20260526 09h TAM-omgevingsplan Linderweg 5 Eckelrade Bijlage Ecologisch werkprotocol
Tekst van het document
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
Titel:
Ecologisch werkprotocol Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
Status:
Definitief
In opdracht van: Sluijsmans Landschap & Bosbouw Linderweg 5 6251 NG, Eckelrade Contactpersoon: Dhr. G. Sluijsmans Opgesteld door: OmniVerde B.V. Kortestraat 20 6101 HC Echt Samenstelling: C. Dekker Gecontroleerd door: P. Puts Datum: 13 november 2025 Plaats: Echt Kenmerk: O255175 Afbeelding omslag: Locatie uitbreiding loods. Foto: C. Dekker DISCLAIMER Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, internet, druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en OmniVerde BV noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. OmniVerde BV is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van OmniVerde BV. De opdrachtgever vrijwaart OmniVerde BV voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Informatie in dit rapport is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Ecologisch Werkprotocol. Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
2
Inhoudsopgave
1
Inleiding ............................................................................................................................................4
2
Ligging plangebied ............................................................................................................................5
3
Beoogde ingrepen in het plangebied ...............................................................................................8
4
Beschermde soorten binnen en rondom het plangebied ................................................................9 4.1 Zoogdieren....................................................................................................................... 9 4.1.1 Das ............................................................................................................................ 9 4.1.2 Steenmarter.............................................................................................................. 9 4.2 Vleermuizen..................................................................................................................... 9 4.3 Broedvogels ..................................................................................................................... 9 4.4 Amfibieën ...................................................................................................................... 10 4.4.1 Alpenwatersalamander .......................................................................................... 10
5
Mitigerende ecologische maatregelen ......................................................................................... 11 5.1 Zoogdieren..................................................................................................................... 11 5.1.1 Vleermuizen ............................................................................................................ 11 5.1.2 Das .......................................................................................................................... 11 5.1.3 Steenmarter............................................................................................................ 11 5.2 Broedvogels ................................................................................................................... 11 5.3 Algemene Zorgplicht ..................................................................................................... 11
6
Algemene afspraken...................................................................................................................... 12
7
Ecologisch logboek ........................................................................................................................ 13
8
Geraadpleegde bronnen ............................................................................................................... 14
Ecologisch Werkprotocol. Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
3
1
Inleiding
Sluijsmans Landscaping is voornemens het agrarische bouwkavel aan de Linderweg 5 te Eckelrade te herinrichten. Hierbij wordt aan de westzijde extra manoeuvreerruimte toegevoegd en aan de oostzijde het bouwkavel verkleind. Tevens wordt het bouwvlak van vorm veranderd en vergroot ten behoeve van de bouw van een nieuwe loods. Voor het bepalen of de geplande ingreep negatieve effecten heeft op actueel of potentieel aanwezige (beschermde) soorten flora en fauna zijn de verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar geraadpleegd. Daarnaast heeft een veldbezoek plaatsgevonden. Op basis van deze bronnen zijn mitigerende maatregelen geadviseerd voor das, steenmarter, vleermuizen en broedvogels. Daarnaast worden, in het kader van de Algemene Zorgplicht, aanvullende maatregelen aanbevolen om negatieve effecten zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Ecologisch Werkprotocol. Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
4
2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten binnen het beschermingsgebied van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg. Het terrein ligt aan de westelijke rand van de dorpskern Eckelrade. Het betreft een agrarisch bouwkavel met daarop een woning, werkplaats, machineberging en bijbehorende erfverharding. Aan de oostzijde van het perceel bevinden zich een meerdere rijen fruitbomen. Aan de westzijde van het perceel is een groene afscheiding aanwezig, bestaande uit verschillende soorten struiken en jonge bomen. In het zuiden en westen van het plangebied liggen intensief beheerde akkers omringd door scheerhagen. Op het terrein zijn materialen opgeslagen, omgeven door ruigtevegetatie.
Afbeelding 2.1. Het plangebied rood omkaderd. Bron: ESRI-luchtfoto
Ecologisch Werkprotocol. Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
5
Afbeelding 2.2. Opgeslagen materiaal met ruigte vegetatie ter plaatse van de nieuw loods. Foto: C. Dekker
Afbeelding 2.3. Agrarische akker en gemengde haag. Foto: C. Dekker
Ecologisch Werkprotocol. Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
6
Afbeelding 1.4. Fruitbomen ten oosten van het plangebied. Foto: C. Dekker
Ecologisch Werkprotocol. Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
7
3
Beoogde ingrepen in het plangebied
Binnen het plangebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd: -
de bouw van een nieuwe loods als onderdeel van de agrarische bedrijfslocatie; het verwijderen van de bestaande laagstamboomgaard; het aanplanten van nieuwe beplanting, waaronder een ecologische hoogstamfruitboomgaard, hagen, boomgroepen en robuuste landschappelijke beplanting; het aanleggen van een infiltratievoorziening (natuurlijke poel) voor opvang van hemelwater.
Afbeelding 3.1. Landschappelijk inpassingsplan. Bron: Pouderoyen Tonnaer
Ecologisch Werkprotocol. Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
8
4
Beschermde soorten binnen en rondom het plangebied
Om een beeld te krijgen van beschermde soorten binnen en rondom het plangebied is op 3 november 2025 de NDFF (Nationale databank Flora en Fauna) geraadpleegd. Op 3 november 2025 heeft tevens een veldbezoek plaatsgevonden. Binnen in het plangebied is in de NDFF enkel één waarneming bekend van een broedvogel, verder zijn er geen beschermde soorten in het plangebied bekend. Buiten het plangebied zijn verschillende soorten waargenomen. In onderstaande tabel (Tabel 4.1) zijn de soorten weergegeven die ook binnen het plangebied voor kunnen komen vanwege de aanwezige landschapselementen. Tabel 4.1 De actueel en potentieel aanwezige beschermde soorten. NB: nationaal beschermd, EB: Europees beschermd. soort
beschermingsregime
Das Steenmarter
NB NB
alle potentieel aanwezige soorten
EB, Habitatrichtlijn
alle aanwezige soorten
EB, Vogelrichtlijn
zoogdieren
vleermuizen
broedvogels
4.1
Zoogdieren
4.1.1
Das
Uit de NDFF is gebleken dat in de nabijheid van het plangebied verschillende waarnemingen zijn gedaan van dassen. Het betreft met name zichtwaarnemingen. Binnen een straal van 100 meter rondom het plangebied zijn geen dassenburchten waargenomen. Het plangebied zal door de das gebruikt worden als foerageergebied. Burchten zijn uitgesloten.
4.1.2
Steenmarter
Uit de NDFF is gebleken dat in de nabijheid van het plangebied verschillende waarnemingen zijn gedaan van steenmarters. Het betreft enkel zichtwaarnemingen. Het plangebied is geschikt als foerageergebied voor de steenmarter.
4.2
Vleermuizen
Uit de NDFF zijn een aantal waarnemingen bekend van vleermuizen in de omgeving van het plangebied. In de dorpsstraat zijn verschillende vleermuizen waargenomen. Vleermuizen uit het dorp gebruiken het plangebied als foerageergebied en mogelijk als landschapselement als vliegroutes.
4.3
Broedvogels
In de NDFF is één waarneming bekend van een braamsluiper. Tijdens het veldbezoek zijn verschillende vogels waargenomen, het betreft de volgende soorten: houtduif, koolmees en roodborst. In de directe omgeving van het plangebied zijn enkele waarnemingen bekend van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest die ook in het plangebied voor kunnen komen, het betreft de volgende
Ecologisch Werkprotocol. Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
9
soorten: Huiszwaluw, Ringmus en huismus. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten van deze soorten waargenomen. Het plangebied is echter wel geschikt voor broedvogels.
4.4
Amfibieën
4.4.1 Alpenwatersalamander Uit de NDFF is gebleken dat in de nabijheid van het plangebied verschillende waarnemingen zijn gedaan van alpenwatersalamander. Het plangebied is niet geschikt als voortplantingsgebied vanwege het ontbreken van water. Gezien de afstand van de dichtstbijzijnde waarneming wordt het plangebied niet gebruikt als winterverblijfplaats.
Ecologisch Werkprotocol. Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
10
5
Mitigerende ecologische maatregelen
5.1
Zoogdieren
5.1.1
Vleermuizen
Er zijn geen vleermuizen waargenomen in het plangebied. Het gebied is echter wel geschikt als foerageergebied en mogelijk zijn vliegroutes aanwezig. Om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen dienen de volgende mitigerende maatregelen te worden genomen: er wordt niet gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst tijdens de actieve periode van vleermuizen (globaal april t/m november).
5.1.2
Das
In het plangebied en de directe omgeving zijn geen dassenburchten waargenomen. Het plangebied zal alleen gebruikt worden als foerageergebied. De das is met name ’s nachts actief. Wanneer enkel met daglicht wordt gewerkt zal een foeragerende das geen last ondervinden van de werkzaamheden.
5.1.3
Steenmarter
Steenmarters zijn met name ’s nachts actief. Wanneer enkel met daglicht wordt gewerkt zal een foeragerende steenmarter geen last ondervinden van de werkzaamheden.
5.2
Broedvogels
Er zijn geen jaarrond beschermde nesten waargenomen binnen het plangebied. Het plangebied biedt wel potentiële broedgelegenheden voor (op de grond) broedende soorten. Om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen dienen de volgende mitigerende maatregelen te worden genomen: werkzaamheden uitvoeren buiten het broedseizoen dat voor de meeste soorten duurt van 15 maart tot 15 juli. De duur van het broedseizoen is afhankelijk van weersomstandigheden. Door een ter zake kundige ecoloog dient te worden beoordeeld of binnen het plangebied nog gebroed wordt. Wanneer de werkzaamheden niet buiten het broedseizoen kunnen worden uitgevoerd dient voor half februari vegetatie kort worden gemaaid en maaisel worden opgeruimd (en worden kort gehouden) en eventueel aanwezige ruige hoekenen rommelhoeken te zijn opgeruimd en eventueel te verwijderen bomen en struiken te zijn gerooid en afgevoerd. een finale check naar nesten wordt vóór aanvang van de werkzaamheden uitgevoerd indien de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd.
5.3
Algemene Zorgplicht
Binnen het plangebied komen verschillende soorten voor die niet wettelijk beschermd zijn. Het aantasten of verwijderen van hun leefgebied is toegestaan. Vanuit de Algemene Zorgplicht is het echter belangrijk om de volgende mitigerende maatregelen te treffen, zodat negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt. -
-
Zorg dat het plangebied ongeschikt is gemaakt voor broedvogels voor half februari (geen bomen of struiken, ruige hoeken, rommelhoekjes of opgaande vegetatie aanwezig). Houdt het plangebied ook ongeschikt tijdens de uitvoering van het werk. Voorkom dat er schuilgelegenheid ontstaat door het creëren van houtstapels en steenhopen tijdens de uitvoering van het werk in het plangebied. Werk alleen bij daglicht. Een intensieve ecologische begeleiding wordt niet nodig geacht, indien de bovenstaande mitigerende maatregelen worden toegepast. Bij twijfel kan altijd een ter zake kundig ingeschakeld worden.
Ecologisch Werkprotocol. Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
11
-
Indien er onverwacht dieren het plangebied betreden tijdens de uitvoering, zorg dan dat deze het plangebied rustig kunnen verlaten door de snelheid van de machines aan te passen en de dieren de tijd en rust te gunnen het plangebied te verlaten.
6
Algemene afspraken
De volgende afspraken gelden op het werk: • • •
•
•
De aannemer/initiatiefnemer zorgt ervoor dat op het werk voldoende exemplaren van het ecologisch werkprotocol aanwezig zijn. De betrokken mensen van de aannemer/initiatiefnemer of onderaannemer zijn op de hoogte van de inhoud van het ecologisch werkprotocol. Indien bij de uitvoering onverwacht de aanwezigheid van beschermde soorten wordt vastgesteld, wordt de uitvoering van de werkzaamheden in overleg met een ter zake kundig ecoloog dusdanig aangepast dat de betreffende soort niet nadelig beïnvloed wordt. De aannemer/initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het adequaat uitvoeren van de mitigerende maatregelen zoals beschreven in dit werkprotocol, ook indien deze in onderaanneming worden uitgevoerd. De aannemer/initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het houden van toezicht op de toepassing van de werkzaamheden conform het ecologisch werkprotocol. Calamiteiten Ondanks de genomen voorzorgsmaatregelen is het niet mogelijk om calamiteiten geheel uit te sluiten. Het is van groot belang dat eventueel optredende calamiteiten worden gemeld, geanalyseerd en geëvalueerd om de juiste maatregelen te nemen om soortgelijke gebeurtenissen in de toekomst te voorkomen. Daarom is iedereen verplicht calamiteiten bij de directie te melden.
Naar aanleiding hiervan moeten er, in samenspraak met een deskundig ecoloog, maatregelen genomen worden om de bestaande situatie te verhelpen en herhaling in de toekomst te voorkomen. De aannemer neemt bij een calamiteit direct telefonisch contact op met een deskundig ecoloog. Onder calamiteiten kan bijvoorbeeld worden verstaan: het onverwachts aantreffen van een beschermde soort die niet vermeld wordt in het ecologisch werkprotocol, of wanneer soorten ondanks getroffen mitigerende maatregelen toch worden aangetroffen. De werkzaamheden moeten dan gestaakt worden en kunnen pas hervat worden na aanwijzingen/ instructies van een ecoloog.
Ecologisch Werkprotocol. Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
12
7
Ecologisch logboek
De initiatiefnemer houdt een ecologisch logboek bij. Dit logboek bestaat uit korte verslagen van veldbezoeken, uitgevoerde ecologische begeleiding, gemaakte afspraken en gesignaleerde problemen en hoe deze opgelost zijn. Het logboek wordt na afronding van het project als bijlage toegevoegd aan het ecologisch werkprotocol. Dit logboek dient ook als bewijslast bij eventuele controles door het bevoegd gezag. • •
• •
•
Een ecologisch deskundige: heeft een afgeronde hbo- of universitaire opleiding, met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; of heeft een afgeronde mbo-opleiding, met als zwaartepunt soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van Nederlandse in het wild voorkomende planten en dieren; en is werkzaam voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en/of zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de soortenbescherming en is werkzaam of aangesloten bij de volgende Nederlandse organisaties: Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, Sovon, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, LandschappenNL en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied; en/of zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de monitoring en/of bescherming.
Ecologisch Werkprotocol. Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
13
8 -
Geraadpleegde bronnen NDFF, Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd op 3-11-2025, via https://ndff.nl Pouderoyen Tonnaer (2025). Landschappelijk inpassingsplan Linderweg 5 te Eckelrade Gemeente Eijsden-Margraten. Pouderoyen Tonnaer, Nijmegen.
Ecologisch Werkprotocol. Herinrichting Linderweg 5, Eckelrade
14