CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20251216 12h Grote straat 5 Banholt - Bijlage 7 Landschappelijk inpassingsplan

* Raadsvergaderingen 16 december 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen voor het oprichten van een opslagloods Grote Straat 5 Banholt6.814 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 te Banholt Gemeente Eijsden-Margraten ROM240022. 001 | 4 febuari 2025

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 te Banholt Gemeente Eijsden-Margraten ROM240022. 001 | 4 februari 2025

Inhoudsopgave 1. 1. 1 1. 2

2. 2. 1 2. 2 2. 3

Inleiding

4

Aanleiding Projectgebied

4 5

Ruimtelijke context

6

Historie van het gebied Landschap en landschapselementen Beleidstukken

6 7 8

5. 5. 1 5. 2 5. 3 5. 4 5. 5 5. 6 5. 7 5. 8

Locatiekeuze nieuwbouw

17

Locatie 1 Locatie 2 Locatie 3 Locatie 4 Locatie 5 Locatie 6 Zicht op alternatieve locaties Afweging locatiekeuze

17 19 20 21 22 23 24 25

Landschappelijke inpassing

26

Inpassingsplan november 2017 Inpassingsplan februari 2023 Maatregelen landschappelijke inpassing

26 27 29

Handvaten Kernkwaliteit Nationaal Landschap Zuid-Limburg

3.

6. 10 3. 1 3. 2 3. 3

4. 4. 1 4. 2 4. 3 4. 4

Plateau van Margraten Leidende beginselen Kansen voor ontwikkeling

11 12 13

Kernkwaliteiten en ontwerpprincipes

14

Kernkwaliteit reliëf Kernkwaliteit contrast tussen open-besloten Overige kernkwaliteiten Ontwerpprincipes

14 15 15 16

6. 1 6. 2 6. 3

1. Inleiding 1. 1 Aanleiding De maatschap Scheepers-Moermans (hierna: de maatschap) exploiteert op de locatie Grotestraat 5 te Banholt een volwaardige paardenhouderij (pensionstalling met

trainingsfaciliteiten). De paardenhouderij binnen het bedrijf heeft de afgelopen jaren een gestage groei doorgemaakt van 92 naar 187 paarden. De groei van paarden werd inpandig ondergebracht in de bestaande ligboxenstal en overige bestaande bebouwing. De bovenstaande ontwikkeling maakt dat de maatschap nu een nieuwe opslagloods nodig heeft ten behoeve van het stallen/opslaan van werktuigen/machines en ten behoeve van een overdekte opslag van hooi en stro dat nu nog elders wordt opgeslagen. Dit alles dus met het doel om de werktuigen en machines niet buiten te hoeven stallen/op te hoeven slaan en om het benodigde hooi en stro droog en op het bedrijf zelf op te kunnen slaan. Daarbij draagt het inpandig stallen van werktuigen en machines en het inpandig opslaan van hooi en stro bij aan een mooiere en opgeruimde uitstraling van bedrijf naar de omgeving.

Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten en valt binnen de zonering ‘Groenblauwe mantel’ en de ‘Beschermingszone Nationaal Landschap Zuid-Limburg’. Een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied binnen in het ‘Beschermingsgebied Nationaal Landschap Zuid-Limburg’ , dient op basis van de instructieregels van de Omgevingsverordening Limburg (artikel 7. 1 en 7. 2) een beschrijving te bevatten van: • de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten; • de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan; en • de wijze waarop de negatieve effecten zijn gecompenseerd.

Ten behoeve van eerdere uitbreidingen op deze locatie zijn in november 2017 en februari 2023 landschappelijke inpassingsplannen opgesteld waarin een beschrijving van de kernkwaliteiten en gehanteerd uitgangspunten van de uitbreiding opgenomen. Om de nieuwe bebouwing op een vanzelfsprekende wijze onderdeel te laten uitmaken van het bestaande agrarische erf , dient voor de optimale situering van de nieuwbouw een locatiestudie worden gedaan naar een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing van de uitbreiding. Daarin wordt op basis van de kernkwaliteiten een nieuwe afweging gemaakt. Voorliggend document voorziet in een toelichting in de landschappelijke inpassing en de verbetering van de omgevingskwaliteit.

4

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

1. 2 Projectgebied Het projectgebied ligt aan de Grotestraat 5 aan de rand van de kern Banholt in het buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten. Het ligt aan een uitloper van één van de dorpslinten van Banholt , welke in het oosten aansluit op het gehucht Terlinden en de provinciale weg N598. Het projectgebied bestaat uit het agrarisch erf met de bedrijfswoning aan de Grotestraat en de bedrijfsbebouwing op het achtererf. De bestaande bebouwing bestaat uit twee rijhallen met stalruimte , een aantal stallen en loodsen , een stapmolen en een longeercirkel en een grote buitenbak. De noordelijk gelegen opslagloods , rijhal en buitenbak liggen ongeveer 4 meter hoger dan de rest van de bebouwing. Het hoogteverschil wordt overbrugd via een verhard kavelpad aan de westzijde.

Figuur 1. Luchtfoto met aanduiding locatie projectgebied

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

55

2. Ruimtelijke context 2. 1 Historie van het gebied Het projectgebied ligt aan de Grotestraat , nabij de dorpsrand van Banholt. De Grotestraat is een uitloper van de dorpslinten Dalestraat/Mheerderweg en loopt van de kern van Banholt door het buitengebied naar Terlinden , waar het uiteindelijk aansluit op de provinciale weg N598. De weg vormt daarmee een gebiedseigen en karakteristieke oudere route , daterend van voor of gelijktijdig met de middeleeuwse verkaveling , zoals die in het Zuid-Limburgse buitengebied meer voorkomen. De ter plekke aanwezige ‘gewand’-verkaveling omvat smallere kavels ontstaan door het opsplitsen van bredere percelen. Het wegenpatroon – mede door de insnijding tot holle wegen – en de verkaveling is sindsdien niet meer veranderd en heeft hoge cultuurhistorische waarden. Banholt en de omliggende gehuchten als Terhorst en Terlinden hebben over de jaren hun oorspronkelijke identiteit behouden. In de linten heeft wat verdichting plaatsgevonden door nieuwbouw van woningen. De grootste ontwikkelingen rond het projectgebied is het geleidelijk verdwijnen van de kleinschaligere verkaveling met huisweiden en hoogstamboomgaarden rond de kernen , mede door de schaalvergroting en de ruimere opzet van de agrarische percelen. Ook werden agrarische bedrijven vanuit de kern naar solitaire locaties in het buitengebied verplaatst.

Zo is ook de agrarische locatie op de locatie Grotestraat 5 in de jaren ’80 ontstaan. Doorliggende locatie is de laatste jaren omgevormd tot een paardenhouderij met pensionstalling. Op basis van de eerdere uitbreidingen zijn een aantal landschappelijke inpassingsplannen opgesteld , waarbij voor de locatie passende landschapselementen als hoogstamfruitbomen , meidoornhagen en op de steilere taluds robuustere

6

Figuur 2. Historische kaart 1900

Figuur 3. Historische kaart 1950

Figuur 4. Historische kaart 2000

Figuur 5. Topografische kaart 2023

struweelbeplanting zijn toegevoegd. Deze maatregelen hadden als doel om het agrarisch erf te voorzien van streekgebonden en daarmee passende randbeplanting , karakteristiek voor de dorpsranden en het halfopen landschap

rondom de kernen. Voorliggend project dient ingebed te worden binnen de bestaande landschapselementen en wordt aangevuld met passende landschapselementen , passend in de karakteristieken ter plekke.

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

2. 2 Landschap en landschapselementen Ter plekke is sprake van reliëf doordat het projectgebied ligt op de overgang van het ‘Eiland van Banholt’ naar de Horstergrub , een laagte in het landschap dat richting het westen verder afloopt richting het dal van de Voer. Daar waar geleidelijke verdichting met agrarische- en woonbebouwing is ontstaan , is stedenbouwkundig sprake van lintvorming. Ter hoogte van het projectgebied is sprake van een lage bebouwingsdichtheid met enkele agrarische bedrijven. Het omliggend landschap ter plaatse wordt door het reliëf en de open gebieden gekenmerkt door vergezichten over het glooiende heuvellandschap , afgewisseld met kleine bebouwingsclusters en groenelementen zoals bomenlanen , fruitgaarden en geschoren hagen op de perceelsgrenzen. Op en rondom het projectgebied is reeds veel beplanting aanwezig. Ten westen van de locatie , tussen het erf en het buurperceel ligt een jonge boomgaard met hoogstamfruitbomen , die omzoomd wordt met hagen. Ook de andere percelen in het landschap zijn veelal voorzien van de karakteristieke (meidoorn-) hagen op de perceelsranden. De oostzijde van het projectgebied wordt begrensd door een talud met een hoogteverschil van 4 meter , beplant met een groensingel van struweel en boomvormers. Op het lagergelegen buurperceel ligt een waterbuffer van het Waterschap Limburg.

Op het achtererf staat een omvangrijk bomenraster met hoogstamfruitbomen. Ook staan er diverse solitaire bomen in de wei ten noorden van de locatie. Al dit groen is in eigendom en beheer van de initiatiefnemer. Door de bestaande beplanting is de bestaande agrarische bebouwing op een goede wijze reeds landschappelijk ingepast. De nieuw te bouwen loods kan op een passende wijze tussen de bestaande beplantingselementen worden gesitueerd , waardoor de uitbreiding op een landschappelijk logische manier wordt vormgegeven.

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

Figuur 6. Weergave bestaande situatie

7

2. 3 Beleidstukken Landschapsontwikkelingsplan ‘Buitengewoon Margraten’ Het landschapsontwikkelingsplan geeft een integrale visie op het landschap van de voormalige gemeente Margraten , die uitgaat van de bestaande kernkwaliteiten van het landschap en waarin de gewenste ontwikkelingen worden vastgelegd. Voor onderhavige plannen geldt dat naast een robuuste inpassing ook aandacht dient te zijn voor de vormgeving van bijbehorende voorzieningen , zoals afrastering en paardenbakken. Ook deze elementen moeten worden voorzien van passende materialen en beplanting , aangezien ook deze elementen onderdeel uitmaken van het cultuurlandschap. Het projectgebied behoort tot het deelgebied van Groot Stuck , Hackenroth , Bergveld en Krikelberg.

Doelen uit LOP Buitengewoon Margraten: het in stand houden van het contrast (open plateaus , kleinschalige dalen , beboste hellingen); uitbreidingen van het areaal aan landschapselementen; inbedding van de kernen in passende landschapselementen als boomgaarden.

Manifest Buitengewoon Buitengebied Op 21 maart 2021 heeft de gemeenteraad van EijsdenMargraten besloten tot de richtinggevende uitspraken over de toekomstige beleidskoers voor het buitengebied van de gemeente Eijsden-Margraten in het Manifest Buitengewoon Buitengebied. De richtinggevende uitspraken vormen de beleidsrichting en daarmee de toetsingsbasis voor de besluitvorming over ontwikkelingen en initiatieven in het buitengebied van de gemeente.

8

Figuur 7. Het deelgebied van Groot Stuck , Hackenroth , Bergveld en Krikelbergmet aanduiding projectgebied

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

Met betrekking tot onderhavig initiatief zijn de volgende richtinggevende uitspraken met de daarbij behorende toelichting van toepassing. • We maken in principe per saldo geen nieuwe bouwlocaties

(nieuwvestiging) in het buitengebied. • Dit geldt zowel ten aanzien van agrarische bouwlocaties , maar ook locaties voor toerisme , horeca , wonen en zorg. Er komen voldoende bestaande locaties vrij voor herontwikkeling. Per saldo betekent dit dat we wel openstaan voor nieuwe bouwlocaties als , elders een locatie in zijn

geheel wordt opgeruimd , latente ruimte wordt ingetrokken , dan wel een wezenlijke kwaliteitsbijdrage wordt geleverd aan het gebied en de nieuwe locatie ligt in minder kwetsbaar gebied. Maatwerk is hiervoor vereist. • Bouwen

in het buitengebied kan , maar nadere voorwaarden.

alleen onder

• Wij werken naar

een systeem waarbij bouwen in het buitengebied alleen is toegestaan onder nadere voorwaarden. Deze nadere voorwaarden kunnen bestaan uit bijvoorbeeld de sloop van overtollige stallen en andere gebouwen , maar ook de landschappelijke inpassing van het erf , compensatie van waarden , dan wel eventuele maatregelen die nodig zijn op het gebied van klimaatadaptatie en energietransitie. Bij agrarische bebouwing wordt aandacht geschonken aan een goede landschappelijke inpassing , waarbij het eigen karakter van de streek wordt gewaarborgd/versterkt. Hierdoor kan elke ontwikkeling worden aangegrepen om stappen in goede richting te zetten. In het Omgevingsplan zullen wij deze nadere voorwaarden verder uitwerken.

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

Conclusie Wat betreft het voorgenomen initiatief is er reeds sprake van een paardenhouderij en het initiatief maakt geen solitaire bouwlocatie mogelijk. Landschappelijk inpassing en aansluiting bij de provinciale kernkwaliteiten is nodig om met het initiatief te kunnen instemmen.

Middels een bedrijfsontwikkelingsplan zal aangetoond moeten worden dat de nieuwe loods noodzakelijk is; De kwaliteitsverbetering is maatwerk op basis van de aard en omvang van de ontwikkeling.

Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013 De gemeente Eijsden-Margraten heeft de provinciale beleidsregel ‘Limburgs Kwaliteitsmenu’ vertaald in het ‘Gemeentelijk Kwaliteitsmenu Eijsden-Margraten 2013’. Dit kwaliteitsmenu is van toepassing op de gebieden buiten de zogenaamde rode contouren. Het Gemeentelijke Kwaliteitsmenu (GKM) is derhalve ook van toepassing op de projectlocatie. Met het GKM beoogt de gemeente een balans te vinden tussen de instandhouding en verbetering van de kwaliteiten van het buitengebied enerzijds en de mogelijkheden voor ontwikkelingen anderzijds. Wanneer een ontwikkeling ruimtelijk gezien niet op voorhand onaanvaardbaar is , wordt gekeken of de ontwikkeling met een kwaliteitsbijdrage op grond van het GKM mogelijk is. Van belang daarbij is ‘Module 4 - Agrarische uitbreiding en nieuwvestiging’: Nieuwe bedrijfsgebouwen in het buitengebied kunnen een inbreuk maken op het landschap. Om zowel de ontwikkeling van landbouwbedrijven te blijven faciliteren alsook de kwaliteit van het landschap te verbeteren , worden landschappelijke maatregelen en eventuele vedergaande kwaliteitsverbeterende maatregelen gevraagd van agrarische bedrijven die willen uitbreiden;

9

3. Handvaten Kernkwaliteit Nationaal Landschap Zuid-Limburg Het Handvat Kernkwaliteiten Nationaal Landschap ZuidLimburg biedt een handreiking voor initiatiefnemers van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen om antwoord te geven op de motiveringsvraag van de landschappelijke kernkwaliteiten uit de Omgevingsverordening en zal voor het project worden gebruikt om een antwoord geven op vraag waarom deze ontwikkeling mogelijk is op deze locatie en onder welke voorwaarden. Op basis van het Handvat Kernkwaliteiten Zuid-Limburg ligt de locatie binnen het deelgebied Plateau van Margraten.

Figuur 8. Nationaal Landschap Zuid-Limburg met aanduiding locatie Grotestraat 5

10

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

3. 1 Plateau van Margraten Belangrijkste kenmerken van het Plateau van Margraten: • Een wijdvertakt netwerk aan droogdalen die zich bijzonder ver insnijden in het plateau. Juist door deze insnijding kent

het plateau weinig grote vlakke delen. Integendeel , het gehele plateau heeft een voornamelijk glooiend karakter; • De

grote oppervlakken boomgaarden waarvan de commerciële teelt plaatsvindt in laagstamboomgaarden tussen de kernen in. Rond de dorpen zijn nog relatief veel hoogstambomen te vinden. • Door de vele hoge plateauranden is het vanaf veel locaties mogelijk naar het beneden gelegen dal en andere lager

gelegen plateaus te kijken. Het projectgebied ligt op het plateau en wordt aan de zuidkant begrensd door het droogdal ‘Terhorstergrub’. Het landschap kenmerkt zich als glooiend. De bestaande glooiingen in het landschap in combinatie met de vele hoogstambomen rond het projectgebied bieden handvaten voor de situering van de nieuwe bebouwing en zorgen ervoor dat de nieuwe bebouwing op een logische manier kan worden ingebed in het bestaande landschap.

Figuur 9. Uitsnede Handvat Kernkwaliteiten met ligging projectgebied binnen het Plateau van Margraten

Binnen het projectgebied is deze overgang ook terug te vinden. Rond de rijhal met de daarbij behorende erfverharding is het maaiveld vlak. Door de beplanting (hoogstamfruitbomen en struweel) uit de eerdere inpassingsplannen is sprake van een besloten landschap. Aan de oostzijde wordt het landschap glooiender en meer open. De nieuwe bebouwing dient te worden ingepast in het meer besloten landschap.

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

11

3. 2 Leidende beginselen De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap zijn niet vanzelfsprekend en zijn daarom gebaat bij een zorgvuldige omgang en bescherming. Om een raamwerk voor de bescherming en ontwikkeling van het Zuid-Limburgse landschap te bieden zijn een aantal zogenaamde leidende beginselen opgesteld. Op de locatie zijn een aantal leidende beginselen relevant voor voorliggend project. L05 Vergroenen dorpsranden Het dorpsranden versterkt het vergroenen van cultuurlandschap , verbetert het uitzicht op de dorpsranden , creëert kleinschalige ecologische verbindingen , geeft ruimte voor de teelt van regionale producten , markeert dorpsranden en verbetert de lokale recreatiemogelijkheden. Geïnspireerd door het historische landschap worden dorpen op de plateaus bij voorkeur omzoomd met kleine weilanden , heggen en hoogstamboomgaarden.

Figuur 10. L05 Vergroenen dorpsranden

Figuur 11. L06 Herstel van kleine landschapselementen

L06 Herstel van kleine landschapselementen Het herstellen van kleine landschapselementen zoals graften , heggen en boomgaarden draagt bij aan versterking van het historische cultuurlandschap , de uitbreiding van ecologische verbindingen , tegengaan van erosie en de beperking van overstromingsrisico’s. Door deze elementen weer te herstellen wordt een meer divers cultuurlandschap gecreëerd met een uitgebreider scala aan landschappelijke belevingen. L08 Zorgvuldige omgang met bebouwing in kwetsbare

delen Door ongestructureerde verspreide bebouwing te ordenen naar landschappelijke logica en te zorgen voor buffers tussen bebouwde gebieden wordt verrommeling voorkomen. Op de dalbodems , steile hellingen en op de hoge delen van de plateau’s is het wenselijk terughoudend om te springen met verdere bebouwing. Daarentegen zijn er , mits een zorgvuldige inpassing , in de lagere delen , soms wel ontwikkelingen mogelijk.

12

Figuur 12. L08 Zorgvuldige omgang met bebouwing in kwetsbare delen

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

3. 3 Kansen voor ontwikkeling Karakteristiek voor Zuid-Limburg is de aanwezigheid van grondgebonden landbouwsector , met voornamelijk een akkerbouw , melkveehouderij en fruitteelt. Landbouw vormt de grootste grondgebruiker in het Nationaal Landschap ZuidLimburg en is niet alleen de grondlegger van het historische en huidige cultuurlandschap maar ook een belangrijke factor in het huidige beeld en de kwaliteit van het landschap. Juist door deze uitzonderlijke positie ligt een groot deel van het beheer van het cultuurlandschap in handen van de agrariër. Binnen deze sector vinden er twee hoofdontwikkelingen plaats. Naast een afname van het aantal agrarische bedrijven is er sprake van schaalvergroting en/of verbreding bij de resterende bedrijven. Tot nog toe hebben veel agrarische bedrijven gekozen voor uitbreiding , om de continuïteit van het bedrijven te verzekeren. In het landschap gaat dit gepaard met de bouw van grote stallen en loodsen. Deze nieuwe gebouwen zijn veelal groter en worden opgebouwd uit andere materialen dan wat van oudsher werd gedaan. Een goede lokalisering en inpassing van deze gebouwen is essentieel om de kernkwaliteiten van het landschap te behouden , dan wel te versterken.

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

13

4. Kernkwaliteiten en ontwerpprincipes 4. 1 Kernkwaliteit

reliëf

Het maaiveld loopt af richting het zuidwesten , maar ook binnen het projectgebied is sprake van een flink hoogteverschil tot 8 meter. Bij eerdere ontwikkelingen op deze locatie zijn bij het inrichten van het terrein terrassen aangelegd waarop stapsgewijs de bebouwing , waaronder de rijhal zijn gerealiseerd. Verder is sprake van een droogdal direct ten zuiden van het projectgebied. Van belang is dat de uitbreiding van het agrarisch erf een goede aansluiting vindt met het omliggend landschap vanwege het zicht op het ensemble vanuit meerdere (hoger gelegen) locaties vanuit de omgeving. De uitbreiding van het erf en de bebouwing dient het plaatselijke reliëf te volgen. Indien nodig dienen eventuele aanpassingen van het reliëf een beperkte omvang te hebben en zorgvuldig te worden uitgevoerd. De nieuwe bebouwing dient aan te sluiten op de bestaande bebouwing , waarbij gebruik kan worden gemaakt van het bestaande (redelijk vlakke) maaiveld. Grootschalige graafwerkzaamheden zijn niet wenselijk omdat deze een aantasting van de kernkwaliteit vormen. Realiseren van nieuwe bebouwing op een ander peil dan de huidige rijhal (hoger dan wel lager) zorgt ervoor dat de eenheid en leesbaarheid van het agrarisch erf verloren gaat. Bouwen op de bodem van het kwetsbare droogdal moet voorkomen worden.

Figuur 13. Uitsnede kaart kernkwaliteit reliëf met ligging projectgebied

14

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

4. 2 Kernkwaliteit contrast tussen open-besloten De dorpsrand kent een meer besloten karakter dan de omliggende agrarische percelen door de aanwezigheid van (hoogstam)boomgaarden , (solitaire) bebouwing en diverse landschapselementen. Het projectgebied ligt nabij de dorpsrand en kent eveneens een meer besloten ligging door de aanwezigheid van hierboven genoemde aspecten. Doordat de locatie op de overgang naar het open buitengebied ligt , is de locatie vanuit diverse standpunten in de omgeving zichtbaar. Bij uitbreiding is het van belang dat er een landschappelijk en ruimtelijk passende uitbreidingsrichting wordt gekozen , rekening houdend met de hoogtelijnen. Tevens dient compact te worden gebouwd aansluitend op het bestaande erf. De eerder opgestelde landschappelijke inpassingsplannen hebben reeds met de toegevoegde landschapselementen een besloten kader gevormd waarbinnen de nieuwbouw passend kan worden gerealiseerd.

4. 3 Overige kernkwaliteiten De agrarische bedrijfsbebouwing is relatief jong en bevatten geen cultuurhistorische waarden , waardoor deze kernkwaliteit minder aanknopingspunten geeft voor het ontwerp. Ten aanzien van de kernkwaliteit groen karakter zijn voor het realiseren van de paardenhouderij en vervolgens een aantal uitbreidingen een aantal landschappelijke inpassingsplannen opgesteld waarin het groene karakter van de locatie steeds is versterkt met bij het erf passende elementen als meidoornhagen op de perceelsgrenzen , hoogstamfruitboomgaarden en struweel op het talud. Figuur 14. Uitsnede kaart kernkwaliteit schaalcontrast open-besloten met ligging projectgebied

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

15

4. 4 Ontwerpprincipes 12: Compact bouwen In het geval van een compacte aansluiting op het bestaande ensemble kan het beeld van de oorspronkelijke boerderij als hoofdmassa behouden blijven door de nokhoogte van het toe te voegen volume lager te houden. 13: Uitbreiding volgt reliëf Door de uitbreiding het bestaande reliëf te laten volgen behoudt de bestaande bebouwing haar centrale functie in het gehele ensemble. Indien mogelijk reageert de uitbreiding door middel van een afwijkende dakvorm op het aanwezige hoogteverschil.

Figuur 15. Ontwerpprincipe 12: Compact bouwen

Figuur 16. Ontwerpprincipe 13: Uitbreiding volgt reliëf

111: Graftherstel Het herstellen van bestaande graften in de hellingen draagt zowel bij aan de versterking van de groene beleving en ecologische waarden van de helling als aan het tegengaan van ernstige erosie door gebruik te maken van een gebiedseigen landschapselement.

Figuur 17. Ontwerpprincipe 111: Graftherstel

16

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

5. Locatiekeuze nieuwbouw De nieuwe bebouwing volgt de bestaande hoogtelijnen van het landschap. Ten behoeve van voorliggend project is op basis van de kernkwaliteiten , gekozen ontwerpprincipes en overige overweging een locatiekeuze gemaakt voor de beoogde ligging van de nieuwbouw. De verschillende mogelijke locaties worden onderstaand afgewogen.

12: Compact bouwen Locatie 1 voorziet in compact bouwen. Op basis van de stedenbouwkundige situatie is ervoor gekozen de nieuw te bouwen opslagloods zodanig te positioneren dat deze binnen de bestaande stedenbouwkundige lijnen ligt. 13: Uitbreiding volgt reliëf

111: Graftherstel De (te behouden) hoogteverschillen worden gebruikt voor het aanleg/herstel van graften door nieuwe aanplant. Naast landschappelijke inpassing wordt ook een landschappelijke en natuurlijke kwaliteitsverbetering nagestreefd.

5. 1 Locatie 1 Locatie 1 voorziet in het aansluiten van de nieuwbouw op de bestaande bebouwing.

Kernkwaliteit reliëf De uitbreiding van het erf en de bebouwing dient het plaatselijke reliëf te volgen. Door de nieuwe loods hetzelfde peil te geven als de bestaande bebouwing is geen aanpassing van het reliëf nodig. De nieuwe opslagloods ligt in het verlengde van bestaande bebouwing , de achtergevel komt gelijk te liggen , met de kopgevel van de rijhal en de nokhoogte (825 meter) wordt ruim lager dat de rijhal (980 , meter). Daarmee valt het weg tegen de bestaande bebouwing op de helling.

Kernkwaliteit contrast open-besloten Door het plaatsen van de nieuwbouw in het verlengde van een bestaande loods en rekening te houden met de gevellijnen van de bestaande rijhal , is geen sprake van een extra nieuwe ‘uitstekende’ bouwmassa. Het contrast van besloten naar open landschap wordt daarmee gerespecteerd en niet aangetast.

Ontwerpprincipes

Figuur 18. Locatie 1

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

17

Overige overwegingen Voorafgaand aan deze ontwikkeling is bij het realiseren van de paardenhouderij en de opvolgende uitbreiding (paddocks) steeds een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarmee het groene karakter van de locatie steeds is versterkt. Daarom is op en rond het agrarisch erf veel landschappelijke inpassing aanwezig in de vorm van hagen , (fruit)bomen en struweel. Voorliggend bouwplan wordt gesitueerd tussen de reeds aanwezige beplanting. Verder zal een aanvullende landschappelijke inpassing worden gerealiseerd ter compensatie van de (minimale) landschappelijke inpassing welke door de bouw van de opslagloods verloren gaat. Vanuit planologische overweging ligt de opslagloods hier voor een deel (circa 290 m²) binnen het bouwvlak van het bedrijf. De overschrijding van het bouwvlak bedraagt circa 360 m². Het feit dat hier al deels sprake is van een bestaand bouwvlak maakt dat hier al een afweging heeft plaatsgevonden omtrent de planologische mogelijkheden voor het oprichten van een gebouw. Verder is de gekozen locatie reeds vlak door de ligging van de eerder (in 2023) vergunde paddocks , waardoor aanvullende bodemwerkzaamheden zoals het aanpassen van het maaiveld niet aan de orde zijn. Daarbij sluit de gekozen locatie ook goed aan bij de landschappelijke inpassing van de vergunde paddocks.

Door twee paddocks te laten vervallen kan de opslagloods worden gerealiseerd. Bedrijfstechnisch kan op locatie 1 gebruik worden gemaakt van de bestaande infrastructuur (erf) van het bedrijf voor laden en lossen. Omdat de loods vanwege brandoverslag minimaal op een afstand van 5 meter van de rijhal moet liggen , is aan die zijde (noordkant) voldoende ruimte op het erf om te laden en te lossen en de opslagloods in en uit te rijden. Door het gecombineerd gebruiken van de bestaande infrastructuur hoeft er geen nieuwe erfverharding buiten het bouwvlak te worden aangelegd. Tevens worden zo de bedrijfsactiviteiten ‘intern’ gehouden en is minder sprake van hinder (geluid , zicht , etc. ) voor de omgeving.

18

Figuur 19. Projectie (doorsnede) met bouwhoogte en bouwmassa opslagloods (rechts) t. o. v. rijhal. Qua bouwmassa is de opslagloods ondergeschikt aan de bouwmassa van de rijhal.

Figuur 20. Indicatief aanzicht nieuwe opslagloods vóór bestaande rijhal met mogelijke inpassingsmaatregelen

Figuur 21. Indicatief aanzicht kopgevel nieuwe opslagloods links naast de bestaande rijhal. De nieuwe opslagloods staat in die situatie aan de linkerzijde van de rijhal en past qua bouwrichting , hoogte en massa goed past bij de bestaande rijhal.

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

5. 2 Locatie 2 Locatie 2 ligt direct ten zuidoosten van het projectgebied , tussen de bestaande bebouwing en de waterbuffer van het Waterschap Limburg.

Kernkwaliteit reliëf Op deze locatie wordt bij de uitbreiding niet het reliëf gevolgd , waardoor in mindere mate aansluiting wordt gezocht met het bestaande erf.

Kernkwaliteit contrast open-besloten Op locatie 2 wordt het schaalcontrast tussen open en besloten aangetast. De loods is lager gelegen de bestaande bebouwing waardoor deze minder zichtbaar is vanuit de omgeving. Deze locatie ligt echter buiten de bestaande stedenbouwkundige rooilijnen , waardoor de loods in het meer open buitengebied komt te liggen. Daarmee is sprake van het aantasten van het schaalcontrast.

Ontwerpprincipes 12: Compact bouwen Door ligging buiten de huidige stedenbouwkundige lijnen wordt minder aangesloten bij het ontwerpprincipe ‘compact bouwen’. 13: Uitbreiding volgt reliëf Op deze locatie wordt bij de uitbreiding niet het reliëf gevolgd , waardoor de samenhang met de bestaande bebouwing en erf minder aanwezig is.

Figuur 22. Alternatieve locatie 2

Overige overwegingen 111: Graftherstel De (te behouden) hoogteverschillen kunnen worden gebruikt voor het herstel van graften. Echter , door de ligging achter het nieuwe gebouw heeft dit beperkte meerwaarde bij de landschappelijke inpassing.

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

De grond is in eigendom van het Waterschap en wil de grond niet afstaan. Alleen al om die reden valt die locatie af. Voor de bereikbaarheid van deze loods dient een doorgang richting het bestaande erf te worden gerealiseerd , waarbij zware ingrepen nodig zijn in het bestaande reliëf en de bestaande steilrand wordt doorsneden. Ook dient er het erf te worden uitgebreid

te kunnen manoeuvreren. Ook is strijdigheid met het leidend beginsel L08 ‘Zorgvuldige omgang met bebouwing in kwetsbare delen’ omdat in een droogdal grootschalige bebouwing wordt beoogd. om

19

5. 3 Locatie 3 Locatie 3 ligt ten westen van de bestaande (bedrijfs)bebouwing , tussen de bestaande loods en de woningen Grotestraat 1 en 3. Op deze locatie kan de nieuw te bouwen loods qua gevellijnen gelijk worden gelegd met de bestaande bebouwing ter plekke.

Kernkwaliteit reliëf Op deze locatie wordt bij de uitbreiding niet het reliëf gevolgd. Door de ligging in de helling zijn zware graafwerkzaamheden nodig waardoor de kernkwaliteit wordt aangetast.

Kernkwaliteit contrast open-besloten De ligging op deze locatie heeft echter ook tot gevolg dat het bebouwde erf en het erf zich in westelijk richting uitbreidt. De nieuwe loods komt zo ook sterk in het zicht te liggen vanaf de Grotestraat (ten zuiden) en de Bredeweg en 1e Mos Daalweg aan de noordzijde. Daarmee wordt een aantal bestaande doorzichten in het landschap teniet gedaan en wordt de kernkwaliteit besloten-open aangetast.

Ontwerpprincipes 12: Compact bouwen Door ligging buiten de huidige stedenbouwkundige lijnen wordt het ontwerpprincipe ‘compact bouwen’ uit het oog verloren. 13: Uitbreiding volgt reliëf Op deze locatie wordt bij de uitbreiding niet het reliëf gevolgd. Door de ligging in de helling zijn zware graafwerkzaamheden nodig waardoor de kernkwaliteit wordt aangetast. 111: Graftherstel Het talud komt achter de nieuwe bebouwing te liggen , waardoor een graft op deze locatie niets toevoegt aan het landschappelijk inpassen van de locatie.

Overige overwegingen Locatie

20

3 heeft

als

nadeel

dat de

Figuur 23. Alternatieve locatie 3

Grotestraat 1 en 3 dichtbij liggen (binnen 20 meter afstand). Om milieutechnische redenen is dit niet wenselijk daar de afstand van die woonbestemming tot het bedrijf in beginsel minimaal 50 meter dient te bedragen. Ook heeft de keuze voor deze locatie negatieve invloed op het groene karakter. Op de locatie is bij de vorige plannen voorzien in een landschappelijke inpassing middels een passende fruitboomgaard. Deze boomgaard heeft ondertussen een

robuuste uitstraling gekregen en past goed in de dorpsmantel ter plekke. Door de nieuwbouw van de loods met de daarbij behorende erfverharding zal dit landschapselement grotendeels moeten wijken. Daarmee is de locatie strijdig met de leidende beginselen L05 Vergroenen dorpsranden en L06 Herstel van kleine landschapselementen.

woonbestemmingen

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

5. 4 Locatie 4 Locatie 4 ligt direct ten noorden van de rijhal.

Kernkwaliteit reliëf Op deze locatie komt de loods hoger te liggen dan de rijhal of ter plekke zijn zware graafwerkzaamheden nodig , waarmee de kernkwaliteit reliëf niet wordt gevolgd.

Kernkwaliteit contrast open-besloten Locatie 4 zorgt voor een logische volgorde van bebouwing waarbij de oudste bebouwing aan de straatzijde ligt en de meest recentste bebouwing aan de achterzijde. Het gebouw zal wel zichtbaar zijn vanaf de noordelijk gelegen Bredeweg en 1e Mos Daalweg. Daarmee wordt het schaalcontrast van open naar besloten verder aangetast.

Ontwerpprincipes 12: Compact bouwen Locatie 4 sluit aan bij de bestaande bebouwing , maar valt buiten de bestaande stedenbouwkundige lijnen , waardoor de locatie minder wenselijk is. 13: Uitbreiding volgt reliëf Op deze locatie wordt bij de uitbreiding niet het reliëf gevolgd. Door de ligging in de helling zijn zware graafwerkzaamheden nodig waardoor de kernkwaliteit wordt aangetast. 111: Graftherstel Het oplopende maaiveld kan worden gebruikt voor het laten ‘zinken’ van het gebouw in het landschap , waarbij het talud met de daarbij behorende beplanting kan bijdragen bij het inpassen van de beplanting.

Figuur 24. Alternatieve locatie 4

Omdat geen gebruik kan worden gemaakt van de bestaande erfverharding omdat vrachtwagen en zwaar agrarisch verkeer ter plaatse moet kunnen manoeuvreren en keren , zal het groene karakter door de aanleg van nieuwe erfverharding worden aangetast.

Overige overwegingen

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

21

5. 5 Locatie 5 Locatie 5 ligt ten oosten van de bestaande rijhal; ter plekke van de in 2023 vergunde en gerealiseerde paddocks.

Kernkwaliteit reliëf Met nieuwbouw op deze locatie wordt het bestaande reliëf gevolgd. Daarmee is de locatie in lijn met deze kernkwaliteit.

Kernkwaliteit contrast open-besloten De locatie ligt buiten het bebouwde agrarische erf , waardoor stedenbouwkundig het erf wordt uitgebreid richting het onbebouwd buitengebied. De nieuwe bebouwing komt verder in het buitengebied te liggen en is daardoor zichtbaarder vanaf het zuiden (vanuit Terlinden) , maar ook vanaf de 1e Mos Daalweg aan de noordzijde. De huidige beplantingsvormen kan worden gebruikt en aangevuld waardoor sprake is van een goede landschappelijke inpassing van de nieuwe bebouwing. Daardoor wordt de openheid van het landschap en daarmee de kernkwaliteit ‘schaalcontrast’ aangetast.

Ontwerpprincipes 12: Compact bouwen Nieuwbouw op deze locatie stedenbouwkundige lijnen.

ligt

buiten

de

bestaande

13: Uitbreiding volgt reliëf De nieuwe bebouwing volgt de bestaande hoogtelijnen van het landschap.

Figuur 25. Alternatieve locatie 5

111: Graftherstel Het bestaande talud ten zuiden kan worden gebruikt voor het herstel van graften. Naast landschappelijke inpassing van de nieuwbouw wordt ook een landschappelijke en natuurlijke kwaliteitsverbetering nagestreefd. Hiermee wordt wel het schaalcontrast open-besloten aangetast.

22

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

5. 6 Locatie 6 Locatie 6 ligt direct aan de 1e Mos Daalweg , ten noorden van het erf.

Kernkwaliteit reliëf Deze locatie ligt hoger dan de bestaande rijhal. Het peil van de opslagloods op deze locatie ligt ongeveer 6 meter hoger. Daarmee ligt de uitbreiding niet in lijn met het bestaande reliëf. Vanuit het oosten en het zuiden zal de nieuwe bebouwing boven de bestaande rijhal uitsteken en dus meer in het zicht liggen.

Kernkwaliteit contrast open-besloten De locatie ligt van de loods op grotere afstand van het bestaande erf , waardoor het een solitair gebouw in het landschap wordt , waarmee de openheid van het landschap verder wordt aangetast.

Ontwerpprincipes 12: Compact bouwen De locatie ligt op grotere afstand van het bestaande erf , waardoor het een solitair gebouw in het landschap wordt , waarmee de openheid van het landschap verder wordt aangetast. Daarmee maakt een opslagloods op deze locatie ruimtelijk gezien geen deel meer uit van het bestaande erf , omdat geen sprake is van clustering van bebouwing en is geen sprake van compact bouwen. 13: Uitbreiding volgt reliëf Op deze locatie wordt bij de uitbreiding niet het reliëf gevolgd. Door de hogere ligging zal de nieuwbouw goed zichtbaar zijn vanuit de omgeving.

Figuur 26. Altenatieve locatie 6

Overige overwegingen Om bedrijfstechnische redenen (korte loop- en rijlijnen) is de grotere afstand niet wenselijk. Verder zal het groene karakter worden aangetast doordat ter plekke veel erfverharding moet worden toegepast.

111: Graftherstel Door de ligging op deze locatie kunnen hoogteverschillen niet worden toegepast voor graftherstel en draagt dit niet bij aan het landschappelijk inpassen van de locatie.

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

23

5. 7 Zicht op alternatieve locaties Vanuit het zuiden (vanaf het gehucht Terlinden) is door de openheid zicht op het projectgebied. In figuur 27 is vanaf het zuiden het zicht op de locatie gevisualiseerd met daarbij de verschillende locaties zoals hierboven beschreven. Locatie 1 ligt goed in lijn met de bestaande bebouwing. Bij een goede landschappelijke inpassing op en in het talud is het mogelijk om de nieuw te realiseren opslagloods goed in te bedden in het landschap. Locatie 2 ligt vóór de erfbeplanting , waardoor aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. Locatie 5 voegt rechts van de bestaande bebouwing nieuwe bouwmassa toe , waardoor het groene karakter en de openheid worden aangetast. Bij realisatie op locatie 6 , aan de 1e Mos Daalweg komt de nieuwe noklijn ver boven de bestaande rijhal uit. Vanaf de kern Banholt , vanaf de parkeerplaats bij de Bredeweg en het kerkhof , is tevens sprake van goed zicht op bouwlocatie 4 en 6. Locatie 3 ligt deels in de helling. Vanaf die zijde zal alleen het dak van de opslagloods in de winterperiode zichtbaar zijn. Bij het situeren op de locatie 4 zal de kopgevel duidelijk zichtbaar zijn en vanaf deze kant zullen de gevels van locatie 6 goed zichtbaar zijn. In figuur 28 wordt dat inzichtelijk gemaakt.

Figuur 27. Zicht op locaties vanuit Terlinden (ten zuiden van projectgebied)

Figuur 28. Zicht op locaties vanuit Banholt (1e Mos Daalweg)

24

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

5. 8 Afweging locatiekeuze Op basis van de kernkwaliteiten ‘reliëf’ en ‘schaalcontrast open-besloten’ , de geselecteerde ontwerpprincipes , overige (bedrijfstechnische) overwegingen en een studie van zicht vanuit de omgeving op de mogelijke locaties , is een afweging voor de beoogde locatie gemaakt. Nieuwbouw op locatie 1 sluit het beste aan op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap van Zuid-Limburg. Een goed landschappelijk alternatief is locatie 4. Echter , de ingreep die nodig is om deze locatie mogelijk te maken , is dusdanig groot dat dit ongewenst is in zowel financieel opzicht maar ook in het kader van duurzaamheid.

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

25

6. Landschappelijke inpassing Voorliggende uitganspunten vormen de leidraad voor de landschappelijke inpassing van het project. Verder wordt aangesloten op eerdere landschappelijke inpassingsplannen voor deze locatie.

6. 1 Inpassingsplan november 2017 Bij de aanleg van de rijhal in 2017 is een uitgebreid landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Hierbij werden rond het plangebied 667 meter aan meidoornhaag en 54 (fruit) bomen aangeplant , waardoor reeds een robuuste inpassing is gerealiseerd van het agrarisch erf. Voorliggend inpassingsplan legt deze elementen nogmaals vast.

Figuur 29. Landschappelijk inpassingsplan november 2017 voor de aanleg van de rijhal

26

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

6. 2 Inpassingsplan februari 2023 In februari 2023 is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld ten behoeve van het verlenen van een vergunning voor de aanleg van paddocks naast de rijhal. Hiervoor was een herprofilering van het maaiveld noodzakelijk. Daardoor zijn binnen het projectgebied een aantal taluds aangelegd. Deze taluds worden beplant met gemengd struweel , waardoor een aantal graften ontstaat. Tevens werden in dit plan 17 nieuwe fruitbomen aangeplant , deels als compensatie voor te kappen fruitbomen. Ook werd rond de infiltratiepoel 7 (knot)wilgen aangeplant.

Figuur 30. Landschappelijk inpassingsplan februari 2023 voor de aanleg van paddocks

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

27

6. 3 Maatregelen landschappelijke inpassing Voorliggende uitganspunten vormen de leidraad voor de landschappelijke inpassing van het project. Dat heeft geleid tot voorliggend landschappelijk inpassingsplan. Aan te planten: Inheems struweel op talud i. c. m. houtwal Langs de zuidzijde van de nieuw te bouwen loods is momenteel een talud aanwezig. Dit talud is reeds deels beplant met voornamelijk wilgen. In het kader van de landschappelijke inpassing en het tegengaan van erosie , wordt dit talud verder beplant met inheems struweel. Hierdoor ontstaat een graft , een in het landschap passend element. Naast het landschappelijk inpassen wordt een op een cultuurhistorie geënt landschapselement aangelegd en de natuurwaarden versterkt.

Als sortiment van het struweel/houtwal wordt gekozen voor een gevarieerde (en deels groenblijvende) aanplant met inheemse soorten. Dit struweel heeft een minimale breedte van (waar mogelijk) minstens 5 meter. Nabij de loods zal het struweel iets smaller zijn. De aanplant van dit struweel bestaat uit rijen met een onderlinge plantafstand van 1 meter. Tussen de rijen is tevens sprake van 1 meter , waarbij de aanplant wordt aangebracht in een driehoeksverband. De eerste tien jaar dient de singel uit te groeien tot een gesloten element. Het onderhoud in deze fase bestaat uit het vrijhouden van de aanplant , zodat deze niet overwoekerd raakt door bijvoorbeeld brandnetels.

Vervolgens wordt de singel als hakhout beheerd. Ieder jaar wordt 10 (maximaal 20%) van de aanplant gesnoeid/afgezet , waarbij de beplanting tot 10 – 20 cm boven de grond wordt afgezaagd. Vervolgens groeit de beplanting weer uit. Door deze gefaseerde snoei wordt de groei geactiveerd en zal snel sprake zijn van een dichte houtwal. De nieuw aan te planten bomen (als overstaanders) hebben een diametermaat van 12-14 cm. Tijdens de aanplant worden boompalen met boombanden aangebracht ten behoeve van een rechte stamgroei. Deze worden na 5 jaar verwijderd. De bomen worden opgekroond op 4 meter en worden jaarlijks gecontroleerd op afstervende takken. Het opkronen en begeleiding snoei wordt uitgevoerd in de winterperiode. Bij eventuele uitvalt wordt de betreffende boom in het voorjaar vervangen.

Als aanvullende landschappelijke inpassingsmaatregelen wordt dit struweel verlengd in de oostelijke richting en rond de infiltratievoorziening. Hierdoor ontstaat een robuuste houtwal waarmee één landschappelijk kader wordt gecreëerd voor zowel de bebouwing , als het erf en de paddocks. Het struweel/houtwal heeft ook ecologische meerwaarde en dient als leefgebied , foerageervlek en/of nestplaats voor zoogdieren (bv. das) , broedvogels en insecten. Binnen deze houtwal wordt op onregelmatige en speelse manier overstaanders aangeplant. Deze bomen mogen uitgroeien tot volwassen omvang. De kronen van deze bomen bieden een aanvullende inpassing van de dakvlakken.

Figuur 31. Detail aanplant inheems struweel t. b. v. houtwal

Landschappelijk inpassingsplan Grotestraat 5 Banholt

29

Figuur 32. Doorsnede locatie Grotestraat 5 met rechts de nieuwe bebouwing

Verplaatsen fruitbomen; aanplant nieuwe bomen

Opvang hemelwater

Aanvullende ecologische kwaliteitswinst

Ten behoeve van de nieuwbouw van de loods dienen enkele (jonge) fruitbomen te worden verwijderd. De te verwijderde bomen worden binnen het plangebied gecompenseerd. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat verschillende soorten beplanting en vruchten giftig zijn voor paarden. Gekozen is voor bomen met meerwaarde als zomer- en winterlinde en/ of gladde iep.

Ten oosten van de paddocks is door de initiatiefnemer reeds een hemelwateropvang gerealiseerd ten behoeve van de opvang in infiltratie van hemelwater vallend op de bestaande bebouwing en verharding. De nieuwbouw zal tevens afwateren op deze infiltratiepoel , die daarvoor voldoende capaciteit heeft. Naast de opvang van hemelwater vormt dit element een mogelijke vestigingsplaats voor amfibieën als kikkers en de alpenwatersalamander , die ook rond Banholt is

De ecologische waarden kunnen verder worden versterkt door het nemen van een aantal aanvullende maatregelen.

De nieuw aan te planten bomen hebben een diametermaat van 16-18 cm. Bij de aanplant worden boompalen en boomband aangebracht ten behoeve van rechte stamgroei (te verwijderen 5 jaar na aanplant). Verder wordt ter bescherming van de aangeplante bomen een boomkorf van gaas rond de bomen aangebracht , waardoor wordt voorkomen dat de bomen worden beschadigd voor vraat van paarden en/ of andere dieren. Eenmaal per twee jaar netheidssnoei en begeleidingssnoei ten behoeve van opkronen en kroonvorming in de winterperiode. Bij eventuele uitval de betreffende boom in het voorjaar vervangen.

waargenomen.

Verder is door de bestaande en nieuwe aanplant na onderhoudswerkzaamheden sprake zijn van snoeiafval. Dit snoeiafval kan op een extensief gebruikte locatie worden verzameld in takkenrillen. Deze takkenrillen zijn dienen als nest- en verblijfplaats voor grondgebonden zoogdieren als dassen en egels.

Door de aanwezigheid van de fruitbomen wordt aanbevolen een aantal nestkasten op te hangen voor verschillende soorten broedvogels in de fruitboomgaard of aan de gevels van bestaande en nieuwe bebouwing.

Figuur 33. Detaildoorsnede nieuwe bebouwing en talud

w w w .

op u

ed r o ey n

ot n n

a e .

r n

l

Omvang van element

Naam 1.

Aanplant struweel op talud (nabij perceelsgrens) 970 m² / 959 Aanplant van gemengd struweel: stuks

Hazelaar Meidoorn Beuk Hulst Sleedoorn Hondsroos

Corylus avellana Crataegus monogyna Fagus sylvatica Ilex aquifolium Prunus spinosa Rosa canina

Aanplant bomen als overstaanders: Zoete kers Zomereik Zomerlinde

2.

Omvang bij aanplant (cm)

Eindhoogte/ breedte

Plantverband

100-125 cm5 m / min. 5m

aanplant in driehoeks verband 1 m x1 m

Compensatie: Aan te planten bomen

A

* maximaal in groepen van 3 st 11 stuks

16-18 cm

nvt

nvt

Prunus avium Quercus robur Tilia platyphyllos

Bestaande fruitbomen (o. a. peren , kersen)

Compensatie kap fruitbomen; aanplant bomen Aanplant bomen , keuze uit: 12 stuks Winterlinde Zomerlinde Gladde iep

12-14 cm

nvt

10 m h. o. h.

T ilia cordata Tilia platyphyllos Ulnus minor

Talud met beplanting (struweel en bomen) Aan te planten: Houtwal met inheems struweel met overstaanders

Do

o rs n

e

ed

A -

Knotwilgen rond infiltratiepoel

Paddocks

A’

Afvloeiing hemelwater

Kap 5 bestaande fruitbomen (wordt gecompenseerd)

Paddocks Rijhal

Jonge fruitbomen langs paddocks

Nieuwbouw loods Buitenbak Compensatie: Aan te planten bomen

A

a ri gr

s

b ou ch

w vl

ak

A’

Aan te planten: Houtwal met inheems struweel met overstaanders

Bestaand struweel

Bestaande bedrijfsbebouwing

0

10

20

30

40

50 m

N

4 februari 2025

-

Landschappelijk inpassingsplan

-

Grotestraat 5 te Banholt

-

schaal 1:1. 000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=1698b28b-3fb3-4a71-b0e2-52515c144816