CConstaterende datEijsden-Margraten
Koppel je AI →
Document · PDF

20250930 09d Bijlage 3 Advies Intergemeentelijke commissie bezwaarschriften 2 juni 2025, geanonimiseerd

* Raadsvergaderingen 30 september 2025, gemeente Eijsden-MargratenBij agendapunt: Beslissing op bezwaar vestigen voorkeursrecht deellocatie Margraten, Bloesemgaard fase 3737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad van de gemeente Eijsden-Margraten. Onderwerp: advies als bedoeld in artikel 7:13, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen Awb) over de bezwaarschriften ingediend door:

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Klement Rentmeesters) (verder: gemachtigde) namens (geanonimiseerd) N (geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (verder: bezwaarmakers). Aan de intergemeentelijke commissie van advies als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Verordening intergemeentelijke adviescommissie inzake de behandeling van bezwaarschriften 2016 zijn voornoemde

bezwaarschriften om advies in handen gesteld.

1. Onderwerp van bezwaar Bij besluit van de gemeenteraad van Eijsden-Margraten, verzonden op 20 februari 2025 is het voorkeursrecht op grond van artikel 9.1, eerste lid, onder c, van de Omgevingswet (Ow) gevestigd op de volgende percelen: gemeente Margraten, sectie H, nummers 27, 728, 731, 733 en 735. 2. Ontvankelijkheid van het bezwaar De bestreden besluiten zijn op 20 februari 2025 per aangetekende post bekendgemaakt, zodat ingevolge de artikelen 6:7 en 6:8 van de Awb een bezwaarschrift kon worden ingediend tot en met 3 april 2025. Het bezwaarschrift gericht tegen beide bestreden besluiten is per brief ontvangen op 20 mei 2025, zodat het bezwaarschrift niet binnen de gestelde termijn van zes weken is ingediend. Bij brief en een email-bericht verzonden op 22 mei 2025, is aan de gemachtigde van bezwaarmakers verzocht aan te tonen of en waarom in dit geval sprake is van zodanig bijzondere omstandigheden, dat kan worden gesproken van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb.

Op 23 mei 2025 werd van de gemachtigde een aanvullende reactie ontvangen. Gemachtigde stelt dat de adressering van de bestreden besluiten weliswaar juist is, maar dat bezwaarmakers nooit een afhaalbericht hebben ontvangen. De commissie stelt vast dat niet wordt betwist dat de bestreden besluiten op correcte wijze zijn geadresseerd en per aangetekende post zijn verzonden. Beide besluiten zijn echter retour ontvangen met de melding dat deze niet zijn afgehaald. Bezwaarmakers stellen geen afhaalbericht van PostNL te

hebben ontvangen en daarom geen kennis hebben kunnen nemen van de bestreden besluiten. Volgens informatie van PostNL zijn beide aangetekende brieven op 22 februari 2025 om 13:15 uur aan de bezwaarmakers aangeboden maar waren zij niet thuis. Volgens PostNL hebben bezwaarmakers - afhankelijk van hun instellingen - een afhaalbericht, een e-mail of melding in de PostNL app ontvangen om hun poststuk bij een PostNL- punt op te halen. De poststukken hebben vanaf 25 februari 2025 om 14:36 uur bij het PostNL-punt gelegen tot 12 maart 2025, waarna de poststukken retour zijn gezonden. De commissie overweegt dat het enkele feit dat een aangetekend stuk niet is afgehaald, in beginsel voor risico van de geadresseerde komt. Van een professioneel bedrijf als PostNL mag verwacht worden dat zij haar werkzaamheden

bij deze wijze van verzending in al haar facetten correct nakomt.

Als een belanghebbende stelt geen afhaalbericht te hebben ontvangen, dan kan hij niet volstaan met de enkele ontkenning en ligt het op zijn weg feitelijk aannemelijk te maken op grond waarvan

redelijkerwijs kan worden betwijfeld dat een afhaalbericht is achtergelaten (HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1775). De commissie acht het ontbreken van een afhaalbericht op zichzelf onvoldoende om zonder meer te concluderen dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Uit de nadere toelichting blijkt verder niet dat sprake is van bijzondere omstandigheden die buiten de invloedssfeer van de bezwaarmaker lagen. Naar het oordeel van de commissie is er geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb. Voorts zijn er geen feiten of bijzondere omstandigheden aangedragen die ertoe zouden moeten leiden dat niet-ontvankelijkverklaring redelijkerwijs achterwege dient te blijven. De commissie verbindt hieraan de conclusie, dat het ingediende bezwaarschrift kennelijk nietontvankelijk dient te worden verklaard. 3. Hoorzitting De voorzitter van de commissie kan in geval van kennelijke niet-ontvankelijkheid op grond van artikel 7:3 van de Awb in samenhang met artikel 7 jo. artikel 9, lid 3 van de Verordening besluiten af te zien van het horen van belanghebbende. De voorzitter heeft in dit concrete geval daartoe besloten. 4.

Advies

van de commissie

Gelet op het bepaalde in artikel 7:13 van de Awb, de Verordening intergemeentelijke adviescommissie inzake de behandeling van bezwaarschriften 2016, adviseert de commissie om het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren. De kamer Algemene Zaken van de commissie voornoemd. Aldus gegeven op 2 juni 2025

De voorzitter,

(geanonimise rd) (geanonimiseerd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd)

De secretaris,

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EijsdenMargraten&id=2707abdf-5508-42a3-b375-359fa27253bd