20260526 05g Bijlage Voortoets stikstof NW
Tekst van het document
Vandewall Planologisch Advies
Voortoets stikstof voor de locatie Moerslag 16 te Sint Geertruid
Rapportnummer R202430-A 14 mei 2026 versie 1.0 21.05.2024 versie 1.1 14.05.2026
Auteur: Ir. F. Fahner
FF advies. • Kasteel Daelenbroeckstraat 60 • 6043 XR Roermond www.ferdinandfahner.nl • contact@ferdinandfahner.nl • KvK 63703122
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 2
Inhoudsopgave
1.
Inleiding
Blz. 3
2.
Kader vergunningverlening stikstof
6
3. 3.1. 3.2. 3.3.
Gevolgen voor Natura 2000-gebieden Resultaten AERIUS-berekeningen Instandhoudingsdoelstellingen Evaluatie gevolgen van stikstofdepositie
8 8 12 13
4.
Samenvatting, conclusies en vervolgstappen
18
5.
Gebruikte literatuur
19
Tabellen 1. Berekende stikstofdeposities per habitattype en per fase in Natura 2000-gebied Savelsbos 2. Instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Savelsbos 3. Kenmerken habitattypen waarop stikstofdepositie berekend is Figuren 1. Het projectgebied geprojecteerd op luchtfoto 2. Ligging projectgebied in relatie tot het Natura 2000-gebied waar stikstofdepositie plaatsvindt 3a. Hexagonen waarbinnen toename van stikstofdepositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen in de aanlegfase 3b. Hexagonen waarbinnen toename van stikstofdepositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen in de gebruiksfase 4. Hexagonen met toename van stikstofdepositie in de aanlegfase in relatie tot voorkomen van type H9120 5. Hexagonen met toename van stikstofdepositie in de aanlegfase in relatie tot voorkomen van type H9160B 6. Hexagonen met toename van stikstofdepositie in de aanlegfase in relatie tot voorkomen van type ZGH6430C 7. Hexagonen met toename van stikstofdepositie in de gebruiksfase in relatie tot voorkomen van typen H9120 en H9160B FF advies
8 13 15
3 4 8 9 10 10 11 12
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 3
1.
Inleiding
Aanleiding en doelstelling Voor de nieuwbouw van een woning op de locatie Moerslag ong. te Sint Geertruid zijn AERIUS-berekeningen uitgevoerd voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase (Vandewall Planologisch Advies 2024). Uit deze berekeningen blijkt dat er door het project stikstofdeposities plaatsvinden op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebied Savelsbos. Het betreffende projectgebied is op onderstaande figuur 1 weergegeven. Het betreft kadastraal perceel Margraten R-202.
Figuur 1: Het projectgebied geprojecteerd op luchtfoto
Omdat de stikstofdeposities >0,00 mol N/ha/jaar bedragen, dient een Voortoets stikstof te worden opgesteld. Met deze voortoets dient te worden nagegaan of er door die deposities al dan niet significant negatieve gevolgen zijn te verwachten voor de instandhoudingsdoelstellingen. Het Natura 2000-gebied Savelsbos waarvoor een toename van stikstofdepositie wordt berekend, is op onderstaande figuur 2 weergegeven. Verder naar het FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 4
noorden (4,5 km) ligt Natura 2000-gebied Geuldal, op 2 km naar het zuidoosten ligt Natura 2000-gebied Noordbeemden & Hoogbos en op 1 km naar het zuiden ligt het Belgische Natura 2000-gebied Voerstreek, maar voor geen van deze gebieden zijn toenames berekend.
Figuur 2: Ligging projectgebied in relatie tot het Natura 2000-gebied waar stikstofdepositie plaatsvindt
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hanteert als uitgangspunt dat bij een toename van depositie – ook kleine of tijdelijke – op een met stikstof overbelast gebied onderzocht moet worden of dit significante gevolgen kan hebben1. Als blijkt dat significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, moet een Passende Beoordeling worden uitgevoerd. De beoordeling of de berekende depositie wel of geen significant negatieve gevolgen heeft kan hebben wordt in de voorliggende ecologische voortoets gegeven. Inhoud en vorm Voortoets, aspect stikstof (naar: BIJ12 2021) Er is een grote behoefte aan (snelle) duidelijkheid over de invloed van stikstof uit plannen en projecten op kwetsbare natuur. In de eerste plaats bij de 1
ABRvS 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:202:1125, r.o. 32.4, aangehaald in BIJ12 (2021)
FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 5
initiatiefnemers van plannen en projecten die – vaak maar zeer tijdelijk en heel weinig – stikstof uitstoten. Maar ook bij bevoegde gezagen die zich geconfronteerd zien met zeer veel vergunningaanvragen, die een enorme werklast opleveren en soms geen zinvolle bijdrage zijn aan de bescherming van kwetsbare natuur. De Voortoets Stikstof is bedoeld om een eerste schifting te maken. Wanneer bij een plan of project met stikstofuitstoot op voorhand significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten, hoeft de initiatiefnemer geen Passende Beoordeling te maken en is het plan of project niet vergunningplichtig. Deze beoordeling wordt gedaan in de Voortoets.
Ten aanzien van de vorm van een Voortoets wordt aangegeven dat deze kan bestaan uit: een beschrijving van het plan of project en vooral inclusief de stikstofuitstotende activiteiten in de aanleg- en gebruikfase; beschrijving van de eventuele referentiesituatie waartegen het plan/projecteffect wordt afgezet; beschrijving uitgangspunten (input) en resultaten AERIUS-berekening; beschrijving en ligging Natura 2000-gebieden en opsomming van de instandhoudingsdoel(stelling)en; beschrijving kwaliteit, omvang en trend van de habitattypen en leefgebieden van soorten, huidige populatieomvang van aangewezen soorten, knelpunten voor het halen van de instandhoudingsdoelen en beschrijving van de bepalende procesfactoren (abiotiek); effectbeschrijving en beoordeling aan de hand van de instandhoudingsdoelen; cumulatieve beoordeling. Inhoud rapport In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het toetsingskader. Daarna worden in hoofdstuk 3 de resultaten van de AERIUS-berekening toegelicht. Vervolgens komen in dat hoofdstuk de instandhoudingsdoelstellingen (IHD’s) aan bod en worden de gevolgen van het project voor de IHD’s geëvalueerd. In hoofdstuk 4 wordt een conclusie gegeven waarna een beschrijving volgt van eventueel benodigde vervolgstappen.
FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 6
2.
Kader vergunningverlening stikstof
De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet. De Omgevingswet behelst op dit punt geen inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de Wet natuurbescherming. Als een project wordt uitgevoerd nabij een Natura 2000 gebied (voor stikstof geldt een afstand van 25 km2), dan moet op grond van artikel 11.6 lid 2 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) worden beoordeeld of sprake kan zijn van significante gevolgen. Dit heet de voortoets. Significante effecten In beginsel wordt uitgegaan van de definitie van significantie, zoals die door het Steunpunt Natura 2000 (Steunpunt Natura-2000, 2010) is geformuleerd: ‘Een significant negatief effect is een wezenlijke verslechtering van de kwaliteit en/of vermindering van de omvang van een habitattype zoals bedoeld in het instandhoudingsdoel ten gevolge van menselijk handelen, afhankelijk van de staat van instandhouding en de trends en natuurlijke fluctuaties in omvang/kwaliteit van habitattypen dan wel populatie-omvang van soorten’.
Als significante gevolgen op voorhand zijn uit te sluiten, dan is geen vergunning vereist. Dit is voor stikstof het geval indien er volgens de stikstofberekeningen vrijwel geen toename van stikstofdepositie plaatsvindt naar aanleiding van het te realiseren project. Bij de beoordeling of sprake is van een toename van stikstofdepositie wordt uitgegaan van een vergelijking tussen de referentiesituatie en de beoogde situatie. In dit geval betreft de referentiesituatie reeds een woonfunctie. De planologische wijziging leidt niet tot een uitbreiding van deze woonfunctie. Integendeel: een deel van de gronden krijgt opnieuw de functie ‘agrarisch met waarde’, hetgeen planologisch een afname van stikstofemissies mogelijk maakt ten opzichte van de maximale toegestane invulling. Er wordt geen gebruik gemaakt van interne saldering als mitigerende maatregel. De beoordeling is uitsluitend gebaseerd op de feitelijk en planologisch toegestane referentiesituatie. Daarmee is geen sprake van het betrekken van mitigerende maatregelen in de voortoets. Op basis van de AERIUS-berekening wordt geconcludeerd dat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden op voorhand kunnen worden uitgesloten.
2
AbRvS 5 april 2023, ECLI:NL;RVS:2023:1299
FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 7
Indien niet op voorhand kan worden uitgesloten dat mogelijk significante gevolgen optreden, dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd om in beeld te brengen of daadwerkelijk sprake is van significante gevolgen. In een passende beoordeling mogen wel mitigerende maatregelen (zoals externe saldering) betrokken worden. De vergunning kan worden verleend indien - eventueel met toepassing van deze mitigerende maatregelen – de voorgenomen activiteit de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten. Als uit de Passende Beoordeling blijkt dat significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, kan een vergunning enkel worden verleend indien de ADC-toets succesvol wordt doorlopen: a. er zijn geen alternatieve oplossingen; b. het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang; c. er worden afdoende compenserende maatregelen getroffen.
FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 8
3.
Gevolgen voor Natura 2000-gebieden
3.1. Resultaten AERIUS-berekeningen Berekende stikstofdeposities De met het project gepaard gaande stikstofdeposities zijn in het overzicht van onderstaande tabel 1 samengevat. In figuren 3a,b zijn de resultaten visueel weergegeven (respectievelijk aanleg- en gebruiksfase). Tabel 1: Berekende stikstofdeposities per habitattype en per fase in Natura 2000-gebied Savelsbos Habitattype Toename stikstofdepositie code omschrijving KDW oppervlakte maximale depositie berekend (ha) in mol N/ha/jr aanleg gebruik aanleg gebruik H9120 Beuken-eikenbossen met 1.071 0,39 0,01 0,09 0,01 hulst H9160B Eiken-haagbeukenbossen 1.429 10,44 0,68 0,09 0,01 (heuvelland) ZGH6430C Ruigten en zomen 1.857 0,13 0,06 (droge bosranden)
Figuur 3a: Hexagonen (licht paars) waarbinnen toename van stikstofdepositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen in de aanlegfase (Bron: AERIUS Calculator)
FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 9
Figuur 3b: Hexagonen (licht paars) waarbinnen toename van stikstofdepositie plaatsvindt op stikstofgevoelige habitattypen in de gebruiksfase (Bron: AERIUS Calculator)
Natura 2000-gebied Savelsbos is een gebied van circa 357 ha ten oosten van Maastricht-Zuid en Gronsveld, in het uiterste zuiden van Limburg. In de aanlegfase worden stikstofdeposities berekend voor 29 hexagonen, in de gebruiksfase gaat het om 2 hexagonen, zoals blijkt uit figuren 3a en 3b. Ligging van de habitattypen en mate van overbelasting Aan de hand van kaartbeelden wordt meer gedetailleerd ingegaan op de gevolgen voor de habitattypen. Figuren 4 t/m 7 geven per habitattype weer waar depositietoename plaatsvindt, in relatie tot de achtergronddepositiewaarde (ADW). Toelichting figuur 4. De toename van stikstofdepositie op het type H9120 BeukenEikenbossen met hulst vindt verspreid plaats binnen in totaal 6 hexagonen, op 0,4 ha (vergelijk tabel 2). De kritische depositiewaarde (KDW) van dit type is 1.071 mol N/ha/jr3, waarmee het een ‘zeer gevoelig’ type is binnen de classificatie van Van Dobben et al. (2012). In alle hexagonen is sprake van een zogenaamde ‘overbelaste situatie’ (overschrijding van de KDW-70). Opvallend is ook de grote spreiding in de ADW van de betrokken hexagonen, namelijk van 1.649 tot 1.849 mol N/ha/jr, en dat over een relatief geringe oppervlakte.
3
Echter, in de NDA wordt, net als in Van Dobben et al. (2012), uitgegaan van een KDW van 1.429 mol N/ha/jr voor dit type en valt dit type in de klasse ‘gevoelig’; het is denkbaar dat in AERIUS Calculator een foutieve KDW is ingevoerd FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 10
Figuur 4: Hexagonen met toename van stikstofdepositie in de aanlegfase in relatie tot voorkomen van type H9120
Toelichting figuur 5. De toename van stikstofdepositie op het type H9160B Eikenhaagbeukenbossen (heuvelland) vindt plaats binnen in totaal 27 hexagonen, op 10,44 ha (vergelijk tabel 2). Net als bij het vorige type is in alle hexagonen sprake van overbelasting door stikstof. Opvallend is ook weer de grote range in de ADW van de betrokken hexagonen (1.504 tot 1.980 mol N/ha/jr), binnen een relatief korte afstand (1,3km).
Figuur 5: Hexagonen met toename van stikstofdepositie in de aanlegfase in relatie tot voorkomen van type H9160B
FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 11
Toelichting figuur 6. De toename van stikstofdepositie op het zoekgebiedtype ZGH6430C Ruigten en zomen (droge bosranden) vindt plaats op 0,13 ha (zie tabel 2), verdeeld over 7 hexagonen. Qua stikstofgevoeligheid is dit type, met een KDW van 1.857 mol N/ha/jr, relatief het minst gevoelig van de drie betrokken typen. Gelet op de ADW in de betreffende hexagonen (1.530 à 1.980 mol N/ha/jr) is er in slechts twee hexagonen (met ADW van respectievelijk 1.849 en 1.980 mol N/ha/jr) sprake van de overschrijding van de KDW.
Figuur 6: Hexagonen met toename van stikstofdepositie in de aanlegfase in relatie tot voorkomen van type ZGH6430C
Toelichting figuur 7. Figuur 7 heeft betrekking op de gebruiksfase. In de gebruiksfase zijn er nog twee gevoelige typen waarvoor een stikstofdepositie >0,00 mol N/ha/jr wordt berekend, namelijk de beide typen van figuren 4 en 5 (H9120 en H1960B). Zoekgebiedtype ZGH6430C is afgevallen, daarvoor wordt geen toename meer berekend. Bij type H9120 gaat het overigens maar over een oppervlakte van 0,01 ha, die beïnvloedt wordt ( 1 hexagoon), bij type H9160B betreft het 2 hexagonen, met een totaal beïnvloede oppervlakte van 0,68 ha. Beide hexagonen liggehn tegen elkaar aan, maar het verschil van de ADW (1787-1627 mol N/ha/jr) is fors te noemen en vele male groter dan de berekende toename van 0,01 mol N/ha/jr vanwege het project.
FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 12
Figuur 7: Hexagonen met toename van stikstofdepositie in de gebruiksfase in relatie tot voorkomen van typen H9120 (boven) en H9160B (onder)
3.2. Instandhoudingsdoelstellingen Zoals uit het voorgaande blijkt, worden extra stikstofdeposities berekend voor Natura 2000-gebied Savelsbos. In onderstaande tabel 2 zijn de IHD’s voor Natura 2000-gebied Savelsbos beknopt weergegeven. Voor het Savelbos zijn IHD’s geformuleerd voor 5 habitattypen, waarvan 2 prioritaire typen (H6110 en H6210) en 5 habitatsoorten. De prioritaire FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 13
status houdt in dat voor deze typen een bijzondere verantwoordelijkheid geldt, omdat een belangrijk deel van het natuurlijk verspreidingsgebied in de betreffende Natura 2000-gebieden ligt (artikel 1 Habitatrichtlijn). Tabel 2: Instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Savelsbos (bron: Provincie Limburg 2023) Type Doelstelling***) *) code KDW**) opperoppervlakte kwaliteit omschrijving vlakte (ha) HABITATTYPEN H6110 Pionierbegroeiingen op rotsbodem* 1.429 0,02 > > H6210 Kalkgraslanden* 1.500 0,68 = = H6430C Ruigten en zomen (droge 1.857 0,44 > > bosranden) H9120 Beuken-eikenbossen met hulst 1.071 29,2 = > H9160B Eiken-haagbeukenbossen 1.429 162,6 = > (Heuvelland) HABITATSOORTEN H1078 Spaanse vlag = = H1083 Vliegend hert > > H1318 Meervleermuis = = H1321 Ingekorven vleermuis = = H1324 Vale vleermuis = = Toelichting *) prioritair type **) Kritische Depositiewaarde in mol N/ha/jr (waarden zoals weergegeven in NDA en Van Dobben et al. 2012) ***) doelstelling: > uitbreiding/verbetering, = behoud; bij habitatsoorten gaat het om de oppervlakte en kwaliteit van het leefgebied
3.3. Evaluatie gevolgen van stikstofdepositie Hieronder wordt per habitattype een beoordeling van de gevolgen voor de IHD’s gegeven, eerst zullen enkele algemene overwegingen gegeven worden. Algemene overwegingen Voor geringe depositietoenames kunnen in het algemeen de volgende nuanceringen worden gegeven: a. Gevolgen van een geringe en tijdelijk stikstofdepositie voor de biomassa zijn min of meer verwaarloosbaar en kunnen niet leiden tot wijzigingen in de concurrentieverhouding tussen planten. Een (eenmalige) depositie van 0,01 mol FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 14
N/ha komt overeen met een stikstofgift van 0,14 gram N/ha. Er van uitgaande dat de helft hiervan daadwerkelijk wordt benut (en de andere helft uitspoelt), leidt deze stikstofgift tot een aanwas van de vegetatie van 0,07 / 0,2 = 0,35 gram biomassa/ha (voor de aangroei van 1 gram heeft een plant ongeveer 0,2 gram stikstof nodig; Ter Steege 1996). Deze toename valt in het niet ten opzichte van de productie van natuurlijke habitattypen, die uiteen loopt tussen 2.000 en 6.000 kg droge stof/ha/jr en waarvoor 30 tot 90 kg N/ha/jr nodig is, overeenkomend met circa 2.150 tot 6.400 mol N/ha/jr (Tolkamp et al. 2006). b. Op alle Natura 2000-gebieden in Nederland vindt als gevolg van natuurlijke en door mensen beïnvloede oorzaken depositie van stikstofdepositie plaats. Deze achtergronddepositie varieert tussen ca. 700 en 4000 mol N/ha/jaar, afhankelijk van de locatie. Deze deposities vinden al gedurende decennia permanent plaats, zij het dat ze in de afgelopen decennia aanzienlijk gedaald zijn. Naast deze langjarige trend, waarbij de emissies en achtergronddepositie dalen, variëren de achtergronddeposities op een specifieke locatie ook van jaar tot jaar, als gevolg van jaarlijkse verschillen in weersomstandigheden (temperatuur, windrichting en hoeveelheid neerslag).
Deze verschillen kunnen leiden tot jaarlijkse variaties in de depositie in de orde van grootte van 10%, dus 70 tot 400 mol N/ha/jaar. Een geringe (eenmalige) depositie van bijvoorbeeld 0,1 mol N/ha is tegen de achtergrond van deze fluctuaties in feite verwaarloosbaar en niet relevant (Koolstra 2019). c. Een tijdelijke of permanente toename van slechts enkele honderdsten van molen N/ha/jaar stikstofdepositie, ook als de KDW wordt overschreven, leidt niet per definitie tot een ecologisch effect, laat staan significante gevolgen. Ecologische effecten gaan over aantasting van de kwaliteit van een habitattype of afname van oppervlakte. Het gaat in alle gevallen om concreet waarneembare veranderingen zoals verandering van de soortensamenstelling van de vegetatie, biomassa (structuur), zuurgraad van de bodem of stikstofbeschikbaarheid in de bodem. Als ecologische effecten kunnen worden uitgesloten, kunnen er geen significant negatieve gevolgen optreden voor de instandhoudingsdoelstellingen (uitbreiding oppervlak, behoud kwaliteit; Uitspraak 202105591/1/R1, Raad van State, 2022). d. De ecologische effecten van gereduceerde stikstof (NHx), oftewel ammoniak, zijn veel groter dan die van geoxideerde stikstof (NOx). Dit geldt voor de direct toxische effecten, verzuring en vermesting en is ook te zien in de effecten op vegetaties.
De uitstoot van NOx is van minder belang voor de ecologische IHD’s uit de habitatrichtlijn. Al decennia maakt gereduceerde stikstof meer dan 70 procent uit van de totale stikstofdepositie in de natuur (Van den Burg et al. 2019). Het onderhavige project leidt tot depositie van NOx, maar nauwelijks tot toename van NHx. FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 15
e. In (bijna) overbelaste delen van habitattypen kan een toename van 0,01 mol N/ha/jaar gedurende één, of maximaal twee jaar, niet leiden tot significant negatieve gevolgen (Uitspraak 202106637/1/R4, Raad van State, 2022). Beoordeling per habitattype In tabel 3 zijn gegevens over de habitattypen en de depositie samengevat. Verder is de trend weergegeven, ontleend aan de natuurdoelanalyse (NDA; Provincie Limburg 2023). De overschrijding van de KDW kan worden afgeleid van de figuren 4 t/m 6. Tabel 3: Kenmerken habitattypen waarop stikstofdepositie berekend is Habitattype Depositietoename code KDW opp. (ha) doel*) trend**) max opp. beïnvloed overschrijding (ha / %) KDW Aanlegfase H9120 1.071 29,2 =/> +/? 0,09 0,39 / 1,3% 54,0 - 72,6% H9160B 1.429 162,6 =/> ?/0,09 10,44 / 6,4% 5,3 – 38,6% ZGH6430C 1.857 ? n.v.t. n.v.t. 0,06 0,13 / ? 0 – 6,6% *) IHD doel/kwaliteit, zie tabel 2 **) trend in de oppervlakte resp. kwaliteit (volgens Beheerplan, Dienst Landelijk Gebied 2016), + positief, - negatief, ? niet benoemd in Beheerplan; zoekgebiedtypen worden niet behandeld in het Beheerplan
H9120 Beuken-eikenbossen met hulst De depositietoename bedraagt maximaal 0,09 mol N/ha/jr in de aanlegfase en 0,01 mol N/ha/jr in de gebruiksfase en de overschrijding van de KDW is 54,0 à 72,6% over een oppervlakte van 0,39 ha4. Volgens de NDA is in 2020 99% van de oppervlakte van dit type overbelast en, ondanks een daling in de achtergrondwaarde zal in 2030 nog steeds 90% overbelast zijn. Er is dus wel sprake van een licht positieve trend. De geringe depositietoename (0,01 à 0,09 mol N/ha/jr) als gevolg van het project valt geheel weg tegen deze afname. Voor wat betreft de toename >0,01 mol N/ha/jr betreft het bovendien een tijdelijke toename (maximaal 1 jaar) en voor wat betreft de permanente toename in de gebruiksfase betreft het slechts een ‘snipper’ (0,01 ha), zie figuur 7. Als doel is wel een verbetering opgenomen voor wat betreft de kwaliteit, maar geen uitbreiding van de oppervlakte (zie tabel 2). De verbeterdoelstelling komt door het project niet in het geding, gezien de uiterst geringe toename van stikstofdepositie en de 4
wordt uitgegaan van de KDW van 1.429 mol N/ha/jaar, zoals in de NDA en Van Dobben et al., dan bedraagt de overschrijding 15,4% à 29,4%
FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 16
zeer kleine oppervlakte waar dit aan de orde is. Significant negatieve effecten kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten. Daarbij geldt ook de volgende overweging. Stikstofdepositie kan de verzuring van de bovengrond, dat een natuurlijk proces is in dit bostype, verergeren. Maar door de buffering vanuit de kalkrijke ondergrond zal verzuring niet snel een probleem zijn voor dit habitattype, volgens de NDA. Instroming van voedingsstoffen (run-off) vanuit landbouwpercelen vormt een minstens zo groot knelpunt.
H9160B Eiken-haagbeukenbossen (heuvelland) De depositietoename bedraagt maximaal 0,09 mol N/ha/jr in de aanlegfase en 0,01 mol N/ha/jr in de gebruiksfase en de overschrijding van de KDW is 5,2 à 38,6% over een oppervlakte van 10,44 ha. Voor dit habitattype wordt in de NDA als prognose gegeven dat in 2030 nog 85% van de oppervlakte overbelast is tegen 96% in 2020. Er is derhalve sprake van een licht positieve trend en de geringe depositietoename als gevolg van het project valt geheel weg tegen deze afname en kan dan ook geen significant negatieve gevolgen hebben voor dit type. Het betreft bovendien een tijdelijke toename voor wat betreft het grootste deel van het beïnvloede oppervlak en de permanente toename van maximaal 0,01 mol N/ha/jr heeft betrekking op een geringe oppervlakte van 0,7 ha. Voor het gelijknamige habitattype is als doel wel een verbetering opgenomen voor wat betreft de kwaliteit, maar geen uitbreiding van de oppervlakte (zie tabel 2). De verbeterdoelstelling komt door het project niet in het geding, gezien de uiterst geringe toename van stikstofdepositie en de zeer kleine oppervlakte waar dit aan de orde is. Significant negatieve effecten kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten. Daarbij geldt ook de volgende overweging. Stikstofdepositie kan de verzuring van de bovengrond, dat een natuurlijk proces is in dit bostype, verergeren.
Maar door de buffering vanuit de kalkrijke ondergrond zal verzuring niet snel een probleem zijn voor dit habitattype, volgens de NDA. Instroming van voedingsstoffen (run-off) vanuit landbouwpercelen vormt een minstens zo groot knelpunt. Beide doelstellingen komen door het project niet in het geding, significant negatieve effecten zijn derhalve niet aan de orde. Daarbij geldt ook voor dit habitattype de volgende overweging. Stikstofdepositie kan de verzuring van de bovengrond, dat een natuurlijk proces is in dit bostype, verergeren. Maar door de buffering vanuit de kalkrijke ondergrond zal verzuring niet snel een probleem zijn voor dit habitattype, volgens de NDA. Instroming van voedingsstoffen (run-off) vanuit landbouwpercelen vormt een minstens zo groot knelpunt.
FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 17
ZGH6430C Ruigten en zomen De depositietoename bedraagt voor het zoekgebiedtype ZGH6430C maximaal 0,06 mol N/ha/jr in de aanlegfase. In de gebruiksfase wordt geen toename berekend >0,00 mol N/ha/jr. De overschrijding van de KDW is 0 à 6,6% over een oppervlakte van 0,13 ha. De prognose, gegeven in het NDA, is dat in 2030 er geen overschrijding meer is voor het gelijknamige habitattype. Er is dus sprake van een positieve trend en dit geldt ook voor het zoekgebiedtype. De tijdelijke toename van stikstofdepositie zal de verwachte verbetering niet in negatieve zin kunnen beïnvloeden, gezien de uiterst geringe toename. Er is bovendien geen sprake van een type waarvoor een IHD is geformuleerd en het betreft een tijdelijke toename. Voor het gelijknamige habitattype is als doel wel een verbetering opgenomen voor wat betreft de kwaliteit, maar geen uitbreiding van de oppervlakte (zie tabel 1). De verbeterdoelstelling komt door het project niet in het geding, significant negatieve effecten zijn derhalve niet aan de orde. Gevolgen voor habitatsoorten In de NDA wordt van de in tabel 2 genoemde habitatsoorten alleen de spaanse vlag als stikstofgevoelig aangemerkt, aangezien het insect afhankelijk is van stikstofgevoelige leefgebieden, met name kalkgraslanden, glanshaverhooilanden en eiken-haagbeukenbossen.
Te hoge stikstofdepositie veroorzaakt een versnelde ontwikkeling in de successie van de vegetatie, waarbij wordt verondersteld dat de kwaliteit van de voedselplantenlocaties afneemt. Bij de algemene overwegingen is beredeneerd dat de geringe toename van stikstofdepositie geen gevolgen kan hebben voor de soortensamenstelling van de vegetatie. Ook voor de spaanse vlag geldt dat significant negatieve gevolgen van het project kunnen worden uitgesloten.
FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 18
4.
Samenvatting, conclusies en vervolgstappen
Op grond van artikel 11.6 lid van het Besluit activiteiten leefomgeving is een voortoets opgesteld voor de voorgenomen nieuwbouw aan de Moerslag te Sint Geertruid. Voor de habitattypen van Natura 2000-gebied Savelsbos, waarvoor instandhoudingsdoelstellingen (IHD’s) zijn geformuleerd, is in deze voortoets nagegaan of er sprake kan zijn van significant negatieve gevolgen van de voorgenomen nieuwbouw. Uit AERIUS-berekeningen door Vandewall Planologisch Advies blijkt namelijk dat er zowel in de aanleg- als de gebruiksfase overschrijdingen van de grenswaarde 0,00 mol N/ha/jr berekend worden voor stikstofgevoelige habitattypen in genoemd Natura 2000-gebied. In de aanlegfase vindt er een maximale stikstofdepositie plaats van 0,01 à 0,09 mol N/ha/jr op 2 habitattypen, te weten H9120 Beuken-eikenbossen met hulst en H9160B Eikenhaagbeukenbossen (heuvelland). Verder wordt een toename van 0,01 mol N/ha/jr berekend voor zoekgebiedtype ZGH6430C Ruigten en zomen (droge bosranden), maar voor dit type zijn geen IHD’s geformuleerd. Voor alle in deze voortoets beschouwde typen geldt dat de geringe toename van stikstofdepositie ecologisch gezien geen negatief effect kan hebben.
De geringe toename valt verder geheel weg tegen de geleidelijke afname van de achtergronddepositiewaarde, waarvoor in de natuurdoelanalyse van het onderhavige Natura 2000-gebied (Provincie Limburg 2023) trends zijn bepaald. Omdat significant negatieve effecten redelijkerwijs kunnen worden uitgesloten, is er geen vergunning nodig en hoeft er geen Passende Beoordeling te worden opgesteld. Verdere vervolgstappen in het kader van de Omgevingswet zijn niet nodig.
FF advies
vandewall planologisch advies voortoets stikstof voor de bouwlocatie moerslag 16 te sint geertruid, rapport r202430-a 19
5.
Gebruikte literatuur
BIJ12. Handreiking Voortoets Stikstof. Februari 2021. Helpdesk Stikstof en Natura 2000. Burg, A. van den, H. Siebel, R. Bobbink & I. Borkent. 2019. Einde van het PAS. Nu inzetten op winst voor natuur! In: Vakblad natuur bos landschap 2019(158):4-8. Dienst Landelijk Gebied Staatsbosbeheer. 2016. Natura 2000-beheerplan Savelsbos (160). November 2016. Dobben, H.F., R. Bobbink, D. Bal & A. van Hinsberg. 2012. Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Alterra-rapport 2397. Alterra Wageningen UR, Wageningen. Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12. Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021. Januari 2022. Versie 1. Koolstra, B. 2019. Beoordeling stikstofdepositie dijkversterking Neer. Rapp. 2019008-11 i.o.v. Waterschap Limburg. Koolstra Advies Ecologie en Natuurwetgeving, Assen. Provincie Limburg. 2023. Natuurdoelanalyse N2000 Savelsbos. Maart 2023, Maastricht. Steege, M.W. ter. 1996. Regulation of nitrate uptake in a whole plant perspective: Changes in influx and efflux of nitrate in spinach. Doctor of Philosophy, University of Groningen, Groningen. Steunpunt Natura 2000. 2010. Leidraad bepaling significantie. Nadere uitleg van het begrip ‘significante gevolgen’ uit de Natuurbeschermingswet. Datum: versie 27 mei 2010. Steunpunt Natura 2000, Ede. Tolkamp, G.W., C.A. van den Berg, G.J.
Nabuurs & A.F. Oltshoorn. 2006. Kwantificering van beschikbare biomassa voor bio-energie uit Staatsbosbeheerterreinen. Alterra-rapport 1380. Alterra, Wageningen. Vandewall Planologisch Advies BV. 2024. AERIUS-berekening Realisering nieuwbouwwoning Moerslag Sint Geertruid. Projectnummer VPA 2023.62 AERIUS d.d. 19.04.2024. Maastricht.
FF advies