Antwoord vraag voorbereidende raadsvergadering 17 mei 2022.docx
Tekst van het document
Antwoord vraag voorbereidende raadsvergadering 17 mei 2022 Reactie naar aanleiding van vraag mw. Koene tijdens commissie vergadering d.d. 17 mei 2022: Vooropgesteld wordt dat het voorliggende bestemmingsplan, voor zover het betreft agrarische activiteiten, geen wijzigingen aanbrengt ten opzichte van het bestemmingsplan zoals uw raad dat op 26 mei 2020 heeft vastgesteld. Niet qua diersoorten, dieraantallen, of andere (ondergeschikte) agrarische activiteiten. Verder dient een aantal wettelijke regelingen te worden onderscheiden: • Het bestemmingsplan: heeft betrekking op de ruimtelijke ordening • De Wabo/Wet milieubeheer: heeft betrekking op bescherming van het milieu c.q. het in werking hebben van een milieu-inrichting • De Wet natuurbescherming: heeft betrekking op bescherming van de natuur Deze wettelijke regelingen kennen elk hun eigen onderwerpen. Zo regelt het bestemmingsplan de verhouding tussen de hoofd- en nevenactiviteiten in het kader van de ruimtelijke ordening. De Wet milieubeheer stelt onder meer (technische) regels over het voeren van een milieu-inrichting. De Wet natuurbescherming bevat onder meer voorschriften over het voorkomen van negatieve effecten op de natuur (denk bijvoorbeeld aan stikstof-depositie). Zaken die in de Wet milieubeheer of de Wet natuurbescherming worden geregeld, mogen niet in het bestemmingsplan worden opgenomen.
Zo is het dus dat het bestemmingsplan geen concrete voorschriften bevat over het maximaal aantal dieren. Dat wordt in de milieuvergunning (indien van toepassing) of de Wet natuurbescherming-vergunning geregeld. Het aantal dieren is dan ook geen aspect van ruimtelijke ordening, maar wel een aspect van milieu/natuur. Specifiek t.a.v. De Mescherhei: Voorafgaand aan het vaststellen van het bestemmingsplan door uw raad in 2020, mocht De Mescherhei 120 dieren houden: 55 zoogkoeien, 35 vrouwelijk jongvee, 15 vleeskalveren en 15 fokstieren. Dit op basis van een melding op grond van het Besluit melkrundveehouderijen (Wet milieubeheer). In de praktijk werd dat aantal dieren al jaren niet meer gehouden: het aantal betrof rond 2019 ongeveer 70 dieren, en werd verder afgebouwd. Dat deed echter niet af aan het recht om 120 dieren te houden (deze rechten hebben bijvoorbeeld gevolgen voor de uitstoot van fosfaat, ammoniak, geur, stikstof etc.). Het aantal dieren dat werd gehouden was toen al zo gering dat een Wet milieubeheervergunning (tegenwoordig: omgevingsvergunning voor de activiteit milieu) niet was/is vereist. Een melding was voldoende. Om De Mescherhei te kunnen uitbreiden c.q. de 40 kampeerplekken planologisch vast te leggen had initiatiefnemer aldus twee toestemmingen nodig: een Wet natuurbescherming-vergunning en een bestemmingsplanherziening.
In het kader van de benodigde Wet natuurbescherming-vergunning heeft initiatiefnemer destijds aangeboden om afstand te doen van het recht om 35 stuks rundvee te houden, ten einde de ammoniakemissie en de geuremissie van het bedrijf (althans de ruimte waar het bedrijf recht op had) te verminderen. Op 8 oktober 2020 heeft de provincie aan De Mescherhei een Wet natuurbescherming-vergunning verleend. Deze vergunning heeft betrekking op de dieraantallen en stalsystemen en is vereist omdat het houden van dieren negatieve gevolgen kan hebben voor nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Op grond van deze vergunning mag De Mescherhei maximaal 109 dieren houden: 55 zoogkoeien, 35 vrouwelijk jongvee, 10 vleeskalveren, 5 fokstieren en 4 paarden. De provincie heeft dus ingestemd met deze aantallen. In het kader van de bestemmingsplanherziening in 2020 was het belangrijk om de omkering van de ‘hoofdfunctie’ van agrarisch naar recreatie te borgen. De hoofdbestemming is in 2020 gewijzigd van 1
Agrarisch naar Recreatie. Enkele gebouwen en een stukje buitenruimte blijven in gebruik voor agrarische doeleinden. Het voorschrijven van een maximaal aantal dieren in het bestemmingsplan is niet toegestaan. Om toch te borgen dat deze activiteiten ondergeschikt zijn aan de recreatieactiviteiten, is in planregels opgenomen dat ter plaatse enkel “agrarische activiteiten van ondergeschikte betekenis” zijn toegestaan. In de definities zijn deze activiteiten omschreven als “agrarisch getinte activiteiten van ondergeschikte betekenis, die niet vallen onder het regime van de Wet milieubeheer”. Daarmee wordt vanuit het bestemmingsplan de link gelegd met de Wet milieubeheer: indien het aantal dieren dusdanig gering is dat geen vergunning nodig is op grond van de Wet milieubeheer, zijn de ruimtelijke effecten dusdanig gering dat de activiteiten ook qua ruimtelijke ordening ondergeschikt worden geacht aan de recreatieve functie. Echter, het exacte maximum aantal te houden dieren wordt niet geregeld in een bestemmingsplan, maar in de Wet natuurbeschermingvergunning.
2