CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20260526 07e Bijlage Bouw Historisch Onderzoek

Raadsvergaderingen 26 mei 2026, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Dorpsstraat 83 Eckelrade7.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

bouwhÍstorische verkenning met waardestelling dorpsstraat 83 te Eckelrade (gemeente eijsdenmargraten)

-,23oktober2023

Objectgegevens Adres: Status: Omschrijvingl: Kadastrale aandulding:

Dorpsstraat 83, 6251 NC, Eckelrade Rijksmonumen! nr. 34670 (ingeschreven op 29 april 1975) Hoeve van vakwerk met binnenplaats, XVlll. Straatfront vernieuwd.2 Margraten, sectie M,96

t

Actuêle kadastrale situatle

1

Redengevende omschrijving zoals vêrmeld in het monumentenregister van.de Rijksdienst voor het Cultureel Êrfgoed

2

Uit de gegevens die naar voren kwamen in het bouwhistorisch ondenoek blijkt dat dê hoêve niet in de 18d" maat grotendeels in het midden van de 19de eêuw is opgetrokken

1

Voorwoord De hoeve Dorpsstraat 83 te Eckelrade is recent (binnen de familie) van eigenareh gewisseld..De nieuwe eigenaren zijn voornemens het complex te renoveren en onderzoeken de mogelijkheden tot het herbestemmen van de voormalige economiegebouwen' ln dit verband is ter voorbereiding op het ontwerpproces en vooruitlopend op verzoeken van de gemeente een bouwhistorisch

onderzoek verricht. Het onderzoek stelt zich in eerste instantie tot doel de oorsprong en geschiedenis van de hoeve inzichtelijk te maken en de actuele

toestand vanuit bouwhistorisch opzicht in kaart te brengen' Daarbij voorziet de rapportage in een cultuurhistorische waardering inclusief interne'waardering op onderdelen, zoals opgesteld naar de Richttijnei voor Bouwhistorisch onderzoek (2009). De rapportage kan zo dienen als instrument in de toetsing door betrokken instanties van de voorgenomen plannen. De verslaglegging berust op analyse (en fotografie) ter plaatse, waartoe de hoeve op 11 oktober 2023 bezocht werd. Aanvullend is beperkt literatuur- en archiefonderzoek verricht en zijn beeldbanken, historisch kaartmateriaal en prenten geraadpleegd.

I Houthem-Sint Gerlach, 23 oktober 2023

2

lnhoud

L2

a 4.1. Toelichting.......

4.4. Waarderepresentatietekeningen...............,....

49

horen. ln 1982 kwam er helemaal een einde aan de deling van het dorp, tóen het in zijn geheel in de gemeentè Margraten werd opgenomen.

1. lnleidíng Beknopte geschiedenis Eckel rade

ln 1828 werden ook de metingen voor de kadastrale minuutplans van de gemeente Gronsveld ên Sint Geertruid voltooid. Eckeliade was toen een dorp dat zo'n 80 huizen kende en vrijwel helemaal bepaald werd door agrarische activiteiten. Latere kaarten tonen dat het dorp zich in de.loop van de 19dè en 20íe eeuw slechts in beperkte mate ontwikkelde. Pas na de Tweede Wereldoorlog vond

Het dorp Eckelrade ligt op het plateau van Margraten, dat aan de westzijde begrensd wordt door het Maasdal. De overgang van dal naar plateau wordt gemarkeerd door een smalle gordel hellingbossen.3 De structuur vaà het dorp is grotendeels bepaald door een droogdal in het plateau. De Dorpsstraat volgt daarvan het tracé. Daarbij komt de dwars daarop georiénteerde Klompenstraat, die de verbinding in noordelijke richting vormt, naar Cadier en Keer

een sterke verdichting van de bèbouwingslinten aan de Dorpsstraat, de Klompenstraat en Linderwe8 plaats. Vandaag de dag telt Eckelrade zo'n 200 huizen.

Het oudste deel van het dorp ontstond in de 12d" eeuw na Chr. als ontginning vanuit Gronsveld, bij de kruising vàn de Dorpsstraat en de Klompenstraat, Hier werd dan ook de kerk gesitueerd, waarvan de oudste delen nog teruggaan tot de 12d" p1 13du ggtlw' ln een volgende fase ontstond bebouwing ten zuiden van de Dorpsstraat, vanuit Breust (EUsden). ln het westen was er een stuk grond dat

toebehoorde aan Rijckholt. De laatste fase betrof de ontginninB van een gebied aan de oostzijde, dat oorspronkelijk deel uitmaakte van het grondgebied van Valkenburg en onder de naam 'Bybank' in leen was gegêven aan Gronsveld.a Door deze ontginningen vanuit verschillende rechtsgebieden kende Eckelrade een complexe bestuurlijke situatie. Daaraan kwam ten dele een eind toen in 1828 de gemeente Sint Geertruid werd opgericht. Het gebied aan de zuidkant van de Dorpsstraat kwam toên bij de nieuwe gemeente; de noordzijde bleef bij Gronsveld

3

l. Uitsnede van het verzamelplan van Gronsveld (meetwerk 1828, maar in de jaren 1830 en -40 zijn nog nieuwe huizen biigetekend) 4

Stenvêrt, R. et al. (20131

4

Buro4 | Monument eir Ruimte (2021)

Context: De Zuid-Limburgse hoeve

of bij een grotere primaire omvang werd doorgaans naast (en evenwijdig aan) ofwel haaks op het woonhuis een economiegebouw opgetrokken. Hiermee ontstond reeds een soort open cour, waarop de mestvaalt gesitueerd werd. Met het

Het Zuid-Limburgs boerenbedrijf was van oudsher gebaseerd op het mestkringloopbedrijf; hetgeen een gemengd bedrijf betekende, waarin naast een rijkgeschakeerde akkerbouw, veeteelt, tuinbouw en fruitteelt een belangrijkè plaats innamen. De boerderijcomplexen in de streek waren in de regels het resultaat van een dynamisch groei- en veranderproces6, onder meer beïnvloed door de plaatselijke bodemgesteldheid en economische omstandigheden.

optrekken van een derde economiegebouw creëerde men een Uvormig grondplan, dat nog kon worden afgesloten middels een muur, een poortgevel of een extra economievleugel. Hiermee was de evolutie 'compleet' en had men de voor Zuid-Limburg zo kenmerkend geworden'carré' verwezenlijkt. Aanvankelijk waren de gebouwen.en het woonhuis met name naar de binnenzijde, naar de hof, gekeerd, en hadden de hoeves van buiten een gesloten karakter. Vanaf het eind van de 17dê eeuw ontstond het fenomeen -eerst bij adellijke behuizingen- waarbij het woonhuis 'omgespannen' of nieuw gebouwd werd met de voornaamste gevel naar buiten gericht. ln de loop van de 19d" eeuw werd deze praktijk ook overgenomen door rijkere boeren, die zich een voornaam woonhuis met gevel in representatieve architectuur konden veroorloven.

Wat de gebouwen een extra dynamiek gaf, was de in de streek gebruikelijke eenbeukige hoofdvorm voor zowel woningen, stalleh als schuren én de inherente eigenschappen van de vakwerkbouw, welke lang de dominante bouwwijze bleef. Door deze bouwwijze waren functiewijzigingen en uitbreidingen alsook hergebruik en transplantatie van bestaande gebouwen immers relatief gemakkelijk. Zo ontstonden in Zuid-Limburg hoevecomplexen met een verscheidenheid aan hoofdvormen. Toch is men in de meeste gevallen in staat een variatie op een meer gebruikelijke hoofdvorm aan te wijzen. De eenvoudigste boerderij begon doorgaans met een kort woonhuis, (vóór de 19d" eeuw) meestal dwars op de weg georiënteerd, met een onderkelderde kamer àan de kopzijde en aansluitend een woonkeuken. Een eenvoudige en kleine boerderij kon een aansluitend economiegedeelte onder hetzelfde dak hebben. lngangen bevonden zich in de lange gevel. Bij uitbreidirig 5

Uiteraard zijn er ook uitzonderingen, waarbij de hoofdvorm in één hoofdfase ontstond. Dorpsstraat 83 te Eckelrade is daar een voorbeeld van

6

5

Egeen, C. (2012)

stal vernieuwd werd in baksteen. De poortgevel was voor de bedrijfsvoering aanvankelijk immers niet essentieel, en kon

2. Bouw- en gebruiksgeschiedenis

gerealiseerd worden toen er meer middelen beschikbaar kwamen.

De hoeve Dorpsstraat 83 te Eckelrade staat in het register van de

Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed te boek als l8d"-eeuws. Slaan we er de Tranchotkaart (1.804-05) en de kadastrale minuut (1828) op na, dan zien we echter dat ter plaatse van de hoeve destljds nog was geen bebouwing maar een boomgaard

vanf

ingetekend. Het was 1843 toen

plaatsê vah deze boomgaard een hoeve liet

optrekken met dwars op de straat Seoriënteerd woonhuis in baksteenT, links daarvan een parallel aan het huis gelegen stal in vakwerk en aan de noordzijde een dwarsdeelschuur eveneens in vakwerk. Het kadaster tekende de U-vormige hoeve in in juli 1843. Het is goed mogelijk dat het opzetten en richten van de economiegebouwen in mei en juni geschiedde met hulp toen de werkzaamheden op het land wat rustiSer waren.

vanl

!

ln 1862 ging de hoeve over op ll. Uitsnede van de kadastrale minuut (1828), met daarin aangegevên de locatie van de boomgaard têr plaatse van waar later de hoeve

De vensters die vandaag bij in de kopgevel aan de straat worden

aangetroffen, zijn nlet de gemetselde togen van een type dat voor de periode rond 1843 erg sober is. Het is waarschijnlijker dat deze stammen uit de jaren 1860, toen de hoeve In gebruik werd

zou verrijzen lll. Db kadastrale mutatie van 1843, waarbij de hoeve met de drie hoofdgebouwen is

f.

genomen door Verdèr is het aannemelijk dat ook.de poortgevel pas toen pas werd toegevoegd, en de kopgevel van de

ingetekend

daaruoor bii Dorpsstraat 83 had kunnen opteren, ontbrak hetwaarschijnlijk aan middelen om een woonhuis met een voorname gevel op te trèkken

7 'Moderne/ was het woonhuis op tê trekken met de lange gev€l aan straat, zoals o.m. te zien is bij het woonhuis van Dorpsstraat 42 uit 1854. Hoewel mên

6

Vervolgens kwam de hoeve in 1892 in bezit van de uit Rijckholt afkomstige

ln 1931, één jaar na het overleiden werd door het kadaster een uitbreiding tegen de schuur. ingetekend. Dit betrof een staluitbreiding in baksteen, waarbij in elk geval het aansluitende deel binnen de schuur eveneens als stal dient deed. ln 1938 werd de hoeve officieel eigendom va (of kort voor) deze periode werd het huis opnieuw gemoderniseerd, ditmaal ln de keuken resteert thans nog een terrazzovloer uit deze fase. Waarschijnlijk werd ook de indeling van de gevel aan de binnenplaats destijds gewijzigd. De vensters van de keuken hebben kunststenen lateien die uit die periode lijken te stammen. -ln

I

lV. De kadastrale mutatie uit 1931,

met de bouw van de staluitbreiding 8

Leggerartikel 3389

7

ln het midden van de 20't" eeuw vonden nog enkele functionele uitbreidingen plaats. Tegen de schuur werd een stalling voor landbouwwerktuigen gebouwd. Op de binnenplaats verrees tegen de stal een rudimentaire gaÍage. Aan de noordwestkant werden stal en schuur aaneengehecht middels nog een staluitbreiding. ln de bedrijfsvoering lag in die tijd de nadruk op varkenshouderij.

ln 1972 werd onder leiding van architecten Arnold Meijs en Frans Daems overgegaan tot de renovatie en verbouwing van de woning. Er waren onder meer ingrijpendere herstelwerkzaamheden aan de gevels noodzakelijk, zoals bij de zuidoosthoek en een deel van de poortgevel. ln de oostgevel werd een venster verplaatst. ln elke langsgevel werd op de verdieping (voorheen zolder) een drietal klèine vensters toegevoegd. ln de kopgevel aan de achterzijde werden drie vensters dichtgemetseld. Alle kozijnen en ramen werden vernieuwd. lnwendig kwam op de verdieping een geheel

nieuwe indeling met bovenliggend een nieuwe zoldervloer. Ook werd het dak geheel vernieuwd, met nieuwe kepêrs, isolatie en dakpannen.

8

Het bedrijf werd in deze periode omgevormd tot fruitteeltbedrijf. De gerenoveerde schuur ging daarbij dienstdoen als

fruitsorteerschuur. De voormalige varkensstallen in het stalgebouw maakten plaats voor een garage en berging. Daartoe werden in de wand aan binnenplaatszude brede deuren toegevoegd, ten koste van enkele oorspronkelijke stijlen. De in baksteen opgetrokken staluitbreiding uit 193i werd getransformeerd tot fruitwinkeltje. Achter de schuur werd in Ig78-79 nog een vrijstaande hedendaagse fruitsorteerschuur opgetrokken.

ln een volgende fase werden in 1978 de stal en schuur in vakwerk gerenoveerd en verbouwd. De gebouwen waren plaatselijk tot een slechte staat vervallen. Onder leiding van architect Daems en onder toezicht en advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed werd het vakwerk gedeeltelijk ontmanteld. Beide gebouwen kregen nieuwe vloeren van stampbeton; de sokkels werden geheel vernieuwd in baksteen. Rotte of verdwenen houtskeletdelen werden vernieuwd; de noordelijke kopgevel van de stal moest gereconstrueerd worden. Ter vulling van de vakken werden platen van tempex en houtwolcement (Heraklith) gebruikt, die afgewerkt werden met cementstuc. Onder meer deze materiaalkeuze, typerend voor de periode in de jaren 1970, heeft in de daaropvolgende decennia geleid tot veel schade aan wat resteerde van het oorspronkelijke houtskelet.

toestandtekening van ianuari 1978

de woning. Vanaf de jaren 1970 hebben geen ingrijpende wijzigingen meer plaatsgevonden, afgezien van enkele ramen die vernieuwd werden maar welke in de jaren 1970 reeds vernieuwd waren.

9

meer de Voortzetting van gewijzigde staluitbreiding van 1931 en de nieuwe brede deuren in de stal te zien

van ontmanteling en herbouw in 1978. Onder XlX. Foto meer te zien is de slechte staat van de kopgevels aan de noordoostzijde

10

3, Beschrijving actuele toestand Hoofopzet De hoeve heeft een U-vormige aanleg met aan de straat een poortgevel (1), een dwars op de straat georiënteerd woonhuis (2), een dwarsdeelschuur (3) en een voormalige stal (4). Het woonhuis en de schuur zijn aaneengehecht met een overkapte tweede entree. Achter de schuur bevindt zich een in 1979 opgetÍokken fuitsorteerschuur (5). Deze laatste valt uiteraard buiten de bescherming als iijksmonument.

Overzicht van het complex vanaf de Dorpsstraat

uit2022

Overzicht van de achterzijde vanuit noordoostelijke richting 11

3.1. Poortgevel De poortgevel bestaat uit in kruisverband opgetrokken baksteen en is waarschijnlijk niet met de primaire bouw (in 1843) maar niet lang daarna (ca. 1860) opgetrokken. Rechts van de grote poort is een

deur voor voetgangers. Deze is pas verwezenlijkt in de periode rond 1970 (of met de renovatie in L9721. Oorspronkelijk voldeed een geïntegreerde deur de grotere poort. De huidige houten deuren van zowel de grote poort als de kleine toegang stammen uit de jaren 1970. De muur links is voorzien van een gecementeerde plint, zoals kenmerkend voor het midden vah de 20íe eeuw. Het hoger opgaand muurdeel links van de poort is grotendeels vernieuwd in de jaÍen 1970. De lagere geveldelen links en rechts van de poort zijn afgesloten middels dekstenen van mergel. De huidiSe stenen stammen van de renovatie in de L972. Deze zijn bovendien geplaatst op zinken deklijsten met kraal. Foto's uit de jaren 1960 tonen echter dat van oudsher vergelijkbare dekstenen aanwezig waren.

1. De poort met rechts de secundaire toegang voor voetgangers

De poort is afgesloten middels een eenvoudigê nog voor de 19de eeuw oorspronkelijke dakconstructie. Deze is belegd met grijze (opnieuw) verbeterde holle pannen, welke opnieuw stammen uit de jaren 1970.

2. De gorspronkêlijke dakconstructie L2

3. De muur links van de poort

4. De binnenzijde. Bemerk het vernieuwd metselwerk rechts

5. Detail van de vernieuwde deuren en een taatsgeheng 13

segmentbogen, zoals bijvoorbeeld bij tegenovergelegen Dorpsstraat.122). Als zodanig zijn ze meer kenmerkend voor de jaren 1860 of -70, toon de zoon van de eerste exploitant de hoeve overnam. Ook sporen in het metselwerk lijken erop te wijzen dat de gevelindelin g gewijzigd is.

3,2. Woonhuis Algemeen Het woonhuis is opgetrokken uit in kruisverband verwerkte baksteen en stamt in de hoofdopzet uit 1843 of de periode kort daarvoor. Het kent kelder, begane grond en een voor bewoning geschikt gemaakte zolder met in de top van de kap een vliering. ln de actuele bouwtekeningen en die van 1972 wordt echter aan deze zolder gerefereerd als verdieping. De benaming als zolder zal ook in

De huidige kozijnen en T-ramen hebben een roedeverdeling die op hoofdlijnen aansluit bij de periode. De huidige exemplaren zijn

vernieuwd in de jaren 1970 en later nogmaals vernieuwd of in elk geval voorzien van dubbelglas.

dit rapport gehanteerd worden.

De top'van de gevel loopt uit in een schoorsteen welke in de

huidige vorm eveneens stamt uit L972.

Enkele jaren geleden is het voegwerk vernieuwd om bouwfysische prqblemen te verhelpen die ontstaan waren als gevolgvan de 1972 aangebrachte voeg. Als gevolg resteert thans nog enkel witte afwerking op de bakstenen. Die witte afwerking was in 1972 aangebracht om herstelwerkzaamheden en bouwsporen in hei metselwerk te verhullen. De gebruikte verf was van een soort die eveneens in bouwfysisch opzicht niet optimaal was. Historische foto's tonen dat het woonhuis oorspronkelijk niet gewit was. Het dak is belegd met grijze opnieuw verbeterde holle pannen' Deze stammen eveneens uit 1972.

Kopgevel aan strootzijde De gevel aan de straatzijde kent drie verticale vensterassen met op

de begane grond drie en op de verdieping twee vensters. Deze vensters hebben uitspringende hardstenen onderdorpels en zijn afgesloten met licht getoogde strekken (geen volwaardige

6. De kopgevel aan de straat

t4

Langsgevel oan oostzijde De gevel aan de oostzijde heeft op de begane grond twee en op de verdieping drie vensteropeningen. Enkel het vênster op de begane grond links is oorspronkelijk voor de 19d" eeuw of het begin van de 20't" eeuw (doch niet primair voor de bouw in 1843). Het rechter vehster is in 1972 verplaatst t.b.v. de bijkeuken. Sporen in het metselwerk wijzen nog op de plek van het oude. Rechts beneden bevindt zich nog een oorspronkelijke kelderkoekoek. De drie vensters op de verdieping zijn pas toegevoegd in 1972.

Ter hoogte van de inwendige verdiepingsvloer zijn twee muurankers met eenvoudige schieter en geklonken strop (/veer), zoals typisch voor de bouwtijd in het midden van de 19d" eeuw. Bovenaan verwezenlijken uititekende kepers een kort dakoverstek. Deze kepers betreffen in 1972 vernieuwde exemplaren met in

profielgezaagde uiteinden. Die profilering is waarschijnlijk niet gebaseerd op voorgangers maar een frivole toevoeging uit de jaren

r970.

7+8. Detail van een venster met scharnierpunt voor een thans verdwenen luik 9. De in 1972 verwezenlilkte schoorsteen

15

10. Blik op de oosteliike langsgevel. 11. Detail van het 1gd"-eeuws venster, met in 1972 vernieuwd

kozijn en ramen 12. Het in 1972 verplaatste vênster ter plaatse van de biikeuken 13. Een van de in 1972 toegevoegde vensters op de verdieping 14. Detail van één van de voor de bouwtijd in het midden van de 19d" eeuw kenmerkende mu u rankers

ll:, I lír:4i

16

Kopgevel oon noordzijde

ïussen de noordelijke kopgevel van het woonhuis en een secundaire staluitbreiding tegen de schuur is een overdekte tweede toegang tot de binnenplaats. De toegang stamt in de huidige vorm (de deuren en rudimentaire dakconstructie) geheel uit 1978. De kopgevel van het woonhuis kent op de begane grond een toegang tot de bijkeuken en een klein venster behorend bij een inwendig toilet. De huidige indeling is pas tot stand gekomen in 1972. Oorspronkelijk was er een toegang die iets meer naar links zat. Kozijnen, deur en raampje stammen bijgevolg uit1972.

Ter hoogte van de verdieping en zolder is de gevel blind. Vóór 1972 bevonden zich daar echter drie kleinere vensters. 15. De vernieuwde toegang

Ook aan deze zijde loopt de top van de gevel uit in een in 1972

15. De in 1972 verwezenlijkte

nieuw opgemetselde schoorsteen.

en toiletraampje 17. De sinds 1972 blinde geíel

daarboven

L7

Gevel aan binnenploats De gevel aan de binnenplaats wordt op de begane grond gedefinieerd door een toegang die behoort bij de oorspronkelijke opzet met middengang. Links daarvan zijn twee vensters voor de woonkeuken. Op de verdieping zijn opnieuw drie kleinere vensters. De toegang moet zich op de oorspronkelijke plek bevinden, al lijkt

er wel aan het omliggend muurwerk gewerkt. Het huidige kozijn en deur zijn van relatief recente datum. Er is een bovenlicht met voor het midden van de 19d" eeuw passende indeling, doch het huidige

exemplaar is later bijgemaakt. De twee vensters zijn afgesloten met gemetselde togen en zijn secundair. Beneden hebben deze bovendien dorpels van kunststeen. Het is waarschijnlijk dat de vensters in de huidige vorm in de jaren 1930 zijn aangebracht. ln de keuken resteert thans nog een terrazzovloer welke wijst op een moderniseringscampagne destijds. Onder de vensters bevinden zich twee kelderkoekoeks.

18. De gevel aan de binnenplaatszijde 19. De toegang met kozijn en deur

van relatief recente datum

Ter hoogte van de verdieping stammen de kleine vensters (ook aan deze zijde) pas uit 1972.

18

21. Eén van de

Een kelderkoekoek. Het

met detail van de dorpel

stamt uit de jaren of later

19

lnterieur, begone grond Achter de deur ontvouwt zich de middengang welke aan twee zijden nog gevormd wordt door voor de bouwtijd oorspronkelijke houtskeletwanden. De huidige baksteenvulling stamt echter 1972. Oorspronkelijk zowel de vulling als het hout niet zichtbaar maar afgewerkt. Voor het overige wordt de gang bepaald door de renovatie van 1972. De vloertegels zijn typisch voor die tijd en er is een verlaagd vlak plafond aangebracht. De deuren en kozijnen stammen uit die tijd. ln het verlengde van de gang is een bovenkwart trap, eveneens

uitt972. Ter plaatse van een meteíkast rechts is te zien dat in elk geval een deel van kinderbinten van de bovenliggende verdiepingsvloer zijn vernieuwd door industriële naaldhouten balken.

23+24. De middengang met authentiêke houtskeletwanden 25. Detail van de bovenliggende balklaag ter plaatse van de

20 meterkast

ln de kamer aan de straat is een uitgemetselde boezem uft f972 waarvoor een kachel staat. Eén moerbalk uit de bouwtijd in het midden van de 19d" eeuw ligt vrij in het zicht. Oorspronkelijk was deze voorzien van afwerking. De kinderbinten zijn niet te zien want daaronder is in 1972 een vlak plafond aangebracht. Oorspronkelijk moet men zich een gespelderd plafond van tussen de kinderbinten aangebrachte troggewelfjes indenken. ln de keuken aan de andere kantvan de gang resteert een terrazzovloer uit de jaren 1930. Verder zijn ook hier de contouren van een oorspronkelijke moerbalk te zien. Deze is echter voorzien van een secundaire omtimmering. Er is een schrootjesplafond aangebracht, zoals vrij kenmerkend voor de jaren 1970. Aan de oostzijde is een bijkeuken. De wand tussen keuken en

bijkeuken gaat vooraf aan.1972 en correspondeert met de onderliggende indeling van de kelders. Binnen de bijkeuken is 1972 een toilet verwezenlijkt; De verdere afwerkingen stammen alle uit

r972.

van

2L

29. De keuken, gezien

nnenplaats

30. De terrazzovloer uit de jaren 1930

28. Een venster aan de straat met vernieuwd kozijn en ramen

22

33. De bijkeuken 34. Detail van de moerbalk met secundaire omtimmering aldaar 31. De secundair omtimmerde

moerbalk 32. Een keukenvenster met in 1972 vernieuwd kozijn en ramen

23

Kelder Grofweg de noordelijk helft van het woonhuis is onderkelderd, met twee naast elkaar gelegen uit baksteen gemetselde tongewelven, welke oorspronkelijk zijn voor de bouwtijd in of kort voor 1843. De toegang, met een uit baksteen gemetselde bovenkwart trap, is eveneens nog oorspronkelijk voor de bouwtijd. Wel zijn de treden later gecementeerd. Aan de westkant bevindt zich de grootste kelder, met tongewelf in de noord-zuidrichting en dwaíse troggewelven t.b.v. de toegang en

verbinding met de andere kelder. Die andere kelder aan de oostzijde is iets kleiner maar heeft een tongewelf met dezelfde oriëntatie. ln die laatste tekent zich een funderende kolom afvoor een bovenliggend kanaal voor de in 1972 gerealiseerde centrale verwarming en keukenafvoer.

35+36. De toegang gezien op de begane grond en in de kelder 37. Dê oosteliik gelegen kelder, gezien richting noorden

24

38. Een van de buizen die uitkomen bij de koekoeks en welke gebruikt kunnen zi.in als stortkokers voor kolen 39. De kleinere kelder aan de oostzijde 40. De kolom ter ondervanging van in 1972 gerealiseerde afuoer c.v. en keuken 41. Een in ongebruik geraakte koekoek aan de noordzijde

25

Verdieping De trap landt aan bij een overloop die enkele kamers en twee badkamers ontsluit. De huidige indeling is geheel in 1972 en later tot stand gekomen maar wordt wel bepaald door twee oorspronkelijke kapspanten. ln de wanden van de overloop tekenen zich die spanten nog af. Het betreffen spanten met jukbenen en dekbalken; blokkeels verbinden de jukbenen met de muurplaten. Op de jukbenen ziinin L972 horizontale baddings (industriële naaldhouten balken) bevestigd. Die dragen een in dat jaar nieuw gerealiseerde zoldervloer. Er resteren verder geen historische structuren noch afwerkingen. Een trap uit een noch jongere fase voert naar de zolder.

26

42+43. Blik op de overloop, met detail van een wand waarin zich nog een oorspronkelijk kapspant aftekent 44. De slaapkamer aan de zuidoostziide

45. De badkamer aan de westzijde 46. Blik op een gat in de vloer aldaar, met in elk geval een vernieuwde strijkbalk voor de vloer aldaar

47. De badkamer aan de noordwestzijde 48. De slaapkamer aan de noordoostzijde

27

Zolder Op zolder zijn de toppen van de twee kapspanten zichtbaar. Deze zijn vervaardigd uit eikenhout; de nokstijen zijn slechts aan één

zijde zijn afgeschoord, hetgeen past bij de bouwti.id in de 19d"eeuw. De nokbalk is afgeschoord op de stijlen; beneden zijn die schoren bevestigd met gesmede spijkers, hetgeen opnieuw past bij de bouwtijd. Een deel van een oorspronkelijke dekbalk is weggezaagd om een gêmakkelijkere doorgangte verkrijgen. De zolder wordt in tweeën gedeeld door een lichte wand. Deze stamt opnieuw uit L972.

49. De zolder gezien richting straatziide, met voor in beeld het tweede kapspant 50. Het weggezaagde deel

De kap is van binnen afgewerkt met schrootjes. Daarachter gaan in 1972 vernieuwde kepers schuil met volgens de bestektekeningen daartussen aangebrachte glaswolisolatie.

dekbalk

28

51. De markering 'll'van het tweede kapspant 52. De gespijkerde verbinding van een nokbalkschoor 53. Het eerste kapspant (met pengat dat wijst op hergebruik van het hout)

29

3.3. Schuur Algemeen De schuur betreft een dwarsdeelschuur in vakwerk met drie traveeën (en dus twee inwendige gebinten). De bakstenen sokkel is rondom geheel vernieuwd in 1978. Alle voetplaten zijn eveneens vernieuwd en de onderste vakken zijn lager dan oorspronkelijk omdat de ondereinden van de stijlen en schoren in de loop der jaren weggerot waren. De mate waarin de overige houtskeletdelen vernieuwd zijn verschilt per wand. De vakken zijn in 1978 gevuld met een plaatmateriaal bestaande uit tempex en houtwolcement (Heraklith) en gestuct met een cementpleister. Het dak is in 1978 belegd met rode opnieuw verbeterde holle pannen.

54. Blik op de noordeli.lke langswand

Langswand aon noordzijde De noordwand heeft net als oorspronkelijk een poortopening in e middelste travee. Thans zijn hier schuifdeuren van OSB; in 1978 waren de deuren ook reeds vervangen door schuifdeuren. Beide hoekstijlen van de poortopening (welke eveneens gebintstijlen zijn) zijn vernieuwd in 1978. Voor het overige zijn de houtskeletdelen hoofdzakelijk oorspronkelijk, m.u.v. bijvoorbeeld een deelvan de hoekstijl bij de westelijke kopgevel. Links van de poort vinden we in het vakwerk een seeundaire wandstijl t.b.v. een staldeur die waarschijnlijk in 1931werd veÍwezenlijkt. De staldeur is met de renovatie in 1978 vervallen; de stijl is bewaard gebleven. Boven de poort is een dakoverstek vervaardigd uit hergebruikte houtdelen. Dat overstek is eveneens in het midden van de 20í" eeuw verwezenlijkt en met de renovatie in 1978 behouden.

55. De huidige schuifdeuren ter plaatse van de oorspronkelijke poort

30

56. Het deel van de wand links van de

poort, met duidelijk secundair in het vakwerk ingepaste stijl, t.b.v. een later verwezenlijkte staldeur 57. Een vak boven de poort waarvan een deel van de vulling verdwenen is. Merk de gaten voor staken/vlechtstokken op in de regel 58. Detail van het plaatmateriaal uit tempex en houtwolcement, dat in 1978 werd toegepast en in de daaropvolgende decennia voor veel schade heeft gezorgd 59. Het overstek uit hergebruikte houtdelên 31

Kopgevel oon westziide De kopgevel bestaat in de basis uit een ankerbalkgebint met daarop een nokspant in de vorm van een standjuk met tussenbalk. Diverse regels en de schoren zijn vernieuwd in 1978. Aan deze zijde heeft het houtskelet (zowel wat resteerde van het oorspronkelijke hout alsook het in 1978 vernieuwde) sterk geleden door de vulling van gecementeerde platen tempex en houtwolcement. Op de plek van een bijna geheel weggerotte wandstijl is te zien dat een in 1978 vernieuwde regel zonder verbinding met toognagel is

aangebracht. Dit roept vragen op bij de algehele kwaliteit van het timmerwerk destijds.

60. Blik op de

32

kopgevel

61. De deels vernieuwde (en deels weggerotte) linker hoekstijl 62. Een sterk beschadigde oorspronkelijke wandstijl 63. Detail van een pen zonder toognagelgat, aangetroffen bij êen in 197g vernieuwde regel 64. Detail van het nokspant, met een grotendeels weggerotte nokstijl en schoo r

33

Langswand aan binnenPloats De zuidwand heeft net als de wand aan de tegenzijde de poort op

de oorspronkelijke plek in de middelste travee. De opening is in 1978 echter dichtgemetseld omdat de schuur met de nieuwe

bestemming geen functionele relatie met de binnenplaats meer kende. De huidige houten deuren zijn er enkel voor de sier en stammen daarbij uit 1978. De hoekstijlen van de poort (welke tevens gebintstijlen zijn) en de poortbalk zijn vernieuwd in 1978. Beneden is goed zichtbaar dat de onderste vakken aanzienlijk zijn ingekoÍt t.o.v. de oorspronkelijke situatie. De twee schoren zijn geheel vernieuwd in 1978, evenals diverse regels. Rechts van de poort is een oorspronkelijke toegang voor voetgangers. Ook deze is dichtgemetseld met daarvooÍ een niet functionerende deur. Geheel rechts is een secundaire maar oude toegang, zeer waarschijnlijk verwezenlijkt in 1931, met de staluitbreiding in baksteen aan de oostzijde.

34

70. Detail van een deel van de wand, waarin de oorspronkelijke en vernieuwde regels duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn

67. Het wanddeel van de travee ten oosten van de poort 68. De oorspronkeiijke toegang met niet functionele deur 69, De toegang geheel rechts

35

Kopgevel en aonbouw oon oostziide De oostelijke kopgevel bestaat net als de westelijke in de basis uit

een ankerbalkgebint met daarop een nokspant met standjuk met tussenbalk. De houtskeletdelen zijn aan deze zijde nog grotendeels

oorspronkelijk. Ter hoogte van de begane grond is er een staluitbreiding in baksteen die volgens de kadastrale hulpkaart te daterên is in 1931. oorspronkelijke betrof het een staluitbreidinS. De oostelijk gevel heeft thans een indeling met twee deuren en twee vensters, welke tot stand gekomen is in 1978, toen het gebouwtje ging dienen als I fruitwinkel. Het is afgesloten middels een lessenaarsdak belegd met oude holle pannen. Het is mogelijk dat dit een selectie is van pannen die vrijkwamen bij de renovatie van de sta; en schuur.

71. Het nokspant, met overwegend authentiek houtwerk

72. De aanbouw uit 1931, waarvan de gevelindeling in 1978 gewi,zigd is

36

lnterieur Het interieur van de schuur is geheel open. De vloer is in 1978 vernieuwd met stampbeton. Na de herbestemming tot fruitsorteerschuur is er een koelcel in aanwezig geweest. Er zijn twee kapspanten van het type met afgeschoorde jukbenen en dekbalken; de nokstijlen zijn maar aan één zijde afgeschoord. Als zodanig passen ze bij de bouwtijd in de 19d" eeuw. De oorspronkelijke spant- of gebintbalken waarop de kapspanten rustten zijn niet meer aanwezig. De jukbenen zijn thans tussen industriële vurenhouten balken gebout. Alle kepers zijn vernieuwd in 1978. De wand tussen de schuur en de staluitbreiding in baksteen heeft beneden een in 1978 uit betonblokken opgetrokken muur. De voetplaat ligt duidelijk hoger'dan in de oorspronkelijke situatie, maar deze kan ook reeds in 1931 zijn gewijzigd, t.b.v. het plaatselijk inrichten van een stal. De dakconstructie van de staluitbreiding is in 1978 eveneens geheel vernieuwd

74. Blik richting oosten 37

77. Het interieur van de aanbouw (ofwel staluitbreiding) uit 1931 78. Het in 1978 in betonblokken opgetrokken muurdeel onder de verhoogde

voetplaat

75. Een kapspant met gekromde jukbenen en een dekbalk

76. De in 1978 door industrièle vurenhouten balken vervangen spantbalk

38

3.4. Voormalige stal Algemeen De voormalige stal is een in vakwerk opgetrokken gebouw van oorspronkelijke vijftraveeën, met twee inwendige kapspanten. De bakstenen sokkel is rondom geheel vernieuwd in 1978. Ook hier zijn alle voetplaten vernieuwd en de onderste vakken zijn lager dan oorspronkelijk vanwege het feit dat de ondereinden van de stijlen en schoren in de loop der jaren weggerot waren, De mate waarin de overige houtskeletdelen vernieuwd zijn, verschilt ook hier per wand. De vakken zijn in 1978 gevuld met het plaatmateriaal bestaande uit tempex en houtwolcement (Heraklith), gepleisterd met cementstuc. Het dak is in 1978 belegd met rode verbeterde holle pannen.

Kopgevel aon stroatzUde

79. De bakstenen kopgevel aan de straat 80. De wijze waarop een regel van de westwand is opgelegd in de muur lijkt te wijzen op de secundaire aard van de muur

De kopgevel aan de straatzijde is opgetrokken uit in kruisverband verwerkte baksteen. Het is waarschijnlijk dat deze niet primair met de bouw in 1843 is opgetrokken, maar kort daarna in (of omstreeks) de jaren 1860, toen ook de poortgevel werd verwezenlijkt. De wijze waarop een regel van het vakwerk in de muur is opgelegd (en inwendig een pengat van een korbeel bij het uiteinde van een gording wordt aangetroffen) lijken op de

secundaire aard van de stenen kopgevel te wijzen.

39

Langswond aan westzijde De westelijke wand heeft een hoofdzakelijk gesloten karakter, zoals ook in de oorspronkelijke situatie. Over de volledige breedte zijn er negen vakken. De houtskeletdelen zijn grotendeels oorspronkelijk, m.u.v. de vernieuwde voet- en wandplaat. ln het eerste en vierde vak van links bevinden zich oorspronkelijke schoren. Bij de stijlen dooÍstekende pennen markeren de inwendige ankerbalken.

ln het derde vak vanaf links is een secundair stalvenster dat in elk geval stamt van voor de Tweede Wereldoorlog. ln het tweede vak van rechts is een secundair venster ter grootte van een leeggehaald vak.

81. De westelijke langswand, gezien vanaf de noordzijde

40

4t

Kopgevel aan noordzijde Bij de nooidelijke kopgevel treffen we een constructie aan die in principe lijkt op die van de kopgevels van de schuur, maar toch afwijkend is. De basis wordt gevormd door een ankerbalkgebint. Het nokspant heeft echter een doorlopende nokstijl (i.t.t. een standjuk met tussenbalk en een daarop rustende kortere nokstijl). De houtskeletdelen aan deze zijde zijn vrijwel helemaal vernieuwd in 1978. Op de begane grond is links een toegang en rechts een venster. De

foto's van voor de renovatie tonen dat in elk geval de toegang reeds destijds aanwezig was. Op zolderniveau bestaat een venster

ter grootte van een leeggehaald vak.

42

43

Longswond oon binnenploats De wand aan de binnenplaats wordt thans bepaald door twee

brede poorten, gesitueerd in het tweede en derde en het vijfde en zesde vak van links. Deze zijn gerealiseerd in L978, met het vervallen van de stalfunctie, en waarvoor oorspronkelijke stijlen

deels zijn weggegaagd. De lateibalken zijn duidelijk secundair. Voor de rest zijn de houtdelen van de wand hoofdzakelijk oorspronkelijk, m,u.v. vernieuwde voet- en wandplaten. Aan de resterende stijlen is (door plaatselijk ontbrekende toognagelgaten van regels) afte lezen dat waarschijnlijk in het

tweede en vijfde vak van links oorspronkelijk staldeuren waren. ln het zesde vak van links was een schoor. Foto's uit jaren 1960 tonen

89. De gevel aan de binnenplaatsziide

dat in het midden van de 20s" eeuw links een garage was aangebouwd en dat de wand destijds enkele secundaire stalvenster uit de jaren 1930 had. Aan de rechterzijde, in het tweede vak van rechts, resteert een

oorspronkelijke staldeur. De deur zelf stamt uit 1978. Op zolderhoogte bevinden zich drie openingen. Deze reiken bijna

tot het niveau van de zoldervloer en moeten gediend hebben als hooiluiken. lnteressant is dat de "onderdorpels" gewoon zijn uitgevoerd als regels, met daarin gesneden gleuven voor staken (t.b.v. vlechtwerk voor wandvullingen). De timmerman heeft dus geen rekening gehouden met de openingen; men kon eenvoudigweg later nog bepalen welke vakken men open wilde laten. Het is aannemelijk dat er van meet af aan openingen waren 90. De secundaire deuren aan de linkerzijde

44

91. De deuren in hèt midden van de wand 92. De oorspronkelijke staldeur

De linker opening op zolder De rechter opening, boven

oorspronkelijke staldeur

rechts

45

lnterieur De voormalige stal is inwendig thans geheel open. De vloer is in 1978 vernieuwd met stampbeton. De ankerbalken voor de

bovenliggende zoldervloer zijn nog grotendeels oorspronkelijk. lnteressant iiln de pengaten van inmiddels verwijderde korbeels' Enkele moerbalken zijn uit oulere constructies hergebruikt, zoals één met gaten van staken (ofwel vlechtstokken). Op de ankerbalken Íust een in 1978 aangebrachte secundaire balklaag van industrieel vurenhout.

op de zolder zijn twee oorspronkelijke kapspanten met gekromde jukbenen, dekbalken en elk een nokstijl die slechts aan één zijde is afgeschoord. Het spanttype is hetzelfde als dat van de schuur en dus opnieuw typisch voor de bouwtijd. Wel toont de dekbalk van het eerste spant (vanaf het noorden) sporen van een cirkelzaag, en is als zodanig herkenbaar als geplaatst in 1978 maar vervaardigd uit hergebruikt ouder hout. De gordingen (of flieringen) zijn van grofgeschild naaldhout en

authentiek voor de bouwtijd. Aan de straatzijde liggen deze opgelegd in de baksteengevel. De linker gording toont nog een pengat van korbeel welke erop lijkt te wijzen dat de kopgevel oorspronkelijk uit vakwerk bestond. Die gording aan de rechterzijde

toont echter geen Pengat. De kepers zijn wederom alle vernieuwd in 1978

96. Een ankerbalk met pengat van een verwiiderd koibeel en latere reparatie m.b.v. ijzer

46

98. Blik op de grotendeels vernieuwde kopgevel aan de noordzijde

zaagsporen

47

met in De kopgevel aan de gordingen van grofgeschild naaldhout

MUUT

103. Eén van de openingen aan de binnenplaats. De vlechtstokgleuf in de regel beneden ónderstreept de secundaire aard van de opening

48

4. Waardering

Delen met een positieve waarde zijn van belang voor de structuur, de cultuurhistorische betekenis en/of afleesbare ontwikkeling van het object, maar wijziging ervan betekent niet zonder meer een fundamentele aantasting van de cultuurhistorische waarde van het geheel. Vanuit het oogpunt van de monumentenzorg gaat de voorkeur uit.naar behoud. lndien echter een nieuwe planvorming wijziging van delen met een positieve rrriaarde impliceert, moet gekeken worden of dit mogelijk is.op een wijze waarbij de integriteit van het geheel (en zijn cultuurhistorische betekenissen en waarden) gewaarborgd blijven.

4.1. Toelichting Van het gebouw is een waardering uitgewerkt naar de Richtlijnen voor Bouwhistorisch Onderzoek (2009). Deze richtlijnen kwamen tot stand in een samenwerkingsverband tussen de Stichting Bouwhistorie Nederland, de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Binnen de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt tussen een contextuele cultuurhistorische waardering en eei zogenaamde 'interne' waardestelling. Bij de cultuurhistorische waardering wordeÀ de waarden van het gebouw als geheel in bredere cultuur-, architectuur- en bouwhistorische context gewogen. Met de interne waardestelling worden de verschillende onderdelen waaruit het gebouw is opgebouwd specifiek en afzonderlijk gewaardeerd, naar de betekenis die deze voor het object als geheel vertegenwoordigen,

Delen of elementen met een indifferente waarde voegeln weinig of niets toe, of doen afbreuk aan de cultuurhistorische betekenis en waarde van het object. Vanuit het oogpunt van de monumentenzorg is behoud niet noodzakelijk. ln sommige gevallen kan het verwijderen of wijzigen van dergelijke delen of elementen bijdragen aan de beleefbaarheid van de monumentale kwaliteit van de delen met een hoge of positieve waarde.

Binnen de interne waardestelling onderscheiden we delen met een hoge, positieve en indifferente monumentwaarde. Bouwdelen waaraan een hoge monumentwaarde wordt toegekend, zijn van wezenlijk belang voor de structuur, de cultuurhistorische betekenis en/of afleesbare historische ontwikkeling van het object. Voor de delen die deze waarde krijgen, geldt dat vanuit het oogiunt van de monumentenzorg behoud van een maximum aan historisch materiaal de voorkeur verdient.

49

context kenmerkende materialen en constructieve oplossingen. Zo is het in baksteen opgetrokken woonhuis, met kelders met baksteengewelven, binnenwanden in houtskelet en nog traditioneel vervaardigde kapspanten. De vakwerkconstructies van stal en schuur zijn representatief als voorbeelden van later vakwerk, getimmerd in een kwaliteit zoals te doen gebruikelijk in de periode. Het vakwerk heeft echter plaatselijk sterk geleden door de in de jaren 1970 aangebrachte vakvullingen (uit niet met traditionele houtskeletbouw compatibele materialen), hetgeen de bouwhistorische waarde in enige mate aangetast heeft. De bouwhistorische waarde is thans nog 'redelijk' te noemen.

4.2. Cultuurhistorische waardering Algemene cu ltu u rh istorische woarde ln de hoeve zijn tal van aspecten van het cultureel, maatschappelijk en economisch leven belichaamd, zoals zich dat in de afgelopen twee eeuwen ontvouwd heeft. Het complex is specifiek van typologisch van belang als voorbeeld van een voor het zuidLimburgs cultuurlandschap zo kenmerkende geworden (min of meer) gesloten hoeve. Met de nog voor de 19de eeuw oorspronkelijke hoofdopzet geeft het uitdrukking aan de ordening en ruimtelijke samenhang die gepaard gingen met de woon- en werkcultuur destijds en gedurende de 20í" eeuw. In deze en andere hoedanigheden vormt de hoeve een object van hoge

Situotionele- / stedenbouwkundige woarde Het dorp Eckelrade wordt gekenmerkt door twee bebouwingslinten, met als langste dat van de Dorpsstraat. Het tracé daarvan werd bepaald door een droogdal in het plateau. De historische structuur is Soeddeels behouden en de parcellering van en bij de resterende oudere hoeves is nog deels terug te voeren tot de periode van het 'Ancien Régime', met daarbij gebruikelijke wijzigingen en toevoegingen in de 19d" eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog heeft een aanzienlijke verdichting van de bebouwingslinten plaatsgevonden, met moderne huizen. Toch spelen de monumentale en oudere hoeves vandaag de dag nog een belangrijke rol in het bebouwingsbeeld. De hoeve Dorpsstraat b3 ligt op een markante plek, daar waar de Dorpsstraat een lichte knik maakt, en is van considerabele betekenis voor de historische structuur en het bebouwingsbeeld. ln deze hoedanigheden kent ze

algemene cultuurhistorische waarde. Architectuur- en bouwhistorische woorde Het complex is een voorbeeld van een minder voorname hoeve met min of meer gesloten aanleg, waarvan de vormgeving goeddeels bepaald is door functionele en economische overwegingen. Het woonhuis geldt in architecturaal opzicht als bescheiden en pretentieloos en kent slechts weinig specifieke vormgeving. Voor de economiegebouwen, welke in vakwerk zijn opgetrokken, geldt dat deze in het.geheel bepaald zijn door functionele en economische factoren. Strikt genomen is de architectuurhistorische betekenis derhalve beperkt.

een hoge situationele waarde.

Als bouwhistorische bron is het complex van betekenis als illustratief voor de lokale 19d"-eeuwse bouwpraktijk, met voor die

50

de indeling geheel uit de jaren 1970 en later en is indifferent. De kapspanten zijn echter nog authentiek en hoog gewaardeerd. De vloerconstructie van de zolder (/vliering) en de kepers van de dakconstructie zijn weer indifferent.

4,3. lnterne waardering Het complex is in de hoofdopzet in één fase in het midden van de 19de eeuw ontstaan, met waarschijnlijk niet lang daarna de toevoeging van de poortgevel. Samen brengen woonhuis, schuur, stal en de poortgevel de'voltooide'historische hoeve tot stand. Deze hoofdopzet wordt hoog gewaardeerd. De daken zijn in de jaren 1970 belegd met (opnieuw) verbeterde hollè pannen. Deze passen niet bij het lgd"-eeuws karakter (waarbij de oude holle pan oorspronkelijk was) en krijgen daarom het predicaat indifferent.

Voor wat betreft de schuur is wat resteert van de het oorspronkelijk houtskelet van hoge waarde. Delen die vrijwel geheel vergaan zijn, zoals bij de kopgevel aan de westzijde, zijn uiteraard niet beschermenswaardig. De bakstenen sokkel, voetplaten, wandplaten en vakvullingen zijn vernieuwd en indifferent. De kapspanten zijn nog oorspronkelijk en van hoge waarde; de kepers zijn vernieuwd en indifferent. De stàluitbreiding in baksteen uit 1931 maÍkeert een voor de ontwikkeling van de bedrijfsvoering relevante fase en is positief !eklasseerd. Wel zijn daarvan de openingen in de lage gevêl in 1978 gewijzigd.

Van het woonhuis is de indeling van de gevels meermaals gewijzigd. De indeling van de kopgevel aan de straat is nog authentiek voor de 19d" eeuw en wordt hoog gewaardeerd. De indeling van de langsgevels aan de oost- en binnenplaatszijde is in de jaren 1970

ingrijpend gewijzigd, met toevoeging en verplaatsing van enkele vensters. De waarde van de gevels kan in die context enigermate gerelativeerd worden. Wel is de centrale toegang aan de

Voor de voormalige stal geldt eveneens dat wat resteert van de oorspronkelijke houtskeletdelen van hoge waarde is. Ook hier zijn de sokkel, voet- en wandplaten vernieuwd en indifferent. De noordelijke kopgevel is als reconstructie uit 1978 indifferent aangemerkt. De gevel aan de binnenplaatszijde is in 1978 ingrijpend gewijzigd met het aanbrengen van de brede deuren. De huidige indeling is derhalve niet beschermenswaardig. lnwendig resteren de oorspronkelijke anker- of moerbalken; de kinderbinten en vloerplanken zijn vernieuwd. Ook hier zijn de oorspronkelijke kapspanten bewaard gebleven, welke hoog gewaardeerd zijn, met vernieuwde kepers, die bp hun beurt weer indifferent zijn.

binnenplaats van cultuurhistorische betekenis. De huidige kozijnen, ramen en deuren stammen alle van dè jaren 1970 of later en zijn opnieuw indifferent. lnwendig wordt de hoofdindeling met middengang in houtskeletwanden hoog gewaardeerd. Voorhet overige zijn weinig tot geen relevante afwerkingen of elementen aanwezig. De trap naar de verdieping is vernieuwd in de jaren !97O; er resteren geen historische deuren. Wel resteÍen de oorspronkelijke moerbalken van de verdiepingsvloer. De kinderbinten zijn thans niet te zien. De kelders zijn oorspronkelijk voor de primaire bouw in het midden van de 19*" eeuw en hoog gewaardeerd. Op de verdieping stamt 51

4.4. Waa rderepresentatietekeningen ln de bijgevoegde plattegronden z'tjn de'interne'waarden per bouwlaag in kleur aangegeven. Bovenliggende balklagen en kapconstructies zijn aangegeven met gekleurde kruisen. Trappen, deuren en rainen zijn als speciale elementen gemarkeerd met gekleurde bolletjes. Beschermenswaardige vloeren zijn aangemerkt met VL; beschermenswaardige plafonds zijn niet aanwezig of mêt de huidige afwerkingen niet zichtbaar.

52

lndlÍí.r.ntc wr.rd. 8ov.nl. b!lkl./t.p/s.w.lÍ Phíond

53

I

t: PL

De westelijke kopgevel ván.,ê schuur bevindt zictr in een ,u_ srechte staet. Oe hoge waardering heeft

De noordelijke

__-,_---. De kapspanten zijn oorspronkelijk (exclusief spant- of gebintba,ken) en van hoge waarde; de kepers zrln vernieuwd en indifferent

kopgevel van.,Ê

De wand

aan de '_.-.. binnenplaatszijdeheeft

ï1J::ïl,ffffi::ï:ïï'";;

grotendeels de oorspronkelijke houtskeletdelen behouden. De indeling is echter in 197g mgfl.tpend gewijzigd (met her ptaatsen van brede deuren) en zoals die nu bestaat grotendeeís indifferent

predtcaat indifferent

.

De (anker/) moerbalken van oe zoldervloer zijn nog grotendeels oorspronkeiijk;

de kinderbinten en vloerplanken zijn vernieuwrJ rn 1978 en indifferent

. _--__,-_

De moerbalken

zijn

oorspronkelijk en van

hoee waarde; de kinderointenïiin rnans niet zichtbaar

Hoge wa.rd€

p."jr.". *ï,a" ,"Orff-".r.-*...a. NB: Van stal en schuur

zijn bakstenen sokkels,

Bovên,. b.tkt,Áaplewên

vo etplaten en wandplaten

geheel vernieuwd

vloêr in 197g. Deze kunnen

aa ngemerkt worden

. =

= =< t, :

als indifferent

De kaPsPanten ziin en van hoBe

oorspronkelijk zlln waarde; de kePers vernieuwd en indifferent

- Debalklaagvande

bovenliggende zoldervloer 1972 en ls stamt geheel uit

indifferent

.J) lndi{lcronta waardc

Bov.íl bilkl /r!P/c'w'Í

55

="-8

De kapspanten zijn oorspronkelijk en van hoge waarde; de kepers zijn

vernieuwd en indifferent

lndlfi.í.ntê w!.rdG Bovênl.b.lkt./kèp/E.w.lÍ Pl.tdnd

r-

=

R PT

56

Literatuur

Bronnen Archieven en websites en tijdschriften Nederlandse kranten' boeken Delpher - database httos://www'deloher'nl/nl/kranten : Krantenarchief

--''-

Onderzoek Eckelrode' Roermond' Buro4 (2021) Cultuurhistorisch gemaakt cultuurhistorische analyse Buro4 | Monument en Ruimte' Eijsden-Margraten in opdiacht van Gemeente

ii\iià-timarrg GenWiki Limburg Genealogieën:

trttps:/ niit]''ni/iimuure'inoe*

bouwen met hout en leem Nijmegen en omstreken'Yantilt'

Fssen. C' QOtSl Vokwerkbouw' 600 iator

Erfeoed (2009) Richtliinen Richtliinen

Riiksdienst voor het Cultureel Haag báuwhistorisch on derzoek' Den

pt'pftitte=eeneato"iel'cazngn

(Te raadPlegen via:

Kadaster archiefviewer HulPkaarten Leggerartikels Regionaal

^nrlcrzoek/richtliinen-bouwl

(Maastricht) Historisch Centrum Limburg

Stenvert, R' et al. (2003) Monumenten Waanders, Zwolle

Beeldbank Bouwdossiers Collectie tekeninBen en PÍenten Erfgoed Riiksdienst voor het Cultureel

""*"'ï;;l;;k:

tritps://oeelduank cuttureeterf eoed'nl/

57

in Nederland: Limburg'

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=1d369ee0-42ae-451d-adc4-c4d727c80e17