20260526 05k Bijlage Vooronderzoek Moerslag
Tekst van het document
Vooronderzoek Moerslag 16 te Sint-Geertruid MA230566.R01.V1.0 30 oktober 2023
Vooronderzoek Moerslag 16 te Sint-Geertruid Documentnummer MA230566.R01.V1.0 30 oktober 2023
Opdrachtgever Familie Frijns Moerslag 16 6265NC Sint Geertruid
+31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen
Geonius.nl Functie
Naam
Adviseur
Caroline Mariotti
Projectleider milieu
Sjaak Martens
MA230566.R01.V1.0
Paraaf
2 van 14
Inhoud 1
Inleiding ................................................................ 4
2
Vooronderzoek...................................................... 5
2.1 2.2
Algemeen Situering onderzoekslocatie
5 5
2.3 2.4
Historie Vergunningen
6 7
2.5 2.6
Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie Niet gesprongen explosieven (NGE)
7 11
2.7 2.8
Archeologie Terreininspectie
11 11
3
Conclusies ...........................................................13
3.1 3.2
Bodem Asbest in bodem
13 13
Bijlagen Bijlage 1 Topografische overzichtskaart Bijlage 2 Foto’s locatie Bijlage 3 Overzicht verzamelde gegevens en bronnen Bijlage 4 Situatietekening Bijlage 4.1 Situatietekening UDM, evaluatierapport, 04.03.0013, d.d. 08.10.2004 Bijlage 4.2 Situatietekening UDM, saneringsplan, 03.03.0190, d.d. 09.10.2003 Bijlage 4.3 Situatietekening UDM, aanvullend onderzoek, 02020253.B01, d.d. 06.01.2003 Bijlage 4.4 Situatietekening Fugro, verkennend en nader onderzoek, 86020040, d.d. 27.05.2002
MA230566.R01.V1.0
3 van 14
1 Inleiding Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van de familie Frijns een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Moerslag 16 Sint-Geertruid. Aanleiding voor het uitvoeren van het milieuhygiënisch vooronderzoek vormt de bestemmingsomgevingsplanprocedure voor de herbestemming waarbij de aanwezige stal en plaatselijke verhardingen worden gesloopt/verwijderd. Doelstelling van het vooronderzoek is inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Onderhavig milieuhygiënisch vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017). Geonius is gecertificeerd voor SIKB protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 behorende bij Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (BRL SIKB 2000). Het procescertificaat van Geonius Milieu B.V. en het bijbehorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium (of de opdrachtgever). Geonius Groep B.V.
en de verschillende divisies zijn gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NENEN-ISO 9001:2015, NEN-EN-ISO 14001:2015, VCA**2017/6.0 en CO2 Prestatieladder niveau 3. Geonius Milieu B.V. verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of onderhavige locatie en daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in KwaliBo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer). In onderhavig rapport worden de resultaten van het vooronderzoek beschreven, conclusies en eventueel aanbevelingen geformuleerd.
MA230566.R01.V1.0
4 van 14
2 Vooronderzoek 2.1 Algemeen Het vooronderzoek is conform NEN 5725 verricht waarbij een locatie-inspectie is uitgevoerd en gegevens over de locatie zijn opgevraagd. De methode van gegevens verzamelen ten aanzien van asbest staan beschreven in de NEN 5725:2017. De hierbij gehanteerde bronnen zijn opgenomen in bijlage 3. De resultaten van het vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen. Voor het vooronderzoek is aangesloten bij de strategie voor de aanleiding ''Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek''. In onderstaand schema is de aanpak van het vooronderzoek beschreven, inclusief de vindplaats in dit rapport. Aanleiding
Paragraaf 2.1
Afbakening onderzoeksgebied
Paragraaf 2.2 en bijlage 1 en 4
Verzamelen informatie/onderzoeksaspecten
Paragrafen 2.2 t/m 2.8
Beantwoorden onderzoeksvragen
Hoofdstuk 3
Indelen deellocaties
Hoofdstuk 3
Hypothese en onderzoeksstrategie
Hoofdstuk 3
Deze informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging. Het vooronderzoek resulteert in een hypothese over de aard en verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. De hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie.
2.2 Situering onderzoekslocatie De onderzoekslocatie maakt deel uit van het perceel, gelegen aan de Moerslag 16 te Sint-Geertruid. De locatie betreft een deel van het erf en het grootste gedeelte van de bijhorende tuin (ten noordoosten van het woonhuis/boerderij nummer 16). Tevens is een deel van de locatie gelegen ten oosten van het woonhuis nummer 16 en bestaat uit weiland (aan de overzijde van de straat). De omgeving van de locatie bestaat voornamelijk uit agrarisch gebied. In Tabel 2.1 zijn enkele gegevens betreffende de onderzoekslocatie weergegeven. De regionale ligging is weergegeven in bijlage 1. In bijlage 4 is een situatietekening met daarop de ligging van de locatie opgenomen. Foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 2.
MA230566.R01.V1.0
5 van 14
Tabel 2.1: overzicht topografische en kadastrale gegevens onderzoekslocatie Algemene en topografische gegevens Adres locatie
Moerslag 16 te Sint Geertruid
Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 2.961 m2
Maaiveldhoogte
Circa 102.36 m + NAP
X-coördinaat, Y-coördinaat
X: 181.275, Y: 310.946
Kadastrale gegevens Kadastrale aanduiding
Gemeente Margraten, sectie R nummer 202 en sectie S nummer 17
Oppervlakte kadastrale percelen
Resp. 3.546 m2 en 1.913 m2
Eigenaar
De heer Joannes Gerardus Maria Frijns, Moerslag 16 te Sint Geertruid
2.3 Historie Op basis van de geraadpleegde historische kaarten blijkt dat de eerst raadpleegbare kaart dateert uit 1850. In deze periode bestaat de directe omgeving van de locatie uit heidegebied met een bosrijk gebied ten noorden van de locatie. De straat de Moerslag (ten noorden alsook grenzend aan de locatie) en de Bukel (ten noorden van de locatie) zijn op dat moment al aangelegd. Ook de bebouwing van de hoeve/boerderij, waar de locatie deel van uitmaakt (Moerslag 16) en de bebouwing ten zuidwesten van de locatie is aanwezig. Vanaf 1923 is de omgeving alsook de locatie in gebruik als boomgaard. In 1937 verdwijnt de boomgaard op het noordelijk deel van de locatie. Op het zuidoostelijk deel van de locatie verdwijnt de boomgaard eind jaren ‘80. Eind jaren ‘90 is de hoeve/boerderij uitgebreid en is de bebouwing op het noordelijk deel van de locatie gerealiseerd (opstallen). Vanaf 2000 verdwijnen de boomgaarden grotendeels uit de omgeving. Momenteel maakt de locatie deel uit van de hoeve/boerderij. Het noordelijk van de locatie bestaat uit een halfopen schuur met erf en een groot deel van de tuin behorende bij de hoeve/woning (nummer 16). Het overige deel van de locatie bestaat het zuidoostelijk gelegen deel (aan de overzijde van de rijweg) en is in gebruik als weiland.
Ten oosten van en deels grenzend aan de locatie bevindt zich het woonhuis nummer 12 en de daarbij horende schuurtjes. Aan de oostzijde van deze woning (nummer 12) zijn een tweetal zinkputten (septic tanks) aanwezig (leeggepompt, waarbij een sliblaag is achtergebleven). Tevens is aan de oostzijde van het woonhuis nummer 12 een kelder aanwezig, welke in gebruik is geweest als waterbassin, schuilkelder en kolenkelder. In het verleden is de bodem ten noorden en ten oosten van het woonhuis nummer 12 opgehoogd met slakhoudend materiaal, vermoedelijk afkomstig van de zinkwitfabriek te Eijsden. Dit heeft betrekking op het noordelijk gelegen deel van de huidige onderzoekslocatie. Het terrein van woonhuis nummer 12 alsook de onderzoekslocatie helde naar het noorden en oosten, waardoor het perceel na ophoging op gelijk peil is komen te liggen. Hierdoor is het talud langs beide zijden van de weg ontstaan. Daarnaast is in het onderzoek van Fugro 2002 (verkennend en nader bodemonderzoek Fugro, 86020040, d.d. 27 mei 2002) vermeld, dat er verspreid over het terrein verbrandingsresten zijn uitgestrooid. De periode en de exacte locatie is niet bekend en derhalve is het ook niet bekend of dit tevens op de huidige locatie is gebeurd.
MA230566.R01.V1.0
6 van 14
Verder is een sterke verontreiniging met zware metalen en PAK aangetroffen ter plaatse van Moerslag 12. De aangetroffen verontreiniging is te relateren aan het gebruik van zinksintels ter ophoging en verharding van delen van het perceel, zoals reeds hierboven is vermeld. (De zinksintels zijn vooral in de periode vóór 1975 in de omgeving van Eijsden gebruikt als verharding van terreinen.) Deze verontreiniging is gesaneerd tot aan de perceelsgrens, waardoor mogelijk een restverontreiniging aanwezig is op de huidige onderzoekslocatie. Enkele uitsneden van historisch kaartmateriaal zijn opgenomen in onderstaande Figuur 2.1. 1880
1945
1975
2000
Figuur 2.1: uitsneden historische kaarten
2.4 Vergunningen Voor de onderzoekslocatie zijn geen vergunningen afgegeven in het kader van de voormalige Hinderwet, Wet milieubeheer, Bouwvergunningen, Sloopvergunningen of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dan wel niet bekend/aanwezig in de geraadpleegde bronnen. Uit de geraadpleegde bronnen (o.a. BOOT-archief) blijken geen gegevens die duiden op de aanwezigheid van één of meerdere tanks op de onderzoekslocatie.
2.5 Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie In Tabel 2.2 staat de bodemopbouw, geohydrologie, gegevens Bodemkwaliteitskaart/Nota bodembeheer en een samenvatting van de resultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie vermeld.
MA230566.R01.V1.0
7 van 14
Tabel 2.2: overzicht bodemopbouw, geohydrologie en -kwaliteit Bodemopbouw Diepte in m-mv
Omschrijving
Opmerkingen
[0 – 6.58]
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Schimmert,
Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit leem en
eerste kleiige eenheid
een spoor klei, fijn en midden zand
Formatie van Gulpen, kalksteeneenheid
Kalksteen eenheid, bestaande uit kalksteen met
[6.58 – 59.36]
ingeschakelde vuursteenbanken [59.36 – 89.16 ]
Formatie van Vaals, complexe eenheid
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van kleiig zand, fijn zand en zandsteen, met weinig kalksteen en een spoor klei, midden en grof zand en grind
Geohydrologische gegevens Hoogte freatisch grondwater
Circa 77,82 m + NAP / Circa 24,54 m-mv
Stromingsrichting grondwater
Westelijk
Ligging van oppervlaktewater op en/of nabij de locatie
Nee
Het voorkomen van brak of zout grondwater
Nee
Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied
Beschermingsgebied De Dommel Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg
Aanwezigheid van grondwateronttrekkingen op de locatie of in de omgeving
Nee
Aanwezigheid van breukstelsels op of nabij de locatie
Nee
Bodemkwaliteitskaart / Nota bodembeheer Auteur, kenmerk, datum
Omschrijving
Lievense CSO, kenmerk onbekend, d.d. februari 2017
Actualisatie nota bodembeheer regio Heuvelland
Deelgebied
Overig buitengebied
Bodemfunctieklasse
Landbouw / natuur
Ontgravingsklasse
Bovengrond (0-0,5 m-mv): achtergrondwaarde Ondergrond (0,5-2,0 m-mv): achtergrondwaarde
Bodemonderzoeken in directe omgeving onderzoekslocatie Kenmerk, datum
Omschrijving
UDM Adviesbureau BV,
Ten oosten en grenzend aan de locatie
04.03.0013,
Evaluatierapport grondsanering
d.d. 8 oktober 2004
Moerslag 12 te Sint Geertruid
Aanleiding voor het evaluatierapport is de sanering uitgevoerd op 26 en 27 juli 2004. De ontgraving is opgesplitst in twee fasen, waarbij op 26 juli de achtertuin is ontgraven en op 27 juli de voortuin.
Fase 1 - De grond, welke binnen de interventiewaarde contour is gelegen, is tot 0,5 m-mv ontgraven en zonder tussendepot afgevoerd maar BSN. Bij de ingang is tot 1,0 m-mv ontgraven, waarbij het asfalt naar een erkende verwerker is afgevoerd, de sterk verontreinigde grond tot een diepte van 0,5 m-mv is afgevoerd naar BSN en de daaronder liggende grond tot een diepte van 1,0 m-mv is toegevoegd aan depot A. - Depot A is ingericht op de bodem van de saneringsput. - De grond buiten de interventiewaarde-contour is conform het saneringsplan in depot A
MA230566.R01.V1.0
8 van 14
Bodemonderzoeken in directe omgeving onderzoekslocatie geplaatst voor een partij-onderzoek. - Het talud langs de weg is tot het niveau van het wegdek ontgraven en afgevoerd (foto’s 5 en 9). Dit is meer dan in het saneringsplan is aangegeven. De reden is dat in het talud meer sintelmateriaal is aangetroffen en dat dit op verzoek van de gemeente afgevoerd diende te worden. - Langs de noordgevel (onder het afdak) is conform het saneringsplan niet ontgraven.
Fase 2 - Tijdens fase 2 is de voortuin tot 0,5 m-mv ontgraven. - Het talud langs de weg is ontgraven tot ruim 0,5 meter onder het oorspronkelijk oppervlak. - Langs de voorgevel is conform het saneringsplan een strook van maximaal I meter niet ontgraven. Hierin zijn de boringen 205 tot en met 208 geplaatst tot 1,0 m-mv om de restverontreiniging langs de gevel te bepalen. - Tijdens de sanering is de bodem conform het saneringsplan tot maximaal 1,0 m-mv ontgraven en vervangen door gecertificeerde schone grond. - Ongeveer 28 m3 grond van buiten de interventiewaarde-contour is in een depot geplaatst. Nadat keuring van het depot heeft aangetoond dat de gemiddelde samenstelling beneden de BGW-I norm is, is de grond ter plaatse in de aanvulling van de saneringsput gebruikt. - In totaal is 190 m3 verontreinigde grond ontgraven. 28 m3 licht verontreinigde grond is op de locatie herschikt. De 190 m3 ontgraven grond is meer dan in het saneringsplan is berekend omdat een groter deel van het talud langs de weg Moerslag is verwijderd. - In de eindbemonstering is vastgesteld dat de putbodem op 0,5 m-mv overal voldoet aan de saneringsdoelstelling. - De putwand langs de perceelsgrens heeft concentraties boven de BGW-I. De perceelsgrens vormt de grens van het saneringsgeval, zodat hier niet verder is ontgraven. Langs de noordgevel is onder het afdak een restverontreiniging tot 0,5 m-my.
Hier is, overeenkomstig het saneringsplan, niet ontgraven om eventuele zetschade aan het gebouw te voorkomen. De omvang van de restverontreiniging bedraagt ca. 5 m3. De concentraties zink en lood in het mengmonster zijn beneden de interventiewaarde. Langs de voorgevel is een strook grond tot ongeveer 1 meter buiten de gevel niet ontgraven.
De evaluatie van de bodemsanering heeft aangetoond dat de sanering conform het saneringsplan is uitgevoerd en de saneringsdoelstelling overal is behaald. Uitsluitend onder het afdak langs de noordgevel is over ca. 10 m² in de bovengrond ca. 5 m3 verontreinigde grond achtergebleven met concentraties zware metalen en PAK boven de BGW-I.
De locatie is geschikt voor het beoogde gebruik wonen met tuin. De omvang van de restverontreiniging op het perceel is beperkt tot de bovengrond onder het afdak langs de noordgevel. De restverontreiniging is geen geval van ernstige bodemverontreiniging als bedoeld in artikel 29 van de Wet bodembescherming. Passieve nazorg (bijvoorbeeld een kadastrale aantekening in gevolge van artikel 55 van de Wet bodembescherming) of actieve nazorg is niet vereist.
Tekening bijlage 4.1 UDM Adviesbureau BV,
MA230566.R01.V1.0
Ten oosten en grenzend aan de locatie
9 van 14
Bodemonderzoeken in directe omgeving onderzoekslocatie 03.03.0190,
Saneringsplan
d.d. 9 oktober 2003
Moerslag 12 te Sint Geertruid
Aanleiding voor het saneringsplan is de aanwezige bodemverontreiniging die een beletsel vormt voor de afgifte van een bouwvergunning voor de renovatie van de huidige (vervallen) boerderij en voor de nieuwbouw.
De bodem van de locatie is voor het eerst onderzocht in februari 2002. Als gevolg van het aantreffen van verontreinigingen met metalen in het verkennend bodemonderzoek is een vervolgonderzoek uitgevoerd in maart 2002. Na het vervolgonderzoek is de verontreiniging met metalen in voldoende mate ingekaderd. Nadat de vervallen boerderij ter plaatse gedeeltelijk was gesloopt is in januari 2003 een aanvullend onderzoek uitgevoerd binnen de bestaande opstallen. De resultaten van beide onderzoeken zijn overgenomen in het saneringsplan.
De oppervlakte binnen de interventiewaarde contour is 214 m 2. Het volume grond (met sintels) met concentraties welke gemiddeld boven de interventiewaarde liggen is dus 214 m 2 * 0,5m = 107 m3.
Tot een diepte van 0,5 m-mv is dus 150 m3 grond verontreinigd met concentraties aan metalen die de BGW-I overschrijden. In totaal is voor het hele perceel dus 162 m 3 grond verontreinigd met metalen, waarvoor de concentraties de BGW-I overschrijden.
De saneringsdoelstelling dient de BGW-I te zijn, gecorrigeerd voor het lutum- en humusgehalte van de te saneren bodem. Het talud langs de weg dient in het saneringsplan te worden opgenomen.
Doelstelling In het saneringsplan en de beschikking is bepaald dat de sanering een functiegerichte sanering betreft, waarbij de in het saneringsplan beschreven verontreinigingen met concentraties boven de BGW-I in eigen beheer worden verwijderd (saneringsdoelstelling).
Om aan de saneringsdoelstelling te voldoen dient de grond in het ontgravingsvak tot 0,5 mmv te worden ontgraven en te worden vervangen door grond met BGW-I kwaliteit. Bij de ingang dient tot 1,0 m-mv te worden ontgraven (donker gebied op de ontgravingstekening). Het saneringsgeval wordt begrensd door de perceelsgrens.
Tekening zie bijlage 4.2 UDM Adviesbureau BV,
Ten oosten en grenzend aan de locatie
02020253.B01,
Briefrapport aanvullend grondonderzoek
d.d. 6 januari 2003
Moerslag 12 te Sint Geertruid
Aanleiding voor het aanvullend grondonderzoek is een bestemmingsplanwijziging.
De grond ter plaatse van de voormalige stal is ‘licht’ verontreinigd (overschrijving
MA230566.R01.V1.0
10 van 14
Bodemonderzoeken in directe omgeving onderzoekslocatie streefwaarde) met zink. Tekening zie bijlage 4.3 Fugro,
Ten oosten en grenzend aan de locatie
86020040,
Verkennend en nader onderzoek
d.d. 27 mei 2002
Moerslag 12 te Sint Geertruid
Aanleiding voor het verkennend en nader milieukundig bodemonderzoek is de aankoop van de locatie.
Heterogeen verdeeld over de onderzoekslocatie zijn op het traject 0,0-1,7 m-maaiveld bijmengingen aangetroffen met puin, kolengruis en/of slakken.
De bovengrond is licht verontreinigd met zware metalen. Tevens is de bodem plaatselijk sterk verontreinigd voor koper, zink en arseen. Voorts is in de bovengrond een concentratie PAK aangetroffen welke de streefwaarde overschrijdt.
De ondergrond blijkt niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters.
Tekening zie bijlage 4.4
Op de onderzoekslocatie zijn in het verleden geen milieukundige bodemonderzoeken uitgevoerd dan wel niet bekend/aanwezig in de geraadpleegde bronnen. In de nabijheid van de onderzoekslocatie, met name ter plaatse van Moerslag 12, zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met zware metalen en plaatselijk sterk verontreinigd met koper, zink en arseen. Tevens is er een concentratie PAK aangetroffen in de bovengrond welke de streefwaarde overschrijdt. Als gevolg is er een saneringsplan opgesteld en een sanering conform het plan uitgevoerd waarbij de saneringsdoelstelling is behaald.
2.6 Niet gesprongen explosieven (NGE) De onderzoekslocatie is niet gelegen in een gebied dat verdacht is voor “niet gesprongen explosieven”.
2.7 Archeologie Uit de archeologische verwachtings- en cultuurhistorische advieskaart van de gemeente Margraten blijkt dat de onderzoekslocatie gelegen is in het gebied “monumenten van hoge waarden, niet beschermd volgens de Monumentenwet”.
2.8 Terreininspectie Een terreininspectie betreft een indicatieve inspectie van de locatie gericht op het huidige gebruik en kenmerken die kunnen duiden op bodemverontreiniging en het vaststellen van de mogelijke aanwezigheid van asbest. Tijdens het locatiebezoek zijn het maaiveld en de daarop aanwezige bouwwerken en objecten indicatief geïnspecteerd. Op 11 oktober 2023 is door de heer N. Biesmans een terreininspectie uitgevoerd.
MA230566.R01.V1.0
11 van 14
Het perceel bestaat uit een hoeve/boerderij met woning en bijhorende tuin en opstallen gelegen aan de Moerslag nummer 16. De locatie zelf betreft de opstallen, een deel van het erfterrein en tuin. De onderzoekslocatie is opgedeeld in twee delen, één deel gelegen ten noorden van de weg de Moerslag en het ander deel ten zuiden daarvan. De locatie ligt ten oosten van de boerderij (nummer 16). Het noordelijke deel van de locatie bestaat uit een goed onderhouden tuin en een deel van de erfverharding (ten noorden van de tuin). Tussen de tuin en de erfverharding bevindt zich een haag als afscheiding. De verharding (beton) is in slechte staat en bevat veel scheuren. Op de verharding is een half open schuur aanwezig, die wordt gebruikt voor opslag van voertuigen en andere diverse materialen. In de schuur is een gesloten olievat en een leeg verroest vat aanwezig. De halfopen schuur is overdekt met asbestverdachte golfplaten. De schuur heeft geen regenafvoer. Ten oosten van de schuur is een kleine overkapping aangebouwd, die wordt gebruikt voor de opslag van kleine bouwmaterialen. Zowel de schuur als de kleinere overkapping hebben een half-verharding als ondergrond (grind). Op de verharding ligt tegen de haag aan een depot met bouwpuin (centraal op de locatie, ter hoogte van woning 12, zie bijlage 4).
Het zuidelijke deel van de locatie bestaat uit een weiland, afgescheiden met een haag en een enkele boom (centraal op dit deel van de locatie). Het grasland en de haag zijn goed onderhouden. Aan de noordwestelijke perceelsgrens van het grasland (straatzijde) is een talud / ophoging aanwezig. Tijdens het terreininspectie is het gehele terrein visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn op onderhavige onderzoekslocatie waargenomen in de vorm van de hierboven vermelde dakplaten op de opstallen. In het depot met bouwpuin zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen.
MA230566.R01.V1.0
12 van 14
3 Conclusies Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van de familie Frijns een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Moerslag 16. Aanleiding voor dit vooronderzoek vormt de bestemmings/omgevingsplanprocedure voor de herbestemming waarbij de aanwezige stal en plaatselijke verhardingen worden gesloopt/verwijderd. Doelstelling van het vooronderzoek is inzicht te krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Onderhavig milieuhygiënisch vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017).
3.1 Bodem Op basis van het uitgevoerde vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie verdacht is voor bodemverontreiniging. De resultaten van het vooronderzoek alsmede eventuele verdachte deellocaties, staan samengevat in onderstaande tabel 3.1. Verkennend bodemonderzoek wordt noodzakelijk geacht. Tabel 3.1: bevindingen vooronderzoek bodem Deellocatie
Omschrijving en reden tot wel of niet verdenking
Zuidelijk deel van de locatie
- Historische hoeve
Gehele locatie
- Verontreiniging gevonden op Moerslag 12 -> restverontreinging met zware metalen en PAK - Bodemvreemde bijmengingen in de bodem - Slechte verharding, onbekende fundering (uitloging, spills en lekkages van voertuigen) - Historische boomgaard - Depot puin - Opslag onbekende vloeistof/olievat - Talud/ophoging en mogelijke ophoging hele locatie
Noordelijk deel van de locatie
- Talud / ophoging noordwestelijke perceelsgrens en mogelijke ophoging grasland
Talud aan de noordwestelijke perceelsgrens
- Mogelijke bodemvreemde bijmengingen in de bodem
van het grasland (straatzijde)
3.2 Asbest in bodem Op de locatie is wel sprake van een potentieel asbestverdachte locatie. Het betreft de onbekende bouwmaterialen van de historische hoeve, de golfplaten van de opstallen, druppelzone (ontbreken dakafvoer), de onbekende fundering van de verharding en bodemvreemde bijmengingen. Verder asbestonderzoek wordt ons inziens noodzakelijk geacht. Tabel 3.2: bevindingen vooronderzoek asbest Deellocatie
Omschrijving en reden tot wel of niet verdenking
Zuidelijk deel van de locatie
- Historische hoeve
Gehele locatie
- Onbekende bouwmaterialen - Asbest golfplaten opstallen
MA230566.R01.V1.0
13 van 14
Deellocatie
Omschrijving en reden tot wel of niet verdenking - Druppelzone - Onbekende fundering - Bodemvreemde bijmengingen
Noordelijk deel van de locatie
- Talud / ophoging noordwestelijke perceelsgrens en mogelijke ophoging grasland
Talud aan de noordwestelijke perceelsgrens
- Mogelijke bodemvreemde bijmengingen in de bodem
van het grasland (straatzijde)
MA230566.R01.V1.0
14 van 14
Bijlagen
MA230566.R01.V1.0
Project
Vooronderzoek Moerslag 16 Sint-Geertruid
Onderdeel
Topografische kaart Geonius Milieu +31 (0) 88 1300 600
Projectnr
MA230566
Projectleider
B. Habets
Bijlagenr
T1
Getekend
R. Florentinus
Datum
12-10-2023
Formaat
A4
Schaal
X:
181.275
Y:
310.946
De Asselen Kuil 10
6161 RD Geleen www.geonius.nl
Bijlage 1 Topografische overzichtskaart
MA230566.R01.V1.0
Locatiefoto’s Moerslag 16 te Sint-Geertruid
Foto 001
Foto 002
Foto 003
Foto 004
Foto 005
Foto 006
MA230566
blad: 1 van 5
Locatiefoto’s Moerslag 16 te Sint-Geertruid
Foto 007
Foto 008
Foto 009
Foto 010
Foto 011
Foto 012
MA230566
blad: 2 van 5
Locatiefoto’s Moerslag 16 te Sint-Geertruid
Foto 013
Foto 014
Foto 015
Foto 016
Foto 017
Foto 018
MA230566
blad: 3 van 5
Locatiefoto’s Moerslag 16 te Sint-Geertruid
Foto 019
Foto 020
Foto 021
Foto 022
Foto 023
Foto 024
MA230566
blad: 4 van 5
Locatiefoto’s Moerslag 16 te Sint-Geertruid
Foto 025
Foto 026
Foto 027
Foto 028
Foto 029
Foto 030
MA230566
blad: 5 van 5
Bijlage 2 Foto’s locatie
MA230566.R01.V1.0
Bijlage 3 Overzicht verzamelde gegevens en bronnen
MA230566.R01.V1.0
Bronvermelding Voor de uitvoering van een vooronderzoek kunnen verschillende aanleidingen van toepassing zijn: A. Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek; B.
D. E.
Opstellen hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nulsituatie- en eindsituatie-onderzoek; Opstellen hypothese over de bodemkwaliteitsklasse van ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie; Opstellen hypothese over de milieuhygiënische kwaliteit ten behoeve van partijkeuring; Opstellen of actualiseren bodemkwaliteitskaart;
F. G.
Toetsing gebruik bodemkwaliteitskaarten bij te ontgraven grond en het toepassen van grond; Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig
C.
grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico's. De verplichte te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in onderstaande tabel. Tabel: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten
1. Locatiegegevens
Aanleidingen tot vooronderzoek A
B
O
O
Bodemopbouw
Antropogene lagen in de bodem
Geohydrologie
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
Kwaliteit o.b.v. Bkk
Kwaliteit o.b.v. uitgevoerde
Eigendomssituatie
C
D
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
F
G
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
O
bodemonderzoeken 4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie,
Voormalig
O
verdachte situatie, activiteiten, ongewoon
Huidig
voorval
Toekomst Asbestverdacht?
O
5. Terreinverkenning
Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd
O
Optioneel
MA230566.R01.V1.0
Tabel: geraadpleegde bronnen voor aanleiding A ''Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek'' Informatie
Geraadpleegd?
Bron
Opmerkingen
Onderzoeksvraag: wat is de afbakening van het onderzoeksgebied? Eigendomssituatie
Ja
Kadaster
-
Hoogteligging
Ja
Dinoloket
-
Oppervlakte en afbakening onderzoeksgebied
Ja
Opdrachtgever
-
Onderzoeksvraag: wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is sprake van verschillende fysische kwaliteiten/bodemvreemde lagen? Bodemtype
Ja
Dinoloket
-
Antropogene lagen in de bodem
Ja
Dinoloket
-
Ja
Dinoloket
-
bevoegd gezag Wbb
-
(dempingen/ophogingen) Geohydrologie (grondwaterstand/drainage/bemaling/ onttrekking/infiltratie)
Onderzoeksvraag: vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging? Geval van ernstige bodemverontreiniging?
Ja
Onderzoeksvraag: is sprake van beïnvloeding vanuit omgeving op de kwaliteit bodem of grondwater? Bodem- en grondwaterkwaliteit nabij de locatie
Ja
bevoegd gezag Wbb
-
Gemeente Margraten
-
Onderzoeksvraag: wat is de te verwachten bodemkwaliteit? Kwaliteitsklasse
Ja
(o.b.v. gemeentelijke nota bodembeheer/Bkk/ uitgevoerde bodemonderzoeken)
Onderzoeksvraag: is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging en is sprake van verdachte parameters? Hinderwet-, Wm- of Wabo-vergunningen
Ja
Gemeente Margraten
-
Archief BOOT
Ja
Gemeente Margraten
-
Aanvullende eisen standaard stoffenpakket
Ja
Gemeente Margraten
-
Voormalig/huidig gebruik
Ja
www.topotijdreis.nl
-
Terreininspectie
Ja
Geonius
-
Hinderwet-, Wm- of Wabo vergunningen
Ja
Gemeente Margraten
-
Historisch/Huidig gebruik
Ja
www.topotijdreis.nl
-
Ja
Geonius
-
(b.v. bebouwing/infrastructuur/verharding/ dammen/brandplekken)
Onderzoeksvraag: is de bodem asbestverdacht?
(ophogingen, dempingen) Terreininspectie (b.v. aanwezigheid bebouwing/ beschoeiingen/ glastuinbouw/dammen/halfverhardingen/ funderingslagen/opslagdepots)
MA230566.R01.V1.0
Bijlage 4 Situatietekening
MA230566.R01.V1.0
Leeg verroest vat olievat Bebouwing Perceel Onderzoekslocatie
Fotolocaties Richting fotolocatie
Oppervlakte Druppelzone Asbestdak Haag Depot Project
Vooronderzoek Moerslag 16 Sint-Geertruid
Onderdeel
Situatietekening
Ondergronden Topografische kaart Geonius Milieu +31 (0) 88 1300 600
Kaart: SPOTinfo TopoPlus
Projectnr
MA230566
Projectleider
B. Habets
Bijlagenr
T4.1
Getekend
R. Florentinus
Datum
30-10-2023
Formaat
A3
Schaal
De Asselen Kuil 10
6161 RD Geleen www.geonius.nl
Bebouwing Perceel Onderzoekslocatie
Fotolocaties Richting fotolocatie Project
Vooronderzoek Moerslag 16 Sint-Geertruid
Onderdeel
Situatietekening
Ondergronden Topografische kaart Geonius Milieu +31 (0) 88 1300 600
Kaart: SPOTinfo TopoPlus
Projectnr
MA230566
Projectleider
B. Habets
Bijlagenr
T4.2
Getekend
R. Florentinus
Datum
30-10-2023
Formaat
A3
Schaal
De Asselen Kuil 10
6161 RD Geleen www.geonius.nl
Bijlage 4.1 Situatietekening UDM, evaluatierapport, 04.03.0013, d.d. 08.10.2004
MA230566.R01.V1.0
Bijlage 4.2 Situatietekening UDM, saneringsplan, 03.03.0190, d.d. 09.10.2003
MA230566.R01.V1.0
MA230566.R01.V1.0
MA230566.R01.V1.0
MA230566.R01.V1.0
Bijlage 4.3 Situatietekening UDM, aanvullend onderzoek, 02020253.B01, d.d. 06.01.2003
MA230566.R01.V1.0
Bijlage 4.4 Situatietekening Fugro, verkennend en nader onderzoek, 86020040, d.d. 27.05.2002
MA230566.R01.V1.0
29