CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ontwikkelvisie Zuidelijk Maasdal.pdf

* Raadsvergaderingen 13 december 2022, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Toezeggingen uit de Dialoogvergaderingen19.732 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ontwikkelvisie zuidelijk Maasdal Versie 14 december, 2017 Ten behoeve van de stuurgroep d.d 20 december 2017

Managementsamenvatting Het voorliggende document is de Ontwikkelvisie Zuidelijk Maasdal 2050. Deze Ontwikkelvisie is een bouwsteen in het MIRT-Onderzoek Zuidelijk Maasdal. Het gebied betreft het zuidelijk Maasdal inclusief de waterkeringen op het grondgebied van de gemeenten Maastricht en Eijsden-Margraten. De visie richt zich vanuit de verschillende gebiedsopgaven (waaronder de hoogwateropgave) primair op de ruimtelijke ontwikkeling voor het zuidelijk Maasdal als geheel. Om in het zuidelijk Maasdal de hoogwaterbescherming van Maastricht en EijsdenMargraten op peil te houden zijn maatregelen nodig die hoogwaterstand-verlagend en waterkerend zijn. Uit de onderzoeksagenda van 2016 zijn acht potentiële maatregelen nader onderzocht. 1. Groene rivier Borgharen – Itteren 2. Optimalisering doorstroming eiland Bosscherveld 3. Verbreding Maas bij Franciscus Romanusweg 4. Optimaliseren doorstroming Pietersplas 5. Opvang top hoogwatergolf in ENCI-groeve 6. Afstemming met België 7. Verdieping van het zomerbed 8. Verhoging en versterking van bestaande dijken Uit het vigerende beleid ontstaat een overstijgende ambitie: het zuidelijk Maasdal in 2050: veilig, aantrekkelijk en met openbaar toegankelijke oevers. Insteek daarbij is ‘ruimte voor de rivier daar waar dat kan en dijken verhogen daar waar het moet’.

De meest concrete ambities en opgaven en daarmee potentiële meekoppelkansen vanuit het huidige beleid: >> Hoogwaterveiligheid op orde in 2050 (Rijksoverheid en Waterschap Limburg) >> Realiseren openbare en groene Maasoevers Maastricht (Gemeente Maastricht) >> Uitwerking stad-landzones >> Kwaliteitsimpuls >> Omgeving plassengebied Maastricht-Eijsden >> Recreatieve fiets/wandelroutes Borgharen-Itteren >> Renovatie stuw Borgharen >> Verbeteren nautische veiligheid >> Renovatie Julianakanaal (Rijkswaterstaat) De beleidsambities van de regionale partijen voor het zuidelijk Maasdal (hoofdstuk 2) zijn concreet vertaald in een toekomstbeeld 2050 dat tijdens de schetsateliers mede door bewoners en experts is aangereikt en verrijkt. Kernpunten van de visie zijn Meer Maascontact, Stad en landschap verbonden, Routes langs de Maas, Bouwen aan een ‘Maasexperience’.

Dit is uitgewerkt in vier deelgebieden: >> Deelgebied 1. Het Rivierpark Maasvallei 2050. Het streefbeeld 2050 van de regio: Het Rivierpark verbonden aan Maastricht >> Deelgebied 2. De Maasoevers van Maastricht 2050. Het streefbeeld 2050 van de regio: De Maasoevers als ontmoetingsruimte en motor voor duurzame stedelijkheid >> Deelgebied 3. Maaspark Eijsden – Maastricht 2050. Het streefbeeld 2050 van de regio: Kwaliteitsimpuls recreatiegebied >> Deelgebied 4. Eijsden-Margraten aan de Maas; Het streefbeeld 2050: Een vernieuwd waterfront en rustige recreatie Vanuit deze visie zijn de acht maatregelen beschouwd. De analyses wijzen uit dat zonder rivier-verruimende maatregelen de dijken in het zuidelijk Maasdal in het beheer bij Waterschap Limburg in 2050 moeten zijn verhoogd/versterkt met 10 tot 180 centimeter, afhankelijk van de locatie langs de dijkring. Naast de formele waterkeringen (dijkringen) van het Waterschap is een groot deel van het zuidelijk Maasdal beveiligd door ‘hoge gronden’. Dit zijn niet-formele waterkeringen die tot nog toe niet worden getoetst zoals de keringen in beheer bij het waterschap. Het beheer ervan ligt bij de gemeenten. De analyse wijst uit dat een aantal formele waterkeringen in beheer bij het waterschap moet worden verlengd om de aansluiting aan de hoge gronden te garanderen.

De nu onderzochte potentiële rivierverruimende maatregelen leveren samen een substantiële waterstandsverlaging op bij hoogwater. Per rivierverruimende maatregel is een grote en kleine variant beschouwd. Er is een pakket doorgerekend op basis van de grote varianten. Dit noemen we de ‘maximale’ pakketsom. Het waterstandsverlagende effect varieert langs de Maas, maar bedraagt maximaal circa 110 cm nabij St. Pieter bij een Maasafvoer van 4.600 m³/s. Op basis van een schatting van de waterstandseffecten van kleine varianten van de maatregelen, kan ook een indicatie worden gegeven voor een kleiner pakket. Het waterstandsverlagende effect daarvan varieert langs de Maas, maar bedraagt maximaal circa 50-55 cm nabij St. Pieter bij een Maasafvoer van 4.600 m³/s.

De totale realisatiekosten voor de zes beschouwde rivierverruimende maatregelen bedraagt circa € 284 miljoen. De vermeden dijkkosten bij inzet van alle rivierverruimende maatregelen bedraagt circa € 28 miljoen (betreft uitsluitend formele keringen). Dijken zullen ook bij rivierverruiming nog moeten worden verhoogd. Met de nu als maximaal beschouwde rivierverruiming wordt de toekomstige hoogte-opgave (zichtjaar 2075) voor een belangrijk deel geneutraliseerd en worden teruggebracht onder de ruimtelijk ‘kritische grens’ van 50 cm. Op basis van de hydraulische en ruimtelijke analyses en met de kennis van nu worden naast dijkversterking vijf van de zeven potentiële verruimingsmaatregelen vanuit de visie beoordeeld als interessant voor nader onderzoek: >> Groene rivier Borgharen-Itteren (maatregel 1) – Het verbeteren van de doorstroming ten oosten van Borgharen en Itteren kan Rivierpark Maasvallei als natuurgebied versterken. >> Optimaliseren doorstroming eiland Bosscherveld (maatregel 2) – een combinatie van waterstandsdaling en diverse potentiële meekoppelkansen, waaronder een verbetering van de nautische veiligheid. >> Franciscus Romanusweg (maatregel 3) – een potentiële combinatie van waterstandsdaling en stedelijke ambities in de flessenhals van Maastricht.

>> Optimaliseren doorstroming Pietersplas (maatregel 4) - een potentiële combinatie van waterstandsdaling en de gewenste kwaliteitsimpuls voor het gebied. >> Verdieping van het zomerbed (maatregel 7) – een relatief grote potentiële waterstandsdaling, afhankelijk van de (kosten)technische uitvoerbaarheid en het effect op de functies van de rivier. >> Verhoging en versterking bestaande dijken (2050) (maatregel 8) – Voor een aantal keringen lijkt de toekomstig benodigde ophoging ruimtelijk inpasbaar. De restopgave bij een maximale pakketsom lijkt inpasbaar te zijn.

In het onderzoek is retentie in de ENCI groeve (maatregel 5) als niet kansrijk beoordeeld. Maatregel 6, Afstemming België. Internationale samenwerking blijft belangrijk. In het overleg met België moet de basis nu worden gelegd en verder worden versterkt, mochten zich in de toekomst kansen voordoen voor eventuele nadere afspraken. Concrete maatregelen lijken nu nog ver weg. De ontwikkeling van het rivierbed Bovenmaas vergt een integrale verkenning naar het samenspel tussen dijken en rivierverruiming. In een MIRT verkenning zouden de opgaven nader moeten worden onderzocht naast een nauwkeurige analyse van de benodigde dijkversterkingen en eventuele te vermijden kosten (de kosten voor niet formele keringen vormen daarbij een aandachtspunt).

INHOUDSOPGAVE 1 2 3 4 5

B

Inleiding en leeswijzer

8

De opgaven: water en ruimte verbinden

12

Hoogwaterveiligheid: mogelijke opties verkend

20

Regionaal toekomstbeeld voor het zuidelijk Maasdal 2050

64

Opgaven, kansen en keuzes

78

Bronvermeldingen

87

Colofon

89

WERKBOEK ONTWIKKELVISIE ZUIDELIJK MAASDAL

Bijlage

1

Inleiding en leeswijzer

Aanleiding Ontwikkelvisie Door de eeuwen heen is Maastricht verbonden met de Maas en heeft zij geprofiteerd van de strategische ligging aan de Maas. Maar de ligging in het Maasdal heeft ook een keerzijde. Regelmatig treedt de rivier buiten haar oevers. De overstromingen in december 1993 en januari 1995 liggen bij velen nog vers in het geheugen. Als reactie daarop zijn allerlei maatregelen genomen in de vorm van het maken van kades en muren. Ook het realiseren van het Rivierpark Maasvallei (het gebied Borgharen en Itteren) vindt haar oorsprong in de bestrijding van hoogwater en levert nu al een belangrijke bijdrage aan de bescherming tegen hoogwater. Als onderdeel en uitwerking van het Deltaprogramma Grote Rivieren is voor de gehele Maasvallei een voorkeursstrategie ontwikkeld. Vanuit de doelstelling te komen tot een duurzame ruimtelijke ontwikkeling (ruimtelijke adaptatie) is daarin vastgelegd dat – waar mogelijk - de rivier meer ruimte moet krijgen. Verhoging van bestaande waterkeringen zou beperkt moeten blijven tot de plekken waar dat niet anders kan. In het Deltaprogramma 2015 is het uitgangspunt geformuleerd van een krachtig samenspel tussen rivierverruiming en dijkversterking, waarbij het per riviertraject maatwerk is om dit samenspel invulling te geven.

In een samenwerking tussen Het Rijk (Ministerie Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat), de provincie Limburg, Waterschap Limburg en de gemeenten Maastricht en Eijsden-Margraten is het initiatief genomen om een MIRT onderzoek voor het zuidelijke Maasdal te starten.

De gemeenten Maastricht en Eijsden-Margraten hebben vervolgens samen met het Waterschap Limburg, Programmabureau Delta Maas, provincie Limburg, Rijkswaterstaat en het ministerie in een Onderzoeksagenda* de doelstelling geformuleerd om de waterstandsverlagende potentie van rivierverruimende maatregelen te onderzoeken. Dit in combinatie met het identificeren en verbinden van de kansen voor opgaven, ambities en gebiedsontwikkelingen (meekoppelkansen) vanuit de behoefte om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Uitgangspunt voor het onderzoek is de huidige staat van de bestaande waterkeringen en de wettelijk vastgestelde eisen voor het veiligheidsniveau op lange termijn (2050/2100). Doel van het MIRT Onderzoek De zoektocht naar de beste hoogwateroplossingen voor Maastricht en Eijsden-Margraten gebeurt volgens de spelregels van een MIRT-proces (Meerjarenprogramma Investeringen Ruimte en Transport). In 2017-2018 is dit een MIRT Onderzoek, zie www.mirtoverzicht.nl/projecten/maastrichtkoploper. Daarbij zijn ruimtelijke ontwikkeling en ruimtelijke kwaliteit onlosmakelijk verbonden aan de hoogwateropgave in een gebiedsproces.

Alternatieve maatregelen ten opzichte van dijkversterking moeten uiteraard aanwijsbaar effectief zijn bij de aanpak van de hoogwaterveiligheidsopgave in combinatie met de ruimtelijke ontwikkeling en geen onoverkoombare negatieve effecten hebben op andere functies. Ze dienen daarbij ook voldoende perspectief te bieden op alliantievorming en financiering van de betrokken partijen.

Een forse dijkverhoging kan grote effecten hebben op de Maasoevers en de zo belangrijke relatie met de Maas (en de daarmee samenhangende ruimtelijke kwaliteit) van Maastricht en Eijsden-Margraten. Er is potentie om met rivierverruimende maatregelen de hoogwaterstanden en dus de benodigde dijkverhogingen te beperken. Ook rivierverruimende maatregelen kunnen een groot effect hebben op de omgeving en het functioneren van de rivier. De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft gevraagd om met een onderbouwd voorstel te komen voor kansrijke oplossingsrichtingen tot 2050 in het zuidelijk Maasdal. * Analyse mogelijke maatregelen hoogwaterveiligheid Maastricht e.o., april 2016

8

Het MIRT onderzoek levert uiteindelijk de basis voor besluitvorming over effectieve en kansrijke maatregelen. Aan het eind van het MIRT- Onderzoek wordt bezien welk vervolg nodig is om de opgaven voor het Maasdal verder te brengen. Het is een ambitie van de regio om het resultaat van het MIRT Onderzoek voor het BO MIRT in 2018 te agenderen. Er zijn dan vier mogelijkheden: 1. Er is geen verdere actie nodig, de opgave is verhelderd en dat is voldoende voor de korte termijn. 2. Er wordt aangesloten op de Lange Termijn Ambitie voor de Maas. 3. Er zijn bepaalde acties nodig waarover direct bestuurlijke afspraken kunnen worden gemaakt, zoals (een programma van) optimalisatiemaatregelen of maatregelen buiten het kader van het MIRT. 4. Uit het MIRT Onderzoek blijkt dat het oplossen van de opgave(n) mogelijk een substantiële overheidsinvestering vraagt. Indien dat het geval is, wordt aanbevolen een MIRT Startbeslissing voor te bereiden en een MIRT Verkenning te starten waarbij breed gekeken wordt naar mogelijke oplossingen.

Status van de Ontwikkelingsvisie Deze Ontwikkelvisie is een bouwsteen in het MIRTOnderzoek Zuidelijk Maasdal. De visie richt zich vanuit de verschillende gebiedsopgaven (waaronder de hoogwateropgave) primair op de ruimtelijke ontwikkeling voor het zuidelijk Maasdal als geheel. Hierin worden via tekst en kaarten de volgende zaken beschreven: >> De voorgestane (integrale en duurzame) gebiedsontwikkeling; >> De globale stedenbouwkundige, landschappelijke inpassing en het ruimtebeslag van de potentiële hoogwatermaatregelen; >> De mogelijke synergie met het realiseren van andere beleidsdoelen (‘meekoppelkansen’); >> Te verwachten hydraulische effecten van de rivierverruimende maatregelen; >> De globale kosten voor realisatie van de rivierverruimende maatregelen; >> Den doorkijk naar de uitvoeringsstrategie van de Ontwikkelvisie. Deze Ontwikkelvisie wordt onderschreven door de regionale partijen en wordt vastgesteld door de gemeenteraden van Maastricht en Eijsden-Margraten. Bij de totstandkoming zijn het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat nauw betrokken geweest. De Ontwikkelvisie wordt door de gemeenten, met instemming van de andere partijen

Impressie van stakeholder avonden

9

Inhoud visie / leeswijzer in het proces, als bouwsteen en als afwegingskader ingebracht in de zoektocht naar de kansrijke oplossingsrichtingen en zal geïntegreerd worden in de rapportage van het MIRT Onderzoek Zuidelijk Maasdal. De MIRT onderzoeksrapportage wordt voor de status startbesluit en verkenning MIRT aangedragen voor het Bestuurlijk Overleg MIRT met de Minister van Infrastructuur en Waterstaat eind 2018. De conclusies van dat MIRT onderzoeksrapport krijgen, via de stuurgroep Deltaprogramma Maas, een doorwerking in de Adaptieve Uitvoeringsstrategie Maas, een doorwerking in het nationale Deltaprogramma, het Hoogwaterbeschermingsprogramma en de Lange termijn Ambitie Rivieren van het Rijk. De Ontwikkelvisie Zuidelijk Maasdal is tevens een bouwsteen voor de nog op te stellen gemeentelijke omgevingsvisies en omgevingsplannen. Inbreng van bewoners en gebiedspartijen Deze visie is mede opgesteld op basis van werkbijeenkomsten en consultatie van stakeholders. In 2015 en 2016 waren dat onder andere de ‘Mijn Maas cafés’ en in 2017 de ‘Schetsateliers’. Doel van schetsateliers was enerzijds het informeren van aanwezigen over voortgang en stand van zaken en anderzijds het ‘ophalen van informatie’ door het presenteren en interactief bespreken van maatregelen. Beide avonden zijn goed bezocht door ca. 40 aanwezigen per avond. Aanwezigen waren positief kritisch.

In de levendige discussie op beide avonden is veel gespreksonderwerpen op tafel gekomen. In het in het Werkboek bijgevoegde verslag wordt een korte samenvatting gegeven van informatie die de projectgroep op deze avonden heeft ‘opgehaald’. In het proces om te komen tot deze Ontwikkelvisie zijn veel achtergrondanalyses gemaakt, van rivierkundige modellering en doorrekening tot ruimtelijke scenario’s en schetsvarianten, kostencalculaties en strategische procesadviezen. De achterliggende analyses zijn als bijlagen toegevoegd in het werkboek.

10

Deze Ontwikkelvisie benoemt de opgaven en de kansrijke oplossingsrichtingen voor het realiseren van de hoogwaterveiligheid in 2050 vanuit het perspectief van mogelijke ruimtelijke meekoppelkansen en behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit. In hoofdstuk 2 worden behalve de hoogwateropgave ook alle andere relevante opgaven in het gebied beschreven. Vanuit de opgaven in het zuidelijk Maasdal wordt vervolgens in hoofdstuk 3 ingegaan op de potentiële maatregelen voor de hoogwaterveiligheidsopgave: dijken versterken / verhogen en rivierverruiming. Verschillende varianten zijn geschetst en beoordeeld op de effecten ruimtelijke kwaliteit, waterstandsverlaging en kosten. Vanuit de opgaven en de potentiële maatregelen met hun kansen vloeit de ruimtelijke visie voort. Deze wordt in hoofdstuk 4 beschreven en verbeeld. Per deelgebied worden bestaande ruimtelijke kwaliteiten benoemd. Ook worden de concrete beleidsopgaven en initiatieven geduid. Tenslotte volgt per deelgebied een ontwikkelingsbeeld 2050. In hoofdstuk 5 volgt tenslotte, vanuit de ruimtelijke visie en de onderzochte waterstandseffecten, een samenhangend overzicht van de ontwikkelingsmogelijkheden en de aandachtspunten voor prioritering en keuzes. Dit geeft richting aan de volgende stap: de verdere integrale gebiedsgerichte uitwerking van kansrijke oplossingsrichtingen voor de zuidelijke Maasvallei.

Bij deze Ontwikkelvisie hoort als bijlage een Werkboek. In het proces om te komen tot deze Ontwikkelvisie zijn veel achtergrondanalyses gemaakt, van rivierkundige modellering en doorrekening tot ruimtelijke scenario’s en schetsvarianten, kostencalculaties en strategische procesadviezen. De achterliggende analyses zijn als bijlagen toegevoegd in het werkboek.

11

2

De opgaven water en ruimte verbinden

Hoogwaterbeschermingsopgave in beeld Toename hoogwater De Maas krijgt door klimaatverandering naar verwachting te maken met een toenemende kans op extreme hoogwaterafvoeren en ook langere perioden met extreem lage afvoeren. De kernen Eijsden en Maastricht liggen deels in het natuurlijke rivierbed dat bij hoogwater kan overstromen. Voor het zuidelijk Maasdal is vooral Maastricht een knelpunt in de waterafvoer. De stad heeft de Maas vastgelegd in kades en het oorspronkelijke winterbed is bebouwd waardoor een flessenhals in de rivier is ontstaan. Dit stuwt het rivierwater op. Zonder het verhogen van dijken en kades of het verruimen van het rivierbed bestaat de kans dat delen van EijsdenMargraten en Maastricht vaker overstromen dan de wettelijke normen toestaan. Dijken voldoen niet Limburgse dijken moeten tegenwoordig net als alle dijken in Nederland het water keren volgens het wettelijke hoogwaterveiligheidsniveau. Met de wijziging van de waterwet in januari 2017 heeft een aantal dijktrajecten in de gemeente Maastricht en in Eijsden-Margraten een fors hogere norm gekregen (normsprong) zonder dat de dijken hierop fysiek al zijn aangepast. Het waterschap zal de beoordeling van de bestaande dijken met behulp van WBI nog uitvoeren op basis waarvan kan worden vastgesteld in hoeverre de dijken daadwerkelijk niet voldoen.

Op basis van de nieuwe wettelijke veiligheidsnormen zullen daarom waarschijnlijk drie dijkvakken worden afgekeurd. Vooral in het dijktraject 90-1 wat Maastricht-Oost beschermt, voldoet een aanzienlijk deel niet aan de ondergrens van de nieuwe norm. Van sommige keringen is de verwachting dat ze in 2075, bij het uitblijven van maatregelen, 1 tot 2 m te laag zullen zijn (zie hoofdstuk 3 voor details). Vanwege de normsprong lijkt voor deze dijkvakken de urgentie hoog om ze te versterken/verhogen.

Hogere gronden te laag Veel waterkeringen in Limburg sluiten aan op de hogere gronden van het Maasdal. Deze hogere gronden zoals het natuurlijke reliëf of bijvoorbeeld wegtaluds houden het water tegen bij een hoogwater. Door de nieuwe normering zijn deze hogere gronden nu al mogelijk niet hoog genoeg om de vereiste bescherming te bieden. Bij de verwachte hogere waterstanden in de toekomst zal die opgave nog groter worden. Dit betekent dat waterkeringen niet alleen moeten worden verhoogd, maar ook moeten worden verlengd naar hoge gronden die wél hoog genoeg liggen. Daar komt bij dat de hoge gronden als niet-formele keringen momenteel niet onder verantwoordelijkheid vallen van het waterschap, maar beheerd worden door de gemeenten. Een kritische analyse van de huidige hoge gronden en het formeel vastleggen als waterkering lijkt wenselijk. Daarbij kunnen de benodigde verlengstukken als nieuwe dijken in het Maasdal verschijnen. In het navolgende zal waar ‘hoge gronden’ worden bedoeld steeds worden gesproken over ‘niet-formele waterkeringen’, vormgegeven door een kade of ‘hoge grond’. Dit in tegenstelling tot formele waterkeringen in beheer bij het Waterschap Limburg. Korte reactietijd Voor Maastricht is als het aankomt op de waterkeringen niets doen geen optie. Bij extreem hoogwater komt een deel van de stad onder water te staan – een ramp.

Ook de kering bij de kern Eijsden voldoet nu niet. Extra complicerend is dat Maastricht en Eijsden-Margraten weinig reactietijd hebben bij de voorspelling van een hoogwater, vanwege de ligging dicht bij het stroomopwaarts gelegen België (Ardennen). Het gaat om enkele uren voorbereidingstijd, in plaats van 2 dagen voorbereidingstijd die elders beschikbaar is, zoals in Noord Limburg en Brabant. Kortom, om in het zuidelijk Maasdal de hoogwaterbescherming van Maastricht en EijsdenMargraten op peil te houden zijn maatregelen nodig die hoogwaterstand-verlagend en waterkerend zijn. Mogelijkheden om een veilige situatie voor de toekomst te bereiken zijn rivierverruiming en/of het verhogen, versterken en verlengen van dijken.

12

Borgharen, hoogwater 1993 Foto: RWS

Hoe werkt de rivier? Het waterpeil van de BovenMaas (tracé van de grens tot stuw Borgharen) is gestuwd. De Maas is meestal een soort kanaal met een vast waterpeil van NAP 44,05 m. Bij hoogwater worden de stuwen gestreken en kan het water vrij afstromen richting zee. De Maas is een regenrivier die vrij snel reageert op neerslag die valt in het stroomgebied. Bij hevige neerslag in de Ardennen kan zich een hoogwatergolf vormen die snel stroomafwaarts beweegt. In Eijsden-Margraten en Maastricht is een dergelijke hoogwatergolf hooguit enkele dagen van te voren te voorzien. De precieze hoogte van het verwachte waterpeil is met de huidige computermodellen pas enkele uren van tevoren te voorspellen. De voorbereidingstijd voor EijsdenMargraten en Maastricht is daardoor veel korter dan voor de andere gemeenten stroomafwaarts langs de Maas. In 1993 en 1995 werd de Maas voor het laatst getroffen door een extreem hoogwater met een waterafvoer van respectievelijk 3.120 en 2.870 m³/s. De vorm, lengte en hoogte van beide hoogwatergolven was overigens compleet verschillend. Sinds deze overstromingen is er in Limburg en Vlaanderen in allerijl gewerkt aan noodkades (Noodwet), rivierverruiming en dijkversterking (Maaswerken/sluitstukkades/Levende Grensmaas (VL) en dijkversterking aan Vlaamse zijde).

Sinds 2010 wordt in het nationale Deltaprogramma ook gekeken naar de langere termijn met het oog op klimaatverandering. De extreme afvoeren van de Maas zullen toenemen van 3.800 m³/s naar 4.600 m³/s. In een samenspel tussen rivier-verruimende maatregelen en dijkverhogingen dient het gebied in 2050 hoogwaterveilig te worden gemaakt volgens de wettelijke normen.

Wanneer zijn rivierverruimende maatregelen nu effectief? Generieke inzichten en gidsprincipes die horen bij de rivier-verruimende maatregelen. >> Streef een robuust Maasdal na met voldoende rivierkundige breedteruimte, ook voor de toekomst. Immers door een breed winterbed zullen de waterstanden bij hoogwater minder snel oplopen. >> Rivier-verruimende maatregelen bij Bosscherveld, Itteren en Borgharen helpen de waterstanden te verlagen in Maastricht. Rivier-verruimende maatregelen in de Pieters- en Oosterplas helpen de waterstanden te verlagen in Eijsden-Margraten. Effecten werken vooral in bovenstroomse richting door. >> Verleng de effecten van rivier-verruimende maatregelen door gelijkmatige inzet als ‘kralensnoer’ (het toepassen van de stroombaanbenadering). Veel lokale ingrepen hebben een lokaal waterstandsdalend effect dat bovenstrooms uitvlakt (per 3 kilometer bovenstrooms vervalt ongeveer de helft van het effect). In combinatie kunnen maatregelen de waterstanden over een langer traject verlagen. >> Het meeste effect hebben rivier-verruimende maatregelen in gebieden met geconcentreerde stroming en steil waterspiegelverhang. Dat is vaak dichtbij de hoofdstroom en op trajecten waar de stroom wordt ‘geknepen’. >> Het helpt door een hoeveelheid water (tijdelijk) van de hoogwatergolf ‘af te toppen’ en vast te houden tot de hoogwatergolf voorbij is. Dit heet retentie.

Elke 100 m³/ seconde aftoppen levert grofweg ongeveer 10 cm waterstandsdaling op. Echter, voor efficiënte retentie is zeer veel opvangvolume /ruimte nodig. >> Elke golf is anders van vorm. ‘Aftoppen’ van de golftop door retentie is daarom lastig te sturen, zeker gezien korte voorspeltijd in de Bovenmaas. >> Rivier-verruimende maatregelen dienen bij voorkeur onafhankelijk van menselijk handelen te werken. >> De nieuwe inrichting van het winterbed vormt geen belemmering voor ruimte voor de Maas die in toekomst nog nodig zou kunnen zijn (ontwerp robuust en toekomstbestendig).

13

Gebiedsopgaven in beeld Kernopgave gebied De Ontwikkelvisie zuidelijk Maasdal gaat over het zuidelijk Maasdal inclusief de waterkeringen op het grondgebied van de gemeenten Maastricht en Eijsden-Margraten. Het onderzoeksgebied ligt globaal tussen de monding van de zijrivieren Berwijn en de Geul (Zie kaart).

Behouden en versterken ruimtelijke kwaliteit Het zuidelijk Maasdal strekt zich uit langs de gehele westzijde van Zuid-Limburg, waarbij het voor het grootste deel dienst doet als landsgrens met België. De Maas is, getuige de vele Maasterrassen en oude stroomdalen, een van de primaire vormgevers van het Zuid-Limburgse landschap.

De kern van de gebiedsopgave komt voort uit de vastgestelde Voorkeursstrategie voor de Maasvallei: ‘ruimte geven aan de rivier waar dat kan en de waterkeringen verhogen waar dat moet’. Vanuit die uitgangssituatie is het van belang de maatregelen te ontdekken, die passen bij de ontwikkelingen van de stad en die te verenigen zijn met de functies van de Maas. Op die manier worden twee vliegen in één klap geslagen: de hoogwaterveiligheid wordt verhoogd en tegelijkertijd wordt een impuls gegeven aan de ruimtelijke ontwikkeling van het zuidelijk Maasdal.’ (Gemeente Maastricht mei 2016).

De Bovenmaas gaat ten noorden van het projectgebied over in de Gemeenschappelijke Maas, ook bekend als de Grensmaas. In de bovenloop van de grindrivier ligt het laaggelegen en brede, asymmetrische rivierdal zichtbaar ingeklemd tussen het Plateau van Margraten en Caestert en St. Pieter, terwijl noordwaarts van Maastricht het rivierdal zich verbreedt tot een vlakker gebied.

Daarbij is de ambitie om het eigen karakter van het gebied te versterken en tegelijk de ruimtelijk-economische dynamiek en toeristische aantrekkingskracht van regio Maastricht optimaal te verbinden aan de hoogwateropgave in het smalle rivierbed. Gezocht: slimme combinatie Insteek bij de visie- en planontwikkeling is maximaal inspelen op enerzijds behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit en anderzijds op het gedrag, kenmerken en hydraulische potenties van de Maas. Integraliteit bij planvorming, regionale context en het onderkennen en verkennen en benutten van meekoppelkansen is daarbij uitgangpunt. Kortom we zoeken een slimme combinatie van haalbaarheid, kosten, draagvlak en synergie. Met ‘meekoppelkansen’ bij de hoogwaterbescherming worden bedoeld de potentiële ontwikkelingen, opgaven en ambities op het gebied van: toerisme / recreatie / infrastructuur en openbare ruimte / natuurontwikkeling en landschap / nautische veiligheid en scheepvaart. Deze lijst is niet limitatief.

14

In feite heeft de Maas in het projectgebied vier gezichten of deelgebieden: het kleinschalige cultuurlandschap langs de Bovenmaas ten zuiden van de kern Eijsden, het plassengebied tussen de kernen Eijsden en Maastricht, het stedelijke profiel van de Maas door Maastricht en het weidse natuuren cultuurlandschap van de Gemeenschappelijke Maas benedenstrooms van de stuw Borgharen – het Rivierpark Maasvallei. De Maas heeft buiten het stedelijk gebied een sterke groene begeleiding met bomenrijen en kleine bosjes. Ten noorden van Maastricht zijn ten behoeve van de hoogwateropgave grote gebieden afgegraven en ingericht als ecologische zones. Van oudsher kende het zuidelijk Maasdal een groot areaal boomgaarden. Tegenwoordig vindt men rondom de kern Eijsden hier nog delen van, terwijl noordwaarts het stedelijke gebied, met de stedelijke agglomeratie van Maastricht, de overhand heeft gekregen. Hierbij is Maastricht, met haar historische binnenstad en monumenten, waaronder Château Neercanne, een cultuurhistorisch knooppunt. De brede waterloop geeft het gebied, net als een beekdal, een sterke lengterichting, waarbij het zicht gefocust is op de brede rivier in de vlakke dalbodem. Toch is op veel plekken het contact met de rivier beperkt of verloren gegaan.

Kaart gebiedskwaliteit geeft de eigenheid en waardevolle structuren en plekken weer van de deelgebieden. De ruimtelijke kwaliteit dient te worden bewaard en/of versterkt.

Cultuur- en natuurlandschap rivierpark

Beken: Geul en Kanjel

Breed Maasdal, meanderende rivier

Kernkwaliteiten Om goede keuzes te kunnen maken in de afweging van waterstands-verlagende maatregelen en maatregelen aan de dijken is het belangrijk om uit te gaan van de kernkwaliteiten van het gebied. Het unieke karakter van dit landschap van plateau’s, hellingen en dalen is, zoals aangegeven in het POL 2014, is volgens het ‘Handvat kernkwaliteiten Nationaal Landschap Zuid Limburg’ samen te vatten in de vier kernkwaliteiten: reliëf, groen karakter, cultuurhistorisch erfgoed en het contrast tussen open en besloten. Deze vier kernkwaliteiten bepalen samen het landschappelijk beeld van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. In de ‘Visie en Leidende principes ruimtelijke kwaliteit voor de Noordelijke Maasvallei’ van Waterschap Limburg (okt 2017) worden zeven (nauwkeuriger) kernkwaliteiten benoemd die geschikt zijn voor het zuidelijk Maasdal. Ze dienen te worden behouden en versterkt bij de realisatie van projecten. >> Een reliëfrijk landschap met terrasranden >> Een landschap met ecologische waarde >> Beeklopen >> Een ontspannen landschap >> Historische dorpskernen direct aan de Maas >> Waterrijk >> Kastelen & bijzondere gebouwen

Maasdorpen Borgharen en Itteren, stuw

Bruggen, waterpoort, musea, fort Stedelijke en historische oevers Beek: Jeker

Recreatie- en beroepsvaart

Asymmetrisch: steile kalkwanden vs. brede weerd

Ontspanning: oeverrecreatie, jachthavens

Waterrijk met weidse recreatieve plassen Kastelen

LEGENDA

Rivieroevernatuur: Eijsder beemden en Basse Meuse, ENCI

Maas

bos

Winterbed

Buitengebied/landbouwgrond

Stroomgeulverbreding

droogdal

Weerdverlaging

hoogtelijnen

Interessant element in/aan de Maas

Beek

Harde kering

Stadspark

Groene kering

Groeve

bijzondere verblijfsplek

kasteel/hoeve

Waterfront historische kern Eijsden (Bat)

Beken Voer en Berwinne Routes naar Heuvelland en België

Kleinschalig cultuurlandschap met boomgaarden, hoeves, kasteel en fort

15

Relevante nevendoelen en ambities uit beleid Uit het vigerende beleid ontstaat een overstijgende ambitie voor het zuidelijk Maasdal, met een paar concrete opgaven. De Ontwikkelvisie is hierop gericht. Daarbij moeten de toekomstige hoogwatermaatregelen – dijkverhogingen en/ of rivierverruimingen – hieraan zo goed mogelijk bijdragen. De bijgaande tekeningen geven een beknopte verbeelding van de belangrijkste relevante gebiedsopgaven uit het vigerende beleid. Er is gebruik gemaakt van de stadsvisie en structuurvisie van gemeente Maastricht, de Recreatievisie ItterenBorgharen, het Landschapsontwikkelingsplan van Eijsden-Margraten en de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POL 2014) en de uitwerking van de Stad-Landverbindingen. Ook wordt geput uit de Euregionale projecten en programma’s, het programma Nationaal Landschap Zuid-Limburg, de resultaten van het regioproces (Deltaprogramma), plannen vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water, het HoogWaterBeschermingsProgramma (HWBP) en benedenstroomse en bovenstroomse projecten aan Vlaamse en Waalse zijde. Meest relevant is het gemeentelijke beleid. Dat is hieronder beknopt weergegeven. Eijsden-Margraten De gemeente Eijsden-Margraten richt haar gezicht naar de Maas en beoogt in het beleid behoud en waar mogelijk versterking van de natuur, het landschap en de streekeigen landbouw, gecombineerd met hoogwaardig toerisme als trekker.

Voor het grondgebied van gemeente Eijsden-Margraten zijn een aantal opgaven bekend, zoals een kwaliteitssprong voor het recreatiegebied Pietersplas-Oosterplas en het parkeervraagstuk bij Bat. De gemeente promoot toerisme, waaronder het uitbreiden van het recreatief fietsnet en recreatievaart en streeft naar verblijfsrecreatie (Kasteel Oost) en aanlegmogelijkheden voor de pleziervaart bij het historische waterfront van de kern Eijsden. Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) zet in op het versterken van het karakteristieke kleinschalige cultuurlandschap door aanleg van kleine landschapselementen en hoogstamfruitbomen, routes en drie ecologische verbindingen tussen zuidelijk Maasdal en Heuvelland. Een wens is een doorgaande recreatieve (struin)route langs de Maas.

Beleidsopgaven Maastricht

Beleidsopgaven Eijsden-Margraten

16

Kaart gebiedsdynamiek is een weergave van de vigerende beleidsdoelen en lopende plannen en initiatieven. De gebiedsdynamiek is de bron voor meekoppelkansen. Opgave/Ambitie: recreatieve routes Borgharen-Itteren

Opgave/Ambitie: renovatie Julianakanaal

Maastricht Voor de gemeente Maastricht is de Structuurvisie Maastricht een bron voor opgaven en doelen. De gemeente heeft in de stadsvisie en structuurvisie richting 2030 ingezet op een internationale kennisstad, een complete cultuurstad en een sterke woonstad. Ruimtelijk betekent dit een hoofdinfrastructuur met oostwestroutes via Noorderbrug en Kennedybrug. Daarmee wordt langs de Maas toegewerkt naar een verkeersluw centraal stedelijk gebied met zoveel mogelijk groene oevers. De groenzones sluiten aan op de natuurlijke gordel (oa Vestingstad met Frontenpark en Tapijngebied) rondom de stad, mede ten behoeve van klimaatbestendigheid. Bij de Maasoevers streeft de gemeente naar een levendige stedelijke westoever en een groene, publieke oostoever. De recreatievisie Itteren-Borgharen waardeert het bestaande cultuurlandschap en het nieuwe natuurlandschap en zet in op een recreatief routenetwerk. Klimaatadaptatie is in toenemende mate belangrijk voor de stad. De gemeente Maastricht kijkt specifiek naar water als opgave. Water wordt gezien als een kans voor recreatie, verkoeling, natuur, en een aantrekkelijk woonklimaat. De oppervlaktewaterstructuur wordt toekomstbestendig gemaakt met het afkoppelen van hemelwater, regenwaterwaterbergingen en groengebieden. Dit moet de sponswerking van de stad vergroten en voorkomt hittestress.

Opgave/Ambitie: renovatie stuw Opgave/Ambitie: verbeteren nautische veiligheid Opgave/Ambitie: verbinden stad en groengebieden (stad-landzones)

Opgave/Ambitie: openbare en groene oevers

Opgave/Ambitie: kwaliteitsimpuls recreatief plassengebied

LEGENDA Maas

Woongebied

Winterbed

centraal stedelijk gebied

Stroomgeulverbreding

herstructureringsopgave

Weerdverlaging

universiteit

Interessant element in/aan de Maas

bedrijven-/industrieterrein

Harde kering

Groeve

Opgave/Ambitie: versterken kleinschalig cultuurlandschap

Groene kering

17

Zuidelijk Maasdal De overstijgende beleidsambitie voor het zuidelijk Maasdal als samenvatting van het bestaande (inter) nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid luidt: Een hoogwaterveilig zuidelijk Maasdal en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het zuidelijk Maasdal - met Maastricht als centrum van kennis en cultuur aan de Maas -, heeft in 2050 een internationaal vestigingsklimaat, een concentratie van topsectoren met krachtige circulair-economische campussen en kennisclusters, een toekomstbestendig hoogwaardig en divers aanbod van woonmilieus en uitstekende verbindingen.

>> >>

>>

De kernopgave is in deze integrale context in 2050 opgelost: het zuidelijk Maasdal is hoogwaterveilig dankzij een slim samenspel tussen sterke dijken en ruimte voor de Maas. Daarbij zijn de kernkwaliteiten van het cultuurhistorisch waardevolle landschap versterkt. De toeristische aantrekkingskracht is groot en het gebied is een aantrekkelijk uitloopgebied voor de stad en regio. Het gebied is daardoor in 2050 een klimaatbestendige en ruimtelijk samenhangende stad-landzone van het Nationaal Landschap Zuid Limburg, als onderdeel van het recreatief aantrekkelijke Drielandenpark. Een plek waar mensen graag komen en zich blijvend vestigen. Het zuidelijk Maasdal in 2050: veilig, aantrekkelijk en met openbaar toegankelijke oevers. Ambities en opgaven De meest concrete ambities en opgaven en daarmee potentiële meekoppelkansen vanuit het huidige beleid: >> Hoogwaterveiligheid op orde in 2050 (Rijksoverheid en Waterschap Limburg). >> Realiseren openbare en groene Maasoevers Maastricht (Gemeente Maastricht). >> Uitwerking stad-landzones: verbindingen tussen Maas en Rivierpark, Buitengoed Geul & Maas, Zouwdal en zuidelijk Maasdal met een versterking van het kleinschalige cultuurlandschap (Regio/ Nationaal Landschap Zuid Limburg).

>> Kwaliteitsimpuls ruimtelijke kwaliteit en (verblijfs-) recreatie en toerisme, specifiek in de omgeving plassengebied Maastricht-Eijsden en ten zuiden van de kern Eijsden (gemeente Maastricht en gemeente Eijsden-Margraten).

>>

Recreatieve fiets/wandelroutes Borgharen-Itteren (Recreatievisie Itteren-Borgharen). Renovatie stuw Borgharen (Rijkswaterstaat): op basis van de huidige inzichten bij Rijkswaterstaat is de verwachting dat de stuw in de periode 2030-2040 toe is aan een grote renovatiebeurt. Nader onderzoek moet meer duidelijkheid geven over de planning. Verbeteren nautische veiligheid (Rijkswaterstaat): In de ‘Verkenning nautische veiligheid passage Maastricht’ is de nautische veiligheid op het deel van de Maasroute tussen meldpunt Sint Pieter (Maaskilometer 11.0) tot aan het (nog aan te leggen) zuidelijk passeer vak in het Julianakanaal (kanaalkilometer 3.6) onderzocht. Uit een inventarisatie van de knelpunten en op basis van prognoses van het aantal en type schepen, blijkt uit deze studie dat op korte termijn er één groot veiligheidsknelpunt is namelijk squat* bij de ingang van het Julianakanaal. Op lange termijn komen daar ‘Dwarsstroom Borgharen’, ‘Stroomsnelheid scheepvaartkanaal’ en ‘Slingeren door Spoorbrug’ bij. Bij een eventuele toelating van Klasse VIa schepen wordt ook de ‘doorvaartbreedte van de vaarweg’ een veiligheidsknelpunt. Om deze veiligheidsknelpunten op te lossen of beheersbaar te maken zijn een groot aantal maatregelen door Rijkswaterstaat onderzocht en beoordeeld op kansrijkheid.

Wat nog in beeld moet worden gebracht is of de voorgestelde rivierverruimende maatregelen potentie hebben voor het oplossen van de nautische veiligheidsknelpunten. Punt van aandacht daarbij is wel dat realisatie van de maatregelen voor nautische veiligheid al op korte termijn nodig is. Het is onzeker en onduidelijk of en wanneer rivierverruimende maatregelen worden gerealiseerd. Renovatie Julianakanaal (Rijkswaterstaat): Het Julianakanaal is de afgelopen decennia deels gerenoveerd en geüpgraded vanuit scheepvaartperspectief. Dit is objectgericht gebeurd. Uit een inventarisatie van het kanaal als systeem met alle onderdelen in samenhang en ook de functie-eisen voor alle functies in samenhang volgt dat onderdelen einde technische levensduur hebben bereikt, of binnen afzienbare tijd gaan bereiken en /of niet * Squat: Door het varen in nauw vaarwater ontstaat zuiging die de ruimte onder de kiel vermindert en de weerstandsgolven vergroot.

18

meer voldoen aan de functie-eisen. Vanuit die situatie is het Julianakanaal opgenomen in het prognoserapport van het programma Vervanging & Renovatie met als horizon een grote renovatie in de periode 2030-2040. Om de juiste opgave te kunnen definiëren zal middels een verkenning de maatschappelijke behoefte worden onderzocht

en de mogelijkheid deze te koppelen aan de technische opgave Vervanging & Renovatie. Dit onderzoek moet komende jaren zijn beslag krijgen.

2050: Trends en ontwikkelingen richting De planhorizon van het huidige beleid is 2030. Bij de hoogwateropgave kijken we naar 2050 en daar voorbij. Dat ligt ver in de toekomst. Veel ruimtelijke of economische ontwikkelingen zijn op die termijn nauwelijks te voorzien. Op basis van de WLO scenario’s van de Planbureaus zijn een paar hoofdtrends op weg naar 2050 wel te verwachten die van invloed zijn op het zuidelijk Maasdal. Klimaatverandering is in dit project de belangrijkste drijfveer. De belangrijkste effecten zijn hogere gemiddelde temperaturen met meer kans op hittegolven en droogte, maar ook meer en fellere neerslag (piekbuien) (zie KNMI scenario’s 2014). Hierdoor kunnen vaker hoge Maasafvoeren optreden, maar ook langere perioden met (te) lage waterstanden. Klimaat staat hoog op de beleidsagenda. Er wordt in het deltaprogramma en HWBP gewerkt aan hoogwaterveiligheid, klimaatbestendige steden en de zoetwatervoorziening. Een andere belangrijke ontwikkeling is het energieneutraal worden van steden, regio’s en heel Nederland. Besparing van energie en het opwekken van duurzame energie zal de komende jaren flink zichtbaar worden. Het huidige regeerakkoord van Rutte III zet in navolging van ‘Parijs’ stevig in op het energiedossier. In de economie is een trend zichtbaar van een toename van kennisintensieve diensten. De economie wordt ‘circulair’, afval is een grondstof.

De rol van digitalisering en robotisering zal steeds verder toenemen in productieprocessen en in het dagelijks leven. Door technologie wordt steeds meer persoonlijk maatwerk mogelijk.

In de Nederlandse samenleving is na de crisisjaren een verschuiving zichtbaar naar een grotere rol van de overheid. Zorg, onderwijs en veiligheid blijven belangrijk. De rol van groen en een aantrekkelijke, stedelijke omgeving zijn daarbij belangrijke factoren voor leefbaarheid en concurrentievermogen. Een belangrijke factor van onzekerheid over de toekomst is momenteel de toekomst van Europa in een geopolitiek verschuivende wereldorde. De toekomstontwikkeling van het zuidelijk Maasdal moet rekening houden met een omgeving van krimp. Hoewel de centrumstad Maastricht altijd een relatief aantrekkende werking heeft, is de ontwikkelkracht van de stad beperkt. Ontwikkelen met kwaliteit en voor specifieke doelgroepen speelt dus altijd een belangrijke rol. Dat geldt ook voor Eijsden-Margraten. Uit de stadsvisie Maastricht 2030 ‘Onder invloed van de trends individualisering, internationalisering, informatisering, informalisering en intensivering verandert de maatschappij ontegenzeglijk naar een netwerksamenleving en de stad Maastricht naar een netwerkstad. Technologische processen als informatisering en internationalisering en een stijgend opleidingsniveau hebben Maastricht omgevormd van een industriële naar een diensteneconomie. Op infrastructureel vlak ondergaat Maastricht een gedaantewisseling met als voorlopig eindpunt de ondertunneling van de A2.

De volgende stap lijkt de aanpak van Hoogwaterveiligheid en klimaatbestendigheid.’

TOEKOMST 19

3

Hoogwaterveiligheid mogelijke opties verkend

In de Onderzoeksagenda is in 2016 door de samenwerkende gebiedspartners uit een brede selectie van potentiële maatregelen een shortlist van de tot dan toe 8 meest kansrijke maatregelen gemaakt. Zie het bijgaande kaartbeeld. Een aantal eerder voorgestelde maatregelen is na de Mijnmaascafés afgevallen, of minder kansrijk geacht vanwege diverse redenen. De argumenten zijn opgenomen in het Startdocument koploper Maas Maastricht (10 mei 2016). Het gaat om: WEL KANSRIJK GEACHT IN 2016 1. Groene rivier Borgharen - Itteren 2. Optimaliseren doorstroming eiland Bosscherveld 3. Verbreding Maas bij Franciscus Romanusweg 4. Optimaliseren doorstroming Pietersplas 5. Opvang top hoogwatergolf in ENCI-groeve 6. Afstemming met België 7. Verdieping van het zomerbed 8. Verhoging en versterking van bestaande dijken

NIET (OF MINDER) KANSRIJK GEACHT IN 2016 A. Aanpassing St. Servaasbrug. Ingrijpende aanpassing aan dit rijksmonument en icoon van de stad is ongewenst. B. Afleiding hoogwater via Julianakanaal. De huidige functie en daarmee ook de constructie van het kanaal is niet geschikt voor de afvoer van hoogwater. C. Zomerbedverdieping ten zuiden van de kern Eijsden. Deze maatregel draagt niet direct bij aan de hoogwaterveiligheid in Nederland, mogelijk wel in België. De maatregel kan mogelijk wel bijdragen aan recreatievaart richting Visé. D. Afleiding hoogwater via Albertkanaal. Afleiden van water via het kanaal richting Schelde wordt momenteel door Vlaanderen als weinig kansrijk gezien vanwege hoge kosten om sluizen aan te passen. E. Geboorde tunnel(s) onder de stad. De effectiviteit van deze oplossing lijkt gering ten opzichte van de kosten, technische en ruimtelijke complexiteit. F. Herstel oude Heugemeroverlaat. De overlaat is door stedelijke ontwikkeling niet meer te benutten. Een ringvaart rond de stad zou door hogere gronden heen moeten worden gegraven en het is vanwege de kanalen niet mogelijk om het water weer terug de Maas in te krijgen. G. Herstel kanaal Luik – Maastricht. Er is te weinig ruimte vanwege Mosae Forum.

In de volgende pagina’s zijn eerst onder het kopje ‘Dijken verhogen en versterken’ de analyseresultaten van maatregel 8 (verhogen en versterken bestaande keringen) beschreven. Het probleem (de opgave) is daarmee in beeld gebracht. Daarna worden onder het kopje ‘Ruimte maken’ de rivier-verruimende maatregelen 1 t/m 4 en 7 weergegeven. Voor de maatregelen 5 en 6, is een analyse verricht en een advies opgenomen.

20

Kaart met daarop verbeeld de globale locatie van de acht te onderzoeken maatregelen. In letters de niet, of minder kansrijke maatregelen 2016 (Startdocument, 2016).

21

Omgaan met nieuwe normering in rivierengebied

Dijken versterken

De signaleringswaarde is een overstromingskans voor een traject die een signaal afgeeft dat de dijk op termijn versterkt moet worden. De waarde is zo gekozen dat er voldoende tijd is voor uitvoering van een verbeteractie. Alle primaire waterkeringen in Nederland hebben een signaleringswaarde gekregen tussen de 1 op 300 en de 1 op 100.000.

Maatregel 8. Huidige situatie waterkeringen en opgave Het zuidelijk Maasdal wordt beschermd met een zestal dijkringen die aansluiten op hogere gronden of als ring zijn uitgevoerd. Met de wijziging van de waterwet in januari 2017 heeft een aantal dijktrajecten in de gemeente Maastricht een fors hogere norm gekregen (normsprong). Vooral voor het dijktraject dat Maastricht Oost (90-1) beschermt, voldoet een aanzienlijk deel niet aan de ondergrens van deze nieuwe norm. Dergelijke dijktrajecten zullen in de eerstvolgende beoordeling (2023) worden afgekeurd. Als een dijk in 2023 wordt afgekeurd komt hij op de prioriteringslijst van het Hoogwaterbeschermingsprogramma HWBP en vindt aanmelding voor budget plaats. Naar verwachting zijn er drie dijkringen die in 2023 zullen worden afgekeurd en waarvoor dus te zijner tijd een plan zal worden gemaakt.

Als overstromingskans van de kering groter is dan de signaleringswaarde, is dit een signaal dat de kering op termijn versterkt moet worden, en mag de kering worden aangemeld bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Vervolgens wordt bekeken op welke wijze de toekomstige waterveiligheidsopgave het beste kan worden aangepakt en of er zich meekoppelkansen voordoen (ruimtelijke ontwikkelingen die betrokken kunnen worden bij de aanpak van de waterveiligheidsopgave). Anders dan in het huidige systeem is er bij overschrijding van de signaleringswaarde geen sprake van afkeur. De ondergrens is de maximaal toelaatbare faalkans voor een waterkering. Als de overstromingskans groter is dan deze waarde, wordt niet meer aan het afgesproken veiligheidsniveau voldaan. De ondergrens is nodig om te kunnen vaststellen of het gewenste beschermingsniveau wordt geboden. Dit moet uiterlijk in 2050 het geval zijn. Als de overstromingskans van een kering groter is dan de ondergrens moet de kering in principe zo snel mogelijk worden versterkt. Tot die tijd dienen maatregelen te worden genomen om de overstromingskans te beperken. Bij een versterking vormt de ondergrens het uitgangspunt: de kering moet zo worden ontworpen dat deze aan het einde van de verwachte levensduur deze overstromingskans heeft. Uit: Water veiligheid Begrippen begrijpen 2.0 Ontwikkeling beleid en uitleg begrippen, RWS en STOWA.

22

De ligging/positie van de keringen moet voor een deel nog bepaald (lees geformaliseerd) worden. Met name is nu de vraag aan de orde of er keringen moeten worden verlengd vanwege de hogere ontwerpbelastingen en het feit dat ze niet meer aansluiten op hogere gronden. Dit is al onderkend bij de waterbeheerders en een mogelijk tracé is reeds geschetst. Deze ligging is ook voor voorliggend project aangehouden als meest waarschijnlijk tracé voor de verlenging van de keringen naar hogere gronden. Om de dijkversterkingsopgave op de korte en lange termijn (jaar 2015 respectievelijk 2075) te schatten voor de keringen is onderscheid gemaakt tussen enerzijds de keringen die in beheer zijn bij het Waterschap Limburg en anderzijds de verlenging van die keringen naar de hoge gronden. De gehanteerde methodiek voor het bepalen van de dijkversterkingsopgave wordt ook gebruik voor andere MIRT-onderzoeken langs de Maas. De methodiek geeft een gebiedsdekkend overzicht van de hoogteopgave, inzicht in de ontwikkeling van de opgave in de tijd, en dient als basis om de kostenreductie door varianten met rivierverruiming snel in beeld te brengen. De berekende opgave voor de huidige situatie komt, ondanks verschil in uitgangspunten, in grote lijnen overeen met de eerste resultaten van de toetsing van Waterschap Limburg.

Hoogteopgave in 2015

Hoogteopgave in 2075

Hoogteopgave keringen Waterschap Limburg op korte en lange termijn zonder verruimende maatregelen (de nummers 90-95 in de kaarten betreffen de nummers van de dijkringen)

In bovenstaande figuur zijn de huidige hoogwateropgave en de toekomstige hoogtewateropgave (2075) gegeven voor de keringen van het waterschap. Deze opgaven zijn bepaald op basis van bestaande dimensies van de keringen en de waterstandsstatistiek voor de korte en lange termijn. Uitgangspunt voor beoordeling is de huidige normering. Indien het pakket met grote maatregelen wordt uitgevoerd wijzigt de resterende opgave voor de officiële keringen zoals hieronder aangegeven. Bovenen onderstaande hoogte-opgaves zijn bepaald met de Rivierentool. Tussen de keringen van het Waterschap en in verbinding met de hoge gronden zijn de huidige opgaves en die voor 2075 bepaald, zoals eerder beschreven. De kaarten met de complete hoogte-opgave (huidige formele keringen van het waterschap en de verbindende keringen) voor Maastricht en Eijsden-

Margraten zijn hieronder gegeven. De keringen rond Borgharen (dijkring 92) en Itteren (dijkring 91) zijn hierbij weggelaten, omdat daar geen sprake is van verbindende keringen. De verbindende keringen zijn aangegeven met een stippellijn en apart genummerd. De overgang van keringen van het Waterschap Limburg naar verbindende keringen is aangegeven met een stersymbool. Voor de huidige situatie wordt de terreinhoogte ter plaatse van de verbindende keringen 3 en 5 hoog genoeg geacht en is voor die verbindende keringen daarom “geen opgave” aangegeven. Voor de toekomst kan de terreinhoogte onvoldoende blijken en een kering nodig zijn om achterliggend gebied te beschermen. Dat is in de kaarten voor het jaar 2075 aangegeven. Dit is voor de toekomst een alternatief voor verlening van de keringen via de trajecten 2 en 4 naar de hoge gronden. Ook de opgave voor de tracés 2 en 4 is in de kaarten voor 2075 opgenomen.

23

Hoogteopgave keringen Waterschap Limburg en verbindende keringen op huidige situatie

24

Hoogteopgave keringen Waterschap Limburg en verbindende keringen zonder rivierverruimende maatregelen in 2075

25

Hoogteopgave keringen Waterschap Limburg en verbindende keringen met rivierverruimende maatregelen in 2075

26

In de afbeelding van de resterende opgave in 2075 na uitvoering van het pakket met grote maatregelen (maximumpakket) is duidelijk te zien dat de opgave voor de officiële keringen van het Waterschap en de verbindende keringen duidelijk minder is dan voor de situatie zonder maatregelen. In Maastricht blijft lokaal nog wel enige opgave over voor de niet formele keringen, maar deze opgave lijkt goed inpasbaar. Voor de formele keringen zijn de kosten bepaald volgens de gangbare methode gebaseerd op de Standaardsystematiek voor kostenramingen in de GWW (SSK-2010) op ca. € 91,2 mln. Dit bedrag is opgenomen in de tabel op blz 62. Daarnaast zijn in het gebied op tal van plaatsen ‘niet formele keringen’ aanwezig. Deze keringen zijn aangeduid op de kaart ‘opgave 2075 zonder maatregelen’(blz 27). Deze keringen zijn over een lengte van ca. 16 km aanwezig. Over een lengte van ruim 9,5 km is voor de situatie ‘opgave 2075 zonder maatregelen’ een hoogteaanpassing noodzakelijk. Voor deze keringen zijn ook indicatief kosten geraamd. De raming sluit op € 10,7 mln. Bij de rivierverruimende maatregelen is per maatregel aangeven wat de vermeden kosten zijn. Deze kosten hebben alleen betrekking op de formele keringen. Voor de ‘niet formele keringen’ zijn geen kosten per maatregel bepaald.

27

28

De figuren van de hoogte-opgave tonen het volgende aan: 1. De hoogte-opgave voor Itteren, Borgharen en Maastricht-west (dijkringen 91, 92 en 93) is klein op de korte termijn. Dit is het gevolg van de uitvoering van de Maaswerken. Na 2050 zal de opgave zonder maatregelen oplopen tot maximaal 60 cm voor dijkring 91. Bijzonderheden over de keringen waterschap: a. Itteren (DR91): SW: 1:300/OGW: 1:300; geen verschil, dus bij afkeuren is direct actie nodig. b. Borgharen (DR92): SW: 1:300/OGW: 1:100 c. Maastricht-West/Bosscherveld (DR93): SW: 1:1000/OGW: 1:300 Dijkring stopt formeel bij Noorderbrug, ten zuiden daarvan liggen ‘hoge’ gronden in beheer bij de gemeente (niet formele waterkering). 2. Aan de oostoever van de Maas in Maastricht (dijkring 90) is er nu al een opgave, tot lokaal 1 meter. De grootste opgaven liggen ten zuiden van de Kennedybrug. Op de langere termijn loopt de opgave op en is ten zuiden van de Kennedybrug over meer dan 3 kilometer meer dan 1 meter. Dit betreft dan zowel formele keringen van het waterschap (ca 3 kilometer) als verbindende keringen/niet formele gemeentelijke keringen. Bijzonderheden over de kering waterschap: a. SW: 1:3000/OGW: 1:1000 3. De relatief korte kering van dijkring 94 op de westoever ten zuiden van de StayOkay heeft op de korte termijn een geringe opgave ten zuiden van de Kennedybrug. Deze opgave loopt op lange termijn (2075) op.

Tussen dijkring 93 en dijkring 94 (Noorderbrug – StayOkay) moeten de kades op langere termijn worden verhoogd met maximaal meer dan 1 m. (de grotere opgaves in de afbeeldingen bij Wilhelminabrug en St. Servaasbrug zijn naar verwachting gevolg van abusievelijk te lage punten in het hoogtemodel op de Maasboulevard). Aan zuidzijde van Jeker is de dijkhoogte van de kering van het waterschap gebruikt. Aan de noordzijde Jeker de dijkhoogte van het noordelijk gelegen punt van de kering van het waterschaplaten komen (via verhang). Bijzonderheden over de kering: a. SW: 1:300/OGW: 1:100 (kering waterschap) b. Laag punt bij Jeker: forse opgave, er ligt al een keersluis in de noordelijke Jeker.

4. Bij Eijsden-Margraten (dijkring 95) is de hoogteopgave op korte termijn enige decimeters. Op langere termijn loopt die opgave op tot 1 meter. Ook zullen de keringen iets verlengd moeten worden naar de niet formele waterkeringen (hoge gronden). Bijzonderheden over de kering: c. SW: 1:300/OGW: 1:100 (kering waterschap) d. Aanwezige muur is nu waarschijnlijk geen kade, maar kan die functie wel krijgen met aanpassing (met handhaving uiterlijk): afweging verruimingsmaatregelen of muur kerend maken? e. Aandacht: de verbindende keringen naar niet formele waterkeringen (hoge gronden) is naar het zuiden getrokken richting de grens met België. De kering zou ook via de Diepstraat kunnen worden doorgetrokken naar niet formele waterkeringen. Dan blijven mogelijk wel enige huizenblokken onbeschermd. Beide trajecten zijn in de kaarten aangegeven. f. De verbindende kering tussen Maastricht en Eijsden-Margraten is een verbinding tussen dijkringen met een verschillende norm. Voor Maastricht (dijkring 90) is de ondergrensnorm 1:1000e per jaar. Voor Eijsden-Margraten is de ondergrensnorm 1:100e per jaar. Door de gekozen methodiek voor de verbindende keringen loopt de benodigde keringhoogte dus van een 1/1000e per jaar norm (bij Maastricht) naar een 1/100e norm bij Eijsden-Margraten.

Hier is op de volgende manier mee omgegaan: > In huidige situatie is er geen opgave niet formele keringen in de gebieden ten noorden en zuiden van de kern Eijsden (gronden zijn hoog genoeg). Wel worden de huidige formele keringen via korte verbindingen doorgezet naar de niet formele keringen (hoge grond). > Voor 2075 moet wel de opgave worden bepaald voor verbindende keringen ten noorden en zuiden van de kern Eijsden. De hoogtes worden bepaald op basis van de 1/300e norm van Eijsden (verloop volgens verhang rivier).

29

30

Dijken versterken en verhogen met ruimtelijke kwaliteit Voor 1995 kende de Maas in Limburg in tegenstelling tot de andere Nederlandse rivieren geen of nauwelijks dijken. In het zuidelijk Maasdal komen sinds 1995 dijken voor in allerlei vormen. Vaak lijken ze niet eens op dijken maar zijn het lage groene keringen, muren en kademuren. Veel van deze waterkeringen moeten worden versterkt en verhoogd met oog op de toekomstige klimaatveranderingen. Limburg staat thans voor de uitdaging om de Maas definitief te bedijken. Het is de kunst om hierbij eigen Maasdaldijken te realiseren die toekomstbestendig zijn en goed passen in en bij de omgeving. De dijken zijn na de hoogwaters van 1993 en 1995 in 1996 versneld en pragmatisch aangelegd op basis van de deltawet Grote Rivieren (DGR Noodwet). Destijds zijn er nauwelijks esthetische eisen gesteld. In het HWBP is momenteel wel aandacht voor inpassing met ruimtelijke kwaliteit. Wanneer de keringen worden versterkt/verhoogd of wanneer ze moeten worden verlengd, zal het waterschap dit doen met oog voor ruimtelijke kwaliteit zoals verwoord in de Visie en Leidende principes voor dijkversterkingen (Waterschap Limburg, okt 2017). Belangrijk daarbij is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de gebiedskenmerken en de lokale kwaliteiten. Elke oplossing is uiteindelijk maatwerk.

In het MIRT onderzoek is een aantal suggesties gedaan voor oplossingen om de diversiteit weer te geven. Er bestaat voor de Noordelijke Maasvallei een handreiking ruimtelijke kwaliteit. Daaruit volgt een typologie van Maasdaldijken. Deze typologie kan iets uitgebreid ook worden toegepast in het zuidelijk Maasdal, zie de afbeelding. In het werkboek zijn meer ontwerpcriteria te vinden voor rivierverruiming en dijkverhoging.

In sommige situaties zet het waterschap flexibele schotten in, zoals nu bijvoorbeeld bij de waterpoort van Wyck. Deze schotten houden een zeker risico in omdat ze sterk van menselijk handelen afhangen. Dit vergroot de faalkans. In het algemeen geldt daarom dat een vergroting van het areaal flexibele keringen niet wordt toegestaan en zo mogelijk wordt gesaneerd. In bijzondere situaties zijn schotten wel mogelijk. Dit geldt ook voor eventuele flexibele, opdrijvende waterkeringen of glazen keringen. Het navolgende ‘schetsboekje’ biedt inspiratie. Vooral de glooiende kering, en de opdrijvende en glazen waterkering zijn positief ontvangen door de stakeholders. Er is ook een nieuwe vondst gedaan: de ‘Kantelkering’. Wellicht iets om verder te verkennen.

Een wild idee: de ‘Kantelkering’, iets tussen een opdrijvende kering en demontabel schot in. Het terras of wegdek wordt bij hoogwater omhoog geklapt.

31

schetsboekje ideeën dijkverhoging 32

Een combinatie van opdrijvend waterkering en glazen waterkering.

De monumentale Waterpoort bij Wyck in Maastricht is een laaggelegen plek in de historische rivierkade. Een dijkverhoging vraagt hier maatwerk om waterveiligheid, cultuurhistorische waarde en ruimtelijke kwaliteit te combineren.

Een combinatie van ophoging van de kade met een trappartij en een opdrijvende waterkering ofwel een keermuur.

33

De Oosterweg ter hoogte van Funvalley en het bedrijventerrein. De ruimtelijke kwaliteit kan worden vergroot door de verkeersfunctie te verleggen, de fietsroute met een nieuwe dijk te combineren en het aanbrengen van beplantingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=2726147e-6b09-4d3a-8859-c5f9744fbbc1