CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20260707 06b Rekenkamer Rapport SEM

Raadsthemabijeenkomst 17 juni 2026, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: 19.30 uur - 20.15 uur Plenaire behandeling rapport SEM Rekenkamer18.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Tussen nabijheid en bestuurlijke grip Een evaluatie-onderzoek naar de uitvoering van participatie en inkomen door Sociale Zaken Eijsden-Margraten.

Rekenkamer Eijsden-Margraten Datum: 17 mei 2026

REKENKAMER

Inhoudsopgave Deel I: Deel I: Bestuurlijke nota

2

Onderzoeksverantwoording

3

Centrale boodschap

6

Reactie college van B&W

9

Deel 2: Nota van bevindingen

11

Het beleid en de organisatie in beeld 1.1 / Het beleid 1.2 / Inbedding van SEM 1.3 / Sturingsinformatie 1.4 / De informatievoorziening aan de raad 1.5 / Samenvattend

12 12 15 16 17 20

De uitvoering in beeld 2.1 / Praktijk van de dienstverlening 2.2 / Uitstroom en zelfredzaamheid 2.3 / Samenvattend

21 21 23 25

De praktijk gespiegeld 3.1 / Terugblik op eerdere onderzoeken 3.2 / Dossieranalyse 3.3 / Cliëntervaringsonderzoek december 2025 3.4 / Samenvattend

27 27 29 32 34

Bijlage 1 Normenkader

35

Bijlage 2 Bronnen

37

Bijlage 3 Criteria voor de dossieranalyse

42

Bijlage 4 Vragenlijst cliëntervaring

43

Bijlage 5 Afkortingen

44

1

Deel I: Bestuurlijke nota

2

REKENKAMER

Onderzoeksverantwoording Aanleiding Sinds 1 juli 2021 voert de gemeente Eijsden-Margraten de Participatiewet zelfstandig uit via de eigen dienst Sociale Zaken Eijsden-Margraten (SEM). Dit besluit volgde op het beëindigen van de samenwerking met Sociale Zaken Maastricht-Heuvelland (SZMH). Met de oprichting van SEM beoogde de gemeente de uitvoering dichter bij de inwoners te organiseren en meer invloed te krijgen op beleid, uitvoering en kostenbeheersing. De Participatiewet heeft tot doel inwoners die (tijdelijk) niet in hun eigen inkomen kunnen voorzien te ondersteunen en hen zo mogelijk te laten participeren in werk of andere maatschappelijke activiteiten. Gemeenten hebben daarbij beleidsvrijheid en dragen de verantwoordelijkheid om maatwerk te leveren, samen te werken met ketenpartners en te zorgen voor een doelmatige inzet van middelen SEM heeft de volgende taken: • Bijstandsverlening: het verstrekken van uitkeringen op basis van de Participatiewet. • Re-integratie en werk: het begeleiden van werkzoekenden naar passend werk, met nadruk op het benutten van lokale werkgelegenheid. • Informatie en advies: het verstrekken van informatie en advies over inkomensondersteuning, bijzondere bijstand en andere financiële regelingen. In de jaren na de oprichting zijn de taken van SEM uitgebreid, met name doordat landelijke verantwoordelijkheden bij gemeenten werden belegd.

Later toegevoegde taken (2022–2023) zijn: • Schuldhulpverlening: formeel sinds 2012 een gemeentelijke taak, vanaf 2021 onder SEM gebracht en in de daaropvolgende jaren verder opgebouwd. • Inburgering: sinds 1 januari 2022 gemeentelijke verantwoordelijkheid op grond van de Wet inburgering, vanaf 2023 structureel belegd bij SEM. • Opvang en ondersteuning van Oekraïense vluchtelingen: sinds 2022 gemeentelijke taak, en deels vanaf 2022 uitgevoerd door SEM waaronder de leefgeldregeling. Op basis van de Businesscase en het Implementatieplan uitvoeringsorganisatie Participatiewet Gemeente EijsdenMargraten, opgesteld in 2021, kunnen grofweg de vier belangrijkste doelstellingen worden onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Verbeterde sturing en grip op de uitvoering – meer directe invloed op beleid, voortgang en casuïstiek. Maatwerk, contextgerichte dienstverlening en samenwerking in het sociaal domein – ondersteuning die aansluit bij de persoonlijke situatie van inwoners, met daarbij een integrale benadering van inwoners door koppeling met Wmo en Jeugdwet. Vergroten van de uitstroom naar werk of participatie – duurzame resultaten in arbeid, scholing of maatschappelijke betrokkenheid. Lagere structurele uitvoeringskosten – een efficiëntere organisatie met een betere verhouding tussen middelen en resultaten.

Het functioneren van SEM heeft de aandacht van de gemeenteraad, zoals onder meer blijkt uit een peiling onder de fracties in 2025. Voor 2023 was door het college een interne evaluatie voorzien, gericht op de dienstverlening van SEM. Deze evaluatie is echter niet uitgevoerd. Tegen deze achtergrond heeft de Rekenkamer in het najaar van 2025 besloten een onafhankelijk extern evaluatie-onderzoek te laten uitvoeren.

Doelstelling en vraagstelling Dit onderzoek heeft tot doel onafhankelijk vast te stellen in hoeverre Sociale Zaken Eijsden-Margraten (SEM) haar doelstellingen op het gebied van dienstverlening heeft gerealiseerd. De resultaten dienen ter sturing en controle voor de gemeenteraad en kunnen aanleiding geven tot aandachtspunten voor het college en de ambtelijke organisatie.

3

De centrale vraag van het onderzoek luidt als volgt: In hoeverre heeft SEM vanaf 2022 de beoogde doelstellingen op het gebied van dienstverlening bereikt en hoe doelmatig en doeltreffend is de uitvoering daarbij geweest? De bijbehorende deelvragen worden aan het begin van de hoofdstukken in de Nota van bevindingen vermeld en in deze hoofdstukken beantwoord. De beantwoording vindt plaats aan de hand van een normenkader. Dit normenkader is opgenomen in bijlage 1, waar per norm ook een beoordeling en een korte toelichting zijn opgenomen.

Onderzoeksuitvoering Het onderzoek is uitgevoerd in de periode van augustus 2025 tot en met januari 2026 en maakt gebruik van zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden. De kwalitatieve onderzoeksmethoden bestaan uit een documentenanalyse en interviews. De documentenanalyse omvat onder meer beleidsdocumenten, uitvoeringsdocumenten en stukken uit de P&C-cyclus. Daarnaast zijn interviews gehouden met leidinggevenden, klantmanagers, de beleids- en kwaliteitsadviseur, de financieel adviseur, de business consultant werkzaam voor SEM en de portefeuillehouder. Deze gesprekken zijn gevoerd om inzicht te verkrijgen in het beleid, de organisatie en de sturing. Een overzicht van de bestudeerde documenten en de geïnterviewde personen is opgenomen in bijlage 2. Aanvullend zijn kwantitatieve onderzoeksmethoden toegepast, waaronder een dossieranalyse, een data-analyse van het cliëntenbestand en een cliëntervaringsonderzoek. De dossieranalyse richt zich op aspecten als zorgvuldige besluitvorming, het betrekken van persoonlijke omstandigheden, maatwerk in de uitvoering en integraliteit. De toetsingscriteria zijn opgenomen in bijlage 3. Uit het totale bestand van 276 dossiers is aselect een steekproef van 28 cliëntdossiers getrokken. Deze dossiers zijn geraadpleegd in C-Vision.

Per dossier is vastgelegd welke vormen van ondersteuning van toepassing zijn (algemene bijstand, bijzondere bijstand en/of minimabeleid) en hoe lang de ondersteuning loopt. De beoordeling richt zich primair op documenten uit de periode 2023–2025. Indien recente informatie ontbrak, zijn ook oudere stukken betrokken. Per dossier zijn gemiddeld vijf documenten bestudeerd, waaronder besluiten, gespreksverslagen en correspondentie. De data-analyse is uitgevoerd op het cliëntenbestand per 15 oktober 2025. Deze analyse is gebaseerd op gegevens die door klantmanagers worden vastgelegd en geleidelijk worden opgenomen in C-Vision. De analyse biedt een nadere duiding van de samenstelling van de doelgroep en de mogelijkheden voor uitstroom. Het bestand omvatte op dat moment 311 personen, waarvan 278 uitkeringsgerechtigde cliënten en 25 niet-uitkeringsgerechtigden. Tot slot is een telefonisch cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in hoe inwoners de ondersteuning en bejegening door de gemeente en SEM ervaren. Hiervoor is een aselecte steekproef getrokken uit het cliëntenbestand van 278 cliënten. In de periode van 8 tot en met 18 december 2025 zijn in totaal 25 cliënten benaderd. Twaalf cliënten gaven aan bereid te zijn mee te werken; uiteindelijk zijn elf interviews succesvol afgerond aan de hand van een vragenlijst. De vragenlijst is opgenomen in bijlage 4.

Gezien de beperkte omvang van het aantal gesprekken (n = 11) kunnen de uitkomsten niet als representatief voor het totale cliëntenbestand worden beschouwd en dienen deze als indicatief en verkennend te worden geïnterpreteerd.

Leeswijzer Dit rapport bestaat uit twee delen: de Bestuurlijke nota en de Nota van bevindingen. In het eerste hoofdstuk van de Bestuurlijke nota legt de Rekenkamer verantwoording af over het uitgevoerde onderzoek. In het tweede hoofdstuk worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd. Het derde onderdeel bevat de bestuurlijke reactie van het college van burgemeester en wethouders. De Nota van bevindingen bestaat uit drie hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk beschrijft het beleid en de organisatie van SEM en gaat daarnaast in op de informatievoorziening richting de gemeenteraad. Het tweede hoofdstuk behandelt de uitvoering en de praktijk van de dienstverlening. Daarbij komen onder meer maatwerk, het afstemmen op de persoonlijke situatie van cliënten en de integrale samenwerking binnen het sociaal domein aan bod. Ook wordt

4

REKENKAMER

aandacht besteed aan uitstroom en zelfredzaamheid. Deze twee hoofdstukken zijn gebaseerd op de resultaten van de documentenanalyse en de interviews. Het derde hoofdstuk behandelt de bevindingen op basis van de kwantitatieve onderzoeksmethoden en gaat nader in op de resultaten van de interne controles, de dossieranalyse en het cliëntervaringsonderzoek. Tot slot zijn de bijlagen opgenomen, waarin onder meer het normenkader en andere overzichten zijn opgenomen, zoals toegelicht bij de onderzoeksmethoden en een lijst met afkortingen.

5

Centrale boodschap In dit hoofdstuk geeft de Rekenkamer verkort de conclusies weer op basis van het onderzoek. In de Nota van Bevindingen zijn de achtergrond en verdere onderbouwing van deze conclusies te vinden. Aansluitend op de conclusies volgen de aanbevelingen voor de raad en het college.

Conclusies Uit het onderzoek blijkt dat SEM erin is geslaagd de uitvoering van participatie en inkomen dichter bij inwoners te organiseren, met een sterke nadruk op persoonlijke benadering, maatwerk en handelen in de geest van de wet. De uitvoeringspraktijk wordt breed als betrokken en zorgvuldig ervaren en sluit goed aan bij de schaal en context van de gemeente. Hierdoor wordt het verschil zichtbaar tussen een sterke, mensgerichte uitvoeringspraktijk en de mate waarin deze structureel is geborgd en ondersteund door sturing en informatie. De beleidsmatige en informatiegestuurde sturing blijft (nog) achter bij de ambities die bij de oprichting van SEM zijn geformuleerd. Met name de benutting van beleidsvrijheid, de borging van processen en het systematisch inzicht in resultaten, effecten en kosten zijn nog in ontwikkeling, waarbij de beleidsvrijheid in de praktijk bewust terughoudend wordt ingezet. 1.

Verbeterde sturing en grip op de uitvoering

Het beleid voor inkomensondersteuning en participatie is recent samengebracht in één integrale Verordening Sociaal Domein. Deze verordening is toegankelijk opgesteld, sluit aan bij landelijke wetgeving en regionale afspraken en ondersteunt een mensgerichte uitvoering met ruimte voor maatwerk. De beleidsontwikkeling vindt plaats in nauwe wisselwerking tussen beleid, uitvoering en adviesorganen. De beleidsvrijheid binnen de wettelijke kaders wordt in de praktijk terughoudend benut. Volgens de interviews is dit een bewuste keuze om rechtsgelijkheid te waarborgen en verschillen tussen gemeenten te voorkomen. Daardoor volgt het beleid grotendeels landelijke en regionale kaders en is de beoogde versterking van lokale beleidsvrijheid en sturing beperkt zichtbaar. Op het terrein van sturing en informatievoorziening beschikt de gemeente over veel gedetailleerde uitvoerings- en financiële informatie, maar is het overzicht op hoofdlijnen nog beperkt. Door systeemwisselingen en verschillen in gegevensopbouw is samenhang en vergelijkbaarheid van informatie lastig. De ontwikkeling van bestuurlijke sturingsinformatie, onder meer via KPI’s en een bestuurlijk dashboard, is in gang gezet en biedt potentie. Ten tijde van het onderzoek wordt deze informatie echter nog beperkt benut voor actieve beleids- en uitvoeringssturing.

Specialistische taken zijn deels belegd bij individuele medewerkers en werkprocessen zijn nog niet overal volledig vastgelegd. De kleinschaligheid zorgt voor korte lijnen en afstemming, maar structurele borging van kennis en werkwijzen is een aandachtspunt. 2.

Maatwerk, contextgerichte dienstverlening en samenwerking in het sociaal domein

De uitvoering van SEM wordt gekenmerkt door nabijheid, persoonlijke kennis van cliënten en een flexibele werkwijze die is gericht op maatwerk en het afstemmen op de persoonlijke situatie van inwoners. Deze manier van werken wordt door medewerkers, bestuur en cliënten als passend ervaren voor een kleine gemeente en kwetsbare doelgroepen. Besluitvorming vindt plaats binnen de geldende wettelijke kaders, waarbij bewust wordt gezocht naar oplossingen in de geest van de wet wanneer standaardtoepassing tot onwenselijke uitkomsten zou leiden. Samenwerking binnen het sociaal domein komt in individuele gevallen goed tot stand, mede door de integrale verordening, korte lijnen en de kleinschalige organisatie. Tegelijkertijd is deze werkwijze in de praktijk beperkt vastgelegd en geborgd. Uit het onderzoek blijkt dat de toepassing van maatwerk en integraliteit in belangrijke mate afhankelijk is van de professionele afwegingen van individuele medewerkers en niet altijd zichtbaar is vastgelegd in dossiers. Daarnaast is het uitgangspunt om cliënten periodiek, idealiter jaarlijks, in beeld te hebben niet structureel gerealiseerd en ontbreekt een uitgewerkte werkwijze en monitoring hierop. Ook is integrale samenwerking niet structureel verankerd in processen zoals intake en monitoring en speelt onzekerheid over de toepassing van privacywetgeving een rol bij het delen van informatie.

Hierdoor is beperkt inzichtelijk in hoeverre sprake is van een samenhangende en structureel toegepaste aanpak bij inwoners met meervoudige problematiek. 3.

Vergroten van de uitstroom naar werk of participatie

Het cliëntenbestand van SEM bestaat uit drie groepen. Voor ongeveer de helft van de cliënten is uitstroom naar werk of scholing niet realistisch en ligt de nadruk op stabilisatie, contact en maatschappelijke participatie. Een deel van de

6

REKENKAMER

cliënten heeft langdurig intensieve ondersteuning nodig voordat uitstroom in beeld komt. Ongeveer een kwart van de cliënten komt binnen enkele jaren in beweging richting uitstroom naar werk of scholing. Het inzicht in uitstroomresultaten en zelfredzaamheid is echter nog beperkt. Hoewel gegevens over werkfitheid en uitstroom beschikbaar zijn, worden deze nog niet structureel benut voor monitoring en rapportage op hoofdlijnen. Daarnaast blijkt uit dossieronderzoek dat in een groot deel van de dossiers niet zichtbaar is wat de geboden ondersteuning heeft opgeleverd en dat nazorg en opvolging bij beëindiging slechts beperkt zijn vastgelegd. Hierdoor is het moeilijk om de effectiviteit van de inzet van SEM systematisch te beoordelen en om ontwikkelingen in het cliëntenbestand goed te duiden. 4.

Lagere structurele uitvoeringskosten

Een vergelijking van uitvoeringskosten met de periode vóór de oprichting van SEM is slechts beperkt mogelijk door het ontbreken van consistente en vergelijkbare gegevens. De P&C-cyclus biedt de raad inzicht in de financiële omvang, rechtmatigheid en afwijkingen ten opzichte van de begroting. Deze informatie is echter voornamelijk verantwoordend van aard en vraagt zonder nadere toelichting om interpretatie, met name bij saldoposten en incidentele afwijkingen. Daarmee ondersteunt de huidige informatievoorziening vooral de controlerende rol van de raad op hoofdlijnen en achteraf, en biedt deze in beperkte mate inzicht in de relatie tussen inzet, kosten en bereikte resultaten.

Aanbevelingen De aanbevelingen sluiten direct aan op de bevindingen en zijn gericht op versterking van sturing, borging en inzicht. Zij zijn gegroepeerd rond de vier doelstellingen en variëren in aard en reikwijdte, van concreet en direct uitvoerbaar tot meer structurele verbeteringen. Sturing en grip op de uitvoering Gericht aan: College van B&W en ambtelijke organisatie 1. Gebruik van sturingsinformatie Versterk de sturing op SEM door het structureel gebruiken van samenhangende sturingsinformatie over financiën, cliëntenbestand en resultaten. Werk het bestuurlijk dashboard verder uit en gebruik dit als vast instrument voor periodieke bespreking en beleidsbijsturing. 2. Expliciteren van beleidskeuzes Maak expliciet op welke onderdelen gebruik wordt gemaakt van de beschikbare beleidsvrijheid en waar bewust wordt gekozen voor uniformiteit. Leg deze afwegingen vast en maak deze inzichtelijk voor de raad. 3. Borging van kennis en werkprocessen Versterk de borging van kennis en werkzaamheden door werkprocessen en werkinstructies verder te standaardiseren en vast te leggen. Besteed daarbij aandacht aan de overdraagbaarheid van specialistische taken. Maatwerk, dienstverlening en samenwerking Gericht aan: College van B&W en ambtelijke organisatie 4.

Borging van maatwerk en integraliteit Leg de toepassing van maatwerk en integrale samenwerking structureler vast in werkprocessen en dossiers, zodat afwegingen navolgbaar en overdraagbaar worden. 5. Structureel in beeld houden van cliënten Werk een concrete werkwijze uit om cliënten periodiek in beeld te houden en monitor de uitvoering hiervan, zodat regelmatige contactmomenten worden geborgd. 6. Verduidelijking privacy en gegevensdeling Zorg voor duidelijke kaders en praktische richtlijnen voor gegevensdeling binnen het sociaal domein, zodat samenwerking niet wordt belemmerd door onzekerheid over privacywetgeving. Uitstroom naar werk of participatie Gericht aan: College van B&W en ambtelijke organisatie 7. Ontwikkelen van sturingsinformatie uitstroom Ontwikkel een beperkte set indicatoren voor uitstroom, stabilisatie en participatie en gebruik deze structureel voor monitoring en sturing op hoofdlijnen.

7

8. Verbeteren vastlegging resultaten en nazorg Zorg dat in dossiers structureel wordt vastgelegd wat de ondersteuning heeft opgeleverd en hoe nazorg en opvolging zijn ingericht, zodat beter inzicht ontstaat in de effectiviteit van de geboden ondersteuning. Uitvoeringskosten / Informatiepositie raad Gericht aan: Gemeenteraad en college van B&W 9. Inzicht in doelmatigheid Ontwikkel inzicht in de relatie tussen inzet, kosten en resultaten van SEM, zodat de doelmatigheid van de uitvoering beter kan worden beoordeeld. 10. Versterken informatiepositie gemeenteraad Maak afspraken over een vaste en herkenbare vorm van tussentijdse rapportage over SEM, waarin zowel financiële als inhoudelijke ontwikkelingen worden geduid.

8

REKENKAMER

Reactie college van B&W

9

Rekenkamer Gemeente Eijsden-Margraten

Eijsden-Margraten:

12 mei 2026

Onderwerp:

Bestuurlijke reactie van het college van burgemeester en wethouders

Geachte mevrouw Hubens,

Het college van burgemeester en wethouders heeft met belangstelling kennisgenomen van het rapport van de Rekenkamer naar het functioneren van Sociale Zaken EijsdenMargraten (SEM). Wij spreken onze waardering uit voor de zorgvuldige wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd en de heldere analyse die is gepresenteerd. Het college herkent zich in de hoofdlijnen van de conclusies. In het bijzonder onderschrijven wij het beeld dat SEM erin is geslaagd de uitvoering dichter bij de inwoner te organiseren, met een sterke nadruk op persoonlijke benadering, maatwerk en handelen in de geest van de wet. Deze mensgerichte uitvoeringspraktijk zien wij als een belangrijke verworvenheid die aansluit bij de schaal en context van onze gemeente. Tegelijkertijd herkennen wij de constatering dat de beleidsmatige en informatiegestuurde sturing, evenals de borging van processen en het systematisch inzicht in resultaten en effecten, nog verdere ontwikkeling behoeven. Wij beschouwen deze punten als logische vervolgstappen in de doorontwikkeling van SEM, passend bij de groeifase waarin de organisatie zich bevindt en de uitbreiding van taken in de afgelopen jaren. Het college neemt de aanbevelingen van de Rekenkamer serieus en ziet deze als een waardevolle ondersteuning bij het verder versterken van de uitvoering en sturing. Hieronder gaan wij in op de afzonderlijke aanbevelingen.

Behandeld door Bijlage(n) Documentkenmerk(en)

: L. Haarsma : Geen :

*Z0DA69BD1E9*

Uw brief van Uw kenmerk Pagina

: 06-05-2026 : Besluit college : 1 van 3

Ons kenmerk

: Z/26/296943/1022299

Reactie op de aanbevelingen 1. Gebruik van sturingsinformatie Het college onderschrijft het belang van samenhangende sturingsinformatie. In de afgelopen periode is reeds gestart met de ontwikkeling van een dashboard. Wij zullen dit dashboard verder vormgeven en daar waar mogelijk onderdeel laten uitmaken van de planning en control cyclus. Daarbij wordt ingezet op een samenhang tussen financiële gegevens, cliëntkenmerken en resultaten, zodat gerichter kan worden bijgestuurd. 2. Expliciteren van beleidskeuzes Het college neemt deze aanbeveling over. Wij zullen explicieter maken op welke onderdelen gebruik wordt gemaakt van beleidsvrijheid en waar bewust wordt gekozen voor aansluiting bij landelijke en regionale kaders. 3. Borging van kennis en werkprocessen Het college onderschrijft het belang van verdere borging van kennis en werkprocessen. Wij zullen inzetten op het verder standaardiseren en vastleggen van werkprocessen en werkinstructies, met bijzondere aandacht voor de overdraagbaarheid van specialistische taken. Dit draagt bij aan continuïteit, kwaliteit en minder afhankelijkheid van individuele medewerkers. 4. Borging van maatwerk en integraliteit Het college neemt deze aanbeveling over. Hoewel maatwerk en integraliteit in de praktijk worden toegepast, is de vastlegging hiervan nog niet overal structureel.

Wij zullen werkprocessen en dossiervorming zodanig aanpassen dat afwegingen rondom maatwerk en integrale samenwerking beter worden vastgelegd en navolgbaar zijn. 5. Structureel in beeld houden van cliënten Het college onderschrijft het belang van periodiek contact met cliënten. Wij willen dicht bij de mens staan en focussen hierbij op het zo goed mogelijk begeleiden van onze cliënten. 6. Verduidelijking privacy en gegevensdeling Het college neemt deze aanbeveling over. Wij zullen duidelijke kaders en praktische richtlijnen ontwikkelen voor gegevensdeling binnen het sociaal domein. Hierbij wordt aandacht besteed aan zowel juridische duidelijkheid als werkbare handvatten voor medewerkers, zodat samenwerking niet wordt belemmerd door onzekerheid over privacywetgeving. 7. Ontwikkelen van sturingsinformatie uitstroom Het college onderschrijft het belang van beter inzicht in uitstroom en participatie. Wij zullen een beperkte en relevante set indicatoren ontwikkelen die inzicht geven in uitstroom, stabilisatie en participatie. Deze indicatoren worden opgenomen in de reguliere monitoring en rapportage, zodat sturing op hoofdlijnen wordt versterkt.

Pagina

: 2 van 3

Ons kenmerk

: Z/26/296943/1022299

8. Verbeteren vastlegging resultaten en nazorg Het college neemt deze aanbeveling over. Wij zullen de dossiervorming verbeteren door structureel vast te leggen wat de ingezette ondersteuning heeft opgeleverd en hoe nazorg en opvolging zijn ingericht. Dit draagt bij aan beter inzicht in de effectiviteit van de ondersteuning en aan verdere professionalisering van de uitvoering. 9. Inzicht in doelmatigheid Het college onderschrijft het belang van meer inzicht in de relatie tussen inzet, kosten en resultaten. Wij zullen werken aan het ontwikkelen van een beter samenhangend inzicht in doelmatigheid, onder meer door het verbinden van financiële gegevens aan prestaties en effecten. Dit zal gefaseerd worden opgebouwd, mede afhankelijk van de beschikbaarheid en kwaliteit van data. 10. Versterken informatiepositie gemeenteraad Het college neemt deze aanbeveling over. Wij zullen met de raad afspraken maken over een vaste en herkenbare vorm van tussentijdse rapportage over SEM. Deze rapportages zullen zowel financiële als inhoudelijke ontwikkelingen bevatten en gericht zijn op het versterken van de kaderstellende en controlerende rol van de raad.

Slot Het college ziet de aanbevelingen van de Rekenkamer als een waardevolle impuls voor de verdere ontwikkeling van SEM. Wij hebben er vertrouwen in dat met de voorgestelde maatregelen de balans tussen een sterke, mensgerichte uitvoering en een robuuste sturing en verantwoording verder wordt versterkt.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten, De secretaris, De burgemeester,

Drs. J.M.F. Kool

Mr. A.P. Krijnen

Pagina

: 3 van 3

Ons kenmerk

: Z/26/296943/1022299

REKENKAMER

Deel 2: Nota van bevindingen

11

1

Het beleid en de organisatie in beeld In dit hoofdstuk beantwoorden wij de volgende deelvragen op basis van interviews en documentenanalyse.

1.1 /

1.

Hoe ziet het beleid met betrekking tot inkomensondersteuning eruit, welke middelen worden ingezet en hoe is de uitvoering georganiseerd?

2.

In welke mate heeft de gemeente meer directe sturingsmogelijkheden en beleidsvrijheid gekregen, en hoe wordt dit benut?

Het beleid Deze paragraaf beschrijft het beleid voor inkomensondersteuning en participatie. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de hoofdtaken inkomensondersteuning en participatie en de aanverwante taken schuldhulpverlening, inburgering en de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Inkomensondersteuning en participatie Het beleid op het terrein van inkomensondersteuning en participatie is recent herzien en vastgelegd in één integrale Verordening Sociaal Domein. Deze verordening bundelt voorheen losse beleidsregels tot één samenhangend geheel. Tot januari 2025 gold het beleid van Maastricht (SZMH) en ontbrak een afzonderlijke verordening voor SEM. Dit betekent dat SEM tot die datum hetzelfde beleid voerde als de gemeenten die aangesloten zijn bij SMZH. Ook met de invoering van de nieuwe verordening zijn de beleidswijzigingen beperkt gebleven. Wel biedt de verordening iets meer ruimte om af te wijken van standaardregels, wanneer dit in het belang van de inwoner is en de afweging uitlegbaar en uitvoerbaar blijft. Het uitgangspunt is een zogenoemde omgekeerde verordening, waarbij niet de regelgeving maar de behoefte van de inwoner centraal staat. De verordening geeft uitvoering aan de landelijke Participatiewet. Met de gemeenten in Maastricht-Heuvelland is afgesproken om niet ingrijpend af te wijken van het gezamenlijke beleid.

Waar afwijkingen worden toegestaan, betreft dit uitsluitend beperkte onderdelen, zoals de toepassing van staffels binnen inkomensgrenzen (bijvoorbeeld tussen 110% en 130%). Deze afwijking is pas recent vastgelegd in een collegebesluit van 13 januari 2026 en in februari van dat jaar aan de gemeenteraad voorgelegd. Gelet op de kleinschaligheid van de gemeente en de sterke sociale verbondenheid tussen inwoners wordt beleidsvrijheid in de praktijk terughoudend benut. Dit draagt bij aan uniformiteit en uitlegbaarheid richting inwoners en binnen de regio, maar beperkt tegelijkertijd de ruimte voor lokale accenten en directe beleidssturing. Daarmee is een van de hoofddoelstellingen voor de oprichting van SEM namelijk het versterken van lokale beleidsvrijheid en sturingsmogelijkheden beperkt zichtbaar in de verordening. De verordening geeft invulling aan de landelijke Participatiewet. Daarnaast is met de gemeenten uit MaastrichtHeuvelland afgesproken om niet ingrijpend af te wijken van het gezamenlijke beleid. Waar er verschillen zijn, betreft

12

REKENKAMER

dit vooral kleine onderdelen, zoals de toepassing van staffels (bijvoorbeeld binnen inkomensgrenzen tussen 110% en 130%). Dit is vastgelegd in een collegebesluit van 13 januari 2026 en doorgeleid naar de gemeenteraad in februari van dit jaar. Gezien de kleinschaligheid van de gemeente en de sterke sociale verbondenheid tussen inwoners wordt bewust terughoudend omgegaan met beleidsafwijkingen. Dit draagt bij aan transparantie en uitlegbaarheid richting inwoners en binnen de regio. Tegelijkertijd was beleidsvrijheid en directe sturingsmogelijkheden een van de doelstellingen om SEM op te richten. De Rekenkamer constateert dat de verordening goed toegankelijk is opgesteld. De beleidsontwikkeling vindt zoveel mogelijk van onderop plaats, met nauwe samenspraak tussen de beleidsmedewerker, kwaliteitsmedewerker en klantmanagers. Daarnaast is sprake van goed contact en een constructieve samenwerking met de Adviesraad Sociaal Domein. Gemeenten hebben binnen de Participatiewet beperkte beleidsvrijheid. De nieuwe Participatiewet in Balans, die gefaseerd in werking treedt vanaf 1 januari 2026, biedt iets meer ruimte voor maatwerk en het voorkomen van disproportionele sancties. SEM bereidt deze overgang momenteel voor.

Klantmanagers geven aan dat de invoering van de nieuwe wet naar verwachting weinig verandert aan de dagelijkse werkwijze: de focus blijft liggen op het ondersteunen van inwoners richting zelfredzaamheid. Wel verandert de administratieve verwerking, doordat bepaalde berekeningen anders worden uitgevoerd. Tegelijkertijd wordt opgemerkt dat ook onder het eerdere beleid van Maastricht al ruimte bestond om in individuele gevallen af te wijken en maatwerk toe te passen. De uitvoeringsbesluiten vallen onder de bevoegdheid van het het college van B&W. Momenteel loopt een traject om de afzonderlijke uitvoeringsbesluiten samen te voegen tot één integraal uitvoeringsbesluit. In december 2025 is er het collegebesluit genomen over algemene regels inzake uitvoering van de Participatiewet 2026 en verder. Hierbij wordt ook de positie van eenverdieners herzien om in lijn te brengen met landelijke wetgeving. In de jaren 20232024 was er geen beleidsmedewerker aanwezig waardoor er in 2025 een inhaalslag gemaakt moest worden naar het opstellen van beleidsdocumenten. Bijbehorende uitvoeringstaken Schuldhulpverlening Schuldhulpverlening is hoofdstuk 7 (Inkomen en schulden) opgenomen in de Integrale verordening sociaal domein en geeft hiermee uitvoering aan de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening.

Daarnaast is schuldhulpverlening procedureel verweven met hoofdstuk 2 (Van hulpvraag tot besluit), waarin de benadering van hulpvragen is vastgelegd. In dit hoofdstuk is schuldhulpverlening expliciet benoemd als voorziening die in spoedeisende situaties met voorrang en tijdelijk kan worden ingezet. Uit de interviews blijkt dat schuldhulpverlening beleidsmatig niet als een afzonderlijk domein wordt benaderd, maar nadrukkelijk onderdeel vormt van het inkomens- en participatiebeleid. De verordening fungeert daarbij als juridisch en normerend kader. Het Beleidsplan Schuldhulpverlening 2023–2025 kent een sobere beleidsvisie en sluit aan bij landelijke wetgeving en richtlijnen. Het plan bevat de wettelijk vereiste onderdelen, maar kent weinig lokale accenten of beleidsmatige vernieuwing. De focus ligt op vroegsignalering, laagdrempelige toegang tot schuldhulpverlening en het voorkomen van schulden via voorlichting en informatie. Inwoners met financiële problematiek ontvangen ondersteuning bij het oplossen of beheersbaar maken van schulden, met aandacht voor onderliggende oorzaken en belemmeringen en met toepassing van maatwerk, gericht op financiële zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Ten tijde van het onderzoek was een addendum op het beleidsplan in voorbereiding.

Het addendum beoogt het bestaande beleid te actualiseren en te intensiveren op basis van recente inzichten en signalen uit de uitvoeringspraktijk, zonder de beleidslijn wezenlijk te wijzigen. In vergelijking met het oorspronkelijke beleidsplan bevat het addendum meer concrete aanknopingspunten voor maatwerk en specifieke doelgroepen, waarmee het beleidsmatig meer richtinggevend is. In het concept-addendum van juni 2025 ligt de nadruk onder meer op versterking van vroegsignalering, het tegengaan van niet-gebruik van regelingen, extra aandacht voor werkende armen en zzp’ers en het verruimen van maatwerkmogelijkheden binnen de bestaande kaders. Het addendum is vastgesteld door het college, maar was ten tijde van het onderzoek nog niet formeel vastgesteld door de gemeenteraad.

Inburgering Inburgering is verspreid uitgewerkt over meerdere hoofdstukken in de Integrale verordening sociaal domein. De inhoudelijke bepalingen zijn met name ondergebracht in hoofdstuk 3 (Werk en participatie), waarin onder meer de

13

begeleiding van inburgeringsplichtigen, de brede intake, het plan inburgering en participatie en het uitgangspunt van dualiteit zijn vastgelegd. Daarnaast is inburgering procedureel ingebed in hoofdstuk 2 (Van hulpvraag tot besluit), waarin de benadering van hulpvragen is uitgewerkt. De verordening sluit aan bij de Wet inburgering 2021, die sinds 1 januari 2022 van kracht is en uitgaat van drie leerroutes (B1-route, onderwijsroute en zelfredzaamheidsroute). De gekozen opzet past bij de integrale benadering van het sociaal domein, waarbij inburgering is verbonden aan participatie en werk. De uitwerking in de verordening is daarbij voornamelijk juridisch en procedureel van aard en bevat beperkt expliciete lokale beleidskeuzes of ambities. Inburgering heeft daardoor binnen de verordening geen afzonderlijk beleidsprofiel, maar functioneert als onderdeel van het bredere participatiebeleid. Uit de interviews komt naar voren dat deze wijze van inbedding door een deel van de geïnterviewden als passend wordt beschouwd. Enkele geïnterviewden geven aan dat een meer samenhangende of expliciete visie op inburgering wenselijk zou kunnen zijn, met name om richting te geven aan de verdere ontwikkeling van het beleid.

Tegelijkertijd wordt aangegeven dat hiervoor op dit moment onvoldoende capaciteit beschikbaar is, waardoor inburgering beleidsmatig vooral pragmatisch wordt ingevuld binnen de bestaande kaders. Opvang van Oekraïners De opvang van Oekraïense vluchtelingen valt buiten de Integrale verordening sociaal domein en is niet vastgelegd in een afzonderlijk gemeentelijk beleidskader. De opvang vindt plaats op basis van landelijke regelingen en tijdelijke uitvoeringsafspraken (veelal regionaal). Daarmee vormt de opvang geen onderdeel van het reguliere beleid voor inkomensondersteuning, participatie of inburgering, maar een afzonderlijke, tijdelijke taak van de gemeente. Opvallend is dat de opvang van Oekraïense vluchtelingen in de interviews slechts beperkt aan bod is gekomen. Beleidsmatig wordt de opvang daarom vooral gezien als een beheersmatige opgave, waarvoor weinig lokale beleidskeuzes nodig zijn. Deze wijze van positionering is in lijn met de praktijk in veel andere gemeenten, waar eveneens geen afzonderlijk gemeentelijk beleid voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen is vastgesteld, met uitzondering van enkele grote gemeenten die een tijdelijk kader hebben vastgesteld. De tijdelijke bescherming voor Oekraïense vluchtelingen is inmiddels meerdere malen verlengd en geldt op dit moment tot maart 2026.

Zolang de oorlog voortduurt, wordt verwacht dat deze bescherming wordt voortgezet. In de interviews wordt aangegeven dat veel Oekraïners inmiddels werken, beschikken over eigen vervoer en in toenemende mate zelfstandig functioneren, waardoor de gemeentelijke impact op termijn kan afnemen. Sterke punten

•

Eén integrale verordening zorgt voor samenhang, duidelijkheid en consistentie in beleid en uitvoering.

•

Het beleid sluit aan bij landelijke wetgeving en regionale afspraken, wat de uitlegbaarheid en rechtsgelijkheid versterkt.

•

De verordening is toegankelijk en begrijpelijk opgesteld en ondersteunt een mensgerichte benadering en maatwerk.

•

Beleidsontwikkeling vindt plaats in nauwe wisselwerking tussen beleid, uitvoering en adviesorganen.

•

Schuldhulpverlening is juridisch goed verankerd en via het addendum inhoudelijk aangescherpt richting meer maatwerk en specifieke doelgroepen.

Aandachtspunten

•

De beleidsvrijheid binnen de wettelijke kaders wordt in de praktijk beperkt benut.

•

Een samenhangende beleidsvisie op inburgering is niet expliciet vastgesteld. De uitvoering van de wettelijke taken rond inburgering is wel belegd in de verordening en andere documenten.

•

De vertaling van de aankomende wetswijzigingen in de Participatiewet (Participatiewet in Balans) naar lokaal beleid en uitvoering vraagt de komende periode aandacht.

•

Door een periode zonder beleidsmedewerker zijn nog niet alle beleidsonderdelen volledig uitgewerkt. .

14

REKENKAMER

1.2 / Inbedding van SEM Sociale Zaken Eijsden-Margraten (SEM) maakt onderdeel uit van het Sociaal Team (Jeugd, Wmo & Participatie) en valt onder de afdeling Samenleving. Binnen deze afdeling zijn ook het Klant Contact Centrum (KCC) en Beleid en Projecten ondergebracht. Beleidsmatig valt SEM onder de beleidsmedewerker werk en inkomen, die rechtstreeks is gepositioneerd onder het afdelingshoofd sociaal domein. De uitvoering van SEM wordt aangestuurd door de Teamregisseur Jeugd, Wmo & Participatie. Het team SEM bestaat in januari 2026 uit ongeveer vijftien medewerkers. Exact aantal fte’s en medewerkers toevoegen bij ambtelijk wederhoor! De impact van hun werk is groot door de directe invloed op inwoners en ook door hun sleutelrol in de verwerking van persoonsgegevens en het beheer van uitkeringen. De kleinschaligheid wordt door betrokkenen als een kracht benoemd: medewerkers kennen elkaar goed, werken praktisch en hands-on en zijn in staat om maatwerk te leveren aan inwoners. Het team wordt niet ervaren als traditioneel ambtelijk; men trekt elkaar actief bij vraagstukken en pakt zaken gezamenlijk op binnen het sociaal team. Ook wordt soms gespard met de portefeuillehouder, zowel over beleidsmatige vraagstukken als over individuele casuïstiek. Het takenpakket van SEM in de afgelopen jaren is uitgebreid.

Naast inkomensondersteuning en re-integratie zijn de taken inburgering, het voortraject van schuldhulpverlening en de opvang van Oekraïense vluchtelingen toegevoegd. Ook zijn de taken fraudeonderzoek en audits verzwaard. Hierdoor zijn meerdere specialistische taken bij individuele medewerkers belegd, wat de uitvoering kwetsbaar maakt bij uitval of vertrek. In de praktijk wordt dit deels opgevangen door back-up binnen het team. Meerdere geïnterviewden geven aan dat de formatie slechts beperkt is meegegroeid met de uitbreiding van taken sinds de uittreding uit SMZH. Daarnaast is een deel van de kennis en uitvoering nog persoonsafhankelijk, doordat niet alle werkprocessen en werkinstructies volledig zijn vastgelegd. Voor de ondersteuning van de uitvoering wordt gebruikgemaakt van de online kennisbank Schulinck Participatiewet die speciaal voor gemeenten is ontwikkeld. In een kleine organisatie als deze is het niet haalbaar om alle wetswijzigingen zelfstandig bij te houden; daarom wordt gebruikgemaakt van dit platform. De verantwoordelijkheid om op de hoogte te blijven van de actuele wet- en regelgeving ligt daarnaast ook bij de klantmanagers zelf. Onder de Participatiewet vallen 21 werkprocessen die de uitvoering van inkomensondersteuning, re-integratie, bijzondere bijstand, heronderzoeken, inburgering en sociaal-medische voorzieningen beschrijven.

Daarnaast zijn er werkinstructies, zoals voor de tegemoetkoming aanvullende zorgverzekering, schoolgaande kinderen, maatschappelijke participatie en de eenmalige energietoeslag 2023, apart opgesteld omdat deze onderwerpen niet onder de Participatiewet vallen. Geïnterviewden geven aan dat de bestaande werkinstructies behulpzaam zijn, maar dat verdere borging wenselijk is om de continuïteit en overdraagbaarheid van werkzaamheden te versterken. De beleidsmatige verantwoordelijkheid voor schuldhulpverlening ligt bij de gemeente, met een keuze voor uitbesteding van complexe trajecten aan de Kredietbank. Organisatorisch is sprake van een hybride inrichting: het voortraject (signalering, preventie, eerste ondersteuning) is gemeentelijk belegd, terwijl de uitvoering van schuldregelingen door de Kredietbank plaatsvindt. Deze constructie functioneert, maar vraagt om goede afstemming, monitoring en informatievoorziening. De interviews laten zien dat deze borging deels nog in ontwikkeling is, onder meer doordat rapportages en processen niet volledig zijn geïntegreerd in de gemeentelijke systemen en verslagen van de Kredietbank niet zijn aangetroffen door de Rekenkamer. De uitvoering van de Wet inburgering 2021 ligt bij SEM. Voor onderdelen wordt samengewerkt met gemeenten in Maastricht-Heuvelland en op Zuid-Limburgse schaal diensten worden ingekocht.

De uitvoering vraagt om specialistische kennis en externe expertise, onder meer op het gebied van taalonderwijs en begeleiding. Uit de interviews blijkt dat de uitvoering kwetsbaar is belegd, doordat deze grotendeels bij één medewerker is ondergebracht. De opvang van Oekraïense vluchtelingen is gestart als tijdelijke taak, en de uitvoering van de opvang kent een wisselende personele bezetting. Organisatorisch is de taak pragmatisch ingevuld met tijdelijke inhuur en deels aparte administratieve systemen. De verwachte tijdelijke aard van de taak en de onzekerheid over de duur en omvang van de opvang maken dat structurele inbedding in de reguliere organisatie bewust wordt beperkt. Sterke punten

•

Duidelijke positionering van SEM binnen het sociaal domein en de afdeling Samenleving met een hands-on werkwijze van het team.

•

Korte lijnen tussen beleid, uitvoering en bestuur.

15

Aandachtspunten

•

De borging van specialistische taken leunt sterk op individuele medewerkers en informele back-up, wat de continuïteit kwetsbaar maakt bij uitval.

•

Voor nieuwere taken is de organisatorische inbedding functioneel, maar nog niet overal uitgewerkt in reguliere processen en systemen.

1.3 / Sturingsinformatie Voor effectieve sturing beschikt de gemeente minimaal over twee vormen van informatie: financiële informatie en informatie over de effectiviteit van de uitvoering, zoals gegevens op hoofdlijnen over het cliëntenbestand. Deze combinatie is noodzakelijk om zowel budgettaire beheersing als inhoudelijke beleidssturing mogelijk te maken. Een vergelijking met de kosten tijdens de eerdere samenwerking met SMZH is niet goed mogelijk, doordat vergelijkbare en consistente gegevens ontbreken. Dit neemt niet weg dat het voor de gemeente belangrijk is om te beschikken over overzichtelijke en bruikbare financiële sturingsinformatie. Uit de interviews blijkt dat de informatievoorziening over SEM is beïnvloed door meerdere systeemwisselingen. Waar eerder gebruik werd gemaakt van Aeolus en later X-Works, wordt momenteel gewerkt met C-Vision. Daarnaast wordt gebruikgemaakt van het hulpmiddel Cognos, dat gegevens uit deze systemen ontsluit en zichtbaar maakt in dashboards en rapportages. Hierdoor is veel gedetailleerde informatie beschikbaar. Tegelijkertijd is de informatie op hoofdlijnen beperkt en is vergelijking lastig, doordat de systemen verschillend zijn ingericht en gegevens anders zijn opgebouwd. Hierdoor is het inzichtelijk maken van ontwikkelingen complex.

De organisatie heeft nadrukkelijk de wens om te komen tot meer sturingsinformatie op bestuursniveau, onder meer door het ontwikkelen van duidelijke KPI’s. Daarbij wordt gedacht aan inzicht in instroom en uitstroom binnen de verschillende onderdelen, het aantal cliënten per 1.000 inwoners (eventueel uitgesplitst per kern) en de gemiddelde duur van voorzieningen. Afhankelijk van landelijke ontwikkelingen en de mogelijkheden binnen de kaders van de AVG wordt tevens gestreefd naar meer integraal inzicht in het totale gebruik van voorzieningen binnen het sociaal domein. De organisatie zet inmiddels stappen om dergelijke sturingsinformatie te ontwikkelen. Recent is een bestuurlijk dashboard over de periode januari tot en met november 2025 beschikbaar gekomen. Dit dashboard wordt momenteel handmatig samengesteld, waarbij een apart Excelbestand als tussenlaag wordt gebruikt. Er wordt gewerkt aan verdere ontwikkeling en automatisering van het dashboard, waarbij een externe BI-specialist is ingehuurd. De eerste opzet van het dashboard geeft inzicht in kosten, begrotingsafwijkingen, het aantal unieke cliënten, uitstroomontwikkelingen, doorlooptijden van processen, en benoemt daarnaast risico’s, trends en actiepunten. Het plan is om het dashboard eenmaal per kwartaal te bespreken in de stuurgroep Sociaal Domein, in aanwezigheid van de leidinggevenden en de wethouder.

Een bespreking in december is niet doorgegaan; een nieuwe bespreking staat gepland voor januari/februari. Deze toelichting is cruciaal, omdat de cijfers en grafieken zonder context onvoldoende basis bieden voor gerichte bestuurlijke sturing. Het dashboard biedt potentie om tot een meer samenhangend beeld van de uitvoering te komen. Mits verder doorontwikkeld en periodiek gebruikt, kan het bijdragen aan versterking van de sturing op het cliëntenbestand en op de uitvoering in bredere zin. Uit de gesprekken blijkt dat er de afgelopen jaren in beperkte mate gebruik is gemaakt van financiële informatie als actief sturingsinstrument voor de uitvoering. Dit baseert de Rekenkamer mede op het feit dat, ook na herhaald navragen, vooral losse beschikkingen en detailcijfers zijn aangeleverd, zonder een samenhangend en eenduidig overzicht. Daarbij is geconstateerd dat bedragen uit verschillende overzichten niet altijd met elkaar overeenkomen, wat het inzicht en de bruikbaarheid van de informatie beperkt. Aan het einde van het onderzoek is aangegeven dat beschikbare informatie periodiek is besproken op management- en bestuurlijk niveau en in ieder geval heeft bijgedragen aan bijsturing via begroting en bestuursrapportages. Daarnaast blijkt uit de interviews dat binnen SEM veel kwalitatieve kennis aanwezig is over het cliëntenbestand.

Deze kennis is vooral gebaseerd op persoonlijk contact en ervaring in de uitvoering. Medewerkers hebben daardoor goed zicht op individuele situaties en complexe casuïstiek. Tegelijkertijd zijn er weinig aanwijzingen voor structurele, organisatiebrede informatie over instroom, uitstroom, duur en complexiteit van ondersteuning. Het zicht op het

16

REKENKAMER

cliëntenbestand is daarmee voornamelijk casusgericht en ervaringsmatig van aard, en slechts beperkt bruikbaar voor beleidsmatige of strategische sturing. Sterke punten

•

De organisatie beschikt over gedetailleerde uitvoeringsinformatie en zet stappen om deze te bundelen in een bestuurlijk dashboard.

•

Er is veel kwalitatieve kennis aanwezig over het cliëntenbestand, gebaseerd op persoonlijk contact.

Aandachtspunten

•

De informatie op hoofdlijnen is beperkt en door systeemwisselingen lastig vergelijkbaar, waardoor ontwikkelingen minder goed te duiden zijn.

•

Financiële informatie en cliëntgegevens zijn nog onvoldoende samenhangend en eenduidig om structureel als sturingsinformatie te gebruiken.

1.4 / De informatievoorziening aan de raad De informatievoorziening over SEM richting de gemeenteraad verloopt via de reguliere planning- en controlcyclus (P&C), waaronder de begroting, de bestuursrapportages (Burap), de jaarrekening en het accountantsverslag. In het accountantsverslag wordt de raad geïnformeerd over de uitkomsten van de interne controle op sociale uitkeringen en over de rechtmatigheid van de uitvoering. Bevindingen uit de managementletters 2023 en 2024 over de ontwikkeling van deze interne controles worden nader besproken in paragraaf 3.2. Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van het P&C-portaal van de gemeente Eijsden-Margraten (de begrotingsapp), om te beoordelen in hoeverre de beschikbare informatie voor raadsleden inzichtelijk is en of hiermee verantwoording wordt afgelegd. SEM is opgenomen binnen programma 1 Kwaliteit van leven, onder de paragraaf Inclusieve samenleving. Binnen dit onderdeel zijn drie speerpunten, gebaseerd op het coalitieprogramma 2022– 2026, onderscheiden: 1.

het continueren van vroegsignalering bij schuldenproblematiek;

2.

het investeren in begeleiding van statushouders en nieuwkomers;

3.

het actief begeleiden van inwoners via SEM naar werk of participatie.

Per speerpunt wordt een beknopte toelichting gegeven, gevolgd door een financieel overzicht. Dit overzicht is opgesteld volgens de gebruikelijke exploitatie-systematiek van gemeenten, waarbij uitgaven als negatieve bedragen en inkomsten/vergoedingen als positieve bedragen worden gepresenteerd. Het weergegeven bedrag per post betreft het saldo van lasten en baten binnen het betreffende begrotingsjaar. Positieve bedragen wijzen niet op het ontbreken van uitgaven, maar geven aan dat de ontvangen vergoedingen in dat jaar hoger waren dan de gerealiseerde lasten. Negatieve bedragen laten zien welk deel van de kosten per saldo ten laste van de gemeentelijke exploitatie is gekomen. Afwijkingen tussen begroting en realisatie kunnen het gevolg zijn van verschillen in uitvoering, autonome ontwikkelingen (zoals wetswijzigingen of onvoorziene veranderingen in de ondersteuningsbehoefte), evenals van administratieve of boekhoudkundige effecten, zoals aframingen, verrekeningen of voorzieningen. Daarbij geldt dat bij een kleine gemeente beperkte mutaties, zoals één uitkering meer of minder, relatief snel zichtbaar zijn in de financiële cijfers. Ter illustratie zijn in tabel 1 de posten groter dan € 100.000 weergegeven op basis van de jaarrekeningen.

17

Tabel 1. Overzicht grootste posten SEM (bedragen x € 1.000) Post (exploitatie)

Begroting 2023 (na wijz.) Werkelijk 2023 Begroting 2024 (na wijz.) Werkelijk 2024

Participatiewet

€ 577

€ 168

€ 773

€ -236

IOAW-uitkeringen

€ -219

€ -173

€ -168

€ -157

Loonkostensubsidie

€ -192

€ -202

€ -265

€ -207

Re-integratie

€ -337

€ -326

€ -393

€ -314

Oekraïne

€ -256

€ 1.262

€ 677

€ 994

Minima-regelingen

€ -265

€ -259

€ -336

€ -273

Bijzondere bijstand

€ -654

€ -673

€ -121

€ -78

€ -2.066

€ -2.058

€ -1.892

€ -1.950

Sociale werkvoorziening

De post Participatiewet laat in 2023 een positief saldo zien en in 2024 een negatief saldo. Deze omslag hangt samen met de saldering van uitgaven en rijksvergoedingen binnen één begrotingspost. In 2024 is het negatieve resultaat mede beïnvloed door een foutieve aframing in de tweede bestuursrapportage als gevolg van een systeemwissel, evenals door een verhoging van de voorziening debiteuren. Uit de toelichting in de jaarrekening volgt dat de realisatie zonder deze administratieve effecten binnen de financiële kaders zou zijn gebleven. Het verschil tussen beide jaren duidt daarmee niet op een inhoudelijke wijziging in beleid of uitvoering. De posten IOAW-uitkeringen en loonkostensubsidie laten in beide jaren een relatief stabiel beeld zien, waarbij de realisatie dicht bij de begroting ligt. De verschillen tussen de jaren zijn beperkt en wijzen vooral op reguliere fluctuaties in het aantal gerechtigden en verstrekte subsidies, zonder aanwijzingen voor structurele afwijkingen. Bij re-integratie is in beide jaren sprake van onderschrijding ten opzichte van de begroting, waarbij het verschil in 2024 groter is dan in 2023. Dit is met name het gevolg van een tekort aan fte’s. De post Oekraïne laat in beide jaren een positief saldo zien, doordat gedurende het jaar aanvullende rijksmiddelen beschikbaar zijn gesteld voor de opvang van ontheemden.

Deze positieve saldi hangen samen met de timing en omvang van externe financiering en duiden niet op een structureel financieel voordeel binnen SEM. Het resultaat op deze kostenplaats is per saldo neutraal, conform het raadsbesluit om overschotten te bestemmen in een reserve voor huisvesting. In 2024 zijn meer ontheemden opgevangen dan vooraf begroot, wat in combinatie met een hogere rijksvergoeding heeft geleid tot een positief verschil van circa € 300.000. Bij minima-regelingen en bijzondere bijstand is sprake van onderschrijding ten opzichte van de begroting, met name in 2024. Bij de minima-regelingen komt dit doordat in 2024 slechts een beperkt deel van de aanvragen is toegekend. Vanaf 2025 wordt overgestapt op ambtshalve toekenning, wat een wijziging in de uitvoeringswijze betekent. Bij de bijzondere bijstand is de onderschrijding het gevolg van een beleidswijziging, waarbij is besloten de leefgelden voor statushouders niet langer via bijstandsuitkeringen te verstrekken, maar via leningen van de Kredietbank, met borgstelling door de gemeente. De sociale werkvoorziening vormt in beide jaren de grootste lastenpost binnen SEM. Dit komt mede door de structurele verliesgevendheid van de MTB, die door de aandeelhouders jaarlijks wordt gedekt. De realisatie ligt dicht bij de begroting, wat wijst op een relatief stabiel en voorspelbaar uitgavenpatroon.

De verschillen tussen 2023 en 2024 zijn beperkt en passen binnen het reguliere karakter van deze voorziening. De P&C-cyclus blijkt een geschikt instrument voor formele en financiële verantwoording over SEM. Deze cyclus biedt de raad inzicht in de rechtmatigheid van bestedingen, de financiële omvang en eventuele afwijkingen ten opzichte van de begroting. Tegelijkertijd laat de analyse zien dat interpretatie van deze informatie zonder nadere toelichting niet altijd duidelijk is. Met name bij saldoposten is aanvullende duiding nodig om onderscheid te kunnen maken tussen administratieve effecten, beleidskeuzes en ontwikkelingen in de uitvoering. Daarmee ondersteunt de P&Ccyclus de controlerende rol van de raad vooral op hoofdlijnen en achteraf.

18

REKENKAMER

Aanvullende informatievoorziening via RIB’s Daarnaast worden raadsinformatiebrieven (RIB’s) ingezet bij bijzonderheden of op verzoek van de raad. Oorspronkelijk was het voornemen om de raad per kwartaal via een RIB Sociaal Domein te informeren. In de praktijk is deze frequentie teruggebracht naar twee keer per jaar, mede omdat een deel van dezelfde informatie al via de Burap wordt verstrekt. Deze aanpassing is pragmatisch tot stand gekomen en niet formeel vastgelegd, mede op basis van signalen van de raad dat dit voldoende zou zijn. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de raadsinformatiebrieven in relatie tot SEM verstrekt aan de gemeenteraad. Tabel 2. Overzicht Raadsinformatiebrieven (RIB’s) Jaar Maand Titel / onderwerp RIB

Beschrijving

2019 dec

Voorgenomen besluit uittreding SZMH

Toelichting voorgenomen besluit tot uittreding uit SZMH en gesprek over cafetariamodel

2020 apr

Aanpassing planning uittreding SZMH

Wijziging planning uittreding naar 1 juli 2021 i.p.v. 1 januari 2021

2021 jun

Voortgang implementatieplan SEM

Stand van zaken implementatie SEM (fase 1) en doorkijk naar fase 2 en 3, inclusief beleid en inburgering statushouders

2023 mei

RIB Sociaal Domein (SvZ)

Korte passage over Participatiewet: fusie ketenpartners, convenant beschermingsbewind en energietoeslag

2024 feb

RIB Sociaal Domein Q4 2023

Ontwikkelingen Participatiewet, nieuwe verordening, optimalisatie re-integratie, beschut werk en financiële cijfers (BUIG, inkomen)

2025 jan

RIB Visie re-integratieketen

Noodzaak herinrichting re-integratieketen en planvorming hiervoor

2025 okt

Regionale RIB aanbesteding maatschappelijke begeleiding statushouders

Uitkomst kort geding aanbesteding maatschappelijke begeleiding; gunning aan Refugee Team blijft in stand

Op basis van de beschikbare documenten zijn drie RIB’s Sociaal Domein aangetroffen: in mei 2023, februari 2024 (over Q4 2023) en januari 2025. Andere kwartaalrapportages zijn niet teruggevonden. Dit wijst erop dat de beoogde kwartaalfrequentie in de praktijk niet structureel is gevolgd en dat de informatievoorziening over het sociaal domein, waaronder SEM, vooral ad hoc en thematisch van karakter is geweest. Raadsvragen Wanneer de raad vragen stelt, worden deze via de griffie gebundeld en beantwoord door een combinatie van teamcoördinator, beleidsmedewerker en business controller. In het afgelopen jaar zijn circa 300 raadsvragen gesteld over het sociaal domein, waarvan ongeveer 50 tot 55 betrekking hadden op SEM. Deze vragen hadden vooral een uitvoerend en informerend karakter, bijvoorbeeld over de rol van de Kredietbank bij schuldhulpverlening. Beleidsmatige of bijsturingsvragen kwamen minder vaak voor. Uit de interviews blijkt dat SEM voor de raad geen zwaar debatonderwerp vormt. In vergelijking met Jeugd en Wmo, waar de grootste financiële uitgaven liggen, worden over SEM relatief weinig inhoudelijke of financiële vragen gesteld. De portefeuillehouder geeft aan dat de gestelde vragen vooral uit interesse voortkomen en niet gericht zijn op bijsturing. Sterke punten

•

SEM is structureel opgenomen in de reguliere P&C-cyclus. De financiële omvang en belangrijkste uitgavenposten binnen SEM zijn inzichtelijk weergegeven.

19

•

Afwijkingen tussen begroting en realisatie worden in de jaarrekening toegelicht.

•

De raad wordt geïnformeerd over rechtmatigheid en interne controle via het accountantsverslag.

•

De ambtelijke informatieketen functioneert, waarbij raadsvragen inhoudelijk worden beantwoord.

Aandachtspunten

•

De presentatie van saldoposten maakt de financiële informatie zonder nadere toelichting niet altijd eenduidig te interpreteren.

•

Duiding van financiële afwijkingen richting de raad vindt vooral plaats via de reguliere P&C-momenten en daarmee grotendeels achteraf.

•

De inzet van raadsinformatiebrieven over het sociaal domein is niet structureel en volgt geen vaste frequentie. Hierdoor ondersteunt de beschikbare informatie de raad vooral bij signalering en in mindere mate bij de controlerende rol.

1.5 / Samenvattend Geconcludeerd kan worden dat het beleid voor inkomensondersteuning en participatie inhoudelijk stevig en actueel is en recent is samengebracht in één integrale Verordening Sociaal Domein. De verordening is toegankelijk opgesteld, sluit aan bij landelijke wetgeving en regionale afspraken en ondersteunt een mensgerichte uitvoering met ruimte voor maatwerk. Tegelijkertijd wordt de beleidsruimte voor lokale accenten terughoudend benut, waardoor de doelstelling om via SEM meer lokale beleidsvrijheid en directe sturingsmogelijkheden te realiseren beperkt zichtbaar is. Voor inburgering ontbreekt een expliciete, samenhangende beleidsvisie; de opvang van Oekraïense vluchtelingen valt grotendeels buiten de verordening en wordt beheersmatig en tijdelijk uitgevoerd. Daarnaast is door een eerdere periode zonder beleidsmedewerker nog niet elk beleidsonderdeel volledig uitgewerkt en vraagt de tijdige vertaling van landelijke wetswijzigingen (zoals de Participatiewet in Balans) blijvende aandacht. Organisatorisch is SEM duidelijk gepositioneerd binnen het sociaal domein en kenmerken korte lijnen en een handson werkwijze de uitvoering. De kleinschaligheid en samenwerking binnen het team ondersteunen maatwerk en snelle afstemming tussen beleid, uitvoering en bestuur.

Tegelijkertijd is de uitvoering op onderdelen kwetsbaar door de concentratie van specialistische taken bij individuele medewerkers en de nog onvolledige vastlegging en borging van werkprocessen en werkinstructies. Voor taken, zoals inburgering en de opvang van Oekraïense vluchtelingen, is de inbedding functioneel maar nog niet overal structureel verankerd in reguliere processen, systemen en personele spreiding. De organisatie beschikt over veel gedetailleerde informatie uit uitvoeringssystemen en werkt aan het ontwikkelen van bestuurlijke sturingsinformatie, onder meer via KPI’s en een (handmatig samengesteld) bestuurlijk dashboard dat verder wordt doorontwikkeld en geautomatiseerd. Tegelijkertijd is de informatie op hoofdlijnen nog beperkt en is samenhang en vergelijkbaarheid van informatie bemoeilijkt door systeemwisselingen en verschillen in gegevensopbouw. Richting de raad is de informatievoorziening formeel goed geregeld via de reguliere P&C-cyclus en wordt inzicht geboden in rechtmatigheid, financiële omvang en afwijkingen. Deze informatie is echter grotendeels verantwoordend van aard en vraagt zonder nadere toelichting om interpretatie, met name bij saldoposten en incidentele afwijkingen. Tussentijdse duiding en inzicht in de betekenis van ontwikkelingen voor beleid en uitvoering zijn beperkt.

Aanvullende informatie via raadsinformatiebrieven vindt plaats, maar is niet structureel en volgt geen vaste frequentie. Daarmee ondersteunt de huidige informatievoorziening de controlerende rol van de raad vooral ad hoc en thematisch.

20

REKENKAMER

2

2.1 /

De uitvoering in beeld In dit hoofdstuk beantwoorden wij de volgende deelvragen op basis van interviews en documentenanalyse.

3.

Hoe geeft de gemeente in het contact met de klant inhoud aan het beleid en de geest van de wet?

4.

In welke mate biedt SEM ondersteuning die aansluit bij de persoonlijke situatie van inwoners?

5.

In welke mate werkt SEM samen met Wmo en Jeugdwet, en leidt dit tot een meer integrale benadering van inwoners?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=9201aa17-f08b-449a-930b-0c33b90bb3f0