21bst00622 - Bijlage 1 - Bestemmingsplan II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie)
Tekst van het document
Vastgesteld bestemmingsplan
II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie)
Mei 2021
II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie)
Inhoudsopgave Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Het plangebied
7
1.3
Voorgaande plannen
8
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied
9
2.1
Inleiding
9
2.2
Kantoren Dillenburgstraat
9
2.3
Koopcentrum De Hurk
12
2.4
Ligplaatsen Waldeck Pyrmontstraat
16
Hoofdstuk 3 Juridische vormgeving
23
3.1
Algemeen
23
3.2
Planmethodiek
23
3.3
Verbeelding
23
3.4
Planregels
23
Hoofdstuk 4 Financiële aspecten
25
Hoofdstuk 5 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
27
5.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
27
5.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
27
5.3
Inspraak
27
5.4
Zienswijzen
27
Bijlagen bij de toelichting
29
Regels
31
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
33
Artikel 1
Begrippen
33
Artikel 2
Wijze van meten
45
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
47
Artikel 3
Bedrijventerrein -1
47
Artikel 4
Groen
53
Artikel 5
Verkeer
55
Artikel 6
Water
57
Artikel 7
Leiding - Hoogspanningsverbinding
59
Artikel 8
Waarde - Ecologie
61
Artikel 9
Waarde - Archeologie
63
2
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3 Algemene regels
65
Artikel 10
Anti-dubbeltelregel
65
Artikel 11
Algemene gebruiksregels
67
Artikel 12
Algemene aanduidingsregels
69
Artikel 13
Algemene afwijkingsregels
71
Artikel 14
Overige regels
73
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
75
Artikel 15
Overgangsrecht
75
Artikel 16
Slotregel
77
Bijlagen bij de regels
79
Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten
80
Bijlage 2
Lijst van horeca-activiteiten
99
Bijlage 3
Bedrijfsovergangsgebied
101
Bijlage 4
Besluit externe veiligheid inrichtingen, artikel 2
103
Bijlage 5
Regeling externe veiligheid inrichtingen, artikel 1b
105
Bijlage 6
Regeling provinciale risicokaart, I
107
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
3
4
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
Toelichting
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
5
6
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Op 19 december 2017 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017' vastgesteld. Tegen het vaststellingsbesluit bestond de mogelijkheid beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: Afdeling). Hiervan is door 8 personen/ instanties gebruik gemaakt. De beroepen zijn op 4 oktober 2019 in het openbaar behandeld door de Afdeling. Op 26 februari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:621) heeft de Afdeling uitspraak gedaan inzake het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017' (zie bijlage 1 van de toelichting), waarbij de beroepen (deels) zijn gegrond verklaard. Tegelijkertijd met de gegrondverklaring heeft de Afdeling de betreffende plandelen vernietigd. En de gemeenteraad opgedragen om voor de vernietigde plandelen met inachtneming van de uitspraak, een nieuw besluit te nemen. Daarbij is bepaald dat het nieuwe besluit niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb behoeft te worden voorbereid. Dat wil zeggen dat geen ontwerpbestemmingsplan voor zienswijzen ter inzage hoeft te worden gelegd. Ter voldoening aan de opdracht van de Afdeling is dit bestemmingsplan 'II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie)' opgesteld. De vernietigde onderdelen worden gerepareerd. Voor het overige is het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017' onherroepelijk. Dat bestemmingsplan blijft ongewijzigd van toepassing.
De aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende uitgangspunten en doelstellingen zijn evenmin gewijzigd. Het bestemmingsplan 'II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie)' bestaat uit een digitale en analoge verbeelding (plankaart), met de daarbij behorende regels. Bij het bestemmingsplan is een toelichting gevoegd. In de toelichting wordt aangegeven waarom het bestemmingsplan is opgesteld en welke afwegingen hebben plaatsgevonden in het kader van een "goede ruimtelijke ordening". Naast de digitale versie is er ook een papieren versie van het bestemmingsplan beschikbaar. De digitale versie is juridisch bindend.
1.2
Het plangebied
Het bedrijventerrein De Hurk-Croy ligt in het zuidwestelijk deel van het stedelijk gebied van Eindhoven. Het bedrijventerrein wordt grofweg begrensd door de Zeelsterstraat (noordzijde), snelweg A2/randweg N2 (westzijde), de Limburglaan aan de oostzijde, groenzone aan de zuidzijde van de Beemdstraat en Dillenburgstraat (zuidoostzijde) en de Karel De Grotelaan (zuidwestzijde). Het plangebied omvat de drie locaties op het bedrijventerrein die naar aanleiding van de gerechtelijke uitspraak gerepareerd moeten worden. In het noordoosten ligt het koopcentrum De Hurk aan Hurksestraat 44. In het westen ligt de locatie van de ligplaatsen van de woonboten aan de Waldeck Pyrmontstraat. In het zuiden ligt de locatie van het bedrijfsverzamelgebouw aan de Meerenakkerweg/ Dillenburgstraat. Het plangebied ter plaatse van het bedrijfsverzamelgebouw is verruimd. Het beroep zag uitsluitend op het voorste gedeelte van het complex van bedrijfsverzamelgebouwen. Het ligt over het hele complex dezelfde regeling. Aangezien het gaat om vergelijkbare gebouwen zowel qua functie als uitstraling, is het plangebied verruimd.
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
7
Figuur plangebied
1.3
Voorgaande plannen
Het bestemmingsplan 'II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie)' vervangt de vernietigde onderdelen van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017' (vastgesteld door de raad op 19 december 2017).
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving van het plangebied gegeven. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan is verwoord in hoofdstuk 3. De financiële uitvoerbaarheid is verantwoord in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure.
8
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 2
2.1
Beschrijving plangebied
Inleiding
Aan de hand van de uitspraak van de Afdeling is voor de plandelen aangegeven wat in dit bestemmingsplan is gerepareerd.
2.2
Kantoren Dillenburgstraat
2.2.1
Geen zelfstandig kantoor Reggestaete
Geschil De eigenaar van de panden aan de Meerenakkerweg/ Dillenburgstraat heeft beroep ingediend, omdat de bedrijfsbebouwing niet is bestemd voor gebruik voor zelfstandige kantoren. Uitspraak De Afdeling bevestigt dat sprake is van een bedrijfsverzamelgebouw en dat er geen grond is om een zelfstandig kantoor toe te staan. "Waar Reggestaete Meerenak ker B.V. en anderen betogen dat er zelfstandige k antoren zijn vergund, overweegt de Afdeling dat in de door de raad en door Reggestaete Meerenakker B.V. en anderen overgelegde aanvragen, bouwtekeningen en verleende bouwvergunningen voor de betrokken bedrijfsgebouwen, niet staat dat er zelfstandige kantoren zijn vergund. Voor zover Reggestaete Meerenakker B.V. en anderen betogen dat inmiddels van rechtswege een omgevingsvergunning is verleend omdat zij in hun zienswijze hebben verzocht om een omgevingsvergunning daarvoor als bedoeld in artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor), overweegt de Afdeling onder verwijzing naar de uitspraak van 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:829, als volgt. Alleen als een aanvraag gedaan is in een zelfstandig stuk kan sprake zijn van een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) die kan leiden tot een van rechtswege verleende vergunning.
In dit geval is het verzoek echter gedaan als onderdeel van een tegen het ontwerpbestemmingsplan ingediende zienswijze, zodat niet is voldaan aan de eis dat het verzoek wordt gedaan in een zelfstandig stuk. Daarom kan het betoog dat inmiddels een omgevingsvergunning voor zelfstandige kantoren van rechtswege is verleend niet slagen. Gelet op het voorgaande is ter plaatse geen sprake van vergund gebruik voor zelfstandige kantoren." Reparatie Geen aanpassingen in het bestemmingsplan nodig. 2.2.2
Ondergeschikte kantoren bedrijfsverzamelgebouw
Geschil In de regels is opgenomen, dat aan de bedrijfsactiviteiten ondergeschikte en daarmee samenhangende kantoorruimte aanwezig mag zijn. Hieraan is onder andere de voorwaarde verbonden dat minimaal 70% van het brutovloeroppervlakte gebruikt wordt voor bedrijfsruimte. Tijdens de toelichting ter zitting is aangegeven, dat bij ondergeschikte kantoren een relatie moet zijn met bedrijfsbebouwing op het bedrijventerrein 'De Hurk'. Maar dit is een te ruime uitleg voor alle ondergeschikte kantoren op het bedrijventerrein. Wel valt voor te stellen, dat de situatie bij het bedrijfsverzamelgebouw anders is dan bij een vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
9
perceel waar één bedrijf is gevestigd. Uitspraak "Dat is volgens de raad het geval als het gebruik voor kantoren maximaal 30% van de bedrijfsbebouwing ter plaatse bedraagt en er samenhang is tussen het betrokken kantoor en het bedrijventerrein "De Hurk".De raad heeft ter zitting toegelicht dat hij heeft beoogd om te regelen dat al aan de vereisten van samenhang en ondergeschiktheid wordt voldaan als sprake is van een al dan niet economische relatie tussen een gebruik van kantoorruimte binnen de bedrijfsbebouwing van Reggestaete Meerenakker B.V. en anderen voor kantoordoeleinden enerzijds en de bedrijfsactiviteiten in andere bedrijfsbebouwing op het bedrijventerrein "De Hurk" anderzijds. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad niet geregeld wat hij gelet op zijn uitleg ter zitting heeft beoogd. Lid 3.1, onder h, vereist dat de kantoorruimte in de betreffende bedrijfsbebouwing maximaal 30% van de brutovloeroppervlakte van die bebouwing bedraagt, de bedrijfsruimte in die bebouwing tenminste 70% van de brutovloeroppervlakte van die bebouwing en dat de in de betreffende kantoorruimte te verrichten kantooractiviteiten ondergeschikt zijn aan en samenhangen met de in die bedrijfsbebouwing verrichte bedrijfsactiviteiten.
Ook volgt uit de omschrijving bij de bedrijfsactiviteit "overige zakelijke dienstverlening, kantoren" in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 bij de planregels is gevoegd, dat kantoren alleen zijn toegestaan in de vorm van bestaande legale zelfstandige kantoren of als onzelfstandige kantooractiviteiten als onderdeel van een bedrijf. Gelet op het voorgaande heeft de raad wat betreft het gebruik voor kantoren in de bedrijfsbebouwing van Reggestaete Meerenakker B.V. en anderen niet geregeld wat hij, gezien zijn toelichting ter zitting, heeft beoogd. Het plan is in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. Reparatie Tijdens de zitting is een (te) ruime uitleg gegeven over samenhangende kantoorruimte bij het bedrijfsverzamelgebouw. In zijn algemeenheid gaat het bij bedrijven over kantoorruimte die samenhangt met de bedrijfsactiviteit. In de regels (3.1. sub h) is daarom toegevoegd, dat het gaat om met de bedrijfsactiviteit samenhangende kantoorruimte. Echter bij een bedrijfsverzamelgebouw is niet altijd sprake van één samenhangende bedrijfsactiviteit, want er is sprake van meerdere bedrijven in één gebouw. De regeling voor ondergeschikte kantoren is moeilijk uitvoerbaar bij dit specifieke (bedrijfsverzamel)gebouw.
Om te komen tot een uitvoerbare regeling voor het bedrijfsverzamelgebouw is daarom de aanduiding 'bedrijfsverzamelgebouw' opgenomen, waarbij (ook) maximaal 30% (zelfstandige) kantoren is toegelaten. 2.2.3
Bestaande bedrijven
Geschil In de regels is opgenomen dat "bestaande bedrijven in de categorie 1 en 2" zijn toegestaan. Op basis van het voorgaande bestemmingsplan waren deze bedrijven toegelaten. Op basis van het nieuwe gemeentelijke en provinciale beleid is dit gewijzigd. Op het bedrijventerrein dient vooral ruimte te zijn voor (middel)zware bedrijven. Voor bestaande situaties geldt dat deze mogen worden voortgezet - en niet onder het overgangsrecht zijn gebracht. Er zijn meerdere interpretaties mogelijk van "bestaande". Het is naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende duidelijk of dit betrekking heeft op: ter plaatse feitelijk gevestigde bedrijven? specifieke bedrijfsactiviteiten? bestaand gebruik in milieucategorie 1 en 2 Uitspraak: Naar het oordeel van de Afdeling is onvoldoende duidelijk welke bedrijven of bedrijfsactiviteiten in milieucategorieën 1 en 2 op de gronden van Reggestaete Meerenakker 10
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
B.V. en anderen zijn toegestaan. Uit de planregeling kan niet worden opgemaakt of het begrip "bestaand" betrekking heeft op ter plaatse feitelijk gevestigde bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2, op een bestaande specifieke gebruiksactiviteit in die milieucategorieën, zoals vermeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, en wel in die zin dat de bestaande specifieke bedrijfsactiviteit ook door een ander bedrijf mag worden voortgezet, of op bestaand gebruik in de milieucategorieën 1 en 2 in het algemeen, en wel in die zin dat ter plaatse een andere bedrijfsactiviteit mag worden verricht, mits deze maar in de milieucategorieën 1 en 2 valt. Om die reden kan ook niet worden vastgesteld of de raad voor de gronden van Reggestaete Meerenakker B.V. en anderen wel heeft geregeld wat hij heeft beoogd. Het plan is in zoverre in strijd met de vereiste rechtszekerheid vastgesteld. Reparatie Het laatste is het geval: het bestaande gebruik in lage milieucategorie mag worden voortgezet, ook door een ander bedrijf.
Ter verduidelijking wordt in de regels daarom toegevoegd aan lid 3.1, onder b: "Voor wat betreft de bestaande bedrijven in de categorie 1 en 2, zoals genoemd in lid a, mag de bedrijfsactiviteit worden vervangen door een ander bedrijf en een andere bedrijfsactiviteit die eveneens behoort tot categorie 1 of categorie 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten." Mocht er zich een ander bedrijf in de categorie 1 of 2 willen vestigen die niet is genoemd in de Lijst van bedrijfsactiviteiten, dan kan gebruik gemaakt worden van de afwijkingsmogelijkheid in artikel 3.5.1 Bedrijven die niet voorkomen in de lijst of bedrijven in hogere categorie. 2.2.4
Bedrijven groter dan 5.000m2
Geschil In de regels van het bestemmingsplan zijn geen nieuwe bedrijven in categorie 1 en 2 toegelaten. Op basis van het provinciale beleid zijn op bedrijventerrein alleen categorie 1 bedrijven groter dan 5.000m2 toegelaten. Ter zitting is toegelicht dan bedrijven groter dan 5.000m2 in categorie 2 ook kunnen passen op het bedrijventerrein 'De Hurk'. Uitspraak De raad heeft toegelicht dat bedrijven in lagere milieucategorieën goed zijn in te passen in een woonomgeving of een woonwerkomgeving en daarom niet thuishoren op een (middel)zwaar bedrijventerrein. In een woonomgeving of woonwerkomgeving zijn echter percelen met een oppervlakte van 5.000 m2 over het algemeen niet beschikbaar. Er is dan vrijwel altijd sprake van een groot bedrijf dat door zijn omvang thuishoort op een daarvoor geschikt bedrijventerrein. Voor dergelijke gevallen is de in artikel 3, lid 3.1, onder c, van de planregels opgenomen uitzondering bedoeld, en niet voor gevallen als de bedrijfsbebouwing van Reggestaete Meerenakker B.V. en anderen, waar meerdere bedrijven met een kleinere omvang dan 5.000 m2 zijn gevestigd, aldus de raad. De Afdeling acht dit standpunt van de raad op zichzelf niet onredelijk. De raad heeft echter ter zitting erkend dat de uitzondering uit artikel 3, lid 3.1, onder c, ten onrechte alleen geldt voor bedrijven in milieucategorie 1 die groter zijn dan 5.000 m2.
Volgens de raad had deze uitzondering ook moeten gelden voor bedrijven in milieucategorie 2 die groter zijn dan 5.000 m2. De raad heeft in zoverre niet geregeld wat hij heeft beoogd. Het besluit is in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid. In zoverre slaagt het betoog. Reparatie In de regels is toegevoegd aan lid 3.1, onder c: bedrijven in de categorie 1 en categorie 2 groter dan 5.000 m2.
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
11
2.3
Koopcentrum De Hurk
2.3.1
Bestaande bedrijven
Geschil In de regels is opgenomen dat slechts "bestaande bedrijven in de categorie 1 en 2" zijn toegestaan. Uitspraak "De Afdeling overweegt over de beperking tot "bestaande bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2" onder verwijzing naar overweging 5.2 (zie 2.2.3) dat onduidelijk is waar het begrip "bestaand" betrekking op heeft. Daarom kan ook niet worden vastgesteld welke beperkingen er op grond van het plan ter plaatse gelden voor bedrijven in de milieucategorieën 1 en 2 en of de raad voor de gronden van Toren XL wel heeft geregeld wat hij heeft beoogd." Reparatie Het bestaand afwijkend gebruik in lage milieucategorie mag worden voortgezet. In de regels daarom toevoegen aan lid 3.1, onder b: "Voor wat betreft de bestaande bedrijven in de categorie 1 en 2, zoals genoemd in lid a, mag de bedrijfsactiviteit worden vervangen door een ander bedrijf en een andere bedrijfsactiviteit die eveneens behoort tot categorie 1 of categorie 2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten." 2.3.2
Definitie 'detailhandel in niet dagelijkse goederen'
Geschil Niet duidelijk is of de definities van detailhandel in dagelijkse goederen en niet-dagelijkse goederen zijn bedoeld als limitatieve opsomming. Uitspraak De Afdeling stelt vast dat beide begripsbepalingen door de zinsnede "dit zijn" een limitatieve opsomming bevatten van wat daaronder moet worden verstaan. De raad heeft ter zitting verk laard dat hij wat betreft de definitie van de "detailhandel in niet dagelijkse goederen" geen limitatieve opsomming heeft beoogd. Gelet hierop heeft de raad wat betreft de definitie van de "detailhandel in niet dagelijkse goederen" in artikel 1, lid 1.34, niet geregeld wat hij heeft beoogd. Het plan is in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid vastgesteld. Reparatie De definitie van 'detailhandel in niet dagelijks goederen' is aangepast, door hieraan het woord bijvoorbeeld toe te voegen. Op deze manier is duidelijk dat het niet gaat om een limitatieve opsomming. 2.3.3
Definitie brutovloeroppervlakte
Geschil In lid 3.1., onder j en bijlage 4 staat "brutovloeroppervlakte". In begripsbepalingen wordt gesproken over bedrijfsvloeroppervlak. Uitspraak Vaststaat dat in de planregels geen omschrijving van het begrip "brutovloeroppervlakte" is opgenomen. In de planregels staat ook niet voorgeschreven dat moet worden getoetst aan de definitie van "bruto-vloeroppervlakte" zoals opgenomen in NEN 2580. Omdat zonder begripsomschrijving onduidelijk is wat de raad verstaat onder "brutovloeroppervlakte" is de detailhandelsregeling van artik el 3, lid 3.1, onder j, in zoverre rechtsonzeker. Verder heeft de raad niet geregeld wat hij heeft beoogd door in lid 3.1, onder j, niet het begrip 12
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
"bedrijfsvloeroppervlak", maar het begrip "brutovloeroppervlakte", op te nemen Reparatie In lid 3.1, onder j is "brutovloeroppervlakte" vervangen door "bedrijfsvloeroppervlakte". Bijlage 4 is niet opgenomen in dit reparatieplan. In de regels is een regeling opgenomen ter plaatse van de aanduiding detailhandel. Hierin is sprake van bedrijfsvloeroppervlak. Bij kantoren, bedrijven en detailhandel is brutovloeroppervlak vervangen door bedrijfsvloeroppervlak. 2.3.4
Detailhandelsregeling
Geschil De planregeling lid 3.1, onder j is onvoldoende duidelijk. In bijlage 4 van de regels wordt gesproken over "branches", maar in de regel over categorie/vorm van detailhandel. Onduidelijk is of hiermee hetzelfde wordt bedoeld. Ook is het niet duidelijk of alleen bestaande bedrijven zijn toegestaan, of een bedrijf alleen vervangen kan worden door dezelfde categorie, of dat iets anders ook mogelijk is. Daarnaast is onduidelijk of het mogelijk is om de brutovloeroppervlakte op een andere manier te verdelen (herverdelen). Verder zijn er twee peilmomenten opgenomen: in het begrip bestaand in artikel 1 van de regels en in bijlage 4. Deze peilmomenten verschillen van elkaar. Uitspraak Gezien het voorgaande volgt voor het koopcentrum uit de detailhandelsregeling van lid 3.1, onder j, gelezen in samenhang met bijlage 4, onvoldoende duidelijk welke beperkingen aan het gebruik in de specifieke vormen van detailhandel ter plaatse zijn gesteld, naast de beperking van het totale gebruik voor detailhandel. Daardoor kan ook niet worden vastgesteld in welke toename van gebruik voor detailhandel artikel 3, lid 3.4.3, ter plaatse voorziet.
In lid 3.4.3, is in afwijking van artik el 3, lid 3.1, onder j, bepaald dat de brutovloeroppervlakte van detailhandelsbedrijven - waaronder het koopcentrum - met maximaal 10% mag uitbreiden, maar voor het koopcentrum is onduidelijk ten opzichte van welke vorm van gebruik voor detailhandel die uitbreiding van de brutovloeroppervlakte met 10% plaats mag vinden. Omdat onvoldoende duidelijk is welke beperkingen ter plaatse aan het gebruik van de specieke vormen van detailhandel zijn gesteld, naast de beperking van het totale gebruik voor detailhandel, is daaruit ook niet af te leiden of de raad heeft geregeld wat hij heeft beoogd. Het plan is, voor zover het de detailhandelsregeling van lid 3.1, onder j, van de planregels gelezen in samenhang met bijlage 4 bij de planregels, voor het koopcentrum betreft, in strijd met de rechtszekerheid vastgesteld. Reparatie De achterliggende reden van de onderverdeling naar categorien was, dat het ongewenst is om nog meer supermarkten toe te laten. Oftewel detailhandel in dagelijkse goederen. Het actualiseren van de bestemming heeft als uitgangspunt om toe te laten wat bestaand, vergund is, maar geen verdere uitbreiding van detailhandel in dagelijkse goederen. In dit reparatieplan is bijlage 4 niet opnieuw opgenomen. In de regels is opgenomen wat ter plaatse van de aanduiding detailhandel is toegelaten.
Aan de hand van de bouwvergunning voor het koopcentrum is vastgesteld wat er vergund is: De bedrijfsvloeroppervlakte (bruto) is 6.000m2. Het nettovloeroppervlak detailhandel in dagelijkse goederen is 2.200m2. Het nettovloeroppervlak in niet-dagelijkse goederen is 3.020m2 Het nettovloeroppervlak horeca is 200m2. Het verschil tussen bedrijfsvloeroppervlakte en nettovloeroppervlak is 530m2. Dat betekent dat er 530m2 van de ruimtes niet in gebruik is als winkeloppervlak. vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
13
Voor het bepalen dat het bedrijfsvloeroppervlakte in dagelijkse goederen is het geheel van deze 'bruto'ruimtes toegerekend aan het onderdeel dagelijkse goederen. Dus toegelaten is een bedrijfsvloeroppervlakte dagelijkse goederen van 2.730m2 (2.200m2 + 530m2). Lid 3.1, onder i komt te luiden: "detailhandel uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' met dien verstande dat bedrijfsvloeroppervlakte van detailhandel in dagelijkse goederen maximaal 2.730m2 mag bedragen." 2.3.5
Dienstenrichtlijn
Geschil Het bestemmingsplan stelt beperkingen aan de detailhandel. Hierop is de Dienstenrichtlijn van toepassing. Er is niet aangetoond dat de beperkingen non-discriminatoir, noodzakelijk en evenredig zijn. Uitspraak De Afdeling is van oordeel dat de beperking van de omvang van de detailhandel die uit artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder j, van de planregels volgt, in elk geval een "eis" in de zin van artik el 4, onder 7, van de Dienstenrichtlijn is. Dit artikelonderdeel bevat immers een beperking uit hoofde van de bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten. Die beperking is, naar het oordeel van de Afdeling, ook te beschouwen als een kwantitatieve of territoriale beperking in de zin van artikel 15, tweede lid, onder a, van de Dienstenrichtlijn. 12.5. De Afdeling stelt vast dat de raad ten tijde van het besluit tot vaststelling van het plan niet heeft onderbouwd dat de aan het koopcentrum gestelde beperking(en) voldoe(t)(n) aan de voorwaarden die voortvloeien uit artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn. Het plan is, voor zover het de detailhandelsregeling voor het koopcentrum uit artikel 3, lid 3.1, onder j, in samenhang met bijlage 4 betreft, in strijd met artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn vastgesteld. 12.6.
In het rapport "Eindhoven, Onderbouwing branchering Koopcentrum De Hurk", van bureau BRO van 11 september 2019, dat de raad op 13 september 2019 heeft overgelegd, ziet de Afdeling geen aanleiding om te onderzoeken of de rechtsgevolgen van het besluit in stand kunnen worden gelaten. Zoals onder 11.3 en 12.4 is overwogen, is onduidelijk welke beperkingen op grond van het plan gelden voor het koopcentrum. Daarom kan niet worden onderzocht of met het rapport van 11 september 2019 sprake is van een onderbouwing die voldoet aan de eisen die artik el 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn stelt. Reparatie De enige beperking die vanuit het reparatieplan aan detailhandel wordt gesteld is een verdere uitbreiding van de detailhandel in dagelijkse goederen in artikel 3.1. onder i. De definitie van "detailhandel in dagelijkse goederen" is anders geformuleerd, zodat een ruimere invulling mogelijk is dan uitsluitend een supermarkt , een bakker of een toko. Voor de overige detailhandel geldt dat er twee begrippen zijn opgenomen: "detailhandel in niet dagelijkse goederen" (artikel 1.34) en "perifere detailhandel" (artikel 1.71). De begrippen zijn aangepast, in de zin dat de aangegeven opsomming niet meer limitatief is geformuleerd en dat bij perifere detailhandel sprake moet zijn van detailhandel die niet in het centrum thuishoort gelet op de publieksaantrekkende werking.
Het rapport van BRO van 2019 () toont aan, dat het dagelijkse artikelenaanbod in de gemeente Eindhoven momenteel redelijk fors beneden het landelijk gemiddelde functioneert. Een deel hiervan kan waarschijnlijk verklaard worden door het relatief ruime aanbod. Kleinere, slecht functionerende supermarkten zullen waarschijnlijk het gemiddelde naar beneden halen. Op basis van de berekende vloerproductiviteit moet voorzichtig en weloverwogen worden omgegaan met eventuele toevoeging van nieuwe winkelruimte. Toevoeging van nieuwe 14
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
winkelruimte kan alleen plaatsvinden, als dit leidt tot een verhoging van de kwaliteit (consumentenverzorging en detailhandelsstructuur). Uitbreidingsruimte voor nieuwe supermarkten en/of uitbreiding buiten de hoofdstructuur is daardoor op basis van deze berekening niet gewenst, omdat dit kan leiden tot structuurversterkende effecten. In de conclusie van het rapport van BRO is onderbouwd, dat deze maatregel met betrekking tot beperking van de detailhandel in dagelijkse goederen in het bestemmingsplan noodzakelijk en evenredig is. 2.3.6
Wijzigingsbevoegdheden
Geschil De wijzigingsbevoegdheden zijn onduidelijk en willekeurig. Uitspraak Omdat zowel in artikel 3, lid 3.6.2, onder a, als in artikel 3, lid 3.6.2, onder b, de aard van de wijziging en de omvang van de wijzigingsmogelijkheid zijn opgenomen, zijn deze wijzigingsbevoegdheden naar het oordeel van de Afdeling voldoende rechtszeker. Gelet daarop bestaat geen grond voor het oordeel dat toepassing daarvan tot willekeur leidt. Conclusie Weliswaar zijn de wijzigingsbevoegdheden in stand gebeleven, maar deze zijn toch verwijderd uit de regels, omdat er niet meer wordt gewerkt met de bijlagen waar naar wordt verwezen. 2.3.7
Horeca
Geschil Onderdeel van het koopcentrum is Punta panini. Dit is een koffiecorner/ broodjeszaak. Hiervoor is geen aanduiding 'horeca' opgenomen, terwijl de bedoeling van het bestemmingsplan is om de bestaande horecagelegenheid te bestemmen/toe te laten wat er is. Uitspraak "De Afdeling stelt vast dat het gebruik door "Punto Panino", zoals onder 14 is omschreven, bestaat uit het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en daarmee onder de de?nitie van "horeca" in artikel 1, lid 1.51 valt. De Afdeling stelt verder vast dat de aanduiding "horeca" ter plaatse niet is toegekend. Omdat het gebruik door "Punto Panino" onder de definitie van "horeca" valt, maar de aanduiding "horeca" ter plaatse niet is toegekend, staat het plan het gebruik voor horeca ter plaatse niet toe. Waar de raad stelt dat "Punto Panino" ondersteunend is aan de bestaande detailhandelsbedrijven en geen zelfstandig horecabedrijf is, overweegt de Afdeling dat, daargelaten of het gebruik door "Punto Panino" kan worden aangemerkt als een ondergeschikte horeca-activiteit, het gebruik in elk geval valt onder de deijnitie van "horeca", wat ter plaatse niet is toegestaan.
Omdat de raad wel heeft beoogd om het gebruik door "Punto Panino" als zodanig te bestemmen, maar hij dat niet heeft geregeld, heeft hij het plan in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid." Reparatie Er is sprake van horeca die onderdeel uitmaakt dat het Koopcentrum. Uit de vergunning bleek eerder (zie 2.3.4 ) dat maximaal 200m2 aan horeca is toegelaten. Aan lid 3.1. onder n is toegevoegd dat horeca in categorie 1a (lunchroom e.d) is toegelaten ter plaatse van het Koopcentrum, met een maximum van 200m2.
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
15
2.3.8
Verwijzing bedrijfsovergangsgebied
Geschil In artikel 3.5.3 wordt verwezen naar "in de rand van" het bedrijventerrein. Niet duidelijk wat wordt verstaan onder "in de rand van" het bedrijventerrein. Uitspraak De raad heeft toegelicht dat hij met de zinsnede "in de rand van het bedrijventerrein" doelt op het bedrijfsovergangsgebied zoals opgenomen in de figuur "bedrijfsovergangsgebied" in paragraaf 3.5 van de plantoelichting. De Afdeling stelt vast dat in de planregels de zinsnede "in de rand van het bedrijventerrein" niet is omschreven en dat in de planregels ook niet is verwezen naar de genoemde figuur in paragraaf 3.5 van de plantoelichting. Omdat uit de planregels niet blijkt wat onder die zinsnede moet worden verstaan, is de voorwaarde uit artik el 3, lid 3.5.3, onder e, in strijd met de rechtszekerheid Reparatie Artikel 3, lid 3.5.3 is aangepast, waarbij nu als voorwaarde verwezen wordt naar het "bedrijfsovergangsgebied". In de bijlage van de regels is een afbeelding opgenomen van het bedrijfsovergangsgebied.
2.4
Ligplaatsen Waldeck Pyrmontstraat
Voor de ligplaatsten aan de Waldeck Pyrmontstraat is de bestemming 'Water' en ter plaatse van de oever de bestemming 'Groen' opgenomen. In het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017' is ter plaatse van de ligplaatsen en de oever is persoonsgebonden overgangsrecht 1 en 2 opgenomen. 2.4.1
Bestemmingsplan 'De Hurk' uit 1988
Geschil In het bestemmingsplan 'De Hurk' uit 1988 is de bestemming 'Overwegend industrie' opgenomen. Was het gebruik als ligplaats op grond van dit bestemmingsplan toegelaten? Uitspraak "Waar [appellant sub 8A] en [appellant sub 8B] betogen dat in het voorgaande plan "De Hurk " uit 1988 de bestemming "Water" was toegekend, wat volgens hen tot gevolg heeft dat het gebruik voor woonboten legaal is, overweegt de Afdeling als volgt. Anders dan zij stellen bevat het plan geen bestemming "Water". Het plan kent alleen de bestemming "Overwegend industrie", die dus ook ter plaatse is toegekend. Het betoog dat de bestemming "Water" is toegekend en dat daaruit volgt dat het gebruik ten behoeve van een ligplaats voor een woonschip zou zijn toegestaan, kan daarom niet slagen." Het betoog van [appellant sub 8A] en [appellant sub 8B] dat de bestemming "Overwegend industrie" het gebruik ten behoeve van een ligplaats voor een woonschip niet verbiedt, volgt de Afdeling niet. Gezien de doeleindenomschrijving van de bestemming "Overwegend industrie" in artikel 2, lid A, van de planregels van het plan "De Hurk" uit 1988, zijn de gronden met deze bestemming primair bestemd voor handel en bedrijf. In de doeleindenomschrijving worden wat betreft gebruik voor wonen alleen dienstwoningen toegelaten.
In tegenstelling tot gebruik voor scheepvaart, waar [appellant sub 8A] en [appellant sub 8B] op wijzen, wordt in het geval van een woonschip een schip gebruikt voor bewoning, en gebruik voor wonen past naar het oordeel van de Afdeling niet binnen die bestemming." Conclusie Op grond van het bestemmingsplan 'De Hurk' uit 1988 waren de ligplaatsen en de woonboten niet planologisch toegelaten. 16
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
2.4.2
Wet verduidelijking voorschriften woonboten (Wvvw)
Geschil Deze wet is in werking is getreden op 1 januari 2018. Hebben de woonboten van rechtswege een vergunning voor het gebruik als ligplaats gekregen? Uitspraak. "Op 1 januari 2018, toen de Wvvw inwerking trad, gold het plan "De Hurk" uit 1988. Niet in geschil is dat de woonschepen van [appellante sub 5], [appellant sub 4], [appellant sub 6A] en [appellant sub 6B], [appellante sub 7] en [appellant sub 8A] en [appellant sub 8B] hoofdzakelijk worden gebruikt voor verblijf. De Afdeling stelt vast dat de woonschepen daarom kunnen worden aangemerkt als woonboten als bedoeld in artikel 8.2a van de Wabo. De Afdeling stelt voorts vast dat tot het tijdstip van inwerkingtreding van de Wvvw voor het bouwen of gebruiken van de woonschepen in het Afwateringskanaal Eindhoven geen vergunning of ontheffing was vereist krachtens een provinciale of gemeentelijke verordening. De raad heeft dit ter zitting ook bevestigd. De woonschepen in het Afwateringskanaal Eindhoven voldoen daarom aan de voorwaarden genoemd in artikel 8.2a, tweede lid, van de Wabo en worden op grond van dat artikel gelijkgesteld met bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in de artikelen 2.1, eerste lid, onderdelen a, c of d is verleend.
Deze gelijkstelling betekent dat artikel 8.2a van de Wabo ook het gebruik dat in strijd zou zijn met het op 1 januari 2018 geldende bestemmingsplan, gelijkstelt met vergund gebruik (...).Als gevolg van de inwerkingtreding van de Wvvw op 1 januari 2018 is het gebruik ter plaatse van het water ten behoeve van ligplaatsen voor woonschepen die daar ten tijde van de inwerkingtreding van de wet liggen, dus gelijkgesteld met vergund gebruik, waarmee de eventuele strijdigheid van dat gebruik met het bestemmingsplan "De Hurk" uit 1988 is weggenomen." Conclusie De Wvvw is van toepassing op de woonboten op 'De Hurk', die daar op 1 januari 2018 lagen. Dit betekent dat ook het gebruik dat in strijd is met het op 1 januari 2018 geldende bestemmingsplan 'De Hurk' uit 1988 (het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017' was weliswaar al wel vastgesteld (19 december 2017), maar nog niet in werking getreden) gelijkgesteld is met vergund gebruik. Daarmee is de strijdigheid met het bestemmingsplan 'De Hurk' uit 1988 op 1 januari 2018 (alsnog) weggenomen. Hiermee had bij vaststelling, en toekenning van persoonsgebonden overgangsrecht, rekening gehouden moeten worden. 2.4.3
Onderzoek woon- en leefklimaat
Uitspraak "Zoals de raad op zichzelf terecht stelt, doet de Wvvw niet af aan de afweging die hij moet mak en in het kader van een goede ruimtelijke ordening bij de vaststelling van een bestemmingsplan. (...) Bovendien is niet gebleken van een concreet, op het woon- en leefklimaat van de woonschipbewoners toegespitst onderzoek waaruit voortvloeit dat het ruimtelijk gezien in verband met de in het plan voorziene (middel)zware bedrijvigheid noodzakelijk is dat het gebruik ten behoeve van ligplaatsen voor woonschepen op termijn beëindigd wordt en dat een planologische regeling in de vorm van persoonsgebonden overgangsrecht het meest passend is. Hoewel de Afdeling het niet uitgesloten acht dat de stelling van de raad dat sprak e is van een ruimtelijk ongewenste situatie als er wordt gewoond op een (middel)zwaar bedrijventerrein in de directe omgeving van bedrijven in hogere milieucategorieën op gaat, had het in een geval als dit in de rede gelegen om daaraan een met concreet en daarop toegespitst onderzoek onderbouwde motivering ten grondslag te leggen. De raad had de specifieke situatie van de woonschipbewoners en hun woon- en leefklimaat ter plaatse moeten onderzoeken en moeten bezien of aldaar sprake is van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. De raad kon niet vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
17
volstaan met te verwijzen naar algemene onderzoeken die ten behoeve van het plan zijn uitgevoerd, maar waarin geen aandacht wordt besteed aan de speciijeke situatie van de woonschipbewoners. Zo is als bijlage 1 b de plantoelichting een gezondheidsonderzoek opgenomen, maar daar wordt alleen gekeken naar het woon- en leefklimaat binnen de woonwijken die om het bedrijventerrein liggen en niet naar het woon- en leefklimaat van de woonschipbewoners óp het bedrijventerrein. Ook in zoverre is de afweging van de raad om persoonsgebonden overgangsrecht toe te kennen onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd. De conclusie is dat de keuze van de raad om in het plan persoonsgebonden overgangsrecht toe te kennen aan het gebruik ten behoeve van ligplaatsen voor woonschepen niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. Het plandeel met de bestemming "Water" en de aanduiding "wetgevingszone - persoonsgebonden overgangsrecht 1" k an niet in stand blijven." Conclusie De Afdeling sluit niet uit dat wonen op een (middel)zware bedrijventerrein ruimtelijk niet wenselijk is, maar vindt wel dat het beter gemotiveerd moet worden. Dit met een specifiek onderzoek naar het woon- en leefklimaat van de woonbootbewoners.
Het onderzoek Een specifiek onderzoek naar het woon- en leefklimaat van de woonbootbewoners is uitgevoerd door het gespecialiseerde bureau Kragten (bijkage 2). Daarbij zijn de juridisch-planologische mogelijkheden op basis van het bestemmingsplan en de feitelijke situatie beoordeeld, zowel het gebruik van de woonschepen als het eventuele gebruik van de kade als tuin. Juridisch-planologische mogelijkheden Op gornd van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' gelden richtafstanden tussen bedrijven en gevoelige objecten (o.a. woonboten). Dit ten aanzien van de milieuaspecten geluid, geur, stof en gevaar. Geluid is vaak maatgevend.
Af beelding: geldende milieuzonering en daarbij horende richtaf standen o.g.v . de VNG-brochure.
Op grond van de juridisch-planologische mogelijheden is geconcludeerd: Direct rondom de woonboten zijn bedrijven van milieucategorieën 3.2 tot en met 4.2 toegestaan, met richtafstanden van 50 tot 200 meter voor het gebiedstype ‘gemengd gebied’. Feitelijke afstand woonboten tot de dichtstbijzijnde bedrijfspercelen is circa 10 tot 20 18
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
meter. De woonboten en bijbehorende tuinen liggen binnen de richtafstand van diverse bedrijven. Externe veiligheid - risicovolle inrichtingen Op delen van het bedrijventerrein zijn risicovolle inrichtingen toegestaan. De afstand van de zone waarbinnen risicovolle inrichtingen zijn toegestaan bedraagt voor een deel minder dan 20 meter tot de woonboten.
Analyse feitelijke situatie Ook is onderzocht welke bedrijven daadwerkelijk aanwezig zijn en welke milieuimpact deze bedrijven hebben. Dit aand e hand van milieuvergunningen en meldingen Activiteitenbesluit milieubeheer. Geconcludeerd is: Van een aantal bedrijven reikt de feitelijke richtafstand/hindercontour niet tot aan woonschepen en tuinen. Van een aantal bedrijven reikt de feitelijke richtafstand/hindercontour wel tot aan woonschepen en tuinen (bedrijven van milieucategorie 3.1 – 4.2 binnen circa 15 meter afstand). Geluid In veel gevallen is geluid het maatgevende aspect. Daarom is (aanvullend) ook een akoestisch onderzoek uitgevoerd door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB), bestaande uit geluidberekeningen en -metingen. De resultaten van de geluidberekeningen leiden tot de volgende conclusie: De geluidbelasting ten gevolge van het gezoneerde industrieterrein ter hoogte van de woonboten ligt tussen de 50 en 63 dB(A). Dit is redelijk tot tamelijk slecht. De hoogste geluidbelasting per woonboot varieert tussen 57 en 63 dB(A). Dit is matig tot tamelijk slecht. Bij twee woonboten is sprake van een slecht woon- en leefklimaat, bij elf woonboten tamelijk slecht en bij één woonboot matig. De geluidsmetingen zijn uitgevoerd op 3 representatieve locaties, ter hoogte van de Waldeck Pyrmontstraat 2, 10 en 28.
De resultaten van de geluidsmetingen leiden tot de volgende conclusie: Etmaalwaarde varieert van 48 tot 63 dB(A). Milieukwaliteit in de omgeving van de Waldeck Pyrmontstraat 2 is redelijk. In de omgeving van de Waldeck Pyrmontstraat 10 is deze matig. In de omgeving van de Waldeck vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
19
Pyrmontstraat 28 is deze tamelijk slecht. Conclusie woon- en leefklinmaat Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de woonboten: op basis van VNG-richtlijnen en juridisch-planologische mogelijkheden géén sprake is van goed of aanvaardbaar woon- en leefklimaat; op basis van feitelijk aanwezige bedrijven géén sprake van goed of aanvaardbaar woon- en leefklimaat; op basis van analyse milieuvergunningen en meldingen Activiteitenbesluit milieubeheer naar verwachting geen onevenredige hinder ter hoogte van woonboten en tuinen is als gevolg van aspecten geur, stof en gevaar. op basis van akoestisch onderzoek (zowel berekeningen als metingen) géén sprake is van goed of aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 2.4.4
Finale geschillenbeslechting
Opdracht: De Afdeling heeft de raad opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij is aangegeven: "De raad zal bij het nieuw te nemen besluit opnieuw moeten bezien welke regeling hij wenst te treffen voor het gebruik ten behoeve van ligplaatsen voor woonschepen. In theorie zijn daartoe de volgende mogelijk heden aan de orde: dat gebruik als zodanig bestemmen, daarvoor een zogenoemde uitsterfregeling opnemen, dat gebruik onder het algemeen gebruiksovergangsrecht laten vallen, of daarvoor persoonsgebonden overgangsrecht toek ennen. De raad dient bij het maken van een keuze terzake in beschouwing te nemen dat het gebruik ten behoeve van ligplaatsen voor woonschepen per 1 januari 2018 is gelijkgesteld met vergund gebruik en dus niet in strijd is met het bestemmingsplan "De Hurk" uit 1988. Daarbij moet de raad ook betrekken dat het gebruik ten behoeve van ligplaatsen voor woonschepen ter plaatse reeds gedurende geruime tijd plaatsvindt en zonder dat daartegen van gemeentewege is opgetreden. Voorts dient de raad daarbij aandacht te besteden aan de voorziene en ook wenselijk geachte (middel)zware bedrijvigheid in de omgeving van die ligplaatsen en de vraag of mede gelet daarop geen sprake is van een onaanvaardbaar woonen leefklimaat ter plaatse van die ligplaatsen.
Afhankelijk van de keuze terzake dient de raad ook in te gaan op de vraag of sprake is van zicht op beëindiging van het gebruik ten behoeve van ligplaatsen voor woonschepen, daarbij ook betrekkend de feitelijke en privaatrechtelijke situatie, waaronder het door de gemeente verhuurd zijn van de ligplaatsen, de mogelijkheid van het niet aangaan van nieuwe huurovereenkomsten, respectievelijk van het beëindigen van bestaande huurovereenkomsten, zoals in het verweerschrift van de raad ook is aangegeven." Commissie Het college heeft voordat het raadsvoorstel ter vaststelling van het reparatieplan werd aangeboden de commissie geconsulteerd. Het college is in de commissienotitie (bijkage 4) uitgegaan van persoonsgebonden overgangsrecht (als vertrek-/uitgangspunt), omdat dit het eerdere besluit (2017) van de gemeenteraad voor het bedrijventerrein betrof. Dit mede gelet op het onderzoek naar het woon- en leefklimaat op het middelzware bedrijventerrein van de woonbootbewoners en het feit dat het gebruik al gedurende geruime tijd plaatsvindt, zonder dat daar van gemeentewege tegen is opgetreden. Ook is advies gevraagd aan de commissie of het gebruik van de ligplaatsen eerder, danwel (ook) op andere wijze, beeindigd dient te worden. Dit kan bijvoorbeeld door het opzeggen van de huurovereenkomsten en/of het bieden van een financiële vergoeding. De gemeente is eigenaar van de ligplaatsen.
De bewoners hebben een huurovereenkomst voor de ligplaats (opzegtermijn van 6 maanden). Nieuwe huurovereenkomsten met anderen worden niet aangegaan. Voorafgaand aan de behandeling van de commissienotitie hebben de woonbootbewoners schriftelijk kunnen reageren op de commissienotitie en alle bijlagen. Daarnaast hebben de 20
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
woonbootbewoners ingesproken bij de commissie. Het advies van de commissie (bijlage 5) is dat duidelijkheid komt voor de woonbootbewoners, door te kiezen voor een uitkoopregeling voor de bewoners. Oftewel om normaal overgangsrecht op te nemen in het reparatieplan.Daarbij is ook betrokken dat het gebruik al gedurende geruime tijd plaatsvindt, zonder dat daar van gemeentewege tegen is opgetreden. De gemeenteraad heeft dit advies in haar besluit overgenomen. Reparatie Het persoonsgebonden overgangsrecht is in het bestemmingsplan verwijderd. In artikel 15 van de regels is uitsluitend overgangsrecht opgenomen.
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
21
22
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 3
3.1
Juridische vormgeving
Algemeen
Het bestemmingsplan "II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie)" is te typeren als een gedetailleerd plan. De methodiek van het bestemmingsplan is gebaseerd op de SVBP2012. Aangezien het gaat om de uitvoering van een opdracht in het kader van een uitspraak van de Raad van State zijn de bestemmingen en regelingen uit het bestemmingsplan Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017 zoveel mogelijk overgenomen.
3.2
Planmethodiek
Er is, conform de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik. Al dan niet in combinatie met een nadere - eisen - regeling.
3.3
Verbeelding
Op de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover hier in de regels naar wordt verwezen. In verband met de leesbaarheid is het plan op een topografische ondergrond getekend. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn op de verbeelding opgenomen in het renvooi. Opgemerkt wordt dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar verschillen. Dit heeft ermee te maken dat de manier van raadplegen anders is. De digitale verbeelding is juridisch bindend.
3.4
Planregels
De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten. Dit is om te voorkomen dat er discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In "Begrippen" wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als in de regels begrippen voorkomen die niet in dit artikel zijn opgenomen, dan geldt hiervoor de uitleg/interpretatie conform het normale taalgebruik. In "Wijze van meten" zijn de te gebruiken meetmethodes opgenomen. De regels bij de bestemmingen worden hierna afzonderlijk toegelicht. Aangezien het hier gaat om een reparatieplan, zijn de planregels uit het bestemmingsplan Bedrijventerrein De Hurk-Croy zoveel mogelijk overgenomen en gerepareerd daar waar de uitspraak van de Afdeling hiertoe aanleiding heeft gegeven. De aanpassingen zijn behandeld in hoofdstuk 2. In de Overgangs- en slotregels zijn het Overgangsrecht en de Slotregel opgenomen.
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
23
24
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 4
Financiële aspecten
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, dient de gemeenteraad eveneens een exploitatieplan vast te stellen. Dit heeft te maken met de wettelijke verplichting om de kosten; die de gemeente moet maken om deze ontwikkeling mogelijk te maken, te verhalen op de eigenaar/ontwikkelaar. Van deze verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het kostenverhaal op een andere manier is geregeld. Dit kan bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke gronduitgifte of door het afsluiten van een overeenkomst. Ook kan er sprake zijn van zogenaamde “kruimelgevallen”. Het komt er hierbij op neer dat de door de gemeente te maken kosten beperkt zijn en de kosten verhaald kunnen worden via de legesverordening. Voorwaarde hierbij is dat er geen sprake is van fasering, locatie-eisen of eisen aan woningbouwcategorieën.Voor dit conserverende bestemmingsplan geldt dat het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd door gemeentelijke gronduitgifte of bij een overeenkomst of omdat er enkel sprake is van “kruimelgevallen”. Planschade Er is onderzoek is gedaan naar mogelijke planschade in verband met de economische uitvoerbaarheid van het plan. Geconcludeerd is, dat de kans hierop klein is.
Dit gezien de ligplaatsen, waar ten tijde van de inwerkingtreding van de Wet verduidelijking voorschiften woonboten (Wvvw) per 1 januari 2018 een woonboot lag, eigendom zijn van de gemeente.Voor de bedrijvigheid is geen sprake van een risico op planschadeclaims. De bedrijfsbestemmingen, zoals onderdeel van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein De Hurk-Croy 2017' zijn onherroepelijk en de bedrijfsmogelijkheden worden niet beperkt. Planschade staat de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan daarom niet in de weg.
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
25
26
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 5 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid
5.1
Bekendmaking ex artikel 1.3.1 Bro
Op grond van artikel 1.3.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet van het voornemen een bestemmingsplan voor te bereiden, kennis worden gegeven. Het betreft hier het uitvoering geven aan een gerechtelijke uitspraak via een reparatieplan. Hiervoor is geen bekendmaking gedaan.
5.2
Overleg ex artikel 3.1.1 Bro
Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het betreft hier het uitvoering geven aan een gerechtelijke uitspraak via een reparatieplan. Hiervoor is geen vooroverleg gevoerd.
5.3
Inspraak
Per 1 oktober 2008 is de "Verordening Samenspraak en Inspraak gemeente Eindhoven 2008" in werking getreden. Het doel hiervan is het betrekken van burgers bij de besluitvorming. Het betreft hier het uitvoering geven aan een gerechtelijke uitspraak via een reparatieplan. Hiervoor is geen inspraak doorlopen.
5.4
Zienswijzen
Het betreft hier het uitvoering geven aan een gerechtelijke uitspraak via een reparatieplan: De Afdeling ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb de raad op te dragen om voor de vernietigde plandelen met inachtneming van deze uitspraak een nieuw plan vast te stellen en zal daartoe een termijn stellen. Het door de raad te nemen nieuwe besluit behoeft niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb te worden voorbereid. Dat betekent dat de raad een nieuw vaststellingsbesluit neemt zonder uitvoering het ontwerpbestemmingsplan ter inzage te leggen voor zienswijzen.
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
27
28
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
Bijlagen bij de toelichting
Bijlage 1 2020
Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 26 februari
Bijlage 2
Onderzoek woon- en leefklimaat december 020
Bijlage 3
Onderbouwing branchering
Bijlage 4
Commissienotitie overgangsrecht
Bijlage 5
Advies commissie
Bijlage 6
Risico analyse planschade
Deze bijlagen zijn te raadplegen op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
29
30
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
Regels
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
31
32
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
Hoofdstuk 1
Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) met identificatienummer NL.IMRO.0772.80408-0301 van de gemeente Eindhoven. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen). 1.3
aan-huis-verbonden-beroep
een vrij beroep, dat in of bij een woongebouw wordt uitgeoefend, waarbij het woongebouw in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Bijvoorbeeld gastouderopvang; detailhandel via internet zonder opslag en/of verkoop aan huis; of het enkel uitoefenen van een administratie ten behoeve van een bedrijf. Onder vrije beroepen worden verstaan: (para)medische, juridische, therapeutische, ontwerp-technische, administratieve, sociaal-maatschappelijke, kunstzinnige en daarmee gelijk te stellen beroepen. 1.4
aanbouw
een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.5
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.. 1.7
archeologisch onderzoek
onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling dat voldoet aan de meest actuele versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). 1.8
archeologische waarde
de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in het gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.9
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.10
bed & breakfast
een accommodatie gericht op het bieden van de mogelijkheid tot een toeristisch en veelal kortdurend nachtverblijf met het serveren van ontbijt. Het is gevestigd in een huis en wordt gerund door de eigenaren van het betreffende huis en heeft maximaal 2 verhuurde kamers. vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
33
1.11
bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf. 1.12
bedrijfsvloeroppervlakte
de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte, opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.13
bedrijfswoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein wenselijk is. 1.14
belemmeringenstrook
een strook grond ten behoeve van het onderhoud van een buisleiding waarbinnen geen bebouwing mag worden opgericht en/of werken en werkzaamheden (niet zijnde bouwen) mogen worden uitgevoerd die van invloed kunnen zijn op de ongestoorde ligging van de buisleiding. 1.15
beperkt kwetsbaar object
a. verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting en met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare; b. bedrijfswoningen, voor zover zij niet behoren tot een Bevi-inrichting; c. kantoorgebouwen, hotels en restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen en voor zover zij niet behoren tot een beviinrichting; d. sporthallen, sportterreinen, zwembaden en speeltuinen; e. kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet onder het begrip kwetsbaar object vallen; f. objecten die met het onder a. tot en met e. genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin meestal aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; g. objecten met hoge infrastructurele waarde, waaronder in ieder geval telefoon- en elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval. 1.16
Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen)
Besluit van 27 mei 2004, Stb. 250, houdende regels inzake milieukwaliteitseisen op het gebied van de externe veiligheid zoals deze luidde op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 1.17
bestaande situatie
bij bouwwerken: legale bouwwerken die aanwezig of in uitvoering zijn op het tijdstip van ter visie legging van het ontwerp van het bestemmingsplan, dan wel bouwwerken zoals die mogen worden gebouwd krachtens een vergunning; bij gebruik: legaal gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig tijdens de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.18
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak.
34
vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
1.19
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.20
bijgebouw
een op zichzelf staand al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.21
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.22
bouwgrens
de grens van een bouwvlak. 1.23
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijke omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder. 1.24
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.25
bouwperceelgrens
een grens van een bouwperceel. 1.26
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.27
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.28
café
horeca, niet zijnde een discotheek of bar/dancing, uitsluitend of overwegend gericht op het verstrekken van dranken voor consumptie ter plaatse, met als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid. 1.29
cafetaria/snackbar/afhaalservice
een bedrijf gericht op het verstrekken van voor consumptie ter plaatse bereide kleine etenswaren, met als nevenactiviteit het verstrekken van zwak-alcoholische en niet-alcoholische dranken. 1.30
coffeeshop
een bedrijf gericht op het verstrekken van niet-alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse, met eventueel als nevenactiviteit het verstrekken van kleine etenswaren, al dan niet ter plaatse bereid, en van verdovende en/of hallucinerende stoffen. 1.31
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw. vastgesteld II Bedrijventerrein De Hurk-Croy (reparatie) Gemeente Eindhoven
35
1.32
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook begrepen detailhandel in dagelijkse goederen, detailhandel in niet-dagelijkse goederen, perifere detailhandel, grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum, internetwinkel/webwinkel, afhaalpunten en supermarkt. 1.33