00. Vragen auditcommissie over de reserves in Begroting 2026
Tekst van het document
Vragen auditcommissie over de reserves in Begroting 2026 Naar aanleiding van de antwoorden die de griffie van de interne organisatie heeft gekregen op vragen over de reserves heeft de auditcommissie de volgende vragen. 1. Reserve Samen Morgen Mooier Maken (RSMMM) Vraag griffie: Uit bijlage 6 blijkt dat er op 31-12-2026 (einde looptijd) een bedrag resteert van 11,5 miljoen. Dit komt niet overeen met het beeld dat bij Kadernota 2026 is geschetst. Kan het verschil tussen de Kadernota en Conceptbegroting op dit punt worden toegelicht? In het overzicht mutaties reserves (p.169 begroting 2026) valt op dat wordt aangegeven dat van de onttrekking aan de RSMMM in 2026 van 7,7 miljoen 2,1 miljoen vrijvalt. Wat betekent dit voor de resterende 11,5 miljoen op 31-12-2026? En waarom valt 2,1 miljoen vrij? Antwoord: In de kadernota zijn plannen geschetst voor het gehele bedrag. Deze zijn nog niet allemaal concreet verwerkt in de begroting. Het restant zal gedurende 2026 cf. plannen via begrotingswijzigingen volgen. De vrijval van 2,1 mln hangt samen met incidentele intensiveringen waar in de begroting middelen aan worden toegekend. Hiervoor zetten dus ook de middelen in die al in RSMMM waren toegekend. Dat noemen we technisch dan vrijval. Het betreft o.a. woningbouw (1,2 mln) en informatiebeveiliging (0,3 mln).
Vragen auditcommissie: a) Klopt het dat het antwoord is dat er in 2026 nog begrotingswijzigingen volgen voor een bedrag van € 11,5 miljoen? Voor welke onderwerpen/doelen*? Een overzicht dat vergelijkbaar is met bijlage 2 RSMMM bij Kadernota 2026 is behulpzaam voor de raad. b) Wat is/wordt van de verwachte realisatie voor 2025 (zoals beschreven in kadernota 2026) gerealiseerd in 2025? c) De uitleg over de technische vrijval van middelen is moeilijk te volgen. Wat is het verschil met de overige onttrekkingen uit de RSMMM? * Bij de taakvelden worden de intensiveringen uit kadernota/begroting benoemd. Niet altijd is duidelijk hoe deze nu zijn meegenomen in de begroting (taakvelden) en waarvoor en wanneer nog plannen/begrotingswijzigingen volgen. Antwoorden Voor vraag a en b verwijzen we naar bijlage 1 waarin per onderwerp de verwachte realisatie staat. In kolom E is zichtbaar voor welke onderwerpen nog begrotingswijzigingen worden verwacht. Vraag c: Er is sprake van onttrekkingen als middelen worden ingezet vanuit de reserve ter dekking van kosten. Er is sprake van vrijval als de middelen niet meer nodig zijn binnen de reserve omdat bijvoorbeeld de dekking al anders is voorzien of omdat de verwachte kosten lager waren dan ingeschat.
Concreet: als er in de begroting middelen voor een doel beschikbaar gesteld worden en er was nog resterende ruimte binnen SMMM voor vergelijkbare doelstelling kan die laatste vervallen/vrijvallen, zoals bv woningbouw: 16 mln voor Eindhoven bouwt door en 2,4 mln uitvoeringscapaciteit wonen (voor 4 jaar), en informatiebeveiliging 2 x 2 mln (2026/2027 Digital Decade) 2. Omvang en stortingen/onttrekkingen diverse reserves Vraag griffie: Gezien de omvang per 31 december 2026 en/of stortingen in 2026 zijn voor de raad de geraamde bestedingen vanuit de volgende reserves na 2026 relevant: • Reserve eporm • Reserve bovenwijks • Saldireserve specifiek Graag een toelichting op de bestedingen na 2026.
Antwoord: In de begroting geeft bijlage 4 Incidentele posten een goed beeld van de (meerjarige) inzet van reserves. Onderstaand per reserve het antwoord op de vraag plus (waar van toepassing) een verwijzing naar toelichting in de begroting en/of eerdere besluitvorming raad. Het meerjarig verloop van de genoemde reserves is bijgevoegd door een andere sortering toe te passen op bijlage 4.
Eporm (Exploitatie projecten openbare ruimte meerjarig) De mutatie in deze reserve is de vastgestelde wijze van verwerking van projecten maatschappelijk nut in ontwikkeling. Op p179 staat de volgende toelichting: Projecten maatschappelijk nut lichten we in zijn algemeenheid toe. Op diverse beleidsterreinen voeren we activiteiten projectmatig uit (bijvoorbeeld groot onderhoud, revitalisering bomen, verbeteren luchtkwaliteit). Het betreft hier nadrukkelijk geen investeringen maar exploitatieactiviteiten. Bij de start van een project worden de beschikbare middelen samengebracht in de reserve Exploitatie projecten openbare ruimte meerjarig. De storting in en vervolgens de onttrekking aan de reserve merken we als incidenteel aan. BOVO (BOvenwijkse VOorzieningen) Ingesteld in 2019. Deze reserve wordt ingezet ter dekking van de structurele lasten (rente en afschrijvingen) van de bovenwijkse investeringen. De afweging voor inzet van ontvangen bedragen wordt jaarlijks gekoppeld aan de investeringsplanning en via de begroting aan de raad voorgelegd. Vragen auditcommissie: a) Bijlage 4 geeft een goed inzicht in de stortingen/onttrekkingen reserves per programma en taakveld. Deze worden verder niet toegelicht. Een toelichting is ook niet altijd bij de betreffende taakvelden in de begroting te vinden. Graag een toelichting op de stortingen en onttrekkingen inzake de drie genoemde reserves.
Zie bijlage 2a voor reserve Bovo en bijlage 2b voor saldireserve specifiek. Voor de (technische) reserve eporm verwijzen we naar bijlage 3: in de categorie > 10 mln zijn mutaties per taakveld uitgesplitst en gekoppeld aan het inhoudelijke onderwerp toegelicht. b)
De andere sortering van bijlage 4 geeft inzicht in de onttrekkingen (baten) en stortingen (lasten) van vier reserves per taakveld. Lastig is dat je zelf aan de hand van het nummer van het taakveld via de leeswijzer moet uitzoeken om welk taakveld/programma het gaat. Hoe de stortingen/onttrekkingen landen in de betreffende taakvelden in de begroting blijft nog steeds moeilijk/niet te volgen. Kan het overzicht toegelicht worden? En kan er een overzicht gegeven worden van de saldi? Zie bijlage 3: In dit overzicht zijn de (meerjarige) mutaties van alle reserves per taakveld uitgesplitst. De reserves zijn in drie blokken verdeeld: 1. Reserves met mutaties > 10 mln: Reserve eigen kapitaal, saldireserve specifiek, reserve eporm, RSI en reserve opvang ontheemden Oekraïne. 2. Specifieke reserves: reserve Bovo en RSMMM. 3. Overige reserves
c)
De griffie heeft gevraagd om inzicht in de bestedingen na 2026. Het overzicht geeft voor de reserves BOVO, saldireserve specifiek en Eporm v.a. 2028 weinig inzicht in de bestedingen gezien de omvang van de reserves. Kan er meer inzicht in de bestedingen na 2026 worden gegeven? Zie bijlage 3.
2
3. Stortingen/onttrekkingen reserves groter dan 10 miljoen Vraag griffie: Graag een toelichting op de stortingen en onttrekkingen reserves groter dan 10 miljoen, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt hoe en waarom de onttrekkingen verdeeld worden over de programma’s en vanuit welke programma’s, welke middelen waarom in welke reserves worden gestort. Antwoord: Zoals uit bijlage 4 blijkt zijn er slechts twee individuele mutaties boven 10 mln. Het betreft een storting van 16 mln in de Saldireserve specifiek voor Eindhoven bouwt door en cf. kadernota een storting van 11 mln in de Reserve strategische investeringen. Vragen auditcommissie: a.
Verwezen wordt naar twee individuele mutaties in bijlage 4. De vraag is echter gebaseerd op de totale onttrekkingen en stortingen in bijlage 6. Kan deze bijlage aangevuld worden met een toelichting op de totale stortingen/onttrekkingen groter dan 10 miljoen; waar komen deze middelen vandaan of hoe worden ze verdeeld en waarom? De aanvulling is zichtbaar in bijlage 3: in het eerste blok staan de reserves met mutaties > 10 mln inclusief de verdeling naar taakvelden. In de begroting zijn de belangrijkste mutaties bij de betreffende taakvelden nader toegelicht.
b.
En specifiek; van de onttrekking aan de algemene reserve landt 26 miljoen in taakveld 0.4. Waarom? In taakveld 0.4 vindt de onttrekking van het rekeningresultaat voorgaand jaar plaats (20 mln) die als dekking dient voor alle incidentele intensiveringen in de kadernota en begroting. Daarnaast is er een technische mutatie m.b.t. egalisatie over de jaren van de planperiode 2026-2029 (6 mln).
4. Saldireserve specifiek Vraag griffie: Graag een overzicht ontvangen van welke en hoeveel middelen voor een bepaald doel zijn gereserveerd? En wanneer deze bedragen (zijn) vervallen? Antwoord: In deze reserve worden bedragen verzameld die via kadernota en begroting specifiek zijn bestemd maar waarvoor geen aparte reserve wordt geopend. De uitsplitsing van de Saldireserve specifiek wordt niet meer gepresenteerd en is wegens krapte in beschikbare tijd nog niet in detail geactualiseerd. Vragen auditcommissie: a) Via kadernota bestemd: bij de kadernota stemt de raad toch alleen in met de financiële richting, daar worden geen middelen bestemd toch? Klopt. In de begroting wordt het formele besluit genomen, maar in de kadernota wordt de voorgestelde richting qua mutaties uitgebreid toegelicht. b)
Vraag blijft voor welke middelen voor welk doel welke middelen zijn gereserveerd en wat de vervaldatum is, gezien de bepalingen in de nota reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen?* In het jaarlijkse reserveringendossier worden alle reserveringen beoordeeld o.b.v. de door de raad vastgestelde criteria voor reserveringen. In enkele gevallen zijn er aanvullende redenen om een reservering te behouden; dit wordt expliciet in het reserveringendossier opgenomen. Daarnaast stelt de raad bij het instellen van iedere reserve de looptijd en het doel vast van de betreffende reserve. Indien dit aanpassingen vraagt, wordt dit separaat aan de raad ter besluit voorgelegd (bijvoorbeeld met het reserveringendossier)
*nota reserves, voorzieningen en weerstandsvermogen p.14 De saldi reserve specifiek bevat middelen die bij de begroting door de raad bestemd zijn voor verschillende specifiek benoemde doeleinden. Deze worden vervolgens middels een dossier beschikbaar gesteld. Wordt dit niet binnen drie jaar nadat het geld in de reserve is geoormerkt gedaan, dan vervalt dit bedrag.
3