CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

20260303 initiatiefvoorstel Groene Speelstraten GroenLinks-PvdA

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Groene Speelstraten (GroenLinks PvdA)2.963 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Initiatiefvoorstel Groene Speelstraten

Veiligere, groenere en betere verblijfskwaliteit rond plekken waar kinderen en jongeren samenkomen

GroenLinks - PvdA

Inleiding Stel je voor, je brengt je kind naar school. In een ideale wereld loop of fiets je over een rustige, groene straat. Auto’s rijden stapvoets door de wijken bij de kinderen en jij kan ze makkelijk, veilig en prettig afzetten bij de school. De straten bij de school staan vol mooi groen, kinderen spelen nog even voordat ze naar binnen gaan en je raakt onderweg in gesprek met een andere ouder. De omgeving voelt veilig, overzichtelijk en uitnodigend. In de werkelijkheid van veel Eindhovense schoolomgevingen ziet het er nog anders uit. Rond begin- en eindtijden zijn straten vaak druk, onoverzichtelijk en bovenal zijn de plekken rondom scholen ook vaak erg stenig. Ouders die even snel willen parkeren, busjes die doorrijden om geen tijd te verliezen en kinderen die kriskras oversteken. Daarnaast wordt het door klimaatverandering ook steeds warmer in Eindhoven. Wachten bij de school of spelen met elkaar is op stenige plekken met weinig groen en schaduw dan niet prettig. Daarmee staan twee doelen die we als stad belangrijk vinden: verkeersveiligheid en een gezonde leefomgeving onder druk. Onze buitenruimte bij deze plekken nodigt nog niet uit tot verblijven, maar vooral om er snel doorheen te rijden. De afgelopen jaren heeft Eindhoven belangrijke stappen gezet. Rondom basisscholen zijn schoolzones aangelegd om weggebruikers extra te wijzen op de aanwezigheid van kinderen.

Daarnaast werkt de gemeente aan de introductie van slowzones bij middelbare scholen en sportlocaties.1 Deze zones zijn bedoeld als veilige omgevingen rond onderwijs, sport en ontmoetingsplekken voor jongeren, met een adviessnelheid van 15 kilometer per uur en een duidelijke herkenbare inrichting. In de richting van 2026 wordt voor de slowzones een uitrolplanning vastgesteld. Dat is een goede basis. Tegelijkertijd laat zowel praktijkervaring als onderzoek uit binnen- en buitenland zien dat alleen verkeerskundige maatregelen onvoldoende zijn om schoolomgevingen echt kindvriendelijk te maken.2 Een bord “schoolzone”, een markering op de weg of een snelheidsadvies helpen, maar veranderen nog niet automatisch het gevoel van veiligheid, de verblijfskwaliteit of het gedrag van ouders en andere bestuurders. Daarnaast maken ze niet de omgeving rondom plekken waar jongeren samenkomen prettiger.

Juist de fysieke inrichting, groen, overzichtelijk en uitnodigend, blijkt sterk van invloed op hoe mensen zich gedragen.3 Straten met meer groen, minder rijbaanbreedte en duidelijke loop- en fietsroutes worden aantoonbaar rustiger gebruikt en stimuleren lopen en fietsen.4,5 Daarnaast weten we dat de omgeving rond scholen en plekken waar kinderen samenkomen grote invloed heeft op hun gezondheid en dagelijks welbevinden.6 Kinderen die lopend of fietsend naar school gaan, bewegen meer, zijn geconcentreerder in de klas en ontwikkelen een beter verkeersinzicht. Een groene, koele omgeving met bomen en planten vermindert hittestress, verbetert de luchtkwaliteit en kan ook ruimte voor spel en ontmoeting bieden. Dit zijn precies zaken die we als stad belangrijk vinden in het kader van klimaatadaptatie, gezondheid en de aantrekkelijke leefomgeving, maar die bij veel school- en sportomgevingen nog ontbreekt. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Zie: https://www.eindhoven.nl/slow Zie: https://cleancitiescampaign.org/wp-content/uploads/2022/10/School-Streets-Factsheet_w.pdf Zie: https://urban-mobility-observatory.transport.ec.europa.eu/resources/case-studies/schoolstreets-safe-and-sustainable-school-trips_en Zie: https://tsr.international/TSR/article/view/27384/24470 Zie: https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0169204618313732 Zie: https://expertisecentrumkinderopvang.nl/images/documenten-openbaar/forests-14-00660.pdf

2

Daar komt bij dat het gedrag van ouders en verzorgers rondom brengen en halen sterk wordt beïnvloed door hoe de omgeving eruitziet en voelt. Als de straat uitnodigt tot even snel met de auto tot aan de voordeur rijden, dan is dat wat er gebeurt. Als de straat daarentegen duidelijk autoluw of zelfs autovrij is ingericht, met plantenbakken, versmalde rijloper, logische looproutes en ruimte voor kinderen om veilig te wachten en te spelen, dan verschuift het gedrag richting lopen, fietsen en kort parkeren op afstand. In diverse steden met zogenaamde school streets is dit effect zichtbaar. Tijdelijke afsluitingen in combinatie met een aantrekkelijke inrichting leiden tot minder autobewegingen, meer fietsende en lopende kinderen en een hogere ervaren veiligheid.7,8 Eindhoven staat de komende jaren voor grote opgaven op het gebied van klimaatadaptatie, groei en de mobiliteitstransitie. De binnenstedelijke verdichting betekent dat er meer bewoners en dus meer kinderen komen op relatief beperkte ruimte. Dat vraagt om slimme oplossingen: ingrepen die niet alleen één probleem zoals verkeersveiligheid aanpakken, maar tegelijkertijd bijdragen aan vergroening, verkoeling, ontmoeting en een modal shift naar lopen en fietsen.

De sportplekken en schoolomgeving is bij uitstek zo’n plek waar verschillende beleidsdoelen samenkomen, waaronder: verkeersveiligheid, gezondheid, klimaat en sociale cohesie. Het is een plek waar veel mensen dagelijks de stad ervaren. Met het huidige beleid vanuit het masterplan mobiliteit rond school- en slowzones is een belangrijke stap gezet, maar de uitwerking is nog overwegend verkeerskundig: borden, strepen en snelheid.9 Wat ontbreekt is een integrale aanpak om de plekken waar kinderen samenkomen ook echt groen, prettig en verblijfswaardig te maken op een manier die snel uitvoerbaar is. Met dit initiatiefvoorstel stellen we daarom voor om een volgende stap te zetten: van “veilige slowzone” naar “Groene Speelzones”. We voegen aan de bestaande school- en toekomstige slowzones een pakket van maatregelen toe waarbij, in eerste instantie, met tijdelijke en andere slimme maatregelen we kunnen experimenteren, leren en opschalen. Zo maken we de openbare ruimte rond onze jeugd en kinderen niet alleen veiliger, maar ook groener, gezonder en aantrekkelijker.

Doelstelling Met dit initiatiefvoorstellen willen we: • De bestaande en toekomstige school- en slowzones versterken met in eerste instantie tijdelijke, zichtbare en meetbare verbeteringen in verblijfskwaliteit en vergroening. Plekken waar kinderen en jongeren samenkomen (denk aan: basisscholen, middelbare scholen, sportlocaties, kinderopvang, SPIL-centra) sneller klimaatrobuust en kindvriendelijk maken. • Lokaal eigenaarschap stimuleren via structurele afstemming met scholen, sportinstellingen en de buurt. Dit kan gaan over het meebeslissen over of er een groene speelstraat moet komen, meedenken over de inrichting daarvan en meedoen aan het onderhoud daarvan. • Waar herinrichting plaats gaat vinden van schoolzones de openbare ruimte met andere kaders in te gaan richten. 7.

3

8. 9.

Zie: https://ruimtevoorlopen.nl/magazine/editie-2/nederlandse-steden-ontdekken-de-schoolstraatveiliger-naar-school/ Zie: https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0264275125004652 Zie: https://eindhoven.raadsinformatie.nl/document/13655914/2/4_+Bijlage+1++Masterplan+Mobiliteit+2050+-+Wij+gaan+vooruit+19+december+2023

Voorstel Het college opdracht te geven om: 1. een programma “Groene speelstraten” op te zetten, als aanvulling op het bestaande beleid rond school- en slowzones, met als doel om plekken waar kinderen en jongeren samenkomen niet alleen verkeersveiliger, maar ook groener, koeler en prettiger te maken, waarbij: a. het programma zich in ieder geval richt op basisscholen, middelbare scholen, kinderopvang/SPIL-centra en sportlocaties; b. wordt uitgewerkt hoe dit programma inhaakt op het bestaande beleid voor school- en slowzones, klimaatadaptatie, vergroening, gezonde schoolomgeving en wijkgericht werken; c. een menukaart van tijdelijke maatregelen wordt opgesteld, waaronder in elk geval worden opgenomen: i. grote plantenbakken en andere mobiele groenvoorzieningen; ii. tijdelijke versmallingen of herinrichting van rijbaan en parkeerplaatsen ten gunste van lopen, fietsen, vergroening en verblijf; iii. flexibele afsluitingen tijdens haal- en brengmomenten; iv. tijdelijke snelheidsremmende maatregelen; v. speel-, loop- en fietsmarkeringen op straat; vi. tijdelijk zit- en wachtmeubilair en schaduwvoorzieningen; d. per maatregel wordt vastgelegd onder welke voorwaarden deze kan worden ingezet, met aandacht voor verkeersveiligheid, beheer, onderhoud, toegankelijkheid en handhaafbaarheid; e.

verkeersveiligheid nadrukkelijk leidend blijft en alle maatregelen vooraf worden getoetst door de afdeling verkeer en openbare ruimte. 2. Zo snel als mogelijk een eerste pilotfase te starten binnen dit programma, waarbij: a. locaties wordt geselecteerd, verspreid over de stadsdelen en met aandacht voor scholen en sportomgevingen met een hogere verkeersdruk of een gebrek aan groen; b. het bestuur en/of de directie van de betrokken locatie inclusief omwonenden worden betrokken. 3. De pilot financieel en beleidsmatig te koppelen aan bestaande programma’s en middelen, waarbij: a. zoveel mogelijk wordt aangesloten bij bestaande budgetten voor verkeersveiligheid, school- en slowzones, vergroening, klimaatadaptatie, gezondheid en wijkgerichte aanpak; b. actief wordt verkend welke externe middelen (provinciale of rijksregelingen, fondsen, subsidies) benut kunnen worden voor tijdelijke maatregelen; c. de raad hierover actief te informeren. 4. Er tevens een voorstel aan de raad wordt voorgelegd waarin: a. wordt aangegeven op welke manier een vervolg gegeven kan worden aan de pilot; b. de benodigde middelen en eventuele fasering voor het vervolg inzichtelijk worden; c. wordt aangegeven hoe Groene Speelzones structureel opgenomen wordt voor herinrichting van locaties waar veel kinderen en/of jongeren samenkomen.

Zodat bij groot onderhoud aan de openbare ruimte deze plekken worden aangepakt met nieuwe kaders voor vergroening, ontmoeting en verkeer.

4

Argumenten 1a.1. Kinderen en jongeren bewegen zich op meer plekken dan alleen bij basisscholen. Met het richten op basisscholen, middelbare scholen, kinderopvang/SPIL-centra en sportlocaties sluiten we aan bij het feit dat kinderen en jongeren hun dag op meerdere plekken doorbrengen. Juist bij het wisselen van plek kunnen drukke en onveilige situaties ontstaan. Door al deze plekken expliciet binnen de scope van Groene Speelstraten te brengen, zorgen we dat niet alleen scholen, maar de hele dag van een kind of jongere veiliger, groener en prettiger wordt. Dit is bovendien in lijn met inzichten uit onderzoek naar kindvriendelijke steden, waarin juist de complete dagelijkse keten centraal staat.10 1b.1. Het programma versterkt bestaand beleid in plaats van dat het ernaast komt te staan. Eindhoven zet al in op school- en slowzones vanuit verkeersveiligheid én werkt aan klimaatadaptatie, vergroening, gezonde schoolomgevingen en wijkgericht werken. Door Groene Speelstraten te koppelen aan bestaand beleid voorkomen we versnippering. Het wordt voor de organisatie duidelijk dat een schoolzone of slowzone niet alleen een verkeerskundig project is, maar ook een kans voor klimaatadaptatie, groen, gezondheid en wijkparticipatie. Dit verhoogt de uitvoeringskracht en maakt het eenvoudiger om mee te liften op lopende projecten en budgetten. 1c.1.

Een menukaart met tijdelijke maatregelen maakt snel experimenteren en maatwerk mogelijk. De fysieke situatie, verkeersstroom en context verschillen per school en buurt. Een vaste set ingrepen zou daarom niet passen bij de diversiteit van Eindhoven. Een menukaart met tijdelijke maatregelen maakt het mogelijk om per locatie een passende combinatie te kiezen. Daarbij kunnen we zo ook maatregelen testen en ervaren en daarna pas permanent maken.

1d.1. Duidelijke voorwaarden per maatregel zijn nodig voor uitvoerbaarheid en draagvlak. Tijdelijke elementen kunnen in de praktijk vragen oproepen over aansprakelijkheid, beheer, toegankelijkheid voor hulpdiensten en mensen met een beperking. Door per maatregel vooraf vast te leggen onder welke voorwaarden deze mag worden ingezet, wordt het voor zowel de interne organisatie als voor de betrokken locatie en omwonenden duidelijk wat wel en niet kan. Dat verkleint de kans op misverstanden en klachten in de uitvoering en helpt om verwachtingen te managen. 1e.1. Verkeersveiligheid in het verkeer moet de basis blijven. Hoewel het aantrekkelijk en belangrijk is om te focussen op groen en verblijfskwaliteit, gaat het bij schoolomgevingen in de eerste plaats om de veiligheid van kinderen en jongeren. Toegevoegde elementen mogen niet zorgen voor onoverzichtelijke situaties. Door vast te leggen dat verkeersveiligheid leidend blijft en alle maatregelen vooraf worden getoetst door de afdeling verkeer en openbare ruimte, borgen we dat Groene Speelstraten een versterking zijn van de verkeersveiligheidsambities en niet een risico vormen.

5

10. Zie: https://www.unicef.org/media/102391/file/Necessity%20of%20Urban%20Green%20Space%20for%20Ch ildren%E2%80%99s%20Optimal%20Development.pdf

2a.1. Een eerste tranche dient voldoende spreiding en leeropbrengst met zich mee te hebben Met een mix van verschillende plekken uit de stad krijgt men een breed beeld van wat waar wel en niet werkt. Tegelijkertijd dient het aantalvoor de pilot beheersbaar te blijven, zodat de organisatie niet wordt overbelast. Een te kleine pilot zou te weinig leerervaring opleveren en een te grote pilot is organisatorisch en financieel uitdagend. 2b.1. Structurele betrokkenheid van bestuur en/of directie van de betreffende locatie en omwonenden is cruciaal voor succes. Ervaringen in andere steden met schoolstraten laten zien dat draagvlak bij school, ouders en buurt een doorslaggevende factor is.11 Zonder betrokkenheid kunnen tijdelijke afsluitingen en herinrichtingen leiden tot irritatie. Juist door dit te borgen in het voorstel laten we zien dat we dit samen willen aanpakken. 3a.1. Aansluiten bij bestaande budgetten maakt het programma financieel haalbaar. Verkeersveiligheid, school- en slowzones, vergroening, klimaatadaptatie, gezondheid en wijkgerichte aanpak hebben ieder hun eigen budgetten en plannen. Groene Speelstraten raken aan al deze thema’s. Door zoveel mogelijk aan te haken bij bestaande budgetten, wordt het programma geen losse pilot, maar een manier om betere, integrale keuzes te maken binnen wat toch al gepland was. 3b.1. Externe middelen vergroten de impact voor de toekomst.

Voor veilige en gezonde schoolomgevingen, klimaatadaptatie en vergroening bestaan verschillende provinciale en rijksregelingen, fondsen en subsidies. Door actief te zoeken naar deze middelen kan Eindhoven meer locaties realiseren of maatregelen intensiever uitvoeren voor de periode na de pilot. 3c.1. Actieve informatie richting de raad zorgt voor politieke verankering en bijsturing. Het programma raakt meerdere beleidsvelden en is zichtbaar in de wijken. De raad moet daarom goed kunnen volgen welke keuzes worden gemaakt en hoe het verloopt. Door de raad actief te informeren over de voortgang, de financiën en de eerste resultaten, kan de raad bijsturen en kaders meegeven voor een vervolg. 4.1. Structurele verankering in herinrichtingsbeleid voorkomt dat groengezinde schoolzones een eenmalige actie blijven. Als uit de eerste resultaten blijkt dat Groene Speelstraten werken, is het goed om na te denken hoe er doorgepakt kan worden. Duidelijkheid over benodigde middelen en fasering helpt bij een integrale afweging die bij de begroting genomen dient te worden. Daarnaast ontstaan kansen voor kindvriendelijke, veilige, groene en prettigere leefomgevingen vooral bij grootschalige herinrichting.

Door Groene Speelstraten expliciet op te nemen als mogelijkheid bij herinrichting rondom locaties waar veel kinderen en/of jongeren samenkomen, wordt het normaal dat bij groot onderhoud gekeken wordt of er een Groene Speelstraten van gemaakt kan worden. 11. Zie: https://beweegvriendelijkeschoolomgeving.nl/content/uploads/2025/02/CROW-notitieSchoolstraten-inrichting-en-organisatie.pdf

6

Kanttekeningen 1. Ruimte is schaars en belangen in de straat kunnen soms botsen. Op veel plekken in Eindhoven is de ruimte letterlijk beperkt. De rijbaan, stoep, bomen, parkeerplaatsen, laad- en losplekken, afvalinzameling en hulpdiensten vragen allemaal om een plek. Het toevoegen van elementen, tijdelijke versmallingen of afsluitingen betekent vrijwel altijd dat er iets anders minder ruimte krijgt. Dat kan tot spanning leiden. Daarom is het als eerste belangrijk om per locatie zorgvuldig af te wegen welke functies blijven, welke kunnen schuiven en waar grenzen liggen vanuit veiligheid, bereikbaarheid en de parkeernormen. En daarom is in het voorstel opgenomen om met betrokken locaties en de buurt in gesprek te gaan. 2. Ook beheer en onderhoud van tijdelijke maatregelen vragen structurele aandacht. Tijdelijke maatregelen zoals plantenbakken, flexibele afsluitingen, tijdelijke drempels, markeringen en dienen beheerd en onderhouden te worden. Zonder duidelijke afspraken kan een goed bedoelde maatregel verrommelen of kan het zelfs onveilig worden. Omdat dit project integraal over de domeinen van de gemeente heen kijkt, moet er toch ergens een eindverantwoordelijke zijn die ook nadenken over beheer en onderhoud. 3. Mogelijke ideeën kunnen meer geld kosten. Dit voorstel vraag om eerst een pilot te draaien. Toch kan het zijn dat er meer ideeën voor bepaalde Groene Speelstraten zijn.

Hierdoor kan de haalbaarheid van Groene Speelstraten in het gedrang komen. We verzoeken hierin bij de uitvoering rekening te houden. 4. De implementatie van de slowzones kan mogelijk langer duren. Dit voorstel vraagt om de uitvoering van de slowzones anders aan te pakken. Voor die slowzones zijn verkeersbesluiten vanuit de raad nodig. Echter komt daar nu nog iets extra’s bij, wat mogelijk voor vertraging van de uitvoering van de slowzones kan zorgen.

Personele consequenties Voor de opstart zijn nog geen personele consequenties en dient dit opgepakt te worden binnen de bestaande budgetten en binnen de bestaande afdelingen. Eventuele personele consequenties voor de jaren erna dienen te worden meegenomen binnen het voorstel dat naar de raad toekomt.

Financiële consequenties Een pilot opstarten met tijdelijke maatregelen moet, zoals in de beslispunten staat, opgevangen worden binnen bestaande budgetten van verschillende afdelingen. Dit is mogelijk daar voor de slowzones reeds bij de behandeling van de begroting middelen vrijgemaakt zijn en ook voor extra vergroening in de wijken zijn middelen vrijgemaakt. Het college werkt de pilot- en vervolgfase verder uit, waarin de bijbehorende kosten worden meegenomen. Dit plan kan dan integraal worden meegenomen bij de volgende begrotingsbehandeling.

7

Communicatie De raad wordt bij de start van het programma Groene Speelstraten geïnformeerd over de selectie van de eerste pilotlocatie(s), de definitieve menukaart en een globale planning. Gedurende de pilotfase wordt de raad actief geïnformeerd wanneer daar aanleiding toe is, bijvoorbeeld bij belangrijke mijlpalen of noodzakelijke bijsturing. Ook zijn er enkele beslispunten rondom de communicatie in het voorstel opgenomen, zodat de raad goed kan beslissen en debatteren over het vervolg. Voor besturen en/of directies van betrokken locaties en omwonenden wordt per pilotlocatie een gerichte communicatiestrategie opgesteld. Daarbij wordt actief het contact opgezocht en helder besproken waarover, hoe en wanneer er meegedacht kan worden over de te nemen (tijdelijke) maatregelen.

Planning en uitvoering Er wordt er een plan uitgewerkt voor de eerste Groene Speelstraten. In dit plan zal de uitvoering, inclusief communicatie verder worden uitgewerkt. Dan zal ook de verdere planning van fysieke uitvoering duidelijk worden. Voor de periode erna is eerst besluitvorming door de raad nodig alvorens verder nagedacht kan worden over de planning en uitvoering.

Evaluatie De betrokken afdelingen dienen actief bij te houden waar succescriteria en leerpunten in zitten. De evaluatie van de eerste activiteiten dient opgenomen te worden in het voorstel, zodat de raad dit mee kan nemen in de afweging voor een vervolg.

Tot slot Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan.

8

Dit voorstel is geschreven door: Bart Habraken – GroenLinks Eindhoven

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16497907/2