RekenkamerrapportTH gemeente EM9-4-2025
Tekst van het document
Bron: Raadsbesluit gemeente Eijsden-Margraten Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht, 12 december 2023. 12 Sinds 1 juli 2024 is de naam RUD Zuid-Limburg verandert naar Omgevingsdienst Zuid-Limburg. (Bron: website ODZL: https://www.odzuidlimburg.nl/nieuws/2766974.aspx?t=Wij-heten-nu-Omgevingsdienst-Zuid-Limburg). 13 De landelijke kwaliteitscriteria vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn in september 2024 vernieuw en gaan in op 1 januari 2025. Deze set kwaliteitscriteria 3.0 is te vinden op https://vng.nl/sites/default/files/202410/kwaliteitscriteria-3.0-voor-uitvoering-en-handhaving-krachtens-de-omgevingswet.pdf 11
Pagina 27
• •
Deel C: Procescriteria voor VTH-uitvoering Deel D: Competentieprofielen
De kwaliteitscriteria zijn verplicht voor de uitvoering van het basistakenpakket van omgevingsdiensten. Met de criteria worden eisen gesteld aan competenties van medewerkers (opleiding, ervaring en kennis) en eisen aan de organisatie (het minimum aantal medewerkers). Met de nieuwe Omgevingswet zijn de eisen ten aanzien van competenties verder geactualiseerd en uitgewerkt in competentieprofielen. UNIFORM UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSBELEID REGIO ZUID-LIMBURG (UUH) Het UUH-beleidsplan beschrijft hoe de Omgevingsdienst Zuid-Limburg de dienstverlening op het gebied van vergunningsverlening, toezicht en handhaving voor het basistakenpakket (milieu en bodem) uitvoert. Gemeente Eijsden-Margraten heeft het UUH-beleidsplan vastgesteld voor de periode 2023-2026.
Landelijke wet- en regelgeving
INVOERING OMGEVINGSWET EN WET KWALITEITSBORGING VOOR BOUWEN (WKB) Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de Omgevingswet zijn zesentwintig bestaande wetten gebundeld in één nieuwe wet. Zoals de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet Bodembescherming en de Wet natuurbescherming. De Wet milieubeheer gaat voor een deel op in de Omgevingswet, maar blijft wel bestaan. De onderwerpen stoffen, afvalstoffen, broeikasgasemissies, openbaarheid milieugegevens en milieuaansprakelijkheid blijven in de Wet milieubeheer 14. De Omgevingswet moet zorgen voor een samenhangende aanpak van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snelle besluitvorming. De Omgevingswet heeft gevolgen voor toezicht en handhaving. > De minimale impact is dat de juridische grondslagen wijzigen en dat toezichthouders en handhavers met de nieuwe wet moeten kunnen werken. > Daarnaast geeft de wet een zorgplicht aan. De specifieke zorgplicht uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) houdt in dat degene die een activiteit verricht alles moet doen en laten om negatieve gevolgen voor de leefomgeving te voorkomen dan wel te beperken.
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 is ook de Wet kwaliteitsborging voor bouwen van kracht. Het doel van de Wkb is om de kwaliteit van bouwwerken in de fysieke leefomgeving te verbeteren. Dit wordt onder meer verzorgd met de introductie van de onafhankelijke kwaliteitsborger, die door de initiatiefnemer dient te worden ingehuurd vanuit de private sector. De toets vooraf op de bouwplannen wordt vervangen door de toets in de praktijk. Door de Wkb verandert het toezicht op de bouwkwaliteit en daarmee de rol van gemeenten tijdens het bouwproces. De gemeente voert niet langer een preventieve toets uit, maar controleert of de ingehuurde kwaliteitsborger hiertoe gekwalificeerd is. De Wkb treedt stapsgewijze inwerking. Stapsgewijs in die zin dat er sprake is van een gefaseerde implementatie waarbij vier risicocategorieën bouwwerken worden onderscheiden, ook wel gevolgklassen genoemd. Als eerste treedt de Wkb in werking voor gevolgklasse 0 en nieuwbouw onder vervolgklasse 1. Verbouw onder gevolgklasse 1 is voorzien per 1 juli 2025. Voor bouwwerken binnen gevolgklassen 2 en 3 gaat de Wkb gelden per 1 januari 2029. Voor de gevolgklassen waar op
14
Bron: https://iplo.nl/regelgeving/omgevingswet/introductie/totstandkoming/intrekken-wetten/
Pagina 28
dit moment nog niet de Wkb op van toepassing is, geldt dat de werkzaamheden op de oorspronkelijke manier worden georganiseerd. Gevolgklasse Gevolgklasse 0 Gevolgklasse 1
Regelgeving Vergunningsvrij (wel volgens Bbl) Meldingsplicht & kwaliteitsborger Vergunningsplicht
Risico-inventarisatie Nauwelijks risico
Voorbeelden Dakkapellen, dakramen en kozijnen
Beperkte persoonlijke gevolgen Reële kans op persoonlijke gevolgen
Woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen Gevolgklasse 2 Bibliotheken, gemeentehuizen, onderwijsgebouwen en woongebouwen tot 70 m hoog Gevolgklasse 3 Vergunningsplicht Kans op aanzienlijke Trein-/metrostations, voetbalstadions, persoonlijke gevolgen ziekenhuizen en gebouwen hoger dan 70 m. Tabel Deel II, 1.2: Overzicht gevolgklassen (bron: https://iplo.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/technischebouwactiviteit/kwaliteitsborging/bouwwerken-gevolgklasse/).
Kanttekening bij de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Op 24 en 31 oktober 2023 heeft een debat plaatsgevonden in de Eerste Kamer over de invoering van de Wkb. De Eerste Kamer is akkoord gegaan met toezeggingen vanuit de minister, waarmee duidelijkheid is gekomen over de gefaseerde invoering Wkb. Toch is de volledige inwerkingtreding van de Wkb niet zeker. Op het moment van schrijven vindt het vergunningsvrij bouwen onder gevolgklasse 0 en nieuwbouw onder gevolgklasse 1 per 1 januari 2024 plaats volgens de Wkb. Gedurende 2024 wordt getoetst of het wenselijk is om hier verder invulling aan te geven, door ook verbouw binnen gevolgklasse 1 onder de Wkb te laten vallen. De gevolgklassen 2 en 3 zullen nog tot zeker 2029 binnen de huidige situatie worden georganiseerd. Ook hier geldt dat de inwerkingtreding op een later moment wordt bepaald. 15 In een Kamerbrief van 10 december 2024 informeert de minister de Eerste Kamer over de stand van zaken Wbk. In 2024 zijn de ervaringen met verbouwprojecten onder kwaliteitsborging vallen door de VNG geëvalueerd. Op basis van de resultaten uit deze evaluatie concludeert de minister dat de Wkb in zijn huidige vorm onvoldoende aansluit bij verbouwprojecten.
De verbouw zal dan ook niet onder gevolgklasse 1 laten vallen totdat duidelijk is dat sprake is van een passende systematiek die leidt tot een betere kwaliteit tegen aanvaardbare kosten. 16 BESLUIT BOUWWERKEN LEEFOMGEVING (BBL) Het Besluit bouwwerken leefomgeving is per 1 januari 2024 in werking getreden en is de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Het Bouwbesluit 2012 noemt de eisen waaraan bouwwerken moeten voldoen om de benodigde kwaliteit en veiligheid te kunnen garanderen. Het bouwbesluit van 2012 komt als gevolg van de invoering van de Omgevingswet in zijn geheel te vervallen 17. Overigens blijft het Bouwbesluit 2012 nog wel van toepassing op de aanvragen voor vergunningen die zijn ingediend voor 1 januari 2024 en daarmee nog onder het oude regiem van de Wabo vallen. In het Bbl staan regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. Daarnaast heeft het Bbl regels over de staat en het gebruik van een bouwwerk en over het uitvoeren van bouwen sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk. Met de inwerkingtreding van het Bbl worden er voor het werk van toezicht & handhaving weinig wijzigingen voorzien.
15
Bron: Kamerbrief Besluit verbouw onder kwaliteitsborging, 6 juni 2024.
16
Bron: Kamerbrief Stand van zaken Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, 10 december 2024. Voor bestaande bouw uit de periode voor 1 januari 2024 blijft het Bouwbesluit 2012 wel de toets ter beoordeling of het desbetreffende bouwwerk voldoet aan de vergunningsvereisten van het jaar van bouw van het bouwwerk.
17
Pagina 29
1.2 Prioriteiten en strategie Prioriteiten De gemeente is vanwege beperkte personele en materiele middelen niet in staat om overal op elk onderwerp en op elk tijdstip toezicht te houden en te handhaven. De gemeente moet daarom keuzes maken voor welke beleidsthema’s en situaties de capaciteit zal worden ingezet. Dit doet de gemeente met een risicoanalyse. Deze analyse is maatwerk voor iedere gemeente en moet aansluiten op de ‘couleur locale’. Zo heeft Eijsden-Margraten een landelijk karakter en een groot buitengebied. Dan spelen er andere risico’s dan bijvoorbeeld in een stedelijk gebied. Een ander voorbeeld is dat de gemeente relatief veel monumenten heeft. Prioriteiten komen voort uit: > De risicoanalyse van de gemeente Eijsden-Margraten; > Regionale afspraken die het college maakt met de Veiligheidsregio (brandweerzorg) en met de Omgevingsdienst Zuid-Limburg. > Lokale bestuurlijke aandachtspunten, zoals het toezicht op het wijzigen van monumenten. Inwoners en bedrijven worden nog niet betrokken bij de totstandkoming van prioriteiten. Wel ziet de gemeente meer mogelijkheid om data te benutten door analyse van meldingen en klachten die in het zaaksysteem (Rx.Mission) van VTH worden geregistreerd. In het jaarverslag wordt bij de klachten/meldingen het soort overtreding aangegeven.
18 RISICOANALYSE Het Integraal Omgevingsbeleidsplan VTH 2022 bevat een risicoanalyse op het terrein van milieu, bouw en ruimtelijke ordening en brandveiligheid. Deze risicoanalyse is door de gemeente uitgevoerd waarbij per handhavingsonderwerp is beoordeeld wat het effect is van het niet naleven van wet- en regelgeving en wat de kans is dat dit effect zich zal voordoen (Risico = Kans x Effect).
In de tabel Deel II, 1.3 worden de onderwerpen met een zeer groot risico samengevat. Daaruit blijkt dat er voor de gemeente 11 hoge prioriteiten zijn. • Metaalbewerkingsbedrijven. • Loonbedrijven • Industrie Bouw en Ruimtelijke Ordening • Monumentenbescherming • Slopen in strijd met bestemmingsplan • Nieuw- en verbouw publiekstoegankelijke bouwwerken • Risicovol sloopwerk (basistaken omgevingsdienst) Brandveiligheid bouwwerken • Logies • Camping • Peuterspeelzalen • Bejaardenhuis Gezien de reikwijdte van het onderzoek geven we enkel de prioriteiten weer die gelden voor toezicht en handhaving ten aanzien van de fysieke leefomgeving. Tabel Deel II, 1.3: Onderwerpen met zeer groot risico Milieu
18
Bronnen: Interviews en reactie naar aanleiding van de ambtelijke verificatie.
Pagina 30
REGIONALE AFSPRAKEN Uit de voor dit onderzoek toegeleverde documenten is niet helder wat regionaal aan prioriteiten zijn gesteld. Het Uniform Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Zuid-Limburg geeft hier geen antwoord op. Het gaat enkel in op het proces. Er wordt gesteld dat er risicoanalyses worden uitgevoerd en dat de resultaten daarvan worden vertaald naar uitvoeringsprogramma’s voor de Veiligheidsregio en de Omgevingsdienst. Momenteel loopt bij de omgevingsdienst nog een traject voor het vaststellen van risico’s waarover met de gemeenten nog afstemming is. LOKALE BESTUURLIJKE AANDACHTSPUNTEN Uit het lokale uitvoeringsprogramma 2024 VVTH+ blijkt dat de gemeente een aantal speerpunten heeft gesteld. De speerpunten voor 2024 liggen op het gebied van de extra woningbouw en het toezicht op monumenten.
Er is wel aansluiting op het onderwerp monumentenbescherming. De gemeente is de op één na grootste monumentengemeente van Limburg met 395 Rijksmonumenten en 5 rijksbeschermde dorpsgezichten. Het in stand houden hiervan is ook één van de gemeentelijke speerpunten. Strategieën Het Integraal Omgevingsbeleidsplan VTH 2022 bevat een handhavingsstrategie. De handhavingsstrategie is erop gericht het naleefgedrag van inwoners en ondernemers te bevorderen. Het bestaat uit vier instrumenten: preventiestrategie, toezichtstrategie, handhavingsstrategie en een gedoogstrategie. De preventiestrategie is vooral gericht op het voorkomen van overtredingen door het stellen van heldere begrijpelijke regels die bekend zijn en ook worden geaccepteerd. De gemeente Eijsden Margraten ziet hierbij vooral goede voorlichting en communicatie als een belangrijk middel om dit te bereiken. Dit via de gemeentelijke website, informatiebijeenkomsten en tijdens toezichtcontroles ingaan op achtergronden van wet- en regelgeving. Ten aanzien van de toezichtstrategie onderscheidt de gemeente actief en passief toezicht. Actief toezicht is programmatisch, routine- en/of projectmatig van aard. Passief toezicht is adhoc en vindt plaats naar aanleiding van klachten, meldingen, calamiteiten en handhavingsverzoeken.
EijsdenMargraten streeft verder naar integraal toezicht, waarbij zoveel als mogelijk tussen verschillende toezichthouders wordt samengewerkt: samen controleren, voor elkaar controleren en voor elkaar signaleren. Voor de uitvoering van handhaving sluit de gemeente Eijsden-Margraten aan bij de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). DE LHSO is een beleidskader voor de bestuursrechtelijke- en strafrechtelijke handhaving. Het doel van deze strategie is uitvoering geven aan de beginselplicht tot handhaven, passend optreden bij overtredingen, in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken en interventies kiezen en toepassen op eenduidige wijze. Dit kan op zowel strafrechtelijke wijze (bestraffend) als bestuursrechtelijk (gericht op het herstel van de situatie). De keuze van de in te zetten bestuursrechtelijke sanctie vindt plaats aan de hand van de in de strategie opgenomen interventieladder en interventiematrix. Daarbij zijn het gevolg van de overtreding en het gedrag van de overtreder bepalend voor de wijze hoe er gehandhaafd wordt. Het omgevingsbeleidsplan richt zich op bestuursrechtelijke handhaving. Denk aan het opleggen van een last onder dwangsom, bestuursdwang en het intrekken van een vergunning. Gedogen is het niet optreden tegen overtredingen.
Eijsden-Margraten hanteert daarbij het uitgangspunt dat grote terughoudendheid is geboden bij gedogen en dat er nooit sprake kan zijn van passief gedogen, maar dat dit altijd actief moet plaatsvinden. De gemeente neemt na een
Pagina 31
zorgvuldige belangenafweging in dat geval bewust een schriftelijk besluit tot het onder voorwaarden niet handhavend optreden. 19
19
Bron: Integraal Omgevingsbeleidsplan VTTH+ 2022 (p. 72).
Pagina 32
2
De uitvoering en werkwijze
In dit hoofdstuk staat blok B uit het evaluatiemodel centraal. Hieronder beantwoorden we direct de deelvragen die aansluiten op dat blok, aan de hand van kernbevindingen. Daarnaast passen we de in dit onderzoek gehanteerde normen toe en sluiten de kernbevindingen daarmee af. De onderliggende paragrafen van dit hoofdstuk bevatten een meer gedetailleerde onderbouwing van de kernbevindingen. DEELVRAGEN 4 Hoe is het beleid uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma en sluit dit aan op gestelde prioriteiten? > Welke personele- en financiële middelen zijn beschikbaar gesteld voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma en hoe sluit dit aan op de gestelde prioriteiten? > Hoe wordt dit vertaald naar regionale samenwerkingspartners (bijvoorbeeld Omgevingsdienst Zuid-Limburg)? 5 Welke instrumenten worden ingezet om uitvoering te geven aan het toezichts- en handhavingsbeleid? > In hoeverre is er sprake van een integrale aanpak en benadering? > Hoe wordt er opgetreden na het constateren van overtredingen en in hoeverre worden daarbij wettelijke handhavingsinstrumenten ingezet. > Is er naast een ‘formele’ houding van de gemeente ook sprake van een ‘informele en oplossingsgerichte’ insteek om het vertrouwen tussen de gemeente en burgers en bedrijven te vergroten 20.
6 In hoeverre is de uitvoering voorbereid op de veranderingen in de wetgeving met betrekking tot de Omgevingswet? TOEGEPASTE NORMEN
• • •
Er zijn voldoende personele middelen: deze zijn in lijn met doelen en prioriteiten Er is daar waar kan en nodig een integrale werkwijze. Er is naast een formele houding van de gemeente ook sprake van een oplossingsgerichte insteek.
2.1
Het uitvoeringsprogramma
Het opstellen van een jaarlijks uitvoeringsprogramma is wettelijk verplicht en is tevens vastgelegd in het gemeentelijk Integraal Omgevingsplan VTH. Het college stelt jaarlijks het uitvoeringsprogramma vast, waarna het ter kennisgeving naar de raad (via raadsinformatiebrieven) en de provincie Zuid-Limburg (in het kader van interbestuurlijke toezicht) gaat. Met dit programma worden de uitvoeringsdoelen voor het komende jaar vastgesteld en bepaalt welke personele capaciteit en financiële middelen hiervoor nodig zijn. Het uitvoeringsprogramma is vervat in een infographic met een toelichting. Het college heeft gekozen voor een infographic zodat in een oogopslag duidelijk is wat de geplande activiteiten zijn. In het onderstaande schema geven we een aantal concrete voorbeelden zonder volledig te willen
20
De zogenaamde ‘informele aanpak’ is een initiatief van het ministerie van BZK en zet in op het vergroten van vertrouwen door de juridische focus op (mogelijke) conflicten om te zetten in een focus op het waar mogelijk oplossen van problemen. Bron: VNG Handhaving door en voor gemeenten, juridische handleiding voor de gemeentelijke praktijk.
Pagina 33
zijn. In de infographic wordt verder geen aansluiting gemaakt met prioritaire onderwerpen uit risicoanalyses.
Figuur Deel II, 2.1: Voorbeelden planning uit het uitvoeringsprogramma VTH 2024
Personele inzet en financiële middelen Eind 2023 was de vaste capaciteit nog niet geheel ingevuld door krapte op de arbeidsmarkt en interne verschuivingen. Hierdoor was de inzet van externe capaciteit nog steeds nodig. 21 Bij de analyse van de benodigde en beschikbare capaciteit voor het uitvoeringsprogramma 2024 is verder geconstateerd dat er een tekort is aan beschikbare capaciteit bij VVTH+. Om de balans te herstellen is niet gekozen voor extra inhuur maar voor het aanpassen c.q. doorschuiven van enkele taken totdat het team weer op sterkte is. Ook is in de begroting van 2024 de vaste capaciteit van 5 fte uitgebreid (2 fte vergunningen, 2 fte ruimtelijke ordening en 1 fte milieu). Ondanks de uitbreiding van personeel wordt de werklast steeds groter. Dit heeft verschillende oorzaken: > Sinds de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kan er veel meer vergunningsvrij worden gebouwd zonder meldingsplicht. Het vergunningsvrij bouwen is verder verruimd door de invoering van de Omgevingswet. Dit leidt tot een toename van klachten en meldingen vanuit de omgeving, resulterend in meer handhavingsverzoeken. > Uit de documentenanalyses en gesprekken in het kader van dit onderzoek blijkt dat een hoog ziekteverzuim ook een rol speelt.
ORGANISATIEONTWIKKELING De organisatie is momenteel bezig met een doorontwikkeling, waarbij de ontwikkeling van teams centraal staat en individuele medewerkers meer aandacht krijgen. Dit is terug te lezen in de organisatiebrief 2025 die opgesteld is. Er is afscheid genomen van ‘zelforganisatie’, uit een evaluatie is gebleken dat dit voor Eijsden-Margraten geen passend organisatiemodel is. 22 Door het splitsen van de organisatie in kleinere afdelingen zijn er kleinere en meer overzichtelijke eenheden ontstaan en de ambtelijke leiding geeft aan dat hiermee meer aandacht kan worden gegeven aan medewerkers. Het oorspronkelijke domein Ruimte bestond uit circa 90 personen. De aansturing, de ontwikkeling van het domein en aandacht voor de medewerker stond door deze omvang sterk onder druk. In 2024 is een nieuwe organisatiestructuur en organisatiekoers geïmplementeerd, uitgaande van een duidelijke richting, focus, en gerichte sturing. Het domein Ruimte is opgesplitst in 2 afdelingen (RO&B en Openbare Ruimte), met ieder een eigen afdelingshoofd. Daarnaast is voor het team VTH binnen de afdeling RO&B vanaf 1 december 2024 een teamregisseur aangesteld die
21 Bron: Jaarverslag 2023 VVTH+, gemeente Eijsden-Margraten, 24 januari 2024. 22 Bron: Interviews.
Pagina 34
verantwoordelijk wordt voor de aansturing en ontwikkeling van het team VTH. Daarnaast is in 2024 vanuit het MT ingezet op het invullen van vacatures en het afbouwen van inhuur. De eerste stappen binnen VTH worden in deze ingezet: vacature milieu, RO zijn ingevuld. Bij Toezicht en Handhaving wordt verwacht dat in 2025 de samenstelling op orde is. 23 Samenwerkingspartners De gemeente Eijsden-Margraten werkt bij de uitvoering van toezicht- en handhavingstaken in het fysieke domein samen met partners, zie de onderstaande tabel. Organisatie Politie
Uitvoering van toezicht- en handhavingstaken Algemeen toezicht en handhaving binnen de openbare ruimte en ondersteuning bij uitvoering van toezicht door de gemeente Eijsden-Margraten Omgevingsdienst Zuid-Limburg De ODZL voert voor de gemeente Eijsden-Margraten het basistakenpakket uit. Veiligheidsregio Zuid-Limburg Advisering en toezicht op de brandveiligheid wordt uitgevoerd door de brandweer. Waterschap Limburg Toezicht op waterbeheer. Het waterschap verleent vergunningen en houdt toezicht en handhaaft op basis van de Waterwet. Provincie Limburg Interbestuurlijk toezicht bij ruimtelijke ordening, bouwen, milieu, huisvesting, monumenten, constructieve veiligheid van bouwwerken en toezicht en handhaving Wet Natuurbescherming. Tabel Deel II, 2.2: Samenwerkingspartners rondom toezicht en handhaving
In gesprekken in het kader van dit onderzoek wordt verder opgemerkt dat een van de aandachtspunten de mogelijkheid is om intensiever samen te werken met naburige gemeenten binnen het cluster Maastricht-Heuvelland. Aangezien veel handhavingsproblemen gemeentegrenzen overschrijden, kan het bevorderlijk zijn om bijvoorbeeld gezamenlijke kenniscentra op te richten of personeel uit te wisselen. DE OMGEVINGSDIENST ZUID-LIMBURG De uitvoering van het basistakenpakket door de Omgevingsdienst Zuid-Limburg ligt vast in een dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente en de omgevingsdienst. De dienstverleningsovereenkomst is door het college vastgesteld op 6 december 2016. Het overeengekomen aantal en soort werkzaamheden (taakbeschrijving) wordt vastgelegd in het jaarlijkse werkprogramma. Over de voortgang van het werkprogramma wordt per kwartaal gerapporteerd.24
Het basistakenpakket is onder de Omgevingswet gewijzigd. Er zijn meer basistaken bij gekomen. Zo is met de Omgevingswet de bevoegdheid van bodemtaken van de provincie naar de gemeenten overgedragen. Dit gaat om bodemtaken die betrekking op het behandelen van meldingen inzake het graven in verontreinigde grond, saneringen en het toezicht hierop. Ook vallen er meer locaties met milieubelastende activiteiten (mba’s) onder het basistakenpakket. Voor Eijsden-Margraten stijgt het aantal locatie die daarmee binnen de basistaken liggen van 72 in 2023 naar 250 vanaf 1 januari 2024. Dit gaat om locaties die tot 1 januari 2024 behoorden tot de zogenaamde thuistaken. Voor deze locaties voerde de toezichthouders van de gemeente zelf controles uit en werden
23 24
Bron: Reactie naar aanleiding van ambtelijke verificatie. Bron: Gemeente Eijsden-Margraten en Omgevingsdienst Zuid-Limburg (voorheen: RUD), Dienstverleningsovereenkomst, 6 december 2026
Pagina 35
milieumeldingen zelf afgehandeld. In 2023 is gestart met de omzetting van het inrichtingenbestand naar milieubelastende activiteiten. Verwacht wordt dat dit project doorloopt tot eind 2025 25. Uit gesprekken in het kader van dit onderzoek blijkt er ontevredenheid te bestaan over het functioneren van de Omgevingsdienst. Voorbeelden die worden genoemd zijn: de uitvoering verloopt niet optimaal, er is onvoldoende lokale verbondenheid omdat deze organisatie op afstand staat en de samenwerking verloopt moeizaam bij specifieke opdrachten. Het Uniform Uitvoeringsprogramma- en Handhavingsbeleid Zuid-Limburg is nog niet vertaald naar een uitvoeringsprogramma specifiek voor de omgevingsdienst. Op dit moment loopt bij de Omgevingsdienst Zuid-Limburg nog een traject voor het vaststellen van een regionale risicomodule: als eerste stap in een nog op te stellen regionaal uitvoeringsprogramma. De risicomodule is een methodiek om risico’s te identificeren en prioriteiten te stellen binnen het domein van toezicht en handhaving. Recent is een presentatie geweest door de omgevingsdienst om te komen tot een definitief voorstel voor de gemeenten. Omdat het onduidelijk is wat de lokale betekenis is voor de afzonderlijke gemeenten, is de risicomodule nog niet vastgesteld.
Het opstellen van het regionale uitvoeringsprogramma zal in 2025 plaatsvinden en wordt een gezamenlijk traject met de omgevingsdienst en de bevoegde gezagen ROBUUSTHEID OMGEVINGSDIENSTEN In juni 2023 zijn robuustheidscriteria in de vorm van kritische prestatie-indicatoren en randvoorwaarden geformuleerd door het Bestuurlijk Overleg van het Interbestuurlijk programma versterking VTH-stelsel (IBP VTH). Een en ander is het concrete resultaat van de aanbeveling van de commissie Van Aartsen om de ondergrens van omgevingsdiensten te verhogen, teneinde deze diensten als fundament van dit stelsel te versterken.
Elke omgevingsdienst moet voor 1 april 2024 een plan van aanpak indienen om uiterlijk 1 april 2026 aan deze criteria te voldoen. Tegelijkertijd is in 2023 een visitatiebezoek uitgevoerd door de Omgevingsdienst Nederland, resulterend in aanbevelingen voor verbetering. De Omgevingsdienst Zuid-Limburg (voorheen RUDZL) heeft op 28 maart 2024 een plan van aanpak en verbeterplan vastgesteld en naar respectievelijk de Staatssecretaris en Omgevingsdienst Nederland gestuurd. VEILIGHEIDSREGIO ZUID-LIMBURG: DE BRANDWEER De Veiligheidsregio Zuid-Limburg (lees: de brandweer) voert de controles brandveilig gebruik uit voor de gemeente Eijsden-Margraten. De gemeente geeft op basis van een risicoanalyse aan welke objecten zij verwachten dat door de brandweer gecontroleerd wordt. Hierin hanteert EijsdenMargraten een controlefrequentie van 1 maal per jaar, 1 maal per twee jaar of 1 maal per drie jaar, afhankelijk van het risico wat uit de analyse van de gemeente komt. In het beleid van EijsdenMargraten worden de volgende controlefrequenties gekoppeld aan de risicoklasse: • Zeer groot risico: 1x per jaar; • Groot risico: 1x per 2 jaar; • Beperkt of klein risico: 1x per 3 jaar.
Uit gesprekken blijkt dat de gemeente niet tevreden is over het aantal reguliere controles die door de brandweer worden uitgevoerd. De brandweer voerde in de ogen van de gemeente te weinig controles op brandveilig gebruik uit. 26 Volgens de Veiligheidsregio ligt deze controlefrequenties erg
25
Bron: Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsvoorstel GR RUDZL jaarrekening 2023 en begrotingen 2024 en 2025, 28 mei 2024
26
Bron: Interviews gevoerd in het kader van dit rekenkameronderzoek.
Pagina 36
hoog vergeleken met andere gemeenten binnen de veiligheidsregio. In 2023 is naar aanleiding van een voorstel van de Veiligheidsregio 27 het volgende gedaan: > Met de gemeente zijn nieuwe afspraken gemaakt over de controlefrequentie, die is teruggebracht. > De brandweer heeft de gemeente geadviseerd om de huidige risicoanalyse aan te passen omdat die niet is gebaseerd op de laatste inzichten omtrent brandveilig gebruik. De voorgestelde risicoanalyse van de brandweer wordt overgenomen in het nieuwe beleid.
2.2
Instrumenten en werkwijze
Uit de eerder gepresenteerde figuur Deel II 1.1 blijkt dat de gemeente nagenoeg alle mogelijke (wettelijke) instrumenten inzet zoals controles en bestuursrechtelijke- en strafrechtelijke handhavingsinstrumenten. Dit met uitzondering van het instrument ‘bestuurlijke boete’. De gemeente beschikt niet over de capaciteit, zowel kwantitatief als kwalitatief, om de bestuurlijke boete in te voeren. Er is te weinig capaciteit voor het uitvoeren van de extra taken die bij het toepassen van dit instrument noodzakelijk zijn. Daarnaast beschikken de huidige toezichthouders niet over de vereiste opleidingsniveau en de benodigde certificaten om deze taken uit te voeren. Dit betekent dat het instrument ‘bestuurlijke boete’ niet wordt toegepast tenzij hier anders over wordt besloten hetgeen betekent dat voor de uitvoering middelen en capaciteit in de begroting dient te worden opgenomen. 28 Door inzet van de ‘bestuurlijke boete’ kan de handhaving verder aan kracht en effectiviteit winnen. Ook vloeien de ontvangsten uit de boeten naar de gemeentekas. Daar staat tegenover dat de gemeente dan zelf zorg moet dragen voor onder meer het innen van de boete en dan zelf verantwoordelijk is voor de bezwaar- en beroepsprocedure.29 Ook dient de inzet van dit instrument te worden bezien in verhouding tot andere instrumenten zoals de herstelsanctie.
Uit de ambtelijke verificatie blijkt dat dit instrument in het nieuwe (nog door het college vast te stellen) beleid is opgenomen.
2.3
Voorbereiding uitvoering op de Omgevingswet
Uit gesprekken in het kader van het rekenkameronderzoek blijkt dat het college handelt vanuit het ‘ja, mits’-principe van de Omgevingswet. Als voorbeeld wordt gegeven het buitengebied. De gemeente heeft te maken met een groot buitengebied waar zich vele ontwikkelingen voordoen. Er wordt geïnvesteerd in dit gebied hetgeen zich vertaalt in een grote hoeveelheid vergunningaanvragen. Het college ziet investeringen in het gebied als betekenisvol en beziet deze dan ook vanuit het oogpunt ‘hoe kunnen we dit mogelijk maken?’ Het ‘ja, mits’-principe is geïmplementeerd en wel als volgt. Het ‘ja, mits’-principe is meegenomen in het kader van de implementatie van de Omgevingswet door de werkgroep “anders durven doen”. Deze werkgroep heeft zich gedurende de implementatie bezig gehouden met de nieuwe manier van werken; uitnodigingsplanologie en dus de ‘ja, mits’-benadering. Dit is bijvoorbeeld ook al vóór de inwerkingtreding van de nieuwe wet opgenomen in de adviessjablonen en principe-aanvrager. Tevens is dit aan de orde geweest in de online-trainingen via Berghauser. In het nieuwe beleid wordt dit ook opgenomen. In gesprekken in het kader van dit onderzoek wordt aangegeven dat het college de nadruk eerder legt op de ‘ja-kant’ van dit principe, terwijl de ambtelijke organisatie meer de nadruk legt op de
27 28 29
Bron: Brief van de Veiligheidsregio Zuid-Limburg aan de gemeente Eijsden-Margraten d.d. 15 mei 2023. Bron: Integraal Omgevingsbeleidsplan VTH 2022, gemeente Eijsden-Margraten. Bron: Integraal Omgevingsbeleidsplan VTH 2022, gemeente Eijsden-Margraten (p. 74).
Pagina 37
‘mits-kant’. Het gevolg is dat het voorkomt dat adviezen van de ambtelijke organisatie niet altijd 1op-1 worden opgevolgd door het college. Het college maakt daarbij vanuit een breder maatschappelijk perspectief zelf bestuurlijke afwegingen binnen de wettelijke kaders. Met betrekking tot de gefaseerde inwerkingtreding van de Wkb heeft de gemeente op haar website vermeld dat de aanvrager zorg moet dragen voor toetsing van de kwaliteit door een gecertificeerde kwaliteitsborger in handen te nemen. Dit is conform deze wetgeving. Hiermee is de taak van de gemeente om te controleren of bouwwerken aan bouwtechnische voorschriften voldoen verschoven naar een onafhankelijke kwaliteitsborger. Ons inziens vervalt de toezichthoudende rol van de gemeente niet. Hoe deze rol van de gemeente zich nu verhoudt tot de taak van een gecertificeerde kwaliteitsborger is uit dit onderzoek niet helder gebleken. Met andere woorden: de gemeente maakt helder dat een taak is verschoven maar wat de rol blijft van de gemeente wordt verder nog niet benoemd in het VTH-beleid, de website of anderszins. Ook in gesprekken in het kader van dit onderzoek is dit niet helder gebleken.
Pagina 38
3
Resultaten en monitoring
In dit hoofdstuk staat blok C uit het evaluatiemodel centraal. Hieronder beantwoorden we direct de deelvragen die aansluiten op dat blok, aan de hand van kernbevindingen. Daarnaast passen we de in dit onderzoek gehanteerde normen toe en sluiten de kernbevindingen daarmee af. De onderliggende paragrafen van dit hoofdstuk bevatten een meer gedetailleerde onderbouwing van de kernbevindingen. ONDERZOEKSVRAGEN 7 Heeft de gemeente een klachtenregistratiesysteem en hoe ziet dat eruit?
8
In hoeverre worden de beleids- en uitvoeringsdoelen voor toezicht en handhaving al dan niet behaald? > Is er zicht op de resultaten van het toezicht- en handhavingsbeleid? > In hoeverre en op welke wijze wordt op basis van zicht op resultaten gestuurd op een doeltreffende handhaving?
TOEGEPASTE NORMEN • Er is zicht op inzet, planning en te realiseren uitvoeringsprestaties. • Het beleid wordt regelmatig geëvalueerd.
3.1 Klachtenregistratie Klanttevredenheidsonderzoeken worden uitgevoerd bij de vergunningverlening. De respons is echter nog laag met jaarlijks ongeveer 30 reacties) Het rapportcijfer schommelt de afgelopen jaren tussen de 7,0 en 7,4. Momenteel worden er ook stappen ondernomen om de dienstverlening organisatiebreed te evalueren en te verbeteren. Binnen het managementteam van de ambtelijke organisatie is recentelijk besproken wat er gedaan wordt met klanttevredenheidsonderzoeken. Er is besloten dat elk team binnen de organisatie klanttevredenheidsonderzoeken gaat uitvoeren. De aansturing dient centraal georganiseerd te worden door het aanbieden van passend instrumentarium. Een belangrijk verbeterpunt is de tijdige verlening van vergunningen, met name voor evenementen. Vergunningen worden vaak slechts enkele dagen voor een evenement verleend, waardoor aandachtspunten haastig moeten worden opgelost. Dat is bijvoorbeeld voor de brandweer niet werkbaar. In gesprekken in het kader van dit onderzoek wordt als voorbeeld gegeven het bevrijdingsfeest ter ere van 80 jaar vrijheid, waar de vergunning pas een dag van tevoren werd verleend. 30
3.2 Zicht op realisatie van uitvoerings- en beleidsdoelen Realisatie van beleidsdoelen De rapportages bieden binnen de gemeente geen zicht op de mate waarin beleidsdoelen worden gerealiseerd. De meeste doelstellingen zijn procesmatig en/of organisatorisch van aard en ten dele outputgericht, bijvoorbeeld in termen van aantal controles en naleefpercentage. Er wordt geen verbinding gelegd met beleidsdoelen: zoals de bestuurlijke speerpunten of thema’s en de
30
Bron: Interviews.
Pagina 39
prioriteiten uit de risicoanalyses. Ook is er geen zicht op de mate waarin de punten uit de missie worden gerealiseerd. Deze zijn geformuleerd in het integraal omgevingsbeleidsplan, te weten: de gemeente werkt risico gestuurd, klantgericht, zakelijk, efficiënt en transparant (visie). Realisatie van uitvoeringsdoelen Met de infographics van de uitvoeringsprogramma’s is er zicht op de uitvoeringsprestaties ten aanzien van dienstverlening (beantwoorden van VTH gerelateerde klantvragen), vergunningverlening, toezicht en handhaving. In de onderstaande tabel presenteren we de uitvoeringsprestaties zoals weergegeven in de infographic van het jaar 2023 en de toelichting daarop. Onderdeel Klantcontacten: afhandeling van vragen via mail en telefonisch.
KPI/ Norm (UP 2023) De norm is om 81% van de eenvoudige en 76% van zowel de specialistische als complexe vragen binnen respectievelijk 2,5 en 10 werkdagen af te handelen.
Informele aanvragen voordat vergunningstraject van start gaat. – Principeverzoek; – Concept aanvraag; – Vooroverleg.
De norm is om 3% van de principeverzoeken, 55% van de conceptaanvragen en 33% van de vooroverleggen binnen een behandelingstermijn van 28 dagen af te handelen.
Vergunningen aanvragen Wabo (en vanaf 01.01.2024 Omgevingswet)
De norm is dat 98% binnen de wettelijke afhandeltermijn van 56 dagen is afgehandeld.
Meldingen: – Wabo (206); – APV (158); – Bijzondere wetten (78);
Het aantal meldingen wordt geraamd, maar er is geen KPI of norm vastgesteld. In het UP 2024 wordt het aantal meldingen Wkb geraamd op 20. Ook hier is geen KPI of norm vastgesteld.
en met ingang van 1 jan 2024: – Wkb (20).
Realisatie 2023 In 2023 is deze norm voor eenvoudige vragen met 83% en voor de complexe vragen met 78% gerealiseerd. Voor specialistische vragen is 60% binnen gerealiseerd. De gemeente heeft in 2023 ongeveer 3.000 klantcontacten behandeld. De afhandeltermijnen worden 80% gehaald. De norm voor de principeverzoeken wordt gerealiseerd. Op 1 januari 2024 bleek dat 9% van principeverzoeken binnen de gestelde behandelingstermijn is afgehandeld. De norm wordt bij lange na niet gerealiseerd voor de overige informele aanvragen: Op 1 januari 2024 bleek dat: • 20% van conceptverzoeken binnen de gestelde behandelingstermijn is afgehandeld. • 19% van de vooroverleggen binnen de gestelde behandelingstermijn is afgehandeld. Deze norm wordt gerealiseerd. In 2022 is een KPI van 98% gehaald. Voor 2023 wordt gestreefd naar 100%, en werd 99% daadwerkelijk gehaald. Omgevingswet is per 1 januari 2024 van kracht: er zijn nog geen resultaten in 2023. We merken op dat alleen over het aantal Wabo-meldingen dat in 2023 is afgehandeld wordt gerapporteerd, namelijk 96. Daarbij is niet helder om welke type melding Wabo dit gaat. Wkb is (gefaseerd) per 1 januari 2024 van kracht: er zijn nog geen resultaten in 2023.
Pagina 40
Onderdeel Toezicht Wabo: – Periodieke controles milieu (118) en brandveiligheid (101) – Oplevercontroles bouw (391), monument(90) en strijdigheid bestemmingsplan (5). – Inventariserende controles bedrijvigheid (8) – Klachtmeldingen Wabo (97).
KPI/ Norm (UP 2023) Er zijn aantallen geraamd ten aanzien van periodieke controles, oplevercontroles, inventariserende controles en klachtmeldingen Wabo, maar er zijn geen KPI’s vastgesteld.
Toezicht meldingen openbare ruimte BOA (1400)
De norm is dat 89% binnen 7 dagen wordt afgehandeld.
Bestemmingsplannen
Het aantal bestemmingsplannen dat in behandeling worden genomen wordt geraamd op 34. Er is geen KPI of norm vastgesteld.
Realisatie 2023 Het toezicht en controle op het gebied van milieu en brandveiligheid zijn voor respectievelijk 86% en 80% uitgevoerd. De oplevercontroles bouw, monument en strijdigheid bestemmingsplan blijven achter op het geplande aantal. Hiervan zijn in 2023 respectievelijk 35%, 27% en 20% uitgevoerd. Van het aantal klachtmeldingen Wabo is 99% afgehandeld. Deze norm wordt gerealiseerd. De Boa’s hebben 1.400 meldingen behandeld waarbij voor 94% de doorlooptijd van 7 dagen worden gehaald. In 2023 zijn 32 bestemmingsplannen in behandeling geweest. Op 1 januari 2024 zijn nog 18 plannen in procedure. Het aantal in behandeling zijnde plannen ligt er hoog. Dit is een gevolg van het feit dat extra plannen zijn ingediend in verband met de komst van de Omgevingswet.
Tabel Deel II, 3.1: Realisatie uitvoeringsprestaties 2023. 31 Voor monitoring van het uitvoeringsprogramma en de naleving van de kritische prestatieindicatoren (KPI’s) en uitvoeringen van de processen wordt gebruik gemaakt van het programma Cognos.32 Zicht op uitvoeringsprestaties samenwerkingspartners De samenwerking met de Omgevingsdienst Zuid-Limburg is een terugkerend aandachtspunt. Uit gesprekken in het kader van dit onderzoek wordt aangegeven dat er zorgen zijn over de kwaliteit van dienstverlening en de beperkte lokale betrokkenheid van de omgevingsdienst.
31
Bron: Gemeente Eijsden-Margraten, Uitvoeringsprogramma VVTH+ 2023 en jaarverslag VVTH+ 2023.
32
Bron: Gemeente Eijsden-Margraten, Jaarverslag VVTH+ 2023, 24 januari 2024, p.3 en p.12.
Pagina 41
4
Rol van de raad
In dit hoofdstuk staat blok D uit het evaluatiemodel centraal. Hieronder beantwoorden we direct de deelvragen die aansluiten op dat blok, aan de hand van kernbevindingen. Daarnaast passen we de in dit onderzoek gehanteerde normen toe en sluiten de kernbevindingen daarmee af. De onderliggende paragrafen van dit hoofdstuk bevatten een meer gedetailleerde onderbouwing van de kernbevindingen. ONDERZOEKSVRAGEN 9 Op welke wijze heeft de raad invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende rol met betrekking tot het toezicht- en handhavingsbeleid? > Op welke wijze wordt de gemeenteraad hiertoe door het college in staat gesteld? > Wat is daarbij de kwaliteit van informatievoorziening naar de raad? TOEGEPASTE NORMEN • De raad heeft zicht op de uitvoeringsprestaties en maatschappelijke effecten van het beleid op het terrein van toezicht en handhaving. • De raad wordt door het college in stelling gebracht om prioriteiten te stellen.
4.1
Kaderstellende rol
In principe kan een raad inhoudelijke kaders meegeven voorafgaande of tijdens vaststelling van beleidsstukken of verordeningen. Financiële kaders worden meegegeven bij behandeling en vaststelling van de gemeentelijke begroting. De gemeente werkt momenteel aan nieuw beleid voor toezicht en handhaving. De raad wordt echter tot op heden niet meegenomen in de ontwikkeling van dat nieuwe beleid en heeft dus ook geen kaders vooraf aan het college kunnen meegeven. Dit was ook het geval ten aanzien van het vigerende beleid op het terrein van toezicht en handhaving. Dat beleid werd door het college ter kennisgeving aan de raad gestuurd. Toezicht en handhaving is daarmee voornamelijk een uitvoeringskwestie, waarbij het college prioriteiten stelt: > De prioriteiten volgen uit risicoanalyses, regionale afspraken en het bestuursakkoord; > De handhavingsstrategie volgt uit de landelijke handhavingsstrategie; > Belangrijke uitgangspunten rondom de aanpak en werkwijzen volgen uit evaluatie van het voorgaande beleid door het college, en uit nieuwe wetgeving zoals de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Doordat de raad niet in positie wordt gebracht om het beleid ook daadwerkelijk vast te stellen hebben raadsleden dan ook weinig besef van het beleid rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving.
33 In gesprekken in het kader van dit onderzoek worden door raadsleden geen scherp beeld gegeven over de gestelde prioriteiten en raadsleden ervaren het thema als relatief afstandelijk. Tegelijkertijd heeft de raad wel oog voor knelpunten in de uitvoering. Zo heeft de raad onlangs extra budget verstrekt om het structureel tekort aan personeel te verlichten.34
33 Bron: Interviews. 34 Bron: Interviews.
Pagina 42
4.2
Controlerende rol
Uit gesprekken in het kader van dit onderzoek blijkt dat de raad vooral stuurt op individuele gevallen door middel van artikel 36 vragen. Het is daarbij in dit onderzoek niet duidelijk gebleken waarom het ene geval wel leidt tot artikel 36 vragen en een ander geval niet: Wat is het criterium voor fracties om over te gaan tot het stellen van vragen over individuele gevallen, en hoe verhoudt dit zich tot de rol van de raad om individuele belangen af te wegen tegen het algemeen belang? Raadsleden trekken individuele gevallen wel door naar structurele patronen. Zo signaleren raadsleden dat monumentenzorg niet goed wordt opgepakt in Eijsden-Margraten. Er zijn in hun ogen monumenten gesloopt zonder gemeentelijk ingrijpen. Zij pleiten dan ook voor een gedegen regeling waarin alle monumenten als erfgoed worden beschermd.35 Artikel 36-vragen zijn schriftelijke politieke vragen die een raadslid stelt over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Op basis daarvan kan de raad zijn controlerende rol invullen. Artikel 36-vragen hebben een grotere politieke urgentie en moeten binnen 30 dagen beantwoord worden. De raad ontvangt rapportages per 4 maanden en jaarlijks die door middel van een raadsinformatiebrief ter kennisgeving naar de raad gaan. De raad stelt verder nauwelijks vragen aan het college naar aanleiding van deze rapportage 36.
Wij merken hierbij op dat de rapportages bestaan uit infographics met een toelichting. Door te werken met infographics zijn in onze ogen de rapportages ook begrijpelijk voor raadsleden. Een kanttekening daarbij is dat de rapportages hoofdzakelijk zicht bieden op de uitvoering, en niet zozeer zicht bieden op de realisatie van beleidsdoelen. De raad wordt dus met de rapportages in staat gesteld het college in haar uitvoerende rol te controleren, maar wordt niet in staat gesteld te controleren in hoeverre beleidsdoelen ook worden gerealiseerd.
35
Bron: Interview.
36
Bron: Interview.
Pagina 43
Bijlagen
Pagina 44
Bijlage 1 Omgevingswet: nieuwe werkwijze voor toezicht en handhaving De tekst hieronder is een samenvatting van een artikel op www.gemeente.nu, 18 april 2022 PARADIGMAWISSELING De Omgevingswet gaat uit van het zoeken naar balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Vertrouwen in initiatiefnemers, en handelen vanuit de ‘ja, mits’-gedachte. Dat vraagt een nieuwe ‘mindset’ in het werk. Het betekent niet dat elke overtreding met gejuich moet worden gedoogd, maar het vraagt bijvoorbeeld wel dat medewerkers nadenken over de redenen van niet naleven, goed de (landelijke) handhavingsstrategie toepassen en meer vanuit prioriteiten controleren. ZORGPLICHT EN MILIEUBEGINSELEN De Omgevingswet heeft veel wetsartikelen, die eerder volledig waren uitgeschreven, omgezet in een zogeheten zorgplichtbepaling. Zorgplicht strekt verder dan enkel het kunnen uitleggen waarom wel of niet aan de regels is voldaan. De Omgevingsvisie dient daarbij rekening te houden met de milieubeginselen. Onder de milieubeginselen vallen: voorzorg, preventief handelen, bronbestrijding en de vervuiler betaalt. Zeker de laatste twee beginselen kunnen helpend zijn in de motivatie van handhavingsbeschikkingen. INPUT IN DE BELEIDSCYCLUS Los van elkaar zijn regels vaak prima uitlegbaar, maar de combinatie kan problemen geven.
De Omgevingswet vraagt daarom een integraal beleid met voldoende decentrale afwegingsruimte. Juridisch krijgt dit vorm in het Omgevingsplan. Voor de VTH-medewerker is het dus belangrijk zicht te hebben op het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan levert de VTH-medewerker actief input in de gehele beleidscyclus. Blijven zij van zaak naar zaak lopen of denken zij mee over het nut en de noodzaak, en over andere oplossingen? VERGUNNINGVRIJ IS NIET REGELVRIJ Het aantal vergunningplichtige activiteiten zal afnemen. Zonder vergunning vooraf, vindt de belangenafweging rondom activiteiten al plaats op het moment dat de algemene regels gesteld worden in het Omgevingsplan. Dit betekent dat meer overlastsituaties dan voorheen niet opgelost kunnen worden door te verwijzen naar ‘de vergunning’. Vergunningvrij betekent niet regelvrij. Onder de Omgevingswet moeten initiatiefnemers veelal vier weken voor de start van een vergunningvrije activiteit een melding indienen. Is de melding niet of niet volledig gedaan, dan kan er direct handhavend worden opgetreden. Bij informatieplichten gaat het om een iets lichtere vorm. Dit is een administratieve verplichting; de activiteit mag wel al uitgevoerd worden. NIEUWE HANDHAVINGSINSTRUMENTEN De last onder bestuursdwang en last onder dwangsom zijn nu al bekend.
Door de Omgevingswet komen er meer opties om vanuit het bestuursrecht ook de bestuurlijke boete in te zetten. Dit op het gebied van het gebruik of de staat van open terrein, het gebruik of de staat van erven, het gebruik van een gebouw, bij het tegengaan van hinder en bij de rijksregels op het gebied van bouw, sloop en in stand houden van een bouwwerk. Ook kunnen veel regels uit lokale verordeningen worden omgezet in het Omgevingsplan, bijvoorbeeld een deel van de afvalstoffenverordening. Alle regels die opgenomen zijn in het Omgevingsplan zijn via de Wet op de economische delicten strafbaar gesteld. Ook de strafrechtelijke handhaving biedt dus meer instrumenten.
Pagina 45
Bijlage 2 Respondenten- en Bronnenlijst Deze bijlage bevat een overzicht met de respondenten met wie de onderzoekers gesprekken hebben gevoerd alsmede een lijst met de schriftelijke stukken die door onderzoekers zijn bestudeerd. Respondenten Naam Alain Krijnen Jos Custers Jos Ackermans Bjorn Lenssen Jan van Lin Francois Kool Joost Michels Frans Daemen
Functie Burgemeester Wethouder OOV Brandweer Toezichthouder Gemeentesecretaris Teamhoofd Strategisch beleidsadviseur RO en Bouwen
Organisatie Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Eijsden-Margraten
Bestudeerde schriftelijke stukken S
Volgnr. P&C stukken 2022 11 2023 5 2023 6 2023 11 2024 6 Beleid 2021 3 2021 6
Jaar
Maand
Titelbeschrijving
Gemeente Eijsden-Margraten, Programmabegroting 2023-2026, november 2022 Gemeente Eijsden-Margraten, Kadernota 2024-2027, 26 mei 2023 Gemeente Eijsden-Margraten, Programmarekening 2022, juni 2023 Gemeente Eijsden-Margraten, Programmabegroting 2024-2027, 7 november 2023 Gemeente Eijsden-Margraten, Programmarekening 2023, 27 juni 2024
Gemeente Eijsden-Margraten, Bouwstenennotitie traject Omgevingsvisie Lijn50, 29 maart 2021 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsbesluit Vaststellen Bouwstenennotitie omgevingsvisie Lijn 50, 1 juni 2021 2021 12 Gemeenten Eijsden-Margraten, Integraal Omgevingsbeleidsplan VTH 2022, december 2021. Inclusief bijlagen. 2022 2 Gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals, Raadsinformatiebrief Voortgang Omgevingsvisie Lijn50, februari 2022 2022 5 Gemeenten Eijsden-Margraten, Bestuursakkoord 2022-2026 ‘Goed leven in elke kern’, mei 2022 2022 9 Gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals, Raadsinformatiebrief Voortgang Omgevingsvisie Lijn50, 6 september 2022 2022 10 Gemeente Eijsden-Margraten, Erfgoedverordening Eijsden-Margraten 2022, 18 oktober 2022 2023 4 Gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals, Raadsinformatiebrief Voortgang Omgevingsvisie Lijn50, 18 april 2023 2023 7 Gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals, Raadsinformatiebrief Voortgang Omgevingsvisie Lijn50, 11 juli 2023 2023 11 Gemeenten Eijsden-Margraten, Raadsinformatiebrief: temporiseren van de omgevingsvisie Lijn50, 2 november 2023. Incl. bijlage: Lijn50-gemeenten, Raadsinformatiebrief Voortgang Omgevingsvisie Lijn50, 27 oktober 2023. 2023 12 Gemeenteblad Eijsden-Margraten nr.
558392, Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Eijsden-Margraten, 27 december 2023 2024 1 Gemeente Eijsden-Margraten, Algemene Verordening Eijsden-Margraten, 1 januari 2024 2024 10 Gemeente Eijsden-Margraten, Collegebesluit Beleidsregel Handhavingsstrategie voor uitvoering van omgevingstaken gemeente Eijsden-Margraten 2024, 24 oktober 2024 College- en raadsstukken
Pagina 46 S
Volgnr. 2021 11 2022
6
2022 2022
6 9
2022
10
2022
12
2023
3
2023
6
2023
9
2023
11
2023
12
2023
12
2024
4
2024
5
2024
5
2024
6
2024
6
2024
9
Uitvoering 2021 3 2022 1 2022
2
2023
3
2024
4
Rapportages 2022 8 2022
11
Jaar
Maand
Titelbeschrijving
Gemeenten Eijsden-Margraten, Besluitenlijst collegevergadering: besluit vaststellen Integraal Omgevingsbeleidsplan VTH 2022, 30 november 2021 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsinformatiebrief Uitvoeringsprogramma 2022 VTTH+ (Up2022), 16 juni 2022 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsinformatiebrief, Houtstoken, 26 juni 2022 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsinformatiebrief Kwartaalrapportage Q2 2022 VVTH+, 14 september 2022. Gemeente Eijsden-Margraten, Raadvoorstel Vaststelling Erfgoedverordening Eijsden-Margraten 2022, 18 oktober 2022 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsinformatiebrief Kwartaalrapportage Q3 2022 VVTH+, 16 december 2022 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsinformatiebrief Jaarverslag 2022 VVTH+ en Dorpsbouwmeester, 21 maart 2023 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsinformatiebrief Kwartaalrapportage Q1 2023 VVTH+, 30 juni 2023 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsinformatiebrief Kwartaalrapportage Q2 2023 VVTH+, 18 september 2023 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsinformatiebrief Kwartaalrapportage Q3 2023 VVTH+, 29 november 2023 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsinformatiebrief Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht en het Uniform Uitvoerings- en Handhavingsbeleid Regio Zuid-Limburg, 5 december 2023 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsbesluit Verordening uitvoering en handhaving Omgevingsrecht, 12 december 2023 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsinformatiebrief Jaarverslag 2023
VVTH+ en Dorpsbouwmeester en Interbestuurlijk toezicht, 15 april 2024 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsvoorstel GR RUDZL – Jaarrekening 2023 en ontwerp bijstelling begroting 2024, ontwerpbegroting 2025 en meerjarenplanning 2026-2028, 28 mei 2024 Gemeente Eijsden-Margraten, Beantwoording schriftelijke vragen bij raadsvoorstel: Analyse Begroting Gemeenschappelijke regelingen 2025, 28 mei 2024 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsinformatiebrief Uitvoeringsprogramma 2024 VTTH+, 25 juni 2024 Gemeente Eijsden-Margraten, Aanbiedingsbrief RUD Zuid-Limburg, Zienswijze ontwerpbegrotingswijziging 2024 en ontwerpbegroting 2025, 6 juni 2024 Gemeente Eijsden-Margraten, Raadsinformatiebrief Kwartaalrapportage Q2 2024 VVTH+, 17 september 2024 Gemeente Eijsden-Margraten, Bouwstenennotitie traject Omgevingsvisie Lijn50, 29 maart 2021 Gemeente Eijsden-Margraten, Presentatie aan de raad VVTH+ op weg naar (nog) betere dienstverlening), januari 2022 Gemeente Eijsden-Margraten, Uitvoeringsprogramma 2022 VTTH+, beschrijving en infographic, 20 februari 2022 Gemeente Eijsden-Margraten, Uitvoeringsprogramma 2023 VTTH+, beschrijving en infographic, 29 maart 2023 Gemeente Eijsden-Margraten, Uitvoeringsprogramma 2024 VTTH+, beschrijving en infographic, 18 april 2024 Gemeente Eijsden-Margraten, Kwartaalrapportage Q2 2022 VVTH+, Infographic en beschrijving, 22 augustus 2022 Gemeente Eijsden-Margraten,
Kwartaalrapportage Q3 2022 VVTH+, Infographic en beschrijving, 16 november 2022
Pagina 47 S
Volgnr. 2023 2
Jaar
Maand
Titelbeschrijving
Gemeente Eijsden-Margraten, Jaarverslag 2022 VVTH+ Infographic en beschrijving, 21 februari 2023 2023 5 Gemeente Eijsden-Margraten, Kwartaalrapportage Q1 2023 VVTH+, Infographic en beschrijving, 25 mei 2023 2023 11 Gemeenten Eijsden-Margraten, Kwartaalrapportage Q3 2023 VVTH+, Infographic en beschrijving, 7 november 2023 2024 1 Gemeente Eijsden-Margraten, Jaarverslag 2023 VVTH+ , Infographic en beschrijving, 24 januari 2024 2024 9 Gemeente Eijsden-Margraten, Kwartaalrapportage Q2 2024 VVTH+ Infographic, september 2024 Rijksoverheid, provincie, Veligheidsregio en Omgevingsdienst Zuid-Limburg 2016 12 Gemeente Eijsden-Margraten en RUD Zuid-Limburg, Dienstverleningsovereenkomst ter uitvoering van de basistaken, specialistische milieutaken en Brzo-taken door de RUD Zuid-Limburg, 6 december 2016 2022 4 IPO en VNG, Kwaliteitscriteria 2.3 (2022), Deel B voor vergunningverlening, toezicht en handhaving krachtens de Omgevingswet, 15 april 2022 2022 10 Rijksoverheid, Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), 12 oktober 2022 2023 5 Omgevingsdienst Zuid-Limburg, Uniform uitvoerings- en handhavingsbeleid (basistaken) Regio Zuid-Limburg, deel 1 en 2, 23 mei 2023 2023 5 Veiligheidsregio Zuid-Limburg, Brief aan gemeente Eijsden-Margraten, Controlefrequentie controles brandveilig gebruik, 15 mei 2023. Inclusief bijlage: Bepalende kenmerken in relatie toe de controlefrequenties.
2023 6 Omgevingsdienst NL, Visitatierapport RUD Zuid-Limburg 3 en 4 april 2023, 15 juni 2023 2024 2 Provincie Limburg, Toezichtbrief beoordeling IBT Wabo/Wro 2022/2023, 7 februari 2024 2024 3 Omgevingsdienst Zuid-Limburg, Plan van Aanpak voor een robuuste omgevingsdienst, 28 maart 2024 2024 3 Omgevingsdienst Zuid-Limburg, Aanbiedingsbrief Voorlopige jaarrekening 2023 ODZL, 27 maart 2024 2024 6 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Kamerbrief: Besluit verbouw onder kwaliteitsborging, 6 juni 2024 2024 6 Omgevingsdienst Zuid-Limburg, Reactie Zienswijze gemeente Eijsden-Margraten ontwerpbegrotingswijziging 2024 en ontwerpbegroting 2025, 18 juni 2024 2024 8 Provincie Limburg, Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2024, augustus 2024 2024 10 Omgevingsdienst Zuid-Limburg, Model collegevoorstel Vaststelling Regionale Risicomodule voor Milieubelastende activiteiten, 29 oktober 2024. Inclusief bijlagen: Nader toelichting op de Regionale Risicomodule Milieubelastende activiteiten; Model informatiebrief raden / provinciale staten. 2024 12 Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Kamerbrief: Stand van zaken Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, 10 december 2024.