CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept- participatieverordening .docx

* Raadsthemabijeenkomst 22 juni 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Documenten3.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatieverordening Gemeente Eijsden-Margraten

1

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen ................................................................. 3 Hoofdstuk 2 Inwonersparticipatie ................................................................... 5 Hoofdstuk 3 Inspraak ................................................................................... 7 Hoofdstuk 4 Overheidsparticipatie .................................................................. 7 Hoofdstuk 5 Uitdaagrecht .............................................................................. 8 Hoofdstuk 6 Omgevingswet ............................................................................9 Hoofdstuk 7 Evaluatie en monitoring..............................................................10 Hoofdstuk 8 Slotbepalingen ..........................................................................10 Toelichting .................................................................................................11

2

Hoofdstuk 1 Artikel 1.

Inleidende bepalingen Onderwerp verordening Deze verordening regelt de betrokkenheid van inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling – mede omvattend de voorbereiding, uitvoering en evaluatie - van gemeentelijke initiatieven en beleid en de rol van het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, of andere belanghebbenden.

Artikel 2.

Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: (a)

Participatie: Het paraplubegrip voor de begrippen inwonersparticipatie, overheidsparticipatie, inspraak en het uitdaagrecht.

(b)

Inwonersparticipatie: Het op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid en plannen. Inwonerparticipatie kan de vorm aannemen van informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen.

(c)

Overheidsparticipatie: De manier waarop de gemeente ondersteuning of een bijdrage geeft aan publieksinitiatieven van inwoners, organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden.

(d)

Publieksinitiatief: Initiatieven van inwoners, organisaties, bedrijven of andere belanghebbenden met een overwegend maatschappelijke component.

(e)

Inspraak: Een door of namens een bestuursorgaan georganiseerde gelegenheid voor inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden om hun mening over beleidsvoornemens te geven en daarover toelichting te geven en van gedachten te wisselen voorafgaand aan de definitieve besluitvorming door de gemeenteraad, of door het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester.

(f)

Uitdaagrecht: het recht van ingezetenen en lokale maatschappelijke partijen om een verzoek bij het bevoegde bestuursorgaan in te dienen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen, als zij denken deze taak beter en/of goedkoper uit te kunnen voeren.

3

Artikel 3.

(g)

Bestuursorgaan: afhankelijk van de situatie wordt hiermee bedoeld de gemeenteraad, burgemeester of het college van burgemeester en wethouders.

(h)

Belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Doelstelling en reikwijdte

1.

Deze verordening heeft als doel de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten, de relatie tussen gemeente en inwoners te versterken en helderheid te scheppen over proces en rolverdeling.

2.

Inwonersparticipatie en/of inspraak wordt in beginsel toegepast wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die in aanzienlijke mate geraakt zullen worden door het betreffende beleid of besluit, ofwel wanneer te verwachten is dat betrokken bewoners of experts over relevante ervaringskennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling van het beleid of besluit.

3.

Inwonerparticipatie en/of inspraak wordt in beginsel niet toegepast: (a)

ten aanzien van een beleidsvoornemen dat uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente;

(b)

als dit betrekking heeft op de begroting, de rekening, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen.

(c)

bij besluitvorming over of uitvoering van een beleidsvoornemen, dat vanwege een crisissituatie naar het oordeel van het bestuursorgaan dermate spoedeisend is dat participatie of inspraak niet kan worden afgewacht.

4.

Participatie, inspraak en uitdaagrecht wordt verleend aan inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden die lokaal actief zijn of een lokaal belang hebben.

5.

Het bestuursorgaan geeft inzicht in de gemeentelijke plannen zodat inwoners tijdig invloed kunnen uitoefenen.

6.

De raad neemt elk jaar een participatieparagraaf op in de begroting waarin de speerpunten voor participatie in het komend jaar benoemd worden.

7.

Deze verordening is niet van toepassing op participatie, inspraak of andere inbreng en initiatieven van inwoners, lokale ondernemers of maatschappelijke organisaties die al zijn geregeld in andere al dan niet gemeentelijke verordeningen, regelgeving of procedures.

4

Hoofdstuk 2 Artikel 4. 1.

Inwonersparticipatie Participatieproces

Het bestuursorgaan stelt bij de start van een proces voor de vaststelling van een visie, beleid, plan, programma of project allereerst vast of inwonersparticipatie wordt toegepast. Als er geen inwonersparticipatie wordt toegepast bij een visie, beleid, plan, programma of project wordt altijd toegelicht waarom er geen inwonersparticipatie plaatsvindt. Wanneer inwonersparticipatie wel wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan in beginsel over de volgende punten een besluit: (a)

het doel en de intentie van de participatie;

(b)

het niveau van de participatie, waarbij een keuze wordt gemaakt uit: 1) Informeren. Inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden worden geïnformeerd; 2) Raadplegen. Inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden worden geraadpleegd; 3) Adviseren. Inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden adviseren het gemeentebestuur; 4) Coproduceren. Inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden en gemeente beslissen samen; 5) Inwoners beslissen (mee). Inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden mogen beslissen (eventueel binnen bestaande kaders); 6) Of een combinatie van deze niveaus;

(c)

de kernvragen, de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële en overige kaders voor de participatie;

(d)

de te betrekken doelgroepen, de wijze waarop verschillende groepen bewoners worden benaderd en de wijze waarop de deelnemers hun inbreng kunnen leveren;

(e)

de kosten van het participatieproces;

(f)

de wijze waarop de inbreng van bewoners zal doorwerken in de besluitvorming als bepaald in artikel 5.

2.

Het bestuursorgaan maakt voor de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze.

3.

Het bestuursorgaan kan voor specifieke beleidsterreinen nadere regelingen treffen.

5

Artikel 5. 1.

2.

Het bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het participatieproces bekend op welke wijze de gemeente zal omgaan met de uitkomsten van het participatieproces en op welke wijze de besluitvorming zal plaatsvinden en kiest daarbij uit de volgende mogelijkheden: (a)

Het bestuursorgaan neemt kennis van de uitkomsten van het participatietraject en zal nader afwegen of en in welke mate deze kunnen worden meegenomen in de politieke besluitvorming;

(b)

Het bestuursorgaan beschouwt de adviezen en conclusies uit het participatietraject als een zwaarwegend uitgangspunt bij politieke besluitvorming;

(c)

Het bestuursorgaan neemt de adviezen en conclusies uit het participatietraject over mits deze passen binnen de vooraf gestelde inhoudelijke, financiële en procedurele kaders.

Het bestuursorgaan kan van de op grond van lid 1 gemaakte keuze afwijken, bijvoorbeeld omdat het participatietraject sterk uiteenlopende visies opleverde, omdat betrokken belangen onvoldoende zijn meegewogen of omdat de participatie leidde tot nieuwe ideeën en inzichten die op gespannen voet staan met de vooraf gestelde kaders. De afwijking van de uit hoofde van het eerste lid gemaakte keuze wordt expliciet gemotiveerd en gecommuniceerd aan de deelnemers aan het participatietraject.

Artikel 6. 1.

Besluitvorming participatieproces

Eindverslag participatieproces

Ter afronding van het participatieproces, zoals bedoeld in artikel 5, maakt het bestuursorgaan een eindverslag op. Het eindverslag bevat in elk geval: (a)

een overzicht van het gevolgde participatieproces op hoofdlijnen;

(b)

een weergave van de belangrijkste uitkomsten van het participatieproces;

(c)

de reactie van het bestuursorgaan op deze uitkomsten en de wijze waarop de gemeente de inbreng heeft benut bij de uitwerking van het beleidsvoorstel of uitvoeringsplan.

2.

Het bestuursorgaan maakt het eindverslag openbaar.

3.

Het college van burgemeester en wethouders brengt het eindverslag ter kennis van de raad indien het participatie bij een raadsvoorstel betreft.

6

Hoofdstuk 3 Artikel 7.

Inspraak

Inspraakprocedure

1. Inspraak bij het college van burgemeester en wethouders en bij de burgemeester vindt plaats overeenkomstig afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. 2. In afwijking van het eerste lid kunnen het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester een andere inspraakprocedure vaststellen. 3. Inspraak bij de gemeenteraad vindt plaats overeenkomstig de inspraakprocedure zoals deze in het reglement van de orde is opgenomen.

Hoofdstuk 4 Artikel 8.

Overheidsparticipatie

Toepassen Overheidsparticipatie

1.

Overheidsparticipatie kan toegepast worden indien naar het oordeel van het bestuursorgaan het publieksinitiatief bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid, en/of anderszins een positieve maatschappelijke bijdrage levert aan de lokale samenleving.

2.

Uitgangspunt is een oplossingsgerichte en constructieve benadering van deze initiatieven en het bieden van helderheid over mogelijkheden en randvoorwaarden.

3.

De gemeenteraad stelt jaarlijks een budget ter beschikking voor ideeën en initiatieven uit de samenleving.

4.

Het bestuursorgaan kan afzien van publieksinitiatieven als er redenen zijn om aan te nemen dat:

5.

(a)

het initiatief doelstellingen beoogt die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang;

(b)

het een onderwerp betreft dat niet behoort tot de bevoegdheid van de gemeente of de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de gemeente geen beleidsvrijheid heeft;

(c)

er sprake is van onvoldoende draagvlak voor het initiatief bij omwonenden, belanghebbenden of de betrokken inwoners;

(d)

het initiatief naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is;

(e)

het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht loopt of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken;

(f)

een onderwerp dat overwegend het privébelang van de indiener dient.

De indiener van het publieksinitiatief is belanghebbende in de gemeente EijsdenMargraten. 7

6.

7.

8.

Het initiatiefvoorstel omvat in ieder geval de volgende onderdelen: (a)

Een nauwkeurige omschrijving van het onderwerp;

(b)

Een toelichting op het publieksinitiatief;

(c)

Een omschrijving van het draagvlak voor het publieksinitiatief;

(d)

Een overzicht van mogelijke kosten van het publieksinitiatief;

(e)

De achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening(en) van de initiatiefnemer(s).

Indien het bestuursorgaan besluit om overheidsparticipatie toe te passen, kunnen zij besluiten het publieksinitiatief te ondersteunen door middel van: (a)

het (eventueel tijdelijk) ter beschikking stellen van ruimtes of huisvesting;

(b)

het beschikbaar stellen van financiële middelen;

(c)

de inzet van ambtelijke expertise, netwerken of ondersteuning;

(d)

andere vormen van ondersteuning.

Het bevoegd bestuursorgaan informeert de indieners van het publieksinitiatief over het besluit om wel of niet overheidsparticipatie toe te passen. Wanneer wordt besloten geen overheidsparticipatie toe te passen wordt de indiener geïnformeerd over de beweegredenen die aan dit besluit ten grondslag liggen.

Hoofdstuk 5 Artikel 9.

Uitdaagrecht

Toepassen Uitdaagrecht

1.

De gemeente biedt inwoners, maatschappelijke initiatieven en lokale bedrijven de mogelijkheid een voorstel te doen om de uitvoering van gemeentelijke taken over te nemen.

2.

Een voorstel met betrekking tot het uitdaagrecht wordt bij het college van burgemeester en wethouders ingediend en omvat in ieder geval de volgende onderdelen: (a)

omschrijving van de taak die de indiener wil overnemen;

(b)

uitleg waarom of hoe de indiener dat beter en/of goedkoper kan;

(c)

duidelijkheid over de betrokkenheid, kennis of ervaring van de indiener;

(d)

indicatie van het draagvlak onder belanghebbende inwoners;

(e)

raming van de kosten die aan de uitvoering van de taak verbonden zijn;

(f)

omschrijving van de manier waarop de indiener met de gemeente wil samenwerken of ondersteuning nodig heeft;

(g)

inzicht in hoe de indiener garant staat voor de kwaliteit en de uitvoering van de taak op de langere termijn; 8

3.

Elk voorstel wordt getoetst aan de in lid 2 van dit artikel genoemde onderdelen.

4.

Overname van de uitvoering van de volgende taken is niet mogelijk: (a)

als het een lopend uitvoeringstraject of ondergeschikte herzieningen daarvan betreft;

(b)

als de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat het benutten van het uitdaagrecht niet kan worden afgewacht;

(c)

als het belang van het uitdaagrecht niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.

(d)

als het bestuursorgaan overname van de gemeentelijke taak om andere redenen onwenselijk vindt.

5.

Indien het voorstel wordt overgenomen, voorziet het bestuursorgaan de indiener van gepaste ondersteuning. De gemaakte afspraken (over o.a. de taken, het resultaat, het budget, de looptijd en de periodieke evaluatie) worden vastgelegd in een overeenkomst. Daarin kunnen ook zaken als rechtspersoonlijkheid en aansprakelijkheid worden vastgelegd. De gemeente kan op verschillende manieren faciliteren. (a) Materieel: menskracht, locaties, geld, praktische ondersteuning. (b) Formeel: regelgeving, vergunningen, richtlijnen, monitoren en meten. (c) Informeel: verbinden, inspireren, aandacht geven en communiceren.

6.

Het college van burgemeester en wethouders geeft aan de indieners binnen acht weken een eerste reactie op het voorstel. Het uiteindelijke besluit van het college van burgemeester en wethouders wordt gemotiveerd aan de indiener gestuurd.

Hoofdstuk 6

Omgevingswet

Artikel 10. Omgevingsplan en omgevingsvergunning Gereserveerd

Hoofdstuk 7 Artikel 11.

Evaluatie en monitoring

Evaluatie en monitoring

1.

De uitvoering van deze verordening wordt tweemaal per raadsperiode geëvalueerd. Het college van burgemeester en wethouders zendt hiertoe aan de raad een participatieverslag.

2.

Dit verslag beschrijft de wijze waarop participatieprocessen zijn georganiseerd, de rolinvulling door raad en college, de kosten, het resultaat van de participatie en de belangrijkste ervaringen. Het verslag bevat tevens informatie over bewonersinitiatieven, toegekende budgetten en over de werking van het uitdaagrecht. 9

Hoofdstuk 8 Artikel 12.

Overgangs- en slotbepalingen

Intrekken oude verordening & inwerkingtreding nieuwe verordening

De Inspraakverordening gemeente Eijsden-Margraten 2011 wordt ingetrokken. Per gelijke datum treedt de Participatieverordening in werking.

Artikel 13. Overgangsbepaling Op inspraakprocedures die voortvloeien uit besluiten genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de bepalingen van de in artikel 13 genoemde verordening van toepassing.

Artikel 14. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente EijsdenMargraten 2022.

10

Toelichting Op enkele onderdelen behoeft de verordening een toelichting. Deze volgt hieronder.

Algemeen Aanleiding Participatieverordening Met de voorgenomen wijziging van artikel 150 Gemeentewet ontstaat voor gemeenten de plicht om de oude inspraakverordening om te bouwen tot een Participatieverordening. In deze verordening zijn de spelregels omtrent inwonersparticipatie, overheidsparticipatie, inspraak en het uitdaagrecht vastgelegd. Deze Participatieverordening vervangt de oude inspraakverordening.

Totstandkoming Participatieverordening Bij de totstandkoming van de Participatieverordening is de visie van gemeenteraadsleden, het college van burgemeester en wethouders, diverse ambtenaren en burgers van de gemeente Eijsden-Margraten meegenomen. Deze Participatieverordening van de gemeente Eijsden-Margraten bouwt voort op: •

Inspraakverordening 2011

•

Nota burgerparticipatie 2017

•

Visie burgerparticipatie 2020

•

Afwegingskader burgerparticipatie 2020

•

Notitie burgerparticipatie 2021

•

Motie Burgerinitiatieven 2021

Bestuursorgaan In de verordening wordt regelmatig gesproken over ‘het bestuursorgaan’. De gemeente heeft drie bestuursorganen: de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester. Indien expliciet een van deze bestuursorganen wordt bedoeld, dan wordt dit ook als zodanig benoemd. Indien de tekst rept over ‘het bestuursorgaan’, dan is het afhankelijk van de bevoegdheidsverdeling rond dit thema welk bestuursorgaan bedoeld wordt.

11

Artikelsgewijze toelichting Artikel 3 doelstelling en reikwijdte Artikel 3.4 bepaalt: participatie, inspraak en uitdaagrecht wordt verleend aan inwoners, organisaties, bedrijven en andere belanghebbenden die lokaal actief zijn of een lokaal belang hebben. Belangrijk om hierbij op te merken is dat de schaal van het project bepalend is voor het aantal inwoners dat betrokken wordt. Bij projecten die gericht zijn op een straat of een buurt, worden alleen die inwoners uitgenodigd. Bij projecten die op een grotere schaal plaatsvinden, is er ook sprake van een grotere kring belanghebbenden. Per project zal moeten worden afgewogen wie de belanghebbenden zijn. In artikel 3.5 wordt het volgende bepaald: het bestuursorgaan geeft inzicht in de gemeentelijke plannen, in het bijzonder voor de wijken en dorpen, zodat inwoners tijdig invloed kunnen uitoefenen. Dit artikel bevat een inspanningsverplichting op het gebied van actieve openbaarheid, zodat inwoners goed in staat zijn om een rol te vervullen in processen van inwonerparticipatie. De precieze uitwerking van deze bepaling is maatwerk. Het artikel kan ook gelezen worden in het licht van de inspanningsverplichting zoals is opgenomen in art. 3.1 van de Wet open overheid (Woo).

In dit artikel wordt bepaald dat overheden gehouden zijn om informatie over het beleid, inclusief de voorbereiding, uitvoering, handhaving en evaluatie actief openbaar te maken, indien dit zonder onevenredige inspanning of kosten redelijkerwijs mogelijk is. Artikel 4 participatieproces Artikel 4.1 bepaalt dat het bestuursorgaan bij de start van elk participatieproces vaststelt op welke manier inwonersparticipatie wordt toegepast. Indien dit wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan in beginsel over de in dit artikel genoemde punten een besluit. In de praktijk zal moeten uitwijzen of daadwerkelijk bij elk proces het bevoegde bestuursorgaan het besluit moet nemen of dat het kan worden gemandateerd. Deze bepaling dwingt het bestuursorgaan om bij de start van een participatieproces goed na te denken en de hoofdlijnen van het participatieproces in 1 of 2 A4 kort en bondig weer te geven. Uit veel evaluaties blijkt dat het vaak aan de voorkant mis kan gaan. De beslissing of er wel of niet inwonerparticipatie wordt toegepast zal vaak bij de wethouder liggen (formeel het college van burgemeester en wethouders). In zaken waarbij de raad beslissingsbevoegd is, ligt deze keuze bij de raad. In de praktijk zullen ambtenaren vanuit hun expertise advies uitbrengen wanneer een participatieproces wenselijk wordt geacht.

In artikel 3 lid 2 en 3 wordt beschreven wanneer in beginsel wel en geen inwonersparticipatie/inspraak wordt toegepast. Artikel 4:1.c bepaalt dat het bevoegde bestuursorgaan de inhoudelijke, financiële en overige kaders voor het participatieproces vaststelt. Nieuwe inzichten kunnen ertoe leiden dat er aanvullende kaders worden gesteld of bestaande kaders worden bijgesteld. Het tussentijds bijsturen gebeurt op beargumenteerde wijze en de deelnemers worden hierover zo snel mogelijk geïnformeerd.

Artikel 5 besluitvorming participatieproces In artikel 5 wordt beschreven dat het bestuursorgaan aan de voorkant aangeeft op welke wijze de inbreng van bewoners zal doorwerken in de besluitvorming. Dit biedt een antwoord op een regelmatig gehoorde kritiek dat het vaak onhelder is wat er met de inbreng van 12

bewoners gebeurt. Het is wenselijk inwoners helderheid te geven over wat er met hun input gaat gebeuren (verwachtingsmanagement). Het is ook mogelijk dat binnen één project op verschillende manieren inbreng van bewoners verwerkt wordt. Denk bijvoorbeeld aan de aanleg van een nieuw park, waarbij de gemeente voor de locatie de voorkeuren van belanghebbenden meeneemt in de besluitvorming (artikel 5 lid 1 sub a), maar voor de invulling van het park (soorten bomen en planten, keuze speeltoestellen) de adviezen en voorkeuren van belanghebbenden overneemt, mits deze passen binnen de vooraf gestelde kaders (artikel 5 lid 1 sub c).

Artikel 6 eindverslag participatieproces In artikel 6 lid 2 wordt beschreven dat het bestuursorgaan het eindverslag openbaar maakt. Deze terugkoppeling dient te voldoen aan de bepalingen uit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG; geen persoonsnamen etc.). Terugkoppeling is vanuit het perspectief van responsief en zorgvuldig bestuur belangrijk.

Artikel 7 inspraakprocedure In artikel 7 wordt een onderscheid gemaakt tussen inspraak bij het college van burgemeester en wethouders en inspraak bij de raad. Zoals al eerder is beschreven vervangt deze Participatieverordening de oude inspraakverordening. Inspraak bij het college van burgemeester en wethouders vindt plaats overeenkomstig afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. Het college van burgemeester en wethouders heeft daarnaast de mogelijkheid een andere inspraakprocedure vast te stellen (artikel 7 lid 2) Inspraak bij de gemeenteraad vindt plaats overeenkomstig de inspraakprocedure zoals deze in het reglement van de orde is opgenomen. Dit reglement van de orde is te raadplegen via de website van de gemeente.

Artikel 8 toepassen overheidsparticipatie Artikel 8 bevat bepalingen over ‘overheidsparticipatie’. Van overheidsparticipatie is sprake indien er een initiatief komt uit de samenleving. Het college van burgemeester en wethouders of de raad neemt een besluit over het ingediende initiatief. Welk bestuursorgaan bevoegd is, hangt af van het onderwerp en de strekking van het ingediende initiatief.

Artikel 11 Evaluatie en monitoring Artikel 11 bepaalt dat de gemeenteraad tweemaal per raadsperiode een bespreking wijdt aan de wijze waarop de gemeente participatieprocessen heeft georganiseerd, inclusief processen van overheidsparticipatie en uitdaagrecht. De precieze vorm is nader overeen te komen. Het kan daarbij zinvol zijn indien dit vorm krijgt in een gesprek met vertegenwoordigers van de verschillende betrokken actoren (gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders, inwoners en ambtenaren).

13

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=18bc463c-0f06-4bcc-b8ae-ea74f6ce0ac2