20260526 10c TAM-omgevingsplan Vroelenstraat Noorbeek Bijlage Regels
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek Regels Gemeente Eijsden-Margraten
Projectgegevens: Projectnummer: Datum:
M202194 26 mei 2026
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek Regels Gemeente Eijsden-Margraten
Status:
NL.IMRO.1903.TAMOP22i6255AL20VG01 vastgesteld
Vestiging Baexem Kerkstraat 2 6095 BE BAEXEM 0475 - 45 92 60
Vestiging Ubachsberg Kerkstraat 4 6367 JE VOERENDAAL 045 - 575 32 55
IDN-nummer:
info@aelmans.com www.aelmans.com Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 14091320. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Ruimte, Omgeving & Milieu B.V. is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt.
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
5 8 9 10 11
Begripsbepalingen Toepassingsbereik Meet- en rekenbepalingen Algemeen gebruiksverbod Aanvraagvereisten
Hoofdstuk 2 Functies en activiteiten
13
Artikel 6 Artikel 7
13 15
Wonen Waarde - Archeologie 4
Hoofdstuk 3 Algemene regels
17
Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Omgevingsplanactiviteiten
17 18 19 20
Artikel 12
Overige regels
21
Regels
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
3
Preambule: Dit TAM-omgevingsplan is gericht op het faciliteren van gebiedsontwikkeling op de locatie Vroelenstraat 20 Noorbeek en vormt juridisch een nieuw hoofdstuk (hoofdstuk 22i) van het omgevingsplan van de gemeente Eijsden-Margraten. Dit hoofdstuk is op grond van artikel 11.1, tweede lid, van het Besluit elektronische publicaties, bekend gemaakt en digitaal beschikbaar gesteld met de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Het is met deze landelijke voorziening niet mogelijk dit hoofdstuk conform de juridische vormgeving van het omgevingsplan in STOP-TPOD beschikbaar te stellen. De in dit op https://www.ruimtelijkeplannen.nl uitgegeven deel van het omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als paragrafen van hoofdstuk 22i van het omgevingsplan van de gemeente Eijsden-Margraten. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer '22i' gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22i gelezen worden.
4
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begripsbepalingen
Begripsbepalingen die zijn opgenomen in bijlage I van het Omgevingsbesluit, bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22i. Aanvullend gelden de volgende begripsbepalingen voor dit hoofdstuk: 1.1 plan Het TAM-omgevingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk identificatienummer NL.IMRO.1903.TAMOP22i6255AL20-VG01.
22i
Vroelenstraat
20
Noorbeek
met
1.2 omgevingsplan: Het omgevingsplan van de gemeente Eijsden-Margraten. 1.3 aan huis gebonden beroep een dienstverlenend beroep, dat in een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.4 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden. 1.5 balkon een open platform dat niet gelijkvloers voor een muur is aangebracht. Een balkon is voorzien van een balustrade of borstwering en toegankelijk vanuit de daaraan grenzende binnenruimte door middel van een deur. Een balkon is bedoeld om buiten te verblijven zonder de verdieping te verlaten. 1.6 begane grond de eerste bouwlaag boven het straatpeil. 1.7 bestaande bebouwing bebouwing, zoals aanwezig en toegestaan (legaal gerealiseerd) op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde omgevingsvergunning. 1.8 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder.
1.9 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.10 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
5
1.11 dakopbouw een vergroting van een gebouw welke een onzelfstandige uitbreiding vormt van de onder het dak gelegen woning of andere daar gevestigde rechtmatige functie, en daarvan deel uitmaakt. 1.12 detailhandel het bedrijfsmatig te koop/huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop/verhuur, het verkopen en/of verhuren van goederen aan personen die die goederen kopen/huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.13 erf- en terreinafscheiding de afbakening van een erf of perceel van een ernaast gelegen erf dan wel perceel of van de openbare ruimte. 1.14 gastouderschap kinderopvang die plaatsvindt in een gezinssituatie, na tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau. Een geregistreerde gastouder verzorgt de opvang op het eigen woonadres of op het adres van één van de ouders. Als de opvang bij de ouders plaatsvindt, kunnen daar ook kinderen van andere ouders worden opgevangen. 1.15 huishouden persoon of groep personen die een huishouden voort waarbij sprake is van een onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, die binnen een woning gebruik maakt van dezelfde voorzieningen. 1.16 ondergeschikt in omvang gering en niet zelfstandig uitgeoefend.
1.17 ondergeschikte bouwdelen ondergeschikte delen aan een gebouw, zoals trappen, bordessen, funderingen, kelderingangen, overstekende daken, goten, luifels, balkons, balkonhekken, schoorstenen, liftopbouwen en andere ondergeschikte dakopbouwen. 1.18 ondergronds bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die onder het straatpeil is gelegen. 1.19 onderkomens voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf. 1.20 perceel een deel van het Nederlands grondgebied van welk deel de Dienst voor het kadaster en openbare register, de begrenzing met behulp van landmeetkundige gegevens heeft vastgelegd op grond van gegevens betreffende de rechtstoestand, functie en het gebruik dat door zijn kadastrale aanduiding is gekenmerkt. 1.21 schuilgelegenheid een overdekte ruimte die is omsloten door wanden, waarvan het/de betreffende dier(en) gebruik moeten kunnen maken in geval van weidegang, met als doel bescherming tegen extreme weersomstandigheden in zowel zomer als winter uit oogpunt van dierenwelzijn en waarbij in en nabij de schuilgelegenheid geen opslag is toegestaan met uitzonder van voer en stro in de schuilgelegenheid.
6
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
1.22 setback een bouwlaag die is gelegen op ten minste 2,00 m achter de doorgetrokken gevels van een hoofdgebouw, met een hoogte van maximaal 3,50 m. 1.23 stedenbouwkundig beeld ruimtelijke verschijningsvorm van de bestaande bebouwing, die wordt bepaald door de situering, de aansluitende terreinen, de bouwmassa's, de gevelindeling en de dakvormen. 1.24 verharding een aaneengesloten oppervlaktebedekking bestaande uit baksteen, tegels, beton en/of asfalt, alsmede daarmede vergelijkbare vaste/gesloten materialen waaronder ook bouwwerken. 1.25 vloeroppervlak het oppervlak van alle van dat gebouw deel uitmakende ruimten, inclusief kelder, onderbouw en/of verdiepingen. 1.26 wonen activiteit inhoudende de bewoning van een woning. 1.27 woning een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
7
Artikel 2
Toepassingsbereik
2.1 Verhouding met ruimtelijke regels omgevingsplantijdelijk deel De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid. 2.2 Verhouding met regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplanvan rechtswege (bruidsschat) De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en de regels in afdeling 22.3 zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld in het derde lid, voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit hoofdstuk. 2.3 Geometrische afbakening TAM-omgevingsplanVroelenstraat 20 Noorbeek De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op de locatie Vroelenstraat 20, waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1903.TAMOP22i6255AL20-VG01 zoals vastgelegd op https://www.ruimtelijkeplannen.nl.
8
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
Artikel 3
Meet- en rekenbepalingen
In aanvulling op respectievelijk in afwijking van artikel 22.24 van dit omgevingsplan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen: 3.1 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen. 3.2 de breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 3.3 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het straatpeil tot aan het hoogste punt van een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen. 3.4 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het straatpeil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 3.5 de hoogte van een bouwlaag de afstand tussen de scheidende vloerdelen, gemeten van bovenkant afgewerkte vloer tot bovenkant afgewerkte vloer. 3.6 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 3.7 de oppervlakte van een gebouw tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het gebouw.
3.8 de oppervlakte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde de verticale projectie van het gehele bouwwerk, op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 3.9 ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,50 meter.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
9
Artikel 4 a. b.
10
Algemeen gebruiksverbod
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken anders dan overeenkomstig de aan de locatie toegedeelde functies en activiteiten. Ondere strijdig gebruik als bedoeld onder a wordt in ieder geval verstaan: 1. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van een seksinrichting en/of escortbedrijf, raamprostitutie en straatprostitutie.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
Artikel 5
Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van dit omgevingsplan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit hoofdstuk.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
11
12
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
Hoofdstuk 2 Artikel 6
Functies en activiteiten
Wonen
6.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Wonen. 6.2 Functieomschrijving Een als Wonen aangewezen locatie mag gebruikt worden voor de volgende functies en activiteiten: a. b. c. 6.3
wonen, met inbegrip van aan huis gebonden beroep en gastouderschap; tuinen, erven en verhardingen; water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteitbouwen
6.3.1 Algemeen Op of in deze gronden mogen worden gebouwd: a. b.
woningen; bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die qua aard en afmetingen bij deze functie passen.
6.3.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d. e. f.
Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het aangeduide bouwvlak worden gebouwd. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. Het hoofdgebouw dient te worden afgedekt met een kap of een plat dak. In geval van een kap bedraagt de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60°. De goothoogte van hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)‘ is aangegeven. De bouwhoogte hoofdgebouwen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven. Er mag ten hoogste in 2 bouwlagen worden gebouwd.
6.3.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
e.
Bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend ter plaatse van het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbehorende bouwwerken' worden gebouwd. Bijbehorende bouwwerken dienen op een afstand van tenminste 3 meter achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; Bijbehorende bouwwerken mogen in niet meer dan één bouwlaag worden gebouwd, waarbij de goothoogte niet meer dan 3,50 meter mag bedragen. De bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 3,50 meter, met dien verstande dat in de perceelsgrens de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. De afstand van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk tot andere gebouwen op hetzelfde bouwperceel mag niet minder bedragen dan 1 meter.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
13
f. g.
Bijbehorende bouwwerken dienen in de zijdelingse perceelsgrens of op een afstand van niet minder dan 1 meter tot de zijdelingse perceelsgrens te worden gebouwd. Het bouwperceel mag voor maximaal 50% worden bebouwd.
6.3.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde of geen bijbehorende bouwwerken zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde of geen bijbehorende bouwwerken zijnde gelden de volgende bepalingen: a.
b. 6.4
De bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2,00 meter bedragen, met uitzondering van de erfafscheidingen die zich voor de naar de weg gekeerde bouwgrens bevinden, waarvan de bouwhoogte niet meer dan 1,00 meter mag bedragen; De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3,00 meter bedragen. Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Aan huis verbonden beroep Uitoefening van een aan huis verbonden beroep bij de woonfunctie is toegestaan, met dien verstande dat: a. b. c. d.
14
de omvang van de activiteit niet meer mag bedragen dan 30% van het gezamenlijke vloeroppervlak van de woning inclusief bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 80 m²; het gebruik geen nadelige invloed mag hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte mag veroorzaken;' detailhandel niet is toegestaan; de activiteit wordt uitgeoefend door de bewoner(s).
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
Artikel 7
Waarde - Archeologie 4
7.1 Toepassingsbereik De regels in dit artikel zijn van toepassing op de locaties die zijn aangewezen als Waarde - Archeologie 4. 7.2 Functieomschrijving Een als Waarde - Archeologie 4 aangewezen locatie heeft als functie de instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 7.3
Beoordelingsregels omgevingsplanactiviteitbouwen
7.3.1 Binnen deze functie Gebouwd mogen worden bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die voor archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. 7.3.2 Voor de overige functies op deze locatie Voor het bouwen ten behoeve van de overige op deze locatie aanwezige functies is bouwen uitsluitend toegestaan, voor zover het betreft: a.
vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte voor zover gelegen op of onder peil niet wordt uitgebreid; b. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst; c. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 500 m². Hierbij zijn de desbetreffende regels behorende bij die functie van toepassing. 7.4 Aanwijzing vergunningplichtigegevallen a. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 7.3.2, met inachtneming van de voor deze gronden geldende overige bouwregels; b. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder sub a. wordt verleend, indien: 1. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; 2. op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; c. Een omgevingsvergunning als bedoeld onder sub a. kan voorts worden verleend indien mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de ontheffing voorwaarden te verbinden gericht op: 1. het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen, of; 3.
het laten begeleiden van de bodemverstorende activiteit door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
15
7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden 7.5.1 Aanwijzing vergunningplichtigegevallen Het is verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.
b. c.
grondwerkzaamheden dieper dan 0,50 meter, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telcommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.
7.5.2 Uitzonderingen Het verbod, als bedoeld in lid 7.5.1, is niet van toepassing indien: a. b. c. d. e. f. g.
mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; mede op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat archeologische waarden op de betrokken locatie niet aanwezig zijn; de werken een oppervlakte hebben tot ten hoogste 500 m² of smaller zijn dan 1,50 meter; er reeds een ontgrondingsvergunning of omgevingsvergunning is verleend; de werken reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; de werken behoren tot het normale onderhoud en beheer van de gronden; de werken ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
7.5.3 Beoordelingsregels Voor zover mede op basis van archeologisch onderzoek bepaald is dat de in lid 7.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende voorwaarden worden verbonden: a. b. c.
16
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen, of; de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
17
Artikel 9
Algemene bouwregels
9.1 Ondergronds bouwen Ter plaatse van het bouwvlak mag ondergronds worden gebouwd tot maximaal 4,00 meter beneden het straatpeil.
18
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
Artikel 10
Algemene aanduidingsregels
10.1 milieuzone - bodembeschermingsgebied Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - bodembeschermingsgebied' is duurzaam behoud van kwetsbare functies en waarden een als bijzondere bescherming van de bodem noodzakelijk. Het streven is naar een kwaliteit van bodem, grondwater en landschap die voldoet aan de eisen die de aanwezige bijzondere biotische, abiotische en cultuurhistorische waarden stellen. Daarbij dient rekening gehouden te worden met dan wel afstemming te worden gezocht met het beleid ter zake van de Omgevingsvisie Limburg en de Omgevingsverordening Limburg. 10.2 milieuzone - stiltegebied Binnen het stiltegebied zijn storende gebruiksvormen, zoals lawaaisporten, vormen van intensieve recreatie, niet-agrarische bebouwing en infrastructuur, behalve indien het beoogde gebruik geen akoestische verstoring tot gevolg heeft, uitgesloten, een en ander met uitzondering van gebiedseigen geluid. Daarbij dient rekening gehouden te worden met dan wel afstemming te worden gezocht met het beleid ter zake van de Provinciale Milieuverordening Limburg en het Provinciaal Omgevingsplan Limburg.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
19
Artikel 11
Omgevingsplanactiviteiten
Het bevoegd gezag is bevoegd een omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken: a.
b.
c.
d. e.
20
van de in deze regels gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages. Afwijken is niet mogelijk ten aanzien van de goot- en bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken bij woningen; in afwijking van sub a. mag in die gevallen waarin reeds uit hoofde van de regels in de respectievelijke artikelen een omgevingsvergunning voor het afwijken is verleend, niet nogmaals op grond onderhavige afwijkingsregel een omgevingsvergunning worden verleend; van deze regels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft; van deze regels en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; van deze regels ten aanzien van de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van een overschrijding van deze maximaal toegestane bouwhoogte voor plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, met dien verstande dat: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer mag bedragen dan 10% van het betreffende platte dakvlak of de horizontale projectie van het schuine dakvlak; 2.
de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 1,25 maal de maximaal toegestane bouwhoogte van het betreffende gebouw.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
Artikel 12
Overige regels
12.1 Voorrangsregel Voor zover de locaties van artikel 6 samenvalt met de locaties van artikel 7, gelden primair de regels van artikel 7. 12.2
Parkeren
12.2.1 Parkeernorm Het bevoegd gezag toetst bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de gebruiksregels of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien wordt voldaan aan de volgende regels: a. b. c.
d. e.
in het geval van de oprichting of uitbreiding van een gebouw dient ten behoeve van het parkeren te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; in het geval van functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid; voor het bepalen van de benodigde parkeergelegenheid dient te worden voldaan aan het bepaalde in Bijlage 1 Bepalen parkeerbehoefte. Indien parkeerbeleid wordt vastgesteld door de gemeenteraad, wordt de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan het gewijzigde parkeerbeleid, zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning; de parkeervoorzieningen zoals bedoeld onder a. en b. dienen in stand te worden gehouden; in afwijking van het bepaalde onder a., b. en c. kan het bevoegd gezag een omgevingsvergunning verlenen: 1. indien het voldoen aan die bepalingen op overwegende bezwaren stuit, en; 2. voor zover op andere redelijke wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22i Vroelenstraat 20 Noorbeek
21