CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage bij antwoorden toezeggingen Dialoogvergaderingen van 26 juni -evaluatie regiovisie

* Raadsvergaderingen 3 juli 2024, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Opening en vaststelling van de agenda8.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie Regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis Zuid-Limburg 2019-2022

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

3

2.

Landelijk programma Geweld Hoort Nergens Thuis

4

3.

Uitvoering regiovisie

5

4.

Resultaten regiovisie

9

4.1

Vragenlijst

10

4.2

Resultaten verdiepende sessies

12

4.3

Algemene punten evaluatie projecten

16

5.

Conclusie

18

Bijlage: Evaluatie projecten

19

2

1. Inleiding Rol gemeente bij aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling De aanpak van huiselijk geweld is een complexe opgave waarin veel partijen een rol hebben. Een effectieve aanpak kan alleen door een gezamenlijke inspanning van burgers, professionals en gemeenten worden bereikt. Gemeenten hebben in deze aanpak de regierol voor wat betreft het sociale domein. Op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) zijn gemeenten verantwoordelijk voor de ketenaanpak op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Naast preventie, zijn gemeenten ook verantwoordelijk voor de bestrijding, de aanpak en nazorg van kindermishandeling op basis van de Jeugdwet. Alle gemeenten hebben dus een eigen taak om geweld in afhankelijkheidsrelaties aan te pakken, onder andere door te zorgen voor de lokale infrastructuur en om preventie, vroeg signalering en laagdrempelige hulp te waarborgen. In het kader van een integrale aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties maken we echter ook afspraken op lokaal, sub-regionaal, regionaal en provinciaal/landelijk niveau. Regiovisie aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling Gemeenten hebben in de WMO de opdracht om iedere vier jaar een regiovisie te ontwikkelen voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling.

Die opdracht is door de Staatssecretaris van VWS geformuleerd in de Kamerbrief ‘Geweld in Afhankelijkheidsrelaties’ van 14 december 2011. De visie moet leiden tot een beter lokaal en regionaal beleid, waarbij alle partijen daarbinnen hun verantwoordelijkheid nemen voor de aanpak van geweld in huiselijke kring. Voor de periode 2014-2018 is de eerste regiovisie voor Zuid-Limburg opgesteld. Deze was voornamelijk gericht op het vormgeven en tot stand komen van Veilig Thuis en een sluitende keten eromheen. Met de regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis Zuid-Limburg 2019 – 2022 (hierna: regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis) is hierin een volgende stap gezet om te komen tot een eenduidige en integrale aanpak van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Evaluatie De regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis is eind 2022 geëindigd. Daarom heeft een evaluatie plaatsgevonden. Voor deze evaluatie hebben we gebruik gemaakt van de input van een groot aantal samenwerkingspartners. Hiervoor hebben wij vragenlijsten verstuurd. Aan de hand van de bevindingen uit deze vragenlijsten zijn we in een aantal verdiepingsgesprekken met diverse samenwerkingspartners in gesprek gegaan. Verder zijn voor deze evaluatie de eindrapportages gebruikt van de projecten die ingezet zijn in het kader van de regiovisie en de thema’s waarop geen projecten zijn ingezet.

Leeswijzer In deze evaluatie zullen we terugblikken op het landelijk programma en de regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis aan de hand van bovengenoemde actielijnen. Daarnaast gaan we aan de hand van deze actielijnen in op de ambities die in de regiovisie zijn opgenomen.

3

2. Landelijk programma Geweld Hoort Nergens Thuis In 2018 startte het Landelijk Programma Geweld Hoort Nergens Thuis met de ambitie om huiselijk geweld en kindermishandeling terug te dringen, de schade ervan te beperken en zo de cirkel van geweld, de overdracht van generatie op generatie, te doorbreken. Met de regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis werd in Zuid-Limburg hierbij aansluiting gezocht. De centrale ambitie in het programma ‘Geweld hoort nergens Thuis’ voor het Rijk, gemeenten en hun partners was: Huiselijk geweld voorkomen of zo vroeg mogelijk signaleren en adequaat reageren. Daardoor het geweld zo snel mogelijk en duurzaam stoppen, schade beperken en herstel bevorderen, zodat nieuwe ontwikkelkansen ontstaan. Deze ambitie is vertaald in een programma met een drietal actielijnen, die ook in de regiovisie als leidraad zijn gehanteerd: 1) Geweld eerder en beter in beeld; daarmee de duur verkorten en erger voorkomen. Zo mogelijk voorkomen dat er geweld ontstaat en zorgen dat iedereen weet wat te doen bij (een vermoeden van) huiselijk geweld en kindermishandeling; 2) Geweld stoppen en duurzaam oplossen; door samenhangende systeemgerichte hulp te bieden en te monitoren voor alle betrokkenen en hun sociale netwerk, gericht op duurzaam herstel van veiligheid; 3) Aandacht voor specifieke doelgroepen.

Daarnaast hadden de regio’s uit het landelijk programma ‘Geweld hoort nergens Thuis’ de opdracht om:  Een bestuurlijk en inhoudelijk netwerk te vormen waarin randvoorwaarden worden gecreëerd voor een multidisciplinaire, systeemgerichte en effectieve aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling;  De inhoudelijke ambities uit het programmaplan te vertalen naar de regio in een projectmatige aanpak;  Een bijdrage te leveren aan het gezamenlijk leren en ontwikkelen en knelpunten te signaleren en vervolgens terug te leggen naar programmateam in opdracht van min. VWS, min. JenV en VNG. In de regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis zijn aan de hand van de actielijnen uit het landelijk programma de beleidsdoelen van de gemeenten in Zuid-Limburg voor de aanpak van huiselijk geweld beschreven. Hierbij is ook ingegaan op de inspanningen die gemeenten op lokaal en (sub)regionaal niveau, samen met ketenpartners, moesten verrichten om deze doelen te bereiken.

4

3. Uitvoering Regiovisie Aanpak De totstandkoming van de regiovisie en de uitvoering daarvan is niet alleen een gemeentelijke aangelegenheid geweest. Hiervoor is samengewerkt met een groot aantal partners over de verschillende domeinen heen. Om deze omvangrijke opgave te vertalen in concrete activiteiten is de regiovisie vertaald in een uitvoeringsagenda die met de medewerking van een groot aantal samenwerkingspartners is opgesteld. Er is een Stuurgroep Geweld Hoort Nergens Thuis Zuid Limburg ingericht. De Regiovisie en uitvoeringsagenda zijn door de Zuid Limburgse gemeenten geaccordeerd. Voor de uitvoeringsagenda zijn in overleg met samenwerkingspartners een aantal prioritaire thema's bepaald, die zijn vervolgens concreet gemaakt in zeven projecten. Deze zeven projecten zijn tot stand gekomen met behulp van landelijke financiële ondersteuning uit de projectenpool. Deze projectenpool maakte onderdeel uit van het landelijk programma Geweld Hoort Nergens Thuis, en was genaamd ‘Van-Denken-Naar-Doen’. De projecten richtten zich onder andere op deskundigheidsbevordering, betere samenwerking tussen de partners op diverse relevante thema’s, met het doel de veiligheid te vergroten. Thema’s die ook een bijdrage hebben geleverd bij het (deels) vervullen van de (deel)ambities uit de regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis.

Naast de voornoemde projecten zijn er allerlei activiteiten verricht die een bijdrage hebben geleverd aan het vervullen van de ambities uit de regiovisie. Hiervan zijn vele voorbeelden te noemen zoals bijvoorbeeld de tentoonstelling: Wij… doorbreken de cirkel, die in meerdere gemeenten in Zuid-Limburg heeft gestaan, maar ook de uitwerking van het beleid van Mensenhandel en Handle with Care. Prioritaire thema’s Voor het opstellen van de Uitvoeringsagenda Programma Geweld Hoort Nergens Thuis is de input van een groot aantal maatschappelijke partners uit het hele netwerk en alle ZuidLimburgse gemeenten meegenomen. Hiervoor zijn bijeenkomsten georganiseerd op regionaal en sub-regionaal niveau. Tijdens deze bijeenkomsten zijn we in gesprek gegaan over de drie actielijnen en landelijke en regionale ontwikkelingen op de onderliggende thema’s. Hiermee hebben we een gezamenlijke basis gelegd voor de prioriteiten in de uitvoeringsagenda. De prioritering zorgde ervoor dat de onderwerpen hoog op de agenda stonden, bijzondere aandacht kregen en dat er op deze onderwerpen specifiek gekeken is naar innovatieve mogelijkheden. Hierbij was ruimte voor lokale initiatieven en/of regionale bundeling.

5

De prioritaire thema’s ingedeeld op de 3 actielijnen uit de regiovisie: Actielijn 1: Eerder en beter in beeld Meldcode 0-100 Meldcode in curriculum beroepsopleidingen Preventie Handle with Care Actielijn 2: Stoppen en duurzaam oplossen Samenwerking bij casuïstiek GIA Verbinden straf en zorgketen MDA++ Actielijn 3: Specifieke doelgroepen Plegeraanpak / Scholing Mensenhandel/Eer gerelateerd geweld/slachtoffers seksueel geweld Ouderenmishandeling Complexe scheidingen Projecten Zoals aangegeven zijn een aantal prioritaire thema’s concreet gemaakt in een zevental projecten. Deze prioriteiten zijn tijdens de loop van de uitvoering steeds geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Een aantal projecten zijn gestart in één sub-regio en vervolgens ook uitgerold in de andere sub-regio en omgekeerd. Waarbij het mogelijk was om per sub-regio verschillende accenten te leggen die tussentijds uitgewisseld kunnen worden. Hierdoor werd maximaal geprofiteerd van schaalgrootte en samenwerking. Een aantal projecten zijn inmiddels afgerond. Een aantal projecten zijn inmiddels vervat in een langdurigere ontwikkeling. De verschillende projecten komen in bijlage 1 aan bod. In onderstaand schema zijn de projecten gekoppeld aan de prioritaire thema’s uit de uitvoeringsagenda van de regiovisie.

6

Actielijn 1: Eerder en beter in beeld Prioriteit uitvoeringsagenda Projecten Meldcode 0-100 Platform GIA Meldcode in curriculum beroepsopleidingen Werkgroep i.s.m. Zuyd Hogeschool / Yuverta Preventie Platform GIA Actielijn 2: Stoppen en duurzaam oplossen Prioriteit uitvoeringsagenda Projecten Samenwerking bij casuïstiek GIA Trainingen visie Samen werken aan Veiligheid / Platform GIA Verbinden straf en zorgketen Netwerk straf en zorg MDA++ Pilot Zuid-Limburg Actielijn 3: Specifieke doelgroepen Prioriteit uitvoeringsagenda Projecten Pleger aanpak / Scholing Project Pleger in Positie (Platform PIP)

Overige thema’s Er is niet enkel aandacht besteed aan de prioritaire thema’s, ook andere thema’s zijn opgepakt zoals: Tentoonstelling Wij… doorbreken de cirkel Online Platform trauma ‘de Drakentemmers’ Mensenhandel/Eer gerelateerd geweld/slachtoffers seksueel geweld Ouderenmishandeling Complexe scheidingen Bovenstaande thema’s hebben een andere invulling gekregen, door bijvoorbeeld hierop losse activiteiten te initiëren. Een aantal thema’s zijn opgepakt door werkgroepen met deelnemers van gemeenten en andere samenwerkingspartners.

Andere resultaten uit de uitvoeringsagenda In 2021 is de Commissie Zorg en Veiligheid Zuid-Limburg gestart. Deze bestaat uit afgevaardigden van Zuid-Limburgse gemeenten, Openbaar Ministerie, de politie, GGD Zuid Limburg, Veilig Thuis en GGZ-instellingen. Het onderwerp Geweld in Afhankelijkheidsrelaties is een van kernthema’s van deze commissie. Met de start van de Commissie Zorg en Veiligheid Zuid-Limburg is de Bestuurlijke Advies Commissie Veilig Thuis eind 2021 opgeheven. Deskundigheidsbevordering bij de aanpak van kindermishandeling is gestimuleerd en voortgezet. Er zijn professionals van diverse organisaties getraind tot Aandachtfunctionaris Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. De tentoonstelling ‘WIJ…doorbreken de cirkel van geweld’ heeft in diverse gemeenten in Zuid-Limburg gestaan. Deze tentoonstelling is gericht op burgers en laat met 30 krachtige portretten van slachtoffers de impact van huiselijk geweld en kindermishandeling zien. Jaarlijks is er in de Week tegen Kindermishandeling op diverse manieren aandacht gevraagd voor kindermishandeling. Zo zijn er in 2022 bannerpennen uitgedeeld in de regio voor zowel professionals als voor vrijwilligers en is er binnen Hogeschool Zuyd in 2022 ex-

7

 

tra aandacht besteed aan bewustwording en kennis op het vlak van de meldcode voor docenten en studenten van diverse opleidingen (verloskunde, kraamzorg, logopedie, vak therapie, psychologie) Er is aandacht geschonken aan het voorkomen van conflictscheidingen, samen met professionals is een plan van aanpak gemaakt. Door de borging in Heerlen en Maastricht en uitrol van Handle with Care (HWC) krijgen alle kinderen in Zuid-Limburg (vanaf schooljaar 2023 / 2024) die thuis huiselijk geweld hebben meegemaakt steun op school. Op het gebied van ouderenmishandeling is er een lokale alliantie opgericht tegen financieel misbruik van ouderen. Daarnaast heeft er een meldcodetour plaatsgevonden om professionals bewust te maken van de risico’s en signalen van ouderenmishandeling. Financiering Maastricht is in het kader van vrouwenopvang en geweld in afhankelijkheidsrelaties centrumgemeente namens de regio Maastricht Heuvelland/Westelijke Mijnstreek en de gemeente Heerlen namens de regio Parkstad. Beide centrumgemeenten ontvangen in dit kader rijksmiddelen in de vorm van een decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang (DU VO), waaruit de regionale inzet van beleid in het kader van geweld in afhankelijkheidsrelaties t.b.v. de gehele regio Zuid-Limburg wordt gefinancierd.

Het uitgangspunt bij de totstandkoming van de regiovisie was dat bij de aanpak en uitrol van de uitvoeringsagenda de bestaande budgetten taakstellend zouden zijn. Hierbij was aangegeven dat de verdere uitrol van de uitvoering afhankelijk zou zijn van de financiële mogelijkheden. Naar aanleiding van onder meer een lobby van de Zuid-Limburgse gemeenten, zijn in 2020 extra middelen aan de DU VO toegevoegd. Regionaal is afgesproken om deze middelen in te zetten voor regionale initiatieven op het gebied van Geweld in Afhankelijkheidsrelaties. Daarnaast is afgesproken dat niet bestede middelen terugvloeien naar de regiogemeenten via Veilig Thuis Zuid-Limburg. De voornoemde extra DU VO-middelen konden derhalve in 2020 (gedeeltelijk), in 2021 en 2022 ingezet worden voor de dekking van initiatieven met het doel om de ambities uit de regiovisie te verwezenlijken.

8

4. Resultaten evaluatie In het kader van de evaluatie van de regiovisie is ervoor gekozen om vragen uit te zetten aan betrokken beleidsmedewerkers en/of middenmanagement van samenwerkingspartners. Ook is gevraagd de vragenlijst te bespreken met de medewerkers uit de uitvoering. Hiervoor is gekozen omdat deze medewerkers het meeste zicht hebben op het programma Geweld Hoort Nergens Thuis en de aanpak. De regiovisie is immers een kader, elke uitvoeringsorganisatie en gemeente kunnen hierbinnen eigen accenten aanbrengen of prioriteiten stellen. Burgers hebben hun inbreng kunnen leveren in de 3e cohortstudie van het longitudinaal onderzoek van het Verweij Jonker instituut naar huiselijk geweld en kindermishandeling. De resultaten van dit onderzoek worden verwacht in de loop van 2023. De vragenlijsten en de resultaten hiervan komen in paragraaf 1 aan bod. Met verdiepende sessies zijn de antwoorden die de respondenten hebben gegeven op de voornoemde vragenlijst besproken en is hierin een gezamenlijk beeld gezocht. Antwoorden in vragenlijsten zijn meestal summier of kort. Door de gegeven antwoorden in een drietal verdiepende sessies te bespreken, is er een beter en completer beeld ontstaan. De evaluatie van de regiovisie vormt namelijk een belangrijk uitgangspunt voor de nieuwe regiovisie GIA voor de periode 2023 – 2026.

De resultaten uit de verdiepende sessies zijn in paragraaf 2 opgenomen. Tenslotte zijn de zeven projecten die tijdens de periode van de regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis zijn opgestart en afgerond ook op zichzelf geëvalueerd. In dit evaluatieverslag gaan we in paragraaf 3 in op de gemeenschappelijke kenmerken die uit deze evaluaties naar voren komen. Een samenvatting van de evaluaties van ieder afzonderlijk project zijn in de bijlage 1 opgenomen.

9

4.1 Vragenlijst Resultaten vragenlijst De voornoemde vragenlijst is naar 70 professionals gestuurd. Het betreft medewerkers van de Zorg en Veiligheidshuizen Zuid-Limburg, gemeenten, Xonar Vrouwenopvang en Hulpverlening, Vrouwenopvang Levanto, Veilig Thuis Zuid-Limburg, Gecertificeerde Instellingen (Bureau Jeugdzorg, William Schrikker Groep), Visie op Jeugd, Ervaringsdeskundige, Politie, Openbaar Ministerie en de Raad voor de kinderbescherming. Daarnaast is de vragenlijst geplaatst op het digitale platform GIA. De vragenlijst is ingevuld door 56 personen. De belangrijkste resultaten in het algemeen zijn: - De uitkomst van de evaluatie toonde aan dat het thema Geweld in afhankelijkheidsrelaties vaak wel bekend is, maar dat er zeker nog meer structurele aandacht nodig is bij de organisaties. Dit geldt ook voor de thema’s en projecten genoemd in de regiovisie. - Alle thema’s in de huidige regiovisie worden belangrijk gevonden, maar de respondenten vonden het moeilijk om een prioritering aan te brengen bij onderwerpen. De belangrijkste resultaten per thema: Actielijn 1: Geweld eerder en breder in beeld Preventie Bij de evaluatie is gevraagd “Wat kan beter?”. Hierbij werd vaak aangegeven dat er meer aandacht zou moeten zijn voor preventie. Actielijn 2: Stoppen en duurzaam oplossen Deskundigheidsbevordering Veel mensen zijn enthousiast over de training samen voor veiligheid.

Uit de evaluatie volgt dat deze training als eerste prioriteit in de nieuwe visie moet terugkomen. Er is veel behoefte aan deskundigheidsbevordering. Dit wordt als een belangrijk onderdeel gezien. Iedereen aangehaakt houden Respondenten geven aan dat het lastig is om iedereen aangehaakt te houden. Redenen die hiervoor worden gegeven zijn te weinig capaciteit, onvoldoende overzicht in projecten, initiatieven en specialisaties binnen het domein overstijgende werkveld van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Men geeft hierbij aan dat het platform GIA hierbij helpend kan zijn. Daarnaast wordt aangegeven dat er op onderdelen nog steeds onvoldoende samenwerking is. En dat er ook nog steeds onvoldoende bewustzijn is van Geweld en afhankelijkheidsrelaties. Daarnaast werd er aangegeven dat er meer gebruik moet worden gemaakt van ervaringsdeskundigheid.

10

Samenwerken (toekomstscenario) We werken veel samen op veel verschillende gebieden. De afgelopen jaren werken we steeds beter samen. Respondenten geven wel aan dat de samenwerking nog beter zou kunnen. Er zou meer verbinding moeten zijn tussen organisaties en er wordt aangegeven dat we gezamenlijk doel missen. Er wordt nu gewerkt vanuit het eigen organisatiedoel, dit zou een gezamenlijk doel moeten zijn. Ervaringsdeskundigheid De inzet van ervaringsdeskundigheid wordt als zeer waardevol gezien. Meermaals wordt aangegeven dat er meer gebruik van gemaakt moet worden. Voorbeelden die hierbij worden genoemd: de inzet van ervaringsdeskundigen voor bewustwording bij de uitvoering, maar ook de inzet van ervaringsdeskundigen voor betrokkenen bij huiselijk geweld (slachtoffers en plegers), bijv. het oprichten van een lotgenotengroep (pleger hulpverlening). Geen woorden maar daden Er werd in dit kader aangegeven dat er meer aandacht moet zijn voor de uitvoering. Het maken van plannen is de eerste stap maar je moet ervoor zorgen dat er ook daadwerkelijk actie wordt ondernomen, door bijvoorbeeld professionals ook de ruimte te geven om de visie en de hierop gebaseerde werkwijzen goed uit te kunnen voeren. Hierbij is het heel belangrijk dat mensen zich betrokken voelen. MDA ++ Uit de evaluatie volgt dat dit project nog onvoldoende resultaat heeft opgeleverd.

Respondenten geven echter wel aan dit project zeer belangrijk is en dat de doorontwikkeling terug zou moeten komen in de volgende regiovisie GIA. Respondenten geven aan dat de doorvertaling naar de praktijk niet voldoende uit de verf gekomen is en dat er te weinig resultaten worden gezien. Wel wordt aangegeven dat MDA++ een goed voorbeeld is van de samenwerking tussen verschillende (domein overstijgende) disciplines. Actielijn 3: Specifieke doelgroep Ouderenmishandeling Er werd door de respondenten aangegeven dat er meer aandacht nodig is voor het thema ouderenmishandeling. Er is hierbij behoefte aan de structurele inbedding van de route naar hulp en expertise. Daarnaast wordt aangegeven dat bewustwording bij dit thema belangrijk is. Ouderenmishandeling is een onderwerp waar nog een taboe op rust, zeker bij ouderen zelf, bijvoorbeeld op het gebied van financieel misbruik van ouderen. De aanpak van financiële uitbuiting van ouderen wordt als belangrijk gezien en moet verder worden uitgebreid en geborgd. Pleger aanpak Respondenten geven aan de pleger aanpak nog onvoldoende van de grond is gekomen. Er is aandacht geweest in de vorm van het project Pleger in Positie, maar dit heeft vervolgens niet geleid dat een structurele en gerichte aanpak, ook ontbreekt op dit vlak aandacht voor pleger hulpverlening. De aanpak van plegers en pleger hulpverlening wordt als belangrijk gezien.

11

4.2 Resultaten verdiepende sessies Naar aanleiding van de vragenlijst zijn de partners uitgenodigd voor een drietal verdiepende sessies. Deze sessies hadden de insteek om de gemene deler uit de antwoorden van de vragenlijsten te bespreken om zo te komen tot een (algemeen) gedeeld beeld. Deze sessies zijn heel waardevol geweest. Ze brachten meer context aan bij de vaak korte antwoorden die bij de vragenlijsten zijn gegeven. Ook werden er soms concrete verbeteracties benoemd die waardevol zijn voor het proces om te komen tot een nieuwe regiovisie GIA voor Zuid-Limburg. Hieronder volgt een overzicht aan de hand van de actielijnen uit de regiovisie van de resultaten van de verschillende sessies. Actielijn 1: Geweld eerder en beter in beeld Resultaten en verbeteracties op het gebied van preventie: - Er is heel veel winst te behalen aan de voorkant door zaken samen te doen. Als voorbeeld wordt hierin genoemd de triagetafel. In de triagetafel wordt door het lokale veld met Veilig Thuis samengewerkt rondom de triage van meldingen huiselijk geweld en kindermishandeling. Hierin is de verbinding met gemeente en het lokale veld verstevigd. - Intergenerationele overdracht is hardnekkig en vergt een lange adem. Er wordt aangegeven dat het belangrijk is om in te zetten op de volgende generaties om de cirkel van geweld te doorbreken. Preventie is een heel breed thema.

Er is behoefte een losse themasessie over dit thema. - Er wordt ook aandacht gevraagd voor het belang van taalgebruik binnen de aanpak GIA. Bijvoorbeeld het verschil in taalgebruik tussen ‘meldcode’ en ‘beschermingscode of hulpcode’. De naam meldcode lijkt namelijk te impliceren dat er altijd een melding gemaakt dient te worden terwijl dat in praktijk lang niet altijd het geval is. Er kan juist ook consultatief overleg plaatsvinden. Door gebruik van toegankelijkere taal zouden mensen eerder de stap kunnen zetten zodat er hulp kan komen voor een gezin. Actielijn 2: Stoppen en duurzaam oplossen Resultaten en verbeteracties op het gebied van deskundigheidsbevordering - Opleiding en training van Visie op Jeugd in het kader van de visie Samen Werken aan Veiligheid wordt als heel belangrijk gezien. Dit zorgt door het multidisciplinair samenstellen van trainingsgroepen voor verbinding met samenwerkingspartners en om dat professionals dezelfde ‘taal’ leren spreken. - Er wordt aangegeven dat er een mooie start is gemaakt met trainingen. Er is nu al een groot bereik. Hierdoor is er een beweging op gang gekomen. In het tijdvak 2021-2022 zijn er 300 professionals getraind. Er wordt de ambitie uitgesproken om hiermee door te gaan de komende 3 jaar zodat ongeveer 1000 professionals getraind zijn om te werken volgens de visie samen voor veiligheid.

12

Iedereen aangehaakt houden - In de verdiepende sessies wordt aangeven dat het belangrijk is om iedereen aangehaakt te houden, niet alleen op beleidsniveau. Professionals in de uitvoering zijn hierbij het belangrijkste. Concreet werd hierbij aangegeven dat er door korte webinars te organiseren je zonder een grote tijdsinvestering een groot bereik kan hebben, om zoveel mogelijk professionals mee te nemen. Ook wordt aangegeven dat het belangrijk is dat professionals een goed overzicht hebben van projecten en (specialistische) meldroutes. Dit speelt binnen het gehele werkveld van Geweld in Afhankelijkheidsrelaties. Samenwerken (ook in het kader van het toekomstscenario kind en gezinsbescherming) - Het belang van samenwerking wordt benadrukt. Samenwerking in de keten is cruciaal om de benodigde informatie breed op te halen om een goed beeld te krijgen van de problematiek. Maar vooral ook op het gebied van afstemming. Het is belangrijk om te weten wie gaat wat doen, zodat de veiligheid geborgd kan worden in alle facetten. In de triagetafel mag meer aandacht worden gegeven op de pleger aanpak. Plegers zijn onderdeel van het gezinssysteem. Waarbij er de nuance ook van belang wordt geacht in het gebruik van de ‘pleger-slachtoffer’ benaming. - Er moet continue aandacht zijn voor verbetering van de aanpak van triagetafels.

Dit moeten lerende netwerken worden die permanent kijken waar de aanpak kan worden verbeterd. - Succes zit in de gezamenlijke aanpak. Samen dezelfde taal spreken en dezelfde richting op gaan is een enorme winst ook in het kader van het toekomstscenario kind en gezinsbescherming. Een ontwikkeling waarmee een groot aantal samenwerkingspartners te maken gaan krijgen. - De samenwerking tussen de gecertificeerde instellingen (GI), de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en het lokale veld kan worden verbeterd. Vanuit GI en de RvdK worden lijnen uitgezet en deze moeten vaker gaan naar het lokale veld. - Het belang van een systeemgerichte aanpak wordt aangegeven als een belangrijke succesfactor. Niet alleen kijken naar het slachtoffer maar ook naar de aanwezige kinderen en de pleger. Waarbij wordt aangegeven dat de pleger ook vaak slachtoffer is geweest. Ook het aanpakken van risicofactoren is hierbij van belang. Dit zorgt vaak voor terugval in de problematiek. Hierbij werden financiële problemen door vrijwel iedere aanwezige onderstreept als een zeer belangrijke risicofactor. De Maastrichtse 50 gezinnenaanpak, waarbij zware schuldenlast wordt verholpen wordt hierbij als positief voorbeeld benoemd. Samenwerkingen met bijvoorbeeld de kredietbank, financiële afdelingen van de gemeente maar ook deurwaarders en energieleveranciers gesprekspartners kunnen een mogelijke oplossing zijn.

Verbeterde positionering van Veilig Thuis (VT) en de GI. De samenwerking met bijvoorbeeld de woningbouw is verbeterd. Waar vroeger meldingen naar een wijkagent gingen als extra schakel wordt er nu toch ook steeds meer direct gemeld bij VT of de GI. - Er wordt aangegeven dat lerende netwerken heel goed werken. Als voorbeeld wordt het netwerk Zorg en Straf genoemd. In dit lerend netwerk zitten beleidsmedewerkers en managers bij elkaar, waarbij er op basis van casuïstiek die afgerond is, wordt gekeken naar de werkende elementen en naar verbeterpunten. De insteek is om enerzijds hiervan te leren en anderzijds om leerpunten om te zetten naar concrete verbeteringen in

13

-

werkprocessen en procedures die werken in de praktijk, want daar is heel veel winst in te behalen. Veiligheid heeft de afgelopen jaren een prominentere plek in de organisaties gekregen. De ontwikkeling rondom samenwerking mét het gezin in plaats van praten over het gezin wordt steeds beter ingevuld. Trainingen zijn ook in dit kader heel belangrijk, want dan spreken we dezelfde taal. Ook is het algemene beeld dat de netwerksamenwerking rondom GIA steeds beter loopt. Het gevoel is wel dat er nog veel te ontwikkelen is, maar er zit ook groei in. Een stap verder zou een gezamenlijke, wellicht netwerk brede, intervisie kunnen zijn met inbreng vanuit verschillende beroepsgroepen. Dit zou helpend zijn in het ontdekken van elkaars werkprocessen.

Ervaringsdeskundigheid Het beeld is dat we hier nog onvoldoende gebruik van maken. Er is wel betrokkenheid geweest van ervaringsdeskundigen bij de tentoonstelling Wij… doorbreken de cirkel van geweld, een bewustwordingscampagne. Daarnaast is ervaringsdeskundigheid ingezet bij de aanpak van Plegers in Positie (Platform PIP), maar er is geen structurele inzet. Structurele inzet zou bijvoorbeeld de inzet van ervaringsdeskundigheid kunnen zijn bij de aanpak MDA++, de multidisciplinaire aanpak met inbreng van diverse specialisaties rondom casuïstiek waarbij er sprake is van structurele onveiligheid. Geen woorden maar daden Tijdens de verdiepingssessies werd aangegeven dat de veranderingen die zijn ingezet ook vergen dat professionals in de uitvoering de ruimte krijgen om ook op deze manier te kunnen werken. Als er geen ruimte wordt gegeven, wordt er vaak teruggegrepen op oude patronen. Dit staat veranderingen in de weg. - Meer begrip voor elkaars werk en procedures is in de samenwerking ook belangrijk. Werkbezoeken bij elkaars organisatie, creëert meer begrip voor do’s en don’ts van organisaties. Dit helpt enorm in de samenwerking. Uiteindelijk hebben we allemaal een gezamenlijk belang: het betreffende gezinssysteem. Ook afspraken maken rondom vaste aandacht functionarissen en contactpersonen is hierin belangrijk.

- Winst is breder te pakken wanneer organisaties van elkaar weten wat ze doen. Het belang om ook jonge/nieuwe vakmensen mee te nemen in de toekomstige manier van werken wordt hier nogmaals onderstreept, hier liggen ook al initiatieven voor in de pijplijn. ‘Werken vanuit de intentie’. Vaak snijden verschillende wetgevingen zich en dan kan er niet goed vanuit de inhoud worden geredeneerd wat er goed en nodig is voor een casus. De aanwezige organisaties hebben gezamenlijk de ambitie uitgesproken om tegen de grenzen van wet- en regelgeving aan te schuren in het kader van ‘doen wat nodig is met wie er nodig is’. Hier ligt ook een rol voor managers om vertrouwen te geven aan creatieve werkwijzen van hun medewerkers.

14

MDA ++ - Met betrekking tot MDA++ wordt aangegeven dat er een verdere doorontwikkeling nodig is. MDA++ wordt wel als belangrijke meerwaarde gezien in de samenwerking tussen organisaties. Beter samenwerken en kijken naar wat er wél kan op het gebied van privacy. - MDA++ van meerwaarde ondanks ontwikkelpunten. Mooi om met zoveel partners naar complexe domeinoverstijgende vraagstukken te kijken. Actielijn 3: Specifieke doelgroep Ouderenmishandeling In het overleg wordt hetgeen bevestigd wat in de vragenlijsten is aangegeven, namelijk dat dit onderwerp meer aandacht moet krijgen in de nieuwe regiovisie op het gebied van bewustwording en op het gebied van de structurele inbedding van de route naar hulp en expertise. Pleger aanpak - Er is behoefte aan een verbetering van laagdrempelig pleger aanbod met kortere wachttijden. - Deskundigheidsbevordering, zorgen dat meer mensen de brede blik op het gehele systeem aanwezig is. Toepassen, vaak wordt er met name gericht op het hulp bieden aan slachtoffers. Hulpverlening aan plegers en gesprekken met plegers moet meer onderdeel worden van de aanpak van GIA. - Maatwerk, elke situatie is uniek.

15

4.3 Algemene punten evaluatie projecten Tijdens de looptijd van de regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis zijn er met behulp van landelijke subsidie een aantal projecten gestart. Deze projecten waren gekoppeld aan de prioritaire thema’s uit de regiovisie en moesten voor een versnelling zorgen voor het bereiken van de ambities op de betreffende thema’s. Dit zouden veelal kortdurende projecten zijn met een looptijd van 1 jaar. Door de COVID-pandemie en de beperkende maatregelen hiervan, heeft een aantal maal uitbreiding plaatsgevonden van de looptijd van de projecten. Inmiddels zijn alle projecten afgerond en heeft er een evaluatie plaatsgevonden van elk afzonderlijk project. Deze hoofdlijnen van de evaluaties zijn opgenomen in bijlage 1 van dit document. In dit evaluatieverslag beperken we ons tot de algemene punten die naar voren kwamen uit deze evaluaties. Werken op basis van een gezamenlijke visie De noodzaak voor een duurzame aanpak op regionaal vlak is voor iedereen helder. Huiselijk geweld is in Zuid-Limburg op grote schaal aanwezig. Meermaals wordt aangegeven dat het belangrijk is om blijvend te investeren in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hierbij is het van belang om vanuit een gelijke visie en grondhouding te werken; dat zorgt voor verbinding in de keten.

Daarnaast moet er blijvend gewerkt worden aan verbeteringen in de praktijk vanuit de praktijk. Het wordt voorts als een positieve ontwikkeling gezien als er een gedeelde verantwoordelijkheid gevoeld en gezien wordt in de aanpak van huiselijk geweld in Zuid-Limburg. Het wordt van groot belang gezien dat bestuurders van organisaties deze gedeelde verantwoordelijkheid benoemen en ook daarnaar handelen door bijvoorbeeld professionals voldoende te faciliteren. Dit geeft professionals een stevige basis om samen te werken aan problematiek die alleen gezamenlijk opgelost kan worden en de verantwoordelijkheid te nemen die hiervoor nodig is. Mogelijk kunnen hiervoor kansen worden benut ten aanzien van de ontwikkeling en implementatie van het programma toekomstscenario kind en gezinsbescherming. Samenwerken Er wordt aangegeven dat er op organisatieniveau aandacht en ruimte moet worden gegeven voor het samenwerken over de eigen organisatie grenzen heen. In de afgelopen jaren is er meer draagvlak ontstaan voor de overtuiging dat casuïstiek in het kader van geweld in afhankelijkheidsrelaties niet alleen door één enkele organisatie kan worden opgelost en dat hierbij samenwerking over organisatiegrenzen heen nodig is. Dit zorgt ook voor het verbreden van de kennis van professionals en inzicht in elkaars werk.

Dit is dus niet alleen in het belang van onze cliënten maar ook in het belang van de organisatie. Het verrijkt het handelingskader en de kennis van onze professionals. Ook in de projectevaluaties wordt aangegeven dat overzicht en verbinding met het netwerk van groot belang is. Er is een behoefte aan duidelijke op-af (bij-)schalingsmodellen en afspraken o.a. met het MDA++ netwerk, netwerk zorg en straf, raad voor de kinderbescherming, veilig thuis, Zorg -en Veiligheidshuizen, GI en lokale veld. Er zijn veel initiatieven met eigen specialisaties en expertises. Dit moet inzichtelijker zijn en meer één geheel worden. Een grondige analyse van huidige inrichting van het GIA Landschap in Zuid-Limburg is

16

nodig waarbij aandacht moet zijn voor de overlegstructuur (nut en noodzaak). Waarbij het van belang is om een goede triage te doen aan de voorkant. Daarnaast wordt zo mogelijk ook zichtbaar waar er verbetering van het hulpaanbod binnen GIA mogelijk is. Dit draagt allemaal bij aan het verhogen van de effectiviteit en de kwaliteit van samenwerking. Tenslotte wordt ook in een aantal projectevaluaties het belang aangegeven van de inzet en de structurele borging van het gebruik van ervaringsdeskundigheid. Deskundigheid en professionalisering Er wordt in de evaluatie aangegeven dat het belangrijk is om professionals werkzaam in het lokale veld blijvend te versterken op het gebied van de aanpak en het voeren van gesprekken in het kader van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hierbij wordt aangegeven dat het wenselijk is om de training samen voor veiligheid te continueren. Hierbij wordt de ambitie genoemd om eind 2024 ongeveer 1000 professionals getraind te hebben. De integrale intervisie wordt daarbij als stimulerend en waardevol ervaren. Verder wordt aangegeven dat het van belang is om de training door te ontwikkelen en ook de inzet van workshops te continueren. De werkwijze van samen voor veiligheid zou verder zou verder geborgd kunnen worden op zowel bestuurlijk, management-, beleid als uitvoeringsniveau.

Ook een verdere verdieping richting volwassen GGZ en medisch domein zou een mogelijkheid kunnen zijn bij de verdere ontwikkeling van samen voor veiligheid. Voor de verdere borging van de werkwijze zouden meer terugkom/ herhaal en opfrisdagen ingezet kunnen worden. Tenslotte wordt het investeren in het vergroten van de kennis en de deskundigheid rondom Geweld in Afhankelijkheidsrelaties binnen het onderwijs (PO, VO en BO) voor zowel docenten, ouders én leerlingen van belang gezien. Dit zou langdurig ingezet moeten worden. Uniformiteit in taal en communicatie De gezamenlijke werkwijze op grond van de visie samen werken aan veiligheid en het gebruik van het Veiligheidsplan (12 stappenplan) als onderdeel van het 1 gezin, 1 plan, 1 regisseur (1g1p1r) moet verder geïmplementeerd worden binnen het netwerk. Een uniforme werkwijze zorgt voor betere communicatie, betere communicatie en het spreken van 1 taal. Daarnaast wordt er aandacht gevraagd voor het gebruik van uniform begrijpelijke taal en communicatie voor zowel professionals als burgers. Daarnaast komt ook uit de evaluaties van verschillende projecten naar voren dat een duidelijke op- en af(bij)schalingsmethode ontbreekt in het kader van Geweld In Afhankelijkheidsrelaties.

Er is tenslotte behoefte aan het beschrijven van duidelijke regierollen en verantwoordelijkheden als het gaat om GIA die binnen gehele regio uniform worden gehanteerd. Hulpverlening In de aanpak van huiselijk geweld is ook het aanbod laagdrempelige hulp zonder wachttijden van belang. Ook het realiseren van een lotgenotengroep wordt sterk aanbevolen. Ook in dit kader wordt aangegeven dat het werken met ervaringsdeskundigen een belangrijke plaats moet krijgen.

17

5. Conclusie Geweld in afhankelijkheidsrelaties is helaas nog steeds het grootste geweldsprobleem. We hebben in de afgelopen periode wel grote stappen gemaakt. Er wordt veel beter samengewerkt op dit gebied, bijvoorbeeld tussen gemeenten en Veilig Thuis. We slagen er ook steeds beter in om de benodigde hulp te bieden. Maar, er zijn ook nog steeds volwassenen en kinderen die geen of nog niet de meest passende hulp krijgen. We zijn nog lang niet klaar, het implementeren, bestendigen en het duurzaam borgen van de resultaten van deze regiovisie blijven onverminderd belangrijk. De centrale ambitie uit de regiovisie Geweld Hoort Nergens Thuis was: huiselijk geweld voorkomen of zo vroeg mogelijk signaleren en adequaat reageren. Daardoor het geweld zo snel mogelijk en duurzaam stoppen, schade beperken en herstel bevorderen, zodat nieuwe ontwikkelkansen ontstaan. Terugkijkend op deze ambitie kunnen we concluderen dat we in de afgelopen periode in Zuid-Limburg veel vooruitgang hebben geboekt. Deze positieve resultaten moeten worden geborgd. Uit de evaluatie blijkt echter ook dat er nog doorontwikkeling noodzakelijk is op een aantal thema’s. Ten aanzien van actielijn 1: eerder en beter in beeld Intergenerationele overdracht is hardnekkig en vergt een lange adem.

Het is belangrijk om in te zetten op de volgende generaties om de cirkel van geweld te doorbreken, preventie is hierbij heel belangrijk. Dit zou blijvende aandacht verdienen, bijvoorbeeld in de vorm van bewustwordingscampagnes voor burgers en in de vorm van vroegtijdige signalering van trauma’s, financiële- en verslavingsproblematiek. Ten aanzien van actielijn 2: Stoppen en duurzaam oplossen Om de problematiek goed aan te pakken is blijvende aandacht voor deskundigheidsbevordering en inzet van ervaringsdeskundigheid noodzakelijk. Samenwerking in het netwerk is daarbij cruciaal om een goed beeld te krijgen van de problematiek, maar vooral ook op het gebied van afstemming. Op het gebied van casuïstiek is het belangrijk om systeemgericht te werken ook in het kader van de ontwikkeling van het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Hierbij is het belangrijk om dezelfde taal te spreken in actie te blijven (niet alleen woorden), te leren van elkaar en iedereen aangehaakt te houden. Tenslotte kwam uit de evaluatie naar voren dat de aanpak van MDA++ (casuïstiek waarbij sprake is van structurele onveiligheid) verder doorontwikkeld moet worden.

Ten aanzien van actielijn 3: Specifieke doelgroepen Uit de evaluatie komt duidelijk naar voren dat ouderenmishandeling meer aandacht moet krijgen in de nieuwe regiovisie, op het gebied van bewustwording en op het gebied van de structurele inbedding van de route naar hulp en expertise. Daarnaast is er behoefte aan een verbetering van laagdrempelig aanbod van pleger hulpverlening met kortere wachttijden. Deze opbrengsten vormen een stevig fundament op basis waarop de nieuwe regiovisie verder voort kan bouwen. De ambities kunnen niet groot genoeg zijn om geweld aan te pakken!

18

Bijlage: Evaluatie Projecten Project Samen voor Veiligheid Omschrijving Het doel is samenwerken met zowel de huishoudens/gezinnen als binnen het netwerk in een gezamenlijk plan vanuit een gedeelde grondhouding door: 1. Het gezamenlijk opstellen van een veiligheidsplan 2. Inzetten op de risicofactoren 3. Werken aan herstel Om dit te bereiken is een training op maat gemaakt, om vanuit theorie, praktijk, grondhouding en een 12-stappenplan aan de slag te gaan. In 2021 zijn er tijdens de pilot fase ongeveer 80 professionals uit verschillende organisaties in gemengde groepen getraind en hebben gekoppelde intervisiemomenten plaatsgevonden. Resultaten De training is ontwikkeld. In het kader van de ontwikkeling van de training zijn 80 professionals getraind in de pilot fase. Inmiddels is uitrol van de training in Zuid-Limburg gestart en zijn er ongeveer 300 professionals getraind in de visie Samenwerken voor Veiligheid. Aanbevelingen Veel deelnemers van de training geven aan behoefte te hebben aan een terugkomdag/herhaaldag van de training. Ook deze zal in 2023 gepland worden voor de deelnemers, naast de intervisiebijeenkomsten. Met de Raad voor de Kinderbescherming wordt gezocht naar een manier waarop het Veiligheidsplan dat voortkomt uit het 12-stappenplan een prominente rol kan krijgen, zonder dat het een ‘verplichting’ wordt, maar echt ingezet wordt vanuit grondhouding.

Taal en communicatie krijgen naast grondhouding ook een steeds prominentere rol: de taal waarin professionals schrijven/communiceren, is vaak niet de taal van de gezinnen. Ook hierin is de uitdaging om verbinding te zoeken. Dan de verbinding met allerlei netwerken en samenwerkingen: MDA++, Netwerk Zorg en Straf, de aanpak van de Zorg- en Veiligheidshuizen, de Beschermingstafels van de Raad voor de Kinderbescherming, etc. We investeren in vanuit een gelijke visie en grondhouding werken: dat zorgt voor verbinding in de keten. Als laatste: de nieuwe Regiovisie Aanpak GIA. De regionale projectleiders treffen momenteel de voorbereiding voor een nieuwe Regiovisie Aanpak GIA. Uit een inventarisatie onder de verschillende betrokken organisatie wordt duidelijk dat Samen voor Veiligheid moet terugkomen in de nieuwe visie. Dit draagt bij aan de borging op langere termijn en zorgt voor blijvende commitment van de betrokken organisaties. Borging Na de pilot in Parkstad zijn de andere regio’s in Zuid-Limburg aangehaakt en in maart 2022 zijn de trainingen voor alle regio’s gestart. In 2022 zijn er ongeveer 300 professionals in totaal getraind. Ook hebben er verschillende intervisies plaatsgevonden met de deelnemers. De komende 2 jaar blijven we investeren in Samen voor Veiligheid en het streven is om eind 2024 ongeveer 1000 professionals getraind te hebben.

Ook de training is voortdurend in ontwikkeling. Naast de training zijn er de workshops. In 2023 worden deze onder andere gepland voor de jeugdgezondheidszorg in Zuid-Limburg en diverse scholenkoepels. Er is verbinding gelegd met de volwassen GGZ, deze zal verder uitgediept worden. Het medisch domein raakt steeds meer verbonden, de inzichten in ACE’s zijn hier een belangrijke basis voor.

19

Ook wordt er blijvend samen met de betrokken organisaties gesproken en nagedacht over de implementatie en borging van Samen voor Veiligheid in de organisatie en in samenwerking met het netwerk middels netwerkoverleggen en sparsessies met betrokken uitvoerders, managers en beleidsmedewerkers. Ook deze sessies krijgen volgend jaar weer een vervolg.

Project Alleen ga je sneller, samen kom je verder Omschrijving Met het project Samen kom je verder werken diverse ketenpartners (Netwerk Zorg & Straf) samen om te zorgen voor een goedlopende, vroegtijdige samenwerking in het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling. Insteek daarbij is dat we dat het beste kunnen doen door vanuit praktijkervaringen te blijven leren over wat het beste werkt in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het streven naar een betere verbinding tussen de regionaal werkende instellingen in het Regionaal Netwerk Zorg-Straf en het lokale veld. De inzet op de Visie Gefaseerd Samenwerken aan Veiligheid is daarbij leidend. Bouwstenen aandragen zodat professionals kunnen blijven leren en steeds hun werk kunnen blijven verbeteren en kunnen aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Dit is op een pragmatische wijze vormgegeven door middel van 20 voorgesprekken in 2020 om in 2021 tot een werkplan te kunnen komen welke tot 5 deelprojecten leidde. Resultaten Diverse ketenpartners (o.a. politie, Openbaar Ministerie, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming) werken samen om te zorgen voor een goedlopende, vroegtijdige samenwerking in het tegengaan van huiselijk geweld en kindermishandeling. Aanbevelingen + Borging - Werk aan verbeteringen in de praktijk vanuit de praktijk.

Door aan de hand van casusreviews (RNZS), communicatie (Wij doorbreken de cirkel) of met trainingen (Samen werken aan veiligheid) te blijven werken met input vanuit de praktijk, kan je blijven verbeteren. In de training Samen werken aan veiligheid, de intervisiesessies die daarbij horen en in de verdiepende training over regie en samenwerken (in voorbereiding). De lerend netwerkaanpak van het RNZS wordt uitgebreid in ZonMw-projecten van de Commissie Zorg en Veiligheid in Zuid-Limburg en in Noord- en Midden-Limburg (aangevraagd). Ervaringsdeskundigheid staat als thema op de agenda van de Commissie Zorg en Veiligheid in Zuid-Limburg en in Noord- en Midden-Limburg. Er liggen kansen in de ontwikkeling en implementatie van het Toekomstscenario jeugd- en gezinsbescherming.

20

Project Pleger in positie (PIP) Omschrijving Pleger aanpak Zuid-Limburg (ook genaamd PIP = Pleger in Positie). Gericht op deskundigheidsbevordering bij pleger hulpverlening. Dit project is in 2019 gestart met als doel medewerkers van het Lokale veld in Zuid-Limburg te ondersteunen bij het vergroten van hun kennis en kunde als het gaat om de pleger aanpak bij Huiselijk Geweld & Kindermishandeling én om een kennisnetwerk over dit onderwerp te creëren. Resultaten Platform PIP is eind 2020 online gegaan. Het platform heeft trainingen geboden aan medewerkers binnen het lokale veld gericht op de Pleger In Positie; Motiverende gesprekstechnieken, Regie houden, Meldcode en het conflict der plichten, De kleur van je bril. In de afgelopen 2 jaar is er meer draagvlak ontstaan voor het gedachtegoed dat vermenging van professionals (van kennis, expertise, van elkaar) en daarmee het verrijken van het eigen handelingskader mogelijkheden en voordelen biedt voor de praktijk in het werken met plegers van huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Aanbevelingen + Borging Continuering van trainingen zoals deze in 2021 zijn aangeboden. Bekijken van de mogelijkheden om te starten met casuïstiekoverleg en supervisie. Aansluiting en samenwerking zoeken met het project “Samen voor Veiligheid” zou hierin wenselijk zijn om dubbelen te voorkomen.

Starten/oprichten van de lotgenotengroep is een sterke aanbeveling vanuit PiP. Pleger aanpak behelst ook het aanbieden van een plek waar plegers laagdrempelig en zonder wachttijden terecht kunnen met hun problematiek. Een lotgenotengroep zou hierin kunnen voorzien. Samenwerking met ervaringsdeskundigen zal hierin een belangrijke plaats moeten krijgen. Op organisatieniveau kan aandacht gevraagd worden voor het samenwerken over de eigen organisatiegrenzen heen. Het zou een positieve ontwikkeling zijn wanneer er een gedeelde verantwoordelijkheid gevoeld en gezien wordt in de aanpak van huiselijk geweld in Zuid-Limburg. Het is van groot belang dat bestuurders van organisaties daar een eerste aanzet toe geven om de basis te leggen voor de medewerkers van deze organisaties. Huiselijk geweld is in Zuid-Limburg op grote schaal aanwezig. Alleen al in de regio Parkstad was een duidelijke toename van huisverboden zichtbaar. De noodzaak voor een duurzame aanpak op regionaal vlak is voor iedereen helder. Verder is het noodzakelijk om binnen organisaties aandacht te blijven hebben voor inzet van meer dan één professional in huiselijk geweld casuïstiek (waar dat mogelijk is). Het blijkt niet vanzelfsprekend dat elke medewerker affiniteit heeft met zowel plegers als slachtoffers. Wij zijn ons ervan bewust dat dit een behoorlijk forse investering is.

Meervoudige partijdigheid is vaak genoemd als aandachtspunt.

21

Project MDA++ Omschrijving MDA ++ staat voor Multi Disciplinaire Aanpak++. Gericht op het verbeteren van veiligheid/ doorbreken van structurele onveiligheid bij zeer complexe casuïstiek. Resultaten Er is een netwerk gecreëerd van ruim 30 partijen die actief zijn in het veiligheidsdomein, in het zorgdomein en in het gemeentelijke domein. Deze partners zijn maandelijks aanspreekbaar op het bespreken van casuïstiek. De casuïstiek wordt anoniem besproken. Dit leidt tot een open blik, creatieve oplossingen en nieuwe inzichten. Aanbevelingen + Borging Als MDA++ tafel heeft plaatsgevonden en advies is gegeven; Werken aan veiligheidsplan Samen voor Veiligheid (1G1P1R) nadruk op uniforme werkwijze. Maak analyse van huidige inrichting GIA Landschap, o Zijn alle overleggen nodig? Zorg voor goede triage aan voorkant, kan er kwalitatieve verbetering worden doorgevoerd op aanbod hulp binnen GIA Binnen ZVHH meerdere aandacht functionarissen aanstellen voor thema MDA++, wetende dat monitoring steeds intensievere afhandeling wordt binnen de methodiek. MDA borgen in de GIA gelden voor bepaald percentage per jaar op basis van aantallen en verspreiden over de verschillende deelregio’s.

Versterk de hulpverleners in het voorliggende veld op gebied van omgaan met geweld, spreken over: geweld met betrokken systeem, maken van een gezamenlijk veiligheidsplan, duidelijke opafschalingsmodellen, duidelijke regierollen en verantwoordelijkheden als het gaat om GIA, implementeer over de gehele regio samen voor veiligheid, creëer eenduidig veiligheidsplan waar hele regio mee werkt (uniform/ zelfde taal) In kader van uniform werken, regio breed workshop + training samen voor veiligheid inzetten (medisch/zorg en veiligheidsdomein) Duidelijke dossiervorming bij partners/ overdraagbare dossiers. Zorg voor raadpleegbaar systeem waar interventies, hulpverlening, status en regie wordt bijgehouden door alle verantwoordelijke partners. o Zorg voor duidelijke op-afschalingsmethodiek waarbij sprake is van geweld (GIA) o Ga met regio in gesprek wat is regie en wie heeft dit op welk moment. Rol uit in regio en maak gebruik van dezelfde afspraken. Aanmeldingen tenminste voor periode van 2 jaar blijven monitoren (eens in 3 maanden). Resultaten beschrijven en analyseren op vervolg. Uniforme wijze van opstellen en hanteren veiligheidsplannen (overdraagbaar) Expliciet met gezinsamen opstellen- zij zijn eigenaar/ aansluiting met systeem. Duidelijk het hulpverlenersnetwerk in kaart brengen. Niet alle hulpverleners kunnen tegelijk aan het werk. Vergroot netwerk MDA++.

Zorg voor adequate opleiding, ga met Hoge school Zuyd in gesprek over curriculum, de competenties.

22

Yuverta Omschrijving Project Binnen Yuverta (Heerlense school) is aandacht gegeven aan het thema huiselijk geweld en kindermishandeling gericht op docenten, ouders en leerlingen. In 2021 hebben alle docenten een e-learning meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling gevolgd en een aantal docenten hebben een verdiepende training van de meldcode gevolgd. Daarnaast is er aandacht geboden aan diverse samenhangende onderwerpen als cyber pesten & helse liefde. Resultaten De samenwerking met de externe partijen is verbeterd en men heeft meer contact op deze aandachtsgebieden. Er zijn aandacht functionarissen op school aangesteld voor deze aandachtsgebieden. Aanbevelingen/ borging project Behouden, blijvend opfrissen en uitrollen van trainingen en voorlichting op het thema Geweld in Afhankelijkheid binnen het onderwijs Blijf investeren op dit thema in docenten, ouders én leerlingen Het aanstellen van aandacht functionarissen (heraanstellen) binnen scholen als aanspreekpunt voor interne en externe partijen. Borging Door een eenvoudig curriculum samen te stellen met de hiervoor aangewezen partijen, gericht op de verschillende doelgroepen (ouders/ verzorgers, studenten en docenten), zou dit op iedere school (voortgezet onderwijs of middelbaar) kunnen worden toegepast.

Project Beroepsopleidingen Omschrijving project Deskundigheidsbevordering binnen de beroepsopleidingen in samenwerking met Zuyd Hoge School. Resultaten Het thema krijgt structureel aandacht binnen alle opleidingen van Zuyd Hogeschool; curricula en scholing van docenten. Door het College van Bestuur van de Zuyd Hoge School is besloten dat het thema structureel aandacht krijgt binnen alle opleidingen van de Zuyd Hoge School. Dit betekent dat het thema wordt opgenomen in de curricula van de studenten, er scholing komt van docenten en routes worden verkend voor het doen van onderzoek. Borging De ultieme meerwaarde van het project is het besluit van het College van Bestuur van de Zuyd Hoge School. Door de inzet van de activiteiten (met budget vanuit de projectenpool) hebben we nadrukkelijker de aandacht op het thema weten te krijgen waardoor het College van Bestuur van de Zuyd Hoge School onlangs besloten heeft om structureel aandacht te geven aan het thema: - in de curricula van studenten; - bij de scholing van docenten; - het starten van een (promotie)onderzoek.

23

Het kennisplatform GIA Zuid-Limburg/ platform GIA Omschrijving project Het project kennis- en opleidingsplatform Geweld in Afhankelijkheidsrelaties Zuid-Limburg is opgezet voor het vervullen van doelen, behorend bij de prioritaire thema’s preventie, meldcode en samenwerking. De doelen zijn: • Het ontsluiten van actuele informatie over alle vormen van GIA; • Het verhogen van de kwaliteit van meldingen en adviesvragen bij Veilig Thuis; • Het overzichtelijk aanbieden van opleidingen en trainingen. Om ervoor te zorgen dat het kennisplatform zó werd ingericht dat het aansluit bij de wensen en behoeften van professionals in Zuid-Limburg zijn professionals geïnterviewd en is een inspiratiesessie georganiseerd waarbij de deelnemers input konden leveren. Ook is er een klankbordgroep geformeerd die bestond uit professionals uit verschillende domeinen/organisaties. Samenwerkingspartners voor het kennisplatform zijn onder andere het OM, alle gemeenten en hun sociale teams in Zuid-Limburg, welzijnspartners, onderwijs, het Zorg en Veiligheidshuis Maastricht en Veilig Thuis. Uit de input die is opgehaald, bleek dat professionals uit het werkveld: • Behoefte hebben aan korte lijnen; • Basisinformatie vaak moeilijk kunnen vinden; • Behoefte hebben aan een overzichtelijk netwerk van experts voor vragen en dilemma’s.

Op basis van een hieraan gekoppeld programma van eisen is gekozen voor www.1sociaaldomein.nl als drager voor het kennisplatform. Op www.1sociaaldomein.nl is een regiochannel GIA Zuid-Limburg gemaakt. Inmiddels zijn hier ca. 150 professionals uit diverse domeinen op aangehaakt. Resultaten: Kennisplatform GIA is in juni 2022 live gegaan met als doel verbinding tussen professionals te faciliteren en samenwerking en kennisoverdracht te stimuleren op 1 centrale plek. Aanbevelingen Aanbevelingen die op basis van de evaluatie van dit project zijn gedaan: Nieuwe klankbordgroep. Het kennisplatform is in een nieuwe fase beland, dit vereist een andere samenstelling van de klankbordgroep. De leden van de klankbordgroep moeten hierbij vooral ambassadeur zijn en zelf actief gebruik maken van het platform; Structurele aandacht. Het kennisplatform moet blijvend onder de aandacht worden gebracht bij alle partijen m.b.t. doel en mogelijkheden van het kennisplatform. Inzetten op videosessies. Videosessies hebben voordelen als het verspreiden van informatie, het aantrekken van nieuwe deelnemers en het aanmoedigen van interactiviteit. Daarnaast zijn videosessies achteraf ook nog te bekijken. Deelgroepen. Het kennisplatform geeft de mogelijkheid om aparte groepen aan te maken. Voordeel van een dergelijke groep is dat daar altijd de meest actuele informatie te vinden is voor iedereen.

Leden kunnen binnen deze groep met elkaar communiceren en afstemmen. De ervaring bij andere channels is dat deze subgroepen door de concretere afbakening verkeer genereren waar het hele channel van profiteert. Rol Veilig Thuis. Op dit moment speelt Veilig Thuis nog geen grote rol in het kennisplatform. Dat is, gezien het onderwerp en het doel van het kennisplatform, een gemiste kans. De aanbeveling is om te investeren in het contact met Veilig Thuis en hen nauwer te betrekken bij het kennisplatform. Denk aan: Zorg voor verkeer op het platform GIA (vragen, polls, delen dilemma’s, organiseren webinars). Dit moet in het begin worden begeleid. Channelbeheerder van het kennisplatform

24

-

Toepassing op grotere schaal is niet verstandig omdat een grotere schaal leidt tot meer afstand tussen onderwerp en deelnemers. Wat weer leidt tot minder gebruik. Couleur locale is daarbij van groot belang.

eelnemers: Mensen werken vanuit hun eigen doel terwijl er een gezamenlijk doel moet zijn.

Er zou nog meer verbinding tussen professionals moeten zijn

25

.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=32debdba-c77c-4ee4-bb50-272ee9b7c31d