Gedragscode integriteit dagelijks bestuurders Eijsden-Margraten
Tekst van het document
Concept Gedragscode integriteit collegeleden in Eijsden-Margraten Versie: 16 oktober 2024
Inleiding Deze inleiding maakt integraal onderdeel uit van deze gedragscode. Goed bestuur is integer bestuur. Goed bestuur is integer bestuur. Maar wat is nu precies integer bestuur? Er wordt door iedereen een andere invulling aan gegeven. Daarbij is de invulling aan verandering onderhevig. Met deze gedragscode proberen we gezamenlijk – zowel de volksvertegenwoordigers als de collegeleden van de gemeente Eijsden-Margraten – grip te krijgen op de begrippen goed bestuur en integriteit. Goed en integer bestuur Bij goed bestuur gaat het om het samenspel tussen de gemeenteraad, het college, de ambtelijke organisatie en samenleving. Het gaat om de invulling van onder meer normen en waarden, rollen en verantwoordelijkheden, samenwerking en onderling gedrag binnen de raad en binnen het college, tussen raad en college, tussen raad, college en ambtelijke organisatie en raad, college en samenleving. Een belangrijke pijler van de kwaliteit van goed bestuur is integriteit. Integriteit is van belang voor het vertrouwen van de samenleving in het bestuur. De gemeenteraad en het college maken daar een belangrijk onderdeel vanuit: zij zijn (mede)verantwoordelijk voor het oplossen van verschillende maatschappelijke opgaven op lokaal niveau.
Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Integriteit Hiermee is nog geen concrete invulling gegeven aan het begrip integer bestuur. Met deze gedragscode wordt getracht om gezamenlijk grip krijgen op het begrip door onderscheid te maken tussen het juridische en moreel-ethische perspectief op integriteit. Het juridische perspectief op integriteit is statisch. Dit perspectief komt met name tot uiting in de verwijzingen naar relevante wettelijke bepalingen op het gebied van integriteit uit de Gemeentewet. Het moreel-ethische perspectief op integriteit is dynamisch.
Dit perspectief komt met name tot uiting in aanvullende afspraken over gedrag. Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang. Status gedragscode Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke
2/10
ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Het niet naleven van de gedragscode heeft geen rechtsgevolgen. Sprake is van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en politieke gevolgen hebben. Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. Integer handelen kan alleen in een cultuur en organisatie waar ook de andere waarden van goed bestuur worden nagestreefd.
Integriteit wordt in De Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur in een adem genoemd met openheid, 'Openheid en integriteit': "het bestuur is open en integer en maakt duidelijk wat het daaronder verstaat."
1. Algemene bepalingen Artikel 1. Reikwijdte Deze gedragscode geldt voor de burgemeester en de wethouders. Waar in deze gedragscode wordt gesproken over collegelid worden de burgemeester en de wethouder(s) bedoeld. Artikel 2. Openbaarheid Deze gedragscode is openbaar en via de website van de gemeente beschikbaar.
2. Voorkomen van belangenverstrengeling Artikel 3. Nevenfuncties en verboden handelingen 1. Het collegelid levert de gemeentesecretaris de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moet worden bij aanvang van het ambt. Als gaande de uitoefening van het ambt nieuwe (neven)functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande (neven)functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen een week aangeleverd bij de gemeentesecretaris. (Artikel 41b, Artikel 67 Gemeentewet) 2. De informatie betreft in ieder geval: a. de omschrijving van de (neven)functie; b. de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht; c.
of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het ambt; en
d. of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is; en e. indien bezoldigd wat de inkomsten zijn. 3. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via de website van de gemeente beschikbaar. 4. Het collegelid meldt het voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie, anders dan uit hoofde van het ambt, aan het college en de gemeenteraad. (Artikel 41b, Artikel 67 Gemeentewet)
3/10
5. Het collegelid mag bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet tevens uitoefenen. (Artikel 36b, Artikel 68 Gemeentewet) 6. Het collegelid mag bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handeling niet aangaan. De Gedeputeerde Staten kunnen een wethouder voor bepaalde overeenkomsten en handelingen ontheffing verlenen (Artikel 15, Artikel 41c, Artikel 69 Gemeentewet). De Commissaris van de Koning kan de burgemeester voor bepaalde overeenkomsten en handelingen ontheffing verlenen (Artikel 69 Gemeentewet). Artikel 4. Draaideurconstructie 1. Het collegelid handelt in de uitoefening van zijn ambt niet zodanig dat hij vooruitloopt op een functie na aftreden. 2. Een oud-collegelid wordt gedurende één jaar na het einde van het burgemeester- of wethouderschap uitgesloten voor het verrichten van (betaalde) werkzaamheden voor en ten behoeve van de gemeente Eijsden-Margraten. 3. Een oud-collegelid wordt gedurende één jaar na het einde van het burgemeester- of wethouderschap uitgesloten als commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij1 van de gemeente Eijsden-Margraten optreden tenzij het een q.q. functie betreft bij een ander overheidsorgaan. 4. De genoemde uitsluiting in lid 2 geldt niet voor het collegelid bij aanvaarding van een dienstverband bij de gemeente Eijsden-Margraten.
Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing. 5. Het collegelid treedt gedurende één jaar na het einde van het burgemeester- of wethouderschap niet op als lobbyist namens een bedrijf, een semipublieke organisatie of een lobbyorganisatie die belangen behartigt op de voormalige beleidsterreinen van het gewezen collegelid. Artikel 5. Persoonlijke belangen 1. Het collegelid mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie waarbij de burgemeester of wethouder een functie op persoonlijke titel bekleedt. 2. Het collegelid neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming in het college over: a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; b. de vaststelling of goedkeuring van de rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (Artikel 28, Artikel 58 Gemeentewet).2
Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1 in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. 2 Dit geldt niet voor organen waarvan de bestuursleden worden gekozen door de gemeente. Deze leden vertegenwoordigen de gemeente die hen heeft aangewezen lid te worden van het bestuur. 1
4/10
3. Informatie Artikel 6. Informatie 1. Het collegelid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover zij uit hoofde van hun ambt beschikken en zorgen ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard. 2. Het collegelid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie. 3. Een oud-collegelid gaat prudent om met (nog) niet openbare informatie verkregen uit hoofde van zijn voormalige ambt. Artikel 7. Informatieplicht 1. Het college geeft de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Het college kan het geven van de inlichtingen aan de raad weigeren als het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Dit geldt ook in het bijzonder voor het geven van inlichtingen door de burgemeester aan de raad. Hij kan dat weigeren als het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. (Artikel 169, Artikel 180 Gemeentewet) 2. Het college kan op grond van een bepaald belang de publieke openbaarmaking van informatie achterwege laten. (Artikel 5.1 Wet open overheid) Artikel 8. Geheimhouding 1. De burgemeester en/of het college van burgemeester en wethouders kan geheimhouding opleggen. (Artikel 87 Gemeentewet) 2.
Het collegelid heeft de verplichting tot geheimhouding van informatie totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. (Artikel 89 Gemeentewet) 3. Het collegelid heeft de verplichting tot geheimhouding van informatie totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. (Artikel 89 Gemeentewet) 4. Het collegelid dat beschikt uit hoofde van zijn taak over gegevens met een vermeend vertrouwelijk karakter wordt geacht om deze te beschouwen als geheim, tenzij enig wettelijk voorschrift hem dat voorschrijft (Artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). In het Wetboek van Strafrecht is de strafbaarheid van het schenden van geheimen bepaald (Artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
4. Omgang met geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen, buitenlandse reizen, lunches, diners, andere uitnodigingen en werkbezoeken op uitnodigingen van derden (Artikel 14 Gemeentewet) Artikel 9. Geschenken, faciliteiten en diensten 1. Het collegelid accepteert geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2. Onverminderd het eerste lid kan het collegelid incidentele geschenken die een geschatte waarde van ten hoogste €50 vertegenwoordigen behouden.
5/10
3. Geschenken die het collegelid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan €50 vertegenwoordigen worden, als zij niet worden teruggestuurd, eigendom van de gemeente. 4. De gemeentesecretaris legt een register aan van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan €50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via de website van de gemeente beschikbaar. 5. Het collegelid ontvangt geen geschenken op het huisadres. Artikel 10. Excursies en evenementen 1. Invitaties voor excursies, evenementen en buitenlandse reizen voor rekening van anderen dan de gemeente (derden) legt het collegelid vooraf ter bespreking voor aan het college. 2. Het collegelid maakt bekend welke excursies en evenementen hij heeft aanvaard. Daarbij geeft het collegelid ook aan wie deze kosten voor zijn rekening heeft genomen. 3. De informatie is via de gemeentesecretaris beschikbaar. Artikel 11. Buitenlandse reizen 1. Het collegelid meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college. Hij verschaft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. 2.
Het collegelid meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse reis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening. 3. Het college besluit over het al dan niet deelnemen aan de voorgenomen buitenlandse reis en betrekt hierbij alle aspecten in de besluitvorming. 4. Het collegelid legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar aan de hele gemeenteraad wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente. 5. Bovenstaande is niet van toepassing voor buitenlandse reizen specifiek binnen de Euregio Maas-Rijn (EMR), aan de Europese Instellingen en binnen de gehele Benelux. 6. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via de website van de gemeente beschikbaar. Artikel 12. Lunches, diners, andere uitnodigingen en werkbezoeken 1. Het collegelid accepteert geen lunches, diners en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. 2. Bij twijfel legt het collegelid de uitnodiging ter bespreking voor aan het college. 3.
Het collegelid accepteert werkbezoeken waarbij reis- en verblijfskosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering. De invitatie mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van belangenverstrengeling minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd verslag gedaan aan de raad.
6/10
5. Gebruik van voorzieningen van de gemeente Artikel 13. Financiën en voorzieningen 1. Het college van burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. 2. Het collegelid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgelegde regels en procedures. 3. Het collegelid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. Daarbij is de uitvoeringsrichtlijn declaraties collegeleden Eijsden-Margraten leidend. 4. Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeenten ten eigen bate of ten bate van derden is beperkt toegestaan, tenzij hier andere afspraken over gemaakt zijn.
6. Onderlinge omgang en sociale media Artikel 14. Omgangsvormen 1. Collegeleden gaan respectvol met elkaar, met raads(commissie)leden en met ambtenaren om. 2. Collegeleden bejegenen elkaar, raads(commissie)leden en ambtenaren correct in woord, gebaar en geschrift. 3. Collegeleden onthouden zich in woord, gebaar en geschrift van persoonlijke aanvallen op elkaar, raads(commissie)leden en/of individuele ambtenaren, in raads- en commissievergaderingen en daarbuiten. Artikel 15. Ongewenst gedrag 1. Het collegelid onthoudt zich van ongewenst gedrag. Daaronder wordt verstaan: pesten, discrimineren, (seksueel) intimideren, agressie en geweld. De uitingen kunnen zowel verbaal als non-verbaal, fysiek, mondeling, schriftelijk of digitaal zijn. 2. Het collegelid onthoudt zich in het openbaar en bij raads- en commissievergaderingen van het bij naam noemen van ambtenaren. 3. De gemeente Eijsden-Margraten hanteert als uitgangspunt dat ongewenst gedrag niet wordt getolereerd. Indien een collegelid zich niet aan bovengenoemde artikelen houdt, wordt er in ieder geval een gesprek gevoerd over diens gedrag met de burgemeester en de gemeentesecretaris.. Artikel 16. Sociale media 1. Het collegelid onthoudt zich in raads- en commissievergaderingen van een discussie over hetzelfde onderwerp via sociale media. 2. Het collegelid dient in de media en op sociale media het collegestandpunt te verkondigen.
3. Het collegelid kan voor alle uitingen die hij doet op - sociale - media verantwoordelijk worden gehouden. Ook als dit privé uitingen betreft.
7. Melding van (een vermoeden van) integriteitsschending Artikel 17. Bij twijfel over een nog uit te voeren of al uitgevoerde handeling 1. Bij twijfel over een eigen nog uit te voeren of al uitgevoerde handeling vraagt een wethouder advies aan de gemeentesecretaris. Bij aanhoudende twijfel wordt deze ook besproken met de burgemeester.
7/10
2. Bij twijfel over een eigen nog uit te voeren of al uitgevoerde handeling vraagt de burgemeester advies aan de griffier en gemeentesecretaris. Bij aanhoudende twijfel wordt deze ook besproken met de Commissaris van de Koning. 3. Bij twijfel over een nog uit te voeren of al uitgevoerde handeling van een ander (raads(commissie)lid of collegelid), bespreekt degene die de twijfel heeft deze met de betrokkene. a. Als in geval van een raads(commissie)lid de twijfel aanblijft, maak het dan nogmaals bespreekbaar met het betreffende raads(commissie)lid, de griffier en/of de fractievoorzitter. b. Als in geval van een wethouder de twijfel aanblijft, maak het dan nogmaals bespreekbaar met het betreffende wethouder en gemeentesecretaris. c.
Als in geval van de burgemeester de twijfel aanblijft, maak het dan nogmaals bespreekbaar met de burgemeester en de gemeentesecretaris.
Artikel 18. Uitgangspunten bij het doen van een melding 1. Een melder is eenieder die een vermoeden van integriteitsschending meldt overeenkomstig het bepaalde in artikel 19 van deze gedragscode. Anonieme meldingen worden in beginsel niet behandeld. Een melding wordt vertrouwelijk behandeld. 2. Er kunnen meldingen gedaan worden over raads(commissie)leden, wethouders en de burgemeester. 3. De wijze waarop wordt gecommuniceerd over melding en procedure is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Bij de afweging hoe te communiceren dienen het belang van transparantie en het belang van de privacy van betrokkene(n) telkens zorgvuldig te worden gewogen ten opzichte van elkaar. 4. Alvorens een melding gedaan wordt, heeft de melder het vermoeden van een integriteitsschending op enige wijze met het betreffende raads(commissie)lid, wethouder of burgemeester besproken, tenzij dat in redelijkheid niet gevraagd kan worden van de melder (zie artikel 17). 5. De burgemeester kan besluiten een externe organisatie hem te laten ondersteunen bij (onderzoeks)werkzaamheden. Artikel 19. Het doen van een melding 1. Een melding van een vermoeden van een integriteitsschending wordt gedaan bij de burgemeester. De burgemeester is verantwoordelijk voor de behandeling van de melding.
De burgemeester kan daarbij de steun inroepen van de griffier en/of de gemeentesecretaris en/of de kabinetschef en/of de eventuele integriteitscoördinator. 2. Meldingen over de burgemeester worden gedaan bij de locoburgemeester. 3. De melding dient schriftelijk te worden gedaan. De ontvangst van de melding wordt schriftelijk bevestigd door de burgemeester. De identiteit van de melder wordt niet gedeeld met derden tenzij de melder daarvoor toestemming heeft gegeven. De melder zoekt de publiciteit niet op. Artikel 20. Beoordeling van een melding 1. De burgemeester – en/of de griffier, gemeentesecretaris, kabinetschef, integriteitscoördinator ter ondersteuning – beoordeelt de melding op ontvankelijkheid. In het kader van de beoordeling op ontvankelijkheid wordt getoetst of: a. De melding schriftelijk en niet anoniem is; b. Sprake is van strijdigheid met de wet- en regelgeving; c.
De gemeente bevoegd is een nader onderzoek te doen;
d. Sprake is van de aanwezigheid van redelijke gronden voor het vermoeden. 2. Als er niet aan de bovengenoemde criteria is voldaan, is de melding niet-ontvankelijk. Dan stopt de procedure. De melder wordt hiervan op de hoogte gebracht.
8/10
3. Als er aan de criteria is voldaan, is het een ontvankelijke melding. De burgemeester – en/of de griffier gemeentesecretaris, kabinetschef, integriteitscoördinator ter ondersteuning – toetsen de melding vervolgens aan de hand van de volgende criteria: a. De aard van het vermoeden; b. De ernst van het vermoeden; c.
De concreetheid van het vermoeden (welke mogelijke normen zijn in het geding);
d. De onderzoekbaarheid van de vermeende schending; e. Strijdigheid met het Wetboek van Strafrecht. 4. Indien de toets leidt tot het niet verder in behandeling nemen van de melding informeert de burgemeester de melder. De burgemeester laat aan de melder weten wat de uitkomsten zijn van de toetsing van de melding, tenzij de privacy van degene op wie de melding betrekking heeft en of het onderzoeksbelang dit in de weg staat. De melding en diens beoordeling blijft vertrouwelijk. In dit geval weten alleen de melder en de burgemeester - en mogelijk de griffier, gemeentesecretaris, kabinetschef, integriteitscoördinator ter ondersteuning ervan af. 5. Indien de toets leidt tot het instellen van een vooronderzoek of onderzoek informeert de burgemeester de melder. De burgemeester informeert tevens het Presidium of integriteitscommissie3 over de uitkomsten van de toetsing van de melding over een raads(commissie)lid of een wethouder, tenzij de privacy van de melder of degene op wie de melding betrekking heeft en of het onderzoeksbelang dit in de weg staat. Bij een melding over een collegelid wordt het college tevens geïnformeerd. 6. Indien de melding over de burgemeester gaat en de toets leidt tot het instellen van een vooronderzoek of onderzoek informeert de locoburgemeester de melder.
De locoburgemeester informeert tevens de Commissaris van de Koning over de uitkomsten van de toetsing van de melding over de burgemeester, tenzij de privacy van de melder of degene op wie de melding betrekking heeft en of het onderzoeksbelang dit in de weg staat. Tevens wordt het college tevens geïnformeerd. Artikel 21. Vooronderzoek 1. De burgemeester informeert de melder, het Presidium en het college (mits de melding over een collegelid gaat) over het starten van een vooronderzoek. 2. De burgemeester kan de melder verzoeken zijn of haar melding toe te lichten. Het vooronderzoek vindt plaats op een door de burgemeester te bepalen wijze, waarbij voor de betreffende melding de meest geëigende onderzoeksmethode wordt gekozen. Het onderzoek en de onderzoeksmethoden staan in verhouding tot het vermoeden van de schending. De burgemeester kan bij het vooronderzoek desgewenst ambtelijke ondersteuning en/of externe expertise betrekken. Van het vooronderzoek wordt een rapport van bevindingen opgemaakt. 3. De burgemeester doet vertrouwelijk mededeling van de resultaten van het vooronderzoek aan het Presidium en het college (mits de melding over een collegelid gaat). 4. Als het vooronderzoek geen aanleiding geeft voor het instellen van een nader onderzoek, besluit de burgemeester het vooronderzoek af te ronden.
Van deze beslissing worden de melder, het Presidium en college (mits de melding over een collegelid gaat) alsmede over wie de melding is gedaan schriftelijk in kennis gesteld. 5. Indien op grond van de bevindingen uit het vooronderzoek als bedoeld in dit artikel de noodzaak blijkt tot het verrichten van een nader onderzoek, besluit de burgemeester een onderzoek als bedoeld in artikel 22 in te stellen.
Waar in de volgende artikelen Presidium staat kan ook integriteitscommissie staan. Een integriteitscommissie kan bestaan uit een enkele raadsleden (zonder last en ruggenspraak), eventueel aangevuld met een lid van buiten met een adviserende rol naar de Burgemeester. Hierover gaan wij graag met u in gesprek op 29 oktober. 3
9/10
6. Indien de melding over de burgemeester gaat, neemt de locoburgemeester het besluit als bedoeld in lid 4 en 5 van dit artikel, maar niet voordat hij de commissaris van de Koning van de resultaten van het vooronderzoek in kennis heeft gesteld. Artikel 22. Onderzoek 1. Als er voldaan wordt aan de criteria van artikel 20 lid 3 stelt de burgemeester waar nodig een onderzoek in. Het onderzoek kan worden uitgevoerd door een extern bureau. De burgemeester is de opdrachtgever van het onderzoek en stelt de onderzoeksopdracht vast. De burgemeester wordt hierbij ondersteund door de griffier, gemeentesecretaris, kabinetschef, integriteitscoördinator en/of algemeen ambtelijk ondersteund. 2. De melder en degene op wie de melding en het daaropvolgende onderzoek betrekking heeft, worden zo snel mogelijk schriftelijk door de burgemeester over het onderzoek en de onderzoeksvraag geïnformeerd, tenzij het onderzoeksbelang zich daartegen verzet. 3. De burgemeester informeert het Presidium vertrouwelijk over het instellen van het onderzoek naar een raads(commissie)lid en wethouder over de onderzoeksopdracht en de voortgang van het onderzoek, tenzij de privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft of het onderzoeksbelang dit in de weg staat. Bij een melding over een collegelid wordt ook het college geïnformeerd. 4.
De burgemeester kan na overleg met het Presidium en/of college besluiten om breder over het onderzoek en de onderzoeksopdracht te gaan communiceren. Dit ligt het meest voor de hand als bekend is dat er een melding is gedaan en of geruchten over de melding de ronde doen. Bij de beslissing om al dan niet breder te gaan communiceren, wordt de privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft meegewogen. 5. De locoburgemeester informeert de Commissaris van de Koning vertrouwelijk over het instellen van het onderzoek naar de burgemeester over de onderzoeksopdracht en de voortgang van het onderzoek, tenzij de privacy van de burgemeester of het onderzoeksbelang dit in de weg staat. 6. Er wordt door het externe bureau een rapport opgesteld dat aan de burgemeester wordt aangeboden. Artikel 23. Behandeling van het rapport en sanctionering 1. De burgemeester informeert het Presidium en/of het college vertrouwelijk over de uitkomsten van het onderzoek en voert daarover met hen het gesprek, tenzij de privacy van degene op wie het rapport betrekking heeft dit in de weg staat. Als het rapport betrekking heeft op een lid van het Presidium, dan is dit lid niet aanwezig bij de bespreking daarvan. 2. De burgemeester overlegt met het Presidium en/of het college over het proces van - mogelijke - verdere behandeling en verspreiding van de uitkomsten van het rapport. 3.
De burgemeester besluit gehoord hebbend het Presidium en/of eventueel het college over het proces van - mogelijke - verdere behandeling en verspreiding van het rapport. Hij houdt hierbij rekening en overlegt zo nodig met betrokkenen zoals de persoon waarop het onderzoek betrekking heeft. 4. De locoburgemeester informeert de Commissaris van de Koning vertrouwelijk over de uitkomsten van het onderzoek en voert met hem of haar het gesprek, tenzij de privacy van de burgemeester dit in de weg staat. De locoburgemeester besluit over het proces van - mogelijke - verdere behandeling en verspreiding van het rapport. 5. Er kunnen verschillende sancties volgen na het onderzoek. als de conclusie van het onderzoek luidt dat er sprake is van een integriteitschending geldt het volgende. a. Als er het gaat om een integriteitsschending van een raads(commissie)lid vormt de gemeenteraad een oordeel over de onderzoeksbevindingen en verbindt daaraan mogelijkerwijs politieke consequenties, zoals een motie van treurnis, afkeuring of wantrouwen. Het raads(commissie)lid zelf is uiteindelijk verantwoordelijk voor de gevolgen
10/10
van het onderzoek en neemt - al dan niet in overleg met de eigen fractie of partij waartoe het raads(commissie)lid behoort - de consequenties die hij of zij geraden acht. De eigen fractie en of partij kan ervoor kiezen om sancties op te leggen, zoals binnenskamers corrigerend toespreken, verwijdering uit de raadsfractie of royement. b. Als het gaat om een integriteitsschending van een collegelid vormt de gemeenteraad een oordeel over de onderzoeksbevindingen en verbindt daaraan mogelijkerwijs politieke consequenties, zoals een motie van treurnis, afkeuring of wantrouwen. c.
Als het gaat om een integriteitsschending van een raads(commissie)lid of collegelid waarbij er sprake is van een of meerdere strafbare feiten, kan het gevolg strafrechtelijke vervolging en veroordeling zijn.
8. Uitvoering gedragscode Artikel 24. Naleving en uitvoering 1. De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. In geval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorzien zij daarin. 2. Op voorstel van de burgemeester maakt de gemeenteraad in ieder geval afspraken over: a. de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in het algemeen en van de gedragscode in het bijzonder; b. de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit; 3. Het collegelid is individueel verantwoordelijk voor het naleven van deze Gedragscode. Hij kan daarbij ondersteund worden door de burgemeester en/of de gemeentesecretaris.