 375,-
3.1.4
voor het hebben van voertuigen, kramen, tenten, attracties en dergelijke welke gebruikt worden voor het uitstallen, aanbieden of verkopen van onverschillig welke goederen of diensten dan wel van tijdelijke verkoop- en/of kantoorruimte of andere soortgelijke opstallen, per m2 ingenomen grondoppervlak
3.1.5
a.
per dag:
b.
per week:
c.
per maand:
d.
per jaar:
€ 31,-
€ 1,06 € 2,65 € 7,95 € 64,-
voor het hebben van een automatisch verkooptoestel, automatisch weegtoestel, een etalagekast of ander toestel, per stuk a.
per maand:
b.
per jaar:
€ 9,€ 72,-
94
Inboeknummer
Hoofdstuk 4 4
Hoofdstuk 5
22bst01150
Reclame Het tarief bedraagt voor het hebben van een tot reclame dienend voorwerp, niet zijnde een voorwerp als bedoeld in hoofdstuk 5, per stuk a.
per maand:
b.
per jaar:
€ 4,55 € 36,50
Onderdelen van een onroerende zaak
5.1
Het tarief bedraagt voor het hebben van
5.1.1
een gebouwde luifel, overkapping, erker, aan- of uitbouw en dergelijke, zijnde onderdelen van een onroerende zaak die niet uitsluitend in gebruik is als woning, per m2, per jaar:
€ 21,50
5.1.2
een zonnescherm, markies of zonnezeil, zijnde onderdelen van een onroerende zaak die niet uitsluitend in gebruik is als woning, per m2, per jaar:
€ 21,50
Hoofdstuk 6
Vervallen
Hoofdstuk 7
Overige voorwerpen
7.1
Het tarief bedraagt voor het hebben van
7.1.1
rails, per strekkende meter a.
per maand:
€ 1,34
b.
per jaar:
€ 10,75
7.1.2
buizen, riolen, kokers, kabels en dergelijke voorwerpen, per strekkende meter, per jaar:
7.1.3
een tent, podium of tribune, per m2 ingenomen grondoppervlak
7.1.4
€ 2,40
a.
per dag:
€ 0,52
b.
per week:
€ 1,30
een rijwielrek, per strekkende meter
95
Inboeknummer
7.1.5
22bst01150
a.
per maand:
€ 7,10
b.
per jaar:
€ 57,-
een spandoek, per dag:
€ 13,50
Deze tarieventabel maakt onderdeel uit van en behoort bij het raadsbesluit van 8 november 2022 tot vaststelling van de Verordening precariobelasting 2023
, voorzitter.
, griffier.
96
Inboeknummer
97
22bst01150
Inboeknummer
22bst01150
JaRaadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 september 2022; mede gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de
Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld in de gemeente Eindhoven 2023 Artikel 1.
Aard van de heffing en belastbaar feit
Onder de naam ‘marktgeld’ worden overeenkomstig de bepalingen van deze verordening rechten geheven voor het ter beschikking stellen van een standplaats en voor het door of vanwege de gemeente verstrekken van diensten ten gunste van een standplaats.
Artikel 2. 1.
Definities
In deze verordening wordt verstaan onder: a.
een dag: een etmaal of een gedeelte daarvan;
b.
maand en kwartaal: een kalendermaand en een kalenderkwartaal;
c.
marktverordening: de geldende Marktverordening Eindhoven, laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit van 20 november 2012, gepubliceerd in het Gemeenteblad 2012, nummer 61;
d.
marktreglement: het geldende Marktreglement Eindhoven, laatstelijk vastgesteld bij collegebesluit van 5 april 2022, gepubliceerd in het Gemeenteblad 2022, nummer 175349;
e.
markten: de warenmarkten, welke krachtens besluit van het college op de daarbij aangewezen plaatsen, dagen en tijden worden gehouden;
f.
standplaats: de op en voor de duur van een markt op grond van de marktverordening en het marktreglement aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;
g.
vaste standplaats: een standplaats die op grond van de marktverordening en het marktreglement tot wederopzegging wordt toegewezen;
98
Inboeknummer
2.
22bst01150
h.
losse standplaats: een standplaats die op grond van de marktverordening het marktreglement als een zogenaamde dagplaats wordt toegewezen;
i.
standwerkerplaats: een standplaats die op grond van de marktverordening en het Marktreglement wordt toegewezen voor het uitoefenen van de markthandel op een wijze als bij standwerken gebruikelijk is;
j.
standplaatshouder: degene aan wie het op grond van de marktverordening en het marktreglement is toegestaan om gedurende een markt een vaste of losse standplaats dan wel standwerkerplaats in te nemen.
Voor de berekening van de marktgelden wordt een gedeelte van een strekkende meter als een volle eenheid gerekend.
Artikel 3.
Belastingplicht
Belastingplichtig is de standplaatshouder.
Artikel 4.
Heffingsgrondslag en tarieven
Het marktgeld bedraagt per markt per ingenomen strekkende meter standplaats a.
voor een losse standplaats per dag: € 3,20;
b.
voor een vaste standplaats voor een abonnement per kwartaal: € 31,60;
c.
voor een standwerkerplaats per dag: € 9,10.
Artikel 5.
Ontheffing
1.
Indien een belastingplichtige een hem toegewezen vaste standplaats als gevolg van ziekte, overlijden, bedrijfsopheffing of -staking, rekening houdend met het gestelde in de marktverordening en het marktreglement, ongebruikt laat gedurende de gehele of een deel van de periode waarvoor het abonnementstarief geldt, wordt op verzoek ontheffing verleend van het geheven marktgeld.
2.
Deze ontheffing bedraagt: a.
indien de standplaats gedurende de gehele abonnementsperiode ongebruikt is gelaten, het gehele bedrag van het daarvoor geheven marktgeld;
b.
indien de standplaats gedurende een deel van de abonnementsperiode ongebruikt is gelaten, het bedrag dat gevonden wordt door het bij abonnement geheven marktgeld te verminderen met het marktgeld over de dagen, gedurende welke van de standplaats gebruik is gemaakt, berekend naar het dagtarief genoemd in artikel 4, aanhef en onder a.
99
Inboeknummer
Artikel 6. 1.
2.
22bst01150
Wijze van heffing
Het marktgeld wordt geheven bij wege van: a.
een gedagtekende bon of nota voor losse standplaatsen en standwerkerplaatsen;
b.
een gedagtekende stortings-/acceptgirokaart voor vaste standplaatsen.
De in het eerste lid bedoelde bon, nota en stortings-/acceptgirokaart worden aangemerkt als kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 233a van de Gemeentewet.
Artikel 7.
Tijdstip verschuldigdheid
Het marktgeld wordt verschuldigd: a.
voor losse standplaatsen en standwerkerplaatsen bij het innemen van de plaatsen;
b.
voor vaste standplaatsen bij de aanvang van de abonnementsperiode.
Artikel 8.
Termijn van betaling
1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet het marktgeld terstond worden voldaan bij het uitreiken van de in artikel 6 bedoelde kennisgeving en indien die kennisgeving wordt toegezonden binnen acht dagen na dagtekening van de kennisgeving.
2.
Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voor zover deze gelijktijdig wordt opgelegd met de vaststelling van de kennisgeving.
3.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9. Kwijtschelding Bij de invordering van marktgeld wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 10. Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.
De ‘Marktgeldverordening 2022’, vastgesteld bij raadsbesluit van 9 november 2021, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten, die zich voor die datum hebben voorgedaan.
2.
Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.
100