99. Bermenbeleid 2016-2026, bijlage 1 bij toezeggingen, vragen en antwoorden.pdf
Tekst van het document
BERMENBELEID 2016-2016
Bermenbeleid 2016-2026 Maaien wat moet, bloei waar mogelijk.
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
1
BERMENBELEID 2016-2016
Gemeente Eijsden-Margraten
Bermenbeleid 2016-2026 Maaien wat moet, bloei waar mogelijk.
10-02-2016, Margraten
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
2
BERMENBELEID 2016-2016
INHOUDSOPGAVE INLEIDING Leeswijzer
Blz. 4 Blz. 4
1. BEHEER IN DE AFGELOPEN 20 JAAR 1.1 Werkwijze voormalig Margraten 1.2 Werkwijze voormalig Eijsden 1.3 “Fusiebeleid”
Blz. 5 Blz. 5 Blz. 5 Blz. 5
2. FUNCTIES BERMEN
2.1 Verkeersveiligheid en technische functies 2.2 Recreatieve en esthetische functies 2.3 Educatieve en ecologische functie
Blz. 6 Blz. 6 Blz. 6 Blz. 6
3. RANDVOORWAARDEN 3.1. Verkeersveiligheid en technische uitvoerbaarheid 3.2. Recreatieve en esthetische voorwaarden 3.3. Ecologische en educatieve voorwaarden 3.4. De financiële randvoorwaarden
Blz. 8 Blz. 8 Blz. 8 Blz. 8 Blz. 9
4. CONCLUSIE FUNCTIES EN VOORWAARDEN 4.1 Verkeersveiligheid en technische uitvoerbaarheid 4.2 Recreatieve en esthetische conclusies 4.3 Ecologische en educatieve conclusies 4.4 Financiële conclusies
Blz. 10 Blz. 10 Blz. 11 Blz. 11 Blz. 11
5. VISIE 5.1 Algemene visie op het bermenbeleid en de praktische toepassing 5.2 Betere afstemming van verschillende wensen 5.3 Participatie 5.4 Flora en fauna 5.5 Verschillen in toen en nu
Blz. 12 Blz. 12 Blz. 12 Blz. 12 Blz. 13
6. KOSTEN
Blz. 15
BIJLAGEN Bijlage 1: Aanvulling ecologie Bijlage 2: Aandachtspunten Informatiebijeenkomst bermenbeleid 2015
Blz. 16 Blz. 17 Blz. 20
LITERATUURLIJST
Blz. 22
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
3
BERMENBELEID 2016-2016
INLEIDING In de gemeente Eijsden-Margraten liggen verspreid over de gemeente ruim 57 hectare aan bermen, langs tal van verschillende type wegen. De wegberm is een vanzelfsprekendheid die van groot belang is voor de eerste indruk op de weg, maar ook op zijn omringend landschap. Omdat er verschillende inzichten zijn over hoe om te gaan met het beheer van deze bermen is besloten de “Beleidsnotitie wegbermen 2004” te actualiseren. Naast een telkens terugkerende drang naar kostenreductie van onderhoud bestaat al jaren discussie over het tijdstip en de frequentie van maaibeurten langs de verschillende soorten wegen. In veel kernen is behoefte aan een eerste maaibeurt voor de kenmerkende Bonken. Deze oude processies trekken langs vaste routes en zijn een visitekaartje voor het dorp en de parochie. Van oudsher is dit het moment om alles netjes aan kant te maken. De stoepen zijn aangeveegd, de voortuinen zijn weer op orde gemaakt, de gevels zijn versierd, en langs de straten pronken de vaandels van de parochie. Dit is voor vele aanleiding om ook de bermen strak gemaaid te hebben. Deze gedachte staat soms haaks op de ecologische visie om gedurende de kwetsbare broedperiode van verschillende diersoorten de berm voldoende ruig en bloemrijk te houden.
In dit nieuwe beleid worden de uitgangspunten beschreven die als basis dienen voor concrete uitvragen van onderhoudsbestekken, maar tevens ruimte bieden aan burgerparticipatie en meer kansen bieden voor natuurlijk beheer. Voornaam punt bij de uitwerking van deze visie is het stellen van prioriteiten. Vooraf kan gesteld worden dat de belangrijkste functie die de wegberm heeft, de veiligheid van de weggebruikers garanderen dan wel versterken is. Tevens gaan we nader in op de ondergeschikte functies als ecologie, esthetische en recreatieve waarden, maatschappelijke bijdragen en de juridische verantwoordelijkheden vanuit de wegenverkeerswet en de zorgplicht in de flora en fauna wet.
Leeswijzer In hoofdstuk 1 wordt beschreven hoe in de afgelopen 20 jaar het beheer is uitgevoerd en welke ontwikkelingen zich nu voor doen. Hoofdstuk 2 geeft aan welke functies bermen hebben en in hoofdstuk 3 worden de randvoorwaarden en prioritering van de functies beschreven. Hoofdstuk 4 geeft puntsgewijs aan, welke conclusies ten aanzien van het bermbeheer worden getrokken middels een overzichtelijke matrix. In hoofdstuk 5 wordt de nieuwe visie op het bermenbeheer uiteengezet en worden de nieuwe thema’s behandeld. Hoofdstuk 6 geeft de verwachtingen aan met betrekking tot de ontwikkeling van de kosten. In de bijlage worden een aantal relevante ecologische achtergrondstukken toegevoegd en is een literatuurlijst opgenomen. De hoofdlijnen van dit beleid is door het college aangenomen op 17-11-2016 De volledige notie is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 16-02-2016 en ter kennisgeving toegestuurd aan de raadscommissie Fysiek & Economie op 02-03-2016. Margraten, 10-02-2016
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
4
BERMENBELEID 2016-2016
1. BEHEER IN DE AFGELOPEN 20 JAAR In de voormalig gemeente Margraten en de voormalige gemeente Eijsden werd het maaiwerk van de bermen op verschillende manieren door verschillende groenaannemers uitgevoerd. Vooraf werden de uitvoeringsbestekken gemaakt waarin de exacte werkzaamheden en aantal maaibeurten beschreven stonden en op kaart weergegeven. Onderstaand een inzicht in de methoden zoals deze in de beide voormalige gemeenten werden toegepast en dus ook de verschillen. Vervolgens wordt toegelicht hoe de werkwijzen zijn geharmoniseerd na de fusie.
1.1 Werkwijze voormalig Margraten Het oude Margratens beleid ging uit van drie verschillende typen wegen waaraan de beheersvorm gekoppeld is. 1. Kleine veldwegen: De bermen worden niet of incidenteel gemaaid; 2. Reguliere (veld) wegen: De bermen worden 1x per jaar gemaaid: verschillende plekken in het voorjaar andere in het najaar 3. Grote wegen en wegen binnen de bebouwde kom: De bermen worden twee keer per jaar gemaaid.
1.2 Werkwijze voormalig Eijsden: In de voormalige gemeente Eijsden werd het maaien van de bermen gecombineerd met het onderhoud aan onder andere de hagen en houtsingels. Dit gebeurde allemaal door dezelfde aannemer. De gemeentelijke hagen werden namelijk een aantal dagen eerder gesnoeid, voordat de aangelegen berm werd gemaaid. Hierdoor kon het snoeisel van de hagen tegelijk met het maaisel worden afgevoerd. Een aantal houtwallen en houtsingels werd eveneens gesnoeid met behulp van de maaibalk die ook lichte houtige beplanting terug kan zetten. Het betrof met name houtwallen en houtsingels die kort op het wegtracé gesitueerd zijn, waardoor het onderhoud een verhoogde prioriteit krijgt in verband met het waarborgen van de doorgang van het verkeer.
1.3 “Fusiebeleid” Voor de omvang van de totale gemeente Eijsden-Margraten is in 2014 ervoor gekozen om het bermenbeheer afzonderlijk aan te besteden aan één groenaannemer die enkel de bermen beheerd zoals bovenstaand staat beschreven op de “Margatense” wijze voor een periode van drie jaar. In de praktijk is gebleken dat dit niet overal toegepast kan worden en dat er verschillende inzichten zijn over de uitvoering van dit beheersregime. Daartoe is afgelopen jaar gekeken of met een andere regime op de drukke wegen meer resultaten geboekt kunnen worden. De eerste resultaten hiervan zijn meegenomen in dit advies.
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
5
BERMENBELEID 2016-2016
2. FUNCTIES BERMEN Om het belang van de berm te duiden en te kunnen bepalen wat de belangrijkste reden is om de berm wel of niet te maaien of de frequentie van het maairegime aan te passen is het belangrijk om inzicht te verkrijgen in de verschillende functies die de berm vervult. In dit hoofdstuk staan de verschillende functies die een weg kan vervullen beschreven. Daar komen een aantal specifieke voorwaarden bij die verwoord worden in hoofdstuk 3. En in hoofdstuk 4 worden hier conclusies aan verbonden.
2.1 Verkeersveiligheid en technische functies Bermen hebben primair een weg-begeleidende functie. Zo draagt de breedte van de berm en de hoogte van de begroeiing direct bij aan de visuele begeleiding van de weggebruiker. Behalve het visuele aspect van de wegbegeleiding zijn de verkeerstechnische aspecten evenzo belangrijk. Zo worden aanvullende verkeerstechnische eisen gesteld aan bermen. Denk aan een obstakelvrije ruimte naast de rijweg. De begroeiing van de berm mag de weg niet blokkeren, en mag geen verkeersonveilige situatie veroorzaken. Aanvullend kan gesteld worden dat bermen een belangrijke functie vervullen in het afvoeren van oppervlakkig afstromend regenwater. Naast het afvoeren van hemelwater kan de berm ook dienst doen om water afkomstig van de landerijen vertraagd af te voeren. De grootste problemen met betrekking tot erosie zijn aanwezig op landbouwgebieden die op een relatief steile helling zijn gesitueerd. Het oppervlakkig afstromend water zorgt hier voor grote problemen. Brede bermen die loodrecht gesitueerd zijn op de stroomrichting van het eroderende water kunnen in belangrijke mate bijdrage aan het verkleinen van de stroomsnelheid van het water.
2.2 Recreatieve en esthetische functie Bermen gelegen langs recreatieve routes, zoals wandelpaden en fietsroutes hebben een belangrijke recreatieve functie omdat in principe alles wat de recreant ziet omzoomd wordt door bermen. Bloemrijke bermen in het buitengebied leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit van het landschap en de beleving van het landschap. Duidelijk is het dat niet iedere inwoner en recreant een berm op dezelfde manier waardeert. Een ouder met kinderen zal een bloemrijke berm met daarin distels en brandnetels anders waarderen dan een bioloog. Ook is die beleving afhankelijk van de plaats van de berm. Voorbijgangers zullen het beheer van een extensief beheerde bloemrijke berm in een woonwijk vaker als achterstallig kwalificeren dan diezelfde berm in het buitengebied. Eveneens zijn er bewoners die de aanwezigheid van een dergelijke bloemrijke berm zeer waarderen. De provincie Limburg is in 2015 een onderzoek en pilot gestart om te kijken op wijze en op welke plekken een gescheperde schaapskudde ingezet zou kunnen worden binnen het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Het plan is dat deze kudde met een herder door het landschap trekt tussen verschillende grotere natuurgebieden. De verbindingen tussen deze gebieden kunnen een aantal bermen zijn binnen onze gemeenten.
Naast de ecologische functie (bij de juiste inzet) van deze beheers methode kan dit een fraai en representatief beeld opleveren.
2.3 Ecologische en educatieve functies Met name bloemrijke en soortenrijke bermen hebben een belangrijke ecologische maar zeker ook een educatieve functie. Bloemrijke bermen dragen bij aan een duurzaam natuurbeheer maar ook aan het besef van mensen, zeker daar waar deze bermen zich in de nabijheid van kernen bevinden. Bermen hebben een belangrijke ecologische functie, omdat ze voor kleinere diersoorten en planten soorten een onmisbare schakel zijn in het landschap. Insecten, zoals dagvlinders, sprinkhanen en krekels, maar ook libellen, gebruiken bermen als (onderdeel van ) hun leefgebied. Zeker nu de bijen sterfte in Nederland steeds problematischer wordt. Voor individuele planten hebben bermen een functie. In bermen worden vaak de meest schaarse plantensoorten aangetroffen, mede ook omdat de grond niet of nauwelijks geroerd wordt en er in sommige gevallen relatief weinig bemestingsinvloeden plaats vinden. De berm dient dan ook als zaadbank voor de omgeving en als plaats van waaruit verbreiding van planten kan plaatsvinden. Met het erkennen van de ecologische functie van bermen kan een waardevolle contributie worden Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
6
BERMENBELEID 2016-2016
geleverd aan het voorkomen van planten en ook insecten. Het vergroten van de biodiversiteit (in en rond de berm) kan bij nieuwe landbouwbouwmethodes een positieve bijdrage leveren aan de duurzaamheidsprincipes in de landbouw (bodembeheer, diversiteit en natuurlijke bestrijding, minder bemesting).
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
7
BERMENBELEID 2016-2016
3. RANDVOORWAARDEN 3.1 Verkeersveiligheid en technische uitvoerbaarheid Alle bermen hebben in meer of minder mate de functie wegbegeleiding. Bij het vaststellen van het gewenste beheer is het van groot belang de verkeersveiligheid te waarborgen. Dit houdt in dat het wegtracé berijdbaar moet blijven en dat de doorgang gewaarborgd blijft. Voorts is het belangrijk dat er geen onoverzichtelijke situaties ontstaan die de verkeersveiligheid in het geding brengen. Bermen hebben in dit kader langs sommige wegen een functie als uitwijkstrook. Belangrijk bij deze bermen is dat de bermen voor een gedeelte berijdbaar blijven. Deze wegen dienen dan ook zo optimaal mogelijk beheerd te worden om de veiligheid van de weggebruikers te garanderen. Belangrijkste randvoorwaarde is dan ook dat de berm niet voor onveilige situaties mag zorgen. Bij de uitvoering van het bermbeleid is het van belang rekening te houden met de technische uitvoerbaarheid. In het werkbestek dient duidelijk te zijn omschreven welke manier van maaien dient te worden gehanteerd en welke voorwaarden aan de werkzaamheden gesteld worden. Er zijn drie algemeen veel voorkomende methoden:
Klepelmaaien; grof wegslaan van de vegetatie en laten liggen in de berm Cirkelmaaien: scherpe maaimethode waarbij het maaisel fijngesneden wordt (en in de berm blijft liggen)
Maai-zuigcombinatie: klepelmaaien met direct achter de maaibalk een afzuiginstallatie. Als randvoorwaarde stellen we dat het maaisel afgevoerd moet worden om verrijking en verruiging van de berm tegen te gaan. Het maaien met een cirkel maaier is daarbij ecologisch gezien de beste oplossing, indien dit naderhand met een opraapwagen afgevoerd wordt. Bij een voldoende ruime berm in het buitengebied moet een deel van de vegetatie blijven staan. Dit moet een berm zijn van minimaal 1,50 meter breedte. Dit om te voorkomen dat 1 meter wordt gemaaid en er een zeer summier en slordig stukje blijft staan. Bermen zijn in veel gevallen gelegen tussen het wegtracé en een landbouwperceel. Op deze landbouwpercelen worden een aantal planten bestreden omdat ze, wanneer voorkomend in grote hoeveelheden last gaan veroorzaken en opbrengsten van belendende landbouwpercelen doen verminderen. Vooral soorten zoals Melganzevoet, de Grote brandnetel en Akkerdistel veroorzaken last wanneer ze in grote hoeveelheden groeien in akkers en weilanden. In bermen waar buitensporig veel last optreedt naar belendende percelen moeten deze onkruiden extra bestreden worden.
3.2 Recreatieve en esthetische voorwaarden Het is duidelijk dat veiligheid boven de recreatieve en esthetische functies gaat. Dit neemt echter niet weg dat het voor velen belangrijk is dat de wegen netjes en verzorgd uitzien. Daarbij zijn met name verkeer intensieve wegen in het buitengebied de voornaamste plekken waar het zaak is deze ook zo te beheren. In het landschapsontwikkelingsplan staan op vele plekken de bermen aangeduid als: “om te vormen bloemrijke bermen”. Belangrijke voorwaarde is dat dit door beheers methodieken gaat en niet door het opnieuw inzaaien met (gebiedsvreemde) zaadmengsels. Op belangrijke (esthetische) plekken kan dit versneld gebeuren door gerichter en vaker te maaien met het juiste materieel. De kosten moeten echter in verhouding tot het totale budget blijven. Het begrazen van enkele bermen die dienst doen als verbindingen tussen grotere waardevolle natuurgebieden moeten nog nader bekeken worden binnen het provinciaal plan omtrent de gescheperde begrazing. De bermen moeten in de eerste plaats voldoende breed zijn om een veilige situatie te waarborgen. Afhankelijk van de kosten kan worden bekeken of dit een meerwaarde heeft voor ons buitengebied. Dit door de aanwezigheid van de kudde of enkel voor de verspreiding van zaden en de bevordering van bloemrijke bermen.
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
8
BERMENBELEID 2016-2016
3.3 Ecologische en educatieve voorwaarden In een aantal bermen binnen de gemeente Eijsden-Margraten zijn planten (vegetaties) en dieren aanwezig waarvan het voorkomen schaars is en welke zijn bescherm in de flora en fauna wet. Het is verplicht vanuit de zorgplicht die wij als gemeente hebben om hier rekening mee te houden. Deze planten moeten door middel van monitoring in beeld worden gebracht en worden gemaaid op een daartoe geschikt tijdstip. Door educatie en burgerparticipatie samen te brengen willen we inzetten op behoud en ontwikkeling van de soortenrijke bloemrijke bermen. Door tevens op daartoe geschikte plekken (brede bermen) minder maaisel af te maaien blijft meer ruimte over voor de ontwikkeling van de nuttige ruigte danwel bloemrijke bermvegetaties. Gefaseerd maaien is een goede methode/ werkwijze die meer ruimte schept voor de ontwikkeling van flora en fauna, maar heeft echter in het verleden vaak averechts gewerkt door verkeerde uitvoering. Voorwaarde in het nieuwe beleid is dat gefaseerd maaien mogelijk is daar waar lokale partijen dit zelf uitvoeren of voor een juiste afstemming met de aannemer zorgen (met medeweten van de gemeente). Exoten zijn soorten die van oorsprong niet in Nederland als wilde plant of dier voorkomen. Ze zijn door de mens bewust dan wel onbewust uitgezet in het landschap. Enkele voorbeelden zijn: Reuzenbereklauw en Amerikaanse vogelkers.
De invloed van alle uitheemse soorten in het buitengebied moet zo klein mogelijk zijn. In de gebieden in de kernen en direct daaromheen moet de aanwezigheid van uitheemse soorten die schadelijke gevolgen kunnen hebben (voor de flora, fauna en uiteraard voor de volksgezondheid) bestreden worden.
3.4 De financiële randvoorwaarden Bij de uitvoering van het maaibeleid is het van belang de kosten op een aanvaardbaar prijspeil te houden. Door middel van proef is afgelopen jaar gestart met de extra maaibeurt en het verkleinen van de maaibreedtes bij de verkeer intensieve wegen. Dit kan met nagenoeg hetzelfde budget worden gerealiseerd. Bij het opstellen van een nieuw bestek moet dit in aantallen duidelijk in beeld gebracht worden. In verband met de kosten is veelal gewerkt met een maai/ zuigcombinatie in tegenstelling tot de ecologisch verantwoordere variant met een cirkelmaaier en lossen opraapwagen.
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
9
BERMENBELEID 2016-2016
4. CONCLUSIES FUNCTIES EN VOORWAARDEN 4.1
Verkeersveiligheid en technische uitvoerbaarheid
4.1.1
Verkeer intensieve wegen: De eerste bermstrook aan weerszijden van de weg wordt voldoende intensief gemaaid met als doel het overzicht te waarborgen.
4.1.2
4.1.3 4.1.4
4.1.5
4.1.6
Bij wegen met een smal wegtracé zal de eerste bermstrook aan weerszijden van de weg voldoende intensief worden gemaaid met als doel de verkeersfunctie te waarborgen. Water afvoerende en geleidende functie: In de gemeente Eijsden-Margraten liggen een aantal bermen waarvan de afvoerfunctie en geleidingsfunctie groot is. Deze bermen worden indien nodig gefreesd worden teneinde deze afvoerfunctie te herstellen. Erosie beperkende functie: Bermen met een significante erosie beperkende functie krijgen extra aandacht bij het beheer. Klepelmaaien: Het klepelmaaien is een goedkope maaimethode; zeker wanneer het maaisel niet wordt afgevoerd. Het maaisel wordt namelijk verkleind en achtergelaten in de berm. Dit is een goedkope maatregel, maar heeft ook aanzienlijke nadelen. Het klepelmaaien levert een onaantrekkelijk beeld op en is nadelig voor de ontwikkeling van een goede vegetatie, omdat het maaisel de vegetatie verstikt. Onder invloed van klepelmaaien zonder het maaisel af te voeren zal zich een vegetatie ontwikkelen gedomineerd door Grote brandnetel. Dit is bij de verkeer intensieve wegen niet wenselijk. Cirkelmaaien: Cirkelmaaien is een dure methode. Het maaisel blijft hierbij ook in beginsel aanwezig in de berm, maar wordt niet gekneusd. Hierdoor blijft het insectenleven grotendeels gespaard. Eventueel kan in een aparte werkgang dit maaisel worden opgehaald.
Bij een bermvegetatie waar de ecologische functie groot van is, biedt cirkelmaaien en afvoeren grote voordelen. Zaden en insecten hebben namelijk de mogelijkheid achter te blijven op de berm. Wanneer het maaisel niet wordt afgevoerd zal ook hier naar verloop van tijd de vegetatie verstikken en zal zich ook hier een door Grote brandnetel gedomineerde vegetatie ontwikkelen. Afvoeren van het maaisel is dan ook wenselijk. Het grootste nadeel van cirkelmaaien en afvoeren zijn de hoge kosten. Deze maaimethode zal beperkt worden toegepast. Maai / zuig – combinatie: Deze methode van maaien wordt toegepast met een speciale maaimachine die de berm in één werkgang maait (met behulp van klepels) en afvoert (met behulp van een zuiginstallatie). Maaien met een maai / zuig – combinatie levert een visueel aantrekkelijk beeld op en verstikking en verruiging van de vegetatie als gevolg van het maaisel zal niet plaats vinden. Het grote nadeel bestaat uit het feit dat zaden en kleine fauna (insecten) mee worden weggezogen. Teneinde dit nadeel te mitigeren wordt vaak in stroken of blokken gemaaid, zodat een gedeelte van de populatie insecten in stand wordt gehouden en een gedeelte van de planten de mogelijkheid krijgen zaad te zetten. Het maaien met de maai / zuig – combinatie is een redelijk goedkope maaimethode.
Landbouwonkruiden: Naast de maaifrequentie in het werkbestek dienen uitbraken of explosieve uitbreidingen van ongewenste kruiden (door de eigen dienst) besteden te worden. Dit wil zeggen op mechanische wijze verwijderen van de ongewenste kruiden.
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
10
BERMENBELEID 2016-2016
4.2 4.2.1
4.2.2
4.3 4.3.1
4.3.2
4.3.3
4.3.4
Recreatieve en esthetische conclusies Recreatieve routes: Bij het beheer van bermen gelegen langs recreatieve routes wordt ingezet op het ontwikkelen van een soortenrijke bloemrijke berm teneinde de recreatieve en educatieve functie van de berm te vergroten. Participatie: Samen met lokale verenigingen aandacht besteden aan de natuurlijke functies van de berm. Actie f betrekken van verenigingen stimuleren bij monitoring van flora en fauna of actief meewerken (beheercursus IKL).
Ecologische en educatieve conclusies Zeldzame en/of beschermde diersoorten: Daar waar bermen een belangrijke bijdrage leven aan het leefgebied van dieren zal het beheer erop gericht zijn deze ecologische functie van de berm te versterken mits dit de overige –aan de berm toegekende- functies niet in het geding brengt. Populaties zeldzame en / of beschermde plantensoorten: Daar waar zeldzame en /of beschermde plantensoorten frequent of in dominantie voorkomen zal het beheer erop gericht zijn deze ecologische functie van de berm te versterken mits dit de overige –aan de berm toegekende- functies niet in het geding brengt. Bijzondere vegetaties: Daar waar bijzondere vegetaties in de berm voorkomen óf er een potentieel aanwezig is tot ontwikkeling van bijzondere vegetaties zal het beheer er op gericht zijn teneinde deze bijzondere vegetatie in stand te houden dan wel verder te ontwikkelen, mits dit de overige –aan de berm toegekende- functies niet in het geding brengt. Bij het opstellen van een nieuw bestek dient nader omschreven te worden hoe wordt omgegaan met de verplichtingen uit de flora en fauna wet. De aannemer dient aan te tonen dat deze volgens een goedgekeurde gedragscode werkt. De aannemer die het bestek aanneemt dient rekening te houden met een schouw voor aanvang van de werkzaamheden, dit behoort tot de werkzaamheden.
4.3.5
Uitheemse soorten (exoten): Het beleid ten aanzien van bermen is er op gericht om in het buitengebied geen uitheemse planten en houtige gewassen te zaaien of te planten. Voor wat betreft houtige gewassen kan een uitzondering gemaakt daar waar het houtig gewas een markeringsfunctie heeft. Bestaande uitheemse bomen buiten de kerncontouren zullen in het licht van deze notitie niet worden gekapt; ze worden gedoogd.
4.4
Financiële conclusies
4.4.1
Door middel van proef is afgelopen jaar gestart met de extra maaibeurt en het verkleinen van de maaibreedtes bij de intensief bereden wegen. Dit kan met nagenoeg hetzelfde budget worden gerealiseerd. Bij het opstellen van een nieuw bestek moet dit in aantallen duidelijk in beeld gebracht worden. In verband met de kosten is veelal gewerkt met een maai/ zuigcombinatie in tegenstelling tot de ecologisch verantwoordere variant met een cirkelmaaier en lossen opraapwagen.
4.4.2
De extra maatregelen ten behoeve van ecologische verbeteringen moeten in combinatie met de inzet van vrijwillegers/ natuurclubs /eigen dienst bekeken worden om te kijken waar een win-win situatie behaald kan worden.
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
11
BERMENBELEID 2016-2016
5. VISIE: MAAIEN WAT MOET, BLOEI WAAR MOGELIJK 5.1 Algemene visie op het bermenbeleid en de praktische toepassing Het nut en de noodzaak van het bermenbeheer moet beter in balans komen en daarvoor geeft dit beleid uitsluitsel over de prioritering van belangen. In een gemeente die het landschap duidelijk als basiskapitaal ziet is het belangrijk om aan te geven waar bepaalde keuzes zijn gemaakt. Zoals in de inleiding reeds is beschreven staat de veiligheid voorop. Deze keuze zal voor iedereen acceptabel zijn. Het gaat echter om de motivatie waarom op sommige plekke meer ruimte is voor maatwerk en landschappelijke of maatschappelijke belangen. Soms gaat de voorkeur uit gaat naar een regelmatig gemaaide berm op andere plekken willen we een extensief beheerde berm waar grassen en bloemen langer blijven staan. Wat gaat er voor? Eerst de veiligheid op de rijweg (verkeerswet), dan de verplichting vanuit de floraen faunawet (soorten bescherming), dan de esthetische en recreatieve waarden en waar mogelijk een maatschappelijk belang in de vorm van burgerparticipatie of educatieve functie.
5.2 Betere afstemming van verschillende wensen Een paar weken maken misschien het verschil: met de nieuwe visie steken we in op afstemming van de verschillende belangen. Naast veiligheid respect voor de Bronken, maar ook voor bijzondere soorten van flora en fauna. Met dit nieuwe beleid veranderen we de uitgangspunten voor het beheer van de verkeer intensieve wegen in het buitengebied. Dit door een extra beurt toe te voegen waarin enkel de eerste meter langs de rijweg wordt gemaaid. Hiermee wordt de weg overzichtelijker, ziet deze er verzorgder uit en hebben flora en fauna hier baat bij. Dit wordt in paragraaf 5.5 nader toegelicht. Door samen met plaatselijke verenigingen en vrijwilligers te kijken waar het maaien aangepast moet/kan worden om bijzondere vegetaties te behouden en te versterken kunnen toch de grootste delen van de rijwegen gemaaid worden en worden soorten gevrijwaard van de maaibalk of zware verstoring.
5.3 Participatie In de gemeente zijn verenigingen actief die zich inzetten voor behoud van ons buitengewone landschap, voor de bermen en voor de bijzondere flora en fauna. Dit kan door het meehelpen bij de monitoring van de bermen op bijzondere soorten, maar ook door actief te maaien. Dit zal verder uitgewerkt worden. Hiervoor wordt mede na de informatiebijeenkomst die in december 2015 is geweest een aparte bijeenkomst georganiseerd om dit nader te concretiseren. Komend jaar wordt gekeken naar een projectvoorstel om binnen de kaders van dit beleid en het landschapsontwikkelingsplan samen met het IKL een aantal cursussen te doen op ecologisch waardevolle plekken, liefst met oude werktuigen. Dit betekend een goede afstemming tussen verschillende partijen en een garantie om veilige te kunnen werken. Gemeente kan daarin helpen door delen van een rijweg af te zetten of materiaal ter beschikking te stellen. In de bijlage een verslag/ actiepunten uit de informatiebijeenkomst.
5.4 Flora en fauna Middels deze visie geven we invulling aan het beschermen van de in de flora- en faunawet beschermde soorten. Uit een inventarisatie van bureau Regelink ecologie & landschap blijkt dat binnen de geïnventariseerde (meest kansrijke plekken) een aantal soorten voorkomen welke niet zonder ontheffing op elk willekeurig tijdstip gemaaid mogen worden. Op 15 verschillende locaties verspreid over het gehele buitengebied zijn de volgende beschermde soorten aangetroffen: wilde marjolein, daslook, gewone vogelmelk, grote kaardebol, kleine maagdenpalm. Op plekken waar de berm te smal is om minimaal 1 meter van de vegetatie te laten staan zal 5 meter voor en na de betreffende groeiplaats niet gemaaid worden tijdens de 1e en 2e maaironde zodat de planten zich goed kunnen ontwikkelen. Dit wordt op kaart gezet bij de uitwerking van het nieuwe bermenonderhoudsbestek.
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
12
BERMENBELEID 2016-2016
Door nauwkeuriger naar het tijdstip en de frequentie van de maaibeurten te kijken in combinatie met het langer laten staan van bloeiende grassen en kruiden scheppen we betere omstandigheden voor de aanwezige of potentiele fauna, zoals vlinders, krekels, reptielen en anderen. Op plekken waar een maaibeurt per jaar voldoende is, wordt gekeken naar de vegetatie om te bepalen of hier in het voorjaar of het najaar gemaaid wordt. Naast de zorgplicht die de gemeente heeft wordt van de aannemer verwacht dat deze werkt volgens een goedgekeurde gedragscode flora en fauna wet. Dit omhelst een inventarisatie van de bermen voor aanvang van de werkzaamheden. De exacte invulling hiervan dient in het bestek te worden beschreven en geaccordeerd door de opdrachtgever: gemeente Eijsden-Margraten.
5.5 Verschillen in toen en nu Om in een oogopslag duidelijk te maken waar de verschillen zitten in het oude en nieuwe beleid zijn de maai frequenties en methoden voor de verkeer intensieve wegen onderstaand per beurt toegelicht en wordt vervolgens in een tabel alle wegen met elkaar vergeleken.
Verkeer intensieve wegen: Bij de verkeer intensieve wegen gaan we drie maaibeurten uitvoeren in plaats van twee maaibeurten. 1e beurt Dit betekent dat in het voorjaar (1 week voor de Bronk waar relevant) niet de hele berm wordt gemaaid maar de eerste meter. Dit in tegenstelling tot eerder het volledig maaien van de berm. Met het maaien van de eerste meter blijft de verkeersveiligheid langs de weg gewaarborgd. Door het aanhouden van een strook met grassen en kruiden komen de van origine hier voorkomende bloeiende planten tot wasdom. Hiermee doen we recht aan de in de flora- en faunawet beschermde soorten die zich in deze stroken kunnen handhaven en mogelijk uitbreiden. 2e beurt Door eind van de zomer (voor 31 augustus) een tweede maaibeurt van de bermen uit te voeren over een strook van 1 meter, herhaalt bovengenoemde proces zich. Deze ingreep zorgt ervoor dat in de nazomer en de herfstvakanties de bermen er veilig en verzorgd erbij liggen, de bloei zichtbaar blijft en flora en fauna zich kan voorbereiden op de komende winter. 3e beurt Aan het eind van het groeiseizoen (voor 15 november) en voor het intreden van de winter worden de bermen volledig gemaaid.
Dit heeft een aantal voordelen: de flora en fauna zal dan in mindere mate verstoord worden omdat veel plantensoorten dan zijn afgestorven, zaden zich hebben verspreid en kleine diersoorten een veilig heenkomen hebben gezocht in aangrenzende robuustere groenstroken of onder de grond.
Samenvattend Praktisch betekent dit dat bij de verkeer intensieve wegen 3 maaibeurten i.p.v. 2 maaibeurten worden uitgevoerd, waarbij in het voorjaar en aan het eind van de zomer een deel van de vegetatie blijft staan. Hierbij wordt de actieve inbreng en deelname van burgers gestimuleerd begeleid en worden alternatieven aangedragen waar mogelijk. Op de volgende bladzijde in tabelvorm de verschillen in toen en nu nader opgesplitst in de verschillende soorten rijwegen.
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
13
BERMENBELEID 2016-2016
Vergelijkingstabel toen en nu
TOEN
NU Incidentele inzet vrijwilligers en verenigingen Waar mogelijk inzet schaapskudde
Kleine veldwegen niet maaien / incidenteel Reguliere (veld) wegen -
Categorie A 1x volledig in het voorjaar Categorie B 1x volledig in het najaar
Kleine veldwegen Incidenteel maaien of met alternatieve middelen maaien Reguliere (veld) wegen -
Categorie A 1x volledig in het voorjaar Categorie B 1x volledig in het najaar
Intensief gebruikte wegen:
Intensief gebruikte wegen:
twee keer per jaar volledig gemaaid - 1 .mei/ juni; letterlijk 1 week voor de Bronk (maaien en afvoeren) - 2. Voor 15 september alles gereed (maaien en afvoeren)
1. mei/ juni (letterlijk 1 week voor de Bronk) - alles binnen de bebouwde kom (maaien en afvoeren) + - -1e meter stroomgebiedswegen (maaien en afvoeren) 2. voor 31 aug: - 1e meter stroomgebiedswegen (maaien en afvoeren) - dit is de "extra beurt" 3. voor 15 november: Berm volledig gemaaid (maaien en afvoeren)
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
14
BERMENBELEID 2016-2016
6. KOSTEN Voor de verdere uitwerking van het bermbeheer zal er per berm een afweging gemaakt moeten worden in het licht van de toekenning van de verschillende functies en de te stellen voorwaarden. Daar zal een uitvoeringspakket uit voortkomen dat aansluit op de verschillende functies van de individuele berm. De proef van afgelopen jaar wordt hierbij als uitgangspunt genomen samen met de uitkomsten van de bijeenkomsten in het kader van de participatie. De inbreng van particulier beheer (verenigingen), agrarische collectieven of het werken met een gescherperde begrazing staat tot op heden nog in de kinderschoenen. De verwachting is dat dit zeker nog niet tot een kostenreductie zal leiden. De uitdaging voor komende jaren wordt om te zorgen voor een plus in de uitvoering met andere middelen. Op dit moment lijkt de burgerparticipatie / inzet vrijwilligers (van natuurclubs) de meeste kans van slagen te hebben.
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
15
BERMENBELEID 2016-2016
BIJLAGEN
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
16
BERMENBELEID 2016-2016
Bijlage 1 AANVULLING ECOLOGIE Vegetaties Een belangrijke eis die insecten aan hun leefgebied stellen is dat er structuur moet zijn binnen de vegetatie; hoge verticale begroeiing afgewisseld met lage vegetaties en de afwisseling in dichtheid van de begroeiing. Deze structuur gebruiken de dieren om zich te oriënteren in de omgeving en is derhalve onmisbaar. Een rand struikvormende soorten kan een bijzondere aanvulling aan de structuur van de berm leveren. Dagvlinders oriënteren zich in hoge mate op de verschillen in structuur in een leefgebied. Deze structuurranden kunnen een rol spelen bij territoriaal gedrag, bij het afzetten van eieren, bij het voedsel zoeken en bij de migratie. Voor sprinkhanen en krekels is de vegetatiestructuur evenwel nog belangrijker; sommige soorten zijn volledig aangewezen op een sterke verticale structuur in de vegetatie. Voorts heeft de beheersmaatregel maaien een direct effect op de vegetatiestructuur. Door het maaien verandert plotseling de structuur van de vegetatie waardoor het microklimaat sterk gewijzigd wordt. Het gevolg hiervan is dat onder andere de schommeling tussen dag- en nachttemperaturen veel groter worden. Voedselbronnen: Rupsen van vlinders zijn gespecialiseerd tot het eten van plantendelen van een beperkte hoeveelheid soorten. Iedere rups heeft bepaalde soorten planten nodig als voedselbron.
Zo voedt de rups van de Koninginnepage (Papilio machaon) zich voor het merendeel met planten uit de familie van de schermbloemen (vooral met Daucus carota), terwijl de rupsen van het Vuurvlindertje (Lycaena phlaeas) zich uitsluitend voeden met plantensoorten uit het geslacht Rumex (Zuringsoorten). Hierdoor is het voorkomen van dagvlinders direct gerelateerd aan het voorkomen van de waardplant voor de rups in de omgeving. In het agrarisch landschap is het voorkomen van dergelijke plantensoorten vaak beperkt tot de berm. In deze gevallen is het voorkomen van de dagvlindersoort – dus- direct gerelateerd aan het voorkomen van de waardplant voor de rups in de berm. Uit studies blijkt dat het maaien van grote invloed op het groeiverloop van (waard)planten en de levenscyclus van de insecten. Van de waardplanten zelf blijft na het maaien zeer weinig over; de voedselbronnen voor de insecten zullen voor een periode minimaal zijn. Na hergroei van de vegetatie herstellen de voedselbronnen zich. Het belang van bermen als voedselbron voor insecten uit zich ook bij de wilde bijen. Deze insecten zijn volledig afhankelijk van het aantal bloeiende nectarplanten in de berm. Sommige bijensoorten hebben zich wat betreft voedselbron gespecialiseerd op enkele plantensoorten. In bijlage 2 staan enkele nectarplanten en waardplanten vermeld.
Het valt daarbij op dat juist een aantal – voor de landbouw - overlast veroorzakende planten (zie 4.7.) belangrijke nectarplanten of waardplanten zijn zoals: Akkerdistel (Cirsium arvense), Speerdistel (Cirsium vulgare) en Grote brandnetel (Urtica dioica).
Continuïteit vegetatie Worden bermen integraal kort gemaaid dan betekent dat na iedere maaibeurt een enorm verlies voor de populaties insecten die daarin hun leefgebied hebben. In eerste instantie is het namelijk niet ondenkbeeldig dat er een grote hoeveelheid –aan de vegetatie- gehechte eieren en poppen, worden afgevoerd. Ten tweede is het leefgebied na het maaien niet meer optimaal voor de overgebleven rupsen (larven), nimfen en volwassen dieren (denk aan sprinkhanen). Een aantal overgebleven insecten zal dan alsnog sneuvelen als gevolg van voedselgebrek of bejaging door predatoren (bijv. Vogels). Een ander aantal zal wellicht de berm niet meer gebruiken als (deel van het) leefgebied (denk aan dagvlinders en libellen) Als gevolg van iedere maaibeurt zal derhalve de insectenpopulatie drastisch dalen Verschillende insectensoorten overwinteren in plantendelen of tussen planten in de berm. Het is bekend dat sprinkhanen in hun leefgebied overwinteren als ei, nimf of volwassen insect naar gelang de soort. Voor dagvlinders geldt iets vergelijkbaars (zie kader). Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
17
BERMENBELEID 2016-2016
Als bermen relatief kort gemaaid de winter in gaan, heeft dat gevolgen voor de mogelijkheden van overwintering. Enerzijds zijn er minder mogelijkheden een geschikte overwinteringplek te vinden. Anderzijds is de begroeiing veel meer blootgesteld aan het klimaat; het microklimaat wordt niet meer gedempt door de vegetatie. Het maaitijdstip is eveneens van cruciaal belang voor insecten. Sommige dagvlinders bijvoorbeeld hebben verschillende generaties vlinders per jaar. Voor soorten met één generatie is een vroeg maaitijdstip ongunstig, terwijl een maaitijdstip rond half september weer juist bevorderend werkt. Soorten met twee generaties reageren positief op een maaidatum tussen eind juni en half augustus. Paragraaf 3.4. en de randvoorwaarden die gesteld worden in paragraaf 4.2. geven onder andere het belang aan van bermen als (onderdeel van) het leefgebied van diersoorten (met name insecten) en de eisen die deze dieren stellen aan bermen en bermbeheer. Ook het belang van de berm als groeiplek voor schaarse planten en / of vegetatie wordt hierin aangegeven. Toch is het moeilijk op de ecologische functie van bermen in te spelen, omdat de hoeveelheid gegevens met betrekking tot het voorkomen van bijvoorbeeld schaarse insecten zeer klein is, maar ook van het voorkomen van schaarse planten en vegetaties.
Het periodiek laten uitvoeren van gebiedsdekkende inventarisatie is dan ook wenselijk. Hierdoor is het mogelijk het beheer aan te passen aan het voorkomen van schaarse planten- en diersoorten. Dit kan ook worden bezien in ruimer verband. De gegevens met betrekking tot het voorkomen van alle beschermde planten- en diersoorten in de gemeente Eijsden-Margraten is zeer beperkt. Dit kan vertragend werken met betrekking tot de uitvoering van werken in het licht van de flora en faunawet. Deze wet schrijft namelijk een bijzondere betrokkenheid van overheidsorganen voor. Zo kunnen werken worden stilgelegd op laste van de flora en faunawet, vanwege het voorkomen van bepaalde planten en / of diersoorten. Zijn de gegevens bekend met betrekking tot het voorkomen van beschermde planten- danwel diersoorten in een werkgebied dan kan in de voorbereidende fase hier al rekening gehouden worden. Het is dan ook zeer wenselijk periodiek een gebiedsdekkende inventarisatie te laten uitvoeren naar de voorkomen van beschermde planten- en diersoorten alsmede de aanwezigheid van schaarse planten- en diersoorten In het verleden zijn er een aantal gevallen exoten en uitheemse soorten gezaaid dan wel geplant in het buitengebied van de gemeente EijsdenMargraten. Een goed voorbeeld hiervan is het aanplanten van Trompetnarcissen in bermen.
Ook zijn er enkele ontwikkelingen van vegetaties verstoord door het inzaaien van bermen met behulp van graszaadmengels, dan wel bloemenmengsels. Nu nog zijn deze werkzaamheden zichtbaar door het voorkomen van plantensoorten in de berm die in dit vegetatietype in oorsprong niet voorkomen. Het nieuwe beleid is er op gericht de invloed van alle uitheemse soorten (exoten) buiten de kerncontouren zo klein mogelijk te houden (zie ook 4.5.) en de ontwikkeling van vegetaties buiten de kerncontouren zo natuurlijk mogelijk te laten verlopen (conclusie 6.2.). In gevallen waarbij de kale grondslag gevoelig is voor uitspoeling wordt een uitzondering gemaakt. Voor de –reeds aangebrachte – uitheemse planten geldt dat er naar gestreefd wordt deze op termijn door natuurlijke selectie te laten verdwijnen. Dit geldt echter niet voor exoten / uitheemse soorten die last veroorzaken (bijvoorbeeld Reuzenberenklauw). Indien de last te groot wordt, zullen deze planten selectief worden bestreden. Uitheemse bomen buiten de kerncontouren die geen markeringsfunctie hebben zullen echter niet worden gerooid in het kader van deze beleidsnotitie. Deze bomen zullen worden gedoogd.
Exoten / Uitheemse soorten Exoten zijn soorten die van oorsprong niet in Nederland als wilde plant of dier voorkomen. Ze zijn door de mens bewust dan wel onbewust uitgezet in het landschap. Enkele voorbeelden zijn: Reuzenbereklauw (Heracleum mantegazzianum) een vrij agressieve exotische soort vanuit Azië die last kan veroorzaken bij aanraking (allergische reacties), Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) een soort die is geïmporteerden door zijn explosieve groei in bossen grote problemen veroorzaakt en Grote waternavel (Hydrocotyle ranunculoides) een Zuid Amerikaanse plantensoort die door zijn explosieve groei water snel bedekt.
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
18
BERMENBELEID 2016-2016
Het rijksbeleid ten aanzien van exoten uit zich in de ondertekening van de ‘Convention on Biological Diversity’ (afgekort CBD), een verdrag dat geïnitieerd is door de International Union for the Conservation of Nature (IUCN), ook wel de World Conservation Union genaamd. Het ‘Beleidsprogramma biodiversiteit internationaal 2002-2006’ is de verdere uitwerking van de conventie. Het programma bestaat uit 7 belangrijke programmaonderdelen. Eén van de onderdelen vermeldt letterlijk:”Binnen het Biodiversiteitsverdrag krijgen exoten of ‘alien species’ speciale aandacht. Het beleid gericht op het voorkomen van schadelijke invloeden door uitheemse soorten zal worden voortgezet. Waar nodig zal de kennis over de gevolgen van introductie van bepaalde soorten worden aangevuld.” In paragraaf 2.2 (‘Versterking van Biodiversiteit: Soorten’) uit genoemde programma wordt nog eens aanvullend gesteld:”Er is een groeiende aandacht voor soorten die de inheemse soorten verdringen of grote economische schade veroorzaken – de invasieve uitheemse soorten, in de CBD aangeduid als ‘alien species’. In Nederland spreken we ook van exoten. De effecten kunnen onomkeerbaar zijn door kolonisatie en hybridisatie met de inheemse componenten van biodiversiteit.
In het kader van dit verdrag zullen richtlijnen worden opgesteld.” Het beleid van de gemeente ten aanzien van uitheemse soorten (exoten) is er op gericht, de invloed van alle uitheemse soorten (exoten) in de buitengebieden zo klein mogelijk te houden. In de gebieden in de kernen en direct daaromheen zal de aanwezigheid van uitheemse soorten worden bepaald door de soortkeuze met betrekking tot plantsoenen en laanbomen.
Ontwikkeling vegetaties De stukken begroeiing die in bermen staan zijn in sommige gevallen al behoorlijk oud. Het graslandbeheer is in een lange periode toegepast, waardoor er zich een voor de standplaats karakteristieke plantensamenstelling heeft ontwikkeld. Er hebben zich in de berm vegetaties (plantengemeenschappen) kunnen ontwikkelen. Oude –nog intact zijnde – vegetaties zijn echter zeldzaam geworden. Een aantal processen die zich afspelen in de standplaats zijn te herleiden uit het voorkomen of ontbreken van een aantal plantensoorten. De volgende processen zijn relatief goed af te lezen in (berm)vegetaties: verrijking van bodem, betreding van bodem, aanwezigheid en ontbreken van kalkinvloeden, successie en de verschraling van bodem. Er wordt derhalve gestreefd de ontwikkeling van graslandvegetaties zo natuurlijk mogelijk te laten verlopen, teneinde ontwikkelingen in de bodem goed te kunnen volgen.
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
19
BERMENBELEID 2016-2016
BIJLAGE 2: Aandachtspunten Informatiebijeenkomst bermenbeleid 2015 Raadzaal gemeentehuis Margraten, 8-12-2015 Aandachtspunten van de bijeenkomst:
Alleen de 1e meter maaien en de rest handhaven is ok, geen commentaar op Manier waarop gemaaid wordt is vaak het allerbelangrijkste, maaien naar behoefte belangrijker dan de frequentie, frequenties aangeven is noodzakelijk voor afspraken met aannemers Transportmiddel belangrijke functie voor natuur als leef, foerageergebied of als verbinding ruimte maken voor de berm, elke berm is anders en heeft een ander belang, rijk bloeiende berm belangrijker en mooier dan gras, veldbegroeiing hoort bij het buitengebied meer aandacht bijenbestand, veel F&F verdwenen juist niet voor de bronk wegmaaien bloemen, verlies bloemen slecht voor insecten ed, deel laten staan helpt hier dus bij 2x maaien is goed, bermen niet te ruig wordt, veldwegen toegankelijk voor agrariërs bij regelmatig maaien minder last van (on)kruiden, particulieren hoeven dan eigenlijk ook iet te spuiten meer maatwerk vragen in aanbesteding bij aannemer, deze verantwoordelijkheid geven, maar nog belangrijker is hierop handhaven Probleembermen waar veel onkruiden zoals distels en bereklauw vaker maaien gemeente kan niet elke berm afzonderlijk in de gaten houden.
Vergroten biodiversiteit, veteren van het bodemleven en dus de manier van grondbewerking anders kijken naar landbouw, probleem is echt niet allen veroorzaakt door de agrariër, door samenleving (klimaat, stikstof, industrie, autoverkeer) publicatie van twee jaar geleden over de omgang met bermen een goed initiatief herhalen meer kleine initiatieven stimuleren als overheid, voorbeelden zijn er al, bijv. heem Banholt bij VWP Banholt, VTN rond Wolfskop, IVN bij Waardhof te Mesch, Europapark Gronsveld vrijwilligers willen wel, maar kunnen niet een heel groot gebied bestrijken
Aanzet kwaliteit – maatwerk n.a.v. input/ discussie:
aandacht besteden aan zuid georiënteerde bermen ivm bezonning nu wordt veel te diep gemaaid en lijkt het meer op ploegen dan maaien meer differentiatie in maaibeleid, wel of geen momenten vastleggen topkammen van akkers ingericht dat uitspoeling/ inspoeling voorkomen/ verminderd wordt niet overal intensief beheer nodig, verschalen enkel waar mogelijk irt ondergrond en omgeving kijken naar handvaten voor handhaving bij slecht werk en bij overtreding bestrijdingsmiddelen probleembermen aanwijzen waar vaker gemaaid moet worden voor bestrijding “on”kruiden vrijwilligers, cursus IKL kan oplossing zijn voor veiligheidsaspect en voor gebruik van materiaal bij nieuwe aanbesteding kwaliteit meenemen als eis, niet alleen goedkoopste Niet meer overal klepelen, maar werken met cyclomaaien en later oprapen communicatie naar burgers toe verbeteren scholen ook erbij betrekken, educatie ed.
Acties:
De ingestoken weg om meer ruimte te geven aan een bloemrijke berm is goed ontvangen en kan aan het college van B&W voorgelegd worden met de opmerkingen om meer maatwerk en kwaliteitseisen in het bestek op te nemen en hierop ook te handhaven.
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
20
BERMENBELEID 2016-2016
Tevens het advies aan college om meer te communiceren over de omgang met bermen. Te starten met een informatiebrief aan alle inwoners te versturen over hoe om te gaan met bermen (op basis van brief twee jaar geleden). Hierin ook gebruik maken om iedereen uit te nodigen om te participeren in het beheer van de bermen. Uitnodiging aan alle aanwezigen om op detailniveau nog informatie aan te leveren om de kwaliteit van de beheerskaart te verbeteren en kwaliteitseisen in het bestek aan te scherpen. In een integrale bijeenkomst hierover overleggen. Dit is de input voor het opstellen van een besteks uitvraag.
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
21
BERMENBELEID 2016-2016
LITERATUURLIJST Bink, F.A. 1992. Ecologische Atlas van de Dagvlinders van Noordwest-Europa, Schuyt & Co Uitgevers bv, Haarlem CROW, 2002, Handboek Wegontwerp, Crow, Ede Kleukers, R.M.J.C., E.J. van Nieuwkerken, B. Odé, L.P.M. Willemse & W.K.R.E. van Wingerden, 1997. De sprinkhanen en krekels van Nederland (Orhoptera). – Nederlandse Fauna 1. Nationaal Natuurhistorisch Museum, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. Koster, A. 2001. Ecologisch groenbeheer, Schuyt & Co Uitgevers bv, Haarlem. Koster, A. 1993. Vademecum wilde planten, Schuyt & Co Uitgevers bv, Haarlem. 2009 Directie Kennis, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Verkenning Herstel Kleinschalige Lijnvormige Infrastructuur Heuvelland, Rapport DK nr. 2009/dk110-O, Ede, 2009 Gemeente Eijsden-Margraten, 2009 Landschapsontwikkelingsplan Margraten Gemeente Eijsden-Margraten, 2013 Landschapsontwikkelingsplan Eijsden
Bermenbeleid 2016-2026, 10-02-2016, afdeling strategie beleid en projecten gemeente Eijsden-Margraten
22