20260526 09j TAM-omgevingsplan Linderweg 5 Eckelrade Bijlage Landschappelijke inpassing
Tekst van het document
Landschappelijk inpassingsplan Linderweg 5 te Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten M141858 | 3 november 2025
Landschappelijk inpassingsplan Linderweg 5 te Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten M141858 | 3 november 2025
Inhoudsopgave 1.
1.1 1.2
2. 2.1 2.2
3. 3.1 3.2
4. 4.1 4.2 4.3
5. 5.1 5.2 5.3
6.
Inleiding
4
Aanleiding Plangebied
4 4
Ruimtelijke context
5
Historie van het gebied Landschap en landschapselementen
5 6
Gemeentelijk beleid
8
Landschapsontwikkelingsplan ‘Buitengewoon Margraten’ Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013
8 9
Handvaten Kernkwaliteit Nationaal Landschap Zuid-Limburg
10
Plateau van Margraten Leidende beginselen Kansen voor ontwikkeling
11 12 13
Kernkwaliteiten en ontwerpprincipes
14
Kernkwaliteit contrast tussen open-besloten Overige kernkwaliteiten Ontwerpprincipes
14 15 15
Stedenbouwkundige overwegingen
16
6.1 6.2 6.3
Variant 1 – Lengterichting Variant 2 – Haaks Conclusie
16 17 17
Landschappelijk inpassingsplan
18
7.1 7.2 7.3
Beschrijving bouwplan Planconcept Maatregelen landschappelijke inpassing
18 19 19
7.
1. Inleiding 1.1 Aanleiding
Initiatiefnemer heeft op de locatie Linderweg 5 te Eckelrade een bedrijf dat activiteiten verricht in het kader van landschapsonderhoud (landscaping). Dit betreft veelal inrichtings- en beheeractiviteiten in het buitengebied. Initiatiefnemer heeft zich daarbij gespecialiseerd in werkzaamheden op het gebied van landschapsinrichting, landschapsonderhoud, boomverzorging en fruitteeltloonwerk. Initiatiefnemer heeft de wens om de agrarische bouwkavel op de locatie Linderweg 5 te Eckelrade te herschikken. Het voornemen is om de bestaande bouwkavel anders in te richten en verder te optimaliseren door manouvreerruimte aan de westzijde van de locatie toe te voegen en de bouwkavel aan de oostzijde te verkleinen gelet op de naastgelegen burgerwoningen. Daarnaast wordt beoogd om een vormverandering en vergroting van het aanwezige bouwvlak door te voeren ten behoeve van de bouw van een nieuwe loods. Het voornemen is om in de nieuwe loods houtsnippers op te slaan van hout welk initiatiefnemer eigenhandig versnipperd.
• de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten; • de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan; en • de wijze waarop de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Voorliggend document voorziet in een toelichting in de landschappelijke inpassing en de verbetering van de omgevingskwaliteit.
1.2 Plangebied
Het plangebied ligt aan de Linderweg 5, aan de westelijke rand van de dorpskern Eckelrade op de overgang naar het buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten. De dorpskern Eckelrade ligt ten noorden van Sint Geertruid, ten oosten van Gronsveld en ten zuiden van Cadier en Keer. Het plangebied omvat de agrarische bouwkavel met de bedrijfswoning, een werkplaats annex stalling en een machineberging met de daarbij behorende erfverharding. Verder is aan de oostelijke perceelsgrens enkele rijen met pruimenbomen aangeplant.
Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten en valt binnen de zonering ‘Beschermingszone Nationaal Landschap Zuid-Limburg’. Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied binnen in het ‘Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg’, dient op basis van de instructieregels van de Omgevingsverordening Limburg (artikel 7.1 en 7.2) een beschrijving te bevatten van:
Figuur 1. Luchtfoto met ligging plangebied Linderweg 5 te Eckelrade
4
LIP Linderweg 5 Eckelrade
2. Ruimtelijke context 2.1 Historie van het gebied
Het plangebied ligt aan de Linderweg aan de rand van Eckelrade. De Linderweg is een van de historische uitlopers van de kern Eckelrade richting het Savelsbos en vervolgens naar Gronsveld. Het wegenpatroon en de verkaveling ter plekke is daarom nog terug te herleiden tot aan de Middeleeuwen. Door de ligging nabij de historische dorpskern, was het landschap rond het plangebied in gebruik als open bouwlanden, zoals meer voorkomt op de Limburgse plateaus, afgewisseld met enkele kleinschalige hoogstamfruitboomgaarden. In de eerste helft van de 20ste eeuw groeide de omvang van de boomgaarden, waardoor steeds meer percelen aan de Linderweg met fruitbomen werden beplant, waardoor het landschap kleinschaliger van opzet werd.
Figuur 2. Topografische kaart 1850 met aanduiding plangebied
Figuur 3. Topografische kaart 1900 met aanduiding plangebied
Figuur 4. Topografische kaart 1960 met aanduiding plangebied
Figuur 5. Topografische kaart 2023 met aanduiding plangebied
Vanaf de jaren ’80 werd door het woningbouwplan aan de Putstraat de kern Eckelrade in westelijke richting uitgebreid en nam het areaal aan hoogstamfruitbomen af. Rond 2010 is de huidige agrarische bedrijfslocatie op de locatie gerealiseerd, waarbij in eerste instantie de bedrijfsloods werd aangelegd als solitaire locatie in het buitengebied. Door de verdere uitbreiding van de bedrijfslocatie en het naastgelegen woningbouwplan is de dorpskern en de agrarische bouwkavel tegen elkaar aangegroeid, waardoor het plangebied nu de overgang vormt tussen de kern en het buitengebied. De huidige beplanting binnen het plangebied, in de vorm van enkele rijen fruitbomen en de meidoornhagen dan wel gemengde hagen draagt bij aan deze beleving.
LIP Linderweg 5 Eckelrade
5
2.2 Landschap en landschapselementen
Het plangebied aan de westelijke grens van de kern Eckelrade en bevindt zich in de dorpsmantel. Deze (historische) overgangszone direct rond de kern kent een afwisseling van landschapselementen met voornamelijk fruitboomgaarden met gemengde hagen, afgewisseld met kleinere perceeltjes in gebruik als paardenwei, (moes)tuin met kleinschalige bebouwing als schuilstalletjes. Langs de uitvalswegen en op perceelsgrenzen is nog veelvuldig sprake van hagen. Door de veelvoud aan beplanting is sprake van een besloten landschap waarin tal van mogelijkheden zijn om diverse functies in te passen. Dit in contrast met het open buitengebied met (verre) doorzichten. Binnen en rond het plangebied is veelvuldig beplanting aanwezig. Oorspronkelijk was het perceel in gebruik als fruitgaard. Aan de oostzijde, langs de perceelsgrens, zijn enkele rijen behouden. Bij de bouw van de bedrijfsbebouwing en de woning is vervolgens middels een inpassingsplan passende beplanting rond de bedrijfsbebouwing aangeplant. Binnen het plangebied en op de perceelsgrenzen staan (gemengde) hagen. Ook zijn een aantal zilverlindes binnen het plangebied aangeplant. Door de van oudsher aanwezige elementen als de (restanten van) hoogstamboomgaarden en hagen is de locatie reeds op een passende manier ingebed in de huidige dorpsmantel.
Het westelijk gelegen smalle perceel met hoogstamfruitbomen is hiervan een goed voorbeeld waardoor vanuit het buitengebied het agrarisch erf Linderweg 5 opgaat in de beplanting van de dorpsmantel. De omliggende gebiedseigen landschapselementen geven goede uitgangspunten voor het verder inpassen van de nieuwe bebouwing. De toe te voegen landschapselementen bieden een goede landschappelijke inpassing, maar versterken ook de landschappelijke kenmerken van de kern Eckelrade. Figuur 6. Inventarisatie landschap omgeving Linderweg 5 te Eckelrade
6
LIP Linderweg 5 Eckelrade
Figuur 7. Zicht vanaf de Linderweg op het plangebied; de agrarische bedrijfsbebouwing is zichtbaar tussen de (restanten) van fruitboomgaarden rond de kern Eckelrade
Figuur 8. Ook vanaf de Eckelraderweg ten zuidoosten is de agrarische bedrijfsbebouwing zichtbaar tussen de bestaande landschapselementen
LIP Linderweg 5 Eckelrade
7
3. Gemeentelijk beleid 3.1 Landschapsontwikkelingsplan ‘Buitengewoon Margraten’
Het landschapsontwikkelingsplan geeft een integrale visie op het landschap van de voormalige gemeente Margraten, die uitgaat van de bestaande kernkwaliteiten van het landschap en waarin de gewenste ontwikkelingen worden vastgelegd. Voor onderhavige plannen geldt dat naast een robuuste inpassing ook aandacht dient te zijn voor de vormgeving van bijbehorende voorzieningen, zoals afrastering en paardenbakken. Ook deze elementen moeten worden voorzien van passende materialen en beplanting, aangezien ook deze elementen onderdeel uitmaken van het cultuurlandschap. Het projectgebied behoort tot het deelgebied van Termaargrub en Plateau van Sint Geertruid. Doelen uit LOP Buitengewoon Margraten: • het in stand houden van het contrast (open plateaus, kleinschalige dalen, beboste hellingen); • uitbreidingen van het areaal aan landschapselementen; • inbedding van de kernen in passende landschapselementen als boomgaarden.
Figuur 9. Uitsnede LOP ‘Buitengewoon Margraten’ met ligging plangebied binnen het deelgebied ‘Termaargrub en Plateau van Sint Geertruid’
8
LIP Linderweg 5 Eckelrade
3.2 Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Margraten 2013
Eijsden-
De gemeente Eijsden-Margraten heeft de provinciale beleidsregel ‘Limburgs Kwaliteitsmenu’ vertaald in het ‘Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013’. Dit kwaliteitsmenu is van toepassing op de gebieden buiten de zogenaamde rode contouren. Het Gemeentelijke Kwaliteitsmenu (GKM) is derhalve ook van toepassing op de projectlocatie. Met het GKM beoogt de gemeente een balans te vinden tussen de instandhouding en verbetering van de kwaliteiten van het buitengebied enerzijds en de mogelijkheden voor ontwikkelingen anderzijds. Wanneer een ontwikkeling ruimtelijk gezien niet op voorhand onaanvaardbaar is, wordt gekeken of de ontwikkeling met een kwaliteitsbijdrage op grond van het GKM mogelijk is. Van belang daarbij is ‘Module 4 - Agrarische uitbreiding en nieuwvestiging’: • Nieuwe bedrijfsgebouwen in het buitengebied kunnen een inbreuk maken op het landschap. Om zowel de ontwikkeling van landbouwbedrijven te blijven faciliteren alsook de kwaliteit van het landschap te verbeteren, worden landschappelijke maatregelen en eventuele vedergaande kwaliteitsverbeterende maatregelen gevraagd van agrarische bedrijven die willen uitbreiden; • Middels een bedrijfsontwikkelingsplan zal aangetoond moeten worden dat de nieuwe loods noodzakelijk is; • De kwaliteitsverbetering is maatwerk op basis van de aard en omvang van de ontwikkeling.
LIP Linderweg 5 Eckelrade
9
4. Handvaten Kernkwaliteit Nationaal Landschap Zuid-Limburg Het Handvat Kernkwaliteiten Nationaal Landschap ZuidLimburg biedt een handreiking voor initiatiefnemers van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen om antwoord te geven op de motiveringsvraag van de landschappelijke kernkwaliteiten uit de Omgevingsverordening en zal voor het project worden gebruikt om een antwoord geven op vraag waarom deze ontwikkeling mogelijk is op deze locatie en onder welke voorwaarden. Op basis van het Handvat Kernkwaliteiten Zuid-Limburg ligt de locatie binnen het deelgebied Plateau van Margraten.
Figuur 10. Ligging plangebien binnen Nationaal Landschap Zuid-Limburg
10
LIP Linderweg 5 Eckelrade
4.1 Plateau van Margraten
Belangrijkste kenmerken van het Plateau van Margraten: • Een wijdvertakt netwerk aan droogdalen die zich bijzonder ver insnijden in het plateau. Juist door deze insnijding kent het plateau weinig grote vlakke delen. Integendeel, het gehele plateau heeft een voornamelijk glooiend karakter; • De grote oppervlakken boomgaarden waarvan de commerciële teelt plaatsvindt in laagstamboomgaarden tussen de kernen in. Rond de dorpen zijn nog relatief veel hoogstambomen te vinden. • Door de vele hoge plateauranden is het vanaf veel locaties mogelijk naar het beneden gelegen dal en andere lager gelegen plateaus te kijken. Het plangebied ligt op het plateau en loopt lichtjes af richting het westen. Ten westen vormt het Savelsbos de rand van het Plateau van Margraten. Ten noorden loopt het maaiveld licht glooiend af richting de Termaardergrub. Kenmerkend voor dorpen op het plateau, heeft ook Eckelrade een ‘rafelige’ dorpsrand en het meervoudige ruimtegebruik is sprake van een zekere kleinschaligheid rond de dorpsrand. Deze kleinschaligheid van woningen en boomgaarden brengt een besloten karakter met zich mee en vormt en sterk contrast met de openheid van de omliggende open landbouwgebieden. Dit besloten landschap biedt voldoende draagvlak voor de agrarische bedrijfslocatie met de daarbij behorende bebouwing.
Door gebruik te maken van deze bestaande historisch verantwoorde landschapselementen, kan de uitbreiding van de agrarische bebouwing op een passende manier binnen de bestaande landschappelijke structuur worden ingebed. Figuur 11. Deelgebied Plateau van Margraten met aanduiding ligging plangebied
LIP Linderweg 5 Eckelrade
11
4.2 Leidende beginselen
De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap zijn niet vanzelfsprekend en zijn daarom gebaat bij een zorgvuldige omgang en bescherming. Om een raamwerk voor de bescherming en ontwikkeling van het Zuid-Limburgse landschap te bieden zijn een aantal zogenaamde leidende beginselen opgesteld. Op de locatie zijn een aantal leidende beginselen relevant voor voorliggend project.
12
L05 Vergroenen dorpsranden Het vergroenen van dorpsranden versterkt het cultuurlandschap, verbetert het uitzicht op de dorpsranden, creëert kleinschalige ecologische verbindingen, geeft ruimte voor de teelt van regionale producten, markeert dorpsranden en verbetert de lokale recreatiemogelijkheden. Geïnspireerd door het historische landschap worden dorpen op de plateaus bij voorkeur omzoomd met kleine weilanden, heggen en hoogstamboomgaarden.
L06 Herstel van kleine landschapselementen Het herstellen van kleine landschapselementen zoals graften, heggen en boomgaarden draagt bij aan versterking van het historische cultuurlandschap, de uitbreiding van ecologische verbindingen, tegengaan van erosie en de beperking van overstromingsrisico’s. Door deze elementen weer te herstellen wordt een meer divers cultuurlandschap gecreëerd met een uitgebreider scala aan landschappelijke belevingen.
Rond Eckelrade is deze oorspronkelijke en historische dorpsrand nog volop aanwezig, waarbij het plangebied deel uitmaakt van deze dorpsrand. De kenmerken van de groene dorpsrand draagt bij aan het landschappelijk inpassen van het bouwplan, terwijl de aanvullende landschappelijke maatregelen de groene dorpsrand van Eckelrade versterken.
Rond het plangebied zijn (restanten van) kleine landschapselementen aanwezig. Er is een duidelijke structuur van hagen op perceelsranden en een aantal (restanten van) hoogstamboomgaarden direct rond het plangebied aanwezig. Het herstel van deze landschapselementen draagt bij aan de kwaliteitsverbetering rond het plangebied en het landschap rond Eckelrade.
Figuur 12. Leidend beginsel L05 Vergroenen dorpsranden
Figuur 13. Leidend beginsel L06 Herstel van kleine landschapselementen
LIP Linderweg 5 Eckelrade
4.3 Kansen voor ontwikkeling
Karakteristiek voor Zuid-Limburg is de aanwezigheid van een grondgebonden landbouwsector, met voornamelijk akkerbouw, melkveehouderij en fruitteelt. Landbouw vormt de grootste grondgebruiker in het Nationaal Landschap ZuidLimburg en is niet alleen de grondlegger van het historische en huidige cultuurlandschap maar ook een belangrijke factor in het huidige beeld en de kwaliteit van het landschap. Juist door deze uitzonderlijke positie ligt een groot deel van het beheer van het cultuurlandschap in handen van de agrariër. Binnen deze sector vinden er twee hoofdontwikkelingen plaats. Naast een afname van het aantal agrarische bedrijven is er sprake van schaalvergroting en/of verbreding bij de resterende bedrijven. Tot nog toe hebben veel agrarische bedrijven gekozen voor uitbreiding, om de continuïteit van het bedrijven te verzekeren. In het landschap gaat dit gepaard met de bouw van grote stallen en loodsen. Deze nieuwe gebouwen zijn veelal groter en worden opgebouwd uit andere materialen dan wat van oudsher werd gedaan. Een goede lokalisering en inpassing van deze gebouwen is essentieel om de kernkwaliteiten van het landschap te behouden, dan wel te versterken.
Figuur 14. Toepassing leidende beginselen op plangebied Linderweg 5
LIP Linderweg 5 Eckelrade
Op voorliggende locatie is reeds sprake van een aantal agrarische gebouwen. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de stedenbouwkundige analyse over de positionering van de nieuwe bebouwing. Door verder passende landschapselementen binnen en rond het plangebied toe te voegen, wordt niet alleen de bestaande en nieuwe bebouwing goed landschappelijk ingepast en past de ontwikkeling binnen de dorpsmantel van Eckelrade.
13
5. Kernkwaliteiten en ontwerpprincipes 5.1 Kernkwaliteit contrast tussen open-besloten
Het plangebied ligt tegen de dorpsrand van Eckelrade. De dorpsranden kennen een meer besloten karakter dan de omliggende agrarische percelen door de aanwezigheid van percelen met (hoogstam)boomgaarden, (solitaire) bebouwing en diverse landschapselementen. Door de afwisseling van hagen, de fruitbomen in verschillende patronen, de solitaire bebouwing en de afwisseling van functies is sprake van een typische dorpsmantel met een meer besloten karakter. Door ligging van het plangebied binnen de dorpsmantel wordt de bestaande en toe te voegen bebouwing opgenomen in het landschap. Bij voorliggend plan kan door een goede positionering van de nieuwe bebouwing in combinatie met een zorgvuldige inpassing met passende landschapselementen, het agrarisch erf beter worden ingebed in de meer besloten dorpsrand. Door de ligging binnen het meer besloten gedeelte van het landschap, wordt het contrast met de zeer open plateaus behouden.
Figuur 15. Uitsnede kaart Schaalcontast open-besloten met ligging plangebied
14
LIP Linderweg 5 Eckelrade
5.2 Overige kernkwaliteiten
Doordat het plangebied zelf redelijk vlak is en kenmerkende hoogteverschillen als taluds niet binnen het plangebied voorkomen, geeft de kernkwaliteit ‘reliëf’ geen aanvullende uitgangspunten voor het ontwerp. De bebouwing in het plangebied is van zeer recente datum en heeft daarom geen cultuurhistorische waarden. De belangrijkste cultuurhistorische waarden ter plekke is het oude wegenpatroon en de (restanten van) hoogstamboomgaarden rond de kern Eckelrade. Door middel van het toepassen van passende landschappelijke elementen wordt de kernkwaliteit ‘cultuurhistorie’ versterkt. Direct aansluitend rond het plangebied en de kern Eckelrade zijn een aantal kenmerkende landschapselementen aanwezig die bijdragen aan het groene karakter. Deze kernkwaliteit kan worden versterkt door het toepassen van passende nieuwe groenelementen rond het agrarisch erf. Hierbij dient rekening te worden gehouden dat bij de nieuwe aanplant het schaalcontrast open-besloten wordt behouden en versterkt.
LIP Linderweg 5 Eckelrade
5.3 Ontwerpprincipes 12 Compact bouwen In het geval van een compacte aansluiting op het bestaande ensemble kan het beeld van de oorspronkelijke boerderij als hoofdmassa behouden blijven door de nokhoogte van het toe te voegen volume lager te houden.
91 Open buitengebied Door plateau’s zoveel mogelijk te vrijwaren van nieuwe bebouwing en opgaande beplanting blijft het contrast tussen de kleinschalige dorpskernen als groene eilanden en het glooiende reliëf van het grootschalige buitengebied behouden.
Figuur 16. Ontwerpprincipe 12: Compact bouwen
Figuur 17. Ontwerpprincipe 91: Open buitengebied
15
6. Stedenbouwkundige overwegingen Ten behoeve van de positionering van de nieuwe loods zijn twee varianten onderzocht.
6.1 Variant 1 – Lengterichting Voors: NLZL-ontwerpprincipe 23: verspringende nokhoogtes: Door te spelen met verschuivingen in nokhoogtes wordt de lengte opgeknipt in kleinere delen; Bebouwing mag gezien worden door materialisatie; Gekeken vanaf de Linderweg valt nieuwbouw weg achter bestaande bebouwing en is door het bestaande talud en de haag nauwelijks zicht op het achterste gedeelte van het agrarisch erf vanaf de Linderweg; Tegens: Bestemming ‘Agrarisch bedrijf’ met de daarbij behorende verhardingen wordt verder het landschap gelegd, waarin verdere bebouwing en opslagmogelijkheden mogelijk kan worden richting het zuidelijk gelegen buitengebied. De gemeente Eijsden-Margraten laat in het principestandpunt weten dat dit niet wenselijk is; Versmallen van het agrarisch bouwvlak beperkt de manoeuvreerruimte op het erf ten westen van de bedrijfsbebouwing, wat een negatief effect heeft op de bedrijfsvoering; NLZL-ontwerpprincipe 12: Compact bouwen; meer inbreuk richting het buitengebied aan de achterzijde; Vanaf de Dorpsstraat en vanuit de ‘nieuwe buurt’ (Miséricorde en Putstraat) oogt het bouwvolume veel groter met meer zicht op bebouwing en dakvlakken. Dit lange bouwvolume verstoort het doorzicht vanuit deze straten op het buitengebied;
16
Figuur 18. Variant 1 - Lengterichting
LIP Linderweg 5 Eckelrade
6.2 Variant 2 – Haaks Voors: NLZL-ontwerpprincipe 12: Compact bouwen; Inbreuk richting het buitengebied aan de achterzijde beperkt; NLZL-ontwerpprincipe 16: Opslag binnen ensemble. Uitgangspunt is dat opslag en stalling van materieel in de loodsen plaatsvindt. Echter, mocht in drukke periode (tijdelijk) buitenstalling nodig zijn, vindt dit door de afschermende werking plaats binnen het ensemble; Vergroten van de afstand van de bestemming ‘Agrarisch – Bedrijf’ en de kern Eckelrade door het verleggen van het bouwvlak in westelijke richting. Ook ten behoeve van milieueffecten (geluid, stof) zorgt de bebouwing voor een afschermde werking richting oosten (Miséricorde) en zuiden (Dorpsstraat), omdat deze werkzaamheden op de ‘binnenplaats’ plaatsvinden; Bebouwing mag gezien worden door materialisatie; Tegens: Gekeken vanaf de Linderweg mogelijk meer zicht op nieuwbouw (gevel en dakvlakken), echter door het bestaande talud en de haag is reeds nauwelijks zicht op het achterste gedeelte van het agrarisch erf vanaf de Linderweg; Figuur 19. Variant 2 - Haaks op bebouwing
6.3 Conclusie
Alles overwegende is variant 2 de voorkeursvariant. Dit sluit aan om het ontwerpprincipe ‘compact bouwen’, van de kern Eckelrade is sprake van meer doorzicht op het buitengebied en worden de bedrijfsactiviteiten afgeschermd door de nieuwe bebouwing.
LIP Linderweg 5 Eckelrade
Aandachtspunt: Bij de verdere bouwkundige uitwerking van de nieuwbouw kan door het aansluiten van de dakvlakken van de bestaande en nieuwe bebouwing en het gebruik van wolfseinden kan worden gezorgd dat de bebouwing goed op elkaar wordt afgestemd en er een bouwkundige eenheid ontstaat. Dit is ter nadere beoordeling van de dorpsbouwmeester.
17
7.Landschappelijk inpassingsplan 7.1 Beschrijving bouwplan
Sluijsmans Landscaping heeft zich gespecialiseerd in werkzaamheden op het gebied van landschapsinrichting, landschapsonderhoud (onderhoud en inrichting knip- en scheerhagen), boomverzorging en fruitteeltloonwerk. Gelet op de ligging nabij de kern beoogt initiatiefnemer het bouwvlak te herschikken waardoor de manoeuvreerruimte aan de westzijde van de bebouwing komt te liggen. Daardoor wordt eventuele geluidsoverlast en andere hinder voor de oostelijk gelegen woningen voorkomen. Bovendien zien de bedrijfsactiviteiten onder andere op het machinaal scheren van hagen en het snipperen van hout. Gesnipperd hout wordt op eigen terrein opgeslagen waar het vervolgens wordt gedroogd. Momenteel worden de houtsnippers gedeeltelijk opgeslagen in de meest zuidelijk gelegen bedrijfsloods. Het voornemen is om deze loods volledig in te zetten als machineberging. Daarmee kunnen de machines - welke momenteel in de open lucht worden gestald - droog en beveiligd tegen inbraak worden gestald. Tevens wordt ten zuiden van deze bestaande loods een nieuwe loods gerealiseerd waar de houtsnippers kunnen worden opgeslagen en gedroogd. De beoogde loods heeft een lengte van 45 meter en een breedte van 20 meter. Daarmee bedraagt de oppervlakte van het beoogde bouwwerk 900 m².
Figuur 20. Bouwtekening nieuwbouw Linderweg 5 te Eckelrade
18
LIP Linderweg 5 Eckelrade
7.2 Planconcept
7.3 Maatregelen landschappelijke inpassing
Voorliggend landschappelijk inpassingsplan is opgesteld op basis van een aantal uitgangspunten. De nieuw te bouwen loods wordt in dwarsrichting tegen de bestaande bedrijfsbebouwing gerealiseerd. Hierbij wordt aangesloten op ontwerpprincipe 12 ‘Compact bouwen’. Verder ligt het plangebied binnen de dorpsmantel, met hagen op de perceelsgrenzen en fruitboomgaarden in de directe omgeving waarin de bomen in een speels verband zijn aangeplant. Op basis van de leidende beginselen L05 ‘Vergroenen dorpsranden’ en L06 ‘Herstel van kleine landschapselementen’ zal de landschappelijke inpassing aansluiten bij deze bestaande elementen en worden de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van de kernrand van Eckelrade versterkt. Daarbij worden de doorzichten vanuit de kern Eckelrade gerespecteerd; de meer open doorzichten worden open gehouden. Tevens ligt het peil van de nieuwbouw gelijk met de huidige bestaande bebouwing. Het bestaande maaiveld loopt licht op (tot 1,2 meter boven peil), waardoor de nieuwbouw lager in het landschap komt te liggen. Door het toepassen van passende landschapselementen, wordt het erf onderdeel van de dorpsmantel en maakt deel uit van een landschappelijke overgang van de kern Eckelrade naar het buitengebied.
LIP Linderweg 5 Eckelrade
19
Te behouden: bestaande beplanting Rond en binnen het plangebied zijn reeds verschillende landschapselementen aanwezig. Ten behoeve van het realiseren van de agrarische bedrijfslocatie met de bedrijfswoning is door Guido Paumen eerder een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. In dit landschappelijk inpassingsplan zijn onder andere de gemengde hagen op de perceelsgrenzen vastgelegd. Deze hagen dragen bij aan het landschappelijk inpassen van de locatie en de gemengde samenstelling heeft aanvullende ecologische waarden omdat het dient als nest-, schuil- en foerageermogelijkheid voor tal van dier- en vogelsoorten. Verder zijn in het voorerf en rond de (bedrijfs)woning meerdere geschoren hagen aangeplant als aankleding van het erfverharding, parkeerplaatsen en de tuin van de woning. Deze elementen worden middels voorliggend plan vastgelegd. Tevens is in de voortuin/voorerf een aantal zilverlindes aangeplant. Deze hebben ondertussen een redelijk robuuste omvang en worden middels voorliggend landschappelijk inpassing vastgelegd.
Aan te planten: ecologische fruitboomgaard t.b.v. uitbreiding dorpsmantel Zoals eerder geconstateerd, ligt het plangebied binnen in de dorpsmantel van Eckelrade. Binnen deze mantel was van oudsher sprake van kleinschalige weiden met hoogstamfruitbomen. Rond Eckelrade zijn deze weiden nog deels aanwezig. Aansluitend bij de leidende beginselen ‘Vergroenen dorpsranden’ en ‘Herstel van kleine landschapselementen’ worden aan de oostzijde van het plangebied deze van oudsher aanwezige elementen hersteld. Als landschappelijke inpassing van het erf én als landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische kwaliteitsbijdrage aan de kern Eckelrade, wordt dit element teruggebracht in het landschap. Aan de oostzijde zijn momenteel nog drie rijen aan (laagstam) fruitbomen aangeplant. Deze rijen met pruimenbomen zijn overgebleven van de voormalige laagstamboomgaard die grotendeels heeft moeten wijken. Door de ligging binnen 50 meter van de woningen aan de straat ‘Miséricorde’ kunnen deze niet meer bedrijfsmatig worden geëxploiteerd. Ook heeft deze laagstambomen minder ecologische waarden. Deze worden gerooid om plaats te maken voor de ecologische hoogstamfruitboomgaard. Bij de aanplant wordt rekening gehouden met de stedenbouwkundige en landschappelijke kenmerken ter plekke. Vanuit de nieuwe buurt is sprake van zicht op de bestaande en nieuwe bebouwing.
Nabij de bebouwing wordt de inpassing robuuster waarbij de plantafstand tussen de
LIP Linderweg 5 Eckelrade
bomen kleiner is. Aan de Linderweg – op het voorerf - is het landschap opener en is de plantafstand dan ook groter ten behoeve van de landschappelijke transparantie. Ook aan de achterzijde is het landschap opener. Ook hier is een overgang van robuustere naar een meer open aanplant. De nieuwe boomgaard wordt extensief beheerd, waarbij geen sprake is van het toepassen van beschermingsmiddelen, waardoor extra natuurlijke waarden worden toegevoegd. Zo wordt een aantrekkelijke plek gecreëerd voor tal van insecten als bijen, hommels en vlinders. De aanwezigheid van de fruitbomen biedt tevens ruimte voor nestgelegenheden voor broedvogels en door extensief beheer zorgt voor een rijke voedselbron voor kleine zoogdieren als dassen en egels en tal van andere diersoorten. Voor het verder versterken van de soortendiversiteit worden in de boomgaard nestkasten opgehangen voor verschillende soorten broedvogels in de fruitboomgaard. In de fruitboomgaard worden inheemse (fruit)bomen (bijv. walnoot, zoete kers, pruim appel, peer) aangeplant. Bij de aanplant worden boompalen en boomband aangebracht ten behoeve van rechte stamgroei (te verwijderen 5 jaar na aanplant). Eenmaal per twee jaar netheidssnoei en begeleidingssnoei ten behoeve van opkronen en kroonvorming in de winterperiode. Bij eventuele uitval de betreffende boom in het voorjaar vervangen.
21
Aan te planten: Robuuste inpassing met fruitbomen aan westzijde bouwvlak en erf Op het westelijk buurperceel is momenteel een smalle hoogstamfruitboomgaard aanwezig. Dit is een restant van de boomgaarden die deel uitmaakte van de dorpsmantel van Eckelrade. Aansluitend bij de leidende beginselen ‘Vergroenen dorpsranden’ en ‘Herstel van kleine landschapselementen’ wordt binnen het plangebied de van oudsher passende landschapselementen als een fruitbomen en een haag aangeplant. Dit als landschappelijke inpassing van de bestaande en nieuwe bebouwing én als versterking van de bestaande landschapselementen. Bij de aanplant wordt rekening gehouden met de stedenbouwkundige en landschappelijke kenmerken ter plekke. Net als het nieuwe landschapselement aan de oostzijde wordt aan deze zijde van het plangebied ook rekening gehouden met de rooilijnen van de gevels. Aan de Linderweg is het landschap opener en is de plantafstand dan ook groter ten behoeve van de landschappelijke transparantie. Ook aan de achterzijde is het landschap opener. Ook hier is een overgang van robuustere naar een meer open aanplant. Op de grens van het agrarisch bouwvlak, wordt ter inpassing van de erfverharding, een lage haag aangeplant voor een landschappelijke scheiding. De aan te planten haag dient te bestaan uit inheemse soorten, desgewenst uitgevoerd als een gemengde Limburgse haag met meerdere soorten.
De haag heeft een beperkte hoogte van circa 1,5 meter. De haag bestaat uit 1 rij met een plantverband van 4 planten per meter. De onderlinge plantenafstand bedraagt 0,25 meter. De haag dient 2 keer per jaar gesnoeid te worden om de gewenste hoogte te handhaven.
22
Figuur 21. Schematische doorsnede robuuste inpassing aan westzijde; door te spelen met de omvang van de verschillende soorten ontstaat een speelser en landschappelijk beeld
LIP Linderweg 5 Eckelrade
In dit nieuwe element worden inheemse (fruit)bomen (bijv. walnoot, zoete kers, pruim appel, peer) aangeplant. Door een variatie van bomen met verschillende omvang aan te planten, ontstaat een speelser en landschappelijker beeld met verschillende kroonhoogtes. Bij de aanplant worden boompalen en boomband aangebracht ten behoeve van rechte stamgroei (te verwijderen 5 jaar na aanplant). Eenmaal per twee jaar netheidssnoei en begeleidingssnoei ten behoeve van opkronen en kroonvorming in de winterperiode. Bij eventuele uitval de betreffende boom in het voorjaar vervangen. De nieuwe boomgaard wordt (net als het element aan de westzijde) extensief beheerd, waarbij geen sprake is van het toepassen van beschermingsmiddelen, waardoor extra ecologische waarden worden toegevoegd
Aan te planten: boomgroep als markering hoeken perceel Op het oostelijk gelegen perceel nabij de zuidoostelijke hoek van het plangebied, is een meer geconcentreerd groepje van (fruit)bomen aangeplant. Als een markering van het eigen plangebied, wordt binnen deze hoek een boomgroep aangeplant. Door aan te sluiten bij de meer geconcentreerde beplanting op het naastgelegen perceel, wordt de redelijk open doorkijk op het eigen perceel gerespecteerd. Ter plekke worden markante bomen, passend binnen een fruitboomgaard toegepast, bijvoorbeeld walnoot.
Aan te leggen: infiltratievoorziening (wadi) met passende beplanting Ten opzichte van de bestaande situatie wordt circa 2.958 m² aan nieuwe verharding en bebouwing toegevoegd. Gelet op provinciaal en gemeentelijk beleid is bepaald dat hemelwater op eigen terrein dient te worden opgevangen. De voorziening wordt aangelegd als een wadi, waarbij het hemelwater naar de voorziening geleid alwaar het in de bodem kan infiltreren. Er is geen sprake van een permanent waterhoudend lichaam als een poel.
In het zuidwestelijke hoekpunt wordt een vergelijkbaar element aangeplant, waardoor een landschappelijk samenhangend perceel wordt gerealiseerd.
Omdat op de Linderweg tegen de Klompenstraat wateroverlast wordt ervaren bij extreme neerslag, is het uitgangspunt om afvoer van (extra) hemelwater afvoering richting de straatzijde niet wenselijk. Daarom wordt aan de achterzijde van het terrein – achter de nieuwbouw – een nieuwe wadi aangelegd.
Bij de aanplant worden boompalen en boomband aangebracht ten behoeve van rechte stamgroei (te verwijderen 5 jaar na aanplant). Eenmaal per twee jaar netheidssnoei en begeleidingssnoei ten behoeve van opkronen en kroonvorming in de winterperiode. Bij eventuele uitval de betreffende boom in het voorjaar vervangen.
Uitgaande van een extreme bui van 80 mm in 2 uur dient vanwege de toe te voegen verharding circa 237 m³ (2.958 m² * 80 mm) aan opvangcapaciteit voor het hemelwater op eigen terrein beschikbaar te zijn. Om het landschappelijke element te benadrukken, wordt aan de rand van de wadi enkele bomen aangeplant die nabij natte landschapselementen groeien, namelijk enkele wilgen en/of zwarte elzen. Hierbij wordt rekening gehouden dat de doorzichten behouden worden.
LIP Linderweg 5 Eckelrade
23
Bij de aanplant worden boompalen en boomband aangebracht ten behoeve van rechte stamgroei (te verwijderen 5 jaar na aanplant). De bomen worden opgekroond op 4 meter en worden jaarlijks gecontroleerd op afstervende takken. Het opkronen en de begeleidingssnoei wordt bij voorkeur uitgevoerd tussen juni en oktober. Wordt buiten deze periode snoei toegepast, dan bestaat de kans dat de bomen doodbloeden. Bij eventuele uitval wordt de betreffende boom in het voorjaar vervangen. Om te voorkomen dat de wadi dichtgroeit met struiken en snelgroeiende bomen als wilgen, dient de wadi periodiek gemaaid te worden. Door extensief te maaien (één keer per jaar), blijven de natuurwaarden gewaarborgd. Het maaien vindt plaats in september (na de bloeiperiode). Gemaaid wordt met de cyclomaaier of de messenbalk ter bevordering van het natuurlijk uitzaaien, er mag niet worden gemaaid met een klepelmaaier. Het maaisel moet enkele dagen blijven liggen ter bevordering van het verspreiden van de zaden, vervolgens wordt het maaisel afgeharkt en afgevoerd.
24
Aanvullende landschappelijke kwaliteit Aan de westzijde van de bebouwing wordt de erfverharding uitgebreid. Ten behoeve van de bedrijfsvoering is het noodzakelijk om rond de bebouwing te kunnen rijden, waardoor draaien en keren op het erf niet nodig is. Voor een groene uitstraling en om verstening van het buitengebied tegen te gaan, wordt deze rondrijroute aan de oost- en zuidzijde van de bebouwing aangelegd als halfverharding, bijvoorbeeld als grastegels. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling, de nieuwbouw van de loods, met de zorgvuldige stedenbouwkundige positionering van de bebouwing op de kavel in combinatie met een passende bouwkundig ontwerp, en middels een goede en kwalitatieve landschappelijke inpassing met behoud van de kernwaarden van het Limburgs landschap, wordt optimaal ingepast in het landschap en de landschappelijke waarden van de dorpsmantel van Eckelrade worden daarmee versterkt.
LIP Linderweg 5 Eckelrade
LIP Linderweg 5 Eckelrade
25
www.pouderoyentonnaer.nl
Talud met haag langs ingesneden Linderweg
26A
Bestaande beplanting: Beplanting is voortuin
26
I 24A
Bestaande ‘dorpsmantel’: Smal perceel met fruitbomen in onregelmatig patroon op buurperceel
24
Grens bestem
ming ‘Agrarisc
h - Bedrijf ’
22A
22
II
20-20A
I
I Aan te planten: Fruitbomen in opener structuur aan voorzijde plangebied
18A
18 16-16B
Linderweg
I I
5
Woning 30
26
24
II
50 meter
Open perceel in agrarisch gebruik
28
II
Bestaande bebouwing
Aan te planten: Robuuste inpassing met fruitbomen aan westzijde bouwvlak en erf
22
I
I
20 18
Omva ng bi j a a npl a nt (cm)
Ei ndhoogte/ breedte
1. Aan te planten: ecologische fruitboomgaard t.b.v. uitbreiding dorpsmantel 23 s tuks 12-14 cm nvt Sortiment keuze bomen: Wa l noot
Juglans regia
Appel
Malus domestica
Zoete kers
Prunus avium
Prui m
Prunus domestica
Peer
Pyrus communis
Pl a ntverba nd mi ns tens 9 m h.o.h.
Nieuwbouw
Acer campestre
Mei doorn
Crataegus monogyna
Beuk
Fagus sylvatica Ligustrum vulgare Prunus spinosa
Honds roos
Rosa canina
Sortiment keuze bomen: Juglans regia
Appel
Malus domestica
Zoete kers
Prunus avium
Prui m
Prunus domestica
Peer
Pyrus communis
12-14 cm
nvt
nvt
4. Aan te planten: Passende beplanting bij infiltratievoorziening 2 s tuks 12-14 cm Sortiment keuze bomen: Alnus glutinosa
Schi etwi l g
Salix alba
10
8
4
nvt
I
2
Aan te planten: Enkele fruitbomen - transparant houden doorzicht
2
1
nvt
Juglans regia
Zwa rte el s
12
mi ns tens 9 m h.o.h.
Aan te leggen: Infiltratievoorziening (wadi) met passende beplanting
3. Aan te planten: boomgroep als markering hoeken perceel tota a l 5 s tuks 16-18 cm Sortiment keuze bomen: Wa l noot
Bestaande beplanting: Gemengde haag rond perceel
Doorzicht
40 s tuks
Wa l noot
I
6
Vel des doorn
Li gus ter
I
trekker m Boogstraal et aanha nger
2. Aan te planten: Robuuste inpassing met fruitbomen aan westzijde bouwvlak en erf 122 m / 488 s t 100-125 cm 1,5 m / 1 m 4 s t per m Aanplant gemengde Limburgse haag:
Sl eedoorn
14
Miséricord e
Omva ng va n el ement
Naam
Bestaande bebouwing
16
Aan te planten: Robuuste inpassing met fruitbomen naast bestaande en nieuwe bebouwing
nvt
Aan te planten: Boomgroep als markering hoek perceel
Bestaande beplanting: Gemengde haag rond perceel
Aan te planten: Boomgroep als markering hoek perceel
31A
35
0
10
20
30
40
50 m
N
33
3 november 2025 - Landschappelijk inpassingsplan - Linderweg 5 te Eckelrade - schaal 1:1.000 31
I