CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20260526 08c Analyse Begrotingen 2027 Verbonden partijen - Bijlage BsGW

Raadsvergaderingen 26 mei 2026, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Analyse begrotingen 2027 Verbonden partijen34.608 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BsGW

Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen

Kerkeveldlaan 2 6042 JX Roermond Postbus 1275 6040 KG Roermond T: 088 8420 444 W: www.bsgw.nl KvK-nr.: 52426297

Aan het Algemeen Bestuur van Waterschap Limburg en de raden van de in de GR BsGW deelnemende gemeenten

Uw kenmerk:

Afdeling:

Uw brief van:

Behandeld door:

Ons kenmerk: Bijlage(n): Onderwerp:

BS26.0122 2

Telefoonnummer:

Kadernota 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Datum:

Staf/Control

E-mail:

26 februari 2026

Geacht bestuur, geachte raad,

Hierbij bieden wij u de Kadernota 2027 en meerjarenraming 2028-2031 van de Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) aan. Overeenkomstig artikel 67a van de Wet gemeenschappelijke regelingen ontvangen de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het deelnemend waterschap vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In haar besluit d.d. 24 september 2015 heeft het bestuur van BsGW besloten de vastgestelde kadernota gelijktijdig met de ontwerpbegroting en ontwerpmeerjarenraming te verzenden aan de deelnemers. Financiële gevolgen De financiële gevolgen van kaders zoals opgenomen in de kadernota zullen worden verwerkt in de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031. Het betreft hier uitsluitend de jaarlijkse indexering.

Het Dagelijks Bestuur BsGW,

N.M.J.G. Lebens, directeur

G.H.C. Frische, voorzitter

Bijlage(n): 1. Kadernota Begroting BsGW 2027 en Meerjarenraming 2028-2031 2. Bijlagen bij Kadernota Begroting BsGW 2027 en Meerjarenraming 2028-2031

Kadernota begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031

Versie 0.4 Oktober 2025

3

Inhoudsopgave

1. Inleiding ...............................................................................................................................5 2. Organisatie ...........................................................................................................................7 3. Beleidsmatige ontwikkelingen .................................................................................................9 4. Financiën ............................................................................................................................ 14

4

1. Inleiding Hierbij bieden wij u de kadernota 2027 aan. Deze nota biedt de kaders voor het opstellen van de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031. Deze kaders betreffen (beleids)ontwikkelingen, die in de begroting verder worden uitgewerkt en financieel worden doorvertaald evenals de financiële uitgangspunten voor het opstellen van de begroting. Meerjarenperspectief/Ontwikkelingen De in de kadernota 2027 genoemde ontwikkelingen, beleidsvoornemens en financiële uitgangspunten vormen de basis voor de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031, die komend voorjaar ter zienswijze wordt aangeboden aan de gemeenteraden en het algemeen bestuur van Waterschap Limburg en na vaststelling wordt toegezonden aan Gedeputeerde Staten. BsGW is een uitvoeringsorganisatie en hanteert daarmee per definitie een beleidsarme begroting. Mocht er al sprake zijn van (nieuw) beleid, dan is dit op basis van een wettelijke grondslag (bijv. de Wet open overheid) dan wel op verzoek van de deelnemers (zoals het Samenwerkingsportaal). Naast een eerdere (gedurende de eerste zes jaren na oprichting heeft geen indexering plaatsgevonden) en lopende structurele bezuiniging (taakstelling OOP), is bij de totstandkoming van de begroting 2026 -met name in het kader van het Ravijnjaar- nogmaals extra kritisch gekeken naar de kostenontwikkeling.

Het garanderen van de continuïteit van de bedrijfsvoering van BsGW in het belang van de dertig deelnemende partijen was, is en blijft hierbij het uitgangspunt. Genoemde exercitie heeft onder andere geleid tot een benedenwaartse bijstelling van het weerstandsvermogen, waarbij het surplus is teruggestort naar de deelnemers. Ook is de bestemmingsreserve qua financiële omvang verlaagd en daarmee ook de door de deelnemers jaarlijks te storten bijdrage hierin. Als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) is het tarief proceskostenvergoeding per toegekend bezwaar of beroep per 1-1-2024 drastisch verlaagd. Uitgaande van gelijkblijvende aantallen bezwaren en beroepen, is in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030 de post proceskosten voor wat betreft de uitkeringskosten verlaagd met € 1,5 miljoen. Ervan uitgaande dat zich geen nieuwe, onverwachte ontwikkelingen voordoen, het aantal bezwaren naar aanleiding van de aanslagoplegging 2026 en 2027 geen stijging vertoont ten opzichte van 2024 en 2025, de waardestijging van de objecten alsmede de tariefstijgingen door de gemeenten binnen de perken blijven, blijft deze lagere begrotingspost ‘proceskostenvergoeding’ gehandhaafd in de begroting 2027 (en verdere jaren). De renteopbrengsten maken -mede op basis van overleg met de accountant- geen onderdeel uit van de begroting van BsGW.

Deze worden met ingang van 2025 elk kwartaal doorgestort naar de deelnemers. Het betreft met name de renteontvangsten over de ontvangen belastingopbrengsten, die na enkele verwerkingsdagen worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW. De accountant is op basis van het uitgangspunt ‘reëel begroten’ voorstander van het toepassen van indexeringspercentages en kan zich vinden in de hoogte en de onderbouwing van de indexpercentages, die BsGW hanteert. De belangrijkste ontwikkelingen voor 2027 voor BsGW worden gevormd door het beleid van de deelnemers, (nieuwe) wetgeving zoals cyberbeveiligingswet, de indexeringen -beïnvloed door de cao Werken voor waterschappen alsook de nationale, Europese en mondiale ontwikkelingen- en het voldoen aan de door het Algemeen Bestuur BsGW opgelegde kostenreductie in het kader van OOP.

5

Het is voor BsGW van cruciaal belang dat de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening gewaarborgd blijven. BsGW volgt de huidige ontwikkelingen met betrekking tot de nieuwe c.q. aangescherpte (Europese) wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging op de voet en zal deze de komende periode implementeren om hieraan te kunnen (blijven) voldoen. Op 23 september 2025 heeft het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) het normenkader hiervoor vastgesteld: de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO2). In het tweede kwartaal van 2026 verwacht het Rijk de Europese richtlijn Europese Network and Information Security (NIS2) als Cyberbeveiligingswet geïmplementeerd te hebben in de nationale weten regelgeving. BsGW verwacht voor het begrotingsjaar 2027 geen andere, voorzienbare kostenstijgingen dan de indexering. Het uitgangspunt voor de indexatie is zoals te doen gebruikelijk de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB-indexcijfers. BsGW werkt momenteel toe naar een structurele bezuiniging van € 1,3 miljoen vanaf 2028 (taakstelling OOP). Om dit te bereiken is de BsGW-begroting met ingang van 2024 stapsgewijs benedenwaarts bijgesteld. In 2027 bedraagt de taakstellende kostenreductie € 1,2 miljoen (2026 € 1 miljoen; met ingang van 2028 structureel € 1,3 miljoen).

6

2. Organisatie BsGW is als zelfstandige belastingsamenwerking voor zowel gemeenten als Waterschap Limburg opgericht op 1 april 2011. Sinds 1 januari 2021 zijn het Waterschap Limburg en de gemeenten Beek, Beekdaelen, Beesel, Bergen, Brunssum, Echt-Susteren, Eijsden-Margraten, Gennep, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Leudal, Maasgouw, Maastricht, Meerssen, Mook en Middelaar, Nederweert, Peel & Maas, Roerdalen, Roermond, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul, Venlo, Voerendaal en Weert deelnemers in BsGW.

BsGW is belast met de heffing en inning van lokale heffingen voor zowel de deelnemende gemeenten als het waterschap en is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet WOZ. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de (huidige) heffingssoorten per deelnemer. Missie Wij heffen en innen belastingen voor onze klanten, slim en doordacht, op een kosteneffectieve wijze. Inzichtelijk, voorspelbaar en betrouwbaar in wat we doen. Visie Waarderen, heffen en innen; het wordt steeds complexer. Door het proces slim en goed te organiseren zijn wij dé organisatie om dit voor onze deelnemers te verzorgen. Zo kunnen zij zich op hun andere (kern)taken richten.

7

Ambitie BsGW heeft de ambitie een toppositie binnen de samenwerkingsverbanden te bekleden. Speerpunten Daarnaast is een aantal speerpunten aangegeven waar BsGW zich de komende jaren op gaat richten. Kostenbewust BsGW staat met ingang van 2028 voor een structurele bezuinigingsopgave van € 1,3 miljoen. Hiertoe wordt de BsGW-begroting met ingang van 2024 stapsgewijs benedenwaarts bijgesteld. Hybride werken Sinds het begin van de covid-19-pandemie zijn de BsGW-medewerkers volop thuis aan het werk. Inmiddels is het uitgangspunt dat er 60% thuis wordt gewerkt en 40% op kantoor. Het kantoor is een plek van ontmoeten en samenwerken. Dit betekent een andere manier van werken en ook een andere manier van investeren in huisvesting, werkplekken, automatisering en digitalisering. Per 31 oktober 2026 loopt het huurcontract voor het kantoorpand van BsGW af. Momenteel lopen de onderhandelingen inzake een huurcontract voor een nieuwe, toekomstbestendige kantoorlocatie.

8

3. Beleidsmatige ontwikkelingen In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van de ontwikkelingen waar BsGW mee te maken heeft en krijgt. De ontwikkelingen binnen BsGW (bedrijfsvoering) worden grotendeels bepaald door externe (inter)nationale ontwikkelingen. In bijlage 3 zijn deze ontwikkelingen waar nodig en mogelijk uitgebreider omschreven. Landelijke ontwikkelingen Proceskosten BsGW heeft nog steeds te maken met ncnp-bedrijven. Deze bedrijven veroorzaken een relatief groot aantal van de jaarlijkse (WOZ-)bezwaren met de daaruit voortvloeiende proceskosten (uitvoerings- en uitkeringskosten). Bovendien worden de bezwaren steeds uitgebreider, complexer en technischer waardoor de uitvoeringskosten per ingediend bezwaar oplopen. Als gevolg van de Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) zijn de tarieven voor de proceskostenvergoedingen drastisch verlaagd. Daarnaast is het aantal bezwaren –na de hausse aan bezwaren in 2023– in 2024 en 2025 weer in lijn met het aantal bezwaren in 2022. Dit heeft geleid tot een structurele verlaging van de uitkeringskosten in de begroting 2026 en meerjarenraming 20272030. De uitvoeringskosten blijven op hetzelde niveau gezien de gelijkblijvende aantallen bezwaren en beroepen vanaf 2024.

Ervan uitgaande dat er zich geen nieuwe, onverwachte ontwikkelingen voordoen, het aantal bezwaren naar aanleiding van de aanslagoplegging de komende jaren geen stijging vertoont ten opzichte van 2024 en 2025 (bijvoorbeeld als gevolg van intensief gebruik van AI door particulieren waardoor er veel unieke, complexe bezwaren ontstaan) en de waardestijging van de objecten alsmede de tariefstijgingen door de gemeenten binnen de perken blijven, blijft de huidige begrotingspost ‘proceskosten’ gehandhaafd in de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031. Project Inwinning Secundaire Objectkenmerken Het doel van het project Inwinning Secundaire Objectkenmerken, in de praktijk ook wel ‘Check uw woning’ genaamd, is het terugwinnen van het vertrouwen bij de woningeigenaren in de overheid in het algemeen en de bepaling van de WOZ-waarde in het bijzonder door de woningeigenaren maximaal te betrekken bij het vaststellen van (een aantal van) de secundaire objectkenmerken en hierbij maximale transparantie te bieden. Bij het project, dat onder verantwoordelijkheid van de Landelijke Vereniging Lokale Belastingen (LVLB) wordt uitgevoerd, zijn o.a. de VNG, het ministerie van Financiën, het ministerie van Justitie en Veiligheid, de Waarderingskamer, de Vereniging Eigen Huis en de Consumentenbond betrokken.

In afstemming met genoemde partijen is een vragenlijst tot stand gekomen, die in de vorm van een aantal pilots aan woningeigenaren wordt voorgelegd in combinatie met een opgave van de huidige situatie (lees: weergave van de huidige secundaire objectkenmerken). In het eerste kwartaal van 2026 wordt het project afgerond en vindt de rapportage plaats. Tegengaan toenemende armoede In eerdere miljoenennota’s zijn maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren, de zogenaamde bestaanszekerheid. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekening niet kunnen betalen. Sociaal invorderen, vroegsignalering en schuldhulpverlening zijn instrumenten die hiervoor worden ingezet. Ook zullen gemeenten in een zo vroeg mogelijk stadium passende hulp aanbieden.

9

Het percentage oninbaar zal mogelijk stijgen, hetgeen zal leiden tot lagere netto-belastingopbrengsten voor de deelnemers. Uit de Rijksbegroting 2026 blijkt dat het demissionair kabinet verder gaat met het Nationaal Programma Armoede en Schulden en de hierboven genoemde maatregelen. Doelen zijn: kleine schulden klein houden, betere schuldhulpverlening in alle gemeenten en meer waarborgen van het bestaansminimum. Vroegsignalering en interdepartementale samenwerking moeten nieuwe schuldenproblematiek voorkomen. Ontwikkelingen in de bedrijfsvoering Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt houdt vooralsnog aan. Het effect van toepassingen van AI is momenteel nog niet merkbaar, ook niet binnen het ICT-vakgebied. Vanwege de ontgroening en vergrijzing, die onze provincie extra treft, zal -naast het zelf op een verantwoorde wijze inzetten van AI- gezocht moeten worden naar andere manieren om toch bijtijds de juiste, noodzakelijke kennis in huis te halen én te houden. Waar nodig en mogelijk wordt samen met deelnemers en/of andere samenwerkingsverbanden voorzien in moeilijk invulbare rollen en functies. Wet aanpassing belastingstelsel waterschappen De Wet aanpassing belastingstelsel waterschappen, die per 1 januari 2026 in werking treedt, biedt waterschappen meer en betere mogelijkheden om te heffen naar profijt of belang.

Diegene, die meer profijt heeft van de werkzaamheden van het waterschap, betaalt dan een hogere heffing. Degene die minder belang heeft, krijgt een lagere heffing. Daarnaast kunnen waterschappen voortaan beter inspelen op (toekomstige) ontwikkelingen, zoals klimaatopwarming, de circulaire economie, de energietransitie en veranderingen in het eigen waterschap. Deze wet regelt ook dat Rijkswaterstaat en waterschappen geen schadelijke stoffen meer hoeven te gebruiken bij het meten van de vervuiling in afvalwater. De gevolgen van de wijziging voor specifieke groepen belastingbetalers verschillen per waterschap. De besturen van de waterschappen bepalen namelijk zelf hoe zij de kosten precies verdelen. Waterschap Limburg en BsGW zijn eind 2023 een project gestart om de migratie naar het nieuwe belastingstelsel vorm te geven. De projectkosten, die BsGW hiervoor maakt, komen geheel en al ten laste van Waterschap Limburg. Dit geldt ook voor eventuele structurele kosten. Deze zullen via de Planning & Control-cyclus (P&C-cyclus) worden verwerkt en doorbelast aan Waterschap Limburg. Samenwerkingsportaal Vanaf 1 januari 2022 bestaat de verplichting om woningen te waarderen op basis van de gebruiksoppervlakte. Daarvoor gebruikte BsGW de bruto inhoud om woningen te waarderen.

Namens en op verzoek van de deelnemers heeft BsGW de regie van dit transitieproject (2019-2021) op zich genomen, in nauwe samenwerking met de gemeenten en Het Gegevenshuis. Voor het actueel houden en borgen van alle gegevens, heeft BsGW namens alle partijen de regie op zich genomen voor het aanschaffen van een applicatie, die in staat is om relevante gegevens voor zowel de BAG (gemeenten), de BGT als de WOZ (BsGW) op een efficiënte manier uit te wisselen en te tonen, zowel administratief als geografisch. Het zogenaamde Samenwerkingsportaal. Landelijk was het streven om te komen tot een samenhangende objectenregistratie (SOR); een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid, die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele

10

(administratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie zouden in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) opgaan. Tevens was het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie zouden worden opgenomen. De ontwikkeling naar een SOR zou gevolgen hebben voor zowel BsGW als voor haar deelnemers en aan de deelnemers gelieerde partijen, zoals gegevenshuizen. Het is immers inefficiënt en onwenselijk om op meerdere plaatsen dezelfde of nagenoeg dezelfde gegevens te verzamelen en te verwerken. Dit staat immers haaks op de doelstelling van juist één unieke registratie. De beoogde ingangsdatum van de SOR was 1 januari 2025. Op nationaal niveau is in grote mate overeenstemming over de inhoud en architectuur van de SOR. Dat geldt evenwel niet voor de governance en financiering van de implementatie en het beheer van de SOR. De door de VNG geïnitieerde impactanalyse heeft uitgewezen dat er nog veel onduidelijk is en er een hoog kostenplaatje aan hangt. Een nieuwe streefdatum is nog steeds niet bekend. De vraag is of er überhaupt een SOR gaat komen.

Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit ligt het voor de hand om het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch voor een bedrag van € 350 duizend per jaar (excl. indexatie) te continueren om zo de door de deelnemers gewenste verdere doorontwikkeling vorm te kunnen blijven geven. In deze kosten is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie waaruit extra werkzaamheden, ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien, waartegenover een betere borging in de integraliteit tussen de basisregistratie BAG, BGT en de WOZ staat. Om de gebruikers meer te betrekken bij het Samenwerkingsportaal is een Gebruikersoverleg in het leven geroepen. Dit Gebruikersoverleg fungeert als klankbord en overlegplatform. Informatievoorziening en ICT BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving, waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Om wendbaar, betrouwbaar en efficiënt te blijven opereren, is het noodzakelijk om te investeren in toekomstbestendige informatievoorzieningen. Informatievoorziening ondersteunt beleid en uitvoering met actuele, volledige, betrouwbare en goed ontsloten data. Artificial Intelligence (AI) en business intelligence -mits proven technology én veilig- kunnen worden ingezet om trends te herkennen, processen te optimaliseren en dienstverlening te verbeteren.

Vanwege einde contractduur zijn zowel de ICT-infrastructuur als het belasting- en waarderingspakket op basis van een Europese aanbesteding gegund (2022/2023) en geïmplementeerd (2023/2024). Deze voor BsGW omvangrijke, complexe en intensieve operatie is eind 2024 formeel afgerond, waarna in 2025 de beheerfase is aangebroken. Van daaruit kan gekeken worden naar verdere procesoptimalisatie. Naast het primaire proces van Waarderen, Heffen en Innen geldt dit ook voor de ondersteunende processen (Bedrijfsvoering, Klantzaken en Staf). Hierbij wordt, zoals gezegd, ook de inzet van AI betrokken, rekening houdend met juridische, technische en ethische aspecten. Robotisering en Artificial Intelligence Ook BsGW volgt de ontwikkelingen op het gebied van Kunstmatige Intelligentie oftewel Artificial Intelligence (AI) met bovengemiddelde belangstelling. Generatieve AI is een specifieke vorm van AI. Het helpt mensen, bedrijven en organisaties bij het genereren van bijvoorbeeld tekst, beeld en audio. ChatGPT is het meest sprekende voorbeeld. Generatieve AI heeft grote impact op de maatschappij en samenleving en daarmee op de overheid en in het verlengde daarvan samenwerkingsverbanden, zoals

11

BsGW. Enerzijds biedt generatieve AI kansen, bijvoorbeeld om beter met burgers te communiceren (kwaliteit), om processen te verbeteren (efficiency) en om de toenemende krapte op de arbeidsmarkt mede het hoofd te bieden. Anderzijds maken ook partijen als ncnp-bedrijven intensief gebruik van generatieve AI, met dien verstande dat voor hen niet geldt dat er sprake moet zijn van proven technology. Het oneigenlijk gebruik van AI door derden in relatie tot dataveiligheid vergt niet alleen kennis, maar ook (extra) financiële investeringen. De overheidsbrede visie op generatieve AI biedt in dit kader houvast door: samen te werken met alle stakeholders, de snelle ontwikkelingen op het gebied van AI nauwgezet te volgen, passende wet- en regelgeving te ontwikkelen, het vergroten van kennis en kunde en als overheid zelf veilig te experimenteren met generatieve AI. Door sterk toezicht op AI met handhaving waar nodig kan Nederland vooraan staan bij de onvermijdelijke veranderingen in onze samenleving. BsGW mag om moverende redenen niet voorop lopen. Het is vooral zaak om tijdig en op de juiste wijze aan te haken. Wettelijk gezien is een en ander geregeld in de AI-verordening. De AI-verordening is een Europese wet, die regels stelt voor de ontwikkeling en het gebruik van AI-systemen. AI zal naar de toekomst toe meer en meer worden ingezet, ook op het gebied van informatiebeveiliging.

Des te belangrijker het verantwoord gebruik van AI, waaronder AI-geletterdheid van medewerkers. Informatiebeveiliging & Privacy Het is voor BsGW van cruciaal belang dat de continuïteit van de informatie en de informatievoorziening is gewaarborgd. Eventuele gevolgen van beveiligingsincidenten dienen tot een acceptabel niveau te worden beperkt. BsGW monitort dit niet alleen zelf intern op naleving, maar laat ook externe audits en onderzoeken uitvoeren. Informatiebeveiliging krijgt ook steeds meer en extra aandacht van de externe accountant. Een van de beheersmaatregelen is uiteraard het voldoen aan Europese en (daaruit voortvloeiende) nationale wet- en regelgeving omtrent informatiebeveiliging. Europese Network and Information Security (NIS2) Om de cyberbeveiliging en weerbaarheid van essentiële diensten in de EU-lidstaten te verbeteren werden in 2016 de Europese Network and Information Security (NIS)-richtlijnen geïntroduceerd: een Europees kader voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen, die van algemeen belang zijn voor de openbare veiligheid. In Nederland werd de NIS-regelgeving vertaald naar de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen voor digitale dienstverleners (Wbni). Door de toegenomen onrust in de wereld (zoals COVID, Oekraïne, cyberdreigingen) en de nieuwe technologische ontwikkelingen voldeed de NIS en daarmee ook de Wbni niet langer.

Vandaar de komst van de NIS2. Op 17 oktober 2024 is de NIS2richtlijn in werking getreden. Nederland streeft ernaar om in het voorjaar van 2026 zowel de NIS2 als de Cyberbeveiligingswet geïmplementeerd te hebben in wet- en regelgeving. Concreet betekent dit voor overheidsorganisaties, en dus ook BsGW, het volgende: • Risicogestuurde informatiebeveiliging • Strengere meldplicht • Zorgplicht: Meer focus op preventie • Handhaving door toezichthouders zal meer proactief gaan plaatsvinden • Potentiële persoonlijke aansprakelijkheid bestuurders • Registratieplicht

12

Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) De zorgplicht uit de cyberbeveiligingswet bestaat feitelijk uit het voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), die sinds 1 januari 2020 van kracht is. De BIO geldt als normenkader voor alle overheden en verving de afzonderlijke baselines informatieveiligheid voor gemeenten, Rijk, waterschappen en provincies. Met de komst van de BIO kwam er een eenduidige en herkenbare stevige basis voor een veilige digitale overheid. Overheidsbreed wordt aan de opvolger van de BIO gewerkt, BIO2 genaamd. BIO2 volgt op de evaluatie van de huidige BIO en geeft tevens invulling aan eisen vanuit de nieuwe Europese Network and Information Security (NIS2) richtlijn. Het ontwerp voor de BIO2 is ontwikkeld in samenwerking met gemeenten, provincies, waterschappen en de Rijksoverheid Op 23 september 2025 heeft het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid (OBDO) de Baseline Informatiebeveiliging Overheid versie 2 (BIO2) vastgesteld. Vertaling door BsGW Naast de reeds door BsGW ingezette maatregelen om de risico’s op het gebied van veiligheidsincidenten te mitigeren, zal de komende periode gewerkt worden om te voldoen aan de eisen van de NIS2 en de BIO2. Zo is de update van het bedrijfscontinuïteitsplan van BsGW nagenoeg afgerond. In de volgende fase wordt gestart met het periodiek simuleren van en oefenen met diverse scenario’s.

Een Bedrijfsimpactanalyse (BIA) maakt hier onderdeel van uit. Op basis van de uitkomsten van de simulaties en oefensessies wordt het continuïteitsplan actueel gehouden. Tenzij de implementatie van de NIS2 en de BIO2 aantoonbaar een onevenredig beslag legt op de middelen (zowel formatief als financieel) worden de meerkosten binnen de begroting van BsGW opgevangen.

13

4. Financiën Dit hoofdstuk bevat de financiële kaders, zoals BsGW die hanteert bij het opstellen van de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031. De volgende uitgangspunten zijn van toepassing bij het opstellen van de begroting BsGW 2027 en de meerjarenraming 2028-2031. Onderwerp

Uitgangspunt

Raming personele lasten

Salariskosten worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de CAO Werken voor Waterschappen. Indien die niet bekend zijn ten tijde van het opstellen van de kadernota wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘loonvoet sector overheid’ (voor de personele kosten).

Formatie en personeel

BsGW werkt met een vaste formatie en een flexibele schil. Binnen deze twee categorieën kan worden geschoven, maar de vastgestelde loonsom kan niet overschreden worden, behalve door CAO-stijgingen.

Financiering

Alleen voor investeringen kan BsGW een langlopende lening aantrekken. Hiervoor is een bestuursbesluit vereist.

Raming materiële lasten

Voor de jaarlijkse indexatie wordt uitgegaan van de Macro Economische Verkenningen uit de laatst bekende septembercirculaire van het CPB, onderdeel ‘nationale consumentenprijsindex’. Indien voor specifieke kostencategorieën andere indexeringspercentages gelden, wordt hiervan afgeweken en worden de marktconforme kostenstijgingen in de begrotingscijfers verwerkt.

Inhuur derden

De verwachte inhuurkosten worden geïndexeerd met de raming van het CPB. Een afwijking hierop wordt gemotiveerd toegelicht.

Raming onvoorzien

De raming onvoorzien bedraagt 1,4 % van de begrote kosten.

Investeringen in het belastingpakket

Bij investeringen in het belastingpakket is BsGW verplicht om te voldoen aan de wettelijke eisen, incl. onderhoudskosten. Als uitgangspunt wordt alle software afgenomen als dienst (SaaS), waardoor er eenmalige implementatiekosten zijn en daarna jaarlijkse abonnements- en licentiekosten. Er vindt dus geen reservering kapitaalslasten inzake belastingsoftware meer plaats. Afschrijven is niet aan de orde vanwege het feit dat BsGW geen juridisch eigenaar is.

Risicomanagement

Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt als ratio t.o.v. de benodigde weerstandscapaciteit, waarbij de in het AB van 24-3-2022 vastgestelde Kadernota Risicomanagement leidend is.

Kosten die specifiek zijn voor bepaalde deelnemers

Deze worden o.b.v. de goedgekeurde offerte separaat doorbelast.

14

Kostenverdeelmethode

De (nieuwe) kostenverdeelmethode wordt gehanteerd (AB 25 januari 2024). Maatwerk en Externe vorderingen worden separaat geoffreerd en gefactureerd.

Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) BsGW 2018-2020

Het OOP moet -conform besluitvorming door het Algemeen Bestuur d.d. 14 december 2017- leiden tot een stapsgewijze nettokostenreductie, oplopend tot structureel € 1,3 miljoen vanaf 2028. Jaar: 2024 2025 2026 2027 2028

Lagere netto-kosten i.r.t. OOP: € 600.000 € 800.000 € 1.000.000 € 1.200.000 € 1.300.000

Deze kostenreductie, die met name gerealiseerd wordt middels een formatiereductie, is als taakstelling opgenomen in de (meerjaren)begroting van BsGW. Renteopbrengsten (Schatkistbankieren)

De rentevergoedingen* op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren, maken geen onderdeel uit van de begroting van BsGW en worden elk kwartaal (achteraf) doorgestort naar de deelnemers. * betreft met name de renteontvangsten over de ontvangen belastingopbrengsten, die na enkele verwerkingsdagen worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW.

Financieel technische uitgangspunten v.w.b. de indexeringen: BsGW valt onder de cao Werken voor Waterschappen. De huidige cao eindigt per 31 december 2026. Het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten is (zoals te doen gebruikelijk) de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB) met daarin opgenomen de CPB indexcijfers. Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. Normaliter worden in de septembercirculaire vijf toekomstige jaren opgenomen. De doorkijk van de CPB-indexcijfers van september 2025 reikte -in afwijking van voorgaande jarenniet verder dan 2026. Voor begrotingsjaar 2027 zijn daarom de meest actuele indexeringen van opgenomen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025 dd februari 2025. Indexeringen Kadernota 2027 Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 2,3% en 3,0%. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2025-2027 van 2,6% aan te houden. Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 4,0% en 5,3%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2023-2025 aan te houden van 4,4%.

Mocht de septembercirculaire 2026 van het CPB daartoe aanleiding geven, dan zal dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW.

15

Kadernota begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 BIJLAGEN

Versie 0.4 Oktober 2025

3

Inhoudsopgave

Bijlage 1. Planning begroting ......................................................................................................5 Bijlage 2. Heffingen per deelnemer ..............................................................................................6 Bijlage 3. Landelijke ontwikkelingen ............................................................................................7 Bijlage 4. Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) ...................................................................... 14 Bijlage 5. Weerstandsvermogen ................................................................................................ 16

4

Bijlage 1. Planning begroting Planning begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 1.

Behandeling kadernota 2027 in DB

13 november 2025

2.

Ambtelijk voorbereidingsoverleg AB

27 november 2025

3.

Besluitvorming kadernota 2027 in AB

11 december 2025

4.

Behandeling ontwerpbegroting 2027 en ontwerpmeerjarenraming 2028-2031 door DB

26 februari 2026

5.

Toezenden ontwerpbegroting 2027, ontwerpmeerjarenraming 2028-2031 en kadernota 2027 aan de deelnemers

27 februari 2026

6.

Einde zienswijzetermijn deelnemers

30 mei 2026

7.

Behandeling zienswijzen door DB

4 juni 2026

8.

Toezenden reactie DB op zienswijze aan de deelnemers

Vóór 25 juni 2026

9.

Besluitvorming begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 door AB

25 juni 2026

10.

Toezenden begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 aan de deelnemers

Binnen 7 werkdagen na vaststelling

11.

Toezenden begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 aan Gedeputeerde Staten

Binnen 2 weken na vaststelling: vóór 9 juli 2026

5

Bijlage 2. Heffingen per deelnemer

v v

v

v v

v v v

v v v

v

v v

v

v

v

v v v

v

v v

v v

v

v

v

v v v v v

v v

v

v

v

v v

v

v

v

v

v

v v v v

v

v

v

v

v

v

v

v

v v v

v v v

v

v

v v

v

v

v v v

v v

v v v

v v

v v

v v

v v

v

v

v

v

v

v

v

v

v

v v v v v v v v

v

v v

v

v v

v v v

v

v

v v

v

v v v

v

v v

v

v

v

v

v

v

v v

v

v

v

v

v

v

v

v v v

v v v v

v

v

v

v v

Totaal

v

Weert

v

Waterschap Limburg

v

Venlo

v

Voerendaal

v

Sittard-Geleen

v

Stein

v

Roermond

v

Simpelveld

Peel en Maas

v v v

v

Roerdalen

v v v v

v

Mook en Middelaar

v

Vaals

v

v

v v v

Valkenburg a/d Geul

v

v

Nederweert

v v v v

v

Maastricht

v v v

v

v

Meerssen

v v

v v v

v

v

Leudal

v

Maasgouw

v

Kerkrade

v

Landgraaf

v

Gulpen-Wittem

v

Heerlen

v

Eijsden-Margraten

v

Gennep

Beesel

Bergen

v

Brunssum

Beek Afvalstoffenheffing Baatbelasting BIZ-bijdrage Forensenbelasting Hondenbelasting Onroerende-zaakbelasting Parkeerbelasting Precariobelasting Reclamebelasting Reinigingsrechten Rioolheffing Roerende-zaakbelasting Toeristen/verblijfsbelasting Verontreinigingsheffing Watersysteemheffing Eigenaar Watersysteemheffing Gebruiker Watertoeristen/waterverblijfsbelasting Zuiveringsheffing

Beekdaelen

Heffingen per deelnemer 2025

Echt-Susteren

Onderstaande tabel geeft inzicht welke heffingssoorten per deelnemer worden uitgevoerd. Dit is de situatie per 1-1-2025. *)

29 1 9 10 17 29 8 8 8 12 29 1 29 1 1 1 5 1

*) Het overzicht met de situatiedatum 1-1-2026 kan pas na de AB-vergadering van Waterschap Limburg / gemeenteraadsvergaderingen van december 2025 worden opgesteld.

6

Bijlage 3. Landelijke ontwikkelingen Indexeringen Het uitgangspunt voor de indexatie van de salariskosten en materiële lasten is de septembercirculaire van het Centraal Planbureau (CPB). Voor de verwachte materiële lasten en inhuur betreft dit de ‘nationale consumentenprijsindex’. Voor de verwachte salariskosten betreft dit de ‘loonvoet sector overheid’. Macro Economische Verkenning 2024 dd september 2023

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Inflatie, nationale consumentenprijsindex (cpi)2,7

10,0

3,9

3,8

2,6

2,5

2,4

2,1

Loonvoet sector overheid (b)

-0,1

6,7

5,0

6,5

5,3

4,7

4,8

4,2

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Inflatie, nationale consumentenprijsindex (cpi)2,7

10,0

3,8

3,6

3,2

3,0

2,4

2,3

Loonvoet sector overheid (b)

0,5

6,7

5,9

8,4

4,7

2,1

4,9

4,3

Macro Economische Verkenning 2025 dd september 2024

Macro Economische Verkenning 2026 dd september 2025

2021

2022

2023

2024

2025

Inflatie, nationale consumentenprijsindex (cpi)2,7

10,0

3,8

3,3

3,2

2,3

2,3

2,2

Loonvoet sector overheid (b)

6,7

5,9

7,4

5,3

2,9

5,1

4,2

0,5

2026 *2027 *2028

Normaliter worden in de septembercirculaire vijf toekomstige jaren opgenomen. De doorkijk van de CPB-indexcijfers van september 2025 reikte -in afwijking van voorgaande jaren- niet verder dan 2026. Voor begrotingsjaar 2027 zijn daarom de meest actuele indexeringen van opgenomen uit het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025 dd februari 2025.

Uit de meest recente cijfers, blijkt dat de verwachte indexeringen die CPB in een bepaald jaar (t) afgeeft voor het begrotingsjaar (t+2) een significant afwijkend beeld geven van de uiteindelijke daadwerkelijke indexcijfers. Voor de Kadernota en Begroting gebruikt BsGW de indexeringen, die de toekomstige trend het beste weergeeft. Zelfs het lopende jaar is niet met grote zekerheid juist te voorspellen, zoals de indexeringen in bovenstaande tabel laten zien. Omdat BsGW anderhalf jaar voor aanvang van het begrotingsjaar de indexeringen dient op te nemen in de Kadernota en de Begroting, geeft de gemiddelde indexering van een aantal jaren waarschijnlijk een betere voorspelling dan de verwachte indexering voor –in dit geval– 2027 van het CPB. Macro Economische Verkenning 2026

gemiddelde 202x-2027

dd september 2025

5 jaar 3,0 Inflatie, nationale consumentenprijsindex (cpi) Loonvoet sector overheid (b)

5,3

4 jaar 2,8

3 jaar 2,6

2 jaar 2,3

2027 2,3

5,2

4,4

4,0

5,1

Indexering materiele lasten en inhuur Het gemiddelde percentage van nationale consumentenprijsindex over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 2,3% en 3,0%. Gekozen is om het drie jaargemiddelde 2025-2027 van 2,6% aan te houden.

7

Indexering salarissen Het gemiddelde percentage van de loonvoet overheidssector over de jaren 2023-2027 bedraagt tussen de 4,0% en 5,3%. Gekozen is om ook hier het drie jaargemiddelde 2023-2025 aan te houden van 4,4%. Indexeringen Kadernota 2027 BsGW hanteert daarom voor de Kadernota 2027 het drie-jaars gemiddelde van het nog lopende jaar 2025 en toekomstige jaren 2026 en 2027. Indexering materiele lasten en inhuur = 2,6% Indexering salarissen = 4,4% Mocht de septembercirculaire 2026 van het CPB daartoe aanleiding geven, dan zal dienovereenkomstig een correctie plaatsvinden via de bestuurlijk vastgestelde P&C-cyclus van BsGW. Wet toekomst pensioenen Op 1 juli 2023 trad de Wet toekomst pensioenen (Wtp) in werking. Het doel van deze wet is om het pensioenstelsel te moderniseren en aan te passen aan veranderende en economische omstandigheden. In de overheids- en onderwijssector hebben sociale partners (werkgeversorganisaties en vakbonden) het hoofdlijnenresultaat van de wet uitgewerkt in een ABP-transitieplan. Het transitieplan heeft als doel de overgang van de huidige pensioenregeling naar de nieuwe pensioenregeling gestructureerd en gecontroleerd te laten verlopen. In het plan hebben sociale partners gekozen voor een solidaire premieregeling (SPR). De SPR komt in de plaats van de huidige uitkeringsovereenkomst.

Het wettelijk verplicht plan omvat ook een regeling voor de overgang van opgebouwde pensioenaanspraken naar het nieuwe stelsel (invaren) en een compensatieregeling voor groepen, die nadelige gevolgen ondervinden van de overgang van een doorsneesystematiek naar een vlakke leeftijdsonafhankelijke premiesystematiek. Werkgevers en vakbonden uit de overheids- en onderwijssectoren zijn medio 2024 akkoord gegaan met de afspraken voor de nieuwe ABP-pensioenregeling per 2027 en de manier waarop de huidige pensioenregeling wordt omgezet naar de nieuwe regeling. Het transitieplan met alle afspraken is aan het ABP gestuurd met het verzoek om de opdracht te aanvaarden en de nieuwe pensioenregeling vanaf 2027 uit te voeren. Het ABP doorloopt momenteel een even uitgebreid als zorgvuldig proces, waarin alle belanghebbenden (o.a. vakbonden, werkgeversorganisaties, het verantwoordingsorgaan en toezichthouders) worden geïnformeerd en meegenomen. Een belangrijke stap in dit proces is het advies van het verantwoordingsorgaan over het omzetten van de pensioenen naar de nieuwe regels voor pensioen, waarin de vernieuwde pensioenregeling in de volle breedte wordt beoordeeld. Vanaf het moment dat dit bestuurlijke traject volledig is afgerond, start de inhoudelijke communicatie over de transitie naar werkgevers en deelnemers.

De pensioenfondsen moeten uiterlijk op 1 januari 2028 overgestapt zijn naar de nieuwe regels voor pensioen. ABP gaat al met ingang van 1 januari 2027 volgens de nieuwe regels werken. Onvoorziene omstandigheden daargelaten heeft de Wet toekomst pensioenen geen financiële gevolgen voor de begroting 2027 (en verdere jaren).

8

Maatschappelijk verantwoord invorderen In de Miljoenennota’s van de afgelopen jaren zijn verschillende – nog nader uit te werken maatregelen opgenomen om de toenemende armoede tegen te gaan en de koopkracht van de laagste inkomens te verbeteren, de zogenaamde bestaanszekerheid. Daarnaast neemt de overheid ook maatregelen om gezinnen te helpen, die hun rekeningen niet kunnen betalen. Grip op de invorderingspraktijk van overheden is politiek actueel, zeker na de toeslagenaffaire. Eerder is ook al door de Ombudsman vastgesteld dat veel mensen met betalingsproblemen er verder door in het nauw worden gebracht. De opdracht die de Ombudsman reeds aan alle overheden heeft meegegeven, is om maatschappelijk verantwoord in te vorderen. Hiermee wordt bedoeld dat bij invordering rekening wordt gehouden met de positie en het belang van de burger. Om mensen met schulden beter te helpen, zijn diverse wetswijzingen doorgevoerd. In de praktijk betekent dit dat er een verschuiving plaats zal vinden van massale invorderingsacties naar maatwerkgerichte oplossingen. BsGW zal dus op dit vlak (nog) meer moeten samenwerken met onder andere sociale diensten en schuldhulpinstanties om mensen wegwijs te maken in de wetgeving en de mogelijkheden van kwijtschelding.

Een achterliggende ambitie is ook eerder en meer contact (de zogenaamde vroegsignalering, zie ook volgende subparagraaf), wat er uiteindelijk aan gaat bijdragen dat bijvoorbeeld stapeling van schulden wordt voorkomen. In verschillende rapporten wordt aangegeven dat de kosten die hieruit voortvloeien, zoals een tarief per berekening, uitwisseling van gegevens en realiseren van real-time koppelingen, niet zondermeer aan de schuldenaar doorberekend mogen worden. Bij maatschappelijk verantwoord invorderen gaan de kosten, zoals de te investeren tijd in maatwerk, voor de baten uit. Bovendien zal een deel van de (financiële) voordelen niet bij BsGW belanden maar bij de deelnemers, omdat hier bijvoorbeeld schuldhulpverleningstrajecten mee worden voorkomen. In dit soort situaties fungeert BsGW meer als ketenpartner dan als uitvoeringsorganisatie. Vroegsignalering De gewijzigde Wet gemeentelijke schuldhulpverlening biedt de gemeente de mogelijkheid om de niet kunners in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen, zodat passende hulp geboden kan worden. In de hiervoor genoemde wet is de achterstand bij lokale belastingen niet als signaal opgenomen.

Om aan te tonen dat lokale belastingen een belangrijke bijdrage kunnen leveren in de vroegsignalering van schulden, is de landelijke pilot gemeentebelastingen als signaalpartner bij vroegsignalering uitgevoerd, waaraan ook BsGW heeft deelgenomen. Eind januari 2025 is de evaluatie van de pilot door de VNG gepubliceerd. In het proces van sociaal incasseren bij gemeentebelastingen kunnen gemeenten en samenwerkingsverbanden verbeteringen doorvoeren op de navolgende punten: 1. Verbeteren van het sociaal incasseren van gemeentebelastingen; 2. Verbeteren van de positionering en inzet van vroegsignalering; 3. Verbeteren van de samenwerking tussen gemeentebelastingen en team vroegsignalering; 4. Oplossen van praktische knelpunten. BsGW onderzoekt op dit moment, samen met de gemeenten, hoe invulling aan de aanbevelingen gegeven kan worden.

9

Wijziging beroepsprocedure kwijtschelding De wijziging beroepsprocedure kwijtschelding houdt in dat op een uitspraak van een kwijtscheldingsverzoek in plaats van een administratief beroep, een bezwaar kan worden ingediend. Met deze mogelijkheid wordt de Invorderingswet gelijk getrokken met de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Bij een ongegrond verklaring van een bezwaarschrift, krijgt de belanghebbende de mogelijkheid van een rechtsgang naar beroep, hoger beroep en beroep in cassatie. Deze wijziging brengt naast een wettelijke behandeltermijn van zes weken, mogelijk extra kosten met zich mee. Hierbij kan worden gedacht aan: dwangsommen voor het niet na kunnen leven van de behandeltermijn; kosten voor beroepsprocedures; griffierechten betalen voor kwetsbare doelgroepen; behandelkosten voor bezwaren tegen afgewezen kwijtscheldingsverzoeken door onder andere ncnp-bedrijven, die zich ook op deze markt zullen richten. De verwachting is dat hiermee een nieuwe doelgroep voor ncnp-bedrijven gaat ontstaan. In de huidige begroting van BsGW zijn vanwege de (vooralsnog) moeilijk in te schatten financiële effecten geen proceskostenvergoedingen als gevolg van eventuele geschillen over uitstel van betaling en kwijtschelding opgenomen. Deze wijziging valt onder de Fiscale Vereenvoudigingswet 2017: Wet Stroomlijnen onderdeel rechtsbescherming bij belastingschulden.

De wet treedt voor de rijksbelastingen in werking per 1 januari 2027 en in een latere –nog nader te bepalen– fase voor de lokale heffingen. Hierbij is de toezegging gedaan om een evaluatiebepaling op te nemen. Op grond van deze evaluatie moet binnen drie jaar na de inwerkingtreding van de wijziging onderzocht worden of het alsnog uitvoerbaar is om de rechtsbescherming bij uitstel van betaling en kwijtschelding ook voor decentrale belastingen te wijzigen. De staatssecretaris kiest voor een beheersbare opschaling voordat de verbetering en modernisering van de rechtsbescherming bij uitstel van betaling en kwijtschelding een feit wordt. Gemeenten en waterschappen kunnen zo eerst leren van de ervaringen die dan zijn opgedaan met de gewijzigde rechtsbescherming voor rijksbelastingen. Bovendien leidt een brede inwerkingtreding naar alle waarschijnlijkheid tot een onevenredige extra druk op de werklast van de rechtspraak. Wet proactieve dienstverlening SZW Het wetsvoorstel Wet proactieve dienstverlening SZW maakt het mogelijk dat het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de gemeenten gericht in contact kunnen treden met mensen die mogelijk recht hebben op een uitkering of een andere vorm van inkomensondersteuning, maar hier geen gebruik van maken.

Voor deze proactieve dienstverlening mogen zij de (persoons)gegevens in hun eigen administraties gebruiken en, als dit bij Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) is geregeld, ook de (persoons)gegevens in elkaars administraties en die van derden. Het doel van dit voorstel is verminderen van het niet-gebruik van uitkeringen en andere voorzieningen in de sociale zekerheid. Waar nodig kan ook ondersteuning geboden worden bij de aanvraag voor deze uitkeringen en andere voorzieningen. Wet stroomlijning keten derdenbeslag Met het wetsvoorstel stroomlijning keten voor derdenbeslag wordt een volgende stap gezet in de betere borging van het bestaansminimum van mensen met schulden en het zoveel mogelijk voorkomen van ophoging van schulden met onnodige kosten. Met het wetsvoorstel creëert het kabinet

10

een wettelijke grondslag voor de verbeterde uitwisseling van gegevens tussen beslagleggende partijen bij samenloop van beslagen en verrekeningen. BsGW voert deze taken uit namens de deelnemers. De inwerkingtreding van deze wet is op het moment van uitbrengen van deze kadernota nog onbekend. Wet open overheid (Woo) De Wet open overheid (Woo), in werking getreden op 1 mei 2022, verplicht BsGW onder andere om in de jaarlijkse begroting aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo. Vervolgens verplicht de wet om in de jaarlijkse verantwoording verslag te doen van de uitvoering van de Woo in samenhang met die beoogde beleidsvoornemens. De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar en eenvoudig te ontsluiten is. Openheid en transparantie van bestuur dragen bij aan maatschappelijk draagvlak voor beleid, vertrouwen in de overheid en de goede werking van de lokale democratie. Voor de implementatie ervan hebben bestuursorganen acht jaar de tijd. De Woo bevat de volgende belangrijke verplichtingen: 1. Woo-contactfunctionaris; 2. passieve openbaarmaking middels Woo-verzoeken; 3. actieve openbaarmaking van bij wet genoemde informatiecategorieën; 4. (digitale) informatiehuishouding op orde hebben en houden.

Woo-contactfunctionaris Een Woo-contactfunctionaris beantwoordt vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie en leidt de steller (zijnde mensen van buiten de organisatie) naar de juiste plek of persoon. Het betreft hier informatievragen niet zijnde Woo-verzoeken. Bij BsGW is deze rol uit oogpunt van continuïteit toegewezen aan meerdere functionarissen. Passieve openbaarmaking Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) is er wettelijk vrijwel niets veranderd. Voor een zorgvuldige en tijdige afhandeling van deze verzoeken is het van belang dat de informatiehuishouding en onderliggende werkprocessen op orde zijn (zie: Informatiehuishouding op orde). De Woo-verzoeken behoren tot één van de actief openbaar te maken informatiecategorieën (zie: Actieve openbaarmaking). Actieve openbaarmaking BsGW zet in op ambitieniveau Basis. Dit betekent dat voor elke fase de informatie en documenten uit de betreffende categorie vanaf de wettelijk verplichte datum actief openbaar worden gemaakt. Daarmee voldoet BsGW aan de wettelijke verplichtingen en volgt BsGW de planning van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De informatiecategorieën uit de eerste tranche zijn per 1 november 2024 inwerking getreden; hieraan heeft BsGW invulling gegeven. BsGW draagt er fasegewijs zorg voor dat de verplichte informatiecategorieën actief worden gepubliceerd.

Via de Woo-index –als deelregister van het Register van Overheidsorganisaties– worden deze verplichte informatiecategorieën ook ontsloten. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde wordt gebracht. Op basis van een op te stellen meerjarenplan moeten maatregelen worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. BsGW geeft hier verder uitvoering aan via bijvoorbeeld de realisatie van het Informatiebeleidsplan 2022-2025, het vernieuwde Informatiebeleidsplan BsGW 2024-2027 en het Verbetertraject Informatiehuishouding BsGW.

11

BsGW beschikt over zowel een (intern en extern) fysiek archief als een digitaal archief. De in 2023 opgestarte opschoning van het fysieke archief en de controle op het digitale archief is een continu proces. Dit gebeurt conform de Archiefwet 1995. Zowel de archiefinspecteur en de Provincie Limburg (ambtelijk) hebben medio 2025 geconstateerd dat BsGW haar taken voor informatie en archiefbeheer in voldoende mate behartigt. Er is sprake van een zichtbare voortgang in de verbeterpunten t.o.v. vorige toezichtronde. BsGW zet deze koers voort. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer De Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) geeft de burger en ondernemer het recht om officiële berichten digitaal te verzenden aan overheidsorganisaties en verplicht de overheid om een kanaal aan te wijzen waar burgers en bedrijven elektronisch een aanvraag, een bezwaarschrift, een klacht of een ander wettelijk verplicht bericht kan inzenden. Let wel, het betreft hier een recht en geen verplichting. Burgers en ondernemers hebben in beginsel dus de keuzemogelijkheid tussen elektronische of papieren communicatie. In beginsel, omdat mogelijk in andere wetten wordt voorgeschreven dat de elektronische weg verplicht is. De Wmebv treedt per 1 januari 2026 in werking en voor een aantal uitzonderingen -zoals notificatiesper 1 januari 2027.

BsGW is gestart met het voorbereiden en implementeren van deze maatregelen. Informatieverwerving Door veranderde wetgeving de afgelopen jaren –denk aan de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)- wordt er steeds meer vergunningsvrij gebouwd. Om het WOZ-bestand actueel te houden is het van belang om mutaties, die van belang zijn voor de WOZ, periodiek aangeleverd te krijgen vanuit de gemeenten, bijvoorbeeld door mutatiedetectie en meldingen vanuit de BAG. Het samenwerkingsportaal is hierbij een hulpmiddel om de gegevens gestructureerd uit te wisselen, verschillen geautomatiseerd te detecteren en objecten in samenhang te tonen. Leegstandheffing Op 23 september 2025 is het amendement, voor het invoeren van een leegstandverordening in te voeren, door de Tweede Kamer aangenomen. Hiermee krijgen de gemeenten de bevoegdheid om een leegstandheffing op te leggen. Onder de heffing vallen gebouwde onroerende zaken, of delen daarvan die als zelfstandige woonruimte zijn te kwalificeren, mits deze langer dan twaalf maanden onafgebroken leegstaan. De gemeente kan zelf kiezen of zij een leegstandverordening wil invoeren, wanneer de belasting ingaat, hoe hoog deze is en of het een vast bedrag betreft of een heffing gebaseerd om de WOZ-waarde van het leegstaande object.

Let wel, de Eerste Kamer moet nog instemmen met de Fiscale Verzamelwet 2026 waar dit amendement onderdeel van uitmaakt. Onderzoek tweejaarlijkse WOZ-waardering Bij de Algemene Ledenvergadering van de VNG in juni 2024 is een motie aangenomen om op korte termijn een onderzoek te starten naar de mogelijkheden van een tweejaarlijkse herwaardering in plaats van de nu geldende jaarlijkse herwaardering. Het onderzoek heeft uitgewezen dat een meerderheid van de uitvoerders van de Wet WOZ (gemeenten en samenwerkingsverbanden) tegen verruiming van het WOZ-tijdvak is. De verwachte voordelen, zoals vermindering van werkdruk, blijken beperkt terwijl er ook nadelen zijn. Zo kan een tweejarig WOZ-tijdvak leiden tot grotere waardeverschillen tussen tijdvakken. De argumentatie van de wetgever voor invoering van een jaarlijkse waardering gelden grotendeels nog steeds. Een actuele WOZ-waarde vergroot de acceptatie ervan, dempt schoksgewijze aanpassingen

12

tussen tijdvakken, leidt mogelijk tot minder bezwaar- en beroepsprocedures en maakt breder (maatschappelijk) gebruik mogelijk. Bovendien zorgt het voor continuïteit in het uitvoeringsproces en lagere administratieve lasten en uitvoeringskosten. Gelet op de conclusies van het onderzoek wordt door de VNG niet ingezet op invoering van een tweejaarlijkse WOZ-waardering. BsGW volgt de ontwikkelingen.

13

Bijlage 4. Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP) Na de oprichting in 2011 groeide BsGW in slechts vier jaar tijd uit tot het huidige samenwerkingsverband, waarin 29 van de 31 Limburgse gemeenten en het Waterschap Limburg deelnemen. De consolidatie van het aantal deelnemers heeft om een herijking van de organisatie gevraagd. Hiertoe heeft BsGW een separaat ontwikkeltraject uitgevoerd, zijnde het Ondernemings- en Ontwikkelplan (OOP). Het OOP kon (in financieel opzicht) initieel in drie fases worden onderverdeeld: Fase 1 2018 tot 2021 Projectfase Fase 2 2021 tot 2028 Terugbetalen projectkosten Fase 3 vanaf 2028 Structureel voordeel deelnemers Projectfase Tijdens de Projectfase is het OOP zowel inhoudelijk als financieel verantwoord via de P&C-cyclus en getoetst door de accountant. Terugbetalen projectkosten De financieringswijze van het OOP is op 14 december 2017 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Er is destijds een investerings- en ontwikkelbudget vrijgegeven van € 4 miljoen. Door een andere visie van de nieuwe accountant inzake de verwerkingswijze van het project OOP zijn de lasten boekhoudkundig ten laste van het resultaat 2023 gebracht. Het effect hiervan is dat de taakstellende, structurele kostenreductie met ingang van 2024 tot uitdrukking komt in lagere nettokosten voor de deelnemers oplopend tot € 1,3 miljoen vanaf 2028.

Structureel voordeel deelnemers Het OOP moet -conform besluitvorming door het Algemeen Bestuur d.d. 14 december 2017- met ingang van 2028 leiden tot een structurele reductie van de netto-kosten van € 1,3 miljoen. Het is daarmee primair een financiële exercitie, die in belangrijke mate gerealiseerd dient te worden middels een formatiereductie. De gewijzigde visie van de nieuwe accountant inzake de verwerkingswijze van het project OOP leidt ertoe dat er met ingang van 2024 al sprake is van een daling van de lagere netto-kosten voor de deelnemers: Jaar

2024 2025 2026 2027 2028 e.v.

Bedrag in € 600.000 800.000 1.000.000 1.200.000 1.300.000

Vorm

Restitutie aan de deelnemers Benedenwaartse bijstelling begroting 2025 Benedenwaartse bijstelling begroting 2026 Benedenwaartse bijstelling begroting 2027 Benedenwaartse bijstelling begroting 2028 e.v.

De OOP-taakstelling wordt financieel-technisch aan het begin van het boekjaar gerealiseerd. Sterker! BsGW houdt aan het begin van het boekjaar al rekening met de volgende stap, waarmee BsGW in feite anticipeert op het volgende boekjaar. Bezuinigingen De taakstellende bezuiniging is regelmatig onderwerp van gesprek binnen het Algemeen Bestuur. Telkenmale wordt benadrukt dat de taakstelling in belangrijke mate middels een formatiereductie gerealiseerd wordt. Het realiseren van de structurele netto-taakstelling van € 1,3 miljoen is een verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur en de ambtelijke organisatie. Het Dagelijks Bestuur werkt op basis van een door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting (lees: kader). Het Dagelijks

14

Bestuur is bestuurlijk verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering (lees: de uitvoering binnen de gestelde kaders). Wanneer de begroting in het algemeen en de OOP-taakstelling in het bijzonder niet gerealiseerd wordt, komt het Algemeen Bestuur in positie. Dit is in lijn met de governance.

15

Bijlage 5. Weerstandsvermogen Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk, doch wel realistisch, te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen, zonder terug te hoeven vallen op de deelnemers. Deze benadering wordt gedeeld door de accountant van BsGW en de toezichthouder (provincie Limburg). Het benodigde weerstandsvermogen is gebaseerd op de risicoanalyse. Deze risicoanalyse wordt jaarlijks uitgevoerd, zodat bepaald kan worden of het berekende weerstandsvermogen toereikend is. Voor de begroting 2027 wordt eind 2025 de risicoanalyse uitgevoerd. De uitkomst hiervan wordt verwerkt in de begroting. Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre BsGW in staat is om bij onverwachte gebeurtenissen met een financieel gevolg deze tegenvaller te nemen zonder dat dit gevolgen heeft voor de door het bestuur vastgestelde kaders en doelstellingen in de begroting. Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de benodigde weerstandscapaciteit, die uit de risicoanalyse voortvloeit, af te zetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit.

De beschikbare weerstandscapaciteit bij BsGW bestaat uit de algemene reserve. Voor het bepalen van de omvang van deze algemene reserve is het zoeken naar een goede balans. Een balans tussen enerzijds voldoende omvang om impact zelf te kunnen opvangen en anderzijds te voorkomen dat algemene middelen van deelnemers ‘opgepot’ raken. Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen dient te worden vastgesteld welke ratio BsGW nastreeft. Hiervoor is gebruik gemaakt van de volgende waarderingstabel. Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio weerstandsvermogen > 2,0 ≥ 1,4 - ≤ 2,0 ≥ 1,0 - < 1,4 ≥ 0,8 - < 1,0 ≥ 0,6 - < 0,8 < 0,6

Betekenis

Actie

Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Voorstel aan AB om terug te storten Geen actie Geen actie Voorstel aan AB om bij te storten

In de basis moet de beschikbare weerstandscapaciteit even groot zijn als de benodigde weerstandscapaciteit. Daarmee wordt de ratio weerstandsvermogen bepaald op een streven van minimaal 1,0. Zie hiervoor ook het besluit in het AB van 24 maart 2022, Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen BsGW. Bij de totstandkoming van de begroting 2026 is -met name in het kader van het Ravijnjaar- met een extra kritische blik de risico-analyse uitgevoerd. Genoemde exercitie heeft onder andere geleid tot een benedenwaartse bijstelling van het weerstandsvermogen, waarbij het surplus € 572 duizend is teruggestort naar de deelnemers. De ratio weerstandsvermogen komt hiermee op 1,0.

16

BsGW

Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen

Kerkeveldlaan 2 6042 JX Roermond Postbus 1275 6040 KG Roermond T: 088 8420 444 W: www.bsgw.nl KvK-nr.: 52426297

Aan het Algemeen Bestuur van het Waterschap Limburg en de raden van de in de GR BsGW deelnemende gemeenten

Uw kenmerk:

Afdeling:

Uw brief van:

Behandeld door:

Ons kenmerk: Bijlage(n): Onderwerp:

BS26.0121 3

Telefoonnummer:

Ontwerpbegroting 2027 en -meerjarenraming 2028-2031

Datum:

Staf/Control

E-mail:

27 februari 2026

Geacht bestuur, geachte raad,

Hierbij bieden wij u de ontwerpbegroting 2027 en -meerjarenraming 2028-2031 van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen (BsGW) aan. Met het oog op de nieuw gekozen gemeenteraden bieden wij u hierbij ook een oplegnotitie, waarin bij een aantal begrippen een nadere toelichting wordt gegeven, aan. In haar vergadering van 26 februari 2026 heeft het Dagelijks Bestuur de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2031 in ontwerp vastgesteld. Overeenkomstig artikel 23 van de GR BsGW ontvangen de raden van de in BsGW deelnemende gemeenten en het Algemene Bestuur van Waterschap Limburg deze ontwerpbegroting en -meerjarenraming en worden in de gelegenheid gesteld om hun eventuele zienswijze hierover in te dienen. Wij verzoeken u hierbij uw zienswijze uiterlijk 29 mei 2026 aan het ons kenbaar te maken. Voorafgaand aan het vaststellen van de begroting door het Algemeen Bestuur van BsGW zal het Dagelijks Bestuur schriftelijk en gemotiveerd reageren op uw zienswijze (art. 68 lid 4 Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)). Zienswijze en reactie worden samen met de begroting en meerjarenraming aangeboden aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling in haar vergadering van 25 juni 2026. Nadat de begroting is vastgesteld zendt het Algemeen Bestuur de begroting en meerjarenraming aan de raden van de in BsGW deelnemende gemeenten en het Algemeen Bestuur van Waterschap Limburg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=ea5439ce-8b24-4c08-9706-028d0ddf8be9