CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

Lijn 50 rapport Bouwstenennotitie fase 1.pdf

Raads Thema Bijeenkomsten 1 maart 2021, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Raads Thema Bijeenkomst Lijn 50 Bouwstenennotitie Omgevingswet15.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BOUWSTENENNOTITIE FASE 1 TRAJECT OMGEVINGSVISIE LIJN50

OMGEVINGSVISIELIJN50

CONCEPTVERSIE 16 FEBRUARI 2021

OMGEVINGSVISIELIJN50 001

een samenwerking tussen

OMGEVINGSVISIELIJN50

INHOUDSOPGAVE

1. HET ROUTEPLAN

003

2. HET STARTPUNT

006

3. UITDAGINGEN ONDERWEG

009

4. EINDBESTEMMINGEN VAN DE LIJN2050 OP KORTE TERMIJN

019

5. EINDBESTEMMINGEN VAN DE LIJN2050 OP LANGE TERMIJN

033

6. DE VERVOLGREIS

044

BIJLAGEN

045

002

OMGEVINGSVISIELIJN50

HOOFDSTUK 1 HET ROUTEPLAN

003

OMGEVINGSVISIELIJN50

De gemeenten Vaals, Gulpen-Wittem en Eijsden-Margraten slaan de handen ineen en maken een omgevingsvisie voor de regio. Deze regio wordt ook wel de lijn50-regio genoemd. Die naam is geïnspireerd door de buslijn die de regio verbindt. Vroeger was dit lijn50, tegenwoordig is dit lijn350. De landelijke overheid schrijft ons als gemeenten voor om een omgevingsvisie te ontwerpen. Een omgevingsvisie is een plan voor de regio waarin we samen onze ambities vastleggen voor de komende 30 jaar.

De omgevingsvisie wordt in fasen ontwik­ keld. Voorliggend rapport gaat over de eerste fase waarvan de inzichten in dit rapport zijn opgenomen. Doel van deze fase was op basis van desk research, een brede bevraging, ambtelijke werkateliers en expert meetings een divergent beeld te schetsen van mogelijke toekomst­ perspectieven voor de regio. We hebben deze fase als volgt ingericht. We hebben ­­ eerst middels desk research en ambte­ lijke sessies een beeld gevormd van de ge­ schiedenis, de huidige situatie in de Lijn50-regio en de mogelijke ver­anderingen die op de regio kunnen afkomen. Deze verkenning resulteerde in een 10-tal opgaven waarvoor de regio gesteld staat.

Het is een logische keuze om als regio gezamenlijk één visie op te stellen. De uit­ dagingen in de regio, denk bijvoorbeeld aan het klimaatvraagstuk, de verduurzaming van het toerisme, de energievoorziening en de transitie van de landbouw vragen om een gezamenlijke aanpak en een stip op de horizon, 2050 wel te verstaan. Bij het ontwerp van de visie zal naast het ­regionale perspectief ook ingezoomd worden op de specifieke lokale (meer gemeente­ lijke) situatie. Oftewel er is ruimte voor een ‘colour locale’. We werken aan een integrale visie. Wij bekijken heel wat thema’s in samenhang, denk aan thema’s als de landbouw, het wonen, mobiliteit, veiligheid, toerisme en gezondheid. We nemen ze allemaal mee zodat we uiteindelijk een samenhangend beeld van de regio kunnen schetsen.

004

We werken ook aan een toekomstbesten­ dige visie. We houden rekening met een brede waaier aan mogelijke toekomstige ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op onze regio tussen nu en 2050. Denk bijvoorbeeld aan veranderingen zoals de demografische opbouw van onze regio, veranderingen in de vrijetijdseconomie, verandering op vlak van (gebruik van) transportmodi, en de klimaatverandering die tot meer waterpieken en hittestress kan zorgen. De omgevingswet schrijft ook voor om de visie participatief met mensen uit de regio te ontwerpen. Dat wil zeggen dat onder meer inwoners en ondernemers in de regio meedenken over de kansen, bedreigingen die op de regio afkomen en wenselijke vergezichten voor de regio.

Vervolgens is alles in gereedheid gebracht voor een brede bevraging in de regio. Oorspronkelijk zou deze in de publieke ruimte plaatsvinden, middels de inzet van een workshop-bus (de Lijn2050 genaamd) die een aantal dagen lang halt zou houden op verschillende plekken in de regio. Op die plekken zouden mensen bevraagd worden (mede geïnspireerd door heel wat ideeën die in de bus te vinden zouden zijn). Omwille van de COVID19-pandemie is de bevraging in een digitale vorm gegoten. Deze be­ vraging heeft in de periode van 26 oktober tot en met 8 november plaats­ gevonden. De bevraging heeft vervolgens

een hoge respons opgeleverd en dus toe­ komstbeelden aangereikt die bij inwoners en ondernemers in de regio leven. Deze beelden hebben we verder geanalyseerd en doorvertaald naar een consistente set toekomstbeelden voor de regio in 2050. Daarin hebben we ook de informatie van de voorgaande fasen gebruikt (in het bijzonder toekomstgerichte informatie). Deze waaier aan denkbare wenkende perspectieven voor 2050 voor de Lijn50-regio vormt het sluitstuk van fase 1. Deze perspectieven kunnen in een volgende fase gebruikt worden om op basis van een nieuwe brede dialoog te convergeren naar één gewenste visie. We hebben als projectteam niet alleen in de Lijn2050 gezeten. Dit traject getuigt van een aangename intergemeentelijke samen­ werking, op ambtelijk, bestuur­ lijk en politiek vlak. We hebben diverse ambtelijke, bestuurlijke en raadssessies en werkateliers beleefd die mee de basis voor dit rapport hebben opgeleverd. De betrokkenheid van collega’s, inwoners en ondernemers bij de toekomst, de ont­ wikkeling van de regio richting 2050, heeft ons aangenaam verrast. Het routeplan dat we gevolgd hebben is te vinden in Bijlage 1.

het routeeplan

HET ROUTEPLAN VOOR DE ONTWIKKELING VAN DE OMGEVINGSVISIE

1

WAAROM EEN OMGEVINGSVISIE VOOR LIJN50

WAAROM DIT RAPPORT Dit rapport geeft de inhoudelijke oogst van fase 1 weer. We staan kort stil bij de huidige situatie in de regio (hoofdstuk 2). Vervolgens schetsen we de opgaven waarvoor de regio staat mede gelet op toekomstige veranderingen die op de regio kunnen afkomen (hoofdstuk 3). De uitkomsten van de brede bevraging staan in beknopte vorm in hoofdstuk 4. Indien een uitgebreide versie van de uitkomsten gewenst is, kan die voorzien worden. De brede waaier aan voorstelbare wenkende perspectieven is te vinden in hoofdstuk 5. We sluiten af met een vooruitblik, hoe we het vervolgproces op hoofdlijnen voor ons zien.

het routeeplan

OMGEVINGSVISIELIJN50

1

005

OMGEVINGSVISIELIJN50

HOOFDSTUK 2 HET STARTPUNT

006

In dit hoofdstuk staan we stil bij een korte omschrijving van de Lijn50-regio. In hoofdstuk 3 zien we de huidige situatie van de Lijn50-regio in het licht van de opgaven.

DE LIJN50-REGIO IN EEN NOTENDOP

OMGEVINGSVISIELIJN50

Nostalgische dorpjes en authentieke steden

007

De Lijn50-regio wordt getypeerd door haar nostalgische dorpjes en authentieke steden. Diverse plaatsen hebben dan ook een beschermd dorps- of stadsgezicht. Er zijn talloze kerken, kastelen, boerderijen en watermolens te vinden waarvan een deel ook als rijksmonument wordt getypeerd. Ook springen de carréboerderijen en vakwerk­ huizen in het oog, evenals de talloze wegkruizen en weg­ kapelletjes. Het heuvellandschap (en het plateaulandschap met beek- en droogdalen) is een groene troef in de regio: de bijzondere afwisseling van bossen, akkers, weilanden en boomgaarden trekt veel bekijks, evenals het traditionele coulisselandschap. Het gebied wordt ook wel getypeerd als de groene long, mede omwille van de biodiversiteit. Er

Inwoners zijn trots op de authentieke kernen en het groen

Inwoners zijn trots op de authentieke kernen en het groen. Zij noemen de Lijn50-regio niet voor niets ‘ons eigen stukje buitenland’. Het is dan ook een Cittaslow regio, een duurzame omgeving gelegen in een hoogwaardig landschap, waar sociale cohesie in kernen groot is en op menselijk tempo nog genoten kan worden van al hetgeen dat de regio te bieden heeft. Kortom: het is een regio waar voor velen de kwaliteit van leven hoog is, zowel voor inwoners, bezoekers als ondernemers. De voorzieningen in de grotere kernen zijn voldoende op peil, en er is genoeg te doen. Er vinden op jaarbasis zo’n 2.000 evenementen plaats, waaronder ook vele met een cultuurhistorische waarde, denk aan carnaval, de processies en de schuttersfeesten. Daarnaast speelt het rijke verenigingsleven een belangrijke rol in de samenleving. Saamhorigheid en authenticiteit zijn voor veel mensen belangrijk, zo zijn veel mensen trots op het Limburgs dialect dat gesproken wordt.

het startpunt

In totaal wonen zo’n 50.000 inwoners in de Lijn50-regio. ­Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals worden dan ook gezien als landelijke gemeenten met een relatieve lage bevolkingsdichtheid. Tegelijkertijd zien we dat bepaalde kernen zoals Vaals (centrum) en Cadier en Keer, vraagstuk­ ken kennen die stedelijk van karakter zijn. Dit is te verkla­ ren door de ligging (dichtbij grotere steden als Maastricht en Aken). Net als in de rest van Zuid-Limburg spreken we van een krimpregio en een regio die ook nog eens met een vergrijzingsdruk te maken heeft, voornamelijk in het ­oostelijke deel van het gebied.

2

liggen meerdere Natura 2000-gebieden in de regio (zoals Bemelerberg & Schiepersberg, Geuldal, Savelsbos, etc.), waar habitatrichtlijnen van kracht zijn, om de stikstof ­gevoelige natuurgebieden en haar biodiversiteit te bescher­ men. Het bodemgebruik varieert sterk in de Lijn50-regio. Er is akkerbouw op de vlakke delen, weiland of bos op steile hellingen en er zijn graften en holle wegen. Oude dorpen liggen voornamelijk in de dalen. Op de plateaus liggen de nieuwere dorpen en kernen. Het is bovendien een bronrijk­ gebied dat ook als waterwingebied dienst doet. Verder zijn er ook blauwe structuren te vinden, denk daarbij aan de beken en rivieren zoals de Gulp, Geul en de Maas.

De Lijn50-regio bestaat uit de gemeenten Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem en Vaals. Met buurlanden Duitsland en België op een steenworp afstand maakt deze grensregio deel uit van de Euregio. Daarnaast liggen grotere steden zoals Aken, Luik en Maastricht dichtbij. De Lijn50-regio maakt onderdeel uit van het Middengebied Zuid-Limburg (bestaande uit 10 gemeenten in Zuid-Limburg).

Verder brengt de grensligging van de regio ook andere vormen van onveiligheid met zich mee. Denk aan het drugs­ toerisme vanuit Aken, ondermijnende criminaliteit en de drugstrein tussen Maastricht en Luik. Toch voelen inwoners zich, afgezien van verkeersveiligheid en toch ook de ervaren onveiligheid met betrekking tot de aanwezigheid van een kerncentrale in Tihange, over het algemeen veilig in de ­Lijn50-regio.

Het landbouwverkeer kan, net als het toeristisch verkeer, overlast veroorzaken. Deze twee bronnen van verkeers­ overlast zijn een belangrijk aandachtspunt, alsook de ­bereikbaarheid per openbaar vervoer. Zo rijden bussen (lijnen 350 en 999) niet frequent. Wat ontsluiting over de weg betreft, worden de Lijn50-gemeenten verbonden door de N278.

008

Kwaliteit van leven is relatief hoog, er zijn ook aandachtspunten op sociaal vlak

De kwaliteit van leven is relatief hoog, tegelijkertijd zijn er ook aandachtspunten op sociaal vlak. Als we bijvoor­ beeld kijken naar Vaals, dan blijkt dat toch zo’n 13% van de inwoners onder de armoedegrens grens leeft en wordt de ervaren gezondheid slechter beoordeeld dan gemiddeld. Daarmee is er ook sprake van tweedeling in de samen­ leving: mensen met een hoge sociaal-economische status en mensen met een lage. De kans is groot dat deze kloof nog groter wordt door toedoen van de COVID19-crisis. Ook de tweeling van een hoge en lage digitale geletterdheid is in de periode van diezelfde crisis extra voelbaar.

het startpunt

De agrarische sector is Ook de agrarische sector is sterk vertegenwoordigd in de sterk vertegenwoordigd regio. Doorgaans zijn de grote landbouwbedrijven gevestigd in de regio op de plateaus, waar zich kleinschalige bedrijven bevinden op hellingen en in dalen. Agrariërs onderhouden tevens circa 60% van het landschap. Tegelijkertijd neemt de leegstand toe in de sector en is er ook sprake van schaaluitbreiding. Mega­ stallen komen her en der verspreid in het landschap terug en versnipperen landbouwgronden.

2

OMGEVINGSVISIELIJN50

Gastvrijheid is een andere Gastvrijheid is een andere belangrijke kernwaarde van de belangrijke kernwaarde regio. De regio is een geliefde bestemming voor dagjes­ van de regio. mensen en recreanten. Toerisme is dan ook een belangrijke economische sector in het gebied. Maar naast de econo­ mische welvaart brengt het toerisme ook negatieve gevolgen met zich mee. Zo wordt de regio door veel inwoners als te druk ervaren tijdens het hoogseizoen, inwoners ervaren veel drukte in het verkeer met onveilige situaties tot gevolg.

OMGEVINGSVISIELIJN50

HOOFDSTUK 3 UITDAGINGEN ONDERWEG

009

De Lijn50-regio wordt geconfronteerd met een groot aantal breed-maatschappelijke opgaven, nu en de komende decennia. De Lijn-50 regio is hierin niet uniek, want vergelijkbare vraagstukken spelen ook in andere regio’s in Nederland. De breed-maatschappelijke opgaven waarvoor overheid en samenleving in de Lijn50-regio staan kunnen worden beschouwd als problematisch wanneer de huidige of toekomstige situatie niet voldoet aan de gewenste situatie. De maatschappelijke opgaven kunnen echter ook worden opgevat als een kans op verandering waarbij een impuls wordt gegeven aan (nieuwe) maatschappelijke ontwikkelingen.

PASSENDE WERKGELEGENHEID

PASSENDE VOORZIENINGEN

DUURZAAM WONEN

AUTHENTIEK LANDSCHAP

VITALE BEVOLKING KLIMAATADAPTATIE

TRANSFORMATIE LANDBOUW

SOCIALE SAMENHANG ENERGIETRANSITIE VEILIGHEID

SCHOON MILIEU

010

De maatschappelijke opgaven waarmee de Lijn50-regio wordt geconfron­ teerd manifesteren zich in het ecologische, economische, sociale en ook het institutionele domein. Ze hangen bovendien nauw samen. In dit hoofdstuk typeren we de opgaven waarbij we gebruik maken van de kennis van de huidige situatie in de regio en een inschatting welke veranderingen de komende decennia op de regio afkomen. De volgende maatschappelijke opgaven worden voor de Lijn50-regio van belang geacht. Deze opgaven zijn overigens ook aan de orde gekomen tijdens de brede bevraging (zie hoofdstuk 4). Inwoners en ondernemers hebben vooral gereageerd op de vraag of ze met deze vraagstukken bezig zijn, hoe we best met deze opgaven omgaan en welke vergezichten denkbaar zijn voor de regio.

uitdagingen onderweg

OMGEVINGSVISIELIJN50

INNOVATIE TOERISME

3

Hoe dit ook zij, voor het (bij)sturen van maatschappelijke ontwikkelingen dient nadrukkelijk oog te zijn voor verleden, heden en toekomst. Niet alleen biedt dit zicht op eventuele pad-afhankelijkheden en innovatiepotentieel, maar wordt ook duidelijk dat voor ingrijpende (ruimte­ lijke) veranderingen in de Lijn50-regio zowel bestuurlijke daadkracht als maatschappelijk draagvlak onontbeerlijk zijn.

DUURZAME MOBILITEIT

ROBUUSTE NATUUR

DE OPGAVEN VOOR DE LIJN50-REGIO

Authentiek landschap behouden

Transformatie landbouw De landbouw is de grondlegger van het karakteristieke Limburgse ­Heuvelland waarin natuur en cultuur nauw verwezen zijn. Tegelijkertijd vormt de moderne landbouw door haar schaalvergroting een bedreiging voor de kleinschaligheid van het landschap. De landbouw in Zuid-Limburg bevindt zich al decennia in een lastige positie: concurreren op de wereld­ markt, opereren binnen een scala aan wet- en regelgeving, weinig mogelijk­ heden om het bedrijf uit te breiden, vaak geen erfopvolger, en relatief weinig nieuwe bedrijfsmodellen. Dat zijn de uitdagingen waar de gemiddelde boer in de Lijn50-regio mee te maken heeft. Een transformatie van de landbouw is nodig, maar de vraag is: in welke richting? Hoe ziet een duurzaam ontwikkelingsperspectief voor de landbouw in het heuvelland eruit? Een vraag die niet eenvoudig te beant­ woorden is omdat de landbouw niet onder één noemer te vangen is. Zo zijn er verschillen in het toekomstperspectief voor akkerbouw, fruitteelt en veehouderij. De traditionele gemengde boerenbedrijven komen nau­ welijks nog voor in het gebied. De trend in de landbouw is dat er steeds

011

uitdagingen onderweg

OMGEVINGSVISIELIJN50

3

Het wezenskenmerk voor de Lijn50-regio is het naar Nederlandse maat­ staven unieke Limburgse Heuvelland, wat ook wel wordt aangeduid als Mergelland en krijt- en lösslandschap. Het landschap, dat geologisch gezien opgebouwd is uit uitlopers van de Ardennen en Eifel, wordt ge­ kenmerkt door weidse tamelijk vlakke plateaus die doorsneden worden door smalle relatief diepe dalen. Op veel plaatsen is het landschap nog relatief kleinschalig van aard waarin karakteristieke cultuurhistorische ­elementen nog goed zichtbaar zijn zoals hellingbossen, graften, holle wegen en wegkruisen. Het landschap heeft niet alleen bouwmaterialen geleverd, zoals mergel voor woningen, maar vormt ook de basis voor de belangrijkste maatschappelijke activiteiten in het gebied, zijnde de landbouw en het toerisme. Hoewel het Limburgse Heuvellandschap volop in de aandacht staat en een hoge mate van bescherming kent, zoals het Nationaal Landschap, Vijf-sterren landschap en Limburgs Kwaliteitsmenu, staat het landschap al decennialang onder druk. De schaal­vergroting in de landbouw, het groeiende toerisme en de toenemende druk op de schaarse ruimte vormen de voornaamste bedreigingen voor behoud van dit karakteristieke cultuurlandschap.

Nu gaan maatschappelijke ontwik­ kelingen veelal gepaard met (ruimtelijke) ingrepen en v ­eranderingen in het landschap, maar als daarmee ook het authentieke karakter van het heuvellandschap verloren dreigt te gaan, staat de identiteit van het gehele gebied ter discussie. De Lijn50-gemeenten streven er dan ook naar om landschap, natuur en cultuurhistorie te behouden en waar mogelijk te versterken en verbeteren. Wat dit betekent voor het ontwik­ kelingsperspectief van de landbouw, het toerisme en andere vormen van ruimtegebruik in het gebied verdient aandacht.

OMGEVINGSVISIELIJN50

Verduurzaming toerisme De landbouw in Zuid-Limburg levert een belangrijke bijdrage aan de lokale economie en zorgt voor een opbrengst (met name omzet) van meer dan € 100 miljoen per jaar. De landbouw wordt echter voorbijgestreefd door een andere economische drager, namelijk het verblijfstoerisme dat in het heuvelland goed is voor een omzet van ruim € 250 miljoen per jaar

012

Daarnaast ontstaan nieuwe behoeften aan de zijde van toeristen en ­recreanten. Sommige mensen hebben bijvoorbeeld meer aandacht voor milieubewust en duurzaam reizen. Dit heeft invloed op behoeften in ­acti­viteiten, verblijf en vervoer. Er wordt bijvoorbeeld vaker gekozen voor ‘staycations’ dichtbij huis om de negatieve impact van de verre vlieg­reizen te verminderen. Tevens zien we, door een stijgende aandacht voor (mentale) gezondheid, een opkomst van wellness vakanties en retraites, waarbij de reizigers op zoek gaan naar rust en ontspanning. Ook verandert de samen­ stelling van het reisgezelschap: solotravels en meerdere ge­neraties die samen reizen zijn geen uitzondering meer. De verdergaande digitalisering van economie en samenleving zal naar ver­ wachting ook leiden tot innovatie in de sector, zoals (virtuele) belevingen met behulp van augmented reality, het als toerist zelf kunnen organiseren van authentieke ervaringen met inwoners in het gebied, en het ontstaan van nieuwe werk- en verdienmodellen.

uitdagingen onderweg

Van een gemeenschappelijke visie op de toekomst van de landbouw in Zuid-Limburg lijkt nog geen sprake te zijn. Het is weinig realistisch om te verwachten dat een regionale landbouwvisie wordt ontwikkeld door de markt, laat staan door de individuele boer. Daarvoor zijn de verschillende bedrijfsmodellen, (externe) prikkels, belangen en waarden, schaalniveaus en tijdshorizonten die in het geding zijn, te gevarieerd.

(waar dagrecreatie nog eens zo’n € 200 miljoen per jaar aan toevoegt). Het toerisme zorgt voor werkgelegenheid in horeca, logies, cultuur, recreatie en entertainment, maar veroorzaakt ook overlast voor inwoners en legt druk op de schaarse ruimte, natuur en landschap. Toerisme en recreatie zijn een banenmotor voor de regionale economie, maar innovatie is nodig zodat er een positieve invloed uitgaat op de omgeving. Om het toerisme toekomstbestendig te laten zijn zal ingezet moeten worden op kwaliteit (in plaats van groei), zullen het heuvellandschap en de omliggende steden meer moeten samenwerken om het toerisme een regionaal totaalpakket te kunnen bieden, zullen de belangen van de toeristen en de inwoners van het gebied zorgvuldig moeten worden afgewogen en gewaarborgd, en zal er continue aandacht nodig zijn voor behoud van cultuur, natuur en landschap omdat dit de kernkwaliteiten zijn voor het toerisme in de regio. De eerste aanzetten tot een andere vorm van toerisme in het heuvelland zijn bijvoor­ beeld de inzet op de filosofie van Cittaslow, dat zich heeft vertaald in een keurmerk dat alle drie de Lijn50-gemeenten hebben verworven.

3

minder boerenbedrijven zijn die gemiddeld steeds groter, professioneler en kapitaalintensiever worden. Een trend die afbreuk doet aan de beoogde kleinschaligheid van het karakteristieke landschap. De individuele boer is die ontwikkeling niet aan te rekenen want deze wordt afgedwongen door een open marktsysteem dat gericht is op maximale productie tegen zo laag mogelijke kosten. Voor de individuele boer is ook niet duidelijk wat overheid en samenleving verwachten van de landbouw en welke maatschappelijke kosten en baten daarmee samenhangen. Er zijn weliswaar verschillende visies, concepten en benaderingen in omloop, zoals natuur-inclusieve landbouw, streekproducten, precisielandbouw, verbrede bedrijfsvoering (zoals zorgboerderijen), nieuwe product-marktcombinaties (zoals lokale wijnbouw), beheerder van natuur en landschap, enzovoorts. Ook zien we een groeiende populariteit in bijvoorbeeld stadslandbouw, pluktuinen en herenboeren. Ook de eiwittransitie is het benoemen waard. De noodzaak wordt groter om over te schakelen van klassieke, dierlijke eiwitbronnen als vlees, vis en zuivel, naar alternatieve eiwitbronnen. Met deze eiwittransitie zullen we ook moeten uitkijken naar plantaardige eiwitbronnen zoals peul­ vruchten, maar ook insecten of algen. Deze transitie kan ook impact hebben op de veeteelt in de Lijn50-regio en de opkomst van nieuwe teelten.

Klimaatadaptatie Robuuste natuur Zuid-Limburg is een ‘on-Nederlands’, heuvelachtig gebied waarin een aantal (voor Nederland) unieke planten- en diersoorten en leefgemeenschappen voorkomen. Maar de natuur in het heuvelland staat onder druk. Belangrijke oorzaken zijn de verandering van landgebruik (zoals de aanleg van wegen en bebouwing) en de intensivering van het landgebruik (door de landbouw). Veel natuurgebieden worden beïnvloed door vermesting, doordat meststof­ fen uit de hoger gelegen landbouwgronden op de plateaus uitspoelen in de lager gelegen natuurgebieden en de beekdalen. Veel natuurgebieden zijn bovendien relatief klein en sterk versnipperd. Ook zal klimaatverandering gevolgen hebben voor de natuur wanneer exoten (zuidelijke soorten) zich hier kunnen verspreiden en inheemse soorten verdringen. Behoud en herstel van de biodiversiteit in Zuid-Limburg zal een enorme opgave zijn omdat dit nauw verweven is met de toekomst van de landbouw en andere maatschappelijke activiteiten in het gebied, zoals toerisme. Vooral de toe­ komstige ontwikkeling van de landbouw zal bepalend zijn voor de mate waarin milieu- en waterkwaliteit in het gebied verbeteren en daarmee een

013

Het klimaat is aan het veranderen. Ook in Zuid-Limburg, waar op veel plaatsen sprake is van een microklimaat zoals in holle wegen en de beekdalen. De klimaatverandering in Nederland gaat gepaard met hogere temperaturen, warme tot hete zomers, zachte winters, meer neerslag in de vorm van forse stortbuien en allerlei verschuivingen in de natuur. De samenleving zal zich moeten aanpassen aan een veranderend klimaat zodat nadelige gevolgen en dus hoge kosten zoveel mogelijk worden beperkt. De Lijn50-regio is een heuvelachtig landelijk gebied met overwegend landbouw, natuur en relatief kleine dorpen en gehuchten. Klimaatadaptatie in dit gebied gaat onder meer om hoogwaterbescherming langs de Maas, het beperken van wateroverlast in de beekdalen, het langer vasthouden van neerslag in het gebied om te voorkómen dat er droogte ontstaat in de landbouw en natuur, het tegengaan van hittestress in de bebouwde omgeving, en het informeren van inwoners en toeristen over de toename van insecten die een gezondheidsrisico vormen voor de mens (zoals besmette tekenbeten die de ziekte van Lyme kunnen overdragen). De zogeheten klimaatadaptieve maatregelen hebben ruimte nodig , zoals de aanleg van waterbuffers en de uitbreiding van bosgebied, maar ook omdat sommige maatschappelijke activiteiten aangepast zullen moeten

uitdagingen onderweg

OMGEVINGSVISIELIJN50

3

basis wordt gelegd voor natuurherstel. Voor een robuuste natuur zal echter ook gestreefd moeten worden naar het vergroten van natuurgebieden en het onderling verbinden van gebieden door middel van voldoende brede ecologische corridors. De status als Nationaal Landschap en de Natura 2000-gebieden in Zuid-Limburg is een belangrijke drijfveer voor herstel van de natuur, maar vanwege de relatief kleine omvang van de meeste natuurgebieden zal de oorzaak van de achteruitgang van de natuur buiten deze gebieden aangepakt moeten worden. Daarbij zal ook over nationale grenzen heen gekeken moeten worden omdat meerdere Zuid-Limburgse Natura 2000-gebieden grenzen aan vergelijkbare natuurgebieden in België zoals bijvoorbeeld in de Voerstreek.

worden om klimaatbestendig te kunnen zijn, zoals woningen en de aanleg en inrichting van straten en pleinen. Waterschap en gemeenten werken aan een betere afstemming van waterbeheer en ruimtelijke ordening, waarbij de openbare en particuliere ruimte anders wordt ingericht, zodat er meer natuurlijke watersystemen ontstaan die een bijdrage leveren aan de kli­ maatadaptatie. In de bebouwde omgeving kan meer groen (in plaats van steen) een rol spelen bij het bestrijden van hittestress.

3

Naast klimaatadaptatie is -mitigatie een belangrijk doel van het over­ heidsbeleid. Het gaat dan over het beperken van klimaatverandering door het verminderen en rond 2050 vrijwel beëindigen van de uitstoot van broeikasgassen. Om dit doel te bereiken zal de gehele samenleving een ingrijpende verandering moeten ondergaan waarbij fossiele brandstoffen zoals olie en gas worden vervangen door duurzame energiebronnen zoals bijvoorbeeld zon en wind. Deze maatschappelijke verandering is onder meer voelbaar in de energietransitie die momenteel op regionaal niveau wordt uitgewerkt. De Lijn50-gemeenten zijn onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES) Zuid-Limburg, die opgedeeld is in drie deel­regio’s: Parkstad Limburg, Westelijke Mijnstreek en Maastricht-­ Heuvelland. De RES ­Zuid-Limburg draagt bij aan de landelijke opgave van 35 TWh duurzaam opgewekte energie. Voor Zuid-Limburg wordt vooral uitgegaan van grootschalige energieopwekking door middel van zonneparken. Het plaatsen van windmolens op land is dikwijls omstreden en wordt in het heuvelland vooralsnog niet passend geacht. Het is de vraag of alleen zonneparken voldoende zijn om de regionale doelstelling van duurzaam opgewekte energie te bereiken. Een combinatie met windenergie lijkt nodig te zijn om systeemefficiëntie te bereiken en de kosten te drukken.

Ook wordt nagedacht over innovatieve oplossingen die minder invloed hebben op het landschap.

014

Een belangrijke vraag is waar in het landelijk gebied de ruimte gevonden kan worden om grootschalige zonneparken aan te leggen. Vanuit de RES Zuid-Limburg en vooral de Omgevingsvisie zal hierop krachtig gestuurd moeten worden om wildgroei te voorkomen (bijvoorbeeld project­ ontwikkelaars die een deal sluiten met een individuele boer) en dienen de verschillende ruimteclaims in het heuvelland (van energie, landbouw, natuur, toerisme, enzovoorts) zorgvuldig tegen elkaar te worden afge­ wogen, zodat er ook draagvlak is voor de energietransitie. Zonnepanelen op grote daken, overdekte parkeerplaatsen, enzovoorts, al dan niet met behulp van energie-coöperaties, is een aanpak die sowieso gestimuleerd kan worden omdat hierbij geen sprake is van tegenstrijdige ruimteclaims.

uitdagingen onderweg

OMGEVINGSVISIELIJN50

Energietransitie

Duurzaam wonen in een prettige leefomgeving

OMGEVINGSVISIELIJN50

Wonen gaat ook over de kwaliteit van de leefomgeving en het aanbod aan voorzieningen. Gelet op de veranderingen op vlak van werken zijn in de toekomst andere eisen denkbaar. De verwachting is dat noden aan voor­ zieningen zullen verschuiven als het gaat om de vrijetijdseconomie (mensen zijn op zoek naar een beleving en niet enkel een functie). Verder gaat het over veranderende noden en behoeften op vlak van basale voorzieningen (winkels, kappers etc) en het educatief landschap (dat in de komende jaren ook van gedaante zal veranderen, leren doen we straks niet alleen in de klas).

015

Daarnaast ontstaan er nieuwe vormen van mobiliteit en ook vervoers­ concepten. Zelfrijdende auto’s, personendrones, e-bikes, duurzaam luchttransport zijn op zoek naar verankering in onze samenleving. Ook concepten als deelsystemen, ‘mobiliteit als een dienstverlening’ zijn het overdenken waard in een verkenning van de toekomst van de Lijn50-regio. In een landelijke regio is vervoer van groot belang voor de verbinding van niet alleen de verschillende kernen maar ook de verbinding met steden en de (Eu)regio.

uitdagingen onderweg

Het vernieuwen van de woningvoorraad door te verduurzamen en deze levens­loopbestendig te maken is een belangrijke opgave voor de kernen in het heuvelland. Om onder meer een bijdrage te leveren aan de energie­ transitie dienen nieuwe woningen al te voldoen aan energieprestatienormen (zogeheten BENG-normen, oftewel Bijna-ENergieneutraal-Gebouw). Naast duurzame energieopwekking is het altijd zinvol om woningen en gebouwen te isoleren, want energie die niet verbruikt wordt hoeft ook niet te worden opgewekt. De woningmarkt en de voorraad woningen in Zuid-Limburg zijn problematisch, maar met grote verschillen tussen regio’s (bijvoorbeeld Maastricht versus Parkstad, stad tegenover platteland).

Mobiliteit is een belangrijke voorwaarde in een relatief uitgestrekt gebied zoals de Lijn50-regio. Wonen, werken, winkelen, recreëren, sporten, hobby’s, enzovoorts zijn activiteiten die zelden dicht bij elkaar liggen, zeker niet in een landelijk gebied. Voor een vitale bevolking is het dan ook van groot belang om mobiel te kunnen zijn. Hierbij wordt vaak uitgegaan van traditio­ nele indelingen zoals privévervoer versus openbaar vervoer, snelverkeer en langzaam verkeer, maar met de digitalisering van de economie en samenleving krijgt het mobiliteitsconcept een geheel andere betekenis. Afstand wordt steeds vaker virtueel overbrugd en de COVID19-crisis heeft, weliswaar noodgedwongen, geleid tot een enorme toename in het thuis werken, op afstand vergaderen, digitaal onderwijs, online shoppen, enzovoorts. Deze collectieve ervaring in de virtuele wereld zal ertoe leiden dat er mede door nieuwe technologische ontwikkelingen (zoals drones) anders omgegaan zal worden met fysieke afstand omdat er altijd sprake zal zijn van virtuele nabijheid. Het gegeven dat inwoners van de Lijn50- regio in de toekomst 24/7 (virtueel) mobiel zullen zijn, bijvoorbeeld na aanleg van een 5G-netwerk waardoor ook het ‘Internet of Things’ dichterbij komt, zal gevolgen hebben voor de plekken waar men graag wil wonen, werken, enzovoorts.

3

Op verschillende plaatsen is thans de vraag naar woningen groter dan het aanbod, waardoor de gemiddelde koopprijs sterk wordt opgedreven. In het heuvelland is jarenlang een restrictief woningbeleid gevoerd waardoor woonwensen van inwoners niet altijd ingewilligd konden worden. Vergrijzing, demografische ontwikkelingen (jongeren die wegtrekken) en bevolkingskrimp (in sommige kernen) zorgen voor een verandering in de woonbehoeften. Zo is er nood aan andere woonvormen (bijvoorbeeld aanleunwoningen en hofjes-structuren) en andere typen woningen (vooral voor eenpersoonshuishoudens en betaalbare woningen voor starters op de woningmarkt).

Duurzame mobiliteit

manieren en plekken om te werken zoals in co-working plekken. Versterkt door de invloed van de COVID19 -pandemie is de verwachting dat mensen in de toekomst werk anders gaan percipiëren. Mensen werken niet meer 5 dagen op een en hetzelfde kantoor maar deels ook thuis of in een co-­ working setting. Een en ander stelt ook nieuwe eisen aan de eigen woon-en leefomgeving, en aan mobiliteit, zoals reeds aangehaald. Tot slot is de verwachting dat de zorgvraag in de regio zal toenemen, mede door de (mogelijk dubbele) vergrijzing. Ook deze ontwikkeling kan nieuwe werkgelegenheid opleveren.

Passende werkgelegenheid We hebben het al over de ontwikkelingen in de landbouw en het toerisme gehad. Afhankelijk van de type transformaties in deze sectoren (zie ook hoofdstuk 5) zal een bepaalde vorm van werkgelegenheid in de regio aan de orde zijn. Daarnaast zien we ook op de schaal van Zuid-Limburg dat er sprake is van een braindrain. In Zuid -Limburg is zichtbaar dat beloftevolle jongeren en studenten de regio verlaten en dat het aantal starters afneemt. Tegelijkertijd wordt ook een groei in (kennisintensieve) werkgelegenheid verwacht in grotere omliggende steden als Maastricht, Aken en Luik, maar ook economische knooppunten zoals bij Sittard-Geleen (bijvoorbeeld op de Chemelot Campus). Dat biedt ook weer kansen naar de toekomst toe. De mogelijke komst van de Einstein telescoop kan ook in dit licht kansen bieden; deze ontwikkeling brengt ook weer nieuwe kennis naar de regio. We zien daarnaast een opkomst aan nieuwe werkstijlen: mensen werken niet langer van 9 tot 5 op kantoor, er komen steeds meer zpp’ers, de platformeconomie ontwikkelt zich steeds verder en er ontstaan andere

016

In Zuid-Limburg zien we dat er serieuze gezondheidsachterstanden zijn bij jong en oud, op mentaal en fysiek vlak (in vergelijking met het landelijke gemiddelde). Diverse programma’s zoals het Trendbreukprogramma spelen op deze problematiek in. De vraag is of deze aanpakken uiteindelijk ook impact gaan hebben op de gezondheid van mensen in de Lijn50-regio. Zowel op het fysieke als op het mentale vlak evolueren gezondheids­ vraagstukken mee met de levensstijlen die mensen hebben. We zien in algemene zin de opkomst van verschillende levensstijlziekten zoals eetstoornissen, internetverslaving, cardiologische problemen, burn-outs, vruchtbaarheidsproblemen en depressies. Deze nieuwe ziektebeelden brengen ook maatschappelijke kosten met zich mee en laten de druk op de zorg toenemen. Tegelijkertijd zijn er ook positieve tendenzen zichtbaar. Waar de Westerse gezondheidszorg zich lange tijd voornamelijk richtte op het genezen van het fysieke lichaam, zien we een verbreding en verschuiving van focus: meer aandacht voor mentale gezondheid, toenemend belang van preventie en meer openheid voor een holistische benadering. Het gaat niet langer om het genezen, maar om het optimaliseren van (positieve) gezondheid en de kwaliteit van leven. Mede met het oog op de toenemende vergrijzing liggen er richting 2050 kansen voor de regio om op deze ontwikkeling in te spelen.

uitdagingen onderweg

OMGEVINGSVISIELIJN50

3

Vitale bevolking

Sociale samenhang De sociale samenhang in de Lijn50-regio staat onder druk. Enerzijds is er sprake van een sterke sociale structuur, gemeenschapszin met tradities en verenigingsleven en gepaste trots op het cultureel erfgoed zoals het landschap, de monumenten en het Limburgs dialect. Anderzijds is vooral onder jongeren de binding met de streek minder aan het worden (men trekt weg omdat er geen passend werk is, of geen geschikte woning), en veel inwoners zijn vooral gericht op het eigen dorp en minder op de regio.

Hoewel er de afgelopen eeuwen wereldwijd een positieve stijging van de gemiddelde levensstandaard heeft plaatsgevonden zien we toch de kloofvorming toenemen ook in Zuid-Limburg. Recente onderzoeken tonen aan dat de kloof tussen arm en rijk, tussen het hebben en het niet-hebben (in termen van middelen en toegang tot faciliteiten) groter wordt. Groepen aan de uiteinden van het spectrum groeien en de middenklasse dunt uit. Er ontstaan nieuwe achterstanden op gebied van bijvoorbeeld digitale ge­ letterdheid, gezondheid en sociaal kapitaal.

OMGEVINGSVISIELIJN50

Veiligheid Mensen voelen zich grosso modo veilig in de regio. Zoals reeds in hoofdstuk 2 getypeerd, zijn er wel zorgen over de toenemende drukte in het verkeer in het hoogseizoen en de veiligheidsrisico’s die daarmee gepaard gaan. Ook de grensligging neemt vraagstukken mee zoals drugstoerisme en onder­ mijning. Veiligheid is hoe dan ook een vraagstuk dat naar de toekomst toe aandacht blijft vragen.

017

uitdagingen onderweg

Tegelijk zien we dat steden en dorpen in toenemende mate naar nieuwe manieren om inwoners te betrekken bij vraagstukken. Dit fenomeen ver­ sterkt dan weer de sociale samenhang. (Burger)participatie neemt toe. Bekende instrumenten zijn bijvoorbeeld de ‘stadslabs’ en wijkgerichte aanpakken: burgers, ambtenaren, ondernemers, creatievelingen, mensen uit maatschappelijke instellingen en het onderwijs, slaan de handen ineen om oplossingen te zoeken voor gedeelde uitdagingen. Inzetten op sterke sociale netwerken en participatie in brede zin, veelal op wijkniveau is een uitdaging voor de komende jaren.

3

Mensen maken vandaag de dag onderdeel uit van vele netwerken en toch neemt de eenzaamheid toe. Hoewel digitale netwerken iedereen met iedereen verbinden, betekent dit niet noodzakelijkerwijs diepe, betekenis­ volle kwaliteitsrelaties. Volgens sommige sociologen bereikt de eenzaam­ heid epidemische proporties tot op het punt dat men het een maatschap­ pelijke ziekte zou kunnen noemen. In de context van de COVID19-pandemie is de eenzaamheid verder toegenomen, niet alleen bij ouderen ook zeker bij jongeren.

Vernieuwing op vlak van governance Om genoemde opgaven te adresseren zal er ook op een andere manier ‘gestuurd’ moeten worden in de Lijn50-regio en binnen de gemeentelijke overheden. Dit noemen we ook wel ‘governance’. Governance zien we ook wel als een manier van (be)sturen gericht op de toekomst. Bij governance spelen meestal verschillende organisaties, actoren en belanghebbenden een rol. Daarbij gaat het niet alleen om het nastreven van een (gemeen­ schappelijke) visie en (gezamenlijke) aanpak door partijen, maar ook om een verdeling van rollen, verantwoordelijkheden en hulpmiddelen.

OMGEVINGSVISIELIJN50

In de Omgevingswet wil men de omgevingskwaliteit behouden en ­tegelijkertijd ontwikkeling stimuleren. De Omgevingswet streeft ook naar een nieuwe werkwijze bij gemeenten (intern) en een andere relatie met de samenleving (extern). Participatie speelt daarbij een belangrijke rol, waarvoor gemeenten zich ook zullen moeten bezinnen op de eigen rol en verantwoordelijkheden en die van anderen. De mate waarin de Omgevingswet een andere manier van werken nood­ zakelijk maakt voor de Lijn50-gemeente(n), is afhankelijk van de ambitie van de gemeente(n), de huidige manier van werken, hoe ver de huidige werk­wijze afstaat van de werkwijze die past bij de ambitie, welke opgaven

018

1. 2. 3. 4.

Welke maatschappelijke opgaven pakken we aan, en wat vinden we hierin belangrijke aandachtspunten? Op welke schaal gaan we elke opgave oppakken (lokaal, binnen de ­Lijn50-regio, of regionaal (bijvoorbeeld op de schaal van Zuid-­ Limburg) of euregionaal)? Hoe gaan we samenwerken, en welke afspraken maken we over resultaten en vervolgstappen? Besturen (governance): welke rol en verantwoordelijkheden heeft iedereen, en welke waarden streven we na en welke belangen zijn er in het geding?

uitdagingen onderweg

Governance gaat dus ook over de wijze waarop gemeentelijke overheden de samenleving betrekken. Belangrijke vragen daarbij zijn: Wat willen we bereiken? Waarom willen we samenwerken? Met wie? Wanneer? Hoe? Hoe intensief? Maar ook: Hoe wegen we de samenwerking?

In de fase die volgt zullen dan ook de volgende vragen de revue gaan passeren:

3

Van belang voor de governance in de regio is de vraag welke dienst(en) de gemeente(n) aan de samenleving wil leveren, maar ook wat de samen­leving van de gemeente(n) verwacht en hoe dat in de praktijk wordt ervaren. Hieraan ontleent de gemeente als organisatie immers haar betekenis. Bij governance gaat het dus ook over waarden, dat wil zeggen, wat vinden we belangrijk? Waarden zouden een uitgangspunt moeten zijn voor handelen, binnen de organisatie, vanuit de organisatie naar anderen, en indien mogelijk ook voor het handelen door partijen gezamenlijk.

worden vastgepakt en hoe groot deze opgaven zijn etc. Gelet op de ­diversiteit van de genoemde opgaven zal er dan ook niet één recept zijn. Helder is wel dat nieuwe werkwijzen nodig zijn.

OMGEVINGSVISIELIJN50

HOOFDSTUK 4 EINDBESTEMMINGEN VAN DE LIJN 2050 OP KORTE TERMIJN

019

Zoals in hoofdstuk 1 al is aangegeven hebben we de samenleving van de Lijn50-regio bevraagd middels een uitgebreide online bevraging. In de brede bevraging hebben we diverse vragen gesteld (zie bijlage 2 voor de letterlijke vragen). In dit hoofdstuk geven we beknopt het resultaat van die bevraging weer. Er zijn uitgebreidere rapporten, die op verzoek beschikbaar gemaakt kunnen worden. Wij geven in dit hoofdstuk de beelden en de ideeën die bij mensen leven weer. Dit hoofdstuk laat dus vooral de kwalitatieve analyse van de bevraging zien. Meer kwalitatieve uitkomsten staan in het achtergrondrapport weergegeven. In dit hoofdstuk maken we veelvuldig gebruik van de quotes van mensen die moeite hebben gedaan om de bevraging in te vullen. Ook laten we ter inspiratie enkele bushaltes (inspiratierijke voorbeelden uit de bevraging) zien die in de smaak vielen.

WIE DEDEN ER MEE? In totaal vulden 1045 personen de bevraging in.

OMGEVINGSVISIELIJN50

Het overgrote deel van de respondenten woont in de regio. Veel van deze personen werken en recreëren hier ook. Een enkeling studeert er.

Positieve reacties gaan vooral over:

“Ik ben trots op een weidse, bourgondische en rustige regio, omringd door natuur en karakteristieke panden.”

“Buitenland in eigen land, dat spreekt mij erg aan.”

het landschap als grote trots. De grootste trots volgens de bevraagden betreft het landschap en de natuur. Dit antwoord staat met ruim 470 vermeldingen op nummer één. Mensen zijn trots op het prachtige (heuvel)landschap en het buitengebied, het groen, de natuur en het uitzicht. de uniciteit van het gebied. Mensen zijn daarnaast trots op de kernen, het stadsbeeld en historische gebouwen. Ze omschrijven de Lijn50-regio als een unieke en prachtige plek met veel afwisseling tussen natuur en dorpskernen. Met name de rust, ruimte en kleinschaligheid maken dat het er fijn wonen is. Het is een stukje ‘buitenland in eigen land’ volgens velen. gezelligheid en gemoedelijkheid. Niet alleen de omgeving, maar ook de mensen maken de regio bijzonder. De regio wordt omschreven als gezellig, vriendelijk en ge­moedelijk. Mensen ervaren een dorpsgevoel en zien de klein­ schaligheid als pluspunt. Er is sprake van saamhorigheid, gemeenschapszin en betrokkenheid onder inwoners. Dit is ook te zien aan de vele actieve verenigingen.

020

eindbestemmingen korte termijn

Het grootste deel van de mensen, 42%, is woonachtig in Eijsden-Margraten. 34% woont in Gulpen-Wittem, 18% in Vaals. 7% woont buiten de regio.

Als we de mensen vragen hoe ze de regio vandaag de dag beleven dan komen er beduidend meer positieve reacties dan negatieve reacties naar voren.

4

6% van de mensen is jonger dan 20, 25% tussen 20 en 39, 65% tussen 40 en 65 en 17% is ouder dan 65. Het grootste deel van de mensen, 31%, is tussen de 50 en 64 jaar.

DE REGIO NU

een bloeiende en bruisende regio. Er is voldoende te doen in de regio, althans dat vindt een groot deel van de mensen. Er zijn recreatiemogelijkheden en voorzieningen. Dit maakt het een aantrekkelijke plek voor toeristen. Een groot voordeel is de ligging ten opzichte van andere steden en de ligging in de (Eu)regio.

Ook is gepolst waar mensen wat minder enthousiast over zijn. Die vraag leidde overigens tot aanzienlijk minder reacties dan de vraag waar men positief over is. Negatieve reacties gaan vooral over: meer rust op momenten wenselijk. Als we de respons bekijken, valt op dat men de drukte in de regio niet waardeert. Die is ook toegenomen in de loop der tijd. Ook vindt men de regio te toeristisch in het hoogseizoen, hetgeen ook weer tot extra drukte op de weg leidt. Veel mensen geven aan dat massatoerisme vooral overlast veroorzaakt in het verkeer. Die overlast gaat met name over de geluidsoverlast en de afname van de verkeersveiligheid als gevolg van de drukte. “Alles is nu ingericht op transport per auto, waardoor ontmoeten en bewegen naar de achtergrond wordt gedrukt. Bevorder meer openbaar vervoer en een netwerk van leenvervoer.”

021

bereikbaarheid en duurzaam vervoer. Wat bereikbaar­ heid en vervoer betreft komt geregeld naar voren dat mensen minder autogebruik wensen en meer gebruik van fietsverbindingen en het openbaar vervoer. Ook gaat het over het veiliger maken van bepaalde verkeerssituaties, het aanleggen van gescheiden fietspaden en het voorzien van verkeersvrije zones op bepaalde plekken. Betere en goed­ kopere OV-verbindingen tussen de dorpen en in de regio zijn eveneens welkom.

“Je merkt dat dorpen de dorpen van vroeger niet meer zijn. Vroeger was alles veel hechter. Ook hoor je steeds minder het Limburgs dialect om je heen.”

voorzieningen en activiteiten voor jong en oud. Er worden veel zorgen uitgesproken over het perspectief voor starters in de Lijn50-regio. Mensen zien bij jongeren een grote nood aan betaalbare woningen. De regio wordt door sommige mensen omschreven als ouderwets, saai, doods en verval­ len. Mensen zien graag meer werkgelegenheid, uitgaans­ gelegenheden, cultuur en activiteiten om jongeren en starters in de regio te houden. Ook zijn meer speel­ruimtes, sportgelegenheden, ontmoetingsplekken en voldoende (kwalitatief) cultureel aanbod wenselijk. aandacht voor natuur en landschap. Er mag meer aandacht uitgaan naar behoud van natuur en landschap. Mensen benoemen in dit verband bijvoorbeeld minder nieuwe be­ bouwing, meer natuurinclusieve woonvormen en respect voor het landschap en de boeren. Ook wordt het onder­ houd en de vermindering van het zwerfafval regelmatig genoemd. aandacht voor bewoners en lokale cultuur. Mensen zien graag dat de dorpswaarden en lokale cultuur behouden worden. Ze willen betrokken zijn bij de ontwikkeling van de regio en staan open voor burgerparticipatie. Als het gaat over de bevolking van de Lijn50-regio en de cultuur komt ook geregeld het ongenoegen ten aanzien van ‘import­ bewoners’ (voornamelijk mensen uit ‘Holland’/de randstad) naar voren.

eindbestemmingen korte termijn

OMGEVINGSVISIELIJN50

de cultuur, historie en traditie. Men is bovendien trots op de cultuur, historie en tradities. Mensen omschrijven de regio als authentiek. Dit is ook te merken aan de trots op het dialect: ‘onze eigen taal’.

4

“Het dialect, een vanzelfsprekend aardige buur van twee buitenlanden en een fijne leefomgeving, daar ben ik trots op.”

THEMATISCHE TOEKOMSTBEELDEN 4

Er zijn zeven thema’s tegen het licht gehouden tijdens de bevraging. Al deze thema’s leven in de regio. Mensen hebben vooral ideeën en gedachten over deze thema’s met ons gedeeld. We presenteren de inzichten in volgorde van thema’s die de meeste tot de minste respons hebben ontvangen (verschillen waren overigens niet erg groot).

OMGEVINGSVISIELIJN50

eindbestemmingen korte termijn

022

LANDSCHAP EN LANDBOUW Als het gaat over de toekomst van het onderwerp landschap en landbouw dan leeft het volgende bij de mensen die hebben meegedaan aan de bevraging.

OMGEVINGSVISIELIJN50

Verduurzamen van de landbouw. In de regio leeft duidelijk de wens om de landbouw in de regio zelf te verduurzamen. Er gaat veel aandacht uit naar welzijn, biodiversiteit, natuur­ inclusieve landbouw, kringlooplandbouw en het gebruik van minder pesticiden. Er is tevens veel aandacht voor het anticiperen op de klimaatverandering. “Landschap en landbouw vormen het heuvelland, door deze samen te voegen en de mensen te triggeren hieraan deel te nemen, blijft dit ook behouden. Er zal meer ingezet moeten worden op lokaal telen en inkopen.”

023

Meer Inzetten op kleinschalig en lokaal/regionaal.Mensen hechten veel belang aan de kwaliteitsvolle streekproducten uit de regio, maar zien tegelijkertijd dat deze bedreigd worden. Er wordt bezorgdheid geuit ten aanzien van de groeiende hoeveelheid grote agrarische bedrijven. Men ­ vindt dit een zorgwekkende ontwikkeling en geeft de voorkeur aan een kleinschaligere aanpak; geen ‘mega­ schuren’ en grote percelen, maar een (bio-)divers land­ schap met aandacht voor regionale producten en een grote lokale afzet.

Bewoners betrekken bij voedselproductie. Tot slot lijkt het veel mensen prettig om bewoners te betrekken bij voedselproductie en het bijbehorende landschap. Mensen vinden het belangrijk dat jong en oud in contact komt met landbouw en het landschap. Mensen spreken over kleinschalige projecten op buurtniveau en de waarde van educatie rondom dit thema door bijvoorbeeld dit onderwijs ook te laten verzorgen door agrarisch ondernemers. Ze zien hierin ook kansen voor voedselbossen en pluktuinen.

De volgende inspiratiehalte sprak de mensen het meest aan: DE BUURDERIJ

Hollandse kost van de coop boeren De buurderij is een coöperatieve boerderij. Enkele gezinnen bepalen samen wat er geteeld wordt. Nog veel meer families komen hier hun wekelijks groentenabonnement bij elkaar oogsten. Steeds meer mensen zijn er dan ook trots op dat ze ‘Buurders’ zijn. Ze genieten immers van lokale, kraakverse groenten die geteeld zijn op een plek die zij koesteren.

eindbestemmingen korte termijn

Behouden van het landschap. Zoals we reeds consta­ teerden is het landschap de trots van de bewoners. Mensen zien het groen als een grote plus wat betreft prettig wonen, ontspanning en toerisme. Ze vinden dan ook dat dit diverse landschap, en het mooie heuvelland, beschermd en behouden moet blijven naar de toekomst toe. En waar mogelijk mag groen en landschap nog meer ruimte krijgen. Mensen vinden het van belang dat deze mooie regio niet volgebouwd wordt met woningen en bedrijven.

De boer als landschapsbeheerder inzetten. Vaak worden boeren genoemd als beheerders van het buitengebied. Mensen zien landbouw als een belangrijk onder­deel van de cultuur en een aantal mensen stelt voor dat boeren ingezet kunnen worden als landschapsbeheerder. Ze vinden het belangrijk dat er met de boeren in gesprek wordt gegaan om zo het authentieke landschap te laten voortbestaan.

4

“Hoe dan ook moet worden overgegaan naar een ecologisch verantwoorde landbouw, met groot respect voor biodiversiteit.”

“We moeten de bevolking weer bekend maken met de natuur.”

WONEN & SAMENLEVEN Als het gaat over de toekomst van het onderwerp wonen en samenleven dan leeft het volgende bij de mensen die hebben deelgenomen aan de bevraging.

OMGEVINGSVISIELIJN50

Meer inclusieve woonvormen en ontmoetingsplekken. Mensen zien kansen om jong, oud en verschillende culturen te verbinden in gemengde woonvormen. Daarnaast wordt er gesproken over het delen van spullen. Ook is er behoefte aan meer ontmoetingsplekken en een sterk netwerk binnen de gemeente. Dit ziet men ook als kans om de eenzaamheid te verminderen. Wanneer wordt gesproken over gemengde woonvormen gaat er ook veel aandacht uit naar het genieten van voldoende privacy in geval van gemengde woonvormen. Meer herbestemming, minder nieuwbouw. Mensen hechten waarde aan hun bewegingsruimte, het dorps karakter en het landschap. Veel mensen prefereren de herbestemming van bestaande panden (schuren, boerderijen, kastelen, etc.) in plaats van het bouwen van nieuwe woningen. Ook ziet men in leegstaande gebouwen en oude bedrijventerreinen mogelijkheden voor nieuwe invullingen.

024

“Ik zou het geweldig vinden als onze regio klimaatneutraal zou zijn.”

Duurzaam wonen met aandacht voor natuur en milieu. Ook komt sterk naar voren dat men de natuur en het milieu erg belangrijk vindt in de ontwikkeling van nieuwe woon­ vormen. Het idee van een ‘ecovillage’, zelfvoorzienende woonvormen en ‘tiny houses’ spreekt meerdere mensen aan. Ze zien kansen in kleinschalig, ecologisch bouwen en wonen met respect voor de omgeving. Ze zien toegankelijke initiatieven als zonnepanelen en een goede isolatie als een welkome start.

De volgende inspiratiehalte sprak de mensen het meest aan: ECODORP Een zelfvoorzienende wijk De bewoners van deze zelfvoorzienende wijk halen energie, water en voedsel uit hun eigen omgeving. Ze zijn volledig zelfredzaam. Hierdoor zijn de kosten een stuk lager dan bij reguliere woningen. Perfect voor de bewuste starter!

eindbestemmingen korte termijn

“We zouden moeten streven naar een samenleving die elkaar versterkt, waar jong en oud samen optrekken, men elkaar waardeert en weet te vinden indien nodig.”

Meer levendig wonen met starters en jeugd. Mensen vinden het belangrijk om de jeugd en levendigheid in de dorpen te behouden. Hoewel rust een sterk punt is van de regio moet er ook voldoende te doen zijn. Er is behoefte aan meer acti­ viteiten en voorzieningen. Cultuur, school, winkels, sport en muziek worden genoemd als middelen om een jongere doelgroep aan te trekken. Ook is er behoefte aan betaalbare woningen voor starters. Het aanschaffen van een tweede huis wordt een aantal keer genoemd als problematisch omdat het de leefbaarheid in de dorpen aantast omdat mensen voor een deel van het jaar niet aanwezig zijn.

4

“We moeten onze eigen jeugd en cultuur in eigen dorpen houden door betaalbare woningen starters.”

GEZONDHEID & VEILIGHEID

“‘Groen’ wonen en leven vermindert stress en bevordert de gezondheid. In alle dorpen worden zoveel mogelijk bomen geplant in straten en op pleinen.”

025

Verkeer en veiligheid blijft aandacht verdienen. Zoals bleek uit eerdere reacties, is verkeersveiligheid een belangrijk aandachtspunt in de regio zowel op gebied van overlast als veiligheid. Mensen pleiten voor meer snelheidscontroles en minder gevaarlijke situaties, en meerdere mensen zouden ook graag meer autoluwe zones zien. Ook ziet men veel potentieel in meer fietsroutes tussen belangrijke locaties en kernen.

“We moeten zorgen voor minder geluidshinder door vliegtuigen. Dit tast de gezondheid enorm aan door ergernis en slaap problemen.”

Centrale gezondheids- en ontmoetingslocaties gewenst. Het idee van een centraal zorgcentrum zien veel mensen zitten. Ze zien kansen voor bijvoorbeeld zorgboerderijen en centrale gezondheidspleinen. In deze voorzieningen mag er naast het bestrijden van ziektes ook aandacht zijn voor de bevordering van de positieve gezondheid. Er zou ­idealiter ook ruimte zijn om veiligheidsproblemen en andere welzijnsthema’s te bespreken. Ook ontmoetingen worden genoemd als belangrijk onderdeel van een gezond leven.

De volgende inspiratiehalte sprak de mensen het meest aan:

Groen ter bevordering van gezondheid en klimaat­ bestendigheid. Verder benoemt een aantal mensen het belang van groen in relatie tot geestelijke en fysieke gezond­ heid. Omdat de bewoners groen ervaren als gezondheids­ bevorderend mogen er volgens hen meer bomen in straten en op pleinen komen. Er wordt bovendien ook belang gehecht aan schoon water, een schone lucht en bodem. Ook het klimaat wordt vaak genoemd in relatie tot groen. Het afvoeren van hemel­water wordt bijvoorbeeld aangehaald als een veilige voorbereiding op warmere zomers. Met andere woorden, klimaatbestendigheid is richting toekomst zeker een ­aandachtspunt in deze regio.

Minder geluidsoverlast. Een ander aandachtspunt is het vliegverkeer. Mensen geven aan dat de bijkomende geluidsoverlast en luchtvervuiling een negatieve invloed hebben op de gezondheid. De overlast van auto’s kan hier ook onder geschaard worden. Als oplossing wordt gespro­ ken over het plannen van stiltegebieden.

GROENBLAUWE GORDEL

Stadswal nieuwe stijl

Deze kern verdedigt zich sterk tegen de steeds extremer wordende weersomstandigheden. Door de aanleg van water­ bekkens rondom en groenstroken door de kern worden lange periodes van hitte- en waterstress draaglijker voor mens, dier en natuur.

eindbestemmingen korte termijn

“Gezondheid en veiligheid zijn van belang. De auto zou gast moeten zijn in onze kernen. We gaan voor een stimulerende infrastructuur om te ontmoeten en bewegen: wandelen en fietsen.”

4

OMGEVINGSVISIELIJN50

Als het gaat over de toekomst van het onderwerp gezondheid en veiligheid dan leeft het volgende bij de mensen die hebben meegedaan aan de bevraging.

ENERGIE & GRONDSTOFFEN Als het gaat over de toekomst van het onderwerp energie en grondstoffen dan leeft het volgende bij de mensen die hebben meegedaan aan de bevraging.

OMGEVINGSVISIELIJN50

Kleinschalig energie opwekken. Zoals we al zagen aan de reacties op voorgaande thema’s, vinden veel mensen duurzaamheid en kleinschaligheid belangrijk. Duurzame energie is dan ook een actueel thema voor de mensen. Ze zien kansen voor een zelfvoorzienend leven en lokale initiatieven voor duurzame energie-opwekking. Bevorder een spaarzame manier van leven. Tot slot geeft een aantal mensen aan dat er naast het overstappen op duurzame energiebronnen, ook aandacht besteed moet worden aan het aanwenden van een spaarzame manier van leven. Mensen zien kansen in bewustwording en advies over energieverbruik, consuminderen en het vermijden van afval en overmatig gebruik van grondstoffen.

026

“Limburg moet dé innovatieve regio worden op het gebied van duurzame energietoepassingen.”

Een aantal mensen ziet kansen voor deze regio om als regio dé innovatieve regio te worden op gebied van duurzame energie. Maar mensen zijn ook terughoudend wat betreft het effect van bepaalde nieuwe technieken. Ze willen ervoor waken dat innovatieve oplossingen nieuwe problemen veroorzaken zoals hoge kosten en een ­n­egatieve invloed op natuur en biodiversiteit.

De volgende inspiratiehalte sprak de mensen het meest aan: STERRENPRACHT

Zuid-Limburg, waar je de melkweg nog ziet De regio is landelijk bekend om haar prachtige sterren­ hemels mede dankzij een beperkte lichtvervuiling. Slimme openbare verlichting in de omgeving slaat ‘s nachts enkel aan wanneer er iets of iemand in aantocht is. Goed voor de natuur en de rekening!

eindbestemmingen korte termijn

“Stimuleer zelfvoorzienendheid door ondersteuning in deze met kennis en kunde.”

Voorkom horizon- en lichtvervuiling. Voor een groot aantal mensen is het erg belangrijk dat nieuwe vormen van energieopwekking geen horizonvervuiling veroorzaken. Ze hebben liever geen zonnepanelen en windmolens in het landschap, maar eerder onzichtbare oplossingen die het karakter van het landschap niet verstoren. Als alter­ natief noemen veel mensen de optie om zonnepanelen te plaatsen op daken van bedrijfspanden en scholen. Naast horizonvervuiling hebben veel mensen het overigens ook over lichtvervuiling in het gebied.

4

“Groene energie is prima maar niet ten koste van de omgeving. Horizonvervuiling is ook vervuiling.”

VERPLAATSEN & BEWEGEN

“Een nieuw vervoerssysteem werkt positief mee in het idee van bereikbaarheid en mobiliteit in een dorp. Het is niet langer meer een achterstand om in een dorp te wonen.”

027

Meer verbindingen met openbaar vervoer. Zoals eerder werd genoemd geven mensen aan dat er behoefte is aan een betere en goedkopere OV-verbinding tussen de kernen, het buitengebied en de regio. Er is aandacht voor de tijden waarop het openbaar vervoer beschikbaar is en begrippen als goedkoop, veilig en regelmatig worden in dit verband vaak genoemd. Ook staan mensen open voor duurzame oplossingen zoals elektrisch openbaar vervoer.

“Verkeersveiligheid vind ik wel een thema. Met name het scheiden van fietspaden van de wegen, nu het aantal wielrenners steeds meer toeneemt.”

Minder auto’s, meer fietsen. Daarnaast zouden veel mensen graag zien dat, zowel inwoners als toeristen, de auto laten staan en sneller de fiets te pakken, zowel vanuit milieu- als veiligheidsoverwegingen. Mensen zien dan ook kansen als het gaat om autoluwe zone’s of autoluwe momenten.

De volgende inspiratiehalte sprak de mensen het meest aan:

Duurzaam vervoer: elektrisch vervoer en deelsystemen. Naast het verminderen van het autogebruik staan mensen ook open voor duurzame vervoersmogelijkheden. Zo geven mensen bijvoorbeeld aan dat elektrisch vervoer ge­stimuleerd moet worden. Een andere oplossing die voor­ gesteld wordt is het introduceren van deelsystemen.

Verkeersveiligheid. Er is zoals eerder be­­ sproken veel aandacht voor verkeersveiligheid. In dit verband worden overigens ook recreatiefietsers (wielrenners en mountain­ bikers) benoemd.

TRAPPERSHEUVEL Geluk kun je niet kopen, een fiets wel Fietssnelweg Trappersheuvel verbindt niet alleen bestaande fietsknooppunten (tot over de grens) met elkaar maar ook de verschillende dorpen, bedrijventerreinen en natuurgebieden in de regio. Van e-bikependelaars en -toeristen over scholieren tot doorwinterde wielerfanaten, iedereen trapt zich veilig een weg doorheen het heuvelachtige landschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=c18250b5-2841-4393-8a4f-851ff168a10e